Site-archief

Meisjeskamer

Anna Enquist

.

Schrijver en dichter Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. Ze is psychoanalytica en debuteerde in 1991 met de poëziebundel ‘Soldatenliederen’. In deze bundel staat een gedicht waarvan, toen ik het las, ik zoveel herkende,  een herkenning die je bekend voorkomt wanneer je zelf een dochter of dochters hebt of hebt gehad in de leeftijd van 15 jaar. Alleen daarom al wilde ik het gedicht hier plaatsen.

.

De meisjeskamer

.

Hoe het ruikt naar lippenrood,

poederkwast. Latere handen

ten voorbeeld streelt de borstel

met stomheid het haar.

Zij is een acrobaat, hoog in

de lucht doet zij kunsten

aan de trapeze. Vijftien jaar.

Zij ademt vluchtig, houdt

zich nauwelijks vast. Negeert

in vervoering elk gevaar.

.

Wij zijn het vangzeil waar

zij zich soms achterover

in laat vallen. Wij wiegen

haar als toen, ontwricht

als zij weer opveert en ons

achterlaat. Het plotseling

ontbreken van gewicht.

Vergeefse spanning in mijn armen,

verbazing om het zelfvertrouwen,

het geluk op haar gezicht.

.

Advertenties

Oude dromen

Pero Senda

.

Vandaag 4 jaar geleden werd ik gebeld door de vrouw van mijn vriend en dichter Pero Senda (1945 – 2013). Vrij onverwacht was hij, na een kort ziekbed overleden. Ter nagedachtenis wil ik daarom vandaag, op zijn sterfdag een gedicht van hem plaatsen uit de bundel, die hij destijds in 1999 presenteerde in de bibliotheek van Maassluis. Vanaf dat moment leerde ik Pero steeds beter kennen en ik mis hem en zijn bijzondere en warme  persoonlijkheid nog altijd.

.

Oude dromen

.

Opnieuw kwellen mij niet uitgedroomde dromen

Gletsjers, schotsen, het poollandschap in schaduw en licht

Wit schitterend schuim in een zeegezicht

De witte dood loert. Angst grijpt me aan

Ik vlucht, wil zuidwaarts, blijf roerloos staan

Snel, snel! Waarheen? Natuurlijk naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

Zandstranden. Copacabana.

Is het Rio of Havana?

Gevaarlijke klanken uit Afrika’s zuiden

Kenya, safari, ziekten en kruiden

Wilde dieren overal, dag en nacht

De zon die brandt, ik dorst en smacht

Weer op de vlucht. Waarheen? Naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

Op de Balkan niets nieuws, geen dromen,

Hetzelfde decor, slechts nieuwe spelers zijn gekomen.

Vooral statisten rijen zich ten dans

Van bloed en vrijheid hebben zij thans

De mond vol. Weg nu met al die grote woorden

Ik overstijg de idealen die mij ooit bekoorden

Vluchten, zo ver ik kan, van al die dwazen

Naar het land van bloemen in borders en vazen

Van gele tulpen – dus terug naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

17 oktober Black Poetry Day

Jupiter Hammon

.

Op 17 oktober 1711 werd Jupiter Hammon geboren in Long Island, New York, als telg van  een slavenfamilie op het Lloyd Estate in Queens Village. In tegenstelling tot vele andere slaven van zijn tijd, kon Hammon naar school gaan en leren lezen en schrijven. Hij zou later de eerste Afro-Amerikaanse dichter worden die in de Verenigde Staten gepubliceerd werd met zijn  werk, “An Evening Thought. Salvation by Christ with Penitential Crienes: Composed by Jupiter Hammon, a Negro belonging to Mr. Lloyd of Queen’s Village, on Long Island, the 25th of December, 1760.”. Jupiter Hammon wordt dan ook gezien als een religieus dichter, zijn werk is doorspekt met zijn liefde voor god.

Hammon leefde met vier generaties van de familie Lloyd en bleef een eeuwige christen tot zijn dood in circa 1806. Door zijn invloed op de literaire wereld is de verjaardag van Hammon de officiële viering van de Black Poetry Day in de Verenigde Staten. Op deze dag wordt behalve Hammon ook de eerste officiële gepubliceerde zwarte vrouwelijke dichter Phillis Wheatley, en alle anderen die bijgedragen hebben tot de bevordering van de zwarte poëzie en expressie in de Verenigde Staten, zoals Maya Angelou, Langston Hughes, Rita Dove, Gwendolyn Brooks, Arna Bontemps en vele anderen geëerd.

Vandaag op Black Poetry Day daarom een gedicht van een zwart dichter uit de Verenigde Staten, niet van Jupiter Hammon (zijn poëzie is zo religieus dat het nu nog nauwelijks leesbaar is, maar ben je nieuwsgierig kijk dan eens op https://www.poetryfoundation.org/poets/jupiter-hammon ) maar van een andere zwarte dichter die ik nog niet kende Gwendolyn Brooks (1917 – 2000). Brooks publiceerde haar eerste gedicht in een kindermagazine op haar 13e en toen op haar 16e waren er al 75 gedichten van haar hand gepubliceerd. Daarna volgde gedichten in de poëzie column van de Chicago Defender, een Afro-Amerikaans dagblad. Brooks schreef haar gedichten in sonnetvorm en in de vorm van traditionele ballades maar later maakte ze ook gebruik van blues ritmes en free verse. In 1945 debuteerde ze met de bundel ‘A street in Bronzeville’. Met haar tweede bundel ‘Annie Allen’ uit 1950 won ze als eerste Afro-Amerikaanse de Pulitzer prize for Poetry. In haar leven ontving Brooks verschillende prijzen, werd ze opgenomen in the National Women’s Hall of Fame en was ze in 1985 een jaar lang Consultant in Poetry to the Library of Congress. Uit haar omvangrijke werk heb ik gekozen voor het gedicht  ‘The Mother’ dat verscheen in haar debuutbundel.

.

The Mother

.

Abortions will not let you forget.
You remember the children you got that you did not get,
The damp small pulps with a little or with no hair,
The singers and workers that never handled the air.
You will never neglect or beat
Them, or silence or buy with a sweet.
You will never wind up the sucking-thumb
Or scuttle off ghosts that come.
You will never leave them, controlling your luscious sigh,
Return for a snack of them, with gobbling mother-eye.

I have heard in the voices of the wind the voices of my dim killed
children.
I have contracted. I have eased
My dim dears at the breasts they could never suck.
I have said, Sweets, if I sinned, if I seized
Your luck
And your lives from your unfinished reach,
If I stole your births and your names,
Your straight baby tears and your games,
Your stilted or lovely loves, your tumults, your marriages, aches,
and your deaths,
If I poisoned the beginnings of your breaths,
Believe that even in my deliberateness I was not deliberate.
Though why should I whine,
Whine that the crime was other than mine?–
Since anyhow you are dead.
Or rather, or instead,
You were never made.
But that too, I am afraid,
Is faulty: oh, what shall I say, how is the truth to be said?
You were born, you had body, you died.
It is just that you never giggled or planned or cried.

Believe me, I loved you all.
Believe me, I knew you, though faintly, and I loved, I loved you
All.

.

Vrouwen uit het verzet

Dichter op verzoek: 7

.

Op verzoek van Corrie Nieman een gedicht van een favoriete dichter van haar, Inge Boulonois. Ik ken Inge sinds 2008 toen wij samen met een paar andere dichters mochten voordragen bij Atelier 9en40 in Alkmaar ten huize van Alja Spaan.

Inge Boulonois (1945) is dichter en beeldend kunstenaar. Ze is geboren in Alkmaar en woont en werkt nu in Heerhugowaard. Van 2011 tot 2015 was Inge Boulonois officieel stadsdichter van Heerhugowaard. Verder is Inge Boulonois vaste medewerkster van het onderdeel Klassiekers van Meander Magazine.

Op haar tijdlijn op Facebook publiceert Inge regelmatig haar gedichten, meestal fraai vormgegeven met een foto of een afbeelding op de achtergrond die het gedicht een extra dimensie geven. Ik koos uit haar vele gedichten het gedicht’ Vrouwen uit het verzet’  bij een beeld van Elly Baltus, een mooi voorbeeld van hoe Inge zich kan inleven in het onderwerp van haar gedicht. Op haar website http://www.ingeboulonois.nl/ lees je veel meer over haar en haar werk. Het gedicht ‘Vrouwen uit het verzet’ staat in de bundel ‘Heerhugowaardse gedichten’ uit 2015.

.

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

De sneeuwpop

Harriet Laurey

.

Harriet Laurey (1924 – 2004) werd in Eindhoven geboren en is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen. Ze debuteerde als dichter  in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in ‘De Nieuwe Eeuw’. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley’, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Deze bundel kon het grote publiek zeer bekoren. In 1971 schreef een recensente van de Telegraaf dat zij de bundel ‘Oorbellen’ uit 1954  al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie rekende. In 1955 publiceerde zij nog eenmaal samen met haar echtgenoot een dichtbundel maar daarna schreef ze nog louter kinderboeken.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘De sneeuwpop’.

.

De sneeuwpop.

 

Ik ben de sneeuwpop op het Leidseplein.

In vlokken kwam ik naar hun wereld vallen,

ontelbaar. Maar zij maakten met z’n allen

de starre man, die ik opeens moet zijn.

.

Mijn ene arm korter dan de and’re,

mijn hoofd te groot, de stijve hoed te klein.

Ik voel wel, dat ik onbehouwen schijn.

Ik voel het, maar ik kan het niet verand’ren.

.

Hoewel zij inderhaast mijn beide ore

-alsof een pop wel zonder kan – vergaten,

hoor ik hun warme mensenstemmen praten.

.

En ’t sneeuwt zó los. Maar ik ben vastgevroren

en straks, met heel het plein alleen gelaten,

niet eens meer sneeuw, niet eens meer helder water..

,

sneeuwpop

 

Erotisch gedicht

Eddy van Vliet

.

Bij het woord erotiek hebben de meeste mensen wel een beeld. Dat hierin een enorme verscheidenheid schuilt zal voor de meeste ook geen nieuws zijn. Bij het lezen van het gedicht ‘Ochtend’ van de Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1945 – 2002) zul je misschien niet meteen denken aan een erotisch gedicht. Toch als je door de zinnen heen leest en de beelden die Eddy oproept tot je door laat dringen, kun je je voorstellen waarom dit gedicht is opgenomen in de bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’.

Oorspronkelijke verschenen in de bundel ‘De binnenplaats’ uit 1987, het gedicht ‘Ochtend’.

.

Ochtend

.

Liefst hoor ik het geritsel van kleren

als zij opnieuw de vorm aannemen

waaruit liefde hen gedurende uren verdreef.

.

En buiten: de kou die de bakstenen roder maakt,

de kinderen dichter bij elkaar doet kruipen.

.

Liefst hoor ik het geritsel van kleren,

als de slaap zich langzaam aan onze ogen onttrekt

en de glazen toekijken hoe het licht

zich opdringt aan de ramen.

.

Op zo’n ochtend zal het zijn dat zij,

van wie wij de uniformen niet kunnen raden,

zullen komen en zeggen: jullie gaan mee.

.

licht

Weerzien

Liefdesgedicht van Anna Enquist

.

In 1994 verscheen van Anna Enquist (1945) de bundel ‘Een nieuw afscheid’ met daarin het prachtige ‘Weerzien’ en gedicht over de liefde tussen een man en een vrouw.

.

Weerzien

.

Hoe de mensen, hoe deze mensen, hoe

een man en een vrouw na jaren elkaar –

hoe na jaren deze mensen elkaar zullen

zien, harnas van vroeger over het sleets

lichaam, hoe in hun botten moeheid

en deceptie jaar na jaar kerven.

.

Hoe mensen, door afscheid op afscheid

gestriemd en geslagen, het kijken

verdragen in de laatste smalle kier

die de tijd hen laat, in laat licht

ontluisterd. Dat ligt aan de ogen;

genadig wrikt tovenaar geheugen

aan de deur van de tijd; ontzien

in het zien (weggeblazen heupen,

dood haar). Die daar staan ont-

staan voor elkaar bedrieglijkerwijs

in vijvers van vroeger. Zij bieden

elkaar een diep water, hier.

.

Zo zien een man en een vrouw na

jaren elkaar of niet of anders. Vuur!

.

een nieuw afscheid

Anna-Enquist-3721-248x372

Geen uitweg

Ewa Lipska

.

Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.

In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.

.

Geen uitweg

.

Dit is dat hotel. Deze kamer.

Het bed waarin zij hebben geslapen.

De roze magnolia’s hangen nog in de kast.

Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.

Mensen vielen elkaar in de armen.

Meisjes hingen mannen om de hals

als namaaksieraden.

In de wisselkantoren

werden kussen gewisseld.

Men stierf niet meer.

De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.

Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.

Censors schrapten de horizon.

Corrigeerden het uitzicht uit het raam.

Midden op het marktplein werd

Feest der liefde van Watteau opgehangen.

Uit luidsprekers klonken

de liederen uit Dichterliebe van Schumann.

De dieren kregen vleugels aangemeten

in de vorm van harten.

De terreur der liefde regeerde het stadje.

Weigeraars werden in de afgrond gestort.

Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?

Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.

Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.

De ratten verlieten massaal de stad

zonder om te kijken naar het vuurwerk.

Men danste juist op het verplichte bal.

En alleen zij wisten al dat

een stap vooruit de dood betekende

en een stap achteruit slechts moord.

 

.

lipska

Fysici en Lyrici

Boris Sloetski

De dichter Boris Sloetski ( 1919-1986) werd geboren in Slavjansk (of Slovyansk), een industriestad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt, in een typisch arbeidersmilieu. Boris volgde echter een literatuurstudie aan de Maxim Gorki instituut in Moskou. Sloetski’s poëzie behandelt vooral algemeen menselijke problemen. Hij schrijft oorlogslyriek vol pijn en vol trauma. Hij schrijft over individuele lotgevallen zonder sentimenteel of pathetisch te zijn. Een veelvoorkomend thema in zijn werk is de Joodse problematiek (antisemitisme en de Holocaust). Ook schrijft hij veel over ouderdom en dood. Een soort meta-thema in zijn werk is de didactische taak die hij ziet voor de dichter. Voor hem is de dichter “niet een telefoon- maar een telegraafdraad”. Sloetski was één van de dichters die Joseph Brodsky hebben beïnvloed.

Uit 1959 het gedicht ‘Fysici en Lyrici’ vertaald door Peter Zeeman.

.

Fysici en Lyrici

.

We houden fysici in ere.

Voor lyrici heeft niemand tijd.

Ik ben niet aan het speculeren,

het is een soort wetmatigheid.

.

We faalden dus in het onthullen

van wat ons te onthullen stond!

Dus onze jambetjes zijn prullen,

je komt er niet mee van de grond.

En onze paarden? Die ontberen

het Pegasus-gevoel geheid…

We houden fysici in ere,

voor lyrici heeft niemand tijd.

.

Dit alles is allang bewezen.

Geen mens die zich hiertegen kant.

Ach, pijnlijk hoeft dit niet te wezen,

nee, het is eerder interessant

te zien hoe onze rijmen slinken,

als schuim dat aanspoelt op het strand,

hoe grootsheid waardig weg zal zinken

in logaritme en verstand.

.

sloetski

Boris Sloetski in 1945 als soldaat in het Rode leger.

Boris_Slutsky(grave)

Graf van Boris Sloetski op de Piatnitsky begraafplaats in Moskou (foto Christina Bedina)
Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie en Wikipedia.
%d bloggers liken dit: