Site-archief

Dichter bij Bloem

Alphen aan de Rijn

.

De dichter en essayist over poëzie J.C. Bloem (1887 – 1966) wordt sinds 2016 met een plaquette geleerd in de stad waar zijn ouders en hij zelf in zijn jeugd woonde Alphen aan de Rijn. Om precies te zijn bij de Villa Nuova aan de Oudshoornseweg. In 2016 was er wat gedoe over de plaatsing van deze plaquette omdat bekend was dat Bloem voor de oorlog lid was van de NSB en er soms nogal dubieuze ideeën op na hield. Hoewel de gemeente eerst niet wilde meewerken ging met toch akkoord om de betekenis van de dichter Bloem in de Nederlandse poëzie.

In het jaar dat het project Dichter bij Bloem van start ging werd onder andere een bord bevestigd bij de ingang van Villa Nuova en werd er een gedichtenwedstrijd uitgeschreven onder middelbare scholieren onder de ietwat vreemde titel Winning Moed. Het project liep tot 10 mei 2017, precies 130 jaar na zijn geboortedag. Op een overzichtsbord bij de Villa is nu nog een foto en informatie over dit project te lezen, evenals een aantal gedichten van Bloem.

Hieronder wat foto’s genomen door mijn broer en een gedicht van Bloem in sonnetvorm uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ derde druk uit 1968 het gedicht ‘De gelatene’.

.

De gelatene

.

Ik open ’t raam en laat het najaar binnen,
Het onuitsprekelijke, het van weleer
En van altijd. Als ik één ding begeer
Is het: dit tot het laatste te beminnen.
.
Er was in ’t leven niet heel veel te winnen.
Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer,
Als men zich op het wereldoude zeer
Van de miljarden voor ons gaat bezinnen.
.
Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
Hunkren naar onverganklijke beminden,
En eenzaamheid is dan gemis en pijn.
.
Dat is voorbij, zoals het leven haast.
Maar in alleen zijn is nu rust te vinden,
En dan: ’t had zoveel erger kunnen zijn.

..

Fietsen

Rein van de Wetering en Ellen Warmond

.

Dat je over een gewoon onderwerp als fietsen heel verschillend kunt dichten blijkt uit dit Dubbel-gedicht over fietsen. Allereerst is er het gedicht ‘Literatuurhistorie’ van Ellen Warmond (1930 – 2011) uit de bundel ‘Geen bloemen / Geen bezoek’ uit 1968. Dit gedicht gaat over fietsen maar eigenlijk gaat het over (de grote) dichters en hun liefhebberijen.

Het tweede gedicht is van Rein van de Wetering en is getiteld ‘Achtergelaten fiets’ uit de bundel ‘Achter de hand’ uit 1978. Dit gedicht gaat over het ding, de fiets en de dat het nog wel een fiets is in verschijning maar dat er niet meer mee te fietsen is en dat je dat ook eigenlijk helemaal niet wil (het regent).

.

Literatuurhistorie

.

Hollandser kan haast niet dat onze

twee grootste (of als grootst geziene) dichters

van een vorige generatie

beiden aan de fiets hingen

als een acrobaat aan zijn rekstok

de een in burger de ander

in uniform

.

en dat de derde (allergrootste)

zichzelf een landman noemde of een boer

op de momenten dat hij

niet meende een koe te zijn.

.

Achtergelaten fiets

.

De dynamo is stuk

het regent

de banden zijn lek

op zondag

hij staat tegen de muur

verraden

verroest

met gebroken stuur

 

A. Roland Holst

Zo kan het niet langer

Paul Bogaert

.

De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELKOM HYGIENE’ waarmee hij in 1997 de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant won. Hierna publiceerde hij nog 5 bundels waarvan ‘Ons verlangen’ in 2013 de Herman de Coninckprijs won. Zijn laatste bundel komt uit 2018 en is getiteld ‘Zo kan het niet langer’.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be is veel van zijn vroege poëzie te lezen en zijn een aantal poëziefilmpjes te bekijken. Bogaert is de voorman van wat weleens de ‘post-postmoderne’ generatie Vlaamse poëten genoemd wordt, die in de tweede helft van de jaren negentig opkwam.
In die poëzie wordt de mens neergezet als een lijdend voorwerp, een speelbal van de vertogen die hem sturen: dat van de marketing, dat van het bedrijfsbeheer en het timemanagement, dat van het consumentisme.

Uit zijn laatste bundel ‘Zo kan het niet langer’ het titelgedicht (deel 3) een mooi voorbeeld van zo’n post-postmoderngedicht.

.

Zo kan het niet langer

,

Sluit af met

ik meen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Ga langs de achterdeur. Die valt

vanzelf in het slot.

.

Ga dan toch lekker

een bosbad nemen of met iemand

uit de wabi-sabi-lobby lekker vrijen in de zon

of een lekker gedicht daarover schrijven

in een witte foert. met binnen handbereik

een multipack vederlichte

woehahaha’s.

.

Morgen dus.

Hoe moeilijk kan dat zijn.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

.

 

Antilliaanse poëzie

Luis H. Daal

.

Ik schreef al eerder over de Antilliaanse en Surinaamse poëzie en dat ik eigenlijk maar weinig weet van de dichters en poëzie van deze twee landen. Nu ben ik in het bezit gekomen van een dubbelbundeltje, eerder een tijdschrift, dat twee voorkanten heeft en getiteld is ‘kennismaking met de antilliaanse poëzie / kennismaking met de surinaamse poëzie’.  Deze uitgave werd aan de hoogste klassen van de scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen aangeboden door de Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa) in het jubileumjaar 1973.

In deze bundel zijn gedichten opgenomen die zijn gekozen en ingeleid door dr. J. Ph. de Palm en mr. H. Pos. In de bundel namen die ik ken (Edgar Cairo, Michaël Slory, Albert Helman, Tip Marugg en Alette Beaujon) maar ook, voor mij, nieuwe namen als Elis Juliana, Thea Doelwijt en Bernardo Ashetu. En ook dichter Luis H. Daal.

Luis Daal was de schrijversnaam van Luis Henrique Plácido Daal (1919 – 1997), was een Curaçaos schrijver, dichter, essayist, columnist, vertaler en kinoloog. Hij was werkzaam op de Antillen en in Spanje. Van 1968 tot 1975 was hij werkzaam op het Bureau Toezicht Curaçaose bursalen. En vanaf 1975 tot zijn pensionering in 1984 was hij hoofd Culturele Zaken op het voormalige Antillenhuis in Den Haag. Hij was 10 jaar lid geweest van het bestuur van Sticusa (Amsterdam) en 6 jaar lid van de adviesraad voor Culturele Samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk.

Daal publiceerde in het Spaans en het Papiamentu, hij vertaalde veel poëzie naar het Papiamentu en hij werd voor zijn werk verschillende malen onderscheiden in Nederland, Spanje, België en Venezuela. In de bundel is het gedicht ‘Gebed voor alle dag’ opgenomen (in het Papiamentu ‘Orashón di tur dia’) in een vertaling van Jules de Palm.

.

Gebed voor alledag

.

Lieve vader in de hemel,

zorg dat ik het brood, dat ik eet,

nooit dat zal zijn, dat ontbreekt

op de tafel van een vriend,

noch is onttrokken aan de dorre mond

van het kind van een verachte moeder.

.

Maak dat mijn vreugde

nooit de wijn zal worden

die mij of mijn vrienden

zal benevelen;

.

Zie ook toe

dat in de nog reine ziel van uw zoon

zich nimmer zullen nestelen

het gif van de haat,

de azijn van de afgunst,

de aloë van de wrok.

.

Orashön di tur dia

.

Tata dushi, den bo shelu,

hasi pa e pan ku mi ta kome

nunka tá esún ku falta

riba mesa di un amigu

ni ranka foí boka seku

di un ju dio mama ultrahá.

.

Mira pa mi alegria

nunka jega ‘i tá en biña

ku lo tin di burachá

ni mi mes mi mi amígunan;

.

mira tambe pa den alma

te aínda limpi di bo ju,

nunka n’forma nan bibá

ni venenu di un odio,

ni binágr di envidia

ni sentebibu di renkor….

.


Stenen voor het begin

Fleur Bourgonje

.

De Nederlandse schrijfster en dichter Fleur Bourgonje werd geboren in 1946 in Achterveld. In 1968 vertrok ze naar Parijs, eind 1970 naar Zuid-Amerika. Ze woonde tijdens de regeringsperiode van Salvador Allende in Chili, daarna in Argentinië, tot ook daar een militaire staatsgreep een eind aan haar verblijf maakte. Eind 1976 vestigde ze zich in Venezuela. Gedurende deze jaren bereisde ze heel Midden-en Zuid-Amerika.

Bourgogne schrijft naast romans en gedichten ook lyrische en hoorspelen. Haar werk werd o.a. vertaald in het Duits, Engels, Frans, Italiaans, Spaans, Servisch en Bosnisch en voor haar literaire werk ontving ze meerdere nominaties en prijzen.

Ze noemt zichzelf een buitenstaander die het liefst mensen en gebeurtenissen observeert. Als vanuit een vogelvlucht overzicht houden en de betrekkelijkheid der dingen inzien. Haar leven noemt ze een biografie: “De werkelijkheid blijft hetzelfde, maar hoe ik deze ervaar verandert. Daardoor zijn mijn herinneringen altijd gekleurd.”

In 1987 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de bundel ‘Stenen voor het begin’ haar poëziedebuut. Rogi Wieg schreef in een recensie over deze bundel: De toon van dit werk is goed, gedreven, maar veel gedichten blijven vaag en lijken slechts een aanzet. Poezie met veel licht, stenen, tijd en ruimte. Goede regels, maar de essentie blijft onduidelijk: ‘Woorden alleen, niet/het verhaal;/niet de bomen,/wel het bos.’

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Het huis’.

.

Het huis

.

De plant is over het balkon gegroeid,

de kale stam rust op de rand.

Zwaar van venijn

buigt haar bloem

naar de straat,

waar ik sta, vandaag.

.

Hoe kan een cactus voortbestaan,

bloeien in niets,

in leegte

na de vlucht.

.

Waarom overleeft een plant

wat in mij is doodgegaan.

.

In alles

Mandy Eggerding

.

Winnaar van de eerste Rob de Vos-prijs (opvolger van de Meander poëzieprijs en vernoemd naar de oprichter van Meander literatuur website) is Mandy Eggerding met haar gedicht ‘In alles’. Het afgelopen jaar hebben 7 juryleden, waaronder ikzelf, vele gedichten beoordeeld (231 inzendingen) en wij hebben als jury unaniem het gedicht van Mandy gekozen als beste gedicht.

Zij wint hiermee de Rob de Vos-prijs trofee en een bedrag van 100 euro (en natuurlijk eeuwige roem). De gedichten moesten geïnspireerd zijn op een thema dat uit het gedicht ‘Aarde, wees niet streng’ van Menno Wigman kwam: ‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’. Dat er vele interpretaties waren op dit thema hebben wij als jury ondervonden. Van zomerse avonden tot verre oorden, herinneringen en beschrijvingen.

Mandy Mariska Eggerding (1968) uit Amsterdam is een veelzijdig theatermaker die eigenlijk liever schrijft. Zij studeert al een aantal jaren poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dit jaar won zij de tweede prijs van de Schrijverspodiumwedstrijd en publiceerde zij in Literair Tijdschrift Poesia. Momenteel schrijft Mandy aan haar eindwerk voor de Schrijversvakschool en dat zijn een veertigtal gedichten.

Wil je meer lezen over de winnende gedichten en de Rob de Vos-prijs ga dan naar de website van Meander https://meandermagazine.nl/2019/11/rob-de-vos-prijs-2019-2

.

In alles

Op deze ochtend vol van licht kwam ik je weer tegen.
Je was niet opgestaan, lag onveranderd op je zij –
een vogel tegen het glas –
stil – maar je lachte je schuine lach
.                                              heel even
door de verstilling heen, een lente op je lippen.


Buiten brak het licht op de kozijnen
.                                               trillend.

Ik opende het raam,
                        hoeveel lichter de lucht
                        een zacht aaien dat naar binnen draait

                        zo licht als ik daar dan sta
                        zo licht als jij me raakt

zo openzwaaiend mis ik jou

in alles.

.

Aarde

René Verbeeck

.

In de Poëziereeks van het Davidsfonds werd in 1968 de bundel ‘Gedichten 1968, een keuze uit de tijdschriften’ uitgegeven waarin een overzicht van bekende en minder bekende dichters met een gedicht in zijn vertegenwoordigd. Bijzonder is dat bijvoorbeeld Herman de Coninck in deze bundel nog onbekend is en als Leraar te Mechelen beschreven staat. René Verbeeck (1904-1979) staat in deze bundel met twee gedichten waaronder het gedicht  ‘Aarde’. Verbeeck was medestichter en redacteur van De Tijdstroom (1930-1934) en Vormen (1935-1940). Hij was stichter en uitgever van de Bladen voor de Poëzie (1937-1944) en hij publiceerde verschillende dichtbundels.

.

Aarde

.

Aarde

meng nog lang

uw sterke kruiden in ons bloed

.

uw zout in ons verlangen.

.

dat wij niet spreken met gespleten tong

van hemel en van aarde

op de fijne festijnen van de geest:

.

ook de meest etherische bloem

met haar wortels in uw lichaam leeft.

.

Archeoloog

Riekus Waskowsky

.

Uit de bundel ‘Tant pis pour le clown’ uit 1966 van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932-1977) waarvoor hij in 1968 de  Alice van Nahuys-prijs won, het gedicht ‘Archeoloog’.

.

Archeoloog

.

Hij is niet gelukkig, nu langzaam,

na jaren voorbereiding, zijn handen

de bedolven stad bevrijden.

.

Kranten en vakbladen

zullen over zijn vondsten juichen

maar hij is niet gelukkig.

.

Oude vormen van wanhoop, de resten van het leven

dat hij aarzelend blootlegt, vullen zijn hart.

.

1200 jaar voor christus sterft hij dan

bij de verwoesting van Mycene.

.

Over het sparen

Gerrit Krol

.

De Groningse dichter Gerrit Krol (1934 – 2013) studeerde wiskunde en was computerprogrammeur. Naast poëzie schreef hij essays, en romans. Hij debuteerde in 1962 met de roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker en na nog eens 10 verhalenbundels, romans en essays kwam in 1976 zijn eerste dichtbundel uit met de titel ‘Polaroid’. Toch publiceerde Gerrit Krol al eerder gedichten zoals in Tirade 142 uit december 1968. Daarin zijn vier gedichten van hem opgenomen.

In deze gedichten (Over onze tekortkomingen, Over het sparen, Over het stukslaan van een ei, en Over het nut van borsten voor een vrouw en het gebruik van haar achterste) komt heel duidelijk het analytische denkvermogen van krol naar voren. In algemene zin gebruikte Krol regelmatig wiskundige elementen, schema’s en tekeningen. In het gedicht ‘Over het sparen’ ontleed Krol het sparen, hij werpt een stelling op en verbindt daar een conclusie aan die hij vervolgens weer tegen het licht houdt. In dit spel met de taal is de uitkomst even verrassend als onwaarschijnlijk.

.

Over het sparen

.

Sparen is nee zeggen tegen wat goed is.

Goed is datgene waartegen je

ja kunt zeggen, zoals slecht in het algemeen

datgene is waar je nee tegen zegt,

want wie ja zegt tegen het slechte

doet dat omdat het slechte

goed voor hem is.

.

Wat goed is

is slecht zodra het er niet meer is.

Het goede is datgene wat gekozen kan worden.

Het slechte wordt niet gekozen.

Daarom kan iets dat goed is veranderen in

iets dat slecht is.

Iets dat slecht is is goed

zodra het gekozen is.

Daarom kan het goede

dat slecht is omdat het er niet meer is

niet goed zijn omdat het

niet meer gekozen kan worden.

En daarom is het beter het slechte te kiezen hoewel dit

dus niet mogelijk is.

.

Proces

Dirk Kroon

.

In mijn boekenkast staat als een waar pronkjuweel de prachtige dichtbundel ‘Op de hoogte van de vogels’ van Dirk Kroon (1946). In deze ruim 600 pagina’s tellende bundel staan de verzamelde gedichten van deze Rotterdamse dichter tot en met 2016 (vanaf 1968). Een prachtige bundel want boordevol gedichten maar ook door de zorg en de kwaliteit waarmee deze verzamelde gedichten bijeen zijn gebracht en ontsloten.

Na een inleiding op het werk van Dirk Kroon door Leo van de Wetering volgen vele gedichten, een biografie, een verantwoording, een bibliografie en een index op alle gedichten. De gedichten zijn niet alleen de gedichten die in bundels verschenen maar ook elders zoals in literaire tijdschriften en dergelijke.

Iets kiezen uit zoveel moois is nooit eenvoudig. Ik heb daarom het boek ergens opengemaakt en ben gewoon gaan lezen tot ik een gedicht tegenkwam dat ik heel bijzonder vind. In dit geval is dat het gedicht ‘Proces’ geworden, een gedicht over het schrijfproces, dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Dagelijks despoot’ uit 2013.

.

Proces

.

Schrijven – het is tijdelijk

verblijven in een huis van stilte,

een doorwaakte nacht doorbrengen

en voor het ochtendgloren uitzien

naar tekens van het eerste licht.

.

Het is afgedwongen liefde

op het laatste gezicht,

het worden alles belovende ogen.

.

En dan het hoofd neerleggen

totdat bij een vreemd ontwaken

een onbeschreven leegte je vervult.

.

Het zijn uiteindelijk

de levenslange uren

dat je op de ander wacht

die als een laatste oordeel

plotseling je woorden uitspreekt.

.

 

%d bloggers liken dit: