Site-archief

Magnolia

(Bijna) vergeten dichters

.

In een kringloopwinkel kocht een wat verfomfaaid  exemplaar van ‘Dichterkeur’ een keuze uit verzen dezer eeuw. Dezer eeuw moet je wel in het licht zien van het jaar van publicatie namelijk 1949. Dus eigenlijk een keuze uit de gedichten van de eerste helft van de vorige eeuw. Verzameld een ingeleid door Dr. W.L. Brandsma. Het boek begint met een prachtige zin van J.H. Leopold: “Zoek heil en heul in uw gedichten; doe als ik en denk om roem en eer geen ogenblik, maar vind in verzen vrede en zielsgeluk”.

Dit boek is opgedeeld in een aantal opmerkelijke hoofdstukken: De ouderen, de generatie van de eerste wereldoorlog, de generatie van de tweede wereldoorlog en de Vlamingen. Mijn oog viel op een gedicht, een sonnet van een mij onbekende dichter F. Schmidt-Degener (1881 – 1941).

Deze Rotterdamse dichter bezocht het Erasmiaanse gymnasium. In die tijd kreeg hij na een ernstige ziekte privaatlessen van J.H.Leopold. Dit heeft grote invloed op zijn latere dichtwerk.In 1908 werd hij op 26 jarige leeftijd benoemd tot directeur van het museum Boymans in Rotterdam. In 1921 werd hij benoemd tot directeur van het Rijksmuseum. Dit bleef hij tot zijn dood in 1941.

Deze begaafde kunstkenner was dus ook dichter. In 1937 verschenen ‘De poort van Ishtar’en de bundel ’55 Variaties op een bekend thema’ (op het gedichtje ‘Le sylphe’ van Paul Valéry) en in 1939 gevolgd door de bijna al te kunstig gebouwde bundel ‘Silvedene, tien suites voor viool en woord’. Na zijn dood werd een herdruk van deze bundels uitgegeven.

Uit deze bundel het gedicht ‘Magnolia’.

.

Magnolia

.

Op zuider binnen-hoven, blank omkloosterd,

straalt het ontlokene in pril seizoen

De struik torst zwaar het rood-en-wit blazoen

als had reeds zomerzon z’n pracht geroosterd.

.

Langs stenen treden dalen vrouwen af.

Glimlachende om ’t onverwacht beroven

snijden zij uit die weelde brede schoven.

De jongste oogt in ’t gaan – half mild, half straf.

.

Met fletse blik antwoordt de noordeling,

verbaasd hoe hem in één bekoring ving,

vrouw, ’t kleumste blauw, de vlucht van ’t bloesemvuur:

.

” ’t is of de lente in de vrouwen bloeit,

saam met de koude blijheid der natuur-

voordat de zomerzon de sappen schroeit. ”

.

Advertenties

Seamus Heaney

Ierse dichtersweek

.

In een Ierse dichtersweek zijn er twee zekerheden: W.B. Yeats en Seamus Heaney (1939 – 2013). Yeats was gister aan de beurt en vandaag Seamus Heaney. Deze dichter, toneelschrijver, vertaler en docent  ontving in 1995 de Nobelprijs voor de Literatuur. In 1966 debuteerde Heaney met  ‘Death of a Naturalist’ dat achtereenvolgens de Cholmondeley Award, de Gregory Award, de Somerset Maugham Award en de Geoffrey Faber Memorial Prize. Uit zijn debuutbundel ‘Death of a naturalist’ uit 1966 het gedicht ‘Follower’.

.

Follower

.

My father worked with a horse-plough,
His shoulders globed like a full sail strung
Between the shafts and the furrow.
The horse strained at his clicking tongue.

An expert. He would set the wing
And fit the bright steel-pointed sock.
The sod rolled over without breaking.
At the headrig, with a single pluck

Of reins, the sweating team turned round
And back into the land. His eye
Narrowed and angled at the ground,
Mapping the furrow exactly.

I stumbled in his hob-nailed wake,
Fell sometimes on the polished sod;
Sometimes he rode me on his back
Dipping and rising to his plod.

I wanted to grow up and plough,
To close one eye, stiffen my arm.
All I ever did was follow
In his broad shadow round the farm.

I was a nuisance, tripping, falling,
Yapping always. But today
It is my father who keeps stumbling
Behind me, and will not go away.

.

                                                                                                                                                                                                                         Seamus Heaney in 1970

Bloed

Gerrit Achterberg

.

Op de website http://www.cubra.nl/adhaans/achterberg02bloed.htm beschrijft Ad Haans een aantal gedichten van de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962). In deze gedichten uit de bundel ‘Eiland der ziel’ uit 1939 staat onder andere het gedicht ‘In uw bloed’ waarover Haans betoogd dat het hier een sterk erotisch gedicht betreft.

Als ik het artikel lees en zijn argumentatie, ben ik sterk geneigd zijn interpretatie voor waar aan te nemen. Daarnaast is het een bijzonder fraai gedicht van Achterberg.

.

In uw bloed

.

In uw bloed moet nog het weten stromen,

dat het goed had kunnen zijn, zoals het is begonnen;

dat het nog goed kan worden onder vier ogen,

tussen vier handen en twee monden,

met de lichamen, waar het niet mee is gelogen,

dat ze als zusters lagen in elkanders armen,

terwijl zij zwoeren bij hun ademhalen,

dat zij elkanders eeuwigheden waren;

en met het andere, waarom gij neergebogen,

knielde en bad, dat het niet zou verarmen.

.

Maan

Nes Tergast

.

De Haagse Nes Tergast (1896 – 1974) was makelaar, dichter en kunstcriticus. Zijn echte naam was Albert Ernest Bruno Johannes en hij werd geboren in Java. Onder het pseudoniem Bruno van Nes werkte hij aanvankelijk met poëzie mee aan ‘Werk’ (1939). In 1940 verscheen de bundel ‘Glas en schaduw’, samengesteld uit de poëzie voor ‘Werk’ en het tijdschrift ‘Criterium’. Pas geruime tijd na de tweede wereldoorlog verscheen opnieuw poëzie in de bundel ‘Het moederland’ (1949), waarin zijn geboorteland Indonesië een belangrijke evocatieve rol speelt. Daarna volgden nog twee bundels gedichten: ‘Deliria’ (1951) en ‘Werelden’ (1953). De hem voor deze poëzie toegekende Jan Campertprijs 1955 weigerde hij. (Bron: DBNL.org).

De poëzie van Tergast kun je modern noemen zowel qua inhoud als qua vormgeving. Zijn werk sluit aan bij dichters als René Char, Prévert en Cummings. Onderstaand gedicht ‘Maan’ verscheen in Maatstaf.

.

Maan

.

Lach in de torens van mijn bloed

De weerhaken van je topazen rust

.

Zing de staalblauwe speren van je huid

In het weerbarstig huis van mijn gedachten

.

Ruk de vier windstreken van mijn verlangen

Met het stilet van je gebaar aan flarden

.

Dans in mijn ogen die op slapen staan

Nog enkele flitsen uit het ingewand

Van het hiernamaals over

.

O maan maanzieke maan

Die in de spiegel naast mij slaapt

Die achter in mijn dromen naast mij slaapt.

.

maan

 

 

Camera Obscura

Adriaan Morriën

.

In de kringloopwinkel kocht ik weer een paar mooie bundeltjes. Een ervan is de ‘Dichters omnibus’ de 16e bloemlezing uit 1970. Ik had al een aantal van deze omnibussen uit de jaren ’60 maar dit exemplaar nog niet. In deze omnibus veel dichters die ik ken maar ook een aantal onbekenden. Een dichter die ik wel ken is Adriaan Morriën.

Adriaan Morriën (1912 – 2002) debuteerde in 1939 met de bundel ‘Hartslag’. Hij werkte na WO II vooral aan vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool. Daarnaast werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren. Als redacteur van een aantal literaire tijdschriften (onder andere Tirade), beoordeelde hij manuscripten. Ook was hij adviseur van de uitgeverijen G.A. van Oorschot en De Bezige Bij. Een aantal belangrijke schrijvers, onder wie Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans en de dichter Hans Lodeizen, werden door hem ‘mede-ontdekt’. Ook vertaalde hij verschillende Franse schrijvers.

Voor zijn vertalingen ontving hij in 1962 de Martinus Nijhoff-prijs en voor de dichtbundel ‘Oogappel’ kreeg hij in 1988 de Herman Gorterprijs. Uit de bundel ‘Het gebruik van een wandspiegel’ uit 1968 (en dus uit de Dichters omnibus) het gedicht ‘Camera Obscura’.

.

Camera Obscura

.

Door je grote pupillen

zou ik mijn hand willen steken

om op de tast te zoeken naar

de beelden die je van me bewaart.

.

Ik zou mijn eigen aanblik voelen

en weten waar ik  je heb aangeraakt,

waar ik nog warm ben in je

en waar ik al ben afgekoeld.

.

img_5722

Domoren en dromers

Hans Verhagen

.

Dichter, journalist, schilder en filmmaker Hans Verhagen (1939) debuteerde in 1961 met de (in eigen beheer uitgegeven) dichtbundel ‘Anatomie van een Noorman’. In 1963 volgde ‘Rozen & Motoren’, bij  uitgeverij Nijgh & van Ditmar.  Hij maakte deel uit van de redactie van Gard Sivik, wat later De Nieuwe Stijl werd.

Vanaf de jaren tachtig houdt hij zich vrijwel alleen bezig de schilderkunst. Hij maakte in 2004 een comeback als dichter met de bundel ‘Moeder is een rover’, gevolgd door ‘Draak (2006) en ‘Zwarte gaten’ (2008). In 2003 verschenen zijn verzamelde gedichten in de bundel ‘Eeuwige Vlam’.

In 2009 ontvangt hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn poëzie vanwege zijn humor, zijn engagement, zijn poëtische durf en eigenzinnigheid. Uit ‘De eeuwige vlam’ het gedicht ‘Domoren en dromers’.

.

Domoren en dromers

.

De grote roergangers van deze tijd,

alle rimpels met zich mee dragend van de levenszee,

vrezen geen verzet van de domoren van het verstand:

‘wie denkt, denkt vroeg of laat wel met ons mee’.

.

Maar wie met de onvervalste wijsheid van een ongeschoolde

en van dromen en drift doortrilde hand

de hemel aansnijdt om zijn naam te kerven

in de regenbogen –

die beschouwt de gangster aan het roer als vijand.

.

2009-05-13 Amsterdam portret van dichter schilder P C Hooftprijswinnaar Hans Verhagen (1939)

Hans Verhagen bij de opening van zijn schilderijententoonstelling in Vlissingen in 2009

Woorden

William Butler Yeats

.

Ik schreef al verschillende keren direct of indirect over William Butler Yeats (1865-1939), de Ierse dichter die werd geboren te Sandymount in de buurt van Dublin. Dat doe ik omdat, van alle Engelstalige dichters, ik hem tot één van mijn favorieten reken. Hoewel hij als zoon van een kunstschilder aanvankelijk naar de kunstacademie ging, besloot hij zich na drie jaar studie geheel aan het schrijven (poëzie, toneel) te wijden.

Yeats overleed in 1939 in Frankrijk, maar werd later begraven op het bescheiden kerkhof van het Ierse plaatsje Drumcliff bij Sligo. In een eerder bericht schreef ik al over mijn reis door Ierland en dat we, zonder het te weten maar gelukkig stond het op een bord, langs de begraafplaats reden waar hij begraven ligt.

Hij wordt gezien als één van de grootste dichters van Ierland, een land dat een meerdere voortreffelijke dichters heeft voortgebracht. In 1923 kreeg hij de Nobelprijs voor literatuur.

In de bundel ‘Al keert het grote zingen niet terug’ uit 1999 staat zijn gedicht ‘Words’ in vertaling van J. Eijkelboom. Hier het origineel en de vertaling.

.

Words

I had this thought a while ago,
‘My darling cannot understand
What I have done, or what would do
In this blind bitter land.’

And I grew weary of the sun
Until my thoughts cleared up again,
Remembering that the best I have done
Was done to make it plain;

That every year I have cried, ‘At length
My darling understands it all,
Because I have come into my strength,
And words obey my call’;

That had she done so who can say
What would have shaken from the sieve?
I might have thrown poor words away
And been content to live.

.

Woorden

Ik dacht een tijd geleden:
‘Mijn lief kan niet begrijpen wat
ik gedaan heb of wat stand hield
in dit blind bitter land.’

En ik werd lusteloos in de zon
tot mijn denken op ging klaren
en ‘k mij herinnerde dat wat ik kon
gedaan werd om het duidelijk te maken;

dat ik elk jaar maar riep: ‘Eindelijk
begrijpt mijn lief dit allemaal
daar ik mijn wasdom heb bereikt
en meester ben over de taal.’

Wat was, had zij aldus besloten,
er afgevallen bij het zeven?
Ik had het pover woord misschien verstoten
en was content geweest met leven.

.

wbyeats

Al

Anton van Wilderode

Poëzie-avond

.

Begin van deze maand kreeg ik een uitnodiging van de ambassade van België, van Axel Buyse, algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering, voor een poëzie-avond die hij samen met de internationale Vriendenkring Anton van Wilderode organiseert. Op deze avond in oktober in de residentie van de Belgische Ambassadeur in Den Haag worden gedichten van de deze Vlaamse dichter in drie talen voorgedragen door Axel Buyse en mevrouw Beatrijs van Creanenbroeck.

Anton van Wilderode (1918 – 1998) pseudoniem van Cyriel Paul Coupé, was een Vlaams dichter, auteur, classicus, vertaler en scenarist. Van Wilderode werd in 1944 tot priester gewijd en werkte vanaf 1946 als leraar aan het Sint Jozef-Klein-Seminarie in Sint Niklaas.

Zijn literair debuut kwam er met de nouvelle ‘Dis al’ in 1939, hetgeen de eerste van vele prijzen opleverde voor zijn talent. Zijn debuut als dichter kwam er in 1943 met ‘De moerbeitoppen ruischten’. Ook vertaalde hij gedichten van onder andere Vergilius en Horatius. Van Wilderodes Vlaamsgezindheid vertaalde zich in gedichten voor de Vlaamse Nationale Zangfeesten en voor de Ijzerbedevaarten.

In totaal publiceerde van Wilderode bijna 70 boeken, bundels en geschriften. In zijn periode als leraar gaf hij onder andere les aan Tom Lanoye en Paul Snoek.

.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 het gedicht ‘Villa Giulia Rome, het echtpaar’.

.

Villa Giulia Rome

het echtpaar

.

Houden haar vingers vogels vast, sieraden

of offerschaaltjes in doorschijnend glas,

zijn rechterhand een groen juweel van jade?

.

De lange zomer die hun leven was

liet op het gaaf gelaat de glimlach duren

begonnen op een buitenbed van gras.

.

Reikt hij de haarkam aan voor haar coiffure

en geeft zij hem de trouwring van agaat

met spiegelingen op de kamermuren?

.

Zij liggen in een ingetogen staat

van zaligheid en zichtbaar welbehagen

nog in de kleren van hun levensdagen.

.

Herhaalt zij met bewegelijke handen

momenten van geluk, en blijft zijn arm

intussen om haar hals, nabij en warm?

.

Tezamen ingescheept en onder zeil

om op een verdere oever te belanden

voor eeuwen slaap en onverliesbaar heil.

.

GiuliaAerial

 

 

Vervulling

Gerrit Achterberg

.

Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Achterberg debuteerde in 1925 met de bundel ‘De zangen van twee twintigers’ en in 1931 publiceerde hij de bundel ‘Afvaart’ waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde. Na de publicatie van deze bundel raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.

In 1937 schoot Achterberg zijn toen 40-jarige hospita dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot TBS veroordeeld. Tot 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de TBS in 1955 definitief werd opgeheven.

Ondertussen bleef Achterberg schrijven en werken produceren. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ die in 1991 bij Querido verscheen het gedicht ‘Vervulling’.

.

Vervulling

.

Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.

Al je gewone vragen vinden weer gehoor.

Regent het. Ja het regent. Goede nacht.

Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.

Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.

Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.

Alles wat antwoord is gaat van mij uit.

Je wordt vervuld van oneindigheid.

.

GA

achterberg (1)

 

Met glinsterend haar

Mark Braet (1925 – 2003)

.

Marcel Maurits (Mark) Braet  was dichter, humanist, links politiek militant, uitgever en vertaler van Pablo Neruda. Braet begon met dichten in 1939 maar zijn eerste dichtbundel verscheen in 1950 met de titel ‘Achttien stappen in de storm’.

Braet was heel actief in de contacten met het (voormalig) Oostblok. In 1958 is hij mede-stichter van de Vereniging België-DDR. Van 1963 tot 1970 is hij Politiek secretaris van de Communistische Partij België. In 1968 Maakt hij deel uit van een delegatie van het Centraal Komité van de KPB (Communistische Partij van België)  voor een studiereis naar de Sovjet Unie. Hij bezoekt aldaar de Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Rusland, de SSR Oezbekistan en het Autonoom gebied Bachkirië.

Als secretaris Generaal van de Belgo-Sovjetse Vereniging (vanaf 1977 Vereniging België-USSR) verzorgt hij de culturele uitwisselingen tussen Vlaanderen en de 15 Sovjetrepublieken. In 1984 maakt hij samen met Willy Spillebeen en Bart Vonck een vertaling van de Canto General van Pablo Neruda.

Mark Braet was een zeer actief publicist  in verschillende tijdschriften. Hij verzorgde inleidingen bij publicaties en tentoonstellingen, nam deel aan talrijke letterkundige en politieke avonden, debatten, poëziehappenings, en interviews. Daarnaast gaf hij regelmatig lezingen over Pablo Neruda, de Spaanse burgeroorlog, Bertold Brecht en Federico García Lorca.

In zijn vroege poëzie is zijn activisme een belangrijk thema. De gedichten gaan over oorlog, verzet, sabotage en angst. Het is strijdbare poëzie, waarin het leven van onderdrukten sociaal-realistisch wordt weergegeven. In zijn latere poëzie is de liefde in al zijn vormen het allesoverheersende thema.

.

Met glinsterend haar

.

Met een gelaat van nachtelijk water

ach water is zwart en hopeloos diep

en dieper dan het gelaat van het water

waarop een zilveren kangoeroe liep

 

en ik dacht dat ik sliep in de diepte

maar slapend rechtopstaan is recht

naar de dood gaan met glinsterend haar

met een woord dat men nachtelijk zegt

 

en ik dacht ach ik dacht dat ik dacht

maar de dag staat bleek in mijn mond

maar mijn mond is nu nachtelijk graf

en graf is het woord dat ik vond

.

Uit: Onbewoonbaar verklaard, 1972.

braet

Braet-11

%d bloggers liken dit: