Site-archief

Dichtregel

E.E. Cummings

.

Eerder deze week schreef ik al over de mooiste liefdes dichtregels en dat de nieuwe MUGzine als richting een dichtregel had meegekregen van E.E. Cummings (1894 – 1962). Die regel: “it’s always ourselves we find in the sea” komt uit het gedicht ‘maggie and milly and molly and may’ uit 1956. Ik nam de tekst uit The Penguin Poets serie  ‘e.e. cummings selected poems 1923-1958’ gepubliceerd in 1963. Het gedicht is muzikaal, zit vol alliteraties en gaat over het leven en alle emotionele ervaringen die we in het leven hebben maar vooral over verlies en troost.

.

maggie and milly and molly and may
went down to the beach(to play one day)

.

and maggie discovered a shell that sang
so sweetly she couldn’t remember her troubles, and

.

milly befriended a stranded star
whose rays five languid fingers were;

.

and molly was chased by a horrible thing
which raced sideways while blowing bubbles: and

.

may came home with a smooth round stone
as small as a world and as large as alone.

.

For whatever we lose(like a you or a me)
it’s always ourselves we find in the sea

.

 

.

Horizontale zaken

Dichter van de maand

.

Ondanks dat dichter van de maand november E.E. Cummings (1894 – 1962) een grote schare fans kent in het Nederlands taalgebied, is zijn werk slechts zeer beperkt vertaald in het Nederlands. Ik schreef al eerder over vertalingen van zijn gedichten door Lepus op internet. Maar ook Jo Stevens en Luc Wenseleers vertaalden 11 gedichten voor de bloemlezing ‘Adam en Eva en de stad. Amerikaanse poëzie van de 20e eeuw’ uit 1966. In 1982 publiceerde Peter Verstegen Het driehoekig waarom , een tweetalige editie met 40 gedichten, waarna hij in 1996 opnieuw (dit keer 17 liefdesgedichten) vertaalde onder de titel ‘Jouw ogen hebben hun stilte’. En in 2019 werd opnieuw onder een vertaling gepubliceerd door vertaler Willy Spillebeen (1932) getiteld ‘Horizontale zaken’ bij uitgeverij P. De bundel heeft als ondertitel ‘69 gedichten over liefde, onliefde en lust & Belgium’. Het aantal gedichten verwijst vanzelfsprekend naar het erotische element in het werk van E.E. Cummings.

Het ‘& Belgium’ lijkt wat willekeurig gekozen in de ondertitel (E.E. Cummings heeft dat vast nergens zo geschreven of bedoeld. Eric van Loo geeft op de site van Meander een uitleg hierover:

“De toevoeging & Belgium zinspeelt op de tweede bundel van cummings, getiteld & (1925). Een ampersand als titel van een bundel, over eigenzinnig gesproken. Spillebeen geeft aan ‘Belgium’ meer als curiosum te hebben opgenomen, en minder vanwege de kwaliteit. Het is natuurlijk ook een knipoog van een Vlaming naar het feit dat deze Amerikaanse dichter middenin de Eerste Wereldoorlog –nog voordat hij naar Europa vertrok als vrijwillige ambulancier– een gedicht aan het door de oorlog zwaar getroffen België wijdde.”

Uit de bundel ‘Horizontale zaken’ het onderstaande gedicht (oorspronkelijk en in vertaling) dat oorspronkelijk verscheen in ‘Poetry, a magazine of verse’ uit 1939. Een mooie analyse van dit gedicht staat op de website van bulbapp

.

liefde is dikkerder dan vergeten
dunnerder dan blijven weten
zeldzamer dan een golf nat is
talrijker dan wat niet je dat is

zij is het meest dwaas en manig
en minder zal ze onzijn
dan de hele zee die danig
dieper dan de zee kan zijn

liefde is minder altijd dan winnen
minder nooit dan ze levend is
minder groter dan het minst beginnen
minder kleiner dan vergiffenis

zij is het meest gezond en zonnig
en meer kan zij niet sterven
dan de hele hemel die alleen nog
hoger is dan de hemel zelve

.

love is more thicker than forget
more thinner than recall
more seldom than a wave is wet
more frequent than to fail

it is most mad and moonly
and less it shall unbe
than all the sea which only
is deeper than the sea

love is less always than to win
less never than alive
less bigger than the least begin
less littler than forgive

it is most sane and sunly
and more it cannot die
than all the sky which only
is higher than the sky

.

Neem bijvoorbeeld dit

E.E. Cummings

.

Vandaag, zondag, een gedicht van dichter van de maand november E.E. Cummings (1894-1962). Dit gedicht zonder titel (heel gebruikelijk bij Cummings)  verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘&’ die Cummings in eigen beheer uitgaf in 1925. Het gedicht verscheen in een vertaling in van Peter Verstegen in De Tweede Ronde, jaargang 2 in 1981.

.

Take for example this:

if to the colour of midnight
to a more than darkness(which
is myself and Paris and all
things)the bright
rain
occurs deeply,beautifully

and i(being at a window
in this midnight)
for no reason feel
deeply completely conscious of the rain or rather
Somebody who uses roofs and streets skilfully to make a
possible and beautiful sound:

if a(perhaps)clock strikes,in the alive
coolness,very faintly and
finally through altogether delicate gestures of rain

a colour comes,which is morning,O do not wonder that

(just at the edge of day)i surely
make a millionth poem which will not wholly
miss you;or if i certainly create,lady,
one of the thousand selves who are your smile.

.

Dichter van de maand november

E.E. Cummings

.

Voor de vaste lezer van dit blog is het wel bekend, één van mijn favoriete dichters uit het Engelse taalgebied, is E.E. Cummings. Ik heb al vele gedichten van hem door de jaren gedeeld op dit blog en zelfs een aantal vertalingen van zijn gedichten. Ik kwam echter tot de ontdekking dat ik hem nog niet dichter van de maand heb gemaakt.

Voor wie E.E. Cummings nog relatief onbekend is: Edward Estlin Cummings (1894 – 1962), vaak gestileerd als e e cummings, was een Amerikaans dichter, schrijver en kunstschilder. Hij was een van de meest radicaal experimentele en inventieve schrijvers van de 20e eeuw. Zijn stijl wordt gekenmerkt door typografisch non-conformisme, het gebruik van jazzritmes, jargon en andere elementen uit de populaire cultuur.

Al vanaf jonge leeftijd hield hij zich bezig met het schrijven van gedichten. Zijn eerste gepubliceerde collectie gedichten kwam van zijn manuscript uit 1922 met de titel ‘Tulips & Chimneys’ (Tulpen & Schoorstenen). In zijn gedichten verwerpt hij de formele dichtvormen zoals stanza’s en het gebruik van metrum. Zijn stijl wordt daarnaast gekenmerkt door typografische innovaties, zoals afwijkend hoofdlettergebruik (echter niet een volledig ontbreken van hoofdlettergebruik) en interpunctie, en door woorden of delen van woorden die weloverwogen over de pagina verspreid staan.

Uit de bundel ‘100 selected poems’ uit 1994 begin ik de maand november met een gedicht in enigszins slang Amerikaans zonder titel dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Is 5’ uit 1926.

.

mr youse needn’t be so spry

concernin questions arty

.

each has his tastes but as for i

i lkes a certain party

.

gimme the he-man’s solid bliss

for youse ideas i’ll match youse

.

a pretty girl who naked is

is worth a million statues

.

Glazenwasser ziet schilderijen

Menno Wigman

.

Met enige regelmaat ga ik voor mijn boekenkast staan en bekijk ik de ruggen van de vele dichtbundels die er staan. En altijd stop ik bij een bundel die ik op dat moment wil inzien en lezen. Dit keer is dat de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van Menno Wigman (1966 – 2018) die in 2019 na zijn overlijden werd gepubliceerd. Een prachtig vormgegeven bundel, samengesteld door collega dichters Neeltje Maria Min en Rob Schouten.

Zoals vaker komen naar aanleiding van een gedicht dan gedachten en in dit geval was dat bij het gedicht ‘Glazenwasser ziet schilderijen’. Ik was afgelopen week in Nancy in noordoost Frankrijk en ik bezocht daar onder andere het Musee des Beaux-Arts. In dat museum hangt het schilderij ‘Anne et Jehanne’ van Laura Leroux-Revault uit 1894. Een prachtig bijna Prerafaëlitisch schilderij van twee meisjes. Ik weet niet of er eind 19e eeuw al glazenwassers waren maar als die dit doek hadden zien hangen in een huis zouden ze ongetwijfeld even gepauzeerd hebben om het te bewonderen.

Het gedicht van Menno Wigman gaat juist over een persoon (de dichter) die tijdens het glazenwassen naar buiten kijkt, kunst ziet hangen en zichzelf en zijn situatie als schilderij ziet. Dat is het mooie van kunst en poëzie, ze kunnen je op gedachten brengen die je voorheen niet had of die losgezongen zijn van waar je naar kijkt.

.

Glazenwasser ziet schilderijen

.

Auto’s, gelach, geraas: alles slaat dood

op zeven hoog. Ik hoor alleen mijn spons

.

en het verkouden knarsen van het staal

waaraan ik hang. Soms spreekt een wolk mij aan

.

of gis ik wat een meeuw te zeggen heeft.

De mensen: druk, wit. stemloos, achter glas.

.

Op acht hoog kunst. Dat meisje daar, die lach,

wie heeft haar zo bespied dat ze immuun

.

voor complimenten mijn gezicht in kijkt?

En wanneer breekt die sperwer uit zijn lijst?

.

Ik hang hier als een ijskoud schilderij

waar niemand oog voor heeft, ik poets en zwoeg

.

en maak het uitzicht vrij – schilder er maand

na maand onvervalste wolken bij.

.

Kijk. Daar kruipt al zonlicht in mijn lijst.

.

Lana Del Rey

Norman fucking Rockwell

.

Soms hoor je een liedje op de radio waarvan de tekst je intrigeert. Dat gebeurde bij het, overigens bijzondere mooie, nummer ‘Norman fucking Rockwell’ van zangeres Lana Del Rey (1985). Met name de zin ‘Your poetry’s bad and you blame the news’.

Norman Rockwell is een beroemde Amerikaanse schilder (1894 – 1978) van alledaagse gebeurtenissen uit het nieuws van midden 20ste eeuw. Hij was een realistisch en romantisch schilder en Lana Del Rey heeft duidelijk minder op met de stijl van zijn werk. Halverwege 2011 (vlak voor de aanvallen op de Twin Towers op 11 september in de New York) verscheen van Randall R. Freisinger de bundel ‘Nostalgia’s Thread: Ten Poems on Norman Rockwell Painting’ wat de kijk van Del Rey op zijn werk ongetwijfeld beïnvloed heeft; nostalgische gedichten over een geïdealiseerde wereld van de 20ste eeuw.

De tekst van ‘Norman Fucking Rockwell zegt verder genoeg.

.

Norman fucking Rockwell

.

Godamn, man child
You fucked me so good that I almost said, “I love you”
You’re fun and you’re wild
But you don’t know the half of the shit that you put me through
Your poetry’s bad and you blame the news
But I can’t change that, and I can’t change your mood
Ah ah
.
‘Cause you’re just a man
It’s just what you do
Your head in your hands
As you color me blue
Yeah, you’re just a man
All through and through
Your head in your hands
As you color me blue
Blue, blue, blue

.

Goddamn, man child
You act like a kid even though you stand six foot two
Self-loathing poet, resident Laurel Canyon, know-it-all
You talk to the walls when the party gets bored of you
But I don’t get bored, I just see you through
Why wait for the best when I could have you?
You

.
‘Cause you’re just a man
It’s just what you do
Your head in your hands
As you color me blue
Yeah, you’re just a man
All through and through
Your head in your hands
As you color me blue
Blue, blue

.
You make me blue
Blue, blue, blue
Blue, blue, blue

.

Italiaans

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een dubbel-gedicht met als verbindende factor een Italiaanse titel. Van twee totaal verschillende dichters uit twee heel andere tijdperken: Martinus Nijhoff (1894 – 1953) en Antoinette Sisto (1963 – 2017).

Antoinette Sisto was tolk-vertaler Italiaans en dichter. In haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden uit 2015 komt het gedicht ‘Adagio’, een muzikale term die langzaam en comfortabel tempo aangeeft.

Martinus Nijhoff, dichter, toneelschrijver, vertaler, essayist en naamgever van uitgeverij Nijhoff publiceerde in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift in 1916 het gedicht ‘Tempo di menuetto’ een lichte verbastering van het Italiaanse ‘A tempo di minuetto’ hetgeen langzaam en sierlijk betekent en ook een muzikale term is. Ik nam het gedicht uit ‘Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten, 5e druk uit 1975.

.

Adagio

.

Dagenlang sloeg ik bladzijden om

van dezelfde partituur

zoveel zuivere noten op mijn zang

had ik nog nooit gehad

.

In mij neuriede een jonge vrouw

met zilveren hakken

onwetend stak ze de straat over

van jouw verlangen, jarenlang klonk het

kokette getik van haar schoenen

heen en weer.

.

Snelle stappen als een tegenwicht weergalmden

tijd was ongunstig

geen metronoom was bruikbaar

een gouden stemvork evenmin.

.

Nachtenlang trilden dezelfde noten

in de slaapkamer nog na

het adagio

waarin ik wist hoe je met dichte lippen

afscheid kust

.

was nog ver

 .

Tempo di menuetto

Voor Claudine

.
De volle weelde van een melodie
Breekt uit het hart van de piano open.
Ik zie je bleeke stille handen, die
Over de witte en zwarte toetsen loopen.
.
En voor me zie ‘k een zaal van vroeg’ren tijd,
Met blanke wanden, spiegels in ovale
Lijsten, veel goude’ en glazen kostbaarheid –
Door open deuren ziet men and’re zalen.
.
Menschen dansen langzaam een menuet
In oude kleeding van antieke statie,
Het bloed van ’t hart erkent de strenge wet
En buigt zich, dansend, in voorname gratie.
.
Door ’t venster zie ‘k den tuin achter ’t balcon,
Waar hooge boomen naar hun schaduw nijgen,
De lage maan is een gedempte zon:
Om ’t luid, licht huis een tuin van donker zwijgen.
.
God heeft ons in een vreemde weerld gezet:
Wij dansen nog zooals we vroeger deden,
De ziel danst nog het oude menuet,
De tijd is zonder doel voorbij gegleden.
.
Ons is een grooter leven niet bereid:
Een mensch die danst al weet hij zich gehavend –
De weelde van de melodieën schreit
Uit de piano door den glans der avond.

.

Lied

Christina Georgina Rossetti

.

De Engelse dichter met de Italiaanse naam Christina Georgina Rossetti (1830 – 1894) is in de bundel ‘De Tiende Muze’ onsterfelijke vrouwenpoëzie uit 1995, opgenomen met het gedicht ‘Lied’. Hoewel haar werk wordt gekenmerkt door een zekere zwaarmoedigheid, maar ook door een diep geloof blijkt dit niet uit het gedicht ‘Lied’ (vertaling van ‘Song’ door Ivo van Strijtem). Op de een of andere manier komt dit gedicht op mij over als heel realistisch en taalkundig heel pragmatisch. Voor een mooie verklaring van het gedicht kijk je op https://www.bachelorandmaster.com/britishandamericanpoetry/when-i-am-dead-my-dearest.html#.YAAgT-hKiM8

.

Lied

.

Wanneer ik dood ben, liefste,

Zing geen droef lied voor mij,

En plant geen rozen op mijn graf,

Geen doodcipres erbij,

Sta boven mij als groen gras

In druppels dauw gekleed,

En als je wil, herinner,

En als je wil, vergeet.

.

Ik zie daarginds geen schimmen,

Ik voel de regen niet,

Ik hoor daarginds geen nachtegaal

Die zingt, als van verdriet,

En dromend in de schemer

Die opkomt noch verglijdt,

Vind ik herinneringen,

Vind ik vergetelheid.

.

Marsman en Gorter

Dichters over dichters

.

Vandaag in de categorie Dichters over dichters de dichter, vertaler en literair criticus Hendrik Marsman (1899- 1940) over de dichter en oprichter van de Sociaal-Democratische Partij (de latere CPN) Herman Gorter (1864 – 1927).

In 1927 schreef Hendrik Marsman het gedicht ‘Herman Gorter’ naar aanleiding van het overlijden van de dichter. Gorter was een dichter die tot de beweging van de Tachtigers hoorde. De Tachtigers vormde een vernieuwende beweging in de Nederlandse literatuur (van ca. 1880 tot 1894) die voornamelijk bekend stond om zijn hervormingen binnen de poëzie. Zij zetten zich af tegen de romantiek en de bij die periode horende moraliserende toon in de literatuur, een periode die voorafging aan het tijdperk van de Tachtigers. In het werk van de Tachtigers kwamen impressionisme en naturalisme sterk naar voren.

Hendrik Marsman daarentegen maakte geen deel uit van deze Tachtigers. Marsman onderging in zijn begintijd als dichter invloed van de Vlamingen Wies Moens en Paul van Ostaijen, van vroege Duitse expressionisten als Georg Trakl en vooral van de Nederlandse dichter Herman van den Bergh, die met zijn bundel ‘De Boog’ uit 1917 bewust afstand had gedaan van de geijkte schoonheidsidealen van de Tachtigers. Ook werd hij in zijn begintijd beïnvloed door de expressionistische en kubistische schilderkunst.

Toch schreef Marsman een prachtig gedicht over Gorter. Jan Wolkers liet zich voor het monument voor de Tachtigers zelfs inspireren door dit gedicht van Marsman en dan met name door de eerste drie regels.

.

Hij was van vuur,

een golf, een vlam,

een stromend stuk natuur

.

Het monument voor de Tachtigers staat in het Oosterpark in Amsterdam en werd in 1992 geplaatst. Het gedicht ‘Herman Gorter nam ik uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van H. Marsman uit 1967.

.

Herman Gorter

.

Hij was van vuur.
een golf, een vlam,
een stroomend stuk natuur,
blinkend als water in den zomerdag.
nooit, sinds ik hem zag,
zag ik nog een man
wiens wezen zoo bezielend overkwam
tot in zijn blik, zijn praten en zijn gang.
een rechte beuk, ook toen zijn einde kwam.
de bliksem sloeg
en van de bergen dreunde het naar zee,
met echo’s naar de sterren en de sneeuw
en door de bloemen drong het in den grond:
– ‘hij, die voor jaren in ons midden stond
en afscheid nam om in de taal
der menschen, juichend en kermend,
niets dan het verhaal
te zingen van het geluk,
hij keert terug,
hij is al doorgedrongen
in aarde’s moederschoot
en blinkend in zijn oorsprong
opgenomen, en door zijn dood
gezuiverd van de pijn
dichter te zijn
in een verschroeiden tijd.
hij, die vol hartstocht
langs de aarde dwaalde,
de schoonheid zocht en zong
onder de blauwe tenten van den zomer
en bij het gouden vuur des winters,
hij kwam terug,
hij is weer element onder de elementen
een golf, een vlam, een stroomend stuk natuur.

.

Personificatie

Dubbelgedicht

.

Vandaag in het dubbelgedicht geen twee gedichten over een zelfde onderwerp maar twee gedichten waarin beeldspraak of personificatie voorkomt. Personificatie is een vorm van beeldspraak waarbij de dichter menselijke eigenschappen of menselijk gedrag toekent aan abstracte begrippen of levenloze objecten.

In de twee volgende gedichten betreft het een klimop dat praat en bomen die tranen. Het eerste gedicht is van Martinus Nijhoff (1894-1953) en komt uit de bundel ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’ een keuze uit de oorspronkelijke gedichten uit 1959. In mijn geval uit de 6e druk uit 1970. Het gedicht is getiteld ‘Het klimop’.

Het tweede gedicht is van Guido Gezelle (1830-1899) en komt uit de bundel ‘Bloemlezing uit Guido Gezelle’s gedichten’ uit 1904. In mijn geval de 10e druk uit 1940. Het gedicht is getiteld ‘Tranen’.

.

Het klimop

.

Als ik langs ’t ziekenhuis waar zij verpleegd werd loop,

het is niet omdat ik op haar opstanding hoop,

het is omdat het klimop hoger is gaan reiken

dat ik op ’t muurtje klim om door het hek te kijken.

.

Het is om het gebouw weer in de tuin te zien.

Ik ruik de rozen weer, ik ruik de creolien,

ik ga de trap weer op, ik loop door lege gangen,

ik kom weer voor de deur waar ’t bordje is omgehangen.

.

Maar tegelijk, o klimop, die mijn slaap beroert,

hebt gij mij naar een verre dag teruggevoerd.

Ik lig in een prieel, ik ben een zieke jongen,

en zij zit bij me en heeft ons lievelingslied gezongen.

.

‘Ik ga een deken halen, het wordt koud, mijn kind,’

zegt ze. Haar lichte stap verdwijnt over het grint.

En ik tel wachtende tussen de klimopblaren

de sterren die reeds aan de hemel flonkrend waren. –

.

‘Dromer’ zegt het klimop ‘kom van dat muurtje af,

ga heen en leg een deken op je moeders graf.

Zij moet het op den duur ontoegedekt koud krijgen

nu zij in ’t klimop ligt en de sterren ziet stijgen.’

.

Tranen

.

’t Is nevelkoud,
en, ’s halfvoornoens, nog
duister in de lanen;
de boomen, die ‘k
nog nauwelijks zien kan,
weenen dikke tranen.

.

’t En regent niet,
maar ’t zeevert… van die
fijngezichte, natte
schiervatbaarheid,
die stof gelijkt, en
wolke en wulle en watte.

.

’t Is aschgrauw al,
beneên, omhooge, in
’t veld en langs de lanen:
de boomen, die ‘k
nog nauwelijks zien kan,
weenen dikke tranen.

.

 

 

%d bloggers liken dit: