Site-archief

De beste liefdesgedichten

Jaime Sabines

.

Ik vind het leuk om te googelen op termen als ‘de mooiste gedichten, de mooiste liefdesgedichten, de tien mooiste liefdesgedichten, de mooiste liefdesgedichten ter wereld’ en ga zo maar door omdat je nooit weet waar je op stuit. Het valt me op dat je dan telkens nieuwe en verrassende website onder ogen krijgt en dat regelmatig lijstjes tevoorschijn komen waarin gedichten staan van mij volstrekt onbekende dichters.

Zo kwam ik op een Spaanstalige website terecht waar de 5 beste liefdesgedichten staan. Allemaal van mij onbekende dichters. Ten onrechte onbekend want enig onderzoek liet zien dat het hier niet om gedichten van de eerste de beste dichters gaat. Zoals bijvoorbeeld bij het gedicht ‘Ik hou van je om tien uur ’s ochtends en om elf uur’ van de Mexicaanse dichter Jaime Sabines (1926-1999).

Deze dichter van Libanese en Spaanse afkomst stond bekend als de ‘sluipschutter van de literatuur’ omdat hij deel uitmaakte van een groep die literatuur in realiteit veranderde. Zijn gedichten beschrijven de ervaring van gewone mensen op plaatsen zoals de straat, het ziekenhuis en de speeltuin.

En één van die gedichten ‘Ik hou van je om tien uur ’s ochtends en om elf uur’ staat dus in het lijstje van de 5 beste liefdesgedichten.

.

Ik hou van je om tien uur ’s ochtends en om elf uur
en om twaalf uur. Ik hou van je met heel mijn ziel en
met mijn hele lichaam, soms op regenachtige middagen.
Maar om twee uur ’s middags, of om drie uur, als ik
Ik denk aan ons tweeën, en jij denkt aan de
eten of dagelijks werk, of amusement
die je niet hebt, ik begin je doof te haten, met
de helft van de haat houd ik voor mezelf.
Dan hou ik weer van je, als we naar bed gaan en
Ik voel dat je op de een of andere manier voor mij gemaakt bent
je knie en je buik vertellen me dat mijn handen
overtuig mij ervan, en dat er geen andere plaats in is
waar ik kom, waar ik ga, beter dan jij
Lichaam. Je komt heel om mij te ontmoeten, en
we verdwijnen allebei even, we komen erin
in de mond van God, totdat ik je vertel dat ik het heb
hongerig of slaperig.

Elke dag hou ik van je en ik haat je hopeloos.
En er zijn ook dagen, er zijn uren, wanneer niet
Ik ken je, in die zin dat je mij vreemd bent zoals de vrouw
van een ander maak ik me zorgen om mannen, ik maak me zorgen
Ik word afgeleid door mijn verdriet. U denkt waarschijnlijk niet
in jou voor een lange tijd. Je ziet wie
zou ik minder van je kunnen houden dan van mij?

.

Advertentie

Een supermarkt in Californië

Allen Ginsberg

.

De Amerikaans dichter Allen Ginsberg (1926-1997) blijft tot op de dag van vandaag tot de verbeelding spreken. Zo werd ik door Flor Vandekerckhove gewezen op een stuk dat hij schreef voor zijn blog over poëzie en maatschappelijke verandering. Zijn vraag was hoe ik tegenover poëzie en maatschappelijke verandering sta. Dat is een vrij ‘grote’ vraag maar ik denk dat poëzie kan bijdragen aan maatschappelijke verandering en thema’s. Zo zie je in de geschreven poëzie maar ook in de Spoken Word scene een toenemende maatschappelijke betrokkenheid.

In het artikel gaat Flor in op de invloed van Beat dichter Allen Ginsberg en in hoeverre deze heeft bijgedragen aan de maatschappelijke veranderingen van zijn tijd (50’s, 60’s en later).

In de jaren 40 van de twintigste eeuw studeerde Ginsberg aan de Universiteit van Columbia waar hij vriendschap sloot met de schrijvers William S. Burroughs en Jack Kerouac. In het midden van de jaren vijftig zou hij een leidende rol spelen in de Beat Generation samen met dichters als Gary Snyder en Michael McClure.

Ginsberg had een sterke drang om de grenzen van zijn bewustzijn te verkennen. Dat deed hij door het gebruik van drugs zoals marihuana, en andere geestverruimende middelen. Dit inspireerde hem sterk bij het schrijven van gedichten. William Blake, de Engelse dichter, was hem daarbij een voorbeeld. Veel gedichten van Ginsberg bevatten elementen van oorlog. Onderwerpen als de gaskamers in de Tweede Wereldoorlog (Ginsberg was joods)en de oorlog in Vietnam komen regelmatig voor in zijn gedichten.

Dit alles bracht mij erop om een gedicht van Allen Ginsberg te plaatsen. Het gedicht ‘Een supermarkt in Californië’ komt van de website van Joris Lenstra die ik nog ken van de tijd die hij actief was bij Ongehoord Rotterdam (waar later poëziestichting Ongehoord! uit is voort gekomen) en is geschreven in 1955. Het gedicht komt uit de bundel ‘Howl and Other Poems’ uit 1956 waarmee Ginsberg destijds doorbrak. De vertaling is van Joris Lenstra.

.

Een supermarkt in Californië

.

De gedachten die ik vannacht had over jou, Walt Whitman, toen ik in een rustige buurt onder de bomen door liep, ik had hoofdpijn en keek zelfbewust naar de volle maan.

Ik was hongerig, uitgeput en op zoek naar beelden, toen ik de neonverlichte fruitsupermarkt betrad en ik moest meteen denken aan jouw opsommingen!

Al die perziken in de schemering! Hele families ’s nachts aan het winkelen! Gangpaden vol met echtgenotes! Vrouwen tussen de avocado’s, baby’s tussen de tomaten!—en jij, Garcia Lorca, wat was jij daar aan het doen bij de watermeloenen?

 

Ik zag jou, Walt Whitman, kinderloze, eenzame, oude ploeteraar, terwijl je rondneusde tussen het vlees in de koeling en de jongens van de supermarktjongens in de smiezen had,

Ik hoorde hoe je hen ondervroeg: Wie heeft deze varkenskoteletten geslacht? Hoeveel voor de bananen? Ben jij mijn Engel?

Ik doolde tussen de glimmende stapels met blikjes terwijl ik jou volgde en in mijn verbeelding werd ik gevolgd door een beveiliger.

We schreden samen door de open gangpaden in onze eenzame fantasie terwijl we van de artisjokken proefden, we namen elke iedere ingevroren delicatesse en gingen nooit langs de kassa.

Waar gaan we naartoe, Walt Whitman? Ze sluiten de deuren in een uur. Welke kant wijst jouw baard op deze nacht?

(Ik raak jouw boek aan, denk terug aan onze odyssee in de supermarkt en voel me belachelijk.)

Zullen we de hele nacht over eenzame straten lopen? De bomen voegen hun lommer aan de duisternis toe, in de huizen zullen de lichten doven, we zullen allebei eenzaam zijn.

Zullen we rondslenteren langs blauwe auto’s in oprijlanen, terugdenkend aan het verloren Amerika van de liefde, terwijl we teruggaan naar ons stille hutje?

Ach, geliefde vader, grijsbaard, eenzame, oude, moedige leraar, wat was jouw Amerika toen Charon zijn veerbootje niet verder duwde en jij uitstapte op een mistige oever en toekeek hoe het bootje op het zwarte water van de Lethe verdween?

.

Een droom die ik heb

Nydia Ecury

.

De op Aruba, uit een donkere vader en een blanke moeder geboren Nydia Ecury (1926 – 2012) was aanvankelijk actief in het onderwijs als leraar Papiaments en Engels bij het Departement van Onderwijs. Als medeoprichter van toneelgroep Thalia en als actrice regisseur en cabaretière maakte ze naam.  Als dichter debuteerde ze tamelijk laat in 1972. Ze publiceerde in het Papiaments en alleen haar vierde bundel werd tweetalig (ook in het Engels) gepubliceerd. Al haar bundels verschenen, zoals te doen gebruikelijk op de Antillen, in eigen beheer. Haar laatste bundel verscheen in 2003.

De bundel ‘Een droom die ik heb’ verscheen in 2013 bij In De Knipscheer onder auspiciën van haar erven. Zij verzorgde zelf de keuze uit haar gedichten en beschouwde de 23 gedichten uit deze bundel als Nederlandse originelen, als equivalenten van de Papiamentse versies, reden waarom ze in beide talen zijn afgedrukt in de bundel. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Zekerheid’ of ‘Siguransa’ welke ik hier in beide talen heb overgenomen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Na mi kurason mará’ uit 1978.

.

Siguransa

.

Dia ku mi muri

rista

den e kaha bieu

di mi rekuerdonan

sakami sapat’i blenchi

tòrnasol

hinka na mi pia

pa ku stap

di mucha ‘trobe

mi kana buska

haña tene

man di mi tata

pé hibami

kaminda lo mi ta bon

sigur!

.

Zekerheid

.

Open de dag dat ik doodga

de oude doos onder mijn kussen

vol herinneringen.

.

Neem mijn blinkende

kolibrieschoentjes

en trek ze me aan

zodat ik nog eenmaal,

met de stap-spring-stapjes

van een kind,

kan rondlopen, zoekend

tot ik hem vind,

de hand van mijn vader

opdat hij me zal brengen naar een plek

waar ik het heel goed zal hebben.

.

Goede god oude god Eros

Hans Andreus

.

Dat dichter Hans Andreus (1926 – 1977) prachtige liefdesgedichten schreef wist ik, dat hij ook erotische gedichten schreef eigenlijk ook wel en uit het gedicht ‘Goede god oude god Eros’ blijkt dat hij de twee ook nog eens heel mooi wist te combineren.

Het gedicht komt uit de bundel ‘Dat licht van mij’ Een bloemlezing uit de poëzie van Hans Andreus, samengesteld door Jan van der Vegt uit 1978, een jaar na Andreus’ dood.

Het werk van Hans Andreus mag zich nog altijd in een grote populariteit verheugen, juist ook veel jonge dichters weten zijn werk nog steeds te vinden en te waarderen. Wanneer je zijn gedichten leest snap je waarom, ze zijn prachtig, tijdloos en weten ook vandaag de dag nog altijd lezers te raken. Hans Andreus was lid van de beweging van de Vijftigers, een stroming binnen de Nederlandse poëzie die nog altijd veel navolgers heeft.

.

Goede god oude god Eros

.

De tedere schijnbaar hulpeloze lippen

niet van de schaamte maar van het genot,

het schaduwhaar, nachthaar, en het diepe

liefhebben van het lichaam: au! – roepen van de stof

.

en lachen van de huid; – wij hier, zij, ik,

zien de god van het ogenblik

midden in de lichtbron van het gezicht –

.

en het licht verplettert ons: stervend, vallend, vrijuit

vliegen, zijn wij nergens meer, spoorloos in dat licht.

.

IJstocht

Simon Vestdijk

.

Simon Vestdijk ( 1898 – 1971) was romanschrijver, essayist, vertaler, muziekcriticus, arts en dichter. Dat laatste is bij veel mensen niet bekend. Vestdijk schreef een enorm oeuvre bij elkaar maar wordt tegenwoordig niet veel meer gelezen. Als je op de website van DBNL.org kijkt krijg je een idee van de enorme productie van deze schrijver.

In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Zijn poëzie is gratis te downloaden via de website over hem. Daar is ook te lezen dat Vestdijk maar liefst 12 dichtbundels heeft gepubliceerd. Veel minder dan romans maar toch nog steeds een respectabel aantal.

Ik kwam op deze website omdat ik in de verzamelbundel ‘Glad en wijd ligt het ijs’ de mooiste schaatsgedichten uit de Nederlandse en Friese literatuur uit 1999, het gedicht ‘IJstocht’ van Vestdijk tegenkwam. Omdat de winter er nu toch echt lijkt aan te komen en vele mensen hopen op vorst zodat de ijzers weer ondergebonden kunnen worden, hier dit gedicht.

.

IJstocht

.

Door albast blinkt de zon. De velden schijnen
Ons tegen met dezelfde gele glans,
Die ook op ’t hardblauw vlak aan de balans
Der schaatsen ontschampt in bestoven lijnen.

.

Het kruis der armen, ’t overstag der voeten,
De losse haren onder mutsenvacht:
Alles biedt de weerstand tegen ’t ontmoeten,
Dat wij zo lang vermeden, overmacht,

.

Een korte tijd maar op de noordervijvers
Met ’t gele zuiderlicht, waarlangs het steken
Der ijzersneden is als vlijt’ge drijvers
Naar een verliefdheid die niet door wil breken.

.

Dichter van de maand november

E.E. Cummings

.

Voor de vaste lezer van dit blog is het wel bekend, één van mijn favoriete dichters uit het Engelse taalgebied, is E.E. Cummings. Ik heb al vele gedichten van hem door de jaren gedeeld op dit blog en zelfs een aantal vertalingen van zijn gedichten. Ik kwam echter tot de ontdekking dat ik hem nog niet dichter van de maand heb gemaakt.

Voor wie E.E. Cummings nog relatief onbekend is: Edward Estlin Cummings (1894 – 1962), vaak gestileerd als e e cummings, was een Amerikaans dichter, schrijver en kunstschilder. Hij was een van de meest radicaal experimentele en inventieve schrijvers van de 20e eeuw. Zijn stijl wordt gekenmerkt door typografisch non-conformisme, het gebruik van jazzritmes, jargon en andere elementen uit de populaire cultuur.

Al vanaf jonge leeftijd hield hij zich bezig met het schrijven van gedichten. Zijn eerste gepubliceerde collectie gedichten kwam van zijn manuscript uit 1922 met de titel ‘Tulips & Chimneys’ (Tulpen & Schoorstenen). In zijn gedichten verwerpt hij de formele dichtvormen zoals stanza’s en het gebruik van metrum. Zijn stijl wordt daarnaast gekenmerkt door typografische innovaties, zoals afwijkend hoofdlettergebruik (echter niet een volledig ontbreken van hoofdlettergebruik) en interpunctie, en door woorden of delen van woorden die weloverwogen over de pagina verspreid staan.

Uit de bundel ‘100 selected poems’ uit 1994 begin ik de maand november met een gedicht in enigszins slang Amerikaans zonder titel dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Is 5’ uit 1926.

.

mr youse needn’t be so spry

concernin questions arty

.

each has his tastes but as for i

i lkes a certain party

.

gimme the he-man’s solid bliss

for youse ideas i’ll match youse

.

a pretty girl who naked is

is worth a million statues

.

Zo oud als toen

Jan Eijkelboom

.

Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse journalist, dichter, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. In Tirade sept/okt 1983, jaargang 27 werd een bijzonder mooi gedicht van zijn hand gepubliceerd met de meteen al intrigerende titel ‘Zo oud als toen’ en met een slotzin die wat mij betreft een klassieker is.

.

Zo oud als toen

.

‘Jongen, bederf je ogen niet.’
.
Ik zat maar weer in Het Leven te lezen
in de donkere kamer vol vreemd porcelein
en Delftsblauwe borden.
Ook ’s zomers was het vroeg laat in dat huis.
Grootvader klutste zijn eitje
en zei toen ik opkeek:
‘Je opa houdt veel van z’n eige.’
.
Buiten hadden de beuken
een kleur alsof brons
kon roesten als ijzer.
De vijver, nooit meer geschoond,
lag zwart te verlanden.
.
Zo oud als toen
hoop ik nooit meer te worden.

,

Rafaello

De donkere bloei

.

In de bundel ‘De donkere bloei’ van Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning, 1887 – 1939) uit 1926 dat ik in bezit heb, is op de titelpagina een blad geplakt van de Chr. Reciteerclub “Da Costa” Schiedam. De eerste prijs werd toegekend in den onderlingen wedstrijd op maandag 15 juli 1929 aan den heer C.J. Nobel, in de afdeeling Ernst, Klasse A.

Kom daar nog maar eens om, een reciteerclub. Het voordragen van gedichten is tegenwoordig voorbehouden aan poëziepodia en dichtersclubjes waar men gedichten aan elkaar voorleest of voordraagt. Maar een club voor het reciteren van gedichten door jongelui (dat laatste bedenk ik erbij) is vooral iets vanuit een ver verleden. Grappig genoeg droeg C.J. Nobel geen gedicht voor uit de bundel ‘De donkere bloei’ en ook niet van Willem de Mérode maar het gedicht ‘De Vreemde Tocht’ van François Pauwels (1888 – 1966).

De bundel van Willem de Mérode bevat vele religieus getinte gedichten en een aantal gedichten gewijd aan kunstenaars zoals Michelangelo, Lionardo en Raffaello. Het gedicht over de laatste wil ik hier met jullie delen.

.

Raffaello

.

Hij houdt zoo argeloos van bonte kleuren,

Een kind, dat blij zijn fijnste verfjes nam,

En wachtte pooplend, of er iemand kwam,

Om met zijn glanzend bonte prent te geuren.

.

Hij schildert het verschrikkelijke gebeuren

Met lossen zwier en vol lieftalligheid

’t is alles zalig en gebenedeid,

Al moet de hemel ook van droefheid scheuren.

.

Hoe weent en dondert Michel Angelo,

Hoe hemels glimlacht Fra Angelico?

Maar hij werd nooit gestoord door moeite en zorgen.

.

Zijn naam is als een levend klankenspel.

Gods jongste engel heet zoo: Rafaël.

En wie bemint geen lichte lentemorgen!

.

Geheim

Pierre Reverdy

.

De Franse dichter Pierre Reverdy (1889 – 1960) had veel invloed op (surrealistische) schilders uit zijn tijd. Hij was bevriend met grote namen als Guillaume Apollinaire, Louis Aragon, Georges Braque, André Breton, Juan Gris en Pablo Picasso.

Reverdy speelde hij een belangrijke rol tijdens de tweede wereldoorlog in het Franse verzet tegen de Duitse bezetter. Dit terwijl de liefde van zijn leven Coco Chanel, met wie hij een relatie had tussen 1921 en 1926, juist met de bezettende nazi’s samenwerkte.

Het gedicht ‘Geheim’ is afkomstig uit de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ uit 2018 en werd uitgegeven door Amnesty International en uitgeverij De Geus. Het gedicht is vertaald door Elisabeth Leijnse en genomen van de website poemes.co/pierre-reverdy.

.

Geheim

.

De lege stolp

De dode vogels

In het huis waar alles sluimert

Negen uur

.

De aarde houdt zich onbeweeglijk

.

Kan het zijn dat iemand zucht

Kan het zijn dat bomen glimlachen

.

Het water beeft op het puntje van elk blad

Een wolk doorkruist de nacht

.

Voor de deur zingt een man

.

Het raam gaat geluidloos open

.

Reverdy geschilderd door Modigliani.

De nek van het paard

J. Eijkelboom

.

Soms komen dingen samen die je van te voren niet had zien aankomen. Zo liep ik afgelopen weekend in het plaatsje Wemeldinge in Zeeland en in de hoek van een tuin tussen twee heggen zag ik daar een paard. Niet zomaar een paard, nee een paard van kunststof. Naast dat ik mij meteen afvroeg waarom iemand een kunststof paard zou willen bezitten en dit in zijn tuin zou willen plaatsen kwam ook meteen de vraag op waarom je zo’n bezit dan ergens wegstopt in een hoek verscholen achter twee heggen.

Maar dat is niet de reden dat ik er hier over schrijf. De reden is dat ik daags daarvoor in de bundel ‘Tot zo ver’ De meeste gedichten van J. Eijkelboom (1926 – 2008) uit 2002 had zitten lezen en ik bij het aanzicht van dat paard (en dan met name de achterkant en dus de nek van dat paard) meteen moest denken aan een gedicht uit die bundel getiteld ‘de nek van het paard’. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000. Allerlei details en onderdelen (trottoir, de nek, de staart, het gebogen hoofd) deden me aan dit gedicht denken. Uiteraard heb ik een foto van dit paard gemaakt omdat ik daar en toen wist dat ik dit bericht op mijn blog ging plaatsen.

.

De nek van het paard

.

De weg is bekend en precies

weet ik nog waar de mustang toen liep,

tussen trottoir en trottoir

dwars door de straat.

.

Maar was het cowboy of indiaan

die hem bereed? En van het paard

zie ik in feite niet meer dan de nek,

die strakgespannen boog

.

en ja, een golvende staart,

bijna reikend tot aan de grond.

Je kende wel het briesende paard

van horen zingen, maar

.

dat gebogen hoofd was trotser

dan wat ik ooit had meegemaakt:

ons leven in deemoed

met trappelpasjes achterhaald.

.

%d bloggers liken dit: