Site-archief

17 oktober Black Poetry Day

Jupiter Hammon

.

Op 17 oktober 1711 werd Jupiter Hammon geboren in Long Island, New York, als telg van  een slavenfamilie op het Lloyd Estate in Queens Village. In tegenstelling tot vele andere slaven van zijn tijd, kon Hammon naar school gaan en leren lezen en schrijven. Hij zou later de eerste Afro-Amerikaanse dichter worden die in de Verenigde Staten gepubliceerd werd met zijn  werk, “An Evening Thought. Salvation by Christ with Penitential Crienes: Composed by Jupiter Hammon, a Negro belonging to Mr. Lloyd of Queen’s Village, on Long Island, the 25th of December, 1760.”. Jupiter Hammon wordt dan ook gezien als een religieus dichter, zijn werk is doorspekt met zijn liefde voor god.

Hammon leefde met vier generaties van de familie Lloyd en bleef een eeuwige christen tot zijn dood in circa 1806. Door zijn invloed op de literaire wereld is de verjaardag van Hammon de officiële viering van de Black Poetry Day in de Verenigde Staten. Op deze dag wordt behalve Hammon ook de eerste officiële gepubliceerde zwarte vrouwelijke dichter Phillis Wheatley, en alle anderen die bijgedragen hebben tot de bevordering van de zwarte poëzie en expressie in de Verenigde Staten, zoals Maya Angelou, Langston Hughes, Rita Dove, Gwendolyn Brooks, Arna Bontemps en vele anderen geëerd.

Vandaag op Black Poetry Day daarom een gedicht van een zwart dichter uit de Verenigde Staten, niet van Jupiter Hammon (zijn poëzie is zo religieus dat het nu nog nauwelijks leesbaar is, maar ben je nieuwsgierig kijk dan eens op https://www.poetryfoundation.org/poets/jupiter-hammon ) maar van een andere zwarte dichter die ik nog niet kende Gwendolyn Brooks (1917 – 2000). Brooks publiceerde haar eerste gedicht in een kindermagazine op haar 13e en toen op haar 16e waren er al 75 gedichten van haar hand gepubliceerd. Daarna volgde gedichten in de poëzie column van de Chicago Defender, een Afro-Amerikaans dagblad. Brooks schreef haar gedichten in sonnetvorm en in de vorm van traditionele ballades maar later maakte ze ook gebruik van blues ritmes en free verse. In 1945 debuteerde ze met de bundel ‘A street in Bronzeville’. Met haar tweede bundel ‘Annie Allen’ uit 1950 won ze als eerste Afro-Amerikaanse de Pulitzer prize for Poetry. In haar leven ontving Brooks verschillende prijzen, werd ze opgenomen in the National Women’s Hall of Fame en was ze in 1985 een jaar lang Consultant in Poetry to the Library of Congress. Uit haar omvangrijke werk heb ik gekozen voor het gedicht  ‘The Mother’ dat verscheen in haar debuutbundel.

.

The Mother

.

Abortions will not let you forget.
You remember the children you got that you did not get,
The damp small pulps with a little or with no hair,
The singers and workers that never handled the air.
You will never neglect or beat
Them, or silence or buy with a sweet.
You will never wind up the sucking-thumb
Or scuttle off ghosts that come.
You will never leave them, controlling your luscious sigh,
Return for a snack of them, with gobbling mother-eye.

I have heard in the voices of the wind the voices of my dim killed
children.
I have contracted. I have eased
My dim dears at the breasts they could never suck.
I have said, Sweets, if I sinned, if I seized
Your luck
And your lives from your unfinished reach,
If I stole your births and your names,
Your straight baby tears and your games,
Your stilted or lovely loves, your tumults, your marriages, aches,
and your deaths,
If I poisoned the beginnings of your breaths,
Believe that even in my deliberateness I was not deliberate.
Though why should I whine,
Whine that the crime was other than mine?–
Since anyhow you are dead.
Or rather, or instead,
You were never made.
But that too, I am afraid,
Is faulty: oh, what shall I say, how is the truth to be said?
You were born, you had body, you died.
It is just that you never giggled or planned or cried.

Believe me, I loved you all.
Believe me, I knew you, though faintly, and I loved, I loved you
All.

.

Advertenties

Een dichter in oorlog

Frederick  William Harvey

.

Frederick William Harvey werd geboren in 1888 en volgde onder druk van zijn familie een opleiding tot advocaat. Omdat zijn hart bij de poëzie lag en niet bij het leven van een jurist zakte hij voor zijn examen. Hierop werd hij naar een intensieve rechtenopleiding in Londen gestuurd waar hij uiteindelijk slaagde in 1912. Bij thuiskomst begon hij met flinke tegenzin in zijn eigen advocatenpraktijk.

Op 8 augustus 1914, vier dagen nadat Engeland Duitsland de oorlog had verklaard, schreef Harvey zich in bij het leger. Waarschijnlijk schreef Harvey zich vooral in om aan zijn beroep als advocaat te ontsnappen. “Daarnaast was het normaal om als goed opgeleide man zich in te schrijven” vertelt hij. “Dit werd gezien als een zeer patriottisch iets om te doen.” De meeste mannen twijfelden dan ook geen moment en schreven zich zo snel mogelijk in. “Iedereen dacht ook dat de oorlog zo voorbij zou zijn. Dit wereldconflict zou uiteindelijk vier jaar duren.” Harvey, die zo hoog opgeleid was en daarom meteen officier had kunnen worden, weigerde deze functie en hij was niet de enige. “Naarmate de oorlog voortduurt werden veel mannen gepromoot tot officier maar sommigen weigerden deze functie. Zij bleven liever soldaat in de ‘gewone’ troepen.”

Harvey was niet zomaar een soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Hij werd tijdens en na de oorlog geroemd om zijn poëzie. Daarnaast was Harvey’s streven naar gelijkheid tussen de soldaten zeer benoemenswaardig. Zo schreef hij zich in het leger in als een ‘gewone soldaat’, terwijl hij, vanwege zijn hoge afkomst, meteen officier had kunnen worden. Zijn werk had zowel tijdens en na de oorlog een grote impact op de samenleving.

Terwijl Harvey meevocht in de loopgraven tegen Duitsland, schreef de soldaat honderden gedichten. Zijn werk werd zelfs gepubliceerd, nog tijdens de oorlog. Harvey bracht twee collecties uit genaamd A Gloucestershire Lad at Home and Abroad’ in september 1916 en Poems from a German Prison Camp in september 1917. Vooral die laatste is heel erg bijzonder; het is de enige verzameling van gedichten van een soldaat die tijdens publicatie daadwerkelijk een krijgsgevangene was.

.

If we return

If we return, will England be
just England still to you and me?
The place where we must earn our bread?
We who have walked among the dead,
and watched the smile of agony,
and seen te price of Liberty.
Which we had taken carelessly
from other hands. Nay we shall dread,
if we return.
Dread lest we hold blood-guiltily
the things that men have died to free.
Oh, English fields shall blossom red,
for all the blood that has been shed,
by men whose quardians are we,
if we return.
.
Harvey_Logo_transparent
harvey
.

Bijna vergeten dichter

A. Marja

.

A. Marja (1917 – 1964), een pseudoniem van Arend Theodoor Mooij, valt als dichter niet bij een groep in te delen. Hij keert zich tegen de Vijftigers. Merkwaardig genoeg hanteert hij sindsdien naast de sonnetvorm ook het zogenaamde vrije vers van die stroming. De dichter publiceert zijn verzen in literaire tijdschriften als Groot Nederland, De Gids en Maatstaf. Ook de kritieken zijn dikwijls positief. Dat geldt niet voor zijn laatste bundels, die ‘voorspelbaar’ worden genoemd.

Vanaf zijn debuut ‘Stalen op zicht’ in 1937 publiceerde A. Marja 19 poëziebundels, proza, toneelwerken en vertalingen. Marja wordt door sommigen tot de Groninger school gerekend. Marja maakte furore met zijn practical jokes, rigoureuze grappen die hij uithaalde met collega-dichters en schrijvers, die hem niet altijd in dank werden afgenomen.

.

Een psychiater

Soms als er iemand op zijn divan ligt
zich los te kronkelen uit een neurose,
begint hij aan zijn binnenkant te blozen
om wat er gaapt tussen zijn overwicht

en ’t knaapje dat nog altijd in hem leeft
met spillebenen, lokken, meide-kleren
en, later, dat hardnekkig masturberen
waarvan zijn moeder nooit geweten heeft.

De angst dat al die anderen ’t begrijpen
kan af en toe nog zijn testikels knijpen,
maar laat hem los zodra hij spreekuur heeft.

Alleen die blos – omdat wie tot hem komen
niet weten hoe de droesem hunner dromen
cement wordt waarmee hij zijn vesting bouwt.

.

a. marja

De echo

Anna Achmatova (1889 – 1966)

.

Dichteres Anna Achmatova is één van de bekendste vrouwelijke dichters uit Rusland. De belangrijkste thema’s van haar werk zijn de liefde en het dichterschap. Haar werk wordt bovendien gekenmerkt door melancholie en teleurstelling, bijvoorbeeld over de tragedie die de revolutie van 1917 in haar land heeft veroorzaakt. Na de tweede wereldoorlog had Achmatova veel last van de officiële communistische kritiek. Ze werd in 1946 uit de Unie van Schrijvers gezet. Ze hield zich hierna in leven door vertaalwerk te doen. Pas na 1956 kreeg ze de mogelijkheid om weer te publiceren. Aan het einde van haar leven ontvang ze onder andere het eredoctoraat van de Universiteit van Oxford. In diezelfde periode verscheen ook haar laatste grote werk ‘Epos zonder held’.

Uit ‘Spiegel van de Russische poëzie’ het gedicht ‘De Echo’.

.

De echo

.

Het verleden is al lang geleden

Wat zou ik erin vinden bovendien?

Grafzerken waarop bloed is vergoten,

Deuren met beton gedicht, misschien

Nog de echo die terug blijft komen

 

Hoezeer ik hem ook om stilte vraag…

Hem is weer hetzelfde overkomen

Als de ander, die ik in mij draag.

.

achmatova

 

Aanklacht tegen de oorlog

Dichter in verzet

.

Nu de hele wereld in rep en roer is om de gifgasaanval in Syrië wordt her en der ook teruggekeken naar gifgasaanvallen in het verleden. Gifgas werd niet voor het eerst in de eerste wereldoorlog gebruikt, maar al in de tijd van de oudheid. De Perzen zouden tijdens een beleg van de plaats Dura aan de rivier de Eufraat de Romeinen hebben vergiftigd met pek en zwavel in het jaar 256. De eerste grote gifgasaanvallen echter (chemische wapens) stammen uit de eerste wereldoorlog.

De dichter Wilfred Owen (1893 – 1918) wordt gezien als één van de grootste Engelse dichters van de eerste wereldoorlog (War poets). Hij werd beroemd door zijn oorlogspoëzie waarin de loopgraven en de gifgasaanvallen een grote rol speelden. In 1915 meldde Owen zich, voornamelijk uit romantische overwegingen, als vrijwilliger aan bij het leger. In januari 1917 werd hij, toegevoegd aan The Manchester Regiment. Na een aantal traumatische ervaringen (zo zat hij 3 dagen vast in een bomkrater) werd hij met een shellshockdiagnose naar huis gestuurd en opgenomen in het Craiglockhart War Hospital in Edinburg. Het was daar dat hij Siegfried Sassoon ontmoette.

Owen sneuvelde op  4 november 1918 tijdens een actie bij het  Sambre -Oise kanaal, een week voor het tekenen van de wapenstilstand.

Owen voelde zich al op jeugdige leeftijd aangetrokken tot de dichtkunst, voornamelijk door zijn fascinatie voor het werk van John Keats, wiens invloed merkbaar aanwezig is in zijn vroege werk. Zijn poëzie veranderde sterk tijdens zijn verblijf in Craiglockhart. Als onderdeel van zijn therapie werd Owen, door zijn behandelend arts, aangemoedigd zijn ervaringen in Frankrijk om te zetten in gedichten.  Sassoons invloed bestond vooral uit het stimuleren van een andere stijl en inhoud van de gedichten. Owen nam vooral Sassoons satire en realisme over. Er zijn verscheidene handgeschreven manuscripten van Owen’s werk bekend, compleet met Sassoon’s commentaar.

De grootste bijdrage aan Owens roem door Sassoon is waarschijnlijk de promotie van diens werk geweest, zowel voor als na zijn dood. Sassoon was een van Owens eerste redacteuren, al tijdens hun verblijf in Craiglockhart.

Een beroemd gedicht van Owen over de gifgasaanvallen lijkt een aanklacht tegen gifgas maar in feitelijk een aanklacht tegen de oorlog of zoals een commentator Say Tan het omschrijft: “Owen is saying, basically, that if the kind of “patriots” who always think war is somehow “noble” actually heard the blood gurgling in a dying man’s lungs as it frothed up out of his mouth, they might not think war was such a glorious thing after all, and they might realize there is nothing “fitting and sweet” about dying for a country.”

.

Dulde et Decorum Est.

Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned out backs,
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots,
But limped on, blood-shod. All went lame, all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.

.

Gas! GAS! Quick, boys!–An ecstasy of fumbling
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And flound’ring like a man in fire or lime.–
Dim through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

.

In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.

.

If in some smothering dreams, you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin,
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,–
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

 

Owen

Met dank aan Wikipedia en Poetseers.org

Chris van Geel

Dichter en beeldend kunstenaar (1917 – 1974)

.

In de Volkskrant van 8 december (boekenbijlage) staat een recensie van ‘Ik ben een onderling onverzoenlijke ratjetoe’, een brievenboek van Chris van Geel, dichter en beeldend kunstenaar. Nu kende ik de dichter Chris van Geel eerlijk gezegd niet maar de beschrijving door Aleid Truijens maakt mij nieuwsgierig.

Allereerst was er de opmerking dat je Chris van Geel moest ‘close readen’. Ik heb de definitie van close reading er maar eens bijgezocht en daaruit blijkt dat deze vorm van ‘duiden’ niet of nauwelijks meer wordt gebruikt. Uit Wikipedia:

.

Close reading is een vorm van literaire kritiek die zich toelegt op een minutieuze lezing van de tekst zelf, zonder gebruik te maken van biografische of andere extra-literaire informatie.

Close reading gaat ervan uit dat geen enkel element in een literaire tekst er ‘zomaar’ staat: alles heeft zijn functie en de tekst vertoont een hechte samenhang in al zijn lagen.

De zuivere close reading wordt tegenwoordig bijna niet meer beoefend. Onder invloed van de ‘cultural studies’ wordt literatuur weer bestudeerd als onderdeel van een historisch, maatschappelijk en cultureel netwerk.

.

Dat deze vorm van lezing en duiding niet meer in zwang is lijkt me terecht. Toch werd ik alsmaar nieuwsgieriger helemaal toen ik las dat ‘Van hen (Jan Emmens, Jan Hanlo, Judith Herzberg, Elisabeth Eybers en Tom van Deel…) moest hij weten wat ze goed vonden en wat niet, welke regels weg of anders moesten’ en ‘Toen in 1958 zijn eerste bundel Spinroc verscheen, was hij een ervaren dichter’. Voeg daarbij alle rampspoed die hem overkwam in zijn leven en het enige dat je nog wil is zijn poëzie lezen.

Wat opvalt is zijn voorkeur voor het dichten over de natuur. Op de blog van Elly de Waard http://www.ellydewaard.nl/blog/ (zij woonde in de jaren 60 van de vorige eeuw samen met Chris van Geel) staan bij de nagelaten gedichten louter gedichten over de natuur. Hier een voorbeeld.

.

Eenden

Ze zijn al weg uit water
en moeilijk van bewegen
verruilen zij hun zwijgen
voor angstaanjagend kwaken.
.
Op de begroeide oevers
klapwieken zij omdat ze niet
hun snavel ongestoord
in water kunnen steken.
.
Met tegenzin op vleugels
verlaten zij de grond,
hun zware lichaam trekt
uit zicht het donker in.

.

met dank aan gedichten.nl

.

Hoewel ik bij de gedichten die ik heb kunnen vinden niet aan close reading heb gedaan, vond ik ze heel toegankelijk en bijzonder. Hoewel poëzie over de natuur mij dan weer minder boeit, waren de gedichten die ik las zeer de moeite waard. Kortom een dichter om te ontdekken als je hem nog niet kende of te herlezen als je hem al wel kende.

chris-van-geel2-150x150

%d bloggers liken dit: