Site-archief

Rood en blauw

Anton van Duinkerken

.

Sinds ik met enige regelmaat in Bergen op Zoom ben is me al een aantal keren het bronzen beeld van Anton van Duinkerken (1903-1968) opgevallen dat daar op de Grote Markt voor het stadhuis staat. Van Duinkerken (pseudoniem van Willem Asselbergs) was dichter, essayist, hoogleraar, redenaar en literatuurhistoricus.

Van Duinkerkens debuteerde in 1927 met de bundel ‘Onder Gods ogen’ waarna hij tot aan zijn dood door bleef schrijven en publiceren. De poëzie van van Duinkerken heeft een traditionele vorm, een soms vertellende, soms betogende, altijd inhoudelijk gedachtenrijke zo niet overladen stijl, met daaronder een sterke, warme, soms wat melancholische gevoelstoon. Zijn proza, dikwijls essayistisch van aard, kenmerkt zich door een krachtige retorische stijl, een zekere breedvoerigheid en buitengewone eruditie.

Tijdens zijn leven kreeg van Duinkerken meerdere literaire prijzen, zo ontving hij de C. W. van der Hoogtprijs in 1933, de Constantijn Huygensprijs in 1960 en de P.C. Hooft-prijs in 1966.

In de bundel ‘In Liefde Bloeyende’ De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, samengesteld door Gerrit Komrij, uit 1998, is een gedicht van Van Duinkerken opgenomen over Rood en Zwart dat volgens Komrij gaat over blauw (“Het is duidelijk, dit gedicht over rood is een gedicht over blauw”). De redenering van Komrij is zeer de moeite waard. Zo stelt hij “Vergis u niet als een dichter u voorliegt dat hij van rood houdt. Als hij over rood zingt bedoelt hij blauw. Als hij ons de hemel ontvouwt bedoelt hij de hel.” en “Dichters hebben het bijna altijd over Het Een als ze het over Het Ander hebben. Ze doen alsof.

Met deze woorden lees je zo’n gedicht ineens heel anders.

.

Ik houd van het rood wat Van Deyssel

Weleer van het poroza hield.

’t Zij het rood van een bloedbad te Rijssel

Of een krootmarkt in Baconsfield.

.

Ik houd van het rood van de kroegwijn

En ’t rood van een gloeiende haard;

Geen rood kan mij ooit rood genoeg zijn

In een bruine pater zijn baard.

.

Het rood op een roodhuid, die dood is,

En de kieuw van de kabeljauw;

O. geef mij een rood, dat zo rood is

Als het blauw van het zakjesblauw blauw!

.

Advertentie

Muur van dichters

Borgerbuurt

.

Op een muur in de Borgerbuurt in Amsterdam-West is sinds 2012, op de hoek van de Borgerstraat en de Nicolaas Beetsstraat, een zogenaamde Muur van de dichters aangebracht. Het betreft hier een interactief kunstwerk van kunstenaar Danilo Joanovic. Het bestaat uit een tableau met tweetal luidsprekers. Uit de luidsprekers kan men meerdere teksten en gedichten horen van schrijvers en dichters, die hun naam gaven aan straten en pleinen in de buurt. Joanovic kwam met een roestvast staal tableau, dat er uitziet als een deurpaneel, een verzameling naambordjes met deurbellen. Hierdoor krijg je de indruk dat de dichter/schrijver hier ook zouden kunnen wonen; echter een deur ontbreekt. De kunstenaar wilde het idee overbrengen, dat men gedichten uit de muur zou kunnen trekken analoog aan fastfood bij de snackbar.

Dichters die opgenomen zijn in de Muur van dichters zijn: Willem Bilderdijk, Jacob van Lennep, Jan Pieter Heije, Johannes Kinker, De Schoolmeester, Nicolaas Beets, Jan Jakob Lodewijk ten Kate, Elias Annes Borger, Hendrik Tollens en Johannes Kneppelhout. Ook is er een knop voor een kindergedicht en een knop met uitleg in het Engels. Van elke dichter zijn 5 teksten of gedichten opgenomen in het kunstwerk. Bij dit kunstwerk met werken van 19e eeuwse dichters hoort ook een website.

Ik had een keuze uit deze dichters en ik koos voor Nicolaas Beets (1814-1903). Beets ook bekend onder het pseudoniem Hildebrand, was schrijver, dichter, predikant en hoogleraar. Uit 1867 komt zijn gedicht ‘Wat wil men toch’ dat ook nu nog verassend actueel is.

.

Wat wil men toch?

 

Wat wil men toch in Nederland?
Het zwaard bleef in de schede;
De welvaart deelt, naar elke kant,
Haar gaven rijklijk mede,
De tong is vrij, ’t geweten vrij,
De vrije pers dient u en mij,
Bij orde, rust, en vrede.

.

Wat wil men toch in Nederland?
Met praats en staatsgeschillen?
De vorst, die hier de rijkskroon spant,
Wil juist hetgeen wij willen:
geen zware last, geen knellend juk,
Maar vrijheid, welvaart, volksgeluk,
En geen — vergulde pillen.

.
Wat wil men toch in Nederland?
Wat geeft men voor te duchten?
Wat kwaad humeur, wat onverstand
Wil ons volstrekt doen zuchten?
Daar is slechts iets, dat elk verveelt:
Bedilzucht, die met buskruit speelt,
Om haar verstand te luchten.

.

 

Het vader-huis

Karel van de Woestijne

.

Een groot aantal dichters van vroeger die bijna vergeten zijn (behalve bij de liefhebbers en kenners) waren ooit in hun tijd bekend en beroemd. Achterop de bundel ‘Het vader-huis’ van de Vlaamse dichter Karel van de Woestijne (1878-1929) staat een uitspraak van Victor E. van Vriesland (1892-1974), criticus, dichter en vertaler en ook al langzaam aan het verdwijnen uit het collectief geheugen, over Karel van de Woestijne, die aangeeft hoe men begin vorige eeuw aankeek tegen deze dichter:

“Ik herinner me nog levendig, wat Van de Woestijne’s boeken voor mijn generatie betekenden, toen wij nog jong waren; – de indruk, die zijn eerste bundels toen op mijn vrienden en mij maakten, ligt nog onverbleekt in het geheugen. Het was een openbaring; – wij bewonderden hem niet, wij dronken hem in.”

Nu zal de naam van Karel van de Woestijne in Vlaanderen waarschijnlijk meer weerklank vinden dan in Nederland maar het was ontegenzeggelijk een dichter van formaat. Getuige het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Het vader-huis’ uit 1982 (in mijn geval maar oorspronkelijk uit 1903) genomen uit het hoofdstuk ‘Verzen eener liefde’.

.

Hoe zal mijn woord uw stil bewegen streelen,
mijn torve mond uw zacht-streelende daên?…
.
– Op de effen lente-Leie zie ‘k, blad-weemlend, gaan
’t verduisterd even-beeld van roereloze abelen
om ’t matte wit en eêle geel der vele water-leel’en
die, bij ’t gewieg van trage avond, kallem staan
en teer-aan neigen in het zilver-stil getaan
van schuine zonne-glanze’ in bevend schaaûwe-spelen…
.
– Hoe zal ‘k uw leden strelen, ik die treurig ben
en, vrezend, in mijn leven slechts de liefde ken
voor mijn vreemd eigen-beeld, weerkaatst in moe dood water;
.
(’t beeld der abelen speelt in ’t zilver-gele water)
.
– hoe smaakt mijn torve mond den wrange, armen waan
dat zijne liefde om uw stil wezen kunne gaan?…

.

Ik weet geen raad met Biafra

K.H.R. de Josselin de Jong

.

Dat je geschiedenis zich herhaalt (in grote lijnen) mag bekend worden veronderstelt, in ieder geval voor degene die zich interesseren voor geschiedenis. Ik moest hieraan denken toen ik in de bundel ‘September is een lied van blauw’ van dichter K.H.R. de Josselin de Jong het gedicht ‘Ik weet geen raad met Biafra’ las.

Maar eerst de dichter, ik kende haar niet. Kitty Henriette Rodolpha de Josselin de Jong (1903 – 1991) was een Nederlands schrijver en dichter. Zij adoreerde de dichters P.C. Boutens en Adriaan Roland Holst en de prozaschrijvers Louis Couperus, Ina Boudier-Bakker en Top Naeff. In haar proza schreef ze in de lijn van psychologisch-realistische auteurs, waarmee ze in feite voortborduurde op de toen bestaande literatuur terwijl de jonge garde zich daarvan juist afzette. Haar poëzie was ook al alles behalve avant-gardistisch, ook daar de lijn van de traditie volgend.

Later inspireerde de – vaak tragische – actualiteit haar soms tot wat meer geëngageerde poëzie, waaronder verzetsgedichten. En het gedicht ‘Ik weet geen raad met Biafra’ kun je daar ook onder rangschikken. Voor de jonge lezers; de republiek Biafra was van 1967 tot en met 1970 een onafhankelijke staat in wat nu Nigeria is. Toen Biafra in 1967 zich als zelfstandige republiek uitriep kwam er een burgeroorlog met Nigeria. Dit werd een bloedige strijd, die twee en een half jaar later, nadat bemiddelingspogingen hadden gefaald, door capitulatie van Biafra beëindigd zou worden. Circa een half à twee miljoen Biafranen zijn in moordpartijen en van ontbering omgekomen.

Veel ouderen zullen zich Biafra herinneren als de eerste grote genocide in Afrika en met name de hongersnood die dat met zich mee bracht. Zelfs ik herinner me de uitspraak als je als kind iets niet lustte of wilde eten: de kindertjes in Biafra zouden er een moord voor doen (of variaties hierop).

Kitty de Jossling de Jong schreef dus een gedicht over deze oorlog, een dichter in verzet, een gedicht dat heden ten dagen weer net zo actueel is als toen. Het gedicht verscheen zoals geschreven in de bundel ‘September is een lied in blauw’ uit 1973.

.

Ik weet mij geen raad met Biafra

.

Dialoog.

.

‘Is het waar dat er honger is, zeg je,

Honger in de wereld van welvaart?’

.

‘God zij geklaagd, het is waar:

De honger schreeuwt uit de ogen,

Hij trekt de huid van de handen,

Hij zweert als koorts op de lippen,

Hij krimpt als pijn in de voeten.’

.

‘Wie zei dan: zalig te geven?

De rijke oogst van de akkers,

De overstromende bronnen,

Waar zijn die, zeg eens, waar zijn die?’

.

‘Ik weet niet, vraag mij niet verder,

Ik weet geen raad met Biafra

Waar honger kinderen stil maakt,

Zo stil, dat de dood er gaat spreken

En duizenden, duizenden sterven.

Maar help in Jezus naam, help dan…’

.

 

 

Dichters bezinning

Anton van Duinkerken

.

Via mijn broer Bart kwam ik in het bezit van een bundel uit 1946 van Anton van Duinkerken (1903-1968) met de titel ‘Verzen uit St. Michielsgestel, Legende van den wederkeer. Anton van Duinkerken was het pseudoniem van Willem Asselbergs. Asselbergs was een katholiek dichter, essayist, redenaar, literatuurhistoricus en hoogleraar literatuurwetenschappen in o.a. Nijmegen. Vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw tot aan zijn dood gold hij als een belangrijk man binnen de Nederlandse literaire wereld. Hij kreeg onder andere de Constantijn Huygenprijs in 1960 en in 1966 de P.C. Hooftprijs.

Als uitgesproken tegenstander van het fascisme en het nationaal socialisme (van Duinkerken schreef de bekende ‘Ballade van een katholiek’ (1935), een fel hekeldicht op en voor de NSB’er Anton Mussert) kwam Van Duinkerken te staan op driekwart jaar internering in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel waar hij met andere belangrijke Nederlanders gegijzeld werd gehouden. Hij was er 8 maanden en schreef er de gedichten uit deze bundel.

De bundel is in vele opzichten dus bijzonder, in inhoud maar ook in vorm;  gepubliceerd op geschept papier en met niet afgesneden pagina’s met rafelige randen. Sober maar daardoor in mijn ogen juist heel mooi en waardevol. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Dichters bezinning’ waarin hij terugkijkt op zijn leven tot dan toe en hoe mooi dat was.

.

Dichters bezinning

.

Laat mij nog eenmaal zeggen, hoe schoon ik vond

Onder Gods oogen enkel een kind te zijn;

Dankbaar, zoodra er maar zon aan den hemel stond,

Dronk ik het dagbegin feestlijk als morgenwijn.
.
Klanken ontwaakten, waarin ik hooren mocht

Hoe Zijn Bestuurder zelf het heelal bemint.

Waren er vragen, waarop ik antwoord zocht,

’t Waaide mij toe in den zomerschen ochtendwind.
.

Waar ik narcissen blinken en buigen zag,

Wist ik mijzelven zorgeloos zielsverwant

Aan hun verliefde stoeien, den heelen dag

Door, met de zon en de wind aan den waterkant.
.

Doch rijpen vruchten niet in een feller gloed?

Toen ik een knaap was, zocht ik bij knapenpret

Wat ik eerst vinden mocht na veel tegenspoed:

’t Eigen, eenzelvige deel aan de scheppingswet.
.

Laat mij nog eenmaal zeggen, hoe goed het was

Tranen te schreiën, tot mij gestild verdriet,

Als wie een glimlach in moeders oogen las,

Dwong tot de vreugden van ’t meer bezonken lied.
.

Zag ik niet zorgenbereid mij terzijde staan

Haar tot wier weemoed mij Gods behagen riep?

Zag ik haar oogen niet over mijn lijden gaan
Zacht als de weelden die mij haar liefde schiep?
.

Vogels en bloemen zijn mij ten vreugd gemaakt,

Doch als ik scheiden moet, laat dan een kinderoog,

Opperste zaligheid, waarnaar mijn wezen haakt,

Zekerheid geven, dat ik mij niet bedroog.
.

Aanheffen zal ik dan nogmaals een jubelzang

Als mij voorhenen van ieder verdriet genas.

Wat mij beminde, heel mijn leven lang,
Laat mij voor eeuwig zeggen hoe goed het was.
.

Kringloopvers

Bas Boekelo

.

Zoals dat met bijzondere dingen gaat, zeker als ze aanslaan bij een groter publiek, komen er afgeleiden of variaties op het thema. Zo ook bij de Takhmis. Hierover schreef ik een paar dagen geleden al en op Het Vrije Vers zijn ook van deze variant al een aantal voorbeelden te vinden. Bas Boekelo verzon de variant en op voorspraak van Jaap van den Born werd de variant het Kringloopvers genoemd, wat volgens mij een heel adequate benaming is. Er zijn heel weinig regels voor deze variant maar een belangrijke is wel dat regel 1 en de laatste regel citaten zijn uit een bestaand gedicht moeten zijn.

Light verse dichter Remko Koplamp (1953) kwam met een variant, waarin uit twee heel verschillende gedichten geciteerd wordt: de eerste regel komt uit het gedicht ‘Februarizon’ van Paul Rodenko (1920 – 1976) en de laatste regel komt uit het gedicht ‘de ballade van de Katholiek’ van Anton van Duinkerken (1903 – 1968).

.

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open

Naar binnen toe was slechts een kwestie van techniek

Ik fluister zacht of zij haar blousje los wil knopen

Terwijl ik bezig ben mijn broek reeds af te stropen

Daarom, mijnheer, noem ik mij katholiek!

.

Automatisch dichten

Sonnettengenerator

.

Pas geleden nog schreef ik over de verschillende ready made gedichten die ik ken https://woutervanheiningen.wordpress.com/2021/10/07/stapelgedicht/ en vandaag wil ik daar een vorm aan toevoegen die misschien niet helemaal als ready made valt te labellen maar er wel iets van weg heeft. Het betreft hier het automatisch schijven van gedichten middels een gedichten generator of sonnettengenerator. Er zijn er verschillende. Zo heeft GitHub software ontwikkeld die met gebruik van AI (artificial intelligence) sonnetten á la Shakespeare kan schrijven.

Voor de ontwikkeling van hun AI hebben de onderzoekers gebruikt gemaakt van 2600 sonnetten bovenop de 154 van Shakespeare zelf. Dit blijft een relatief klein aantal om een neuraal netwerk te trainen, maar toch slaagt de AI erin om sonnetten te produceren. De gemiddelde lezer kan deze bovendien niet onderscheiden van sonnetten die door echte mensen zijn geschreven, maar literaire critici kunnen dit wel. Volgens hen ontbreekt het nog aan leesbaarheid en emotie. De onderzoekers blijven intussen de software verbeteren.

Een voorbeeld van zo’n automatisch gegenereerd vers:

.

.

Op de website http://sonnettengenerator.nl/ geeft Pieter Breman uitleg over de Nederlandse sonnettengenerator welke is gebaseerd op een boek van de Franse schrijver, dichter en wiskundige Raymond Queneau (1903 – 1976): ‘Cent mille milliards de poèmes’. Het werd in 1961 uitgegeven door Gallimard.’ Hij heeft met gebruikmaking van tien Nederlandse gemeenten met een cijfer in de naam (EenTweehuizenDrieVierhoutenVijfhuizenSluis 6ZevenhuizenAchtNegenhuizen en Tiengemeten) een automatisch gegenereerd sonnet gemaakt.

 

in ’t oosten maakt de Polderbaan kabaal
ver ligt Vierhouten van de grote steden
er zijn maar 20 huizen in totaal
de theorie wordt er met zang beleden
.
en er is toonkunst, uiteraard vocaal
wat vonden mensen die aan kaalheid leden?
binnen zijn hoofd klonk een alarmsignaal
de zonde wordt er rigoureus gemeden
.
je lurkt een biertje met wat garnituren
men moest, naar Acht, toen wel een nieuwe sturen
in Een werden zijn naam en daden groot
.
die werd voorafgegaan door varkenspoot
ze stookten, aangeschoten, grote vuren
een kuil lag vol met dode creaturen
.
Daarnaast zijn er nog twee sonnettengenerators die je zelf kunt gebruiken bij het maken van een automatisch sonnet te weten https://www.poem-generator.org.uk/sonnet/ (Engelstalig) en https://sonnettengenerator.herokuapp.com/random/  Nederlands). Op die laatste heb ik met behulp van een aantal steekwoorden (houvast, teruggezien, belicht, kalm, geeft) het volgende sonnet gemaakt.
.
Aan onze honden hebben we houvast
Ik heb hem nooit meer teruggezien
Dank voor het bezoek nog bovendien
Het betrof fijn linnen en damast
.
knak gekrenkt; schriftuurlijk bijbelvast
Het is van uit de trein een pas of tien
Ze zullen gasten van mijn huis ontzien
Nu goed, dan gaat de man mee als mijn gast
.
In dat deel wordt de aanslag zelf belicht
Ze huilde niet meer, voelde zich heel kalm
Dat is veel als iemand je dat geeft
.
Vondel prees Van Hoorn in een gedicht
De film dong mee naar de Gouden Palm
Gij zult zeggen: Dit was niet beleefd
.

Sijo

Koreaanse versvorm

.

Ik heb op dit blog al vaak over allerlei verschillende vormen van verzen geschreven. de een met nog exotischer klinkende naam dan de ander. Van de Katja en de Pantoem tot de Fatras, de Helix en het elftal. Heel veel van deze voorbeelden komen van de website https://sites.google.com/site/versvormen .

En ik heb nu ook een Engelstalige variant op deze pagina gevonden met maar liefst 168 vormen van verzen, je kunt ze vinden op https://www.writersdigest.com/write-better-poetry/list-of-50-poetic-forms-for-poets  . Het aardige van deze pagina vind ik de internationale insteek, niet alleen de westerse versvormen maar juist ook versvormen uit Maleisië, Japan, Bangladesh, Vietnam en Iran.

Een bijzondere vorm is de Koreaanse Sijo. Geen eenvoudige versvorm want er liggen nogal wat regels aan deze vorm ten grondslag:

 

Het vers is 3 regels lang, met gemiddeld 14-16 lettergrepen per regel (voor een gedicht in totaal 44-46 lettergrepen). Dat betekent per regel het volgende aantal lettergrepen:

  • Regel 1: 3-4-4-4
  • Regel 2: 3-4-4-4
  • Regel 3: 3-5-4-3

Daarnaast zijn de volgende regels van toepassing:

Regel 1 introduceert de situatie of het thema van het gedicht.

Regel 2 ontwikkelt het thema met meer detail of een “verandering” in argument.

Regel 3 presenteert een “twist” en conclusie.

Maar er zijn nog een paar regels die in acht moeten worden genomen:

Sijo zijn bedoeld als liedjes, dus deze vorm is meer lyrisch.

Gedichten kunnen diepgaand, humoristisch, metafysisch en persoonlijk zijn.

Elke regel moet ergens in het midden een pauze (of pauze) hebben.

De eerste helft van de laatste regel maakt gebruik van een “twist” van betekenis, geluid of een ander poëtisch middel.

De Koreanen maken het zich niet gemakkelijk.

Op de website wordt een voorbeeld, in het Engels gegeven dat aan alle regels voldoet.

.

Orbit

.

I tell her we’re always alone, but she says we’re together
the same as the moon spins with the earth around the sun.
If they weren’t together, she tells me, we would not be alive.

Robert Lee Brewer

.

I Will Write a Poem Too

.

Up above the shimmering sea, Two or three seagulls are hovering.
Rolling, wheeling, they write a poem.  I do not know the alphabet they use.
On the broad expanse of sky,  I will write a poem too.

Yi Unsang (1903 – 1982)

.

Haka

Ka mate, ka ora (ik sterf, ik leef)

.

Bij het browsen op internet naar nieuwe poëzieverhalen kwam ik terecht op de website van de NZEPC, the new zealand electronic poetry centre http://www.nzepc.auckland.ac.nz/, een website over poëzie uit Nieuw -Zeeland. Daar stuitte ik op een artikel van Robert Sullivan over het poëzie magazine ‘Ka Mate Ka ore’. Dit magazine over poëzie en politiek (boeiende combinatie) is vernoemt naar het beroemdste gedicht uit de geschiedenis van Nieuw-Zeeland ‘Te Rauparaha’s haka’.

Deze Haka werd geschreven door  Te Rauparaha (1768? – 1849), een leider van Ngāti Toa en van Ngāti Raukawa afkomst. Een haka, de rugby liefhebbers zullen hem zeker kennen, is een hardop voorgedragen tekst (gedicht) om “de pezen te verstevigen en om het bloed op te roepen”.

De haka is een ceremoniële dans of uitdaging in Maori cultuur . Het wordt uitgevoerd door een groep, met krachtige bewegingen en stampen van de voeten met ritmisch geschreeuw begeleiding. Hoewel vaak geassocieerd met de traditionele gevechtsvoorbereidingen van mannelijke krijgers, wordt haka al lang uitgevoerd door zowel mannen als vrouwen, en vervullen verschillende varianten van de haka sociale functies binnen de Māori-cultuur. Haka wordt uitgevoerd om vooraanstaande gasten te verwelkomen , of om grote prestaties, gelegenheden of begrafenissen te erkennen. De haka is vooral bekend geworden doordat de All Blacks ( het nationale Rugbyteam van Nieuw-Zeeland) voorafgaand aan een wedstrijd een haka uitvoeren. De All Blacks zijn de meest succesvolle internationale rugbyploeg aller tijden met een winpercentage van 77,41% over 580 wedstrijden (1903-2019).

.

Ka Mate, Ka Ore

.

Ka mate!   ka mate!
Ka ora! ka ora!
Ka mate! ka mate!
Ka ora! ka ora!
Tēnei te tangata pūhuruhuru,
Nāna nei i tiki mai whakawhiti te rā!
Hūpane!    Hūpane!
Hūpane!    Kaupane!
Whiti te rā!

.

Ik sterf, ik leef

.
Ik sterf! Ik sterf!
Ik leef! Ik leef!
Ik sterf! Ik sterf!
Ik leef! Ik leef!
Dit is de harige man
die de zon heeft gehaald en heeft laten schijnen!
Een stap omhoog! Nog een stap omhoog!
Een laatste stap omhoog!
Stap dan naar voren!
In de zon die schijnt!

.

De Stenen Strofe

Gedichtenroute

.

De stadsarchivaris van Bergen op Zoom, Cees Vanwesenbeeck kreeg in 1996 de Sakkoprijs voor Kunsten en Letteren. Hij besteedde een deel van zijn prijzengeld aan een opdracht aan de dichter Bert Bevers, om een gedicht te schrijven voor op de kopgevel van het gebouw van de Gemeentelijke Archiefdienst (later het Regionaal Historisch Centrum).

 

Dat gedicht werd ‘Bergen op Zoom’. Marc Meeuwissen maakte het grafisch ontwerp en in november 1997 werd het gedicht onthuld. De reacties waren zo enthousiast dat de gedachte post vatte een hele reeks van dit soort Stenen Strofen doorheen de gemeente te realiseren.

Andere steden hebben weliswaar vergelijkbare projecten, maar de Stenen Strofen zijn door de desbetreffende dichters op verzoek van het comité steeds ofwel op Bergen op Zoom geschreven, ofwel op de locatie waar ze werden gerealiseerd. Maar er zijn ook gedichten opgenomen van de in Bergen op Zoom geboren dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968).

De gedichten worden gejureerd door Wim van Til (directeur van het Poëziecentrum Nederland), Tony Rombouts (ere-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen) en telkens de voorgaande dichter.

Inmiddels is zijn er vele gedichten aan de route toegevoegd, 15 in het stadscentrum en 4 buiten het stadscentrum en nog steeds komen er gedichten bij. Soms is er gekozen voor de uitvergroting van een fragment. Het hele gedicht is in alle gevallen te lezen op een speciaal aangebracht bordje.

Gedichten zijn er te genieten van dichters als Hans Tentije, Albert Hagenaars, Johanna Kruit en Ester Naomi Perquin van wie het gedicht ‘Iemand bedacht’ is aangebracht op een gevel aan de Zuidmolenstraat. Meer informatie vind je op https://www.stenenstrofen.nl/index.html

Iemand bedacht

.

Een man gaat slapen in een dorp en wordt wakker in een stad.

Zijn bed is blijven staan, zijn huis, de naam

die hij kent is gebleven.

.

Ach, niemand vertelt hem ooit wat. Hij staat op en wast zich,

het is een doodnormale dag. Hij spoelt dorpsstof van zijn huid,

luistert naar de kerk, de hoge vogels, opent dan het luik.

.

En kijk eens aan, de lengte van de horizon, de halve hemel

en acht eeuwen stedelijk leven rollen zich

recht voor hem uit.

.

Een dorp past doorgaans in één blik. Een stad in steeds opnieuw

beseffen waar je bent. Steeds andere ogen om te zien dat je bed

vannacht is gebleven, dat je huis er nog staat.

Dat je woont in een naam die je kent.

.

%d bloggers liken dit: