Site-archief

Liefdesgedicht

Paul Éluard

.

De Franse dichter Paul Eluard (1895 – 1952) schreef een bijzonder liefdesgedicht dat ik vandaag op deze mooie dag, graag met je deel. Medeplichtigheid tussen twee geliefden betekent ook elkaar begrijpen zonder zich in woorden uit te drukken. Dit is wat Éluard bedoelt in het gedicht ‘Praat om te zwijgen’.

.

Praat om te zwijgen

.

parlare
zonder iets te zeggen
mededeling
in stilte
de behoeften van de ziel
geef stem
aan de rimpels van het gezicht
aan de wimpers
in de mondhoeken
parlare
handen vasthouden
wees stil
handen vasthouden

.

Wat ik vandaag deed

Debjani Chatterjee

.

In de krant las ik een artikel over het boek van Johny Pitts ‘Afropeaan’ waarin deze schrijver, fotograaf, muzikant, dichter en tv presentator in Sheffield, Parijs, Brussel, Amsterdam, Berlijn, Stockholm, Moskou, Marseille, Rome en Lissabon op zoek ging naar de plek van zwarte Europeanen in de Europese identiteit, naar een Afrika dat in Europa is en uit Europa komt.

Dat Pitts ook dichter is maakte dat ik meer over hem wilde lezen. Als dichter is hij in de leer geweest bij Debjani Chatterjee (1952) een in India geboren maar in Engeland (Sheffield waar Johny Pitts ook vandaan komt) levende dichter. Chatterjee is een cosmopoliet die in vele delen van de wereld heeft gewoond.

Chatterjee heeft meer dan 65 boeken geschreven, vertaald of de redactie over gevoerd en debuteerde in 1989 met ‘I Was That Woman’ . Ze won vele prijzen als vertaler en dichter.

Van haar is op het internet veel werk te vinden dat zeer de moeite waard is. Zoals het gedicht ‘What I did today’ uit haar bundel ‘Do you hear the storm sing’ uit 2014.  In een vertaling van mij kreeg dit gedicht de titel ‘Wat ik vandaag deed’. Het gedicht gaat over de tijd dat ze de diagnose kanker (2007) kreeg en hiervoor behandeld werd in het Northern General hospitaal.

.

Wat ik vandaag deed

.

Vandaag heb ik het Northern General opnieuw opgeblazen;
de helse wachtkamer platgewalst
waar ik de hele ochtend in een dwaze japon had gezeten;
Ik heb de arrogante huisarts gewurgd die zo weinig wist
maar deed alsof hij alles wist;
mijn jeukende handen wurgden de oncologen:
de onverschillige die op vakantie wegvloog,
vergat me door te verwijzen voor een Hickman katheter
onder narcose in een fatsoenlijk ziekenhuis,
en degene die mijn toestemmingsformulier verloor en me
een nachtmerrie in duwde van eindeloos geschreeuw;
Ik vocht tegen de stomme slager die gaten in mij boorde;
en tot slot heb ik elke moorddadige
side-kick vermomd als een barmhartige engel uitgeroeid….
Al deze dingen en meer heb ik vandaag gedaan.

In gewelddadige dagen en eeuwige nachten,
ben ik de tel kwijt geraakt van de keren dat ik deze dingen heb gedaan…

.

Een eenvoudige verklaring

Goran Simić

.

De Bosnische schrijver en dichter Goran Simić (1952) was in voormalig Joegoslavië redacteur van verschillende literaire tijdschriften, Hij schreef essays, toneelstukken, hoorspelen en gedichten. Hij was een van de oprichters van de PEN afdeling in Bosnië-Herzegovina. Zijn werk werd vertaald in negen talen. Tijdens het beleg van Sarajevo woonde hij in de stad. In 1995 kon hij dankzij de Freedom to Write Award van PEN zich vestigen in Toronto in Canada. In 2013 keerde hij met zijn gezin terug naar Sarajevo.

In 1998 verscheen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken ‘Reflections on the Universal Declaration of Human Rights’. In een vertaling van Marijke Vromans verscheen uit dit werk het gedicht ‘Een eenvoudige verklaring’ in het boek ‘Ons gevoel van vrijheid’ Verhalen, gedichten en kunst voor Amnesty International, uit 1999, samengesteld door Daan Bronkhorst.

.

Een eenvoudige verklaring

.

Ik ben een pruim. En jij bent een appel.

Lange tijd lagen we in deze mand

gemaakt van dode takken.

En samen ruiken we lekker naar een geur

die we elkaar verlenen.

Alleen wij kunnen zeggen welke wie toebehoort.

.

Ik heb nachtmerries dat ik op een dag zal ontwaken

en alleen jouw geur rest,

die welke ik in me draag.

.

Daarom,

als ik begin je te hinderen

bepraat dan alsjeblieft de p[eer niet om

zijn rotte rug naar mij te keren.

Dat zal me naar boven werken in de mand.

Onthoud

dat de hand die naar fruit reikt

soms niet aan de smaak denkt.

Wacht tot ik verschrompel

omdat ik mét de geur zal verschrompelen

die overblijft na jou.

.

Alsjeblieft.

.

Activiteiten gedurende de Poëzieweek 2022

Lezing over poëzie na 1945

.

Tijdens de Poëzieweek (van 27 januari tot 2 februari)worden er natuurlijk tal van activiteiten georganiseerd. Ik vind, mede daarom, dat de Poëzieweek een Poëziemaand moet worden. Er worden zoveel interessante en leuke activiteiten georganiseerd, een week is te kort om een keuze te maken uit het grote en uiteenlopende aanbod van activiteiten, zo mis je altijd activiteiten waar je best bij aanwezig zou willen zijn.

Op de website van de Poëzieweek staan onder het kopje ‘activiteiten’ tal van de meest uiteenlopende activiteiten als poëzieroutes, borrels, voordrachten, lezingen, voorstellingen, wedstrijden, avonden, interviews en workshops. Uit al deze activiteiten zal ik er de komende weken een aantal uitlichten en hier bespreken.

Zoals de lezing op dinsdag 25 januari 2022, 18:30–20:45 over de poëzie na 1945. Ik heb wel inmiddels begrepen dat deze lezing waarschijnlijk wordt uitgesteld tot na 28 januari en dat de datum nog nader bepaald wordt. Maar het is een lezing om in de gaten te houden. Waar gaat de lezing over?

Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende een nieuw begin voor de Nederlandstalige poëzie. In de opeenvolgende decennia ontwikkelde de dichtkunst zich snel.
In dit overzicht van 1945 tot heden belicht directeur van het Poëziecentrum, Carl De Stryker, alle belangrijke Vlaamse dichters en de maatschappelijke en literaire context van hun werk. De spreker besteedt ruim aandacht aan hun gedichten. Aan de orde komen Hugo Claus, Paul Snoek, Herman de Coninck, Jotie T’Hooft, Leonard Nolens, Dirk van Bastelaere, Miriam Van hee, Els Moors, Maud Vanhauwaert en hun werk.  Wanneer de lezing doorgaat zal deze plaats hebben in de bibliotheek van Boom (België) die is gelegen aan de Windstraat 6 in Boom. Toegang is volgens mij gratis.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Mirjam Van hee (1952), een toepasselijk Natuurgedicht getiteld ‘reeën’ uit de bundel ‘De bramenpluk’ uit 2002.

.

reeën

ik vroeg of je nog van me hield
en je zweeg lange tijd
tot je ‘kijk’, zei, ‘beneden’
.
daar stonden in langzaam
en laaghangend licht
twee reeën een ogenblik stil,
toen vluchtten zij snel en gewichtloos
het struikgewas in
.
hier en daar werden bladeren geel
dat was wat je daarna zou zeggen
‘september, de herfst komt er aan’

.

Naar de aarde

Dichter van de maand

.

Door omstandigheden vandaag op maandag de dichter van de maand oktober. Dichter Charles Ducal (1952) speelt in het gedicht ‘Verspreking’ met de taal, maakt niet stoffelijke zaken stoffelijk en verbindt deze vrijheden in de taal met zijn dichterschap. Uit de bundel ‘Naar de aarde’ uit 1998 het gedicht ‘Verspreking’.

.

Verspreking

.

Door een verspreking viel ik uit het raam.
Op straat liepen gedachten te hoop,
zij bogen zich over het neergedaald lichaam
en zochten een gat in het hoofd.

.

Er duwde een vraag op mijn voorhoofd, zo
scherp dat mijn ogen begonnen te lopen.
Ieder gezicht ging voor mij open
en toonde hetzelfde verschrikkelijk woord.

.

Ik wist dat mijn status van dichter verbood
het mee te nemen, de taal in naar boven.
Daar hingen intussen, bezorgd, de genoten
en trokken mij aan mijn tong weer omhoog.

.

Een vrouw beminnen

Ed. Hoornik

.

Omdat de vakantie niet zonder liefdesgedichten kan koos ik voor vandaag een gedicht van Ed. Hoornik (1910-1970) uit zijn bundel ‘Het menselijk bestaan’ uit 1952 getiteld ‘Een vrouw beminnen’.

.

Een vrouw beminnen

.

Een vrouw beminnen is de dood ontkomen,
weggerukt worden uit dit aards bestaan,
als bliksems in elkanders zielen slaan,
tezamen liggen, luisteren en dromen,
meewiegen met de nachtelijke bomen,
elkander kussen en elkander slaan,
elkaar een oogwenk naar het leven staan,
ondergaan en verwonderd bovenkomen.

.

‘Slaap je al?’ vraag ik, maar zij antwoordt niet;
woordeloos liggen we aan elkaar te denken:
twee zielen tot de rand toe vol verdriet.

.

Ver weg de wereld, die ons niet kan krenken,
vlakbij de sterren, die betoovrend wenken.
’t Is of ik dood ben en haar achterliet.

.

Dichter van de maand juni

Antjie Krog

.

Het is alweer een half jaar geleden dat ik een dichter van de maand had (Peter Verhelst) en nadat ik op Facebook om suggesties vroeg kwamen er heel veel namen los (meer dan 30). Voorlopig kan ik dus nog wel even voort. De dichter van de maand krijgt elke zondag een plek op dit blog in een bepaalde maand.

Teruglezend is de Zuid Afrikaanse dichter Antjie Krog (1952) geen onbekende op dit blog. Magda Haan stelde voor haar dichter van de maand te maken en omdat het alweer even geleden was dat ik een Zuid Afrikaanse  dichter in het zonnetje zette, is Antjie Krog dichter van de maand juni en zal ik elke zondag in juni een gedicht van haar plaatsen.

Als eerste gedicht van deze bekende en (ook in Nederland) zeer gewaardeerde dichter een gedicht uit de bundel ‘Kleur komt nooit alleen’ uit 2002 getiteld ‘dichter wordende”.

.

dichter wordende

.

om op een ochtend wakker te worden midden in klank

met vocaal en klinker en diftong als voelspriet

om met aarzelende zorg de lichtste beroering

van licht en verlies in klank te ijken

.

om jezelf onmiddellijk geknield te vinden

boven de hoorbaar kloppende wand

van een woord – zoekend naar het precieze

ogenblik waarop een versregel volloopt in klank

.

wanneer de betekenis van een woord zwicht,

begint te glijden en zich eindelijk overgeeft aan geluid

van dat ogenblik af smacht het bloed naar de incantatie

van taal – de enige waarheid staat geveld in klank

.

de dichter dicht met haar tong

zij haalt adem – ja, diep uit haar oor

.

 

C.S. Lewis en Joy Davidman

Poëzie in ‘Shadowlands’

.

Afgelopen weken keek ik naar ‘Shadowlands’, een film van Richard Attenborough uit 1993 over (een deel) van het leven van de Engelse schrijver C.S. Lewis. In de film gaat het over de liefdesgeschiedenis tussen C.S. (Jack) Lewis (1898 – 1963) en de Amerikaanse schrijver en dichter Helen Joy Davidman (1915 – 1960). Lewis was een beroemde, in Ierland geboren schrijver, letterkundige en christelijk apologeet, vooral bekend van de serie ‘De kronieken van Narnia’ welke door de BBC als televisieserie en later door Disney als films (enkele van de 7 delen) zijn uitgebracht.

Joy Davidman is de vrouw met wie Lewis enige jaren getrouwd was tot haar dood door kanker in 1960. Ze ontmoeten elkaar in 1952 en de jaren daarna tot aan haar dood vormen het verhaal van ‘Shadowlands’ waarin Anthony Hopkins en Debra Winger de hoofdpersonen vertolken.

Joy Davidman had in de Verenigde Staten, waar ze vandaan kwam, al haar sporen verdient op poëtisch gebied. Zo won ze met haar bundel ‘Letter to a Comrade’ de Yale Series of Younger Poets Competition in 1938 en de Russel Loines Award for Poetry in 1939.

In het begin van de film wordt bij Lewis bekend dat Joy gedichten schrijft. Hoewel ze eerst aarzelt draagt ze vervolgens het gedicht ‘Snow in Madrid’ voor aan hem.  Omdat ik dit zo’n mooi gedicht vind (het gedicht is gebaseerd op de mannen die in de Spaanse burgeroorlog vechten tegen de fascisten, hoewel Davidman daar nooit bij is geweest, zoals ze in de film aan Lewis toegeeft) heb ik het opgezocht en wil ik het hier delen.

.

Snow in Madrid

.

Softly, so casual,

Lovely, so light, so light.

The cruel sky lets fall

Something one does not fight.

.

Men before perishing

See with unwounded eye

For once a gentle thing

Fall from the sky.

.

Juni

Bijna vergeten dichter

.

Leo Ross (1934-2014) werd geboren in Zwartsluis. Op het gymnasium in Middelburg leerde Ross de drie jaar oudere Guus Vleugel kennen, de latere dichter Guus Valleide. In 1951 ging hij studeren in Amsterdam. Hij sloot toen een hechte vriendschap met Willem Wilmink, jaargenoot (als Neerlandicus) en dispuutgenoot.  Hij werd toen Lektor für niederländische Philologie aan de Universiteit van Münster, Westfalen.

Voor zijn ontwikkeling belangrijke reizen maakte hij in 1965 en 1966 naar Griekenland; hij leerde Grieks uit een Duitse grammatica. In 1969 keerde hij terug naar Amsterdam als docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde aan de Vrije Universiteit in 1994, gezamenlijk met collega-Neerlandicus Rob Delvigne.

In 1982 maakte hij deel uit van de jury voor de prestigieuze (Belgische) Europese literatuurprijs, toen een Griekse schrijver bekroond werd. In de PEN maakte hij zich verdienstelijk als lid van de werkgroep Writers in prison.

Leo Ross debuteerde in 1952 in het Amsterdamse studentenblad Propria Cures (PC) met een gedicht uit zijn gymnasiumtijd. De debuutbundel ‘L’Amour vert’ (1962) stond onder de invloed van Hans Lodeizen. Met groter ernst gaat in ‘Classics’ (1967) ook meer reflectie over de poëzie gepaard.

Hoewel Ross zijn eerste essays publiceerde in 1954/1955 (in Propria Cures), dus ongeveer tegelijk met zijn vroege gedichten, slaat hij in beide door hem beoefende literaire genres een opvallend verschillende toon aan: de poëzie is zonnig en vrolijk, de essays venijnig en agressief.

In 2003 in het ziekenhuis begon Leo Ross distichons te schrijven, tweeregelige gedichtjes naar het voorbeeld van het grafschrift van Vondel. Tot 2009 verschenen er vier bundels ‘tweeregels’. Ross publiceerde in verschillende literaire tijdschriften als De Revisor, De Gids, Hollands Weekblad en Maatstaf.

Uit ‘L’Amour vert’ komt het gedicht ‘Juni’.

.

Juni

.

Ik wil mijn best doen zoals bloemen

hun best doen, van mijn leven

wil ik iets stijlvols maken, een reuzeneik

voor een kleurige vogel

.

maar ik lig op een strand in de zon

met een jongen die zachtjes snurkt en

speel met de tijd als met zand, dijken

bouwend en tunnels gravend.

.

 

%d bloggers liken dit: