Site-archief

Gouden munt

Tj. A. de Haan

.

Op 30 november van het vorige jaar schreef ik over de bundel ‘Album van de Indische poëzie’ en ik plaatste uit die bundel een gedicht van de dichter Tj. A. de Haan. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/30/indische-poezie/ Ik schreef toen ook dat ik niks had kunnen vinden over deze dichter. Niet lang daarna kreeg ik een reactie van de zoon van Tjaarda Aldert de Haan (want dat is de volledige naam van de betreffende dichter) dat hij wel meer informatie kon verstrekken over zijn vader. Deze Aldert Willem de Haan heb ik aan de telefoon gesproken en ik heb inmiddels heel wat informatie over een bijzonder mens en dichter, die ik hier met jullie wil delen. Aan de ene kant omdat Tjaarda Aldert de Haan een bijzonder mens en dichter was maar ook omdat dit voor mij de kracht van een blog weergeeft. Het feit dat mensen lezen wat ik schrijf en daarop reageren is voor mij altijd een enorme stimulans geweest om door te blijven gaan met hetgeen ik het liefste doe; schrijven over poëzie. Of dat nu is om me te verbeteren (typefouten, grammaticale fouten, inhoudelijke fouten, stuur ze me alsjeblieft toe, het helpt mij en de lezer) maar ook inhoudelijke reacties over dichters, omstandigheden, bundels, stromingen, reacties zijn altijd zeer welkom.

Aldert Willem de Haan vertelde mij dat zijn vader, geboren in Nederlands Indië en als arts opgeleid,  bij de marine officier-arts was. Tjaarda Aldert de Haan (1909-1984) was geboren in Makassar op Celebus (zijn vader was rechter in Makassar en had in Leiden het Adatrecht of ongeschreven recht gestudeerd dat in Nederlands Indie gold). In 1935 wordt hij vanuit Nederland uitgestuurd op een marineschip voor 4 jaar naar Nederlands Indië. Dan wordt het oorlog en de kruiser (de Java) waarop hij werkt, wordt door de Japanners tot zinken gebracht in de slag om de Javazee. Hijzelf is op dat moment gelegerd aan wal en in 1942 wordt hij krijgsgevangen genomen. Hij wordt te werk gesteld in een kamp in Thailand bij de aanleg van de Burma-spoorweg. Hij was daar actief vanwege zijn eed als arts aan Hippocrates. Hij werd bij de Japanse artsen gewaardeerd over zijn kennis van tropische ziekten waar ze geen weet van hadden en erg angstig van waren. Hij is zelfs bij afwezigheid van daartoe geschikte officieren een keer kampcommandant geweest.

Aan het einde van de oorlog op 3 mei 1946 wordt het gezin van Tjaarda naar Nederland gerepatrieerd. Tjaarda Aldert de Haan schreef altijd al veel verzen. Bij bijzondere gelegenheden zoals bruiloften, Sinterklaas en geboortes maar ook vrije verzen zoals over zijn tijd in Indië. Tijdens zijn leven publiceert hij drie dichtbundels. Twee in eigen beheer: ‘Zilveren fluit’ (1964) en ‘Gouden munt’ (1975)  en ‘Mnémosyné, sprekend verleden’  bij uitgeverij Moesson in Den Haag in 1981. Mnémosyné is een dochter van Uranus en Gaea en een Titanide. Zij is volgens de voorstelling der Griekse fabelleer, de vormster van het menselijk verstand, inzonderheid van het geheugen, welk geestvermogen voor de kennis der schrijfkunst zo bijzonder belangrijk was. (bron: colofon van de dichtbundel).

Deze bundels zijn nergens meer te krijgen. Van de dochter van Tjaarda Aldert de Haan, mevrouw A.M. Schermer – de Haan heb ik een exemplaar van ‘Gouden munt’ gekregen (waar ik heel blij mee ben) en de bundel ‘Mnémosyné’ heb ik in bruikleen gekregen. Uit deze laatste bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het spoor’ omdat ik denk dat dit gedicht gaat over een gebeurtenis die de dichter terug voert naar de tijd die hij doorbracht bij de bouw van de Burma-spoorweg.

.

Het spoor

.

Een treurwilg in zijn wintertooi

Zo koud, zo ijzig en zo mooi

Een bruine brug boven donker ijs

Daaronder diepten, zwart en grijs

Een tintelende zon aan een blauwe lucht

In de vroege morgen, geen enkel gerucht

.

Maar zij is des nachts hier voorbij gekomen

Een metgezellin uit mijn bange dromen

.

Ik zag het gebeuren in mijn droom

Een schrijdend fantoom bij de witte boom

En ten teken dat zij daar werkelijk was

Een duidelijk spoor in beijzeld gras

Een spoor dat eensklaps een einde vond

Bij verblekende maan in de morgenstond

.

Zij is hier vannacht voorbij gedreven

Op zoek naar mijn hart, op zoek in mijn leven

.

En nu in de morgen, geen enkel gerucht

Een vriendelijke zon aan de blauwe lucht

Daar vlak bij de boom. het eind van een spoor

Dat plotseling zich in het niets verloor

Of lijkt dat maar zo en is het bedrog

En zijn het mijn eigen schreden toch

.

er blijven geheimen om niet te doorgronden

De stille getuigen, aan tijd gebonden

.

Zij sloeg mij daarheen, een tijdelijke brug

En ik ging op weg, maar keerde weer terug.

.

Advertenties

Het groot karkas is lek

De muze op reis

.

De CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) heeft een lange traditie van het uitgeven van boeken en bundels naar aanleiding van campagnes rondom dat zelfde Nederlandse boek. Denk aan de Boekenweek, Nederland Leest! en de Poëzieweek). In de jaren Tussen 1949 en 1964 verschenen ter gelegenheid van de Boekenweek uit de schoot van de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek (dat was de naam van de CPNB destijds) en uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, de serie ‘De muze’.

Ik heb een groot deel van deze serie en mijn laatste aanwinst is het tweede deel uit 1950 ‘De muze op reis’ zijnde een bloemlezing van verzen handelend over de reislust, de reisangst, de uitreis, de thuisreis en de reiziger zelf. Bijeengebracht en ingeleid door Han G. Hoekstra en Victor E. van Vriesland. Toegevoegd op de titelpagina is nog de zin ‘Boekenweek-uitgave voor jonge mensen’ wat ik dan wel weer aandoenlijk vind.

Een van de gedichten in deze bundel is geschreven door Jan van Nijlen (1884-1965). Volgens het bijschrift bij zijn naam was hij in 1950 de grootste levende Vlaamse dichter. Jan van Nijlen debuteerde in 1906 met de bundel ‘Verzen’. Hij ontving een drietal Staatsprijzen in België voor zijn werk en in 1963 ontving hij de Constantijn Huygensprijs. In 1914, na de val van Antwerpen, kwam hij in Den Haag wonen en was er bevriend met Van Eyck, Bloem, Greshoff en Buning. In 1918 keerde hij terug naar België en werd daar benoemd tot directeur van het Ministerie van Justitie.

Het gedicht dat is opgenomen in de bundel ‘Bericht aan den reiziger’ is aangebracht in het Centraal Station van Antwerpen. Lees daarvoor mijn bericht van 18 augustus 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/08/18/bericht-aan-de-reizigers/ . Om niet in herhaling te vallen heb ik hier voor een ander gedicht gekozen van Jan van Nijlen met de titel ‘Het oude zeilschip’ om toch in de reissfeer te blijven.

.

Het oude zeilschip

.

Het oude schip, met *opgegeide zeilen,
ligt in het dok: het groot karkas is lek.
Blank tegen hemels grauwe en lage *wijle,
vliegen de meeuwen om ’t verlaten dek.

.

Eens luidde blij ’t signaal van zijn vertrek,
en ’t heeft gedanst, de duizend, duizend mijlen,
op de oceaan een kleine, witte vlek.
Thans is het oud: verroest zijn ankers, bijlen…

.

Graniet en marmer heeft het meegebracht,
*steevnend door ’t woeste, noordelijk kanaal,
of gleed droomstil door eevnaars lichten nacht,

.

*belaân met vruchten, specerij en kruiden.
Nu ligt het stil, onzegbaar droef en kaal,
maar nog met kleur en geuren van het zuiden.

.

Thuisloze

Jan Kal

.

Op Hemelvaartsdag sprak ik na mijn voordrachten tijdens de Haarlemse Dichtlijn kort met Jan Kal. De Nederlandse dichter Jan (Pieter) Kal (1946) is vooral bekend van zijn vele sonnetten. Hij groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie medicijnen. Aan studeren kwam hij niet toe door een alles overheersende liefde, maar die bracht hem wel tot het schrijven van sonnetten. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, waarin ook zijn humor een plaats kan vinden. Kal debuteerde in 1974 met de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ waarna nog vele dichtbundels zouden volgen. Zijn laatste bundel komt uit 2015 en is getiteld ‘Een dichter in mijn voorgeslacht’.

Uit zijn debuutbundel het sonnet ‘Thuisloze’.

.

Thuisloze

hij leeft zijn dagen stuk voor stuk, losbladig,
hij doet niet iets gerichts in een beroep,
hij ziet geen toekomst, hoort niet bij een groep,
heeft voor de dag van morgen niets voorradig.

hij loopt maar wat te lopen langs de stoep.
de meesten kijken langs hem, ongenadig.
wel zijn eerwaarde zusters hem weldadig,
en heilsoldaten, met het Woord en soep.

wie hem wat geeft die is zijn kameraad.
het gaat er in, als water in een spons,
waarmee God na lang wachten hem bedenkt.

Zijn komst is zeker als de dageraad,
zoals de regen komt hij toe naar ons,
als late regen die het land doordrenkt.

.

Jan Kal, Frans Terken, Wouter van Heiningen

Thuisreis

De muze zwerft door Nederland

.

In 1956 gaf de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels (of zoals ik tijdens mijn studie leerde te zeggen ‘De vereeniging’), ter gelegenheid van de Boekenweek de bundel uit ‘de muze zwerft door Nederland. Dit was een deel uit een serie van 16 delen die werden uitgegeven tussen 1949 en 1964. In dit deel, samengesteld door Ed. Hoornik, gedichten uit haar ontmoetingen met provincies, steden en stadjes.

Uit dit deel heb ik gekozen voor een gedicht van Simon Vinkenoog dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950, getiteld ‘Thuisreis’, een gedicht dat niet specifiek over een provincie, of stadje gaat maar over Nederland in algemene zin.

.

Thuisreis

.

omdat ik dit niet dromen wil

droom ik weerbarstig van

vochtland watergewassen –

omdat ik niet meer haten kan

moet ik stroomafwaarts

struikelen –

waar ik geboren ben

waar ik mijn vlag heb hangen

daar is het leven dood

van waterzucht bevangen

o vaderland waar de treinen

onder a.p. niet hard mogen rijden

en waar ik niet mag dromen

in opklapbedden

eenzaamheid

.

Pier Paolo Pasolini

De as van Gramsci

.

Dat je nooit uitgeleerd bent in dit leven was me al heel lang duidelijk. Niet alleen veranderd de wereld in een rap tempo maar ook terugkijkend is er nog zoveel te leren, te weten en te ontdekken. Zo’n ontdekking is voor mij het feit dat de Italiaanse filmregisseur, schrijver en marxist Pier Paolo Pasolini (1922 -1975) die ik eigenlijk alleen kende van zijn films, ook dichter was. Sterker nog, van zijn poëzie is ook best het een en ander vertaald voor de Nederlandse markt.

In 1939 ging Pasolini studeren aan de universiteit van Bologna. Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Poesia a Casarsa’ al op 19 jarige leeftijd in 1941. Tijdens de toen aan de gang zijnde Tweede Wereldoorlog werd hij in het leger opgenomen en raakte hij later in Duitse krijgsgevangenschap waaruit hij echter wist te ontvluchten. Na de oorlog werd hij lid van de Italiaanse Communistische Partij; het lidmaatschap werd hem echter een paar jaar later weer ontnomen toen hij er openlijk voor uitkwam homoseksueel te zijn.

Na zijn studies in Bologna kwam hij begin jaren vijftig definitief in Rome terecht, samen met zijn moeder. Zijn vader, een officier in het fascistische leger, was op dat moment al overleden. Zijn jongere broer was als partizaan tijdens de oorlog gesneuveld. Moeder en zoon woonden in een verpauperde buitenwijk van Rome, onderwerp van zijn spraakmakende novelle Ragazzi di vita (1955), en later van de film Accattone. Voor zijn novelle kreeg hij behalve literaire lof ook kritiek vanwege het obscene karakter van het betreffende werk. In de jaren ’50 schreef hij ‘poemetti’, vrij lange verhalend-didactische gedichten, meest in terzinen, die hij in 1957 bundelde. Nadat hij eind jaren vijftig al enige schreden had gezet op het gebied van de film, debuteerde hij 1961 met zijn eerste eigen, hierboven reeds vermelde, film Accattone.

Pasolini werd vooral bekend met zijn opmerkelijke film ‘Il Vangelo secondo Matteo’ (Het evangelie volgens Matteüs) uit 1964, die zelfs vanuit de Kerk werd geprezen. Vanuit zijn sociale bewogenheid groeide zijn kritiek op de gangbare christelijke opvattingen. Zijn films schiepen verwarring en waren omstreden, niet het minst vanwege bepaalde obsceniteiten. De bekendste uit zijn laatste jaren daarvan is Salò of de 120 dagen van Sodom uit 1975, naar de roman van de Markies de Sade in combinatie met de Republiek van Salò.

Pasolini was echter dus ook een begenadigd dichter en zijn poëzie heeft zeker een sociaal maatschappelijk tintje maar is daarnaast ook zeker zeer poëtisch. Een goed voorbeeld daarvan is het gedicht IV dat verscheen in de in 1989 door Meulenhof uitgegeven bundel ‘De as van Gramsci’ in een vertaling van Karel van Eerd. Gramsci was één van de stichters van de communistische partij in Italië in 1921. De as van Gramsci is bijgezet in een sobere tombe op de begraafplaats voor niet-katholieken in Rome, die rond 1800 vooral voor Duitsers was gesticht – ook de enige, in Rome geboren, onwettige zoon van Goethe ligt er – maar nadien vooral bekend gebleven als ‘Engelse begraafplaats’, omdat de graven van Keats en Shelley er zo veel pelgrims heenleiden.

.

IV

.

Het schokkende feit dat ik mezelf tegenspreek,

met en tegen jou ben; met jou van harte,

bij licht, tegen jij in de duistere onderbuik;

,

was ik verrader van de staat der vaderen

-indenken, een zweem van activiteit-

ik weet me eraan gehecht in de warmte

.

van instinct, esthetische bevlogenheid;

bekoord door een proletarisch leven

van voor jouw jaren, koester ik piëteit

.

voor de levenslust daarvan, voor zijn strijd van eeuwen

echter niet: voor zijn eerste wezen, voor

zijn bewustzijn niet; die de mens gegeven

.

oerkracht ging gerealiseerd teloor,

maar liet er de roes van heimwee achter,

een licht van poëzie, een ander woord

.

heb ik er niet voor dan liefde, waarachtig,

echter niet oprecht gemeend, abstract,

geen zeer-doend delen van gevoel en gedachte…

.

Arm zoals de armen, klamp ik me vast

net zoals zij aan hoop die vernedert,

net zoals zij lever ik alle dag

.

strijd voor het bestaan. Maar moge ik onterfd zijn,

moge troosteloos mijn situatie zijn,

bezitter ben ik: en van het meest verheffend

.

bezit dat burgerdom zich wenst, het eind

van alle staten. Maar, bezitter van de historie,

ben ik ook haar bezit; sta ik haar lichtende schijn:

.

maar welk nut heeft licht?

.

Verboden voor kettingzagen

Jan de Bas

.

Vandaag op deze zondag in november opnieuw light verse en wel van de dichter Jan de Bas. De Bas (1964) is een  historicus en dichter, die contemporaine geschiedenis en cultuureducatie studeerde aan de Universiteit van Utrecht. Als dichter beweegt de Bas zich op het grensgebied van de light verse. Zijn werk gaat over het bijzondere van het alledaagse (het religieuze incluis) en bezit een ongecompliceerde filosofische inslag. Hij schrijft poëzie voor volwassenen en voor kinderen maar in al zijn werk zit een sprankelende lichtheid.

De bundel Verboden voor kettingzagen uit 1999 staat te boek als poëzie voor kinderen maar door de diepere lagen in het werk van de Bas is deze bundel ook bijzonder goed te lezen door volwassenen. Uit deze bundel een paar korte gedichtjes.

.

Tegenvalpartij

.

Het viel hem tegen dat

hij tegenviel omdat hij

viel. Het viel hem tegen

dat dat hem tegen viel.

.

Verboden voor kettingzagen

.

Soms weet ik het niet meer of alleen dit:

dat ik het liefste nog een boom zou willen zijn.

Een beetje bladeren, een nieuwe tak,

een beetje heen & weer op je gemak.

Te leven als een boom,

dat lijkt me doodeenvoudig fijn,

alleen zouden er dan

geen kettingzagen mogen zijn.

.

Gedicht no. 3

.

Het duurde even voor je kwam,

wel drie gedichten later.

.

Eentje over water,

eentje over boterham

en eentje dat je later kwam.

.

Poëzieroute Wassenaar

A. Marja

.

Nederland blijkt een land van wandel- en fietsroutes te zijn. Niet alleen ter recreatie maar vaak ook langs kunst, beelden en poëzie in de buitenruimte. Ik schreef in het verleden al over verschillende poëzie(wandel)routes in Nederland en België maar ik kwam er recent weer een tegen in Wassenaar https://www.poezieroutewassenaar.nl/. De Stichting Poëzie Route Wassenaar bestaat uit 3 niet nader genoemde personen uit deze plaats en heeft tot doel een interessante en mooie route samen te stellen om gedichten dichterbij mensen te brengen. Zij willen dit doen door een route van 24 gedichten in de openbare ruimte te plaatsen van gedichten van dichters die in Wassenaar gewoond hebben of die op andere wijze een band hebben met Wassenaar.

Van de 24 geplande gedichten zijn er inmiddels 16 geplaatst op plekken in het dorp, van de bibliotheek en de kerk tot op de parkeergarage en in tuinen. Op de hoek van de Zuylen van Nijeveltstraat, bij nummer 202 ligt voor de stoep van De Wassenaarse Krant een tegeltableau met een gedicht van A. Marja. Marja is het pseudoniem van Arend Theodoor Mooij (1917-1964). Marja woonde niet in Wassenaar, maar hij verbleef in de Pauwhof, een buitenplaats in het dorp waar het echtpaar Overvoorde-Gordon gastvrijheid bood aan letterkundigen om in een rustige omgeving te kunnen werken.

.

 

De hand en de stem

Armando (1929 – 2018)

.

Afgelopen zondag, op 1 juli overleed de dichter, kunstschilder, beeldhouwer, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (pseudoniem voor Herman Dirk van Dodeweerd). Armando was zijn officiële naam; zijn geboortenaam, het pseudoniem zoals hij het noemde, bestond voor hem niet meer. Later heeft hij zijn oorspronkelijke naam in het register van de burgerlijke stand laten wijzigen door Armando. In 1964 debuteerde hij met ‘Verzamelde gedichten’ en tussen zijn debuut en zijn laatste bundel ‘Waarom’ met 21 nieuwe gedichten uit 2015, publiceerde hij vele gedichtenbundels, columns, verhalen, en romans. Als dichter en kunstenaar was hij verder betrokken bij De Nieuwe Stijl en Gard Sivik.

In 1995 werd een kleine bundel van hem gepubliceerd in een oplage van 50 stuks met de titel ‘De hand en de stem’.

.

de hand en de stem

.

hij denkt door middel van de stem, hij

laat de stem denken, de stem

denkt.

.

de stem beveelt de ledematen

ze moeten luisteren, ze

luisteren.

.

is de stem voor rede vatbaar?

.

hoe komt de linkerhand te weten

wat de rechterhand van plan is

hoe kan de linkerhand ooit weten

dat de stem een voorkeur heeft.

.

soms grijpt de ene hand de

andere hand, soms zijn ze

met zijn tweeën, zijn ze

geketend.

.

Van vroeger en thans

Alain Teister

.

Je kunt heel veel vinden van de warenhuisketen V&D of Vroom & Dreesmann, je kunt ze missen of niet maar éen ding waarin de V&D zich onderscheidde van andere warenhuizen was hun uitgeverij. En in dit geval vooral hun poëzie uitgaven door de jaren heen. Ik denk dat ik inmiddels toch wel zo’n 5 uitgaven bezit die door de V&D is uitgegeven indertijd. Zo ook de bundel ‘Dag in, dicht uit’ uit 1994, samengesteld door Ernst van Altena.

In de inleiding lees ik: “Wie de Nederlandse poëzie van de laatste decennia gevolgd heeft, moet tot de conclusie komen dat Pegasus zich in onze streken niet hoog boven het maaiveld verheft, maar laag over het aardse scheert. Voor een hoge abstractie moeten we bij vuriger volken zijn. In Nederland wordt gedicht over een kropje sla en de afwasmachine”.

De gedichten in deze bundel gaan dan ook over de alledaagse dingen, over aardse zaken, over voetbal, ontbijt, het ontwaken, school en werk. Of, zoals in het gedicht van Alain Teister, over een pepersteak en een glas wodka. Alain Teister, pseudoniem van Jacob Martinus Boersma (1932 – 1979) was schrijver en schilder. Hij debuteerde in 1964 met de bundel ‘De huisgod spreekt’ waarna nog enkele romans en poëziebundels zouden volgen.

.

Van vroeger en thans

.

Plotseling herinnerd: mijn moeder

die heimelijk peper strooide over

mijn steak sans poivre

want mijn vader vond peper een van de

slechte vergiften.

.

Hij zou eens moeten weten,

die onoverkomelijke oude baas,

(ik houd van hem als van een zoon)

dat ik zelfs in mijn wodka

een beetje peper gebruik.

.

Dichter van de maand Maart

Armando

.

Na mijn oproep om dichters te noemen die dichter van de maand Maart zou kunnen zijn kreeg ik veel reacties (waarvoor mijn dank). Bekende en minder bekende dichters, zelfs voor mij (nog) onbekende dichters. Uit de 16 suggesties heb ik gekozen voor de kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (1929) of Herman Dirk van Dodeweerd zoals zijn echte naam luidt.

Armando is een kunstenaar in de meest ruime zin des woords. Aan al zijn activiteiten is al af te lezen dat we het hier hebben over iemand die meer is dan alleen dichter. Toch mocht hij juist voor zijn schrijverschap verschillende prijzen ontvangen zoals De Herman Gorterprijs, de Ferdinand Bordewijkprijs, De Multatuliprijs en de VSB-Poëzieprijs. Armando debuteerde in 1964 met de bundel ‘Verzamelde gedichten’ en in 2017 verscheen zijn voorlopig laatste bundel ‘Liever niet’. Alle reden dus om Armando dichter van de maand te maken.

Ik wilde Maart beginnen met een gedicht uit zijn meest recente bundel ‘Liever niet’ getiteld  ‘De waarheid’.

.

De waarheid

.

Wee het veel te smalle bospad,
het stramme struikgewas,
wee de gaten in de bodem.

De jaren zijn in de boeien geslagen,
langs de straten slapen de vochtige lichamen,
stapels op een hoop verzameld.

Hier heeft iets plaatsgevonden
dat op de vage waarheid lijkt.

.

%d bloggers liken dit: