Site-archief

Het grijze gevaar

Rijmen voor Sinterklaas

.

Daags voor Sinterklaas zal er nog menig ouder in de stress zitten omdat er gedichten geschreven moeten worden. En met gedichten bedoelen we dan rijmpjes, versjes. En waar de meeste ouders niet veel verder komen dan “Sint zat te denken wat hij aan deze of gene zou schenken” is er natuurlijk best iets meer te halen uit deze oude traditie.

Rijmende verzen zijn er in vele maten en soorten. Kijk maar eens onder de rubriek ‘Versvormen’ op dit blog, dan kom je er veel verschillende tegen. Waar de meeste rijmende gedichten de mist in gaan is niet eens omdat ze niet rijmen, dat lukt de meeste mensen nog wel (met of zonder rijmwoordenboek), nee het is het metrum, het ritme waar menigeen de mist mee ingaat.

En dat het heel goed kan bewijzen vele light verse dichters. Een van de bekendste light verse dichters die ook humor in zijn poëzie stopt is John O’Mill. O’Mill (1915 – 2005) was het pseudoniem van Johan van der Meulen. Hij was tot 1975 leraar Engels aan de Rijks-HBS te Breda en schreef nonsensgedichten die vaak gebaseerd waren op een letterlijke vertaling van Nederlands idioom in het Engels. Hij werd hiertoe geïnspireerd door het werk van zijn leerlingen en wat ik camping Engels zou noemen..

O’Mills eerste bundel ‘Lyrical Laria in Dutch and double Dutch (1956) werd gepubliceerd in de hoge oplage van 5000 stuks, en werd daarna nog vijftien maal herdrukt tot 1983. Zijn werk kenmerkt zich niet alleen door een perfect ‘ritme’, maar tevens door een creatief gebruik van ‘Double Dutch. Johan van der Meulen werd door Hugo Brandt Corstius (auteur van onder andere ‘Opperlandse taal- & letterkunde’ ) omschreven als “Anglo-Opperlandicus”.

Van zijn hand verschenen maar liefst 18 bundeltjes. Uit de laatste (1984) ‘Beloney bellettrie’ een voorbeeld van zijn geweldige gevoel voor ritme en metrum.

.

Het grijze gevaar

.

Om hun ouders leed te besparen

(de kwalen van de oude dag),

at men ze op bij de barbaren,

wat iedereen als deugdzaam zag.

.

Vooral de moeders deed het deugd

op hun oude dag te weten

dat straks hun kroost (de lieve jeugd)

een week er goed van zouden eten,

.

terwijl de vader meer genoot

van gedachten aan de dagen

dat hij vlak na zijn vaders dood

’n hele week niet hoefde jagen.

.

Het volk, waarvan ik hier gewaag

(wilden die hun ouders aten),

vond zo het antwoord op de vraag:

‘Waar moeten we de oudjes laten?’

.

 

Londen

Voces intimae

.

In 1982 werd in het Centraal Museum in Utrecht en in de Hedendaagse Kunst in Utrecht de tentoonstelling van Fedde Weidema (graficus 1915-2000) georganiseerd. Weidema werd onder andere bekend door zijn spoorwegaffiches en zijn illustratie bij het gedicht van Jan Campert ‘De achttien dooden’ onder het pseudoniem Coen van Hart. Ter gelegenheid van deze tentoonstellingen werd een dichtbundel ‘voces intimae’ in een oplage van 400 exemplaren uitgegeven van gedichten van Wouter Kotte. In de bundel drie illustraties van Fedde Weidema.

Wouter Kotte (1933-1998) was dichter en museumdirecteur van onder andere het museum van hedendaagse kunst in Utrecht. Wouter Kotte studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis. Zijn eerste uitgaven van poëzie ontstonden in Arnhem. In zijn publicaties thematiseerde hij vooral de parallellen van denken en uitbeelden. Hij maakte als dichter ook beeldende collages en werken in gemengde techniek op papier.

Voces intimae (Intieme stemmen) bestaat uit twee suites en een gedicht. De suites bestaan uit respectievelijk 5 en 3 gedichten aangevuld met nog een gedicht. In de suite ‘kleine Londense suite’ staat het gedicht ‘Londen’.

.

Londen

.

Elke straat verlangt naar het verleden

teveel voeten stoten zich aan trottoirs

teveel geluiden verstikken hier de lucht.

blijdschap even onvindbaar als dit voorjaar

.

daarom vervloeken straten sterren en stilte

glitteren geschenken en geesten in étalages

waarvan de ruiten toeristen weerspiegelen:

schimmen die er dodelijk echt uitzien

.

warenhuizen zijn de aktuele piramides

pleinen asfaltvelden de stad een jungle.

pneumatisch wordt de dag de grond ingeboord.

luidkeels prijst Londen zich het graf in

.

 

Klankdicht

Antony Kok

.

Als de dichter Antony Kok (1882-1969) al bekend is bij de poëzieliefhebber dan is dat als medeoprichter van het internationaal vermaarde kunsttijdschrift De Stijl en de schrijver van één gedicht: ‘Nachtkroeg’. De bekendheid van ‘Nachtkroeg’ is te danken aan Paul Rodenko, die het gedicht in 1954 opnam in zijn bloemlezing uit de poëzie der avant-garde: Nieuwe griffels schone leien. Op 17 maart 2013 schreef ik over deze bundel en mijn bijzondere exemplaar https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/03/17/nieuwe-griffels-schone-leien/. Inderdtijd was Kok daar toen wel blij mee. Hij had er zich al bij neergelegd dat zijn literaire werk in de vergetelheid zou raken.

In de periode tussen 1915 en 1923 stortte Kok zich in het avontuur van de experimentele literatuur. Dit werd mede veroorzaakt door zijn vriendschap met schilder, architect en schrijver Theo van Doesburg (1883-1931).  Vanaf het begin hebben ze in een briefwisseling elkaars ideeën over kunst en literatuur toevertrouwd. Van Doesburg probeerde zijn vriend tot grotere literaire prestaties te stimuleren. Op 11 februari 1916 schrijft hij aan Antony Kok: ‘Verzen lezen is verzen luisteren. Men leest de woorden en luistert naar den zin er van in zijn binnenste. Zoo heb ik je verzen gelezen: beluisterd’. Maar Van Doesburg wil meer van Kok: ‘ Je verzen zeiden me niet genoeg. Stuur mij verzen, die mij brengen, waar geen sterveling geweest is. Stuur mij verzen, die mij optillen van mijn stoel en mij plaatsen in den hemel. Naar zulke verzen snak ik!’

In 1920 schreven Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en Antony Kok hun ideeën op in ‘De Stijl’ een manifest over de literatuur: over de oude en de nieuwe kunst, het individuele versus het universele en de hervorming van de kunst en cultuur. Op alle gebieden van de kunst en cultuur dus ook op die van de poëzie. Het gedicht ‘Klanken’ uit 1916 is een typisch voorbeeld van de beoogde nieuwe poëzie. In een aantekening geeft Kok aan dat hij de op straat door een voorbijganger uitgesproken zin: ‘De straat daar rechts daar zullen we heen’ verstond als ‘Statewets da wubbel dahee’.

.

 

August Stramm

Duitse poëzie uit de eerste wereldoorlog

.

Uit de periode 1914 – 1918 en daarna kennen we verschillende dichters (voornamelijk Engelsen) die een grote mate van bekendheid genieten. De eerste wereldoorlog was echter niet alleen voor Engelse en Franse dichters een bron van inspiratie maar ook voor Duitse dichters. Een van hen was August Stramm (1874 – 1915). Tijdens zijn studie politieke economie raakte hij bevriend met Herwarth Walden, met wie hij samen het expressionistische magazine ‘Der Sturm’ oprichtte en waarin zijn eerste gedichten werden gepubliceerd.

Stramm was een reservist in het vooroorlogse Duitse leger en bereikte de hoogste rang voor een burger, die van kapitein. Toen de oorlog uitbrak in augustus 1914 werd hij prompt opgeroepen voor actieve dienst, aanvankelijk geplaatst in Frankrijk (in de Elzas en aan de Somme in 1915) voordat hij in april 1915 naar het Oostfront werd gestuurd voor de Galicische campagne. Eerder in januari 1915 ontving Stramm het IJzeren Kruis (Tweede Klasse).  Aan het hoofd van een compagnie en later een bataljon vocht hij mee in totaal zeventig slagen. Stramm werd tijdens een man tot man gevecht gedood – door het hoofd geschoten – op 1 september 1915 op Horodec.

Zijn collega Herwarth Walden bewerkte een postume collectie van Stramms gedichten die hij in 1919 publiceerde als Dripping Blood.

.

Angriff

.

Tücher
Winken
Flattern
Knattern.
Winde klatschen.
Dein Lachen weht.
Greifen Fassen
Balgen Zwingen
Kuss
Umfangen
Sinken
Nichts.

.

Attack

.

Cloths
Signs
Flutter
Rattle.
Hoist applaud.
Your laughter blows.
Seize a seizing
Bellow ferrules
Kiss
Clasped
Sink
Nothing.

.

Bruidsnacht

Bob Stempels

.

Vandaag in de serie erotiek op zondag een erotisch getint gedicht uit 1939. Een gedicht over de bruidsnacht met een schurend randje van Bob Stempels.

Bob Stempels (1915 -1939) groeide op in Den Haag en studeerde rechten te Leiden. Zijn debuutbundel ‘Klein verlies’ stelde hij samen op zijn sterfbed – hij overleed aan tuberculose, een ziekte die hij in mei 1938 had opgelopen. Bob Stempels was medewerker aan onder meer De Nieuwe Gids, Helikon en Opwaartsche wegen. Hij is op 11 oktober 1939 in het crematorium te Westerveld gecremeerd.

Uit de bundel ‘Klein verlies’ het gedicht ‘Bruidsnacht’.

.

Bruidsnacht

.

Haar lach brandde; zij wist niet hoe

Haar handen zich verloren in zijn haren.

Zij lag heel stil, doelloos te staren

In de donkere nacht, en zij was moe.

.

Hij wierp zich weg en kreunde even,

Dan was hij in de dode slaap gegaan.

Zij wist al niet meer of hij had bestaan,

Of dat zij nimmer was alleen gebleven.

.

Haar lijf gloeide onder de hete deken;

De regen trilde koel tegen de ruiten,

Het drupte luide in de tuin daarbuiten.

.

Hoe gaarne was zij uit het bed ontweken,

Waarin zijn driften haar zo roekeloos namen,

En had het hoofd geleund tegen de kille ramen.

.

Voordracht tijdens Allerzielen

Dop Bles

.

Op vrijdag 2 november aanstaande wordt op Begraafplaats Oud Eik en Duinen voor de derde keer ‘Dichter bij de Dood’ georganiseerd. Vanaf 18.30 kunnen bezoekers aan deze prachtige oude begraafplaats gratis genieten van dichters en muzikanten. Ook ik zal hier voordragen. Elke dichter adopteert een bekende schrijver of dichter die hier begraven ligt. Ik heb voor een minder bekende dichter gekozen namelijk de dichter Dop Bles. Van hem zal ik een gedicht voordragen en van mijzelf een gedicht over de dood. De ingang van Oud Eik en Duinen bevind zich aan de Laan van eik en Duinen 40 in Den Haag.

Adolf Bles, Nederlands dichter en (toneel)schrijver (1883 – 1940) was een leerling van de dichter J.H. Leopold. Hij werd boekhandelaar en schreef kritieken en scheppend proza onder verschillende pseudoniemen: A. Dolfers, J.Th. Ring en R. Buci. Onder de naam Ronselaar Brevier publiceerde hij een reeks stijlparodieën onder de titel ‘Schrijven zoals’ (1915). Eerder debuteerde hij onder het pseudoniem Ina de Wilde met de roman Mijn dagboek (1905).
Met zijn poëzie behoorde Bles tot de humanitair-expressionisten. Hij was bevriend met de schilder Mondriaan die hem in contact bracht met De Stijl. Voor De Stem schreef hij toneelkritieken. Hij heeft ook zelf toneel geschreven: Levensdrang(1916) en Narcose (1921). Tijdens een verblijf in Parijs schreef hij modernistische gedichten, gebundeld in Parijsche verzen (1923). Uit deze bundel het gedicht ‘Een verdoolde’.

.

Een verdoolde

.
Nu is zij dood – –
ze was van mij,
ze leefde jaren aan mijn zij
en kende nauwelijks mijn taal;
haar leven was een vreemd verhaal.
Zij kwam een avond met een lach
en bleef ook na de eerste dag;
zij is mij met een lach verschenen,
na vele tranen ging zij henen;
ik gaf haar meer dan kleed en brood…
Nu is zij dood!

Nu is zij dood – –
haar kleine hart
kan niet meer zeggen wat het mart,
en beide ogen zijn gedoofd;
‘k heb in hun gloed heel lang geloofd;
haar lippen zijn van klank ontdaan,
nu zij voor goed is heen gegaan.
Zo sluipend stil is zij verdwenen;
zij ging voor altijd van mij henen
het leven in, dat flonk’ring bood…
Nu is zij dood!
.

Toen ik 12 jaar was

Leo Vroman

.

Pas kreeg ik een schoolfoto van mijn lagere school onder ogen, de zesde klas (of groep 8 zoals je nu zou zeggen). Wat was ik nog jong en onschuldig terwijl ik me kan herinneren dat ik me op die leeftijd toch al heel wat voelde. Dat deed me denken aan een gedicht van Leo Vroman (1915 – 2014) over een 12 jarige. Dat heb ik opgezocht en de titel is heel toepasselijk ‘Toen ik 12 jaar was’ en het komt uit zijn bundel ‘262 Gedichten’ uit 1974.

.

Toen ik 12 jaar was

.

Toen ik twaalf jaar was

hield ik het meeste

van bossen vol beesten

en van slapen in het gras.

.

Daar staan nu huizen, want

dat was duizend jaar geleden.

Wat bos was en weiland

is nu bebouwd en bereden.

.

Was ik maar een kilometer

lang, dan kon ik alles beter

overzien en misschien verdragen,

en dan kon ik mij vol behagen

uitstrekken over die daken

en die woninkjes fijn kraken

alsof ze schelpjes waren,

hun huisdiertjes uit mijn haren

kammen, miertjes die zo merkwaardig

menselijk waren

maar zoveel aardiger

zoals ook de wereld leek

wanneer ik de dom

van Utrecht beklom

en omlaag keek.

.

Maand van de geschiedenis

Leo Vroman

.

Oktober is sinds enige jaren alweer de maand van de geschiedenis. Dit jaar is het thema van deze maand geluk. Het leek me een uitdaging daar een gedicht bij te vinden. Ik ben uiteindelijk uit gekomen bij Leo Vroman (1915 – 2014) en de bundel Psalmen en andere gedichten uit 1995. Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘Ja wie niet’ en gaat over reïncarnatie en het geluk dat we geen herinnering hebben aan vorige levens (mijn interpretatie).

.

Ja wie niet

.

Haast elk is in een vorig leven

beslist Cleopatra geweest

en enkelen waren eerder even

een huisdier of uithuizig beest

.

maar wie schiet nog het jaar te binnen

dat wij raderdiertjes waren

of wier, te weerloos om te paren

te popelen laat staan beminnen?

.

En toch als in die eerste dagen

twee algen heel dicht samen lagen

ontblootte hij die toen nog zweeg

.

of al geleerd had eerst te vragen

een bult van louter zelfbehagen

en barstte in haar leeg.

.

Neem me onder je vleugels

Van The Big Bang Theory naar de nationale dichter van Israël

.

In de erg grappige sitcom ‘The Big Bang Theory’ speelt Mayim Bialik sinds 2010 Amy, de vriendin van de oppernerd Dr. Sheldon Cooper. Ik mag deze serie graag bekeijken al was het alleen maar omdat er een heleboel wetenschappers meewerken aan deze serie waardoor de berekeningen en de wetenschappelijke onderwerpen die terloops aan de orde komen heel serieus zijn uitgewerkt en kloppen met de wetenschappelijke realiteit. Daarnaast is de serie ook gewoon ontzettend grappig.

Toen ik een stukje over Mayim Bialik las en op haar Wikipedia pagina keek, bleek dat zij een afstammeling is van Chaim Nachman Bialik. Chaim Nachman Bialik (1873 – 1934) was een joodse dichter, schrijver van proza, vertaler en redacteur uit de Oekraïne, die in het Hebreeuws en Jiddisch schreef. Hij is één van de meest invloedrijke Hebreeuwse dichters en wordt in Israël algemeen beschouwd als de nationale Dichter, alhoewel hij 14 jaar voor de oprichting van de staat is gestorven. Bialik heeft gedurende de periode van 1899 tot en met 1915, 20 van zijn gedichten in het Jiddisch gepubliceerd in verschillende Jiddische periodieken in Rusland. Zijn gedichten worden vaak beschouwd als de beste van de moderne Jiddische poëzie van die tijd.

Zijn bekendste gedicht is wellicht ‘Hachnasini tachat knafeeg’ of ‘Neem mij onder je vleugels’. Ik kon geen Nederlandse vertaling vinden van dit gedicht maar wel de Engelse vertaling van Ruth Nevo.

.

Take me under your wing

 

Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.

One merciful twilight hour,
hear my pain, bend your head.
They say there is youth in the world.
Where has my youth fled?

Listen! another secret:
I have been seared by a flame.
They say there is love in the world.
How do we know love’s name?

I was deceived by the stars.
There was a dream; it passed.
I have nothing at all in the world,
nothing but a vast waste.

Take me under your wing,
be my mother, my sister.
Take my head to your breast,
my banished prayers to your nest.

.

 

 

Brief

Elisabeth Eybers

.

In het boek ‘Kon uit de dood ik die éne doen keren’ uit 1998, las ik een gedicht van de Zuid Afrikaanse dichter Elisabeth Eybers (1915 – 2005). Ik publiceerde al eerder een gedicht van haar hand ‘Die moeder’ op 8 maart van dit jaar. Ook dit gedicht ‘Brief’, oorspronkelijk verschenen in ‘Versamelde gedichte’ in 1995,  is van een schoonheid door de taal van Eybers en het Afrikaans. Voor degene die het Afrikaans wat minder macjtig zijn ook de Engelse vertaling (met dank aan John Irons).

.

Brief

.

Moenie die dood verdink, moenie hom vrees:

sy medelye trek ’n vlammekring

om alles wat ooit skoon of teer mog wees

dat geen bederf nog daar kan binnedring.

.

Maar vrees die lewe met sy donker lis,

sy breeksug en sy onverskilligheid:

jou stil geluk, jou stil vertroue is

vir hom in die verbygaan ’n klein buit

.

om vir die aardigheid en met een hou

half ingedagte neer te kap om jou

te herinner dat jy klein is en hy groot.

.

As daar iets is, volkome en onbesmet,

wat kan gered word sal die dood dit red:

daar is geen deernis soos die van die dood.

.

Letter

.

Do not suspect death, do not show him fear.

his pity draws a ring of fire round all

that might be delicate or lovely here

and holds decay off as a shielding wall.

.

Fear life instead with his dark artifice,

indifference and his destructive quest:

your quiet trust, your quiet happiness

for him in passing are as though in jest

.

at one swift blow to hew down some small prey

half absent-mindedly as if to say

remember you are small and he is great.

.

If anything, unsullied, undepraved,

is savable, then death will see it saved:

and death’s compassion none can emulate.

.

%d bloggers liken dit: