Site-archief

Rivier

Kusters en Kuypers

.

Vandaag in de categorie Dubbel-gedicht als onderwerp de rivier. Er zijn veel gedichten geschreven over rivieren, meanderend door het Hollandse landschap, over bruggen over rivieren, dorpen en steden aan rivieren en ga zo maar door. En in sommige gevallen krijgt de rivier iets menselijks of vereenzelvigd de dichter zich met een rivier.

In de twee gedichten in dit Dubbel-gedicht is er sprake van de laatste twee voorbeelden.

Het eerste gedicht is van Wiel Kusters (1947) en is getiteld ‘Rivier’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Leesjongen’ Verzamelde gedichten 1978 – 2017 uit 2017. In dit gedicht komt de rivier pas later in het gedicht voor maar Kusters geeft haar menselijke trekjes ( de rivier / die altijd weet waarheen ) en hij betrekt de rivier op zichzelf ( dat ik de rivier / niet meer kan zien / of stromen voel in mij ).

Het tweede gedicht is van Sjoerd Kuyper (1952) en is ook getiteld ‘Rivier’ en dit komt uit de bundel ‘Het heelal van jouw hart’ uit 2012. Kuyper begint zijn gedicht meteen met een wens (Ik zou zo graag / een rivier zijn ) en vervolgt het gedicht door de eigenschappen van een rivier op zichzelf te betrekken.

Twee totaal verschillende gedichten met de rivier als onderwerp.

.

Rivier

.

Toen mijn moeder
net zo oud was als mijn oma
wist ze niet goed meer
wie ze was.
.
Daar ben ik bang voor,
zei ze, en wees
naar witte strepen
in de blauwe lucht.
.
Later vlogen er ganzen
over. Wel zeven,
hoog boven de rivier.
.
(Ik had de strepen uitgewist
en was op weg
naar huis.)
.
Eén vloog er fier voorop,
zes volgden hem.
Allemaal achter die ene aan,
die ene wist de weg.
.
Of volgde hij soms niet
zichzelf maar de rivier
die altijd weet waarheen,
vanzelf?
.
Daar ben ik bang voor,
dacht ik vlug niet oud:
dat ik de rivier
niet meer kan zien
of stromen voel in mij.

.

Rivier

.

Ik zou graag

een rivier zijn

.

die door de zomer

stroomt, zo loom,

.

ik bewoog wel

maar niemand

die het zag.

.

Alleen een steen

zou zeggen:

Wat wriemel je toch!

.

En ik zei:

Praat niet zoveel.

.

Dan zou de steen

graag zijn

ik die dit schrijf

.

in een trein

op een brug.

.

Keizerin van Oostenrijk

Liefde die moet vrij zijn

.

Keizerin Sissi, zo is ze vooral bekend, al is het maar door de films met Romy Schneider, die haar beroemd maakte; Keizerin Elisabeth van Oostenrijk. Elisabeth Amalie Eugenie in Beieren (1837 – 1898) zoals haar naam was trouwde op zeer jonge leeftijd (16 jaar, haar man Keizer Frans Jozef was 23) en werd daardoor Keizerin van Oostenrijk en (vanaf 1867) Hongarije.

Ze was totaal onvoorbereid op een leven als Keizerin. Ze was van geboorte al prinses van Beieren en Hertogin in Beieren maar Keizerin was toch een ander verhaal. Ze had enorm veel moeite om zich aan te passen aan de strenge etiquette aan het hof en deed er van alles aan om aan de regels te ontsnappen.

Wat minder bekend is was dat ze in het diepste geheim  honderden verzen schreef. Pas in 1952, ruim een halve eeuw na haar tragische dood, werd in het Zwitserse Bern een cassette gevonden waarin zij haar verzamelde gedichten had opgeborgen.

In haar poëzie klinkt veelal haar eenzaamheid door en haar hunkering naar een eenvoudig en vervuld leven. In 2000 gaf uitgeverij Bert Bakker een selectie, samengesteld en vertaald door Gerda Meijerink, uit onder de titel ‘Liefde, die moet vrij zijn’. De 21 gedichten zijn opgenomen in het Duits en het Nederlands. Ik koos voor het gedicht Áfscheid van Zandvoort’ of ‘Abschied von Zandvoort’. Keizerin Elisabeth bezocht tijdens haar leven een aantal maand deze Hollandse badplaats en verbleef daar in hotel Kaufmann en Villa Paula. Ze bezocht Zandvoort voor fysiotherapie door de beroemde dr. Mezger in Amsterdam. Als ze in Zandvoort was hield ze zich bezig met snelwandelen langs het Zandvoortse strand en paardrijden.

.

Afscheid van Zandvoort

.

Nog een laatste, lange blik

Op jou, geliefde zee!

En dan vaarwel, hoe moeilijk ook;

God geve mij rentree!

.

Voor ’n afscheidsgroet vond ik het gepast,

Deze stille maanlichtnacht;

Jij trekt je uit- een glanzend beeld-

In al je zilverpracht.

.

Wanneer achter de duinenrij

De prille ochtend kriekt,

Ben ik met snelle vleugelslag

Al ver van jou gewiekt.

.

Maar ze vliegen hier altijd

De meeuwen, een witte schaar;

Dat één ervan er niet meer is,

Word jij dat dan gewaar?

.

Abschied von Zandvoort

.

Noch einen letzten, langen Blick
Auf dich geliebtes Meer!
Dann lebe wohl, so schwer´s auch fällt,
Gott geb´, auf Wiederkehr!

.

Zum Abschiedsgrusse wählt´ ich mir
Die stille Mondesnacht
Du liegst vor mir ein schimmernd Bild
In deiner Silberpracht.

.

Wenn morgen übers Dünenland
Die Sonne Strahl dich streift,
Bin ich mit raschem Flügelschlag
Schon weit von hier geschweift.

.

Umkreisen wird dich, wie zuvor,
Der Möven weisse Schar;
Dass unter ihnen eine fehlt,
Wirst du es wohl gewahr?

.

Bijgeluiden

Henk Ester

.

Ik ken inmiddels toch behoorlijk wat Rotterdamse dichters, persoonlijk of van hun werk, maar de naam Henk Ester (1952) kende ik nog niet. Tot ik zijn (eerste) bundel in handen kreeg getiteld ‘Bijgeluiden’. Op de achterflap lees ik dat Ester dichter en redacteur is (dat laatste bij de Automatiseringsgids), dat hij geografie studeerde en filosofie. Verder lees ik dat hij graag op de Maasvlakte en door de duinen zwerft (wat ik heel goed begrijp).

Inmiddels heeft Ester nog twee bundels uitgegeven; ‘E-groot is rood’ in 2016 en ‘Het vermoeden van Witten’ in 2018. In zijn debuutbundel ‘Bijgeluiden’ uit 2013 (waar hij de C. Buddingh’ prijs voor ontving) is van het voorgaande regelmatig iets terug te vinden. Zo ook in het gedicht ‘Tijd’ dat in de bundel valt onder het hoofdstukje Bijgeluiden VII (serie van 5 gedichten, dit is nummer 3).

.

Tijd

.

Als er geen getuigen zijn

.

als de straten leeg zijn tot ver voorbij de hoek

als niemand meer een tegel licht

om zijn gelijk te halen

en geen schilder meer de ruimte kleurt

als het ‘zoete zeegefluister’ zwijgt

en niemand leest

als geen componist meer pleit voor ‘klanken zonder meer’

als werkelijk niemand meer op rotsen slaat

en logica verkruimelt in graniet

.

wie schrijven dan de uren?

.

en hoelang duurt dat dan?

.

ik bedoel

die uren aan zee

als er geen getuigen zijn.

Om tijd te winnen

Jan Dullemond

.

De Rotterdamse dichter Jan Dullemond (1952) kende ik wel van naam maar nog niet van werk tot ik zijn bundel ‘Om tijd te winnen’ uit 2017 kocht. ‘Om tijd te winnen’ Gedichten 1995 – 2015 is een stevige bundel van maar liefst 180 pagina’s. In de bundel zit een los vel waarin meer te lezen is over dit 43ste nummer in de Bordeauxreeks. Deze reeks van uitgeverij Liverse kent inmiddels meer dan 50 delen en dichters als Job Degenaar, Dirk Kroon, Kees Klok en Manuel Kneepkens zijn met bundels in deze reeks verschenen.

Op zijn website http://www.jandullemond.nl staat te lezen bij de informatie over de bundel ‘Om tijd te winnen’: Wat is poëzie meer dan rondkijken wat er te zien is in een gedicht, wat er gebeurt, op het eerste gezicht, en bij een tweede blik, en een derde, als het labyrint groeit? Dat vraagt tijd. ‘Om tijd te winnen’ is een uitnodiging om rond te dwalen.

En dat is het. Zowel qua inhoud als in vorm is er veel afwisselends te lezen en te beleven. Veel gedichten over Griekse oorden (Jan Dullemond woonde 8 maanden op Kreta) maar ook bijvoorbeeld 4 gedichten met de titel Het ei van Brancusi en zelfs een (ander) hoofdstuk met als titel Het ei van Brancusi.

In dat hoofdstuk bleef ik hangen bij het gedicht ‘Paleopoëzie’. Vooral omdat ik wat familie heb die een Paleodieet volgen en dan is dat een haakje dat je niet overslaat.

.

Paleopoëzie

.

niet om te beginnen een kras

.

een eerste kras na nog een kras

op de rode steen

in de hand

.

en nog een kras

.

en nog een

net zo of niet

.

buiten de grot niets

dan zee en licht

.

in de grot

slaap en donkerlicht

.

niet om verder te gaan een kras

met de punt in zacht steen

in de hand

.

rode steen met krassen

een kras niet als die

een kras niet als deze

tussen de eerste krassen

.

in het oog van de grot

niets dan zee en blauw

.

krassen net als deze

krassen net als die

.

in het oog van de grot

.

rode steen en zee en blauw

.

De maan

Miriam Van hee

.

Twee jaar geleden (2017) was de Vlaamse dichter Miriam Van hee dichter van de maand november en sindsdien heb ik geen aandacht meer aan haar besteed. Twee weken geleden werd haar werk mij weer onder de aandacht gebracht tijdens het poëziesymposium over poëzie in de klas.

Toen ook dacht ik dat ik weer eens iets van haar moest plaatsen. Miriam Van hee (1952) won verschillende prijzen met haar boeken, zat in jury’s en bracht, sinds  haar debuut in 1978 met de bundel ‘Het karige maal’  nog tien dichtbundels uit. Haar laatste bundel dateert alweer uit 2017 getiteld ‘Als werden wij ergens ontboden’.

Uit haar bundel ‘ Ook daar valt het licht’ uit 2013 koos ik het gedicht ‘ De maan’.

.

De maan
.
een feestend land waarin voor ons
geen plaats meer was, zo verrees
voor ons de maan boven het bos
als op een russisch schilderij en
.
keek je goed, dan zag je onze
werelddelen, afrika, australië en zelfs
italië, weliswaar met een gekrompen
laars die leek te wapperen, zoals de jas
.
van wie zich haast, of als een vaandel,
alsof daar wind was, op de maan
herfst, een regenbui, iets wat begon
en dan ophield zoals alles hier bij ons
.

Rock & Roll dichter

Dylan Thomas

.

De uit Wales afkomstige dichter en schrijver Dylan Marlais Thomas (1914 – 1953) wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste dichters van de 20e eeuw. In 1934 debuteerde hij met de bundel ’18 Poems’. Kenmerkend voor de poëzie in zijn debuut zijn het gebruik van alliteratie, binnenrijm en sprung rhythm, een door de Engelse dichter Gerard Manley Hopkins (1844-1889) geïntroduceerde benaming voor een gecompliceerd metrisch systeem. Om de gewone spraak te imiteren wordt de eerste lettergreep van een versvoet beklemtoond, waarna in de versregel een variërend aantal onbeklemtoonde lettergrepen volgen.

De grote doorbraak naar internationale roem kwam er met de bundel ‘Death and Entrances’ (1946).Thomas was een non-conformist: hij dronk veel te veel, hield zich niet aan afspraken, kleedde zich als een bohemien. Stuk voor stuk zaken die volgens hem beantwoordden aan het beeld van een dichter. Ook na zijn huwelijk met Caitlin Macnamara verandert dit niet. Macnamara was zelf een zwaar drinker en geldproblemen, drankproblemen en ruzies waren aan de orde van de dag. De terugkerende thema’s in zijn poëzie zijn leven, dood, nostalgie en het verlies van onschuld.

De grote doorbraak naar internationale roem kwam er met de bundel ‘Death and Entrances’ (1946). Onder andere omdat de geldnood bleef aanhouden, trok Thomas in 1950 naar Amerika om er voorleessessies te geven. Zijn volledige honorarium ging echter op aan drank. Samen met zijn vrouw Caitlin vertrekt hij in 1952 voor de tweede maal naar Amerika, waar hij dit keer bomvolle zalen trok met zijn voorleessessies. Het succes was enorm. Na deze tournee bezocht hij de VS nog enkele keren, maar hij kwam nauwelijks nog aan schrijven toe. In 1953 trekt hij opnieuw naar de Verenigde Staten en verblijft daar in het ‘beroemde’Chelsea hotel in New York. ˜Daar overlijdt hij aan, wat wordt aangenomen, een combinatie van teveel drank en suikerziekte. Hij raakt in een coma en sterft op 9 november van dat jaar.

Dylan Thomas heeft grote invloed op dichters maar ook op musici. Zo wilde John Lennon absoluut zijn beeltenis op de hoes van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band omdat de dichter een grote invloed had op zijn eigen teksten. De naam ‘Dylan’ is van invloed geweest op de keuze van zijn nieuwe naam door zanger Bob Dylan, die als Robert Zimmerman is geboren.

In de fijne bundel ‘Read me: a poem for everyday of the year’ is Dylan Thomas uiteraard ook opgenomen. In deze bundel uit 2018 staat onder andere het gedicht ‘The Song of the mischievous Dog’.

.

The Song of the Mischievous Dog

.

There are many who say that a dog has its day,

And a cat  has a number of lives;

There are others who think that a lobster is pink,

And that bees never work in their hives.

There are fewer, of course, who insist that a horse

Has a horn and two humps on its head,

And a fellow who jests that a mare can build nests

Is as rare as a donkey that’s red.

Yet in spite of all this, I have moments of bliss,

For I cherish a passion for bones,

And though doubtful of biscuit, I’m willing to risk it,

And I love to chase rabbits and stones.

But my greatest delight is to take a good bite

At a calf that is plump and delicious;

And if I indulge in a bite at a bulge,

Let’s hope you won’t think me too vicious.

.

Wij-materie

Sybren Polet

.

Van alle dichters uit de beweging van de Vijftigers ken ik Sybren Polet het minst goed. Sybren Polet (1924 – 2015) was het pseudoniem van schrijver, dichter Sybe Minnema. Polet volgde een opleiding tot leraar in Zwolle. In 1946 debuteerde hij onder zijn eigen naam met de dichtbundel ‘Genesis’. Als Sybren Polet debuteerde hij in 1949 in het literaire tijdschrift Podium, waarvan hij van 1952 tot 1965 redacteur zou zijn. De stad Amsterdam speelt er een centrale rol in zijn werk en de personages, aangeduid als Mr. Iks, Mr. X, en dergelijke, veranderen continu van gedaante. Polet schreef ook toneelstukken en kinderboeken en stelde bloemlezingen samen van poëzie en sciencefiction. Ook vertaalde hij Zweedse poëzie naar het Nederlands  Voor zijn werk ontving Polet verschillende belangrijke literaire prijzen zoals de Jan Campert-prijs voor zijn dichtbundel ‘Geboortestad’ in 1959, de Herman Gorterprijs voor zijn dichtbundel ‘Persoon/onpersoon’ in 1972 en de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre in 2003.

In 1961 verscheen van hem de dichtbundel ‘Konkrete poëzie’ en uit die bundel komt het gedicht ‘Wij-materie’ waarin het experimentele karakter van de Vijftigerspoëzie heel goed tot uitdrukking komt..

.

Wij-materie

.

Ik zeg. Zeg niets. Niets zeg ik dan: Wij. Het splijt
dikwijls maar is, immers heeft een soort. gewicht
van 34.3, atoomnummer 2 : 2 protenen (jij
en ik), 2 neutronen (?) en een heel kleine neutrino.
Onder het uitzenden van een λ-deeltje
ontwikkelen wij een zo sterke erotiese warmte
—gelijk aan zes volledige echtparen in hun eerste graad
van kennismaking—dat wij materiemystici oplossen
in licht. Neutraal is de witheid
die niets omringt, niets is, niets
wil.
Geen astrofysikus zweeft voorbij. Geen supersoniese engel
ruist. –Geen adem, geen adat, geen Adam.

.

 

Week van de vijftigers

laatste week van februari

.

De Nederlandse poëzie heeft de laatste 150 jaar veel verschillende stromingen gekend (Tachtigers, Vijftigers, nieuw realisten, Maximalen e.d) maar één van de bekendste en misschien ook wel invloedrijkste was de beweging van de Vijftigers. De beweging van de Vijftigers werd ingezet door de dichter Lucebert zo valt te lezen op de website https://www.literatuurgeschiedenis.nl

Lucebert stuurde zijn gedichten in 1949 op aan uitgeverij De Bezige Bij. Zijn onconventionele gedichten vielen echter niet in de smaak bij de redacteur die ze moest beoordelen. Deze dacht dat ze door een krankzinnige gemaakt waren. Maandenlang hoorde Lucebert niets van de uitgeverij. In dat jaar, ten tijde van de Politionele Acties, debuteerde hij met het gedicht ‘Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia’.

Toen Lucebert in 1951 echter debuteerde met de bundel ‘triangel in de jungle’ bij uitgeverij a.a.m. stols, kwam men bij De Bezige Bij alsnog tot inkeer en in 1952 verscheen daar de bundel ‘ápocrief/de analpabetische naam…’. Hij werd hiermee de voorman van de Vijftigers.

Zijn poëzie, die zo kort daarvoor nog voor gekkenwerk was gehouden, bleef onconventioneel, maar dat nam niet weg dat steeds meer lezers hun aanvankelijke weerzin overwonnen, omdat ze begrepen dat hier een jonge dichter stem probeerde te geven aan een generatie die in de Tweede Wereldoorlog volwassen was geworden. Een generatie die vond dat het allemaal helemaal anders moest. De dichters uit deze beweging verzetten zich tegen de oude normen en waarden die na de oorlog opnieuw gekoesterd werden, ook in de kunst. Zozeer week de poëzie van de dichters van Vijftig af van wat toen de norm was, dat veel lezers aanvankelijk niet inzagen waarom dit soort werk nog poëzie of literatuur genoemd kon worden.

Naast het experimentele karakter van de gedichten gaven de Vijftigers nog een betekenis aan het woord experimenteel, namelijk die van de experience, de beleving. Het proces van het dichten was minstens zo belangrijk als het vernieuwende karakter. Daarnaast was spontaniteit een belangrijk gegeven. Juist na de tweede wereldoorlog (waarin zo duidelijk was geworden wat er gebeurd als je vastliggende constructies oplegt aan de werkelijkheid) was spontaniteit van handelen en denken van groot belang voor de Vijftigers. Zij zetten zich af tegen het rationele, zoals het denken in zwart-wit tegenstellingen (goed/slecht, geest/lichaam, goddelijk/aards) en de hiërarchie die zulke tegenstellingen aanbrengen. Ze wilden dit soort denken juist doorbreken. Voor hen stond het goddelijke niet boven het aardse, de geest niet boven het lichaam. De Vijftigers zagen de poëzie als een bevrijdende kracht voor alle levensterreinen. Hun staat niet alleen een literaire omwenteling voor ogen, maar een totale reorganisatie van het leven en het bewustzijn.

Tot de dichters van de Vijftigers worden gerekend: Lucebert, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Hans Andreus, Remco Campert, Jan Elburg, Sybren Polet, Paul Rodenko, Bert Schierbeek, Simon Vinkenoog, Paul Snoek en Jan Hanlo.

Deze week extra aandacht voor de Vijftigers en hun werk uit die beginperiode van de jaren ’50. Te beginnen, uiteraard, met een gedicht van Lucebert uit de bundel ‘Triangel in de jungle’ uit 1951.

.

Strafkolonie

.

Een meer vol kettingen en rode

voetstappen nachtdruppels ebbenhouten

ogen in alle kasten

konden genezen eten en boeken

lange boeken zingen op onze lichamen

wan en langhopig lang

.

soms komt de zon zo zon-

derling hinkend als pompen

.

vaak puilt de nacht een paarse vrouw

koud op de kamer koud op de keel

.

soms is het onderling donker

.

 

Grond

Antjie Krog

.

Afgelopen week kreeg ik een mail met daarin een gedicht van Antjie Krog (1952), in het Zuid Afrikaans. Reden om weer eens wat van haar te lezen. In dit geval pakte ik de ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ erbij, de vuistdikke Canon van de Europese poëzie want daarin staan een aantal gedichten van haar vertaald naar het Nederlands. Op zichzelf is het natuurlijk vreemd om Antjie Krog, die niet uit Europa komt op te nemen in de Canon van de Europese poëzie,maar deze ‘dwaling’ vergeef ik de samenstellers Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries met veel liefde. Overigens geven ze zelf in de inleiding hiervoor een reden: “Het zou belachelijk zijn om Engelse, Portugese en Nederlandse dichters op te nemen en tegelijkertijd Amerikaanse, Braziliaanse en Zuid-Afrikaanse dichters buiten te sluiten.. omdat ze elkaar allemaal hebben gelezen, diepgaand door elkaar zijn beïnvloeden deel uitmaken van dezelfde traditie, of je die Euopees noemt of anders”. Ook daar valt nog wel wat tegen in te brengen maar gelukkig benadrukken de samenstellers verschillende malen dat het hier een subjectieve verzameling betreft.

Het gedicht van Antjie Krog is in een Nederlandse vertaling, want hoe prachtig ik poëzie in het Zuid Afrikaans ook vind, in de vertaling krijg je toch altijd net iets meer mee (zeker als je het Zuid Afrikaans niet machtig bent). Daarom het gedicht ‘Grond’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Om te kan asemhaal’ uit 1999, hier in een vertaling van Robert Dorsman.

.

Grond

.

op bevel van mijn voorgeslacht was jij bezit

had ik taal kon ik schrijven want jij was grond mijn grond

.

maar mij wilde je nooit

hoe ik me ook uitstrekte om me neer te leggen

in ruisende blauwe eucalyptusbomen

in runderen die hun hoorns laten zakken in Diepvlei

rimpelend drinkt het trillende vel aan hun keel

in tafzijden stressen in druipend gom

in doornbloemen afgegeleden naar de leegten

.

mij wilde je nooit

mij verduren kon je nooit

keer op keer schudde je me af

duwde je me weg

grond, ik word langzaam naamloos in de mond

.

nu wordt om je gevochten

wordt bedongen verdeeld verkaveld verkocht verstolen verpand

ik wil ondergronds gaan met je grond

grond die mij niet wilde hebben

grond die nooit aan mij heeft toebehoord

.

grond die ik vergeefser dan vroeger liefheb

.

Liederen van de blauwkraanvogel

Antjie Krog

.

Antjie Krog (1952) debuteerde op haar achttiende met de dichtbundel ‘Dogter van Jefta’. Inmiddels is ze één van de belangrijkste dichters van Zuid-Afrika. Haar poëzie is persoonlijk, zintuiglijk en sterk geëngageerd. Thema’s die in het werk van Krog aan de orde komen zijn het moederschap en het ouder worden, de diepe verbondenheid en de worsteling met de ongelijkheid en het racisme in haar land. Ze neemt daarbij geen blad voor de mond. Haar stem is afwisselend woedend, kwetsbaar, hoopvol en radeloos. Haar werk is veelvuldig bekroond, onder ander met de prestigieuze Herzog-prijs, en Krogs dichterschap wordt vergeleken met dat van Sylvia Plath en Wislawa Szymborska.

In 2003 verscheen bij Uitgeverij Podium/Novib de bundel ‘Liederen van de blauwkraanvogel’ uit. In deze bundel koos Krog uit een enorm archief van de Engelsman Wilhelm Bleek. Deze verzamelde transcripties, poëzie en vertellingen van de Kaapse Bosjesmannen of Khoisan. Deze spraken een taal, het |Xam, waarvan de laatste spreker inmiddels is overleden (waarmee het |Xam een dode taal werd).

Krog las en vertaalde deze gedichten naar het Afrikaans en Robert Dorsman verzorgde de Nederlandse vertaling. Voor het goed verstaan van dit volk en hoe men leefde moet je de hele bundel lezen maar ik koos voor een gedicht getiteld ‘Het doden van een witte springbok’ of zoals de Afrikaanse titel is ‘Die doodmaak van ’n wit springbok’.

.

Het doden van een witte springbok

.

(|Han#Kass’o heeft dit van de vader van zijn moeder gehoord)

.

je maakt een witte springbok niet dood

je mag er alleen maar naar kijken

want het voelt alsof de springbok helemaal wil verdwijnen

een gewone springbok zal nooit naar de plaats komen

waar een witte springbok dood heeft gelegen

alle springbokken maken juist dat ze uit de buurt komen

laat daarom je boog zakken

daarom kijk je alleen maar naar een springbok die wit is

ook al is hij nog zo dichtbij

.

Met dank aan uitgeverijpodium.nl
%d bloggers liken dit: