Site-archief

Doktersverklaring

Menno van der Beek

.

De, in 1967 in  Rotterdam geboren, dichter Menno van der Beek was voor mij een onbekende naam. Toen ik wat meer informatie over hem opzocht kwam ik de volgende zaken tegen. Hij werd opgeleid tot organisch chemicus en is werkzaam als computerprogrammeur. Vanaf 2002 is hij medewerker aan een langlopend her-vertaalproject van alle Hebreeuwse psalmen.
Van der Beek is sinds 2004 poëzieredacteur van het literaire tijdschrift ‘Liter’. Hij was ook medewerker aan o.a. ‘Woordwerk’, ‘Zulma’, ‘Meander’ en ‘Rottend Staal’. Menno van der Beek publiceerde 4 dichtbundels en een bundel waarin Lambert Wierenga 12 gedichten van van der Beek analyseert.

Uit de bundel ‘Waterdicht’ uit 2002 het gedicht ‘Doktersverklaring’.

.

Doktersverklaring

.

Ik vraag de dokter zelf even te spreken.
Hij blijkt een heel gewone man te zijn;
zo sterk zelfs, dat ik durf te vragen of hij
misschien zijn witte jas weer aan wil trekken

voor het effect. Hij knikt en hij verstrekt
in uniform zijn informatie. Wij
zijn vrienden want hij weet dingen van mij
en ik heb altijd naar hem opgekeken.

Ik zeg: ‘Ik weet dat u betrouwbaar bent:
u kent precies mijn houdbaarheid. Alleen
een ingreep van uw hand kan mij bewaren.’

Hij zegt: ‘Ik heb uw vader nog gekend.’
Dat zal zo zijn, want ik herken meteen
de strakgetrokken scheiding in zijn haar.

De dokter test mijn ogen. Wijst mij op een kaart
een aantal letters aan. Ik weet niet wat er staat.

.

Advertenties

Voor wie dit leest

J.A. Emmens

.

In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.

De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen.  Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.

Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.

Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.

.

Rapport over de angst

.

Oorsprong nog onbekend, het groeit,

naar men thans aanneemt, in ’t geheim,

merkwaardig struikgewas

.

Paart zelden, in volwassen staat

als in een mist ontwaard,

gehuld in ziektes uiterst ingenieus.

.

Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,

verouderd tegengif,

is het wel eens genadig.

.

Halina Poświatowska

Liefdespoëzie

.

Halina Poświatowska ( 1935 – 1967) was een Pools dichter die door een ongeneeslijke hartafwijking niet oud is geworden. In 1967 overleed zij na een hartoperatie aan trombo-embolische complicaties. Poświatowska behoort tot de moderne tijd dichters in Polen. Ze debuteerde in 1956 met gedichten in het blad ‘Gazeta Czestochowa’. Hierna volgden drie dichtbundels met titels als ‘Today’ (1963), ‘Ode to hands’ (1966) en postuum ‘One more memory’ (1968).

De belangrijkste motieven van haar poëtische werk zijn de liefde en de dood.  Bewust van haar broosheid, heeft Poświatowska herhaaldelijk haar tegenstand tegen het onbegrensde lot uitgesproken. Zij klaagde de onvolmaaktheid van het menselijk lichaam aan, maar ze gebruikte ook elk moment van haar leven. In haar werken negeerde ze haar vrouwelijkheid. Ze schreef over zichzelf en andere vrouwen als heldinnen. Dit alles ingebed in diepe filosofische gedachten. De poëzie van Halina Poświatowska is een studie van de menselijke natuur, van een liefdevolle vrouw en  van een vrouw die bewust is van haar sterfelijkheid.

Uit ‘Heb medelijden, tijd’ Poolse poëzie van de twintigste eeuw uit 2003, het gedicht zonder titel in vertaling van Karol Lesman.

.

*

.

Ik ben Julia

ik ben 23 jaar

ooit proefde ik van de liefde

ze smaakte bitter

als een kop zwarte koffie

versterkte

mijn hartslag

prikkelde

mijn levend organisme

wiegde mijn zintuigen

.

ze heeft me verlaten

.

ik ben Julia

op een hoog balkon

hangend

schreeuw ik kom terug

ik roep kom terug

ik bezoedel

mijn gebeten lippen

met de kleur van bloed

.

ze is niet teruggekomen

.

ik ben Julia

ik ben duizend jaar

ik leef-

.

 

Patrick Kavanagh

Tweede Ierse dichtersweek

.

De tweede Ierse dichter tijdens deze Ierse dichtersweek is Patrick Kavanagh ( 1904 –  1967). Kavanagh werd geboren in County Monaghan als zoon van een boer/schoenmaker.

In 2000 stelde de krant The Irish Times een lijst samen van de meest geliefde Ierse gedichten, en er waren 10 gedichten van Kavanagh in de top 50. Na W.B. Yeats was hij hierdoor de meest populaire dichter in de lijst. Wat opmerkelijk is want buiten Ierland zijn dichters als Samuel Beckett, James Joyce en Oscar Wilde bekender dan Kavanagh. Waarschijnlijk komt dit omdat Kavanagh heel bekend is geworden omdat zijn gedicht ‘On Raglan Road’ bekend  is geworden als een lied, gezongen door onder andere Van Morrison, Luke Kelly, Mark Knopfler en Sinéad O’Connor.

Naast gedichten schreef hij ook een autobiografie, ‘The Green Fool’, die in 1938 werd uitgebracht, maar wegens laster werd deze al snel weer uit de handel genomen. een opvolger, ‘Tarry Flynn’ (1948) was realistischer dan de vorige autobiografie, en deze stond kort op de zwarte lijst.

.

                                                                                                                                                                                         Beeld van Patrick Kavanagh bij het Grand Canal in Dublin.

Brief aan de spiegel

Pierre Kemp

.

Via Facebook werd ik gewezen op een artikel dat verscheen http://www.literatuurmuseum.nl/artikelen/het-noodzakelijke-cliche-van-een-dichtende-forens over Pierre Kemp (1886 – 1967). Ik weet niet veel over deze Limburgse dichter, ik las eens een artikel over hem en bekeek een documentaire over zijn leven. Wat me ervan is bij gebleven, is dat hij een muze had, een vrouw die niet zijn vrouw was, en dat hij zijn poëzie vooral in de korte treinreizen schreef tussen de mijn Laura, waar hij werkte als loonadministrateur en zijn huis in Maastricht.

In het zeer lezenswaardige artikel staat ook te lezen dat hij altijd in het zwart gekleed ging zodat het kolengruis niet zichtbaar was. Kemp heeft veel gedichten geschreven (19 bundels) en zijn werk werd o.a. bekroond met de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

Uit zijn verzameld werk uit 1976 het gedicht ‘Brief aan de spiegel’.

.

Brief aan de spiegel

.

spiegel, als ik straks nog maar een lege onderbroek ben

en hemd, waarin vergolft mijn laatste harteklop;

als ik van het bestaande niets meer erken

dan wat nog welt uit mijn zingende kop

van onder het eerzame, schaarse haar,

kom ik nog eens vorsend voor je staan

en kijken wij elkander nog eens heel lang aan.

Tot dan,

je incomplete luisteraar

en leeggelopen man!

.

oldman-300x200

Morgen is het jouw beurt

Gedichten van het Griekse verzet

.

In 1967 werd door Griekse kolonels een staatsgreep gepleegd. In de periode daarvoor was er veel politieke onduidelijkheid en er werd zelfs al rekening gehouden met een staatsgreep van links of rechts. De nieuwe militaire junta liet iedereen arresteren met linkse of vermeende linkse sympathieën. Onder de gearresteerden bevonden zich invloedrijke politici, zoals vader en zoon Papandreou, maar ook gewone burgers verdwenen achter de tralies of werden naar de Griekse eilanden in de Middellandse Zee gedeporteerd. Van ruim 480 communisten werd het staatsburgerschap afgenomen. De componist Theodorakis werd in augustus 1967 gearresteerd wegens het oprichten van een “communistische” verzetsbeweging.

Tijdens het bewind werd er door vele linkse partijen en groepen buiten Griekenland actie gevoerd tegen de junta. In 1973, een jaar voordat de junta werd afgezet en de weg naar democratie werd ingezet, verscheen er bij Van Gennep in Amsterdam de bundel ‘Gedichten van het Griekse verzet’. In deze bundel worden twee periodes belicht; Deel 1 voor de staatsgreep (1936 – 1967) en deel 2 na de staatsgreep (1967 – 1973).

Waar in deel 1 vooral dichters aan de orde komen die tegen de Duitse bezetters ageerden, gaat het in deel 2 over dichters en schrijvers die vervolgd werden om hun linkse ideeën en idealen.

Dit boek kwam destijds tot stand op initiatief van de PAM (ΠΑΜ, Patriotisch Antidictatorisch Front) in Nederland en werd geïllustreerd door Varda Raz met typische jaren zeventig houtdrukken (denk ik).

Mikis Theodorakis (1925)  was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het Griekse verzet, en werd gevangengenomen en gemarteld. Hij was ook actief tijdens de Griekse Burgeroorlog van 1944 tot 1949.

In 1967 na de staatsgreep ging Theodorakis ondergronds, en stichtte het “patriottisch front”. Met decreet Nr. 13 werd het verboden om de muziek van Theodorakis te spelen en te beluisteren. Hij werd gearresteerd en daarna verbannen. Later werd hij geïnterneerd in een concentratiekamp te Oropos. Dankzij een internationale campagne waarin onder anderen Dmitri Sjostakovitsj, Leonard Bernstein, Arthur Miller en Harry Belafonte actief waren, werd hij in 1970 vrijgelaten, maar uit Griekenland verbannen.

Tijdens zijn verbanning was hij een onvermoeid voorvechter van de strijd tegen het kolonelsregime, hij gaf honderden concerten en werd zo een boegbeeld van het verzet.

Na de val van het kolonelsregime kwam hij terug naar Griekenland, naast zijn muzikale werk ging hij in de politiek, en was meermalen lid van het Griekse parlement en was van 1990 tot 1992 minister in de regering van Konstantinos Mitsotakis.

In de eerste periode na de staatsgreep zat Theodorakis ondergedoken in een kelder en schreef hij aantal liederen. Hij zette ze op band met als enige muzikale ondersteuning het kloppen van zijn hand op een tafel. Ze werden naar het buitenland gesmokkeld en later op plaat gezet. In het gedicht ‘In het geheim spreken de bergen’ hebben de laatste twee zinnen betrekking op de verzetsorganisatie PAM.

.

In het geheim spreken de bergen (krifa miloune ta vouna)

.

In het geheim spreken de bergen tot elkaar,

in het geheim ook de steden:

de Hymettos tot de Parnis

en Kokkinia met Tavros.

.

Zo groot als de zee is, zo groot is ook mijn verlangen,

zo breed als de golven zijn, zo breed ook mijn zuchten.

.

In het geheim spreken ook de mensen,

in het geheim de jongens,

overdag lopen ze en ’s nachts zingen ze.

.

Ik roep de jeugd van Mei op,

ik roep ook de arbeiders;

een diepe oceaan te worden

en alle kolonels te verzwelgen.

.

In jouw hart, Athene,

heb ik mijn stem geplant,

ik ben het front,

ik roep de patriotten op.

.

morgen

Eddy van Vliet

Vlaams dichter

Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.

Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.

De thematiek van zijn poëzie is  gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.

.

Op de iden van maart

de dag dat Julius Ceasar werd geveld

zoals ik geleerd had

en toen nog dacht dat alles te leren viel

stierf zij

.

Zo ze dan toch moet verdwijnen

bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis

dan op de dag dat een keizer werd vermoord

zoals voorspeld in de vlucht der eenden

zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links

afrukkend en geil van verdriet

.

En na de koffie met ooms en tantes

nooit gezien en stervensgereed

de hoon van de vrienden

om mijn tekens van rouw.

.

Na de wetten

Erts

Gabriel Smit

.

Ik heb inmiddels ruim 6 meter aan dichtbundels verzameld door de jaren heen en daar zitten bijzondere exemplaren tussen. Een mooi voorbeeld daarvan is de bundel ‘Erts’ uit 1955. Een bloemlezing uit de poëie van heden, samengesteld en ingeleid door Bert Voeten.

Het aardige van dit soort bundels, zeker als ze al wat ouder zijn, is dat ik er dichters in tegen kom waar ik nog nooit van gehoord heb. Dichters die, om wat voor reden dan ook, ooit bekend waren en in de vergetelheid zijn geraakt. Een voorbeeld van zo’n dichter is Gabriel Smit (1910-1981).

Als je op zijn naam zoekt op internet kom je al snel een uitgebreide bi(bli)ografie tegen op http://www.schrijversinfo.nl

Dan blijkt Smit in zijn tijd een bekende dichter te zijn geweest. Op de website van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat te lezen over hem: “Dichter, prozaïst, journalist, toneel- en jeugdboekenschrijver, vertaler. Gold als een van de bekendste katholieke dichters, in de periode 1940-1970.
Werkzaam als journalist bij De Gooi en Eemlander (1933-1944) en bij het Utrechtsch Dagblad (1939-1950). Hij was daarna literair redacteur van De Volkskrant (1952-1975). Ook was hij na de oorlog redacteur van weekblad De Linie en het literair tijdschrift Roeping.” Ook won Smit gedurende zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder tweemaal de Henriëtte Roland Holstprijs (1957 en 1967).

Uit de bundel ‘Erts’ en oorspronkelijk verschenen in De Gids in 1955 de gedichten ‘Omschrijvingen van de liefste I en II’.

.

Omschrijvingen van de liefste

  I

Je komt. Ik houd mijn adem in. Even

valt alles stil, auto’s zijn eeuwen

oud, Het uur is een eerste sneeuwen,

bijna dalend, bijna teruggedreven.

.

Samen weten wij wat niemand vermoeden

kan. Tussen ons beiden houden

onzichtbare stemmen een vertrouwde

doortocht open. Neuriënd behoeden

.

zij de zee voor terugval, blijven

van hart tot hart lang voor onze

geboorte hun verrukking slaan.

.

Nu ben je er. de wolken drijven

weer, de stad begint weer te bonzen.

Maar het neuriën houdt aan.

.

.

II

Samen zijn wij op reis. De dagen

glijden als in een trein de weiden

aan ons voorbij. Soms komen vragen

je ogen, je schoot verwijden,

.

adem opent je handen, even

trilt waterlicht aan de ramen,

gewiek van vogels, gevleugeld leven.

wij denken niet, wij kijken, samen.

.

Soms staat de trein verwonderlijk

stil. Buiten ligt het bezonnen

landschap en wacht, onvoltooid.

.

Even is ons samenzijn afzonderlijk,

dan weet het zich weer begonnen.

Soms is een hand genoeg, soms nooit.

.

IMG_2592

 

 

Geen uitweg

Ewa Lipska

.

Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.

In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.

.

Geen uitweg

.

Dit is dat hotel. Deze kamer.

Het bed waarin zij hebben geslapen.

De roze magnolia’s hangen nog in de kast.

Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.

Mensen vielen elkaar in de armen.

Meisjes hingen mannen om de hals

als namaaksieraden.

In de wisselkantoren

werden kussen gewisseld.

Men stierf niet meer.

De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.

Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.

Censors schrapten de horizon.

Corrigeerden het uitzicht uit het raam.

Midden op het marktplein werd

Feest der liefde van Watteau opgehangen.

Uit luidsprekers klonken

de liederen uit Dichterliebe van Schumann.

De dieren kregen vleugels aangemeten

in de vorm van harten.

De terreur der liefde regeerde het stadje.

Weigeraars werden in de afgrond gestort.

Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?

Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.

Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.

De ratten verlieten massaal de stad

zonder om te kijken naar het vuurwerk.

Men danste juist op het verplichte bal.

En alleen zij wisten al dat

een stap vooruit de dood betekende

en een stap achteruit slechts moord.

 

.

lipska

Verloofden

Pierre Kemp

.

De dichter en kunstschilder Pierre Kemp (1886 – 1967) woonde zijn hele leven in Maastricht (op een jaar Amsterdam na, waar hij zo’n heimwee kreeg dat hij al snel terugkeerde naar zijn geboorteplaats). Tientallen jaren reisde hij met de trein van Maastricht naar Eygelshoven waar hij bij de mijn ‘Laura’ werkzaam was. Tijdens die vele treinreizen schreef hij veel van zijn poëzie. Pierre Kemp had vele anonieme muzen. Naar aanleiding van contacten en gesprekken die hij had tijdens de vele treinreizen schreef hij menig gedicht.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was zijn meest succesvolle periode. In die periode ontving hij maar liefst 4 belangrijke poëzieprijzen waaronder de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

Uit ‘Verzameld werk’ uit 1976 het gedicht ‘Verloofden’.

.

Verloofden

.

Als hij mij een hand geeft,

kleedt hij mijn vingers uit.

Toch verlang ik zo naar dit

contact met mijn huid.

Als hij met een vinger de split

van mijn vingers beroert, word ik rood

en voel ik mijn schoot.

Wij glimlachen, het doet ons goed.

Is het wel, als het moet?

Maar ik geef toe

en doe, en doe, en doe.

.

kemp01

                                                                             Foto: Henri de Bouter

PK

                                          Beeld van Pierre Kemp in het stadspark in Maastricht.
                                          Foto: Pivos
%d bloggers liken dit: