Site-archief

Michelangelo

Sonnetten

.

Ik ken de Italiaanse schilder Michelangelo (1475 – 1564) net als vrijwel iedereen hem kent als schilder van de Sixtijnse kapel, zijn David, De schepping van Adam en zijn Pietà. Maar dat Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni ook actief was als dichter wist ik dan weer niet (en waarschijnlijk de meeste mensen niet). Tot ik het bundeltje ‘Sonnetten’ in handen kreeg uit 1947. Michelangelo vond zichzelf geen dichter hoewel hij meer dan 60 jaar lang gedichten schreef. Zijn poëzie werd echter pas na zijn dood officieel uitgegeven.

De tien sonnetten in de bundel zijn gekozen en vertaald door Nico van Suchtelen, en onder toezicht van S. H. de Roos gezet uit diens Erasmus Mediaeval. Tien sonnetten die wat archaïsch aandoen maar desalniettemin zeer de moeite waard zijn.

Uit dit kleine maar fijne bundeltje koos ik het liefdessonnet dat hij schreef in 1504-1505.

.

Dankbaar en blijde eens wijl ’t mij was gegund

Uw wilde euvelmoed te wederstaan,

Baad ik mijn borst thans vaak in traan op traan,

Nu ‘k, liefde, weet hoe fel ge treffen kunt!

.

Nimmer had uwer schichten scherpe punt

De boezem mij doorboord, maar ach, voortaan

Kunt ge door Háár blik wreken en verslaan

Dit hart waarop zo lang ge ’t had gemunt.

.

Aan hoeveel strikken, hoeveel netten laat

Ontkomen ’t vogelken ’t boosaardig lot,

Om het ten lest nog droever te doen sterven!

.

Zo spaarde Liefde, o Vrouwen, mij haar smaad:

Maar ziet, te wreder doodt zij mij ten slot,

Nu ‘k, minnend zelf, haar wedermin moet derven.

.

Dichter over dichter

Wiel Kusters en Hans Faverey

.

In de bundel ‘Velerhande gedichten’ van Wiel Kusters (1947) uit 1997 staan verschillende gedichten die hij schreef voor of over andere dichters. Zo is het gedicht ‘Souvenirs’ een gedenkgedicht voor dichter Hans Faverey (1933 – 1990) dat Kusters schreef op verzoek van het literaire tijdschrift Tirade. Hans Faverey was een Nederlands dichter van Surinaamse afkomst. Hij was verbonden aan de faculteit psychologie van de Rijksuniversiteit Leiden als wetenschappelijk medewerker.

Faverey vond zichzelf een dichter in de autonomistische poëzietraditie en hoewel zijn werk vaak als ‘moeilijk’ werd gezien bestreed hij dat, “zo moeilijk is het allemaal niet”. Voor zijn werk ontving hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1969), de Jan Campertprijs (1977) en de Constantijn Huygens-prijs (1990).

.

Souvenir

.

De schoot waarin zich wiegen laat

een man,

totdat de plecht de spiegel raakt:

gestrand.

,

Zee die zich tot golfslag kromt,

haar rug.

Land vanwaar de vloed opkomt,

geen brug.

.

Biologica

Leo Vroman

.

Het thema van de Poëzieweek mag dit jaar dan Natuur zijn, in 2018 verscheen van dichter Leo Vroman (1915-2014) postuum de bundel ‘En toch is alles wat we doen natuur’ de mooiste gedichten over het leven in en rondom ons. Vroman was een Nederlands-Amerikaans dichter, (toneel)schrijver, tekenaar, schilder, bioloog en hematoloog. In Nederland is hij echter vooral bekend als dichter. Zelf beschouwde hij zich allereerst als wetenschapper. Vroman woonde en werkte vanaf 1947 in de Verenigde Staten en werd in 1951 Amerikaans staatsburger. Desalniettemin geldt hij als een van de belangrijkste Nederlandse dichters van de vorige eeuw.

Vromans werd tijdens zijn leven meerdere malen bekroond. Zo ontving hij onder andere in 1950 de  Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Gedichten, vroegere en latere’ in 1964 de P.C. Hooft-prijs voor zijn oeuvre, en in 1996 de VSB Poëzieprijs voor ‘Psalmen en andere gedichten’.

Vromans gedichten zijn levendig en herkenbaar, al sinds zijn debuut in 1946. Hij behoort tot geen enkele stroming binnen de literatuur, maar heeft een speelse, grillige, soms surrealistische stijl. Criticus Kees Fens noemde Vroman ooit ‘de vlakbijste dichter’ van Nederland, wat iets zegt over de toegankelijkheid van zijn poëzie.

Zoals gezegd verscheen in 2018 de bundel ‘En toch is alles wat we doen natuur’ en uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Biologica’ dat eigenlijk voor zichzelf spreekt.

.

Biologica

.

Ik was altijd al omgeven

door al die schattige vormen

van het aardse leven.

Neem nou die regenwormen.

Als kind al, hoe mij zo’n regen-

worm dringend moest doorboren

tussen mijn vingertjes door en

terug naar de natte grond,

daar kon ik gewoon niet tegen.

Drukte ik niet vaak met mijn meest

innige liefde mijn mond

zoetsappig op zo’n beest?

Hoe dieren elkander vinden!

Eerst even snuffelen,

dan elkaar knuffelen

en dan verslinden.

Heerlijk te worden omgeven

door al dat leven.

.

Lust for life

Iggy Pop

.

Nu je weer op alle kanalen wordt doodgegooid met lijstjes van muziekliefhebbers rondom de top 2000 van radio NPO 2, word ik vanzelf nieuwsgierig naar bepaalde nummers. Waar gaat een nummer over dat ik al jaren min of meer onbewust meezing en uit mijn hoofd ken. Afgelopen week plaatste ik al de tekst van ‘Smokers outside the Hospital Doors’ van Editors en vandaag is het de beurt aan een all time classic en favoriet van me ‘Lust for life’ van Iggy Pop (1947).

Het nummer ‘Lust for life’ staat (samen met nog al zo’n klassieker ‘The Passenger’) op de LP uit 1977 met de gelijknamige titel. Iggy Pop schreef dit nummer samen met David Bowie (hij componeerde de muziek op een ukelele). Het nummer gaat over de levensstijl van Iggy Pop als een die-hard heroïneverslaafde.

De titel is ontleend aan de gelijknamige film uit 1956, die zelf een bewerking is van de biografische roman van Irving Stone uit 1934 over de Nederlandse schilder Vincent van Gogh.

Het lied maakt verschillende verwijzingen naar Johnny Yen Ik dacht altijd Johnny Inn te horen), een personage in de roman ‘The Ticket That Exploded’ van de Amerikaanse schrijver William S. Burroughs uit 1962. Verwijzingen naar de roman verklaren ook de lyrische preoccupatie met striptease, drugs en het hypnotiseren van kippen (wat mij betreft toch een iconische regel uit de tekst van dit nummer).

Lust for life is inmiddels ook één van de meest gebruikte nummers in speelfilms. Dit nummer werd sinds ‘Trainspotting’ uit 1996 al zeven keer gebruikt in een bioscoopfilm.

.

Lust for life

.

Here comes Johnny Yen again
With the liquor and drugs
And a flesh machine
He’s gonna do another strip tease
.
Hey man, where’d you get that lotion?
I’ve been hurting since I bought the gimmick
About something called love
Yeah, something called love
Well, that’s like hypnotising chickens
.
Well, I’m just a modern guy
Of course, I’ve had it in the ear before
‘Cause of a lust for life
‘Cause of a lust for life
.
I’m worth a million in prizes
With my torture film
Drive a G.T.O.
Wear a uniform
All on government loan
.
I’m worth a million in prizes
Yeah, I’m through with sleeping on the sidewalk
No more beating my brains
No more beating my brains
With the liquor and drugs
With the liquor and drugs
.
Well, I’m just a modern guy
Of course, I’ve had it in my ear before
‘Cause, of a lust for life (lust for life)
‘Cause of a lust for life (lust for life, oooo)
I’ve got a lust for life (oooh)
Got a lust for life (oooh)
Oh, a lust for life (oooh)
Oh, a lust for life (oooh)
A lust for life (oooh)
I got a lust for life (oooh)
Got a lust for life
.
Well, I’m just a modern guy
Of course, I’ve had it in my ear before
‘Cause I’ve a lust for life
‘Cause I’ve a lust for life.
.
Well, here comes Johnny Yen again
With the liquor and drugs
And a flesh machine
I know he’s gonna do another strip tease
.
Hey man, where’d ya get that lotion?
Your skin starts itching once you buy the gimmick
About something called love
Oh Love, love, love
Well, that’s like hypnotising chickens.
.
Well, I’m just a modern guy
Of course, I’ve had it in the ear before
And I’ve a lust for life (lust for life)
‘Cause I’ve a lust for life (lust for life)
Got a lust for life
Yeah, a lust for life
I got a lust for life
Oh, a lust for life
Got a lust for life
Yeah a lust for life
I got a lust for life
Lust for life

.

.

Klucht

Nina Cassian

.

Nina Cassian ( pseudoniem van Renée Annie Cassian-Mătăsaru, 1924-2014 ) was een Roemeense dichter, kinderboekenschrijver, vertaler, journalist, pianist en componist en filmcriticus.

Na de publicatie in 1947 van haar nogal surrealistische debuutbundel ‘La Scara 1/1′ (Schaal 1:1) werd ze aangevallen omdat ze poëzie schreef die tegen de geest van het door de Sovjet-Unie gedomineerde Roemenië inging. Onder druk van de autoriteiten schreef ze enkele jaren agitprop-poëzie, maar keerde gaandeweg terug naar haar ware roeping. Ze publiceerde een reeks poëziebundels die haar op de voorgrond van de Roemeense literatuur brachten.

In 1985 verhuisde ze voor een baan in het onderwijs naar de Verenigde Staten. Terwijl ze in de Verenigde Staten was, werd een bevriende schrijver op gepakt door de Securitate, de geheime dienst van Ceaușescu en doodgeslagen,. Omdat hij dagboeken met onder meer satirische gedichten van Cassian bezat besloot ze niet meer terug te gaan naar Roemenië. Een paar jaar later kreeg Cassian permanent asiel en New York City werd haar thuis voor de rest van haar leven.

Veel van haar werk werd zowel in het Roemeens als in het Engels gepubliceerd. Na haar gedwongen emigratie werd ze verbannen uit de literaire annalen van Roemenië tot de ineenstorting van de dictatuur van Ceausescu.

In 2013 verscheen ‘Voor de prijs van mijn mond’ bij het Poëziecentrum met hedendaagse poëzie uit Roemenië. Uit deze bundel het gedicht ‘Klucht’ in een vertaling van Jan H. Mysjkin.

.

Klucht

.

Ik zou graag een keer mijn beenderen schikken

in een andere configuratie,

mijn beenderen die de weg van mijn vlees

versperren, lastige beletsels die

.

het omleggen in de vorm van een vrouw

en een peer, en een zeester voor mijn handen.

Ik zou graag mijn goddeloze beenderen

uitproberen in schema’s allerhande,

.

bijvoorbeeld: de grondvorm van het oerschip,

het doorkijkskelet van de luzerne,

ofwel de stamboom met postume vruchten

die opklimt tot een maagdelijke kern.

.

En ik wil graag ook mijn beenderen plooien

alsof ik geknield aan het bidden toog,

zodat ik hém op een dwaalspoor kan brengen,

de argeloze Paleontoloog.

.

Voornemens

Guillaume van der Graft

.

In de jaren ’40 werden tijdschriften heel anders uitgegeven dan nu. Waar een tijdschrift tegenwoordig niet meer iets is wat bewaard wordt (behalve dan door sommige echte verzamelaars) daar werd in de jaren ’40 anders over gedacht. In de Helikon reeks, tijdschrift voor poëzie, werden kleine boekjes uitgegeven met een harde kaft, zorgvuldig vorm gegeven, met aandacht voor vorm en inhoud.

De Helikonreeks was een reeks dichtbundels die tussen 1941 en 1947 en in 1955 verscheen en uitgegeven werd door A.A.M. Stols (1900-1973). Stols was een Nederlandse uitgever en typograaf. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste Nederlandse boekverzorgers uit het interbellum en gaf vooral dichtkunst uit in het Nederlands en Frans

In mijn boekenkast staat bijvoorbeeld No. 22 uit deze reeks uit 1946 getiteld ‘In Exilio’ van dichter Guillaume van der Graft. De dichter die achter dit pseudoniem schuilgaat is Willem Barnard (1920 – 2010) theoloog, schrijver en (vooral) dichter.

.

Voornemens

.

Het park met potlood en penseel beschrijven,

levensgroot naast een rijpe avond staan,

de beuken bij de boekerij inlijven,

munt uit de laagste zonnestralen slaan,

.

de meisjes die een vraag van mij bemant’len

verdiept het hof maken met pen en inkt

tot in de vijver waarvoor ze wand’len

de lichte aandacht van haar oogen zinkt,

.

haar hunkeringen languit laten drijven,

op de piano vlagvertoon aanslaan,

het witte tuinhuis in zijn onschuld stijven,

in het journaal dagteekenen: Voldaan.

.

Mazen in de tijd

Wiel Kusters

.

‘Brabant, literaire reis langs het water’ uit 2011 uitgegeven door de Stichting Achterland uit Zeist. Deze uitgeverij profileert zich als bruggenbouwer tussen literatuur en maatschappij. Onder het motto ‘Op zoek naar de eigen plek’ bouwt Stichting Achterland sinds haar oprichting in 1992 aan een serie boeken over Nederlandse steden, streken en provincies, met thema’s als ‘een literaire reis door de tijd’ of ‘een literaire reis langs het water’.

In de boeken staan steeds twee tegenover elkaar liggende pagina’s, met links een foto van een markante plek en rechts een literair fragment (proza of poëzie) dat met de plek een directe of associatieve relatie heeft. De literaire teksten zijn overwegend van bekende Nederlandstalige auteurs, al wordt er soms ook voor vertaald werk gekozen of dat van minder bekende (vaak jonge) auteurs. Meestal betreft het bestaande teksten, soms ook werk dat in opdracht tot stand komt. Een literair-historische introductie en een woord vooraf van een gemeente-, provincie- of regiobestuurder gaan aan de ‘landmarks’ vooraf.

Van alle provincies zijn er boeken gemaakt en gepubliceerd. In dit geval heb ik het boek over Brabant ingezien en daaruit gekozen voor een gedicht van Wiel Kusters (1947) over de rivieren die door het Brabantse land meanderen.

.

Mazen in de tijd

.

Van Maas noch Moldau

van de Arno niet

niet van de Rijn

kunnen wij

getuige zijn.

.

Zij gaan aan ons

voorbij.

Nooit zijn wij

onszelf gelijk.

.

Op de over

wordt het later.

Met het water

stijgt de tijd.

.

Van jou noch mij

van anderen niet

niet van zichzelf

kan de Maas

getuige zijn.

.

Nooit is zij

zichzelf gelijk.

Wij stromen haar

voorbij.

.

In het water

wordt het later.

Op de oever

daalt de tijd.

.

Sex

Hans Vlek

.

Dichters en psychiatrie; het is een bekend gegeven dat er dichters zijn die in psychische problemen zijn gekomen, opgenomen zijn en (zelfs) vanuit die positie poëzie hebben geschreven. Aan de andere kant van het spectrum zijn er psychiaters ( Rutger Kopland) die dichter zijn. Van de dichters die psychische problemen hebben gehad is Gerrit Achterberg misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar ook dichters als Hans Andreus, Joost Zwagerman, C.B. Vaandrager, Boudewijn Büch en Hans vlek kampten met psychische problemen.

Hans Vlek (1947 – 2016) vind ik een intrigerende dichter, al was het alleen maar door de titels van zijn dichtbundels als ‘Onnette sonnetten’, ‘De toren van Babbel’ , ‘Hangmat voor Henoch’, ‘Boghazkøy’ en ‘De kylix van liber’. Hans Vlek was dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en trad ooit naakt op in Maastricht tijdens een poëzie manifestatie. Ook was hij redacteur van Manifest en medewerker aan onder andere De Gids en Tirade.

In ‘Onnette sonnetten’ uit 1980 staat een bijzonder gedicht getiteld ‘Sex’ waarin Vlek het schrijven van een gedicht vergelijkt met de geslachtsdaad.

.

Sex

.

Dit is een ode aan het papier.

Lichaam van mijn muze, lekker dier

waarmee ik niet slaap maar waak

en zachtkens aan uw wezen raak

.

Hier zit ik schrijfmachinaal te vrijen

en een vers ineen te breien alsof

ik tussen twee welgevormde dijen bezig

ben diep binnen te glijen in

.

het immer maagdelijk wit

waarop ik nu te staren zit met

mijn woord als een lid en

.

ejaculerend zoals dit

weer eens keurig geschreven staat

als een bevredigende geslachtsdaad.

.

Blauw

Geliefde kleur

.

Van een collega kreeg ik de tip om de bundel ‘En blauw zal alles zijn’ een bloemlezing in de rainbowpocket reeks en samengesteld door Elisabeth Lockhorn te lezen. Uiteraard doe ik dat graag en ik heb de bundel dan ook meteen geleend bij mijn bibliotheek. Alles in deze bundel draait om de kleur blauw. Ik moest hierbij meteen denken aan ‘Blauw’ van The Scene denken maar er blijken heel veel dichters (soms zijdelings) over de kleur blauw te hebben gedicht. In de inleiding staat onder andere dat uit onderzoek, gehouden in tien verschillende landen op vier verschillende continenten in 2015, bleek dat de kleur blauw met afstand de meest geliefde was. En dat deze uitkomst al uit meerdere onderzoeken sinds de Eerste Wereldoorlog kwam. Kortom een logische keuze voor een verzamelbundel met poëzie.

Omdat er zoveel gedichten in deze bundel staan heb ik er maar meteen een Dubbel-gedicht van gemaakt. Dus twee gedichten van twee verschillende dichters over het zelfde onderwerp. In dit geval met een gedicht van Leonard Nolens (1947) oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Twee vormen van zwijgen’ uit 1975 en het gedicht ‘Korfu’ van J.B. Charles (1910 – 1983), dat oorspronkelijk verscheen in ‘De groene zee is mijn vriendin’ uit 1987.

.

Blauwvraat, jij, blauwvraat.

.

In Czernowitz je vroegste keelgehaspel

als een monsterteerling geworpen

in de sterren die schaatsen op zwart ijs.

En daarna. Berlijn. Sjofel met je wang

tegen de stad geleund, de gooui die je was

tot taal ontcijferd en verwrongen tot vraag.

.

Had ik had ik…

Had ik een hand, een woord,

een antwoord kunnen geven in Parijs?

Wellicht je baard, Paul, je hart

gestreeld, je stem

gekust.

.

Korfu

.

De heuvel de zitreuzin aan de zee

houdt op haar schoot vlak boven het strand

een huisje witter nog dan het zand.

.

Moedertje heuvel trekt haar groen

reuzinnekleed van twee miljoen

olijfbomen tot zover naar benee

dat witter dan het is het huis gaat lijken.

.

De zee zegt, goed, ik doe ook mee.

Zij neemt een reckitts zakje blauw en maakt

zich op om in het vogeltje te kijken.

.

 

Sonnet

Jan Kuijper

.

In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ uit 1985, samengesteld en ingeleid door Robert-Henk Zuidinga, staan sonnetten uit de Nederlandse literatuur vanaf de 16e eeuw tot heden. Het sonnet, een van de bekendste en meest geliefde vaste versvormen wordt ook nu nog door veel dichters beoefend. In de bundel kwam ik twee sonnetten tegen van dichter Jan Kuijper.

En zoals zo vaak, wanneer ik in dit soort bloemlezingen of verzamelbundels dichters tegen kom die ik nog niet ken, was ik meteen nieuwsgierig naar Jan Kuijper (1947). Op zijn Wikipediapagina staat te lezen dat hij de door de experimentele Vijftigers verketterde dichtvorm van het sonnet in ere herstelde. Tussen 1973 en 2013 schreef hij 9 dichtbundels en van 1984 tot en met 1993 was hij redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor.

In 1980 ontving hij de Herman Gorterprijs voor de bundel ‘Oogleden’, in 1990 de Jan Campertprijs voor de bundel ‘Tomben’ en in 2011 de Filter-vertaalprijs voor ‘Liefdesliederen uit het Middelnederlkands van Hadewijch’.

In de genoemde bundel is hij met maar liefst drie sonnetten opgenomen, ik koos voor de grappigste ‘In de beperking’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Sonnetten’ uit 1973.

.

In de beperking

.

Er was ’s nachts iets in mijn luier beland.

’t Moest nu nog heel vroeg in de morgen zijn.

‘k Kon nu niet meer slapen; maar ‘k was nog te klein

om over het hekje van mijn ledikant

te klimmen. – Buiten, in de zonneschijn,

hield een merel boven op een gootrand

zijn mededingers zingend op afstand;

er waren grenzen aan zijn broedterrein.

.

‘k Wist niet waarom de zwarte vogel floot;

voor mij had hij een muzikaal moment,

maar dan urenlang. – Ik was wel gewend

het papier te bewerken met potlood,

maar hechtte aan zelfbeperking geen belang.

Nu had ‘k geen keus dan dan keutel en behang.

.

 

%d bloggers liken dit: