Site-archief

Varkens

Les Murray (1938 – 2019)

.

Op 29 april jongstleden overleed de Australische dichter, bloemlezer en criticus Les Murray. Van 1963 tot 1967 werkte hij als vertaler bij de Australian National University. In 1971 staakte hij zijn werkzaamheden als ambtenaar in Canberra om zich volledig aan de poëzie te wijden. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘The Ilex tree’ waarna er nog vele zouden volgen. In 2015 verschenen nog twee bundels van zijn hand en in 2018 verschenen zijn ‘Collected poems’. Deze ‘Australia Bush Bard’ en gedoodverfde Nobelprijskandidaat was populair bij een brede groep lezers van intellectuelen tot boeren. Hij werd (tijdens zijn leven) door de National trust of Australia niet voor niets benoemd tot een van de 100 levende schatten van Australië.

In 2013 vertaalde Maarten Elzinga gedichten van Murray en stelde een bundel samen van deze gedichten met als titel ‘De planken kathedraal’. Uit deze bundel het gedicht ‘Varkens’.

.

Varkens

.
We waren op het zere cement met z’n allen.
Niet door de lichtgloed verwarmd. We slurpten geen brij
onder die paal waar de bliksem aan vast zit.
Geen melk met biggeschijt om ons op te geilen.
Wij toen in koele godenstront. We vraten knap.
We wroetten in struikgewasgangen naar smakelijk rot.
We waren toen allemaal neukers. En dik, hm? Reten
de hond die teelballenbijter open en schransden hem nat.
We schoven het zompe cement van rivieren omlaag.
We snurkten de grond hol, laafden een worp, knorden.
Hielden nooit op met groeien. We woelden, we snoven
en lieten het lot begaan, tot de heuvelruggen ons waren
met zwaar verborgen hoeven. Of borstelig, met melk.
We kenden niks toen van japende messen of waterstraal-dreun.
Niet het vreselijk bliksemsnijdend geschreeuw verderop.
De klappen van verbrand water. Dit gevoel van al weg zijn
hier op geen plek met onze koppen op ondersteboven.
.
.
Advertenties

Klein voorspel

Hanny Michaelis

.

Vorige week was ik bij een kringloopwinkel/opkoper/brocante die in een enorm pand gevestigd was. In de winkel waren prachtige en minder prachtige dingen te koop en ook boeken. Wanneer ik boeken zie ga ik altijd even kijken. Ik kon geen poëzie vinden maar wel wat Zwarte Beertjes (mijn broer spaart de exemplaren waarvan Dick Bruna de kaft ontwierp). Zoals zo vaak was de vraagprijs niet in verhouding tot de waarde (wat bezielt die commerciële winkeliers toch? Willen ze hun boeken niet verkopen?). Dus enigszins teleurgesteld legde ik ze terug. Ik keek nog wat verder en tot mijn verbazing vond ik nog twee oude dichtbundels; De muze op reis (dat deel had ik nog niet) én ‘Klein voorspel’ van Hanny Michaelis uit 1949. Tot mijn grote verbazing was de prijs voor deze bundeltjes een ‘rommelmarktprijs’ € 1,- per stuk. Waar Zwarte Beertjes werkelijk overal te koop zijn en in enorme aantallen zijn verkocht destijds en hier als dure waar wordt gezien, koop ik voor een habbekrats een klein juweeltje. Blijkbaar lag de kennis van deze opkoper minder bij boeken dan bij meubels en andere grote dingen.

Hanny Michaelis (1922 – 2007) was dichter en vertaalster en debuteerde in 1949 met ‘Klein voorspel’. In haar kleine oeuvre beschrijft zij de mens in zijn hulpeloosheid en eenzaamheid, op zoek naar liefde. Haar werk is sober en later ook relativeert. Haar beide Joodse ouders werden vermoord in het vernietigingskamp Sobibór, dit gegeven en de oorlog drukte een groot stempel op haar werk. In totaal verschijnen er van haar hand 6 dichtbundels. Na 1971 verschenen er geen nieuwe bundels meer van Michaelis. In 1995 ontving zij de Anna Bijns Prijs voor haar gehele oeuvre. In 1996 verschenen haar ‘Verzamelde gedichten’.

Het kleine bundeltje ‘Klein voorspel’ telt 30 gedichten en werd in 1949 gedrukt door drukkerij Thieme uit Nijmegen. ‘Klein voorspel’ was het een-en-twintigste deel van ‘De Ceder’ uitgegeven door J.M. Meulenhoff uit Amsterdam. Uit dit prachtige bundeltje koos ik voor het gedicht ‘De liefste’.

.

De liefste

.

Word wakker in de vroege voorjaarsmorgen

open je ogen in het grijze licht.

Voel je een ogenblik verlost van zorgen

en glimlach als een kind, bevrijd van plicht.

.

Glimlach en raak het lichtend spoor niet bijster

dat leidt naar een betoverend verschiet.

Wees stil : buiten huldigt de eerste lijster

de wereld in een overmoedig lied.

.

Hij zal je hart loszingen uit het puin

van halfontluisterde herinneringen,

en neer doen strijken in de verre tuin

waar het geluk fonteinen doet ontspringen.

.

In deze tuin zal het mijn hart ontmoeten –

twee speelse vlinders in de zonneschijn.

Verheerlijkt zullen zij elkaar begroeten

en onuitsprekelijk gelukkig zijn.

.

 

Voor Middernacht

Theun de Vries

.

Op de middelbare school las ik voor mijn lijst Nederlands het boek ‘De vrijheid gaat in het rood gekleed’ van Theun de Vries. Een roman over de slavenopstand in Guadeloupe op de Franse Antillen. Ik herinner me dat mijn leraar er gloedvol over sprak en dat ik basis daarvan het boek ben gaan lezen. Ik herinner me ook dat ik het een erg goed en ook wel spannend boek vond.

Theunis Uilke (Theun) de Vries (1907 – 2005) was een Nederlands (Fries) schrijver van vooral historische en sociale romans. Hij was ook actief als toneel- en hoorspelschrijver, en hij schreef tevens biografieën en essays.

Dat hij ook dichter was wist ik toen nog niet en daar ben ik pas sinds zeer recent achtergekomen, In het boek ‘Weerspiegeling, bloemlezing uit de Nederlandse Poëzie van 1880 tot heden’ (waarbij het heden gelezen moet worden als 1961) staan een aantal gedichten van de Vries.

De Vries was jarenlang een hard-line communist, ook toen de Sovjet Unie Hongarije binnen viel verdedigde hij het communisme. Hij zat enige tijd voor de CPN in de Amsterdamse gemeenteraad en pas in 1971 brak de Vries met de CPN. Zijn sociaal geëngageerdheid spreekt uit veel van zijn werk.

In 1925 debuteerde de Vries met het boek ‘Friese sagen’ gevolgd in 1927 met de dichtbundel ‘De terugkeer’. De Vries was een zeer productief schrijver, tijdens zijn leven schreef hij rond de 140 boeken en bundel, hoorspelen en essaybundels. In 1930 verscheen van hem de bundel ‘Westersche nachten’ waaruit de gedichten in ‘Weerspiegeling’ komen. Zo ook het gedicht ‘Voor Middernacht’.

.

Voor Middernacht

.

Met gouden monstrans is het volk gezegend.

De litanie zweeg stil. – Het uur der nacht

hangt boven ’t mistig plein waar ’t waait en regent.

.

Nog zit de blinde aan de hoek der straat;

en in hun omslagdoek verbergen vrouwen

een donkere glimlach en een oud gelaat.

.

De regen trekt over de smalle werven

en stort zich suizend op het hospitaal –

over het schreien en het langzaam sterven –

.

Blauwe lantaarns rinklen bij het veer.

De nachtboot roept en verre treinen schuiven.

Er reizen velen af. Er keeren weinig weer.

.

Lady Madonna

The Beatles

.

Heel eerlijk gezegd ben ik geen groot fan van de Beatles ook al zing ik, net als zoveel mensen denk ik, al hun liedjes woordelijk mee. Ik hou wel erg van het werk en de nummers van George Harrison, dat dan weer wel. Afgelopen week vond ik bij de afgeschreven boeken in de bibliotheek van Manheimm echter het boekje ‘The Beatles Songbook’ Deutsche Ausgabe uit 1971 met daarin 100 teksten van Beatles nummers in het Engels en vertaald in het Duits. Daarnaast staan er in dit fijne vintage boekje hele fraaie illustraties van onder andere Tomi Ungerer, Alan Aldridge en James March. Het aardige van dit boekje is dat je de tekst van heel bekende liedjes nu ook zonder de muziek kunt lezen waardoor de inhoud beter binnen komt.

Uiteraard staan er teksten in van vooral John Lennon en Paul McCartney maar er is ook ruimte voor George Harrison en zelfs Ringo Starr. Lezend in de liedteksten kwam ik bij het nummer Lady Madonna. En hoewel dit op het eerste gezicht, of gehoor eigenlijk,  een vrolijk nummer lijkt heeft het wel degelijk ook een inhoudelijke boodschap.

Een foto en het concept van de Maagd Maria met haar kind op de arm, deed Paul McCartney denken aan de hardwerkende vrouw. De moeder die zeven dagen per week klaarstaat voor haar kinderen en zich afvraagt hoe ze de eindjes aan elkaar moet knopen. Met John Lennon ging hij begin 1968 voor de tekst zitten en probeerde hij zich te verplaatsen in zo’n vrouw. Samen met John, schetste Paul de luisteraar in de tekst hoe de werkweek van deze Lady Madonna er uit zou zien. Over de dinsdagmiddag waar maar geen eind aan komt, de papieren die er op woensdagochtend nog niet zijn en de sokken die op donderdagavond nog gestopt moeten worden. Een leven vol zorgen. Later ontdekte McCartney dat hij alle dagen van week beschreven had, maar de zaterdag vergeten was. “Ze was vast een zaterdagavondje stappen”, grapte hij daarover.

.

Lady Madonna

.

Lady Madonna, children at your feet
Wonder how you manage to make ends meet
Who finds the money when you pay the rent?
Did you think that money was heaven sent?
Friday night arrives without a suitcase
Sunday morning creeping like a nun
Monday’s child has learned to tie his bootlace
See how they run
Lady Madonna, baby at your breast
Wonders how you manage to feed the rest
See how they run
Lady Madonna lying on the bed
Listen to the music playing in your head
Tuesday afternoon is never ending
Wednesday morning papers didn’t come
Thursday night your stockings needed mending
See how they run
Lady Madonna, children at your feet
Wonder how you manage to make ends meet
.

Voor wie dit leest

J.A. Emmens

.

In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.

De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen.  Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.

Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.

Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.

.

Rapport over de angst

.

Oorsprong nog onbekend, het groeit,

naar men thans aanneemt, in ’t geheim,

merkwaardig struikgewas

.

Paart zelden, in volwassen staat

als in een mist ontwaard,

gehuld in ziektes uiterst ingenieus.

.

Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,

verouderd tegengif,

is het wel eens genadig.

.

Willem Wilmink

Johan Cruyff

.

Bij De Wereld Draait Door op de televisie heeft men dit seizoen extra aandacht voor de dichter Willem Wilmink (1936 – 2003). Terecht natuurlijk want Willem Wilmink heeft een groot en mooi oeuvre achtergelaten. Dat was voor mij een reden om zijn ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ die in 1986 ter ere van zijn 50ste verjaardag werd gepubliceerd, weer eens ter hand te nemen. Lezend in deze dikke bundel kwam ik het gedicht ‘De heilige Johan’ tegen. Dit gedicht werd oorspronkelijk  gepubliceerd in de bundel ‘Goejanverwellesluis’ uit 1971. Na de lotgevallen van het Nederlands Elftal van de afgelopen weken zal menig een nog wel eens met weemoed terugdenken aan de hoogtijdagen van het Nederlands voetbal en aan Johan Cruyff. In dit gedicht stip Wilmink ook even de andere kant van Cruyff aan.

.

De heilige Johan

.

eens toen ik in de floodlight

voetballers een doelpunt

zag spinnen zich bewegend

als elven over het gras,

wist ik dat uit deze hoek

de verlosser ophanden was.

.

en zie: Johan Cruyff de danser

de faun de adelaar

der dalen

.

maar toen we zijn bergrede kwamen halen

had hij het over belasting betalen.

.

 

Poëziebusdichters 10

Petra van den Berghen

.

Petra Van den Berghen (1971) studeerde aan Sint-Lucas in Brussel, waar ze meer over haar werken heeft geschreven dan er effectief gemaakt. Van kleins af aan was het voor haar normaal om gebeurtenissen en (in)zichten te (om)schrijven in een eigen taal. Puzzelen en spelen met woorden is een constante. Een schijfcursus in de jaren ’90 met Frank Vander Linden is een eerste trigger geweest om met eigen werk naar buiten te komen. Maar perfectionisme hield haar tegen dit te doen, ook later. Het genezen van kanker in combinatie van het geluk te hebben om een fantastische pianist (Jochem Thyssen, waar ze heel veel aan te danken heeft) tegen te komen, hebben gemaakt dat ze stappen heeft gezet, om te doen wat je weet dat je moet doen. In februari ’16 was er de try-out met schrijfsels en improvisatie op piano. En ze waren vertrokken… Kijk op http://www.poeziebus.nl voor data en stopplaatsen.

.

eenvoud

.

laat maar

laat maar gewoon

laat het maar gewoon in de eenvoud die het nooit is geweest, eenvoudig zijn

even

even maar

nu mag het eenvoudig weg, even, gewoon, eenvoudig

laat het maar

laat het maar gewoon

niets, bijzonders zijn

.

Augustus

Roel Richelieu van Londersele

.

De Vlaamse dichter en thrillerschrijver van Londersele studeerde Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent. Van 1971 tot 1982 gaf hij het literaire tijdschrift ‘Koebel’ uit, waarin generatiegenoten als Luuk Gruwez, Miriam Van Hee en Eriek Verpale debuteerden. Hij was ook redacteur van de tijdschriften ‘Restant’ en ‘Poëziekrant’. In het dagelijks leven werd Van Londersele leraar Nederlands en docent literaire creatie. Hij geeft poëzieworkshops bij Wisper en proza en poëzie in het basisjaar van de Antwerpse Schrijversacademie. In 2003 werd Van Londersele de eerste Gentse stadsdichter. Een jaar later debuteerde hij met zijn eerste thriller.

Van Londersele werd in 1992 onderscheiden met de Louis Paul Boonprijs. Zijn gedicht ‘Mats’, uit de bundel ‘Tot zij de wijn is’ uit 2009, werd in 2010 door het publiek bekroond met de Herman de Coninckprijs. In 2012 kreeg hij de Melopeeprijs voor zijn gedicht ‘Alzheimer’. De jury koos het als meest beklijvende gedicht verschenen in de Vlaamse literaire tijdschriften.

Uit zijn bundel ‘Een jaar van september’ gedichten 1980 – 1992, uitgegeven door het Poëziecentrum in Gent in 1992 het gedicht ‘Augustus’.

.

Augustus

.

het strand kijkt naar de zee en ziet
dat het water oud is geworden
de meeuwen vliegen door de gedachten van de zon
en hangen hun poten te drogen

in de liezen van de duinen
stoeien de vakantielieven in de lakens
van het zand
er knarst iets in de tederheid

de boeren oogsten hun twijfels
en na de avond kijken ze met de ogen
van hun tractors naar de open wonden
van de velden, er komt ruimte
voor de landing van de herfst

het jaar sterft een eerste keer
aan voorbij zijn, op de patio van hun afscheid
bergen de reizigers de avondzon in hun koffers
met het heimwee van hun aarzeling
verliezen ze hun keuze
tussen thuis en horizon

.

In mantels van tandvlees

Ton Luiting

.

In 1971 verscheen bij de noord-nederlandse poëziereeks “taal op de tong”deel 1 met als titel ‘In mantels van tandvlees’. Dit heerlijk obscure werkje vond ik in een kringloopwinkel. Wat al helemaal grappig is , is dat het in Oudenaarde (België) werd gedrukt bij uitgeverij Saeftinge én bij uitgeverij de Koepel in Roosendaal.

In deze bundel staan gedichten van dichters als Hans Dütting, Catharina de Haas, Remco Heite, Wouter Kotte, Wim Pendrecht en Jan Visser. Zij staan ook op een werkelijk prachtige jaren zeventigfoto op de achterflap. Van elke dichter staat er een korte bio- en bibliografie (indien aanwezig) en zelfs korte stukjes uit krantenrecensies (indien aanwezig).

Kortom veel te genieten in dit bundeltje. In de categorie (bijna) vergeten dichters kunnen alle 6 de dichters zo bijgeschreven worden. Misschien is het dus niet de laatste keer dat ik uit dit bundeltje put.

Voor nu heb ik gekozen voor Wim Pendrecht. Als C.W. van der Neut geboren in 1930 woonde hij vooral in het Gooi. Behalve met het geven van taal-onderwijs houdt hij zich (in 1971) bezig met de taal van de liturgie en van de poëzie. In 1968 verscheen van hem de bundel ‘Communicerend’ en was zijn bundel ‘Voor de zonen van aardman’ in voorbereiding.

.

Belastende verklaringen

.

Familiereünie

.

Van woorden met een neef of nicht

wemelt het huis: een gek gezicht

al die portretten die maar jonger worden-

in ’t nieuw geslacht tenminste (en allicht)!

.

Pseudoniem

.

Mijn naam ontloopt de burgerlijke stand

en schuilt nu weg onder de hand.

Wanneer die naam is uitgeschreven

maakt hij zich overbodig en van kant.

.

Schools

.

Argeloos gaan zij naar school, in draf.

In rechte rijen levert men ze af

om in een proeflokaal te onderzoeken

wie koren is en wie het kaf.

.

Afgrond

.

Leven alleen bij plus en min

is dor en doelloos, zonder zin.

Wie aarzelt voor de tijd als voor een zwarte diepte

die valt er wikkend, wegend in.

.

Rita Mae Brown

Gedichten

.

Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.

Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives,  filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.

Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.

Uit deze bundel een aantal gedichten.

 

.

For Those of Us Working For a New World

The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.

The Woman’s House of Detention

Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.

A Short Note for Liberals

I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.

The Bourgeois Questions

“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”

“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”

A Song for Winds and My Vassar Women

Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.

.

%d bloggers liken dit: