Site-archief

Het is nacht

Cees Nooteboom

.

De dichtbundels die (reis)schrijver en dichter  Cees Nooteboom (1933) publiceerde tot de jaren ’70 hebben een specifiek ding gemeen namelijk de titels. In alle titels van zijn dichtbundels is het woord gedicht(en) opgenomen. Zo publiceerde hij achtereenvolgens ‘Koude gedichten’ (1959), ‘Het zwarte gedicht’ (1960), ‘Gesloten gedichten’ (1964) en ‘Gemaakte gedichten’ (1970). In zijn latere werk als dichter kiest hij voor een duidelijk andere lijn. Uit zijn dichtbundel ‘Het zwarte gedicht’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het is nacht’.

.

Het is nacht

.

Het is nacht

en in de holte van de nacht

drink ik de melk van de maan

en zin op de dag.

.

hoog zwaait het donker weg

de steen van de ochtend

wordt geslepen.

.

vrolijke vrolijke dag

de rook van de vuren wankelt

de priester zingt zijn houten liedjes.

.

de zon heeft bloed in zijn oog.

wat zal er met ons gebeuren?

.

Dichter van de maand juni

Remco Campert

.

Na Gerrit Komrij is Remco Campert de tweede dichter van de maand. Remco Campert was één van de eerste dichters die mijn liefde voor poëzie heeft aangewakkerd en waar ik een bundel van kocht. Het was meteen ook een lijvig werk met meer dan 450 van zijn gedichten. De bundel ‘Alle bundels gedichten, 1951 – 1970’ werd in 1976 uitgegeven door de Bezige Bij. Mijn exemplaar is een derde druk uit 1983.

Dit verzameld werk bevat de eerste 10 poëziebundels van Remco Campert. Ik heb voor deze eerste zondag in juni gekozen voor het gedicht ‘Nacht’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Bij hoog en bij laag’ dat oorspronkelijk uit kwam in 1959.

.

Nacht

.

Wereld van aarde,

alle lichten uit.

.

Slapend lichaam van grond,

geurend lieve mandarijn,

.

hangend aan je gedroomde takje

in de nachtgaard.

.

Regen in juli,

liefde in woorden.

.

Je lichaam slaapt

als de schim van jonge bomen.

.

IMG_3687

Life is a killer

Recensie

.

Derrel Niemeijer is een eigen uitgeverijtje begonnen en met ‘Life is a killer’ debuteert hij met zijn uitgeverij MeerPeper gelijk maar met een icoon uit de beatgeneration William S. Burroughs II of W.S.B. zoals op de cover staat te lezen.

William S. Burroughs (1914 – 1997) werd in 1959 beroemd door de uitgave van de roman ‘Naked Lunch’, een boek met een innovatieve, deconstructivistische structuur waarin hij harde maatschappijkritiek levert, met drugsverslaving en homoseksualiteit als metaforen. Tevens is het een kroniek van zijn eigen ervaringen met homoseksualiteit, het gebruik en afkicken van drugs. Hij maakte in dit boek onder meer gebruik van elementen uit genres als hard-boiled, sciencefiction en porno. Ook zijn enige gedeelten geschreven als satire op wetenschappelijke traktaten. (bron: Wikipedia).

In ‘Life is a killer’ complete poetry,  heeft Derrel met toestemming van de erven Burroughs het poëtische werk van W.S.B. bijeengebracht. Dit poëtische werk is een zeer klein gedeelte van wat hij heeft geschreven en er zullen mensen zijn die ook dit werk niet als poëzie zien.

Burroughs past hier namelijk steeds de cut-up techniek toe, waarbij hij letterlijk tekst verknipt en op een andere manier weer samenvoegt. Hierdoor ontstaan zeer bevreemdende en onsamenhangende teksten. In feite maakt Burroughs ready mades. Met name in de eerste ‘gedichten’ uit 1959 worden allerlei medische stukken verknipt over kanker, polio en dierenziekten. In latere stukken maakt Burroughs ook gebruik van proza van Stalin en gedichten van Rimbaud. Pas in de gedichten van na 1962 komt er enige samenhang in zijn teksten die ook voor de (geoefende) lezer begrijpelijker zijn. In de laatste twee gedichten ‘Pistol Poem No. 2’ en ‘Pistol Poem No. 3’ herkende ik een stijl die ik eerder bij andere post moderne dichters las.

In de bundel (geheel in het Engels) maakt Derrel gebruik van de interpunctie, de opmaak en het invoegen van lege bladzijden helemaal in de stijl van zijn grote held (die dit ook deed). Hoewel ik nog steeds niet kan wennen aan een gecentreerd Forword en Index, begrijp ik de keuze hiervoor.

Als pamflettistische bundel is dit dan ook een zeer geslaagd debuut van MeerPeper. Als je, zoals ik, graag de (rafel)randen van de poëzie opzoekt mag de cut-up techniek en de “geconcentreerde gekte” zoals ik het dan maar noem, van William S. Burroughs niet ontbreken.

De totale oplage van dit werkje bestaat uit maar 25 stuks maar ik weet zeker dat de liefhebbers van het werk van William S. Burroughs en/of van de beatgeneration deze uitgave graag zullen aanschaffen.

Uit deze uitgave het gedicht “People are some bath tub” uit 1959.

.

“PEOPLE ARE SOME BATH TUB”

,

“people are some bath tub.”

for new cancer holes

Ma viruses

made the night for She Ovation

Dish Soprano

separated by long peee

another mystery

other kill cells and future

agent at work

new cancer hole

These individuals are marked foe

They are of malignancy the link

The usual procedure

seperated by a long Pee

eventual program

known as COOL

virus graphed

Time.

OURS?

THAT?

.

Life is a killer

Fysici en Lyrici

Boris Sloetski

De dichter Boris Sloetski ( 1919-1986) werd geboren in Slavjansk (of Slovyansk), een industriestad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt, in een typisch arbeidersmilieu. Boris volgde echter een literatuurstudie aan de Maxim Gorki instituut in Moskou. Sloetski’s poëzie behandelt vooral algemeen menselijke problemen. Hij schrijft oorlogslyriek vol pijn en vol trauma. Hij schrijft over individuele lotgevallen zonder sentimenteel of pathetisch te zijn. Een veelvoorkomend thema in zijn werk is de Joodse problematiek (antisemitisme en de Holocaust). Ook schrijft hij veel over ouderdom en dood. Een soort meta-thema in zijn werk is de didactische taak die hij ziet voor de dichter. Voor hem is de dichter “niet een telefoon- maar een telegraafdraad”. Sloetski was één van de dichters die Joseph Brodsky hebben beïnvloed.

Uit 1959 het gedicht ‘Fysici en Lyrici’ vertaald door Peter Zeeman.

.

Fysici en Lyrici

.

We houden fysici in ere.

Voor lyrici heeft niemand tijd.

Ik ben niet aan het speculeren,

het is een soort wetmatigheid.

.

We faalden dus in het onthullen

van wat ons te onthullen stond!

Dus onze jambetjes zijn prullen,

je komt er niet mee van de grond.

En onze paarden? Die ontberen

het Pegasus-gevoel geheid…

We houden fysici in ere,

voor lyrici heeft niemand tijd.

.

Dit alles is allang bewezen.

Geen mens die zich hiertegen kant.

Ach, pijnlijk hoeft dit niet te wezen,

nee, het is eerder interessant

te zien hoe onze rijmen slinken,

als schuim dat aanspoelt op het strand,

hoe grootsheid waardig weg zal zinken

in logaritme en verstand.

.

sloetski

Boris Sloetski in 1945 als soldaat in het Rode leger.

Boris_Slutsky(grave)

Graf van Boris Sloetski op de Piatnitsky begraafplaats in Moskou (foto Christina Bedina)
Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie en Wikipedia.

A winter night

William Barnes

.

‘Country poems’, een bundeltje uit 1959 in de serie ‘Pocket poets’ samengesteld door Geoffrey Grigson is een klein mooi bundeltje met een doorsnee van alle beroemde Engelse dichters uit de voorgaande eeuwen. Zo staan William Shakespeare, Alfred Tennyson en William Wordsworth er in met elk drie gedichten maar ook minder bekende namen als Walter De la Mare, Walter Savage Landor en John Clare.

Maar er staan ook een paar gedichten in die niet terug zijn te voeren naar een dichter. Het gedicht dat ik gekozen heb is van de dichter William Barnes (1801 – 1886). Niet zo’n heel bekende naam maar ook hij is vertegenwoordigd met drie gedichten in deze bundel.

William Barnes was een dominee, dichter en filoloog (Een filoloog bestudeert de taal- en letterkunde van volkeren door middel van beschikbare geschriften in samenhang met de cultuurgeschiedenis van een volk). Barnes studeerde naast Duits, Frans, Grieks en Latijn ook Italiaans en Perzisch. Hij publiceerde maar drie dichtbundels waarvan ‘Poems of rural life in a Dorset dialect’ zijn debuut was waarmee hij zijn naam als dichter vestigde. Zijn gedichten zijn vaak geschreven in het dialect van zijn geboortestreek en ze schetsen het leven op het Zuid-Engelse platteland.

Zijn gedichten kenmerken zich door een zachtheid en gevoelige tederheid, een diep inzicht in het nederige landleven en een bijzonder gevoel voor het lokale landschap.

.

A winter night

.

It was a chilly winter’s night;
And frost was glitt’ring on the ground,
And evening stars were twinkling bright;
And from the gloomy plain around
Came no sound,
But where, within the wood-girt tow’r,
The churchbell slowly struck the hour;

.
As if that all of human birth
Had risen to the final day,
And soaring from the wornout earth
Were called in hurry and dismay,
Far away;
And I alone of all mankind
Were left in loneliness behind.

.

WB

Grave_of_William_Barnes_-_Winterborne_Came

Zijn graf bij St. Peter’s Church in Winterborne Came

.

Met dank aan Wikipedia.

Watergedicht

Jan Merx

.

In de categorie Gedichten op vreemde plekken werd ik door Frans Roesink gewezen op een blogbericht van deschrijfsalon.blogspot.nl over een gedicht van Jan Merx in het water. Jan Merx (1959) is (in zijn eigen woorden) architect en contextueel beeldend kunstenaar. In zijn kunst spelen architectuur, literatuur en filosofie een belangrijke rol.

In 1998 werd het kunstwerk ‘Drijvend gedicht’ geplaatst in het water tussen de Binnenluiendijk en het Julianapark in Opmeer (Noord-Holland).

De tekst van het gedicht luidt:

.

D E L I E F D E B E Z I T
D E T I J D D E
T I J D I S G E E N W E R
K E L I J K H E I D
D E W E R K E L I J K H E I D
B E S T A A T A L L E E N I
N D E D R O O M
D E D R O O M V A N D O O
D E N G E N O T V E R T E
L T H E T G E L U K
H E T G E L U K L E E F
T I N D E L I E F D E
D E L I E F D E O N
S T E R F E L I J K M A A K T
H E T L E V E N G E L U K
K I G V E R G A N K E L I J K

.

of uitgeschreven:

.

de liefde bezit de tijd
de tijd is geen werkelijkheid
de werkelijkheid bestaat alleen in de droom
de droom van dood en genot vertelt het geluk
het geluk leeft in de liefde
de liefde onsterfelijk maakt het leven gelukkig vergankelijk

.

Watergedicht

Watergedicht2

Tweedst

J. Bernlef (1937 – 2012)

.

J. Bernlef  is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).

Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).

In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.

Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).

.

De kunst om tweedst te zijn

.

Net achter de leider de zijweg ingeglipt

(die hij niet had gezien)

en zo de bessestruik ontdekt

.

Goed, ze smaken bitter maar

aan alles wen je op den duur

.

Kleine, harde bessen, zuur

maar zoet smakend naast het

al half vergane lijk van de leider.

.

bernlef

bernlef2

Literaire wandelingen

Deel 1: Hans Warren wandeling

.

Een nieuwe categorie op dit: De literaire wandeling, waarbij ik me wel beperk tot literaire wandeling in relatie tot dichters. Er zijn vele literaire wandelingen in relatie tot proza schrijvers, heb je daarin interesse dan verwijs ik je graag naar de rubriek op Google.

Vandaag deel 1, de Hans Warren wandeling door Zeeland. Hans Warren (1921-2001) schrijver en dichter uit Borssele debuteerde in 1946 met de dichtbundel ‘Pastorale’. Hoewel Hans Warren vooral bekendheid geniet door zijn Geheime dagboeken heeft hij ook als dichter zijn sporen verdienD. Zo publiceerde hij in 1959 de populaire bloemlezing van de poëzie van P.C. Boutens met als titel ‘Mijn hart wou nergens tieren’.

De literaire wandeling, aan de hand van gedichten en fragmenten uit Geheim Dagboek loopt door het Zeeland van Hans Warren. Hans Warren leefde en werkte bijna zijn gehele leven tussen Westerschelde en Oosterschelde. Hier schreef hij zijn kritieken voor de krant, ontstonden zijn verzen en hield hij minutieus zijn dagboek bij. Hij zag ook hoe het Zeeuwse landschap veranderde. Op de plekken waar hij als kind fossielen zocht en uitkeek naar vogels, verrees een kerncentrale en een industrieterrein. Het station waar hij jarenlang zovelen verwelkomde en van zovelen afscheid nam, is er niet meer.

Langs de zeedijk loopt één van de nieuwe wandelingen van het Wandelnetwerk Zeeland. ( Zeedijk langs de Westerschelde ter hoogte van De Sluishoek bij Borssele). Daar staat ook dit bord met een gedicht van Hans Warren ‘Juli aan de Scheldedijk’.

.

Juli aan de Scheldedijk

Wit dons kleeft op het vuile schuim
dat rimpelloos over de slikken
de kust bevloeit. Er stierven krabben
en kwallen droogden tot een vlies.
Laag strijken vale meeuwen over,
ze ruien en hun harde pennen
dalen in puntige spiralen.
Het gras tussen de blauwe spleten
wolkt wrange stuifmeel. Lang geleden
vervloeiden horizon en water.

.

slik

Dichter in verzet

Maurits Mok (1907 – 1989)

.

Maurits Mok werd geboren als Mozes Mok maar veranderde zijn naam in 1971 naar Maurits. Mok was behalve dichter, schrijver, vertaler en criticus ook één van de oprichters in 1944 van uitgeverij De Bezige Bij.

Maurits Mok werd als kind  geconfronteerd met de gevolgen van een oorlog: hij zag de vluchtelingen tussen 1914 en 1918 om zich heen. Ook nam hij in die tijd waar hoe hele ‘klassen’ slachtoffer waren van onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. In de jaren dertig merkte hij wat het betekende, jood te zijn en tot een vervolgde bevolkingsgroep te behoren.

Mok debuteerde in 1934 met de roman Badseizoen , maar publiceerde later vooral veel poëzie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij onder in Het Gooi. In deze periode publiceerde hij onder de pseudoniemen Victor Langeweg en Hector Mantinga.

Naast een aantal andere literaire prijzen ontving hij in 1959 de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945.

Uit de bundel Avond aan avond uit 1970 (De Bezige Bij) een gedicht over gruwelen van de oorlog.

.
The face of god after Auschwitz

.
Al die zielen die goden aanhangen,
speeksel omzetten in gebeden,
dromen verwarmen tot mythen,
mythen verkillen tot stenen
grondslagen van een geloof –
ik schuif de mist van hun visioenen weg
en ben alleen; een ijskoud waaien
staat op, een vleugelslag
van horizon tot horizon
die vormen oproept en verslindt,
en enkel leegte achterlaat, sneeuwvelden
over de aarde, een met zwarte, uitgegloeide
zweren overdekte zon.

.

mok_1977
%d bloggers liken dit: