Site-archief

Neem me onder je vleugels

Van The Big Bang Theory naar de nationale dichter van Israël

.

In de erg grappige sitcom ‘The Big Bang Theory’ speelt Mayim Bialik sinds 2010 Amy, de vriendin van de oppernerd Dr. Sheldon Cooper. Ik mag deze serie graag bekeijken al was het alleen maar omdat er een heleboel wetenschappers meewerken aan deze serie waardoor de berekeningen en de wetenschappelijke onderwerpen die terloops aan de orde komen heel serieus zijn uitgewerkt en kloppen met de wetenschappelijke realiteit. Daarnaast is de serie ook gewoon ontzettend grappig.

Toen ik een stukje over Mayim Bialik las en op haar Wikipedia pagina keek, bleek dat zij een afstammeling is van Chaim Nachman Bialik. Chaim Nachman Bialik (1873 – 1934) was een joodse dichter, schrijver van proza, vertaler en redacteur uit de Oekraïne, die in het Hebreeuws en Jiddisch schreef. Hij is één van de meest invloedrijke Hebreeuwse dichters en wordt in Israël algemeen beschouwd als de nationale Dichter, alhoewel hij 14 jaar voor de oprichting van de staat is gestorven. Bialik heeft gedurende de periode van 1899 tot en met 1915, 20 van zijn gedichten in het Jiddisch gepubliceerd in verschillende Jiddische periodieken in Rusland. Zijn gedichten worden vaak beschouwd als de beste van de moderne Jiddische poëzie van die tijd.

Zijn bekendste gedicht is wellicht ‘Hachnasini tachat knafeeg’ of ‘Neem mij onder je vleugels’. Ik kon geen Nederlandse vertaling vinden van dit gedicht maar wel de Engelse vertaling van Ruth Nevo.

.

Take me under your wing

 

Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.

One merciful twilight hour,
hear my pain, bend your head.
They say there is youth in the world.
Where has my youth fled?

Listen! another secret:
I have been seared by a flame.
They say there is love in the world.
How do we know love’s name?

I was deceived by the stars.
There was a dream; it passed.
I have nothing at all in the world,
nothing but a vast waste.

Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.

.

 

 

Advertenties

Brief

Elisabeth Eybers

.

In het boek ‘Kon uit de dood ik die éne doen keren’ uit 1998, las ik een gedicht van de Zuid Afrikaanse dichter Elisabeth Eybers (1915 – 2005). Ik publiceerde al eerder een gedicht van haar hand ‘Die moeder’ op 8 maart van dit jaar. Ook dit gedicht ‘Brief’, oorspronkelijk verschenen in ‘Versamelde gedichte’ in 1995,  is van een schoonheid door de taal van Eybers en het Afrikaans. Voor degene die het Afrikaans wat minder macjtig zijn ook de Engelse vertaling (met dank aan John Irons).

.

Brief

.

Moenie die dood verdink, moenie hom vrees:

sy medelye trek ’n vlammekring

om alles wat ooit skoon of teer mog wees

dat geen bederf nog daar kan binnedring.

.

Maar vrees die lewe met sy donker lis,

sy breeksug en sy onverskilligheid:

jou stil geluk, jou stil vertroue is

vir hom in die verbygaan ’n klein buit

.

om vir die aardigheid en met een hou

half ingedagte neer te kap om jou

te herinner dat jy klein is en hy groot.

.

As daar iets is, volkome en onbesmet,

wat kan gered word sal die dood dit red:

daar is geen deernis soos die van die dood.

.

Letter

.

Do not suspect death, do not show him fear.

his pity draws a ring of fire round all

that might be delicate or lovely here

and holds decay off as a shielding wall.

.

Fear life instead with his dark artifice,

indifference and his destructive quest:

your quiet trust, your quiet happiness

for him in passing are as though in jest

.

at one swift blow to hew down some small prey

half absent-mindedly as if to say

remember you are small and he is great.

.

If anything, unsullied, undepraved,

is savable, then death will see it saved:

and death’s compassion none can emulate.

.

Papa Says It Won’t Hurt Us

De allereerste readymade

.

“Wat is het verschil tussen een ketchup label, en een gedicht?” Dat is wat dichter Ivor Unsk zich in 1915 afvroeg. De Russische immigrant Unsk, een  onbekende dichter en drinkgezel van Marcel Duchamp,  was degene die de oorspronkelijke readymade bedacht.

Toch werd deze vorm van readymade poëzie destijds niet geaccepteerd door de literaire wereld. Hoe fanatiek en luidruchtig en met argumenten, Unsk deze nieuwe vorm van poëzie ook verdedigde. De ondertekening van een gedicht door de dichter, de plaatsing in een literair tijdschrift, de bijbehorende aandacht van de lezer, dat maakt dat de de poëzie zich nestelt in de geest.

“Reclames voor schoensmeer, sigaretten, of revolvers zijn een naadloze weerspiegeling van de industriële massaproductie en moderniteit bevat een alledaagse waarheid die de dichter, gebogen over zijn typemachine, nooit kan benaderen. De titel van een gedicht kan niet concurreren met een krantenkop in de aandacht van de geest van de moderne mens.” Zo stelde Ivor Unsk in 1915.

Hoewel Marcel Duchamps beroemd werd met zijn readymade kunst kun je stellen dat Unsk in feite de grondlegger was van deze vorm van kunst (en dus ook poëzie). Toen het gedicht ‘Papa says it won’t hurt us’ werd gepubliceerd in ‘The Southwest Review’ werd het met de grond gelijk gemaakt door de critici.

De ironie wil dat Unsk in 1916 werd dood geschoten door een Iver Johnson revolver na een mislukte inbraak (hij had gok- en drankschulden) waardoor dit het enige gedicht is dat er van Unsk bekend is.

Hieronder de oorspronkelijke advertentie van Iver Johnson revolvers en de readymade die Unsk daarvan maakte.

.

Op de dag (vandaag) dat in de Volkskrant een heel artikel verschijnt over het porceleinen urinoir van Marcel Duchamps (en waar dat ding gebleven is) post ik dit stuk (dat ik begin van deze week al schreef (toeval bestaat niet). Hoewel het oorspronkelijke Amerikaanse artikel heel echt leek, blijkt dit een geval van  ‘alternative facts’, of een hoax. De auteur van dit artikel over Ivor Unsk blijkt Eric Kuns en het is dus allemaal bedacht. Desalniettemin vind ik het een mooi (bedacht) verhaal en als readymade zeker niet slecht!

Die moeder

Elisabet Eybers

.

Soms kom ik in mijn boekenkast de meest vreemde boeken tegen. Nu weer een boek van Joke Forceville-van Rossum met de titel ‘Als je het mij vraagt’ uit 1983. Joke begint in haar voorwoord over de welvaart in ons land en dat deze bijna spreekwoordelijk is (!). Omdat zij veel gelezen heeft en daarbij zoveel is tegengekomen dat blij maakt, te denken geeft, helpt, troost en vragen stelt, wil ze anderen hier ook deelgenoot van maken. Er zijn dringender redenen geweest om een boek uit te geven dunkt me. Dit boek bestaat dan ook uit een enorme hoeveelheid foto’s, spreuken, verhaaltjes, korte essay-achtige stukken, overdenkingen en gedichten. Waarschijnlijk heb ik dit boek daarom ooit voor een euro gekocht bij een kringloopwinkel.

Het boek doorbladerend wilde ik het al weg doen tot ik een prachtig gedicht tegenkwam van Elisabet Eybers getiteld ‘Die moeder’. Elisabet Eybers (1915 – 2007) was een Zuid Afrikaans dichter. Ze groeide op en studeerde in Johannesburg maar vestigde zich in 1961 in Amsterdam en nam de Nederlandse nationaliteit aan. Toch bleef ze schrijven in het Afrikaans. Haar werk wordt gekenmerkt door humor, ironie en zelfspot. Als voorbeeld hiervan onderstaand gedicht uit 2006, geciteerd in haar overlijdensadvertentie:

Godsdienstigheid beweer
Die siel bly voortbestaan
Terwyl ek self begeer
Om grondig te vergaan

Ze wordt met M. Vasalis en Ida Gerhardt tot de drie grote naoorlogse dichteressen van Nederland gezien. Voor haar werk ontving ze vele prijzen waaronder drie keer de Hertzogprijs, de Herman Gorterprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs voor haar hele oeuvre. Ze publiceerde maar liefst 30 bundels poëzie in haar leven.

.

Die moeder

.

Die vreemde oorsprong van jou lewe het,

soos lig deur ’n kristal, deur my gevloei

in al die maande toe ek één was met

die stil geheim van jou verborgene groei.

.

En nou kan niks ons skei – want is jy niet

afhanklik en gebonde aan my bloed

wat met sy onbegryplike chemie

jou wonderlik gevorm het en voed?

.

En of die uur ver en vergete word,

en of die jare tussen jou en my

hul seile span, die see sy golwe stort,

of self die Dood sy somber baken steek,

nogtans sal jy aan my gebonde bly

met die onsigb’re naelstring wat nie breek.

.

n_jong_elisabeth_eybers

Kathedralen

Leo Vroman

.

Afgelopen zomer was ik op vakantie in Engeland, Cornwall. Op enig moment bezochten we de kathedraal van Truro, hiertoe ook aangezet door wat ik in ‘According to Yes’ las van Dawn French (ja die van French and Saunders). In deze roman van comedian/romanschrijfster French bezoekt de (Engelse) hoofdpersoon een oude kerk in New York die haar aan de kathedraal in haar geboorteplaats Truro doet denken.

Omdat wij in de buurt van Truro logeerde besloten we deze kathedraal met een bezoek te vereren. Aangekomen in de kathedraal werd ik verrast door een enorm springkussen en een soort creatieve markt/rommelmarkt in de kathedraal die gewoon nog in gebruik is als kerk. Vooral het springkussen was een detonerend object tussen zoveel geschiedenis.

Ik moest hier aan denken toen ik in ‘In liefde bloeyende’  De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, van Gerrit Komrij,  het deel over het gedicht ‘Kathedralen’ van Leo Vroman (1915-2014) las.

In zijn beschouwing over dit gedicht schrijft Komrij: “Het gaat hier om een laat-twintigste-eeuwse kathedraal, een kathedraal die een andere bestemming lijkt te hebben gekregen – die van meubelzaal of een rommelmarkt.”

Hieronder de foto’s die ik nam van en in de kathedraal en het gedicht van Leo Vroman.

.

Kathedralen

.

Wij zijn kathedralen

vol duistere geuren

en duistere gangen

achter zware deuren

verborgen zalen

Van het beeldwerk hangen

versmolten spiralen

en treurige slangen

van kleurloze kralen

Daar zijn voelbare balen

verouderde stangen

verwaarloosde palen

Daar stijgen en dalen

verdwaalde gezangen

verdichte verhalen

van dood en verlangen

zichtbare gangen

geopende zalen

en zonlicht

.

img_5235

img_5099

 

 

De Pier

Mooie taal

.

In het alleraardigste boekje ‘Het lied van Den Haag’ zijn (bijna) alle liedjes die ooit bekend zijn geworden over Den Haag verzameld. Toen ik over de Pier aan het lezen was viel me bij het lied ‘de pier’ van Charles Heijnen uit 1915 op dat de taal die daarin gebruikt zo mooi en voornaam is. Poëtisch van klank en daarom uiterst geschikt om op te nemen onder de categorie poëzie in songteksten.

Uit de strofe uit het lied blijkt ook hoe voornaam de stad Den Haag en met name Scheveningen ooit was.

.

Op de pier in Scheveningen promeneert het blauwe bloed,

Sinds de banken en het windscherm is ’t leven er zoo zoet.

 

Jonkers voeren dweepgesprekjes met hun blik in ’t blauw verschiet,

Spreken af op knusse plekjes en de freule weigert niet.

 

Heel Den Haag ontmoet elkander, en ‘hm’…met ’n ander,

Vol beminnelijken zwier savoureeren ze een exquisiet pleizier.

.

het-lied-van-den-haag

pier

Een uitzicht op de eeuwigheid

Leo Vroman

.

Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.

Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).

Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.

.

Een uitzicht op de eeuwigheid

Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,

een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.

Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?

Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?

En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.

.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leo-Vroman

Manja Croiset

Gedichten

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Toeschouwer of deelnemer, filosoof of zonderling, gedichten’ uit 2009 van Manja Croiset. Manja (1946)  is dichter, schrijfster, voordrachtskunstenaar en beeldend kunstenaar. Manja  is een dochter van Shoah-overlevenden. Haar moeder Paula Kool (1918-2012) was Joods en verloor haar hele familie. Haar vader Odo Croiset (1915-2011) zat in diverse kampen wegens illegaal drukwerk. In haar werk neemt haar afkomst een belangrijke plaats in. Ze kwam, als tweede generatieslachtoffer, op jonge leeftijd in de psychiatrie terecht. Ze verbleef vele jaren in psychiatrische inrichtingen. Daarover is ze op haar zestigste gaan publiceren. Over haar leven is door Willy Lindwer een documentaire gemaakt.

Ik maakte kennis met Manja toen ze in 2009 contact met me opnam na de publicatie van haar autobiografie ‘Mijn leven achter onzichtbare tralies’.

Uit de bundel gedichten een gedicht zonder titel.

.

.

thuis is daar waar

de stallen warm en de

ruiven vol hooi zijn

.

maar ik vrees dat mijn

stal nodig moet worden

uitgemest

.

per slot van rekening

bestaat ook de uitdrukking

waar het warm is

stinkt het

.

manja

 

Manja Croiset

Op_transport

 

Kunstwerk van Manja met het gedicht ‘Op transport / Deportatie’ in het Wertheimpark in Amsterdam.

Franconia

Robert Frost

.

Hoewel ik op 3 januari nog over Robert Frost schreef, ga ik het nu toch gewoon weer doen. Waarom? Omdat ik een bijzonder aardig Youtube filmpje tegen kwam over het huis van de familie Frost in Franconia, tussen 1915 en 1920 en daarna nog als zomerhuis tot 1939. In dit huis in  Franconia schreef Robert Frost vele gedichten (zoals The road not taken, elders op dit blog te lezen). In het stuk grond rond het huis is dan ook een Poetry Trail gemaakt, een wandeling door het bos waarbij je vele gedichten tegen komt van Frost op borden. Een stichting heeft dit pad ingericht in 1997.

Veel mensen zien Robert Frost als de grootste Amerikaanse dichter van de twintigste eeuw. Een mooie quote van hem is: “In three words I can sum up everything I know about life: It goes on.” En zo is het. Zijn leven en werk blijft echter bestaan in het huis in New Hampshire (wat te bezichtigen is) en zijn gedichten. Zoals het gedicht ‘Nothing gold can stay’.

.

Nothing gold can stay

.

Nature’s first green is gold

Her hardest hue to hold

Her early leaf’s a flower;

But only so an hour.

Then leaf subsides to leaf.

So eden sank to grief,

So dawn goes down today.

Nothing gold can stay.

.

Frost

 

Frost 2

 

frost 3

 

The Raven

Edgar Allen Poe

.

Het meest beroemde gedicht van Edgar Allan Poe ‘The Raven’ (uit 18450  heeft talloze verfilmingen en niet te vergeten honderden verwijzingen en referenties in de pop en populaire cultuur. Leuk weetje: Boris Karloff speelt in zowel The Raven (1935) als in The Raven (1963) . De twee films zijn alleen verbonden door de titel en verwijzingen naar Poe’s werk (de eerste betreft een interpretatieve dans van het gedicht, de laatste is een komedie). En die twee staan nog los van The Raven (1915) en The Raven (2012).

Het gedicht van Edgar Allen Poe heeft dus nogal wat los gemaakt bij filmmakers. Het gedicht is nogal lang vandaar dat ik hier de eerste en laatste strofe plaats.

Wil je het hele gedicht lezen, dan kan dat op http://www.heise.de/ix/raven/Literature/Lore/TheRaven.html

.

The Raven

.

Once upon a midnight dreary, while I pondered weak and weary,
Over many a quaint and curious volume of forgotten lore,
While I nodded, nearly napping, suddenly there came a tapping,
As of some one gently rapping, rapping at my chamber door.
`’Tis some visitor,’ I muttered, `tapping at my chamber door –
Only this, and nothing more.’

.

And the raven, never flitting, still is sitting, still is sitting
On the pallid bust of Pallas just above my chamber door;
And his eyes have all the seeming of a demon’s that is dreaming,
And the lamp-light o’er him streaming throws his shadow on the floor;
And my soul from out that shadow that lies floating on the floor
Shall be lifted – nevermore!

.

Het hele gedicht voorgedragen door Vincent Price.

.

%d bloggers liken dit: