Site-archief

Dichter op verzoek

Deel 2

.

Op verzoek van Richard Langbroek wil ik vandaag in het kader van Dichter op verzoek, aandacht besteden aan de (geboren Haagse) dichter en vertaler Gerard den Brabander (1900 – 1968).

Gerard den Brabander was samen met Jac. van Hattum en Ed Hoornik samensteller van de bloemlezing ‘Drie op één perron’ uit 1960. De samenstellers werden wel tot de Amsterdamse school gerekend – dichters die afstand namen van de opvattingen die in het tijdschrift Forum werden uitgedragen, o.a. door Menno ter Braak en E. du Perron. Ze lieten het anekdotische toe in de poëzie en ook sociaal engagement. Het werk van den Brabander wordt wel getypeerd met termen als sarcastisch, cynisch, opstandig en suggestief.

Den Brabander wordt samen met een aantal generatiegenoten wel tot de Criteriumdichters gerekend. Hij schreef ook regelmatig in het literaire tijdschrift Criterium. Hij was bevriend met Theun de Vries. Deze kende hem in 1947, samen met  Victor E. van Vriesland en Cola Debrot, de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam toe voor ‘De steenen minnaar’ uit 1946.

Uit de bundel ‘Drie op één perron’ het gedicht ‘Herfstnacht in de Tuilerieën’.

.

Herfstnacht in de Tuilerieën

Alle banken hebben hun gelieven
aan de moede scheemring toevertrouwd.
En zij huiveren diep in eigen hout
sinds de minnenden zich stil verhieven.

Nacht en regen. Soms een roep door ’t woud
van een duif en het onhoorbaar klieven
van het duister, dat zich slapend houdt
om de laatste liefde te gerieven.

Verder niets. De nacht en ik alleen,
eenzaam wandelend aan de rand der tijden,

zó verheugd en zó bedroefd meteen
om mijn voeten die een afscheid schrijden…

En de zachte regens om mij heen
of iemand ingehouden schreide…

.

 

Novalis

Dichter van de maand

.

Uit de bundel ‘Al dwalend’ uit 1947 (voorheen ongebundelde gedichten) vandaag een gedicht van de dichter van de maand J. Slauerhoff getiteld ‘Novalis’.

.

Novalis

.

Hij wist met kalmen angst hoe alles moest

Leven: voortleven, zalig of verdoemd.

Niets wordt vernietigd en spoorloos verwoest;

Een geur, een toon die in de stilte zoemt,

.

Iets blijft – hoe ook verijld, versteend, verbloemd,

Leven moet alles tot in eeuwigheid.

Geen sluimering, geen min, geen dood verzoent

Den kruistocht redeloos door ruimte en tijd.

.

De dooden rusten niet, gezweept tot feesten

Waarin zij ijdel trachten te bezwijmen

Tot redding uit de onduldbare geheimen.

.

En ieder zwervling is omzwermd door geesten:

Nooit worden wij eenzaam en nooit met rust

Gelaten aan een beek, een graf, een kust.

.

Berlijn 1968

José van Rosmalen

.

De schrijver en dichter José van Rosmalen (1947) beperkt zich niet tot één genre, maar schrijft gedichten, columns en korte verhalen. Een aantal daarvan heeft hij in 2012 gebundeld in het boekje ‘over grenzen’ dat hij in eigen beheer heeft uitgegeven. In het boekje van 72 pagina’s staan gedichten, korte verhalen en autobiografische schetsen. In dit bundeltje staat ook het gedicht ‘Berlijn’. Of dat hetzelfde gedicht is als het gedicht met de titel ‘Berlijn 1968’ dat ik op leesgedichten.nl tegen kwam weet ik niet maar ik vond het de moeite waard om hier met jullie te delen.

.

Berlijn 1968

.

In de kou
van de strijd
tussen oost en west
tussen nacht en ochtend
tussen corps en revolutie
vocht de groep studenten
zich door drank en principes

Op zoek naar waarheid
trots op idealen
blij met de koelkast
werd de muur al zachtjes gesloopt

Buiten regeerde angst
in de ondergrondse zweeg je

Het spel van de namen
de glazen wijn
een nacht in Oost-Berlijn
toen wist ik al
niet van het corps
noch van de revolutie te zijn.

.

 

img_4174

ogr

Billy Holiday

Hans Vlek

.

Van de dit jaar overleden, bijzondere dichter Hans Vlek (1947 – 2016) vandaag het gedicht ‘Billy Holiday’. Ik hoorde afgelopen week het nummer ‘Strange fruit’ weer eens op de radio, een prachtig nummer dat helaas tegenwoordig maar weer wat actueel is (het is een aanklacht tegen het racisme in de Verenigde Staten). Het nummer werd trouwens geschreven door een communistische onderwijzer van Joodse afkomst uit The Bronx, Abel Meeropol, onder het pseudoniem Lewis Allan. Het nummer was oorspronkelijk ‘Bitter fruit’ getiteld.

Billy Holiday maakte het nummer beroemd en het werd  opgenomen in de lijst van Songs of the Century (liedjes van de eeuw) door de Recording Industry of America en de National Endowment for the Arts, een overheidsorganisatie ter bevordering van kunst en cultuur.

Uit: ‘Geen volkse god in uw achtertuin’ uit 1980.

.

Billy Holiday

.

een vrouw een dame

als een altsax zo groot

zo zwart als poëzie

.

dit kan

nog nachten duren

dit geluid

diep uit haar hals

pijn en zonsverduistering

.

haar lichaam teistert

verminkt

het bitter bloed van haar stem

.

harde steden van steen

en de dagen die gaan

zij weet

.

zingt.

.

vlek

 

Herfst

J. Slauerhoff

.

Een gedicht van J. Slauerhoff dat aansluit bij de tijd van het jaar.

Uit: ‘Al Dwalend’ uit 1947 het gedicht ‘Herfst’.

.

Herfst

.

’t Is stil in de lucht, de trekkende ganzen

Richten hun zuidvlucht in wiggevorm.

Verbrijzeld, ontblaard door den laatsten storm

Hangen de takken in zilverglanzen.

.

’t Is stil… om van verre landen te droomen,

Of men vanzelf er zoo heen zal drijven,

Aan niemand gehecht, niets dat weerstand biedt,

Maar weet men wel dat men er nooit zal komen,

Om voortaan op deze plek te blijven…

Waarom op deze, op een andre niet?

.

Er is iets in dien vijver, die boomen

En ’t huis aan de heuvels dat samenhoort,

En ik ben als gast door hen aangenomen…

Nu wordt het tijd voor het laatste woord.

.

al-dwalend

Eneas

Publius Virgilius Maro en Joost van de Vondel

.

Van Ton Rodenburg kreeg ik de ‘Eneas’ van Publius Virgilius Maro in de vertaling van Joost van den Vondel uit 1947 met lithografieën van Dignum Dominicus Lammers. Een mooi, groot, lijvig werk van 382 pagina’s dat eigenlijk te groot is voor mijn boekenkast. En toch ben ik zeer verrukt over deze gift van Ton.

Vergilius zijn bekendste werk is de Aeneis  (of in vertaling de Eneas), het grote heldendicht waarin de grootheid van Rome, van Romes oorsprong en verleden wordt bezongen. Dit werk moest even beroemd worden als de Ilias en de Odyssee van Homerus, het heeft dan ook een gelijkaardige inhoud, maar het is kritischer geschreven.

De Aeneïs gaat over de legende van Aeneas, die de Romein voorstelt als de verre afstammelingen van de Trojanen en van het geslacht van de Iulii (=Julii), waartoe Augustus behoorde door de adoptie van Quintus, de zoon van Aeneas en kleinzoon van Venus en Jupiter. De vermenging van deze mythologie met Latijnse geschiedenis maakt dit epos tot een nationaal kunstwerk, dat vanaf zijn ontstaan tot het heden toe geldt als het mooiste gedicht in de Latijnse taal.

In de taal van Vondel wordt dit een prachtig maar niet eenvoudig werk om te lezen. En toch ben ik eraan begonnen. De taal van Vondel is archaïsch maar prachtig. En nee, niet alles wat ik lees begrijp ik meteen maar dat geeft niet, door de taal, de rijkdom aan woorden en beschrijvingen neemt de schrijver me mee in het verhaal. Wat ik verder heel bijzonder vind is hoe de taal is veranderd. Als je de tekst hardop in je hoofd leest is er niet zo gek veel veranderd maar het gebruik van d’s en t’s, van h’s en g’s waar we dat niet gewend zijn, de ae voor de e, het gebruik van de stille c, de n aan het eind van vele woorden, allemaal in onbruik geraakt. Mooi om te zien hoe taal steeds veranderd en zich aanpast aan de tijd.

Per boek staat aan het begin een korte inhoudsopgave zoals dat vroeger vaker gedaan werd. Hier de inhoud van het eerste boek. Als tekst bijna een gedicht.

.

Eneas, de godtvruchte en strijtbaere oorloghshelt,

Vervolght van Iunoos wrock, en doolende om te landen

In ’t oude Italie, vervalt, door ’t woest gewelt,

Der Siciljaensche zee, in ’t ende aen Didoos stranden.

Zijn moeder Venus wijst hem ’t onbekende padt,

Dat naer Karthago loopt: zij deckt met eene wolcke

Achates, en haer’ zoon; die vindt de nieuwe stadt,

En wint Elyzes gunst, ten troost van zijnen volcke,

Geberght, en wel onthaelt ter tafel in ’t palais,

Belust om trojes val te hooren, en hun reis.

.

img_5642

img_5643

img_5644

img_5645

 

Doornroosje

Gerrit Achterberg

.

Staand voor mijn boekenkast, voor de planken met poëziebundels, koos ik vandaag voor de verzamelbundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Doornroosje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Doornroosje’ uit 1947.

.

Doornroosje

.

Houthakkers, die zich in het bos verklikken.

Sloten, die op hun bodem staan te roesten.

Je eigen in de hoogte horen hoesten.

Een edelhert met plotselinge schrikken.

.

Spechten, als zachte mitrailleuren tikken

tegen de honderd jaar in eikeknoesten.

Dat wij elkander tegenkomen moesten

was te voorzien met langgeworden blikken.

.

Hier is het uur.Op deze ronde plek

heeft het tussen ons plaats, een vuur,

dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.

.

terwijl de stilte verder openspringt,

met bomen van verbazing opgewekt,

omklemmen wij het eeuwig avontuur.

.

Gerrit A

voorbijdelaatstestad (1)

Roeping

Gerard Reve

.

Vandaag is het 10 jaar geleden dat ‘volksschrijver’ Gerard Reve (1923 – 2006) overleed in Zulte, Oost Vlaanderen waar hij woonde. Gerard Reve is natuurlijk vooral bekend en beroemd geworden door zijn roman ‘De Avonden’  uit 1947, dat hij aanvankelijk onder het pseudoniem Simon van het Reve publiceerde. Na de derde druk werd zijn volledige naam echte gebruikt en tot 1973 publiceerde hij onder de naam Gerard Kornelis van het Reve. In de loop van 1973 werd het echter Gerard Reve en bij Koninklijk besluit werd dit ook zijn burgerlijke naam.

Gerard Reve schreef behalve verhalen, toneelwerken, brieven, toespraken en romans ook poëzie. Zijn debuut als schrijver was als dichter in 1940 met de poëziebundel ‘Terugkeer’ dat hij in 1993 in eigen beheer als facsimile opnieuw uitgaf in een oplage van 500 stuks.

Misschien wel één van zijn mooiste en bekende gedichten is het gedicht ‘Roeping’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.

.

Roeping

.

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

.

Gerard-Reve

terugkeer

Daarachter

Doeschka Meijsing

.

In mijn jeugd was Doeschka Meijsing (1947 – 2012) een bekende schrijversnaam al kende ik niemand die ooit iets van haar gelezen had. Dat ze ook poëzie schreef was mij niet bekend tot ik las dat ze in 1986 een dichtbundel heeft uitgebracht met de titel  ‘Paard Heer Mantel’ . Dat was haar enige poëziebundel. Meijsing werd niet oud, ze overleed op 64 jarige leeftijd.  Voor haar proza ontving ze verschillende prijzen.

Uit de bundel ‘Paard Heer Mantel’ het gedicht ‘Daarachter’.

.

Daarachter

.

De diepte ja,

die kennen we.

Die is vaak nogal hartgrondig.

.

Maar de geur van violieren.

De deur naar de andere

kamer.

Waar ieder

voorwerp specifiek de geliefde

spiegelt.

.

Waar ieder

ander een rivaal is.

.

Die deur.

daarachter.

Wie er liederen zingt.

.

Die.

.

Steye Raviez

Foto: Steye Raviez

Poezijpaad

Dichtersroute door het gebied van Oranjewoud en Skoaterwâld

.

In Nederland en België (en ongetwijfeld daarbuiten ook) zijn verschillende literaire, schrijvers en dichters/poëzieroutes in steden, dorpen, parken en buitengebieden. Zo ook in Friesland, in Oranjewoud bij Heereveen. Het dichterspad, in het bosgebied van Oranjewoud en Katlijk, leidt de bezoeker / wandelaar langs de paden in dit fraaie zuidoost-Friese landschap. Op historisch belangrijke plaatsen treft men gedichten van gerenommeerde dichters en nieuw uitverkoren talent uit de regio.

De route begint bij hotel-restaurant Tjaarda en in het museum Belvédère. Daar is ook informatie te krijgen over de dichters die meedoen en de routebeschrijving. Ook is hier een boekje te koop met de route en meer informatie over de dichters, de gedichten, biografieën van de dichters en vertalingen van de gedichten in het Nederlands (het zijn gedichten in het Fries).

Als voorbeeld een gedicht van Piter Boersma dat geplaatst is bij de Brandeleane. Boersma (1947) is  schrijver, tijdschriftredacteur en lexicograaf. Vanaf de jaren ’70 heeft hij een divers oeuvre van proza, poëzie, toneel en vertalingen opgebouwd. In 1972 richtte hij het tijdschrift ‘Hjir’ op, dat in 2009 opging in ‘Ensafh’. In 1998 ontving hij de Gysbert Japicxprijs, de belangrijkste Friese literatuurprijs, voor zijn roman ‘It libben sels’.

Meer informatie over het Poezijpaad op http://www.slahheerenveen.nl/poezijpaad

.

Bûten

In hikke en in daam, it lân, in sleat,
it wetter yn’e greppels en de lichten,
heakkelpôlen as minimale hichten,
in krie en beammen om’e pleatsen bleat,

krekt as ûnwerklik as it panneread.
Plaatsjes binne ek de fiergesichten,
allinne echt is bûten yn gedichten
dy’t my wer bringe yn myn bernesteat:

ik wâdzje drystwei troch de plassen hinne
en flean balansearjend oer in strykdaam,
it waait, it reint, ik gean troch waar en wyn,

priuw drippen dy’t my oer de wangen rinne
en reitsje muorrefêstsûgd yn in drekdaam:
it rint my godlik by de learsens yn.

.

Brandeleane-kei

route-SBB

BrugPrinsenwijk

%d bloggers liken dit: