Site-archief

Verleidersspel

Vasko Popa

.

Vasile ‘Vasko’ Popa (1922 – 1991) was een Servische dichter van Roemeense afkomst. De verandering van naam (in feite een vorm van bijnaam) komt in de landen van het voormalige Joegoslavië vaker voor. Zo kende ik de Kroatisch-Bosnische dichter Hrvoje Senda eerst alleen als Pero Senda. 

Na het afronden van de middelbare school schreef Popa zich in als student aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit van Belgrado . Hij vervolgde zijn studie aan de Universiteit van Boekarest en in Wenen . Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij als partizaan en werd hij opgesloten in een Duits concentratiekamp in Zrenjanin in het huidige Servië. Na de oorlog in 1949 studeerde Popa af aan de Romaanse groep van de Faculteit der Wijsbegeerte aan de Universiteit van Belgrado. Hij publiceerde zijn eerste gedichten in het literaire tijdschrift ‘Književne novine’  en het dagblad ‘Borba’ (Worstel).

Van 1954 tot 1979 was hij redacteur van uitgeverij Nolit . In 1953 publiceerde hij zijn eerste grote verzenverzameling, Kora (Blaffen). Zijn andere belangrijke werk omvatte Nepočin-polje (1956), Sporedno nebo (1968), Uspravna zemlja (1972), Vučja so (1975) en Od zlata jabuka (1978), een bloemlezing van Servische volksliteratuur. Zijn ‘Collected Poems, 1943-1976′, een compilatie in Engelse vertaling, verscheen in 1978, met een inleiding van de Britse dichter Ted Hughes.

In 1995 heeft de stad Vršac een poëzieprijs ingesteld, vernoemd naar Vasko Popa. Het werd jaarlijks uitgereikt voor het beste dichtbundel gepubliceerd in het Servisch . De prijsuitreiking vindt plaats op de dag van Popa’s verjaardag, 29 juni.

Vasko Popa schreef in een beknopte modernistische stijl die veel te danken had aan het surrealisme en Servische volkstradities en absoluut niets aan het socialistisch realisme dat de Oost-Europese literatuur domineerde na de Tweede Wereldoorlog; in feite was hij de eerste in Joegoslavië na de Tweede Wereldoorlog die brak met het socialistisch realisme. Hij creëerde een unieke poëtische taal, meestal elliptisch, die een moderne vorm combineert, vaak uitgedrukt in spreektaal en gewone idiomen en uitdrukkingen, met oude, orale volkstradities van Servië – epische en lyrische gedichten, verhalen, mythen, raadsels, en dergelijke. Hij is een van de meest vertaalde Servische dichters en in die tijd was hij een van de meest invloedrijke werelddichters geworden.

In de bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ De canon van de Europese poëzie hebben Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries het gedicht ‘Spelen: Verleidersspel’ uit 1955 van hem opgenomen in een vertaling van de Rotterdamse dichter Jana Beranová.

.

Spelen: Verleidersspel

.

De een streelt de stoelpoot

Tot de stoel zich verroert

En lief gebaart met zijn poot

.

De ander kust het sleutelgat

Kust het als waanzinnig

Tot het sleutelgat hem terugkust

.

Een derde staat terzijde

Staart het tweetal aan

Schudt zijn hoofd en schudt

.

Tot het hoofd eraf valt

.

Partijtje worstelen

Revolver

.

In een klein Vlaams dorpje onder de rook van Antwerpen kocht ik in een kringloopwinkel twee exemplaren van het tijdschrift ‘Revolver’. Ik kende het tijdschrift niet maar na enig speurwerk blijkt dit driemaandelijkse tijdschrift verschenen te zijn tussen 1968 en 2009. Verantwoordelijk uitgever was Gerd Segers en mijn exemplaren zijn uit 1994 en 1995. De prijs voor een jaarabonnement was toen 850 respectievelijk 900 Belgische Franc (zo’n 45 gulden voor 4 nummers) en daarvoor kreeg je wel waar voor je geld.

In Revolver 20/3 (1994) Poetry on the road, of Revolver gaat op reis naar Rotterdam (Poetry International). In dat nummer poëzie van Leo Vroman, Herman de Coninck, Lars Gustafsson, Jack Mapanje, Eva Gerlach, Leonard Nolens, Joachim Sartorius en Kazuko Shiraishi.  In de oorspronkelijke taal (wanneer niet Nederlands) en in vertaling.

Ik koos voor een gedicht van dichter Jack Mapanje (1944) uit Malawi met het gedicht ‘Partrijtje worstelen’ in een vertaling van Daan Bronkhorst.

.

Partijtje worstelen

.

Dus zoon

de volgende keer als je

weer dier speelt op het zand,

speel geen hyena meegesleurd

door de leeuw, speel

liever de leeuw,

zonodig

sleur je hem mee

doe de hyena die

de leeuw heeft gedood

en als hij gromt

zeg hem dan dat het maar

een spel is – beestenspel

jullie zijn mensen en

de volgende keer is hij

sowieso aanvoerder

in kippenstelen

varkensbloedtappen

en zulk vermaak.

dit was het laatste

partijtje

worstelen!

.

First Poem Piece

Bruce Nauman

.

In het Stedelijk Museum in Amsterdam is momenteel een tentoonstelling te zien van het werk van Bruce Nauman (1941). Deze tentoonstelling bestaat uit een dwarsdoorsnede van deze Amerikaanse kunstenaar. Nauman hoeft geen onbekende kunstenaar te zijn want werk van zijn hand is in verschillende Nederlandse musea (Kröller-Müller museum, Bonnefanten museum, van Abbe museum, Stedelijk museum) te zien. Hoewel er veel videokunst is te zien (aardig maar ik vond het niet bijzonder) is er ook voldoende beeldend werk te bewonderen, waaronder het werk ‘First Poem Piece’.

Bij ‘First Poem Piece’ staat als verklaring: “Dit werk bestaat uit een vierkante stalen plaat waarop Nauman in rasters en regels zinnen heeft geëtst, een eerste gedicht zeg maar. In elke nieuwe regel is een woord weggelaten, waardoor de betekenis van de zin verandert. De lichtheid van de tekst die steeds verdwijnt staat in contrast met de fysieke aanwezigheid van de meer dan 250 kilo zware plaat.”

De regel luidt: You may not want to be here, maar in de twee laatste regels verandert Nauman het woord here, voor hear (hier voor horen) waardoor het gedicht extra lading krijgt.

Het werk komt uit de collectie van Martin en Mia Visser. Zij hebben op basis van een tekening (zie hieronder) dit sculptuur door Nauman laten uitvoeren.

.

.


Je werkt nu zelfstandig

Paul Bogaert

.

Ik zal niet beweren dat dichters alwetend zijn (dat zijn ze namelijk niet) maar soms lees ik een gedicht en dan twijfel ik, heel even. Lezend in de bundel ‘de Slalom soft’ uit 2009, van de Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) kwam ik het gedicht ‘Je werkt nu zelfstandig’ tegen. Het lijkt alsof verschillende regels regelracht verwijzen naar de huidige werksituatie van veel mensen die gedwongen thuis werken “wie lange tijd niets inzingt, zakt weg” en “Je profileert ondertussen door veel te bestellen”, dat laatste waarschijnlijk meer onbewust dan bewust. Uiteraard gaat dit gedicht over hoe je als mens en gebruiker van internet en computersystemen gevolgd wordt (en geleefd) maar met een schuin oog gaat dit gedicht over veel mensen in hun huidige situatie.

Paul Bogaert studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELCOME HYGIENE’ waarvoor hij de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant 1997 kreeg. Hij schreef ook het gedichtendagessay 2008 (Verwondingen). Zijn eerste drie dichtbundels staan integraal op zijn website https://www.paulbogaert.be/gedichten/bundels/.

In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010. Uit deze bundel dus het gedicht ‘Je werkt nu zelfstandig’.

.

Je werkt nu zelfstandig

.

Je werkt nu zelfstandig en uit eigen beweging

aan je gegevens en zodoende word je levenslang

met de database intiem,

door de input beroest en door scores gekust.

Je verbetert/bevestigt wat afwijkt

als dat wordt gevraagd.

Wie niets gelooft of

wie lange tijd niets inzingt,

zakt weg.

Je profileert ondertussen door veel te bestellen.

Je kunt jezelf onmogelijk als dood aanvinken.

Er is een persoonlijk invulveld voor twijfels.

.

Gedicht over een bibliotheek

Tracey Herd

.

De in Dundee (Schotland) geboren dichter Tracey Herd (1968) debuteerde in 1995 met de bundel ‘No Hiding Place’ die meteen op de shortlist kwam van de Forward Prize. Voor haar debuut was ze al gepubliceerd in een aantal bloemlezingen zoals ‘New Women Poets’ uit 1990 en ‘The Gregory Anthology 1991-1993’. Herd studeerde Engelse en Amerikaanse studies aan de universiteit van Dundee. Van 2009 tot 2011 was Herd een Royal Literary Fund Fellow aan de Dundee University en ze is momenteel een Royal Literary Fund Lector aldaar.

Een van de grote passies van Herd is paardenrennen. Haar eerste gedicht werd gepubliceerd in ‘Pacemaker’, een tijdschrift voor het fokken van paarden, en ze heeft online beoordelingen en overlijdensberichten geschreven van paarden die ze bewondert. De poëzie van Herd wordt beschreven als ‘onschuldig huiselijk’ en ‘donker seksueel’.  De Australische dichter, criticus en essayist John Kinsella omschrijft haar werk als ‘riskant en uitdagend’. 

Op zoek naar een gedicht van haar hand kwam ik het gedicht ‘Library’ tegen en je begrijpt dat ik dat gedicht hier met je wil delen.

.

Library

.

When he’s away she doesn’t like it much,
Pushing the reheated food around the plate,
The big, brass key rigid in the lock
Which she’ll go back three times
To check before turning off the radio
And taking the water-glass to bed.

.

Christie, Sayers, Marsh are sitting
Well-mannered on the shelf
Pushed in tight to keep
Their suave murderers inside,
Their victims choked cries unheard.

.

She turns over onto her other side
Pushing the pillows forward, back,
Thinking of the spinster pulling weeds
And tidying the tubs in her well-tended
Garden in St. Mary Mead, between murders
As it were, but soon will come
The poison pen, the bullet in the dark
That could have been blindly fired
When the house’s lights went out
But was only ever meant for one.

.

kleine tietjes

Ilja Leonard Pfeijffer

.

Een dichter waar ik regelmatig aandacht aan besteed, maar dan niet als dichter, maar als samensteller van de dikke verzamelbundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie (samen met Gert Jan de Vries) is Ilja Leonard Pfeijffer (1968). Deze dichter en schrijver is de laatste jaren voornamelijk in beeld als schrijver van zeer succesvolle romans als ‘La Superba’ en ‘Grand Hotel Europa’. Als dichter is hij bij het grote publiek minder bekend maar onder de liefhebbers en lezers van poëzie wel degelijk.

In 2008 verscheen de bundel ‘De man van vele manieren’ verzamelde gedichten 1998-2008 (uit zijn eerste vier bundels). In deze bundel staat het gedicht dat om verschillende redenen mij kan bekoren getiteld ‘kleine tietjes…’.

.

kleine tietjes…

.

kleine tietjes in een strak

regime van petieterigheid met een rokje

wat moet je ermee Ilja?

.

wil je haar soms downloaden

voor je collectie? o ze stapt al op

gelukkig maar

.

zwarte laarzen ook

.

je wilt niet thuis zijn en ook niet naar buiten

en in geen geval kinderen

.

ja rome ach rome

.

dat ligt ook steeds verder weg

.

Auto

Willem van Toorn

.

In 1960 debuteerde dichter, romanschrijver en vertaler Willem van Toorn (1935) met de dichtbundel ‘Terug in het dorp’ (in 1959 was zijn formele debuut met de novelle ‘De explosie’). Inmiddels zijn we vele publicaties (waaronder 13 dichtbundels) verder maar was zijn laatste dichtbundel inmiddels alweer uit 2009 (‘De hofreis’). De poëzie van Willem van Toorn dreigt zo wat in de vergetelheid te raken terwijl het zo’n bijzonder dichter is. Zijn gedichten zijn doortrokken van een liefdevolle ironie waarbij het thema (on)zekerheid centraal staat. In het gedicht ‘Auto’ uit de bundel ‘Landschap voor een dode meneer’ uit 1968 staat het gedicht ‘Auto’ waarin de auto bijna menselijke eigenschappen krijgt toebedeeld door Willem van Toorn.

.

Auto

.

De auto scheidt wegen af

uit zijn achtereind, talloze meters

landschap verteerd tot verleden

verbruikt asfalt, uitlaatgas.

.

Meedogenloos, achter glas,

zien wij de kijkende levens

van boeren met zondags gesteven

gebaren, van koeien, van gras-

.

groene graasdorpen één

tel lang bestaan en dan bijt de

snelheid hen tot op het been

kaal en zij glijden als lijken

bleek van het netvlies. Luid

braakt de uitlaat hen uit.

.

Louise Glück

Winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur 2020

.

Donderdag werd bekend dat de Nobelprijs voor de Literatuur dit jaar naar de Amerikaanse dichter Louise Glück gaat. Ik kende haar niet maar in een artikel over haar dat in het NRC verscheen kun je al veel informatie halen https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/08/zoeken-naar-het-universele-a4015223 .

Louise Glück (1943) debuteerde in 1968 met de bundel ‘Firstborn’ waarna nog 15 bundels volgden. Glück werd in 2003 benoemd tot ‘Poet Laureate Consultant in Poetry’ aan de Library of Congress, nadat ze daaraan van 1997 tot 2000 als ‘Special Bicentennial Consultant’ verbonden was geweest. Zij is assistent-hoogleraar en ‘Rosencrantz Writer in Residence’ aan Yale University. Belangrijke thema’s in haar werk zijn verdriet en verlangen als facetten van inspiratie, vaak verbonden met de natuur. Haar poëzie valt op door de openlijke expressie van droefenis en eenzaamheid. Door in haar gedichten eigen ‘personae’ in het leven te roepen verbindt ze autobiografische elementen met klassieke mythologie. Naast de Nobelprijs voor de Literatuur is de belangrijkste prijs die ze mocht ontvangen de Pulitzer Prize voor haar bundel ‘The Wild Iris’ uit 1992.

Dichter Erik Menkveld vertaalde in 2004 een aantal gedichten van Glück en haar gedicht ‘Sunset’ werd in zijn vertaling ‘Avondrood’.

.

Avondrood

.

Mijn grootste vreugde

is het geluid van jouw stem

als die me roept zelfs in wanhoop; mijn verdriet

dat ik je niet kan antwoorden

in een spraak die je als de mijne ervaart.

.

Je hebt geen vertrouwen in je eigen taal.

Dus hecht je gezag aan tekens

die je niet nauwkeurig kunt lezen.

.

En toch bereikt je stem me altijd.

En ik antwoord aanhoudend,

terwijl mijn woede luwt, naarmate de winter vergaat. Mijn tederheid

zou je duidelijk moeten zijn

in de koelte van de zomeravond

en in de woorden die uitgroeien

tot je eigen antwoord.

.

Sunset

.

My great happiness

is the sound your voice makes
calling to me even in despair; my sorrow
that I cannot answer you
in speech you accept as mine.

.

You have no faith in your own language.
So you invest
authority in signs
you cannot read with any accuracy.

.

And yet your voice reaches me always.
And I answer constantly,
my anger passing
as winter passes. My tenderness
should be apparent to you
in the breeze of summer evening
and in the words that become
your own response.

.

Gerrit Kouwenaar

Hermetische poëzie

.

Hermetische poëzie is voor de meeste mensen iets ongrijpbaars. Ik ken poëzielezers die zeer bedreven zijn in het lezen en interpreteren van poëzie maar niet aan hermetische poëzie beginnen omdat men er niks mee kan, of omdat men er geen betekenis in kan vinden. Wat is hermetische poëzie nou eigenlijk? Letterlijk betekent het: gesloten poëzie. Gedichten die zo weinig naar iets buiten zichzelf verwijzen (behalve soms naar het overige werk van de auteur), dat ze bijna ontoegankelijk voor de lezer zijn.

De term wordt dan ook heel vaak gebruikt als synoniem voor heel moeilijke poëzie ( die niet perse hermetisch is in de letterlijke zin). In de 20e-eeuwse Italiaanse literatuur wordt de stroming van het ‘ermetismo’ onderscheiden, waartoe belangrijke dichters behoorden als Guiseppe Ungaretti (1888-1970), Eugenio Montale (1896-1981) en Salvatore Quasimodo (1901-1968). Hermetische poëzie werd in Nederland o.a. geschreven door Gerrit Kouwenaar (1923-2014) en Hans Faverey (1934-1990). De bekendste hermetische dichter uit het buitenland is de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898), die tot de stroming van het symbolisme behoorde.

In ‘Ons Erfdeel’ uit 1997 schrijft Ron Elshout over de bundel ‘De tijd staat open’ uit 1996 van Gerrit Kouwenaar over het onderstaande gedicht gedicht:
“maar ik hecht er wel aan er nog maar eens op te wijzen dat zo’n gedicht over zo’n moment in Kouwenaars geval niet alleen een beschrijving van een gebeurtenis is, maar dat het gedicht zelfs de verbeelding van dat moment te boven gaat en als het ware gedurende de tijd dat ik het lees even die ervaring wordt. Hier wordt dat bereikt doordat het gedicht een hoog stamel- en van-de-hak-op-de-tak-gehalte heeft, de lezer maakt daardoor tijdens het lezen van het gedicht de verwarring even mee, ondervindt haar. Ergens in deze bundel noemt Kouwenaar dat ‘iets om even te schrikken’. Let op! Niet: ‘iets om even van te schrikken’. ‘Alleen’ door het weglaten van het voorzetsel komt de schrik dichterbij, en dat heeft weliswaar een talige oorzaak, maar een voor de lezer zeer lijfelijk voelbaar gevolg.”
.
Wil je meer lezen over hermetische poëzie lees dan vooral mijn post https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/06/26/hermetische-poezie/ waarin ik verwijs naar een artikel van Joris Lenstra op Meandermagazine.net over ditzelfde onderwerp.
.
Er schikt een ogenblik tegen de hor, nee
dit is vertaald, het is een slaap, het is
de nachtvlinder het daglicht, leeg

lopend in het steenslag

.

er ligt gefluister over de mond, blind
zicht over het oog waar men in zit, dat het licht
ontkent wat de taal verduistert, nee het is
de kelder de doofheid de witte krekel
.
nee het is de radio die luistert, nee
het is geschreven, het is wat niemand –
.
.
.

De Stenen Strofe

Gedichtenroute

.

De stadsarchivaris van Bergen op Zoom, Cees Vanwesenbeeck kreeg in 1996 de Sakkoprijs voor Kunsten en Letteren. Hij besteedde een deel van zijn prijzengeld aan een opdracht aan de dichter Bert Bevers, om een gedicht te schrijven voor op de kopgevel van het gebouw van de Gemeentelijke Archiefdienst (later het Regionaal Historisch Centrum).

 

Dat gedicht werd ‘Bergen op Zoom’. Marc Meeuwissen maakte het grafisch ontwerp en in november 1997 werd het gedicht onthuld. De reacties waren zo enthousiast dat de gedachte post vatte een hele reeks van dit soort Stenen Strofen doorheen de gemeente te realiseren.

Andere steden hebben weliswaar vergelijkbare projecten, maar de Stenen Strofen zijn door de desbetreffende dichters op verzoek van het comité steeds ofwel op Bergen op Zoom geschreven, ofwel op de locatie waar ze werden gerealiseerd. Maar er zijn ook gedichten opgenomen van de in Bergen op Zoom geboren dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968).

De gedichten worden gejureerd door Wim van Til (directeur van het Poëziecentrum Nederland), Tony Rombouts (ere-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen) en telkens de voorgaande dichter.

Inmiddels is zijn er vele gedichten aan de route toegevoegd, 15 in het stadscentrum en 4 buiten het stadscentrum en nog steeds komen er gedichten bij. Soms is er gekozen voor de uitvergroting van een fragment. Het hele gedicht is in alle gevallen te lezen op een speciaal aangebracht bordje.

Gedichten zijn er te genieten van dichters als Hans Tentije, Albert Hagenaars, Johanna Kruit en Ester Naomi Perquin van wie het gedicht ‘Iemand bedacht’ is aangebracht op een gevel aan de Zuidmolenstraat. Meer informatie vind je op https://www.stenenstrofen.nl/index.html

Iemand bedacht

.

Een man gaat slapen in een dorp en wordt wakker in een stad.

Zijn bed is blijven staan, zijn huis, de naam

die hij kent is gebleven.

.

Ach, niemand vertelt hem ooit wat. Hij staat op en wast zich,

het is een doodnormale dag. Hij spoelt dorpsstof van zijn huid,

luistert naar de kerk, de hoge vogels, opent dan het luik.

.

En kijk eens aan, de lengte van de horizon, de halve hemel

en acht eeuwen stedelijk leven rollen zich

recht voor hem uit.

.

Een dorp past doorgaans in één blik. Een stad in steeds opnieuw

beseffen waar je bent. Steeds andere ogen om te zien dat je bed

vannacht is gebleven, dat je huis er nog staat.

Dat je woont in een naam die je kent.

.

%d bloggers liken dit: