Site-archief

Herkenningsteken

Anton van Duinkerken

.

In de bundel ‘Dichterkeur, een keuze uit verzen dezer eeuw’ uit 1949 samengesteld door dr. W.L. Brandsma komen een aantal dichters voor waar je tegenwoordig vrijwel nooit meer iets van hoort. En dat is zeker niet altijd terecht.

Zo gaf van Duinkerken(1903 – 1968) in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw verschillende dichtbundels uit, publiceerde hij in 1932 een grote bloemlezing; Dichters der Contra-Reformatie, en in 1939 Dichters der Emancipatie en werd hem de C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs toegekend.

Uit de bundel ‘Tobias met de Engel’ uit 1946 komt het gedicht ‘Herkenningsteken’.

.

Herkenningsteken

.

Een klerk herkent men aan zijn hand,

Een koning aan zijn beeldenaar,

Een vingerafdruk wijst, wat kant

Men zoeken moet naar stokebrand,

Bankrover, dief of moordenaar.

.

Doch wie den dichter kennen wil

Moet raden, wat verborgen pijn

Hem zo geduldig en zo stil

Doet buigen voor de vreemde gril

Der woorden, die zijn dienaars zijn.

.

Geen rijmkracht en geen beeldenschat,

Geen onophoudelijk taalgevijl

Onthullen wat zijn hart bevat.

Men kent hem aan ’t onzegb’re, dat

Hij wegveinst in zijn stijl.

.

Advertenties

Lennaert Nijgh

Pastorale

.

In het onvolprezenmaandblad van het Genootschap Onze Taal, Onze taal, van december 2017 staat een mooi beschrijvend artikel van Guus Middag over de tekst/liedjesschrijver Lennaert Nijgh. Zie dat je dit tijdschrift te pakken krijgt en lees dit artikel. In het stuk behandelt hij de tekst van het lied ‘Pastorale’ gezongen door Ramses Shaffy en Liesbeth List, een duet dat Nijgh samen met Boudewijn de Groot schreef in 1968. Middag beschrijft in dit artikel de kosmische poëzie die in dit lied zit. Ik ben het met hem eens, de tekst van ‘Pastorale’ is, uitgeschreven gewoon een prachtig gedicht. Oordeel zelf.

.

Pastorale

 

Mijn hemel blauw met gouden harp
Mijn wolkentorens, ijskristallen
Kometen, manen en planeten, aah alles draait om mij
En door de witte wolkenpoort tot diep onder de golven
Boort mijn vuur, mijn liefde, zich in de aarde
En bij het water speelt een kind
En alle schelpen die het vindt gaan blinken als ik lach

‘k Hou van je warmte op mijn gezicht
Ik hou van de koperen kleur van je licht
Ik geef je water in mijn hand
En schelpen uit het zoute zand
Ik heb je lief, zo lief

Ik scheur de rotsen met mijn stralen
Verhoog de meren in de dalen en
Onweersluchten doe ik vluchten, aah als de regen valt
Verberg je ogen in een hand
Voordat m’n glimlach ze verbrandt
M’n vuur, m’n liefde, mijn gouden ogen
’t Is beter als je nog wat wacht
Want even later komt de nacht en schijnt de koele maan

De nacht is te koud, de maan te grijs
Toe neem me toch mee naar je hemelpaleis
Daar wil ik zijn alleen met jou
En stralen in het hemelblauw
Ik heb je lief, zo lief

Als ik de aarde ga verwarmen
Laat ik haar leven in m’n armen
Van sterren weefde ik het verre, aah het noorderlicht
Maar soms ben ik als kolkend lood
Ik ben het leven en de dude
In vuur, in liefde, in alle tijden
M’n kind ik troost je, kijk omhoog
Vandaag span ik mijn regenboog
Die is alleen voor jou

Nee nooit sta ik een seconde stil
‘k Wil liever branden neem me mee
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil
Wanneer je vanavond gaat slapen in zee
Geen leven dat ik niet begon
En vliegen langs jouw hemelbaan
Je kunt niet houden van de zon
Ik wil niet meer bij jou vandaan

Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief

.

Op de hoogte van de vogels

Recensie

.

Dirk Kroon (1946) debuteerde op aanraden van zijn leermeester Victor E. van Vriesland, met ‘Materiaal voor morgen'(1968). In april 2017 verscheen zijn meest recente bundel, ‘Op de hoogte van de vogels – verzamelde gedichten’ waarvan hieronder een recensie.

Tussen de uitgave van deze twee bundels studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Leiden en werkte hij als part-time docent in het hoger onderwijs, tot hij zich in 2006 geheel aan het schrijven kon wijden. Hij publiceerde gedichten, bloemlezingen en aandachttrekkende compilaties over o.a. Leopold, Nijhoff, Slauerhoff en Vasalis.

In literaire tijdschriften publiceerde hij recensies en essays over dichters van zijn voorkeur, wat leidde tot de omvangrijke uitgave ‘Is het werkelijk? Verkenningen van dichters’ (2015). Meer informatie over Dirk Kroon vind je op www.dirkkroon.nl

Recensie ‘Op de hoogte van de vogels’.

Na een liefdevolle inleiding van Leo van Wetering, waarin hij 35 jaar dat ze elkaar nu kennen doorneemt aan de hand van de poëzie van Dirk Kroon, en waarin hij ook al aangeeft hoe de poëzie van Kroon zich heeft ontwikkeld, wat zijn belangrijkste thema’s zijn en wat Kroon nog meer gedaan heeft in de halve eeuw die hij als dichter actief is, volgen alle gedichten die Dirk Kroon gepubliceerd heeft tussen 1968 en 2016.

De bundel ‘Op de hoogte van vogels’ kreeg ik van Dirk en ik moet zeggen dat ik onder de indruk ben. Meer dan 500 pagina’s poëzie, gedichten die je makkelijk leest maar waarnaar je,  zo merkte ik,  soms ook weer even naar terugbladert. Om nogmaals te lezen, te begrijpen wat Dirk je precies voorschotelt.

In zijn oudste werk is de anekdote nooit ver weg. Persoonlijk lees ik graag poëzie die serieus is, die dieper gaat dan wat er staat en me zo nu en dan ook laat glimlachen. Dirk Kroon is een dichter die zulke poëzie schrijft. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Heldendom’

.

Vertederd geweerschot,

minzame verminking.

.

De soldaat zorgt

net niet voor zelfmoord.

.

De volgende dag

staan de kranten er vol van.

.

Zoals Leo van Wetering in zijn inleiding als schrijft, zijn de liefde en sterfelijkheid nooit ver weg in Kroons poëzie. Een mooi voorbeeld vind ik het gedicht ‘Beladen’.

.

Laadmeester dood,

je vaartuig ligt klaar,

volgens standaardcontract

wacht de bemanning.

.

Slaap nu maar lang

tot je gewekt wordt,

de angst van je gast

is diep verankerd.

.

Achter zijn ogen

de zelfkant van de wimpers,

brandt nu een vuurrode zon

voor zijn verbleekte geliefden.

.

Geen traan die men laat

kan dit nog stoppen.

Het schroeien neemt tijd,

vaagt genietingen weg.

.

Slaap tot het water

verlangens ook dooft,

loodzware last

die je wel wilt tillen.

.

Maar niet alleen de dood, de sterfelijkheid en de vergankelijkheid zijn thema’s van Kroon. Ook de liefde ontbreekt niet, soms zelf erotisch getint. Misschien niet altijd meteen herkenbaar maar in het gedicht ‘Geven en nemen’ spat de lust en het plezier van de pagina.

.

Zij komt handen tekort

om liefde te geven;

jij biedt haar een bed

voor een ferme omstrengeling.

.

Wanneer zij in haar warme

kleine strijd ontbrandt,

krijgt zij je meest geheime

verlangens te pakken.

.

Ze neemt je bazig te grazen,

beetje voor beetje,

met de tanden gewapend

om niet te vergeten

waar zij geweest is.

.

Als zij haar sporen

zo ruimschoots verdient,

valt ze jou lovend

en biedend in handen.

.

Alle bundels in deze vuistdikke verzameling kennen een vaste structuur, gedichten met een titel, van een kort tot gemiddelde lengte. Zo lees ik ze graag. Alleen in de bundel ‘Vergeefs verweer’ uit 2016 wijkt Kroon hiervan af. Het gedicht ‘Thema met variaties’ beslaat maar liefs 13 pagina’s.  De index achterin de bundel is voor mij een bron van vreugd en plezier. Aan de titels van de gedichten kun je een dichter ook beter leren kennen. Voor een poëzie schrijver zoals ik, is een gedicht zoeken bij een gebeurtenis dan ook niet moeilijk.

Al met al heb de bundel ‘Op de hoogte van vogels’ met veel plezier gelezen. Een bundel waarin zijn werk in de volle breedte genoten kan worden. Dirk Kroon schrijft gedichten voor ervaren poëzie lezers maar zeker ook voor beginnende poëzie lezers. Zijn taal en thema’s zijn begrijpelijk en helder. De vele extra informatie in de bundel zijn een plus voor wie de dichter Dirk Kroon nog beter wil leren kennen. De bundel in hardcover is overal in de (web-)winkels te koop voor € 35,-.

.

 

Halina Poświatowska

Liefdespoëzie

.

Halina Poświatowska ( 1935 – 1967) was een Pools dichter die door een ongeneeslijke hartafwijking niet oud is geworden. In 1967 overleed zij na een hartoperatie aan trombo-embolische complicaties. Poświatowska behoort tot de moderne tijd dichters in Polen. Ze debuteerde in 1956 met gedichten in het blad ‘Gazeta Czestochowa’. Hierna volgden drie dichtbundels met titels als ‘Today’ (1963), ‘Ode to hands’ (1966) en postuum ‘One more memory’ (1968).

De belangrijkste motieven van haar poëtische werk zijn de liefde en de dood.  Bewust van haar broosheid, heeft Poświatowska herhaaldelijk haar tegenstand tegen het onbegrensde lot uitgesproken. Zij klaagde de onvolmaaktheid van het menselijk lichaam aan, maar ze gebruikte ook elk moment van haar leven. In haar werken negeerde ze haar vrouwelijkheid. Ze schreef over zichzelf en andere vrouwen als heldinnen. Dit alles ingebed in diepe filosofische gedachten. De poëzie van Halina Poświatowska is een studie van de menselijke natuur, van een liefdevolle vrouw en  van een vrouw die bewust is van haar sterfelijkheid.

Uit ‘Heb medelijden, tijd’ Poolse poëzie van de twintigste eeuw uit 2003, het gedicht zonder titel in vertaling van Karol Lesman.

.

*

.

Ik ben Julia

ik ben 23 jaar

ooit proefde ik van de liefde

ze smaakte bitter

als een kop zwarte koffie

versterkte

mijn hartslag

prikkelde

mijn levend organisme

wiegde mijn zintuigen

.

ze heeft me verlaten

.

ik ben Julia

op een hoog balkon

hangend

schreeuw ik kom terug

ik roep kom terug

ik bezoedel

mijn gebeten lippen

met de kleur van bloed

.

ze is niet teruggekomen

.

ik ben Julia

ik ben duizend jaar

ik leef-

.

 

Op de hoogte van de vogels

Dirk Kroon

.

Dirk Kroon (1946) schrijft al vanaf zijn debuut in 1968 aan een landschap waarin het goed toeven is. Dat schrijft Wim van Til achterop de bundel ‘Op de hoogte van de vogels’ van Dirk Kroon. Deze meer dan vuistdikke bundel is het verzameld poëziewerk van Dirk.

Ik ben de bundel aan het lezen om er een recensie aan te wijden maar omdat het zo’n dikke bundel is (ruim 600 pagina’s) kan het nog even duren voor ik zover ben.

Toch wil ik alvast een gedicht van Dirk delen met jullie. Uit deze bundel, maar oorspronkelijk uit ‘Materiaal voor morgen’ uit 1968, het gedicht ‘Geëngageerd’.

.

Geëngageerd

.

Je schrijft dan maar

dat het goed gaat,

dat de doden opgestapeld in je kamer liggen,

.

je stamelt dan maar van liefde

en je lost een paar schoten.

.

De dagen zijn toch niets meer waard.

Na een vijftigtal jaren van volwassenheid pakweg

blijft er niets van je over

en wat zegt het.

.

In mantels van tandvlees

Ton Luiting

.

In 1971 verscheen bij de noord-nederlandse poëziereeks “taal op de tong”deel 1 met als titel ‘In mantels van tandvlees’. Dit heerlijk obscure werkje vond ik in een kringloopwinkel. Wat al helemaal grappig is , is dat het in Oudenaarde (België) werd gedrukt bij uitgeverij Saeftinge én bij uitgeverij de Koepel in Roosendaal.

In deze bundel staan gedichten van dichters als Hans Dütting, Catharina de Haas, Remco Heite, Wouter Kotte, Wim Pendrecht en Jan Visser. Zij staan ook op een werkelijk prachtige jaren zeventigfoto op de achterflap. Van elke dichter staat er een korte bio- en bibliografie (indien aanwezig) en zelfs korte stukjes uit krantenrecensies (indien aanwezig).

Kortom veel te genieten in dit bundeltje. In de categorie (bijna) vergeten dichters kunnen alle 6 de dichters zo bijgeschreven worden. Misschien is het dus niet de laatste keer dat ik uit dit bundeltje put.

Voor nu heb ik gekozen voor Wim Pendrecht. Als C.W. van der Neut geboren in 1930 woonde hij vooral in het Gooi. Behalve met het geven van taal-onderwijs houdt hij zich (in 1971) bezig met de taal van de liturgie en van de poëzie. In 1968 verscheen van hem de bundel ‘Communicerend’ en was zijn bundel ‘Voor de zonen van aardman’ in voorbereiding.

.

Belastende verklaringen

.

Familiereünie

.

Van woorden met een neef of nicht

wemelt het huis: een gek gezicht

al die portretten die maar jonger worden-

in ’t nieuw geslacht tenminste (en allicht)!

.

Pseudoniem

.

Mijn naam ontloopt de burgerlijke stand

en schuilt nu weg onder de hand.

Wanneer die naam is uitgeschreven

maakt hij zich overbodig en van kant.

.

Schools

.

Argeloos gaan zij naar school, in draf.

In rechte rijen levert men ze af

om in een proeflokaal te onderzoeken

wie koren is en wie het kaf.

.

Afgrond

.

Leven alleen bij plus en min

is dor en doelloos, zonder zin.

Wie aarzelt voor de tijd als voor een zwarte diepte

die valt er wikkend, wegend in.

.

Dichter op verzoek

Deel 2

.

Op verzoek van Richard Langbroek wil ik vandaag in het kader van Dichter op verzoek, aandacht besteden aan de (geboren Haagse) dichter en vertaler Gerard den Brabander (1900 – 1968).

Gerard den Brabander was samen met Jac. van Hattum en Ed Hoornik samensteller van de bloemlezing ‘Drie op één perron’ uit 1960. De samenstellers werden wel tot de Amsterdamse school gerekend – dichters die afstand namen van de opvattingen die in het tijdschrift Forum werden uitgedragen, o.a. door Menno ter Braak en E. du Perron. Ze lieten het anekdotische toe in de poëzie en ook sociaal engagement. Het werk van den Brabander wordt wel getypeerd met termen als sarcastisch, cynisch, opstandig en suggestief.

Den Brabander wordt samen met een aantal generatiegenoten wel tot de Criteriumdichters gerekend. Hij schreef ook regelmatig in het literaire tijdschrift Criterium. Hij was bevriend met Theun de Vries. Deze kende hem in 1947, samen met  Victor E. van Vriesland en Cola Debrot, de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam toe voor ‘De steenen minnaar’ uit 1946.

Uit de bundel ‘Drie op één perron’ het gedicht ‘Herfstnacht in de Tuilerieën’.

.

Herfstnacht in de Tuilerieën

Alle banken hebben hun gelieven
aan de moede scheemring toevertrouwd.
En zij huiveren diep in eigen hout
sinds de minnenden zich stil verhieven.

Nacht en regen. Soms een roep door ’t woud
van een duif en het onhoorbaar klieven
van het duister, dat zich slapend houdt
om de laatste liefde te gerieven.

Verder niets. De nacht en ik alleen,
eenzaam wandelend aan de rand der tijden,

zó verheugd en zó bedroefd meteen
om mijn voeten die een afscheid schrijden…

En de zachte regens om mij heen
of iemand ingehouden schreide…

.

 

Het orgeltje van Yesterday

Weggaan

.

In 1968 werd door uitgeverij van Oorschot het bundeltje ‘Het orgeltje van yesterday’ van Rutger Kopland uitgegeven. Een klein en minder bekend bundeltje met maar 27 gedichten. Toch waren er in 1988 al veertien drukken verschenen. Lezend in de bundel werd ik op een positieve manier getroffen door het gedicht ‘Weggaan’ dat gaat over weggaan en toch eigenlijk niet weggaan. Daarom hier dit gedicht.

.

Weggaan

.

Weggaan is iets anders

dan het huis uitsluipen

zacht de deur dichttrekken

achter je bestaan en niet

terugkeren. Je blijft

iemand op wie wordt gewacht.

.

Weggaan kun je beschrijven als

een soort van blijven. Niemand

wacht want je bent er nog.

Niemand neemt afscheid

want je gaat niet weg.

.

Bemoediging

Wolf Biermann

.

De Poëzie van de Duitse dichter en zanger (Karl) Wolf Biermann (1936)  staat in het teken van het gedeelde Duitsland. Ook uitte hij fundamentele kritiek op het stalinistische regime van het voormalige Oost-Duitsland in zijn gedichten. Hij wordt dan ook vooral als een politiek dichter gezien.

Zijn vader werd als Jood en verzetsman vermoord in Auschwitz en op 14 jarige leeftijd (wat zijn verdere leven getekend heeft), was hij al lid van de Freie Deutsche Jugend (een communistische jeugdbeweging). In 1953 verhuisde hij op 17 jarige leeftijd naar de DDR. Daar begon hij met het schrijven van gedichten en liederen. In 1963 leidde het stuk Berliner Brautgang tot het eerste conflict met de autoriteiten. Het door hem opgerichte Berliner Arbeiter- und Studententheater wilde dit stuk spelen, dat over de bouw van de Berlijnse Muur handelde. Het mocht niet worden opgevoerd en het theater -een verbouwd cinemazaaltje- werd gesloten voordat de première kon plaatsvinden. In datzelfde jaar werd hij ook geweigerd als lid van de communistische partij van de DDR, de SED.

Nadat in 1965 zijn gedichtenbundel “Die Drahtharfe” en zijn eerste langspeelplaat “Wolf Biermann (Ost) zu Gast bei Wolfgang Neuss (West)” worden uitgegeven in de Bondsrepubliek, verbiedt de DDR-overheid Biermann om nog op te treden, te publiceren of buiten de DDR te reizen. De SED beschuldigt hem van klassenverraad en obsceniteit. Vanaf dat moment komt werk van Biermann dan ook vooral uit in West Duitsland waarna dit clandestien zijn weg vindt naar Oost Duitsland.

In 1976 mag hij voor het eerst weer naar West Duitsland om op te treden. Als hij daar verblijft wordt zijn staatsburgerschap van de DDR ingetrokken en kan hij niet meer terug naar de DDR, ondanks grote protesten van schrijvers, kunstenaars en intellectuelen uit het West en Oost Duitsland.

Biermann zette zijn carrière verder met optreden en nieuwe teksten, waarin hij de DDR op de korrel bleef nemen en tegelijk ook zijn geloof in een vorm van socialisme en communisme tegen het stalinisme uitte. Hij brak later met zijn socialistische overtuiging, terwijl er eind jaren 80 ook een zekere actie-moeheid zichtbaar werd. In de jaren  ’90 kreeg hij meer interesse in zijn Joodse roots, treedt regelmatig op in Israël en vertaalt hij Joodse poëzie. Tegenwoordig woont Biermann in Hamburg en is nog altijd actief. Hij ontving meerdere prijzen voor zijn werk zoals  de Georg-Büchner-Preis in 1991, en is sinds zijn zeventigste verjaardag in 2006 drager van het Groβes Bundesverdienstkreuz. Ook is hij ereburger van de stad Berlijn.

Uit 1968 het gedicht ‘Ermutigung’ (bemoediging) in het origineel en in vertaling van L. van Summeren.

.

Ermutigung

Du, laß dich nicht verhärten
in dieser harten Zeit.
Die allzu hart sind, brechen,
die allzu spitz sind, stechen
und brechen ab sogleich. Du, laß dich nicht verbittern
in dieser bittren Zeit.
Die Herrschenden erzittern
– sitzt du erst hinter Gittern –
doch nicht vor deinem Leid. Du, laß dich nicht erschrecken
in dieser Schreckenszeit.
Das wolln sie doch bezwecken
daß wir die Waffen strecken
schon vor dem großen Streit. Du, laß dich nicht verbrauchen,
gebrauche deine Zeit.
Du kannst nicht untertauchen,
du brauchst uns und wir brauchen
grad deine Heiterkeit. Wir wolln es nicht verschweigen
in dieser Schweigezeit.
Das Grün bricht aus den Zweigen,
wir wollen das allen zeigen,
dann wissen sie Bescheid

 

Bemoediging
Jij laat je niet verharden
In deze harde tijd
Die veel te hard zijn breken
Die veel te scherp zijn steken
En breken af meteen. Jij laat je niet verbitteren
In deze bittere tijd
De heersers zullen sidderen
Jij zit niet achter spijlen
Voor jouw verdriet
Toch niet voor jouw verdriet. Jij, laat je niet afschrikken
In deze deze tijd van schrik
Ze willen immers zorgen
Dat we de wapens strekken
Nog voor de grote strijd. Jij, laat je niet verbruiken
Gebruik de tijd van jou
Je kunt niet onderduiken
Wij kunnen je gebruiken
Vooral je energie. We zullen niets verhullen
In deze verhulde tijd
Het groen breekt uit de twijgen
Wij willen dat iedereen tonen
Dan weten zij het ook

.

biermann

Met dank aan Wikipedia.

Nieuw op Muze

 Sasja Janssen

.

Op de fijne poëzie app Muze las ik vorige week een prachtig gedicht van dichter Sasja Janssen met als titel ‘Ik laat achter een ijswit mannenhemd’. Sasja Janssen (1968) schrijft vanaf 2006 voornamelijk gedichten, gebundeld in het in 2007 verschenen debuut ‘Papaver’, in 2010 verschijnt ‘Wie wij schuilen’ dat genomineerd wordt voor de Jo Peters poëzieprijs.  In april 2014 is ‘Ik trek mijn species’ aan verschenen, dat genomineerd werd voor de VSB poëzieprijs 2015.

Uit deze laatste bundel is het onderstaand gedicht.

.

Ze laat een ijswit mannenhemd aan een spijker achter,
een trui die smerig grijs je navel dreigt, schoenen om een blote
wreef, de kalkmuur een aalmoes voor straks alleen

komt ze vertrek zeggen, liegt dag dag nirvana, waarom zich dan
een laatste keer laten dekken als een tafel zonder gast, een likkepot
op het katoen, haar vingers die er niet meer van pikken.

Ze spreidt naar het kleine, kleinere, aanminnige allerbinnenste
waar je ziet hoe verlaten je liefde is.

.

 

sasja_janssen-ik_trek_mijn_species_aan-klein

%d bloggers liken dit: