Site-archief

Boer, land- en tuinbouw

Dubbelgedicht

.

Nu het rumoer rond de CO2 kwestie en het boerenprotest wat is gaan liggen door een andere belangrijker en actueler probleem, wilde ik in het kader van het Dubbel-gedicht hier twee gedichten van twee ogenschijnlijk totaal verschillende dichters plaatsen. Ogenschijnlijk want eigenlijk hebben beide dichters veel meer gemeen dan je misschien in eerste instantie zou denken. het betreft hier de dichters Jotie ‘T Hooft (1956 – 1977) en Jules Deelder (1944 – 2019). Twee dichters wier leven getekend is door hun drugsgebruik. Waar ‘T Hooft zelfmoord pleegde op 21 jarige leeftijd door een overdosis cocaïne te nemen, werd Jules Deelder ondanks een leven lang speedgebruik toch nog een respectabele 75 jaar.

Wat voor mij deze aflevering van het Dubbel-gedicht nog bijzonderder maakt is het onderwerp van de twee gedichten; de boer, land- en tuinbouwer. Een onderwerp dat je (ik niet in ieder geval) niet verwacht bij deze twee dichters die toch vooral om allerlei andere zaken bekend staan. Het eerste gedicht is van Jotie ‘T Hooft en komt uit de bundel ‘Junkieverdriet’ uit 1976 en is getiteld ‘Voor boer en tuinder’. Het tweede gedicht ‘Gedicht voor Land- en Tuinbouw’ is van Jules Deelder en komt uit de bundel ‘Dag en nacht geopend’ uit 1970.

.

Voor boer en tuinder

.

Mijn geboorte was geen verstilling

Maar regelrecht oorlog

Want tussen brandnetel en dovenetel

Ligt een verterend vuur.

.

Hoe huiverde ik in die tuin en zag

Het bewegen van gelederen ledematen

Vanuit het sprakeloos veld van de hersenen.

Bemest en bemoederd ontstond verdriet.

.

Om de duif die langzaam huiswaarts keert

Over de meren en gebieden, cirkelend

En haperend aan de dorst, de draden.

Om al wat in mijn maag verteert.

.

En na de brand, die dooft, na het rood

Der geraniums en het groen van agaves

Bemorst de kwasterige bloesem ons

Van een in herfstkou geteelde chrysant.

.

Gedicht voor land- en tuinbouw

.

Voor het eerst een merel

horen zingen.

Het eerste wilde viooltje

gevonden.

De kastanjes in bloei.

.

Het eerste speenkruidbloempje

gezien.

De eerste zwaluw waargenomen.

Voor het eerst gegeten zonder

lamp.

.

Bloeiend klein Hoefblad

gevonden.

Voor het eerst een koekoek

gehoord.

Het eerste gras gemaaid.

.

De kersebomen bloeien.

De peren in bloei.

De appels in bloesemtooi.

De eerste aardbeien.

De aalbessen rijp.

.

De kersen rijp.

De haver op het veld rijp.

De eerste peren.

De laatste maaltijd zonder

lamp.

.

De eerste appels.

De eerste druiven.

Het laatste bad in de open

lucht.

Het vertrek van de zwaluwen.

.

Het laatste gras gemaaid.

Voor het eerst de kachel aan.

De eerste rijp.

De laatste roos.

De eerste sneeuw gevallen.

.

 

Poëzie hardop

Hans & Monique Hagen

.

Vorig jaar bracht het schrijvende en dichtende echtpaar Hans (1955) en Monique Hagen (1956) de leuke bundel ‘Poëzie hardop uit bij uitgeverij Querido. In deze bundel staan 35 columns met 95 gedichten van 65 dichters. Het leuke aan deze bundel is dat volwassenen en kinderen samen poëzie kunnen ontdekken.

Hun poëziecolumns verschenen eerder in het Parool en wat mij altijd weer opvalt is met hoeveel enthousiasme en humor Hans en Monique hun boeken en bundels schrijven. Je voelt bij het lezen dat ook zij er veel plezier in hebben en compassie voelen bij, in dit geval, in het bij elkaar zoeken van gedichten, dichters en het verhaal dat erbij wordt verteld.

Een mooi voorbeeld vind ik het verhaal, of de column, over een gedicht van Leo Vroman getiteld ‘Al het nodige’. Leo Vroman was een vluchteling in de Tweede Wereldoorlog, hij kwam terecht in een Jappenkamp maar overleefde de oorlog. Hij werd uiteindelijk 98 jaar oud en in het gedicht ‘Al het nodige’ verteld hij zijn vrouw Tineke dat ze niet bang hoeft te zijn als hij er niet meer is.

.

Al het nodige

,

Zie je langs een lege straat

een beweging in het gras

waar geen uitleg voor bestaat

neem dan aan dat ik het was:

.

hoor je midden in de nacht

iets wapperen dat niet wapperen kan,

schrik eerst en vertel mij dan

wat ik zo tot wapperen bracht:

.

mijn hese woorden in de wind,

mijn handen op je lieve hoofd

dat in wonderen gelooft,

geloof maar wat je nodig vindt.

.

 

Het grijze gevaar

Rijmen voor Sinterklaas

.

Daags voor Sinterklaas zal er nog menig ouder in de stress zitten omdat er gedichten geschreven moeten worden. En met gedichten bedoelen we dan rijmpjes, versjes. En waar de meeste ouders niet veel verder komen dan “Sint zat te denken wat hij aan deze of gene zou schenken” is er natuurlijk best iets meer te halen uit deze oude traditie.

Rijmende verzen zijn er in vele maten en soorten. Kijk maar eens onder de rubriek ‘Versvormen’ op dit blog, dan kom je er veel verschillende tegen. Waar de meeste rijmende gedichten de mist in gaan is niet eens omdat ze niet rijmen, dat lukt de meeste mensen nog wel (met of zonder rijmwoordenboek), nee het is het metrum, het ritme waar menigeen de mist mee ingaat.

En dat het heel goed kan bewijzen vele light verse dichters. Een van de bekendste light verse dichters die ook humor in zijn poëzie stopt is John O’Mill. O’Mill (1915 – 2005) was het pseudoniem van Johan van der Meulen. Hij was tot 1975 leraar Engels aan de Rijks-HBS te Breda en schreef nonsensgedichten die vaak gebaseerd waren op een letterlijke vertaling van Nederlands idioom in het Engels. Hij werd hiertoe geïnspireerd door het werk van zijn leerlingen en wat ik camping Engels zou noemen..

O’Mills eerste bundel ‘Lyrical Laria in Dutch and double Dutch (1956) werd gepubliceerd in de hoge oplage van 5000 stuks, en werd daarna nog vijftien maal herdrukt tot 1983. Zijn werk kenmerkt zich niet alleen door een perfect ‘ritme’, maar tevens door een creatief gebruik van ‘Double Dutch. Johan van der Meulen werd door Hugo Brandt Corstius (auteur van onder andere ‘Opperlandse taal- & letterkunde’ ) omschreven als “Anglo-Opperlandicus”.

Van zijn hand verschenen maar liefst 18 bundeltjes. Uit de laatste (1984) ‘Beloney bellettrie’ een voorbeeld van zijn geweldige gevoel voor ritme en metrum.

.

Het grijze gevaar

.

Om hun ouders leed te besparen

(de kwalen van de oude dag),

at men ze op bij de barbaren,

wat iedereen als deugdzaam zag.

.

Vooral de moeders deed het deugd

op hun oude dag te weten

dat straks hun kroost (de lieve jeugd)

een week er goed van zouden eten,

.

terwijl de vader meer genoot

van gedachten aan de dagen

dat hij vlak na zijn vaders dood

’n hele week niet hoefde jagen.

.

Het volk, waarvan ik hier gewaag

(wilden die hun ouders aten),

vond zo het antwoord op de vraag:

‘Waar moeten we de oudjes laten?’

.

 

Met twee maten

Marnix Gijssen

.

De verzamelbundel ‘Met twee maten’ uit 1956 werd in dat jaar in een oplage van maar liefst 15.000 stuks gedrukt en later in 1969 nog eens 7.500 stuks. Deze bundel ingeleid en samengesteld door Paul Rodenko, heeft als ondertitel; de kern van vijftig jaar nederlandse poëzie geïsoleerd en experimenteel gesplitst.

De bundel is dus in tweeën gedeeld, de eerste maat, zoals Rodenko het noemt, geeft een beeld van het beste, dat er de laatste halve eeuw in Nederland en Vlaanderen aan poëzie is geschreven (dus ruwweg de eerste helft van de 20ste eeuw).

De tweede maat wil een poging zijn tot reconstructie van de poëtische erfenis van de laatste halve eeuw, op basis van het contemporaine poëtische bewustzijn, dat in zijn meest geprononceerde vorm in de poëzie der experimenteren tot uitdrukking komt.

Juist naar die tweede maat ging mijn belangstelling uit, grote dichters en gedichten uit de eerste helft van de 20ste eeuw ken ik genoeg maar wat verstaat of verstond Rodenko in 1956 als experimenteel? Met de kennis en de kijk van een 21ste eeuwse lezer valt dat experimentele erg mee. Toch valt er een hoop te genieten en is duidelijk waarom dichters als Andreus, Lucebert en Claus in dit deel zijn opgenomen.

Maar ook een schrijver/dichter als Marnix Gijsen (1899-1984) staat tussen de Experimentelen. Ik ken Gijsen als schrijver maar niet zozeer als dichter en juist hij staat hier als experimenteel gerangschikt. Als je het gedicht ‘Bij een sterfbed’ leest begrijp je dit ineens beter.

.

Bij een sterfbed

.

Dat wij allen

aan dit leven

kleven

lijk een oester aan haar schelp,

lijk aan den tepel der leeuwin

de weke welp

doet dat mij dat beven?

Of is het dat oud en diep verdriet

om den dag die heengaat,

om een bron die in zand vervliet,

om Oedipus die ons blind en klagend

verlaat?

.

Gele dood, stomme dood,

elke porie wordt een wonde,

ik bloed zwijgend, langzaam uit.

Mijn zoetste ketens, vlees en geest,

hebt gij weer plots ontbonden.

Ik ben uw buit, ik ben uw buit.

.

Romantische herfst

Dichter van de maand november: Cees Nooteboom

.

Door alle drukte was ik helemaal vergeten dat november de maand van dichter/schrijver Cees Nooteboom (Den Haag, 1933) zou zijn. En hoewel het vandaag geen zondag is, de vaste dag van de dichter van de maand, wil ik hier toch een gedicht van hem plaatsen. Dit keer het gedicht ‘Romantische herfst’ uit de bundel ‘Doden zoeken een huis’ uit 1956.

In 1955 ontvangt Nooteboom een reisbeurs van ƒ2500,- van het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voor de uit veertien gedichten bestaande cyclus ‘kleine cantate van het voortdurend overlijden’. Later zullen deze gedichten in enigszins gewijzigde vorm worden opgenomen in zijn eerste dichtbundel, ‘De doden zoeken een huis’, waarmee hij als dichter debuteert en die in 1956 verschijnt.

.

Romantische herfst

.

schimmig vanavond jaagt die mist de velden
de maan sluipt terug in dodelijke bomen
nu is de grote rafelaar gekomen
een herfst een doodgaan een gekwelde smeekstem

.

hoor… ademend beweegt de aarde van heimwee
om mensen te bezetten met een adem van verdriet
om koeien zwaar en zwijgend in zich vast te zetten
als schepen, vastgegroeid aan het lichaam van de zee
of de dood, levend aan het gezicht van de mensen,
mééademend, méésprekend.

.

Jotie T’Hooft

Ansicht

.

In 1981, vier jaar na zijn vroegtijdig overlijden aan een overdosis heroïne , verscheen bij uitgeverij Manteau in Antwerpen de bundel ‘ Verzamelde gedichten’ van Jotie T’Hooft (1956 – 1977). In deze bundel zijn de drie bundels die tijdens zijn leven werden gepubliceerd opgenomen, een boodschap die door zijn uitgever als Laatste gedichten werd gepubliceerd en een aantal ongepubliceerde gedichten opgenomen. Deze ongepubliceerde gedichten waren talrijk (honderden) en daarom werd een selectie gemaakt op basis van de literaire of de poëtische waarde van elke gedicht. In totaal omvatten alle gedichten in deze ‘Verzamelde gedichten’ zo’n tien jaar van het leven van Jotie.

Ik lees nog met enige regelmaat in deze bundel en elke keer sta ik weer versteld van het talent van deze jonge dichter. Hier wil ik het gedicht ‘ Ansicht’  met jullie delen uit de sectie ‘ Verspreide gedichten’.

.

Ansicht

.

Van vele reizen ben ik al teruggekeerd :

verbrand, verbleekt, verschroeid en stukgevroren

toch met al mijn breuken en gebreken duidelijker

deel van een geheel. Een reis is een wonde

die nooit meer geheel geneest en in zijn litteken

.

dat trekt en teugelt, de weg terug toont

naar waar het goed was, maar bij herhaling

nooit meer worden zal. Want de mens vat vlam

in zijn schede en woedt onzichtbaar geruis-

loos verder.

.

In den vreemde wordt de beschuit van stilte

verkruimeld tussen vingers van zonlicht

en lawaai : de herinnering verbleekt, drijft

tenslotte met de stroming als een strandbal

weg en wordt nauwelijks nagezwommen.

.

Terugreizen wist geen sporen uit :

wij zijn geen strand en leven haveloos verder

binnen onze bange dijken, ons huis is veranderd

onder de zonnebrand van tijd en ruimte,

huisdieren aan de wand geprikt, gestorven

.

en vergeeld.

.

Stiltedag

Grenspark Kalmthoutse heide

.

In het zuidwesten van Brabant (Nederland) ligt een stuk België dat eigenlijk voor een deel Nederland in lijkt te komen. In Nederland onder andere omgeven door de plaatsjes Huijbergen en Ossendrecht en in Vlaanderen door de plaatsjes Wildert, Achterbroek en Ertbrand, ligt het Grenspark Kalmthoutse heide. Een Grenspark want het parl lopt van België door in Nederland. Na dit stukje topografie dan nu de reden dat ik hier over schrijf.

Jaarlijks wordt in dit Grenspark een Stiltedag georganiseerd. Ook dit jaar weer en wel op zondag 27 oktober aanstaande. Dit jaar was aan deze Stiltedag een schrijfwedstrijd gekoppeld en maar liefst 372 gedichten werden ingestuurd als deelname aan deze wedstrijd die de natuur en stilte als thema had. Tijdens de Stiltedag van 27 oktober 2019, kan iedereen deelnemen aan een poëziewandeling waarbij de tien laureaten tentoon gesteld worden. Ook wordt de winnaar van de wedstrijd bekend gemaakt. Met deze wedstrijd wil de organisatie aandacht vestigen op de kwaliteiten van het Grenspark Kalmthoutse Heide: de aanwezige natuur en de uitzonderlijke stilte in het gebied.

Laureaten wandeling

Van 10.00 tot 17.00 uur is er een doorlopende tentoonstelling van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd; inzendingen van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd worden getoond langs een kort wandelparcours (1 km). Wil je meedoen met deze wandeling ga dan naar De Volksabdij Onze Lieve Vrouwe Ter Duinenlaan 199, 4641 RM Ossendrecht, Nederland. Ga naar het infopunt naast de ingang van restaurant De Blauwe Pauw.

Bekendmaking winnaars poëziewedstrijd

Tussen 12.30 en 13.00 uur wordt de winnaar officieel bekend gemaakt op De Volksabdij, O.L.V. Ter Duinenlaan 199 – 4641 RM Ossendrecht (NL).

Na de Dag van de Stilte blijven de 10 panelen met de winnende gedichten nog een tijdje op de wandelroute rondom De Volksabdij staan.

.

Een Stiltedag zonder een gedicht over de stilte is geen Stiltedag en daarom koos ik voor het gedicht van Simon Carmiggelt uit de bundel ‘Fabriekswater’ uit 1956 (onder het pseudoniem Karel Bralleput) met de titel ‘Zwijgplicht’ waarin de dichter zich afvraagt of hij wel genoeg heeft gezwegen in zijn leven.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie die hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. de snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef- maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen.

.

Voor een onbekende Nederlander

Jos Verstegen

.

In de Volkskrant van 17 september jongstleden stond een groot artikel over meneer B. Hij werd aangetroffen in een woning en bleek al maanden daarvoor overleden te zijn. Waarschijnlijk betreft het de 79-jarige huurder van de woning, meneer B., die een teruggetrokken leven leidde. Niemand weet het zeker: meneer B. had geen kinderen, geen partner en geen vrienden. Het lichaam werd onderzocht, celmateriaal veiliggesteld. Door de verregaande staat van ontbinding kon geen vingerafdruk worden afgenomen. Aanwijzingen voor een onnatuurlijke dood waren er niet. Schrijver Joris van Casteren schrijft in dit artikel vanuit zijn rol als coördinator eenzame uitvaarten. In de Volkskrant doet Van Casteren voortaan regelmatig verslag van zijn wederwaardigheden als coördinator. Ter introductie het relaas van de meest recente eenzame dode: de excentrieke meneer B. die officieel meneer B. niet is.

Negen eenzame uitvaarten maakte schrijver Joris van Casteren tot op heden mee. Hij is de opvolger van F. Starik (1958-2018), die in Amsterdam de Poule des Doods oprichtte, waarbij een dichter een gedicht schrijft en voorleest tijdens de stille uitvaartdienst van iemand zonder familie, vrienden of bekenden.

Bij het artikel werd het gedicht ‘Voor NN’ geplaatst van Jos Verstegen. Josephus Wilhelmus Johannes (Jos) Versteegen (1956) is dichter, biograaf en vertaler. Hij is ook bekend onder de namen Robert Alquin, Alkwin en Jacob Steege. In 1982 debuteerde hij met ‘Ongrijpbare jeugd’, een lang homo-erotisch gedicht. Hij publiceerde vervolgens een bundeling gedichten onder de titel ‘Het lustprieel’ die voor een groot deel eerder werden gepubliceerd in het Nijmeegse blad ‘Pink’. Hij was jarenlang redactiesecretaris van het tijdschrift ‘De tweede ronde.

.

Voor NN,

.

Daar zat u, in uw eenpersoons kasteel,
uw bolwerk in de buitenwijk, uw donker fort
met landbouwplastic voor de ramen.

.

Een vrouw die in uw woning kwam,
zij heeft uw benen nog omzwachteld
en laatste woorden aangehoord
over de grote liefde in dit huis:
jasjes van patchwork, met pailletten.

.

Er woonde boosheid in uw straat
die op een dag door muren heen zou breken,
dat wist u zeker, en dan zat u klaar
in glinsterende jasjes, dichtgeknoopt en mooi:
uw harnas in uw eenpersoons kasteel
met landbouwplastic voor de ramen.

.

Geen kruimel viel er uit de muur,
geen vuist brak door een ruit naar binnen.
Uw stoffen harnas hing nog om u heen.

.

Paean

Versvorm

.

Er zijn al heel veel versvormen. Er bestaan vele klassieke versvormen, vrijere versvormen en nieuwe versvormen. Een bedenker van nieuwe versvormen was de Amerikaan Evelyn M.Watson (1886-1956). Hij bedacht onder meer de donata, de trine en de quaternion. Maar ook de Paean. Een Paean is in het Latijn een hymne of een overwinningshymne voor Apollo of een andere god.

Deze versvorm is opgebouwd uit 13 regels (4 + 3 + 3 +3) met als schema abab ccc abc ddd. Het schema dat daarbij hoort is 5 jamben, kort, 5 jamben, kort. Hoe zo’n Paean eruit ziet lees je hieronder.

.

Kort kerstverhaal
.
Het kerstkind werd in Bethlehem geboren.

Daar waren eng’len en ook herders bij.

De os en ezel waren uitverkoren:

Ze hoorden feestgezang, fluit en schalmei.

 .

De herberg vol.

Het is te dol,

Wat een gesol!

 .

Een ster kon vreemde koningen bekoren.

Ze volgde hem van verr’. Ze waren blij.

Twee reden er kameel, één op een knol.

 .

Herodus verstoord,

Plek gehoord.

Dat wordt moord!

.

Thuisreis

De muze zwerft door Nederland

.

In 1956 gaf de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels (of zoals ik tijdens mijn studie leerde te zeggen ‘De vereeniging’), ter gelegenheid van de Boekenweek de bundel uit ‘de muze zwerft door Nederland. Dit was een deel uit een serie van 16 delen die werden uitgegeven tussen 1949 en 1964. In dit deel, samengesteld door Ed. Hoornik, gedichten uit haar ontmoetingen met provincies, steden en stadjes.

Uit dit deel heb ik gekozen voor een gedicht van Simon Vinkenoog dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950, getiteld ‘Thuisreis’, een gedicht dat niet specifiek over een provincie, of stadje gaat maar over Nederland in algemene zin.

.

Thuisreis

.

omdat ik dit niet dromen wil

droom ik weerbarstig van

vochtland watergewassen –

omdat ik niet meer haten kan

moet ik stroomafwaarts

struikelen –

waar ik geboren ben

waar ik mijn vlag heb hangen

daar is het leven dood

van waterzucht bevangen

o vaderland waar de treinen

onder a.p. niet hard mogen rijden

en waar ik niet mag dromen

in opklapbedden

eenzaamheid

.

%d bloggers liken dit: