Site-archief

Wat zegt de anarchist in ons?

Arthur Lava

.

Dichter Arthur Lava (1955 – 2020) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De belangrijkste andere vertegenwoordigers van de maximalen zijn Joost Zwagerman, Pieter Boskma en René Stoute. De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld. In 1989, toen de meeste Maximalen het erover eens waren dat hun doel was bereikt, hief de groep zich op

In de bundel ‘Geweldige gedichten’ uit 2000 klinkt echter de geest van de Maximalen nog door. Lava en de grafisch ontwerper van de bundel Henrik Barends droegen deze bundel op aan  hun vriend Jos Knipscheer (1945-1997) die samen met zijn broer Franc uitgeverij In de Knipscheer oprichtte. Ook was Jos de man achter de Maximalen, hij bond de 11 individuele dichters samen tot één groep en gaf hen uit. Uit de bundel ‘Geweldige gedichten’ die afwisselend een rood en zwart binnenwerk heeft tot doel de attentiewaarde te verhogen, een vorm die eerder werd toegepast bij Franse poëzie-uitgaven uit de negentiende eeuw, koos ik het gedicht ‘Wat zegt de anarchist in ons?’. Zo vlak na Prinsjesdag leek me dat wel een toepasselijk gedicht.

.

Wat zegt de anarchist in ons?

.

Dank af het koningshuis,

Onttroon dat overbodige,

die kroon op de onnozelheid.

.

Zorg ervoor dat vadertje Staat

zijn veel te dure bijslaap

nu dan eindelijk versmaadt.

.

Op de keien! Aan de dijk!

Hang dat doorgesleten hermelijn

in de garderobe van het ongelijk.

.

Vlag ze af! Geef ze hun congé,

die veelverdieners der folklore.

Blaas de hoflucht uit de toren!

.

Jahaa, we richten de paleizen in

tot een vorstelijk proeflokaal

en geven de innerlijke stem des volks

een ronduit koninklijk onthaal.

.

Beste wensen

Op naar 2022

.

Vandaag, 31 december 2021, daags voor weer een nieuw jaar, wil ik al mijn lezers een heel mooi, gezond, poëtisch en gelukkig nieuwjaar wensen. En omdat jullie gewend zijn dat ik dagelijks een gedicht deel, wil ik vandaag een toepasselijk gedicht van Ivo de Wijs (1945) hier plaatsen. Het gedicht ‘Drie dingen’ komt uit 2010 maar is nog altijd heel actueel en de adviezen die hij geeft kan ik alleen maar onderschrijven. Gelukkig nieuwjaar!

.

Drie dingen

.

In het leven zijn drie dingen
Die de engste bibberingen
Door je donder laten suizen:
Scheiden, sterven en verhuizen
Wie de moed niet wil verliezen
Houdt zich dus aan mijn adviezen:
Niet verhuizen en niet scheiden
En vooral niet overlijden!

.

De dood van Wilfred Owen

Frans Budé

.

De Eerste Wereldoorlog heeft heel veel ellende opgeleverd, miljoenen doden, verminkten en de opmaak voor de Tweede Wereldoorlog met nog veel meer afschuwelijke ellende, dood en genocide.  En zoals zo vaak levert ellende soms ook wat moois op. Of moois, iets waardevols. Zoals de poëzie die de Eerste Wereldoorlog voortbracht van bijvoorbeeld een dichter als Wilfred Owen.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ van Frans Budé (1945) uit 2015 staat een gedicht over de dood van Owen getiteld ” De dood van Wilfred Owen op 4 november 2018′. Dit gedicht dat heel mooi past in de categorie ‘Dichters over dichters’ wil ik hier met jullie delen. Om het gedicht maar zeker ook om opnieuw stil te staan bij de waanzin die oorlog is.

.

De dood van Wilfred Owen op 4 november 1918

.

Toen het ophield, door overtrekkende wolken werd

meegezogen, toen het leek op te houden en het rampzalige

vuur aarzelend begon te doven, maar niet genoeg,

jouw ogen zich naar binnen richtten, de dode paarden

.

achter het overvolle lazaret wegzakten in hun eigen lijf,

jij naar het schelle licht zocht dat eerder nog op je viel.

Kameraden die hoorden hoe je hoofd begon te bartsen, je zocht

maar vond hen niet toen het zinkend vlot onder vuur lag,

jou meeversplinterde, alles zwart werd die koude ochtend

.

op het Sambre-Oisekanaal, de woorden die je ooit schreef

weggedreven uit je hoofd: ‘Welke doodsklokken voor hen die

sterven als vee? Slechts de monsterlijke woede der kanonnen.’

.

De slotregels zijn afkomstig uit Owens gedicht ‘Anthem for Doomed Youth’.

.

Jaargetijden

Dubbel-gedicht

.

Van Juliana kreeg ik een doos met dichtbundels van haar opa en oma Cor en Juul Nobel. Bundels uit de jaren ’30, ’40 en ’50 met een paar hele mooie titels (daarover later zeker meer). Lezend in de bundels kwam ik op het idee van een dubbel-gedicht.

In ‘Het zilveren boek van de W.B.-Vereniging’ uitgegeven ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan der Wereldbibliotheekvereniging in 1950 las ik het gedicht van Mies Bouhuys (1927 – 2008) ‘Winter’. Ze schreef dit gedicht op jonge leeftijd dat waarschijnlijk ( ik heb het niet kunnen ontdekken in de bundel) is genomen uit haar debuutbundel. Zij debuteerde in 1948 bij D.A. Daamen’s Uitgeversmaatschappij met de gedichtenbundel ‘Ariadne op Naxos’, waarvoor zij de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving.

Het andere gedicht las ik in ‘Dichters van deze tijd’ uit 1941. Hier betreft het het gedicht ‘Najaar’ van de dichter N.E.M. Pareau. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in De Gids in 1941. N.E.M. Pareau is het pseudoniem van Herman Jan Scheltema (1906 – 1981) een jurist en een Nederlandse hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen van 1945 tot 1977 en tevens schrijver/dichter.

.

Winter

.

Vogel, nu het bos verdorde

om uw zomernachtverblijf,

is de wereld klein geworden,

kleiner dan uw eigen lijf.

.

En de ander lokt geen fluiten

meer naar ’t nest o middelpunt;

enkel leegte ligt daarbuiten,

tot op het eigen hart gedund.

.

En gij lokt nog, maar al zachter,

uit een keel, die angst voorspelt,

en een vogelstrik kan achter

iedre stam zijn opgesteld.

.

Stilte hangt tussen de bomen

en uw vleugels zijn verstard,

nu de lege dagen komen

en het sneeuwt over uw hart.

.

Najaar

.

Nu gagel bruint en thijm en heidebloemen

gekruide geuren stuwen in het laat getijd’,

nu blinde bijen in het zonlicht zoemen

en ’t kouter door de stoppelvelden snijdt,

.

praat nu niet over ergerlijke dingen

maar ziet in ’t bloemrijk bermgras zittend naar

den dans der barrevoetse dorpelingen

met eikenloof gewonden in het hair.

.

De oogst gaat uit. Twee maal de zeisen zwaaiden

door ’t zware gras. De graanschuur beidt zijn last.

Bergt met getaande landlieden ’t gemaaide

op ’t stoffig veld in garven opgetast;

komt dan als nachtegalenzangen klinken

krachtigen wijn uit tinnen kroezen drinken.

.

Troostgedichten

Zo heel jij mij

.

Isa Hoes stelde in 2015 de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ voor uitgeverij Prometheus samen. In deze bundel is aan allerlei bekende Nederlandse vrouwen gevraagd wat hun favoriete gedicht is ‘dat ze aan het huilen maakte’ of ze emotioneerde. Ik schreef er destijds over op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/02/23/medina-schuurman/ .

Nu is er opnieuw een verzamelbundel die door Isa Hoes is samengesteld getiteld ‘Zo heel jij mij’ met als ondertitel Troostgedichten. In deze bundel biedt Isa Hoes middels de gekozen gedichten troost en verlichting. Dit keer niet aan de hand van bekende Nederlandse vrouwen maar door een eigen keuze. Troost voor momenten van hevig verdriet zoals het overlijden van een dierbare, afscheid nemen van een geliefde of het verliezen van vertrouwen in jezelf, maar ook voor kleine tegenslagen van alledag.

Veel bekende namen in deze bundel van Ida Gerhardt, Willem Wilmink en Drs. P. naar Rumi en Vasalis. Ik koos voor een gedicht van Tom van Deel (1945 – 2019), getiteld ‘Dit moment’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Boven de koude steen’ uit 2007.

.

Dit moment

.

Er is niets voor te stellen mooier dan

een vrouw die in het strijkend avondlicht

de tuin inloopt , het waait, het blad van

de kastanje gaat tekeer, ze zoekt naar

bloemen, snoeiend, alles als weleer.

Daar bukt ze, rustig buiten elke tijd,

verbonden met haar wereld, ook de mijne.

Ik zie het aan in dit moment en wens

dat ondanks ons verstrijken het beklijft.

.

Orde!

T. van Deel en Hannes Meinkema

.

Vandaag een dubbel-gedicht van twee oudgedienden; Tom van Deel (1945 – 2019) en Hannenes Meinkema (1943) over orde in het klaslokaal.

Allereerst het gedicht ‘Overwegingen van T. van Deel dat is genomen uit de bundel ‘Strafwerk’ de debuutbundel van deze dichter en literatuurcriticus uit 1967, waarin hij het eeuwige dilemma van de leerkracht verdicht; eruit sturen of niet.

In het tweede gedicht van schrijver, dichter en feminsite Hannes Meinkema ‘Ik betrap ze allemaal…’uit de bundel ‘En dan is er koffie’ uit 1976 komt opnieuw de leraar aan het woord maar nu als almachtige in het klaslokaal.

.

Overwegingen

.

Als ik nu tegen die jongen

zeg dat hij eruit moet gaan

zegt hij misschien waarom

meneer ik dee toch niks

en moet ik eerst staan

uitleggen dat hij weliswaar

inderdaad geen schuld heeft

maar dat het mij om di-

daktische redenen beter

lijkt dat hij verdwijnt

en hoe mooi het van hem

zijn zou als hij dat zonder

verdere discussie doen zou –

dus zeg ik maar niets.

.

Ik betrap ze allemaal…

.

Ik betrap ze allemaal, ik hoor alles,

niets ontgaat me.

Zo, zeg ik streng, jij hebt voorgezegd,

ik hoor het wel.

En terwijl ik heel ernstig kijk maak ik

met rode vilstift een puntje in mijn

agenda bij de naam van het kind dat

heeft voorgezegd.

Streng maar rechtvaardig, is mijn motto.

De klas is helemaal stil.

Ze denken dat het een slechte aan-

tekening is.

In werkelijkheid is het een klein onbe-

duidend tekentje waar niets uit op te

maken valt.

Maar ik heb macht over ze.

Ik zaai angst en slechte rapportcijfers.

.

Voor waar genomen

Inge Boulonois

.

Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.

Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.

De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/

Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.

.

Bij de stillevens van Giorgio Morandi (20e eeuw)
.
Dat dingen kunnen rijmen.
Leeg steengoed in bedaarde aardetinten,
verbindend strijklicht. Onveranderlijk
.
in een geschikt herschikt evenwicht,
een seizoenloze pleisterplaats
voor onze ogen. Kijken
.
wordt zien hoe tijd door verf
tot stilte is gebracht. Ik hoor
het zwellen van mijn oorgesuis.
.
Wilde de schilder lof zwijgen
van het dieplood van het hier en nu,
van vazen die tot zichzelf ontwaken,
ving hij hun eigen klank op?
.
Of zag hij dat ze zó stil staan
te staan als enkel schilderijen
kunnen laten horen?
.

 

Ik ben een renner

Alex Roeka

.

Op verzoek vandaag een post over zanger en liedtekstdichter Alex Roeka (1945). In 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/02/02/alex-roeka/ schreef ik al eens over de poëtische kracht van zijn teksten en dat doe ik graag nogmaals.

Op het album ‘Zachtaardig vergooid’ uit 2010 staat het nummer ‘Ik ben een renner’. In dit nummer neemt Roeka je mee in het leven van een wielrenner dat vol staat met verwijzingen naar het leven dat iedereen leidt, vol verwachtingen, uitdagingen, vreugde, teleurstellingen en uiteindelijk de conclusie dat je op het laatst alleen overblijft. Een metafoor voor het leven. De vertolking van Roeka tijdens de Sint Willebrord Sessions Vol.1 geven de tekst nog een extra lading mee.

.

Ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Ik ken het gat dat valt

De zwarte sneeuw, het bijtend grint

De mensenzee die in je oren bralt

Het snijden van de wind

.

Ik ben een renner

Minstens duizend keer kapot gegaan

Heb dagen langs de kant staan wachten op een ander wiel

Om verder door de hel te kunnen gaan

Want ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Een soort beest dat jaagt

Op buit en prooi, roem en eer

En waar zelf ook op gejaagd wordt weer

Door gekken vol met gif

.

Ik ben een renner

Ze hebben me in de sloot geduwd

Me recht in mijn gezicht gespuwd

Om me te leren hoe het gaat

En dat je er nooit over praat

Want ik ben een renner

.

En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’

Daar hangen ze aan de bar

En roepen dronken naar elkaar

Dat ik de tour ooit nog eens win

.

Ik ben een renner

Ik voel me slap en ziek

Een zwabbervod, een noodsignaal

Als ik het nu niet haal

Dan is mijn toekomst de fabriek

En dat wil ik verdomme niet

Want ik ben een renner

.

En zie ineens is daar het wonder weer

En gaan mijn benen wondermooi te keer

In beheerste razernij

En is de glorie weer voor mij

Want ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Ik rij mijn levenskoers

Mijn dodenrit, mijn heldenstuk

Waar tussen verlies en winst

Niet meer dan een haartje zit

De luim van het geluk

Ik ben een renner

.

En wie mijn vriend is hier in deze trein

Zal na de volgende bocht mijn vijand zijn

Tot slot is er niet een

Op het laatst rij je alleen

Want ik ben een renner

.

En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’

Daar hangen ze aan de bar

En roepen dronken naar elkaar

Dat ik hem had kunnen winnen toen

.

Ik ben een renner

.

 

Hella Haasse

Virgo

.

Regelmatig kom ik erachter dat er schrijvers zijn, die ik eigenlijk alleen maar ken als prozaschrijver, die naast hun prozawerk ook poëzie hebben geschreven. Opmerkelijk vaak wordt er gedebuteerd met poëzie waarna men zich op de proza werpt. Blijkbaar is poëzie een mooie kruiwagen om schrijver van proza te worden. En nu is er opnieuw een schrijver waarvan ik ontdek dat zij ooit poëzie schreef namelijk Hella Haasse. Hella Haasse (1918-2011) debuteerde met een dichtbundel in 1945. Daarna zou er van haar nauwelijks nog poëzie in druk verschijnen, tot er in 2006 plotseling acht gedichten opdoken in het Vlaamse literaire tijdschrift ‘Het Liegend Konijn’. De enige informatie die erbij stond was: Deze gedichten zijn uit de jaren 1960-1980.

De 22 gedichten in haar debuutbundel getiteld ‘Stroomversnelling’ schreef ze op haar zeventiende. Zelf beschouwde ze dit bundeltje als jeugdzonde. En hoewel ze weliswaar poëzie bleef schrijven (haar archief bevat enkele schriften en een flinke map met grotendeels ongepubliceerde poëzie) zou een tweede bundel er nooit komen. Wil je meer hierover lezen kijk dan op op de site https://literatuurmuseum.nl

In de verzamelbundel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980, is een gedicht uit haar bundel ‘Stroomversnelling’opgenomen getiteld ‘Virgo’ wat me op de een of andere manier aan Marieke Lucas Rijneveld deed denken.

.

Virgo

.

Zij is een wezen tussen vrouw en knaap –

Zij heeft de strakke passen van een jongen

Soms ligt zij als een poes inééngedrongen:

Dan schijnt zij vrouw, en glimlacht in haar slaap.

.

Haar ogen zijn van amber, en die weten

veel wegen, die haar mond aan geen verraadt –

Zij spiegelt zich in ’t water als zij baadt

Haar lijf is rank en koel en nooit bezeten.

.

Zij houdt van lichte bloemen zonder geur,

lang kan zij zwemmen in de groene bronnen –

Zij leest veel en aandachtig, zoals nonnen

dat doen, alléén, achter gesloten deur

.

terwijl het zonlicht aan de wanden fluistert

en ’t glas-in-lood raam donker glanst als wijn.

Zij heeft de trots van hen, die eenzaam zijn,

een hart dat wacht en aan de stilte luistert. –

.

 

Om land en hart

Oorlogsgedichten

.

Zo nu en dan loop ik in kringloopwinkels of tweedehandsboekenwinkels kleine, vaak goedkoop gemaakte, bundeltjes tegen het lijf die tijdens of vlak na de tweede wereldoorlog zijn verschenen. Een aantal voorbeelden lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/03/24/climax/, hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/27/oorlogsstad/ en hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/12/geteisterd-volk/ . En nu kan ik hier weer een nieuw exemplaar aan toevoegen dat in mijn bezit is gekomen.

Het betreft hier het kleine bundeltje ( het is meer een schriftje met een slappe kaft) ‘Om land en hart’ verzen van J. ten Mutsaert. Zoals op de eerste pagina te lezen is, werd dit bundeltje verzen uitgegeven in april 1945 in het bezette deel van Nederland door De Duistelvink. Het werd in een oplage van 810 uitgegeven (al is in mijn exemplaar sprake van 410 maar van de 4 is een 8 gemaakt. Ik heb nummer 641.

Op https://www.dbnl.org/ lees ik dat J. Mutsaert het pseudoniem was van dichter Jan H. de Groot (1901 – 1990) die ook het pseudoniem Haje Sikkema gebruikte. Jan H. de Groot debuteerde in 1926 met een in eigen beheer uitgegeven bundel ‘Lentezon’, was journalist en redacteur bij ‘Het vrije Volk’ en bleef tot op hoge leeftijd schrijven. Zijn laatste publicatie was een bibliofiel uitgegeven werk in 1988. Voor zijn werk ontving hij de Verzetsprijs voor letterkundigen in 1945 en de Poëzieprijs van de stad Amsterdam in 1946 voor het gedicht ‘Moederkoren’.

In ‘Om land en hart’ staan korte en wat langere gedichten en verzen. Over Mussert, het Duitse volk, het graf van een Engelse piloot en een executie in het Weteringplantsoen, 20 gedichten in totaal. Ik heb er een paar uitgekozen om hier te plaatsen.

.

Arrestatie

.

Nog eenmaal zie ik om en groet mijn vrouw,

mijn jongens met de neuzen voor de ramen.

Er is berouw noch spijt, ik krop alleen wat tranen,

omdat ik plots’ling weet, hoeveel ik van z hou.

.

Vrijheidsstrijder

.

Van huis en hol verdreven,

de dood ontweken en gezocht.

Niets was als prijs te duur gekocht,

mits ’t nageslacht zou leven.

.

Steden

.

O steden, vast en hecht is uwe staat,

voor elke vluchtling zijt gij toeverlaat.

Maar Babel werd verwoest, Carthago en Athene.

In één nacht vult het puin uw plein en straat.

.

%d bloggers liken dit: