Site-archief

Ilco Fix

Louis de Bourbon

.

Hoewel ik al eens eerder over Louis de Bourbon (1908 – 1975) schreef kwam zijn naam me niet meteen bekend voor toen ik in de bundel ‘Erts’ een bloemlezing uit de poëzie van heden, een gedicht van zijn hand las. In deze bundel uit 1955 staan een paar wat minder bekende dichtersnamen. Die van de Bourbon is er dus een van. Op 26 september 2014 behandelde ik deze dichter nog in de categorie ‘dichter in verzet’ vandaag dus in de categorie (bijna) vergeten dichters.

In dit gedicht, dat werd gepubliceerd in ‘Ibidem’ komt een dichter naar voren die aan de ene kant speelt met de taal op een bijna post moderne wijze ( de vermenging van talen, het willekeurig noemen van merken) en aan de andere kant zelfs licht dadaïstische trekjes vertoont. Hoe dan ook, het is een intrigerend gedicht.

.

Ilco Fix

.

Waar ben ik in de wereld? Bahnhof Enge,
te Zürich: shoes of Ilco Fix und Schuhe
von Ilco Fix, op elke tree letters als koeien
souliers d’Ilco, I am walking par die Menge.
Wat doe ik hier? Ik vraag, wat ik hier doe?
Who’s who? Een mens: een jas, een broek, een hoed,
handschoenen en één schoen aan iedere voet,
un soulier d’Ilco Fix, ein Schuh, a shoe.
Wat is een mens als hij zichzelf niet is?
Een schaduw in de nacht, een stukje wildernis,
een brok berouw, of, als hij boft, een niks.
Een nulliteit van beenderen, water, bloed,
bijeengehouden door een jas, een hoed,
en ondersteund door Schuhe Ilco Fix.

.

Advertenties

Gruwelijke gedichten

Paul Celan

.

Al eerder schreef ik over de dichter Paul Celan (1920 – 1970). Over zijn beroemde gedicht ‘Todesfuge’. Paul Celans ouders werden door de nazi’s vermoord in een Oekraïens concentratiekamp en zelf werd hij als dwangarbeider in een Roemeens werkkamp tewerkgesteld. Dit gegeven werd de belangrijkste leidraad in zijn poëzie. Gedichten die de gruwelijkheid van de oorlog als onderwerp hebben. Na ‘Todesfuge’ (1948) en ‘Mohn und Gedächtnis’ (1952) verscheen in 1955 ‘Von Schwelle zu Schwelle’ met daarin het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’. In dit gedicht doet hij opnieuw een poging om te leren spreken na de verstomming van Auschwitz.

Chris van Esterik schreef hierover in het NRC van 22 oktober 1993: “In al zijn gedichten probeert hij steeds weer nieuwe sleutelwoorden uit om de waarheid te ontsluiten. De woorden, voorzien van vele verschillende betekenissen om de kans op het openen van het slot te verhogen, zocht hij met name bij mystici in chassidische geschriften, de kabbala, de bijbel en de natuur. Dat bezorgde hem het aura van een hermetisch dichter, een omschrijving die hij zelf met stelligheid van de hand wees. Hij omschreef zijn werk als “Mehrdeutigkeit ohne Maske’.”

Dat de gedichten van Celan niet altijd eenvoudig zijn of eenduidig mag dan zo zijn, maar zijn gedichten raken je en laten je voelen welke verschrikkingen er plaats hebben gevonden tijdens de tweede wereldoorlog en met name in de concentratiekampen. Zo ook in het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’ of ‘Met wisselende sleutel’ zoals de vertaling luidt.

.

Mit wechselndem Schlüssel

.

Mit wechselndem Schlüssel
schliesst du das Haus auf, darin
der Schnee des Verschwiegenen treibt.
Je nach dem Blut, das dir quillt
aus Aug oder Mund oder Ohr,
wechselt dein Schlüssel.

Wechselt dein Schlüssel, wechselt das Wort,
das treiben darf mit den Flocken.
Je nach dem Wind, der dich fortstösst,
ballt um das Wort sich der Schnee.

.

Met wisselende sleutel

.

Met wisselende sleutel

ontsluit je het huis, waarin

de sneeuw van ’t verzwegene woedt.

Naar gelang het bloed opwelt

uit je oog of je mond of je oor,

wisselt je sleutel.

Wisselt je sleutel, wisselt het woord

dat woeden mag met de vlokken.

Naar gelang de wind die jou wegstoot,

balt om het woord zich de sneeuw.

.

2 Muzen

Boekenweekgeschenk

.

In 1955 werd in het kader van de Boekenweek het bundeltje ‘2 Muzen’ uitgebracht als boekenweekgeschenk. Een verzameling van Nederlandse gedichten handelend over muziek, uitgezocht door Jan Engelman en Wouter Paap. In de inleiding bij dit boekje staat:

Dit bundeltje wordt de wereld ingezonden in de hoop, dat de jeugdige muziekminnaars er de schoonheid van de dichtkunst door op het spoor mogen komen, en dat de poëzieminnaars er iets van de mysterieuze werking der muziek uit zullen leren kennen. De omgang met dit zusterpaar: dichtkunst en muziek, kan het leven van kunstgevoelige naturen in dubbele zin verrijken.

Tegenwoordig zou een dergelijke bundel waarschijnlijk gevuld zijn met de cross over tussen rap muziek en poëzie. Toen ging het vooral om klassieke muziek zoals in het gedicht ‘Eine kleine Nachtmusik’ van Gerrit Achterberg, oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Cryptogamen’ uit 1946.

.

Eine kleine Nachtmusik

Terwijl hij onder den vleugel sliep
alsof geen morgen hem meer riep,
begonnen zacht op ‘t wit en zwart
van ‘t doodstil glanzend mechaniek
de snelle maten van het lied
dat in zichzelf verdronken sliep,
dat in zichzelf verzonken zag
naar wie het riep
met klare, jubelende kracht.

Haastig en diep gelukkig schiep
Mozart zijn kleine nachtmuziek.

.

De sneeuwpop

Harriet Laurey

.

Harriet Laurey (1924 – 2004) werd in Eindhoven geboren en is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen. Ze debuteerde als dichter  in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in ‘De Nieuwe Eeuw’. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley’, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Deze bundel kon het grote publiek zeer bekoren. In 1971 schreef een recensente van de Telegraaf dat zij de bundel ‘Oorbellen’ uit 1954  al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie rekende. In 1955 publiceerde zij nog eenmaal samen met haar echtgenoot een dichtbundel maar daarna schreef ze nog louter kinderboeken.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘De sneeuwpop’.

.

De sneeuwpop.

 

Ik ben de sneeuwpop op het Leidseplein.

In vlokken kwam ik naar hun wereld vallen,

ontelbaar. Maar zij maakten met z’n allen

de starre man, die ik opeens moet zijn.

.

Mijn ene arm korter dan de and’re,

mijn hoofd te groot, de stijve hoed te klein.

Ik voel wel, dat ik onbehouwen schijn.

Ik voel het, maar ik kan het niet verand’ren.

.

Hoewel zij inderhaast mijn beide ore

-alsof een pop wel zonder kan – vergaten,

hoor ik hun warme mensenstemmen praten.

.

En ’t sneeuwt zó los. Maar ik ben vastgevroren

en straks, met heel het plein alleen gelaten,

niet eens meer sneeuw, niet eens meer helder water..

,

sneeuwpop

 

In de avond

Aleksej Poerin

.

Geboren in Leningrad, ontwikkelde Aleksej Poerin (1955) zich na zijn studie scheikunde als dichter, essayist en literair criticus. Als dichter treedt hij in de voetsporen van Annenski, Mandelstam en Koesjner. Hij oogstte veel lof met de cyclus ‘Eurazië’uit 1995, een lyrische studie van het leven in militaire dienst. Uit ‘Optima’ uit 1997 het gedicht ‘In de avond’ in een vertaling van Hans Boland.

.

 

In de avond

.

Steek maar een ‘Herzegovina Fleur’ op, drink je cognac

om je op te warmen, kijk naar het zwarte, harige zwerk,

sneeuwhopen achter mica, al bijna tot aan het dak,

allerlei zilvergehaltes, aardewerk van elk merk.

.

Ga je dan naar de slaapzaal, trek je schapenvacht aan,

voel je een beeldje worden, tinkend, het vriest dat het kraakt,

lippen die smaken naar mint, cilinders van adem slaan

tegen de grond stuk, wat een geluid van scherven maakt.

.

In de tv met zijn melkwit scherm een viskom met ijs.

Kleumend en sidderend. Koortsdromen, Zweeds of Noors ge-ijl.

Hier vindt je dus het Walhalla – blauwogige, hitte, gehijs.

De kapitein Gordejtsjik is strontzat. Geen enkel heil.

.

Is het een wonder, zo’n rotzooitje, onder zijn gezag?

Tegen een muur breekt een fles, er wordt iemand opgejaagd.

Opvoeden kan hij ze toch genoeg, de godganse dag?

Is het misschien de monotonie van de drank, die knaagt?

.

Loop dan maar door naar het meer met de kapotte pomp

en de verwarmingsketel, adem de smerige damp;

niemand zal weglopen, in deze vorst, naar de zomp,

voel je gezond als een visje in een drabbige zwamp.

.

 

.

purin-aleksej

In ballingschap

A. Roland Holst

.

Van de kringloopwinkel dit keer een deel uit de Ooievaar reeks, nummer 16 uit 1955, ‘In ballingschap’ een keuze uit eigen werk door A. Roland Holst (1888 – 1976). In de Achteraf (dat vooraan in de bundel is opgenomen) schrijft Roland Holst:

“Mocht, niet alleen nu, maar nog na jaren, door iets van wat ik ooit schreef, een zweem van dat geluk in een ander mensch teweeg worden gebracht, dan ware mijn leven niet zonder zin geweest.”

Ik denk dat elke dichter deze gedachten wel eens heeft, in het geval van Roland Holst is deze hoop ook werkelijkheid geworden. In deze bundel verzen en proza. Ik koos voor een gedicht uit 1921 met de titel ‘De stervende’.

.

De stervende

.

Wie praat daarbuiten in zon en wind

van den ouden tuin?

De stem van een, die ik heb bemind,

kon niet lichter en lieflijker zijn.

.

En wie is de vreemde die met haar praat?

o, huiverend harte mijn,

de stem van een, dien ik heb gehaat,

kon niet schooner en donkerder zijn.

.

Moest dan alleen een droom, dien de wind verhaalt

aan het licht en het loover, zijn?

de wind gaat liggen…de avond daalt…

en het zal over zijn.

.

arh

 

Maan

Nes Tergast

.

De Haagse Nes Tergast (1896 – 1974) was makelaar, dichter en kunstcriticus. Zijn echte naam was Albert Ernest Bruno Johannes en hij werd geboren in Java. Onder het pseudoniem Bruno van Nes werkte hij aanvankelijk met poëzie mee aan ‘Werk’ (1939). In 1940 verscheen de bundel ‘Glas en schaduw’, samengesteld uit de poëzie voor ‘Werk’ en het tijdschrift ‘Criterium’. Pas geruime tijd na de tweede wereldoorlog verscheen opnieuw poëzie in de bundel ‘Het moederland’ (1949), waarin zijn geboorteland Indonesië een belangrijke evocatieve rol speelt. Daarna volgden nog twee bundels gedichten: ‘Deliria’ (1951) en ‘Werelden’ (1953). De hem voor deze poëzie toegekende Jan Campertprijs 1955 weigerde hij. (Bron: DBNL.org).

De poëzie van Tergast kun je modern noemen zowel qua inhoud als qua vormgeving. Zijn werk sluit aan bij dichters als René Char, Prévert en Cummings. Onderstaand gedicht ‘Maan’ verscheen in Maatstaf.

.

Maan

.

Lach in de torens van mijn bloed

De weerhaken van je topazen rust

.

Zing de staalblauwe speren van je huid

In het weerbarstig huis van mijn gedachten

.

Ruk de vier windstreken van mijn verlangen

Met het stilet van je gebaar aan flarden

.

Dans in mijn ogen die op slapen staan

Nog enkele flitsen uit het ingewand

Van het hiernamaals over

.

O maan maanzieke maan

Die in de spiegel naast mij slaapt

Die achter in mijn dromen naast mij slaapt.

.

maan

 

 

Voorbij de laatste stad

Gerrit Achterberg

.

De bloemlezing ‘Voorbij de laatste stad’ van het werk van Gerrit Achterberg verscheen voor het eerst in 1955 in een oplage van 10.000 exemplaren. In de jaren daarna ( mijn exemplaar is van 1962) werden er nog eens 25.000 stuks van gedrukt en verkocht. Voor een dichter een astronomisch aantal. Nog steeds mag Gerrit Achterberg (1905 – 1962) zich in een grote aandacht verheugen want zijn werk wordt nog steeds gewaardeerd en (deels) gepubliceerd. Uit 1953 het gedicht ‘Noordeinde’.

.

Noordeinde 

.

Ik loop in doodvakantie door Den Haag.
Het uitgestalde wordt mijn eigendom.
De dorst naar u slaat op de wereld om
zonder dat ik de dingen overvraag.

Zij liggen daar geprijsd van hoog tot laag.
Niemand behoeft hun absolute som meer te begroten.
Ieder stuk alom
vertegenwoordigt u tot op vandaag.

De winkelieren knikken bij mijn komst.
Wij overleggen in geheime hoeken
rijk en gelijk aan wederzijds geluk.

De meisjes hebben het bijzonder druk
om alles in de dozen op te zoeken.
Hun ogen glanzen en de winkel gonst.

.

img_6091

img_6092

Fabriekswater en Het jammerhout

Karel Bralleput

.

Woensdagmiddag bij de kringloopwinkel twee prachtige bundeltjes van Karel Bralleput oftewel Simon Carmiggelt gekocht. De een uit 1955 (Het Jammerhout) en de ander uit 1957 (Fabriekswater). Allebei hebben ze wat (koffie)schade aan de onderkant in de hoek maar dat geeft niet, dat zijn lege hoeken zonder tekst.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt dus ook gedichten. Naast de bundels die ik kocht schreef hij ook nog de bundel ‘Al mijn gal’. Zijn poëzie is rijmend en humoristisch, melancholiek en grappig dramatisch.  Uit ‘Het jammerhout’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘De actrice’.

.

De actrice

.

Toen zij haar minnaar zag verdrinken,

viel over haar geween het doek.

Wij klapten. ’t Officieel bezoek

liet tomeloze jubels klinken.

.

Dat moest. Het was een jubilé.

Twintig of dertig. ‘k Ben ’t vergeten.

Maar vele sprekers lieten daarop weten:

‘Je was heel groot, je gaat nog jaren mee.’

.

De dame, zo gevierd op deze dag

en onder bloem en tact welhaast bedolven

weende luid-op, alsof zij in de golven

opnieuw die man verdrinken zag.

.

IMG_4473

 

Doornroosje

Gerrit Achterberg

.

Staand voor mijn boekenkast, voor de planken met poëziebundels, koos ik vandaag voor de verzamelbundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Doornroosje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Doornroosje’ uit 1947.

.

Doornroosje

.

Houthakkers, die zich in het bos verklikken.

Sloten, die op hun bodem staan te roesten.

Je eigen in de hoogte horen hoesten.

Een edelhert met plotselinge schrikken.

.

Spechten, als zachte mitrailleuren tikken

tegen de honderd jaar in eikeknoesten.

Dat wij elkander tegenkomen moesten

was te voorzien met langgeworden blikken.

.

Hier is het uur.Op deze ronde plek

heeft het tussen ons plaats, een vuur,

dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.

.

terwijl de stilte verder openspringt,

met bomen van verbazing opgewekt,

omklemmen wij het eeuwig avontuur.

.

Gerrit A

voorbijdelaatstestad (1)

%d bloggers liken dit: