Site-archief

Daarna

Robert Browning

.

Soms kom je een dichtbundeltje tegen waarvan je op het eerste gezicht denk dat het niet veel is. Als zo’n bundeltje dan een mooie suède kaft heeft met een fraai ingedrukt ornament met opliggende letters dan word ik al nieuwsgieriger. Blijkbaar was het destijds (je ziet meteen dat het een oud bundeltje is) de moeite waard om de bundel van een mooi vormgegeven en van duurder materiaal gemaakt kaft te geven. Precies dat gebeurde me ergens in Engeland.

Toen ik de bundel opende kwam de binnenzijde ook nog eens met een aquarel van een heel Engels landschap en de achterflap met een aquarel van een zeegezicht. Op de volgende bladzijde met kroontjespen geschreven: D.M.S.S. – Christmas Competitions 1912, Muriel Fell. VIa Prize. Blijkbaar was dit bundeltje een zesde prijs bij een kerst wedstrijd.  ( DMSS betekent dat het een secundairy school is, voortgezet onderwijs dus en VIa slaat op haar klas, met dank aan Jaap). De gedichten in deze bundel zijn van de beroemde dichter Robert Browning.

Browning (1812 – 1889) was een Engels dichter en toneelschrijver. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijke schrijvers uit het victoriaanse tijdperk (dat duurde van 1937 tot 1901 en een tijdperk van grote voorspoed was in Groot-Brittannië). Browning was getrouwd met de dichteres Elizabeth Barrett die lange tijd belangrijker en bekender was dan Browning. Na haar overlijden kwam er meer erkenning en waardering voor zijn werk.

Uit de bundel ‘Poems of R. Browning’ koos ik voor het gedicht ‘After’ dat volgens Reverand Edward Frederick Hoernlé (rector of st. James die de selectie en de uitleg deed bij de gedichten in deze bundel) vooral gaat over het vinden van de waarheid. Want in ‘After’ vind de hoofdpersoon zich niet geconfronteerd met passie (zoals in het ander gedicht dat bij ‘After’ hoort en ‘Before’ als titel heeft) maar met de feiten.

.

After

.

Take the cloak from his face, and at first
Let the corpse do its worst!

How he lies in his rights of a man!
Death has done all death can.
And, absorbed in the new life he leads,
He recks not, he heeds
Nor his wrong nor my vengeance; both strike
On his senses alike,
And are lost in the solemn and strange
Surprise of the change.
Ha, what avails death to erase
His offence, my disgrace?
I would we were boys as of old
In the field, by the fold:
His outrage, God’s patience, man’s scorn
Were so easily borne!

I stand here now, he lies in his place:
Cover the face!

.

In andermans handen

Anna Achmatova

.

De bundel ‘In andermans handen’ bevat een (beknopt) overzicht van de gedichten van Anna Achmatova (1889 – 1966), vertaald, gekozen en ingeleid door Hans Boland. In een goed leesbare inleiding beschrijft Boland het leven van Achmatova en de ontwikkeling die haar poëzie heeft doorgemaakt in waarschijnlijk de meest roerige periode die Rusland (en later de Sovjet Unie) in haar geschiedenis kende (voor, tijdens en na de eerste en tweede wereldoorlog en de revolutie).

Met de dichters Sergej Gorodetski, Osip Mandelstam en Nikolaj Goemiljov en anderen behoorde ze tot ‘Het dichtersgilde’, een literaire groep die zich ook Acmeïsten noemden naar het Griekse woord ‘άχμή’ (akmé): hoogtepunt, bloei. Zij streefden naar een apollinische (rustige) helderheid en zetten zich af tegen de symbolisten, met hun dionysische (extatische) hang naar mystiek, gecompliceerde meerduidigheid en occultisme. In plaats van metaforen voor het hogere te gebruiken verwezen ze liever naar aardse dingen. Ze waren daarbij niet experimenteel zoals in het Futurisme, dat zich gelijktijdig als reactie op het symbolisme ontwikkelde. Hun bijeenkomsten leken op workshops waar nieuwe schrijfwijzen werden ontwikkeld. Een belangrijke techniek die Achmatova zich daarbij al vroeg eigen maakte was die van de metonymen (net als de metafoor een vorm van beeldspraak).

Het gedicht ‘Voor een geliefde’ uit haar bundel ‘Een witte vlucht’  uit 1917 is uit de periode die in de Russische literatuurgeschiedenis de ‘Zilveren eeuw van de poëzie’ wordt genoemd, een periode waarin allerlei literaire scholen ontstonden.

.

Voor een geliefde

.

Je hoeft me niets te zeggen met een duif,

Je hoeft me geen bezorgde brief te sturen,

Blaas niet in mijn gezicht met maartse wind.

Ik ben sinds gister in de Groene Hof,

Onder een schaduwdek van populieren,

Alwaar men rust voor ziel en lichaam vindt.

.

En ik kan het paleis zien hiervandaan,

Omringd door schildwachthuisjes en kazernes,

En de Chinese brug over het ijs.

Jij blijft maar steeds op de veranda staan,

Verwonderd over zoveel nieuwe sterren,

Verstijfd – je wacht al haast drie uur op mij.

.

Ik zal voorbijschieten – een schuwe wezel,

En in een boom springen – een grijze eekhoorn,

En ook zal ik een zwaan zijn, die jou roept;

Dan hoeft de bruidegom niets meer te vrezen,

Als hij moet wachten in de blauwe sneeuwstorm

Waar hij weldra zijn dode bruid ontmoet.

.

 

Eerste tranen

Jean Cocteau

.

Een van de meest invloedrijke en belangrijke Franse all round kunstenaars (hij was filmer, schrijver, dichter, ontwerper, kunstenaar en toneelschrijver) is Jean Cocteau (1889 – 1963) of Jean Maurice Eugène Clément Cocteau zoals zijn volledige naam luidde. AllMovie, een invloedrijke website over films en cinema noemde hem de meest invloedrijke filmmakers van de avant-garde beweging. Maar Jean Cocteau schreef ook poëzie, veel poëzie, in 51 jaar maar liefst 21 dichtbundels. Hoewel Cocteau dus sneller met films en zijn werk La Vox Humaine wordt gekoppeld is zijn poëzie dus ook zeker een rode draad die door zijn hele leven loopt.

In 2003 verscheen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep een vertaalde bundel van hem getiteld ‘Gedichten’ in een vertaling van Theo Festen. Uit die bundel het gedicht met de originele titel ‘Premières larmes’ of zoals het in de vertaling heet ‘eerste tranen’.  In dit gedicht komt goed naar voren wat de avant-garde beweging inhield. Avant-garde betekent letterlijk voorhoede of voorstuk. In de avant-garde beweging zaten mensen die experimenteel, radicaal of onorthodox zijn met betrekking tot hun kunst, de cultuur of de samenleving. Deze beweging wordt ook wel gekenmerkt door niet-traditionele, esthetische innovatie en aanvankelijke onaanvaardbaarheid.

.

Eerste tranen

.

Een dahlia       dat is diep gebogen

na de regen

de telefoon

opgehangen

.

laat het avontuur mislukt achter

.

Zware spons mijn hoofd

over de leuning van de overloop

.

De sproeier draait achtjes voor het rode gordijn

de leuning ontsteekt de gouden plooien

.

Wat een regen van doffe tranen

gezwollen ogen van de gymnasiast

die zijn tong uitsteekt

over het purperen schoonschrift

van de dahlia wirwar van 8en

.

Liefdesbed

Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca

.

In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.

.

Jean Cocteau

.

Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten

En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;

Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,

Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.

.

Federico Garcia Lorca

.

O bed in het hotel! O bed zo zoet!

Van witte vlekken en van dauw het laken.

O het geluid dat onze lijven maken!

O grot van schemer, vlam, katoenen goed!

.

O dubbellier, door liefde als een tak

in vuur en kille nardus van je dijen!

O schommelboot , o klare stroom, bij tijden

een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!

.

How do I love thee? Let me count the ways

Elisabeth Barrett Browning

.

Naar aanleiding van een berichtje van Bout Vercnocke ging ik op zoek naar het gedicht ‘How do I love Thee? Let me count the ways (Sonnet 43) van Elisabeth Barret Browning (1806 – 1861). Ik kwam erachter dat ik dit gedicht al eens genoemd heb in een post over een bundel van de BBC, waarin de vraag beantwoord werd wat volgens het Engelse volk het mooiste liefdesgedicht is. Dat is namelijk het gedicht ‘How do I love thee? Let me count the ways. Ik heb toen echter niet dat gedicht erbij geplaatst en daar komt nu verandering in.

Elizabeth Barrett Browning  wordt beschouwd als een van de belangrijkste Engelse dichters van het Victoriaans tijdperk. Ze werd bewonderd door tijdgenoten als William Makepeace Thackeray, Edgar Allan Poe en Alfred Lord Tennyson, was een bekwaam vertaler van Griekse teksten en een gepassioneerd abolitionist (voorstander van het afschaffen van de slavernij) en feminist. Haar liefdessonnetten zijn nog steeds populair.

Op 14 jarige leeftijd schreef ze het gedicht ‘The Battle of Marathon’ dat door haar vader in eigen beheer werd gedrukt. In 1826 debuteerde ze met de poëziebundel ‘An Essay on Mind and Other Poems’. Na de publicatie van ‘Poems’ in 1844 ontving ze een brief van de zes jaar jongere dichter en toneelschrijver Robert Browning (1812-1889), die toen nog vrij onbekend was. Ze ontmoetten elkaar, werden verliefd en trouwden in het geheim in 1846, omdat haar strenge vader zijn kinderen niet toestond om te trouwen. Het stel vertrok naar Italië en ging in Florence wonen. In die jaren schreef ze ‘Sonnets from the Portuguese’. Sonnet nummer 43 werd dus in 1997 door het Engelse volk gekozen als mooiste liefdesgedicht ooit.

.

Sonnet 43

How do I love thee? Let me count the ways.
I love thee to the depth and breadth and height
My soul can reach, when feeling out of sight
For the ends of being and ideal grace.
I love thee to the level of every day’s
Most quiet need, by sun and candle-light.
I love thee freely, as men strive for right;
I love thee purely, as they turn from praise.
I love thee with the passion put to use
In my old griefs, and with my childhood’s faith.
I love thee with a love I seemed to lose
With my lost saints. I love thee with the breath,
Smiles, tears, of all my life; and, if God choose,
I shall but love thee better after death.
.

Programma

Bastiaan van Heijningen

.

De tot voor kort mij volledig onbekende dichter Bastiaan van Heijningen (soms ook geschreven als Heyningen en nee, geen familie) werd in 1865 geboren in Dubbeldam. Op 8 jarige leeftijd verhuisde hij met zus en ouders naar Rotterdam. Rond zijn 20ste studeert hij aan de Poly-technische school te Delft. In Rotterdam treft hem een zware verkoudheid en hij keert terug naar zijn (inmiddels in Amsterdam wonende) ouders. Hij lijdt aan hevige pijn in zijn zij en heeft een hardnekkige hoest. Gevaarlijk lijkt dit aanvankelijk niet, maar na een bloedspuwing  – hij is dan eenentwintig jaar oud- ziet de situatie er nogal hopeloos uit. De ene bloedspuwing volgt op de andere.

Ondanks of misschien dankzij zijn ziekte kan Bastiaan toegeven aan zijn literaire aspiraties. Hij maakt studie van het Italiaans en van de Engelse letteren, vertaalt en schrijft poëzie. In deze laatste jaren van zijn leven ziet hij zijn gedichten en vertalingen in tijdschriften gepubliceerdMede hierdoor maakt hij zich literaire vrienden. Nadat zijn zus sterft in augustus van dat jaar (1889) aan de vliegende tering moet hij opnieuw hevig bloed opspugen. Dit ziekbed komt hij niet meer te boven en op de avond nadat zijn eerste gedichten gebundeld zijn in de bundel ‘Gedichten’ sterft ook hij op 24 jarige leeftijd.

Hoewel zijn werk verschillend beoordeeld wordt is er zeker waardering onder critici. Meer dan een euw na zijn dood wordt er van hem een gedicht opgenomen in de bundel ‘Dichten over dichten’ uit 1994 getiteld ‘Programma’.

.

Programma

.

‘k Beschrijf u niet den boedel der natuur;

Ik tel u niet, mocht ik van rozen spreken,

De blaadjes vóor; gewaag ik van een muur,

Wacht niet, dat ik u het stenental bereken.

.

‘k Tracht den graceur niet naar de kroon te steken;

En haar gelijm, gelik, gepoets, geschuur;

Maar ‘k troost mij lichtlijk over die gebreken.

Ik heb wat gal, wat hoogheid en wat vuur.

.

Mijn zang is vol vertwijfeling en toren,

Er in gestort uit overvloeiend hart,

Vrij schuw dit boekje, wie niets hards kon hooren.

.

O, kon ik zuivrer, liefelijker zingen!

Maar uit den gorgel, dichtgeschroefd door smart,

Zijn eenmaal weeker klanken niet te wringen.

.

Met dank aan Paulien van den Andel, 2010  http://bastiaanvanheijningen.webklik.nl

 

Poëzie en film

Artificial intelligence

.

Het is alweer even geleden dat ik schreef over films die een gedicht als basis hebben. De film AI, Artificial Intelligence uit 2001 is zo’n film. AI (van regiseur Steven Spielberg) is een film over een robot die een echte jongen wil zijn (zoiets als Pinocchio). Dr. Know (met de stem van Robin Williams) citeert in de film uit het gedicht ‘The Stolen Child’ van William Butler Yeats. (Een slimme referentie in een film die veel van de donkere elementen van een sprookje bevat). Yeats publiceerde dit gedicht in 1889 in ‘The Wanderings of Oisin and Other Poems’. Zijn gedicht is gebaseerd op deze Ierse legende en heeft betrekking op faeries die een kind bedriegen om met hen mee te komen.

.

The Stolen Child

.

Where dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake,
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water rats;
There we’ve hid our faery vats,
Full of berrys
And of reddest stolen cherries.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Where the wave of moonlight glosses
The dim gray sands with light,
Far off by furthest Rosses
We foot it all the night,
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the moon has taken flight;
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles,
While the world is full of troubles
And anxious in its sleep.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car,
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star,
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams;
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Away with us he’s going,
The solemn-eyed:
He’ll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast,
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest.
For he comes, the human child,
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than he can understand.

.

 

Dichter op verzoek

Deel 3

.

Het aantal aanmeldingen voor de nieuwe categorie ‘Dichter op verzoek’ begint dermate vormen aan te nemen dat ik besloten heb ook op andere dagen dan de zondag aandacht aan deze categorie te besteden. Vandaag echter eerst deel 3 met een verzoek van Jan Bontje voor een gedicht van Herman Gorter.

Herman Gorter (1864 – 1927) was een bekend Nederlands dichter. Hij was medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij (de voorloper van de PvdA) maar hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte ‘Mei’ uit 1889 dat een volledige bundel beslaat. De openingsregel van dit gedicht, ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ is een staande uitdrukking geworden in de Nederlandse taal.

Uit een heel andere bundel, namelijk ‘De school der poëzie”  uit 1897 het titelloze gedicht van Herman Gorter.

.

O hart, begeef u in de eenzaamheid, –

zooals een jongling in wien voor het eerst

de liefde ontstaat, en, verbaasd voor het teerst

nieuwe gevoel, van zich zelven wegschrijdt,

.

en van de jonkvrouw nog het allerverst

wezen wil, om, wat hem in ’t harte leit,

te kunnen overdenkenom ’t zeerst –

ga zoo mijn hart alleen, en laat het wijd

.

der wereld. Sla de oogen in u zelven,

houd wat gij daar voor waar ziet, ook voor waar,

blijf daarin en kom daar lang niet vandaan.

.

Laat geen verbeelding uw gezicht bewelven,

maar word u over eigen waarheid klaar,

en zie in eenzaamheid haar alleen aan.

.

W.B. Yeats

The Lake Isle of Innisfree

.

Natuurlijk mag de dichter W.B. Yeats in de Ierse dichtersweek niet ontbreken. Waarschijnlijk de meest geliefde dichter onder de Ieren. Toen in 1999 de vraag gesteld werd aan de Ieren door de Irish Times welk gedicht zij als het mooiste Ierse gedicht verkozen kwam daar als winnaar het gedicht ‘The Lake Isle of Innisfree’ uit van William Butler Yeats. Yeats schreef dit gedicht op zijn 23ste in 1889 toen hij in Londen woonde. Het gedicht beschrijft het verlangen van de dichter om terug te keren naar een simpeler en meer natuurlijke leefwijze.

.

The lake Isle of Innisfree

.

I will arise and go now, and go to Innisfree,
And a small cabin build there, of clay and wattles made;
Nine bean rows will I have there, a hive for the honey bee,
And live alone in the bee loud glade.

And I shall have some peace there, for peace comes dropping slow,
Dropping from the veils of the morning to where the cricket sings;
There midnight’s all a glimmer, and noon a purple glow,
And evening full of the linnet’s wings.

I will arise and go now, for always night and day
I hear lake water lapping with low sounds by the shore;
While I stand on the roadway, or on the pavements grey,
I hear it in the deep heart’s core.

.

De echo

Anna Achmatova (1889 – 1966)

.

Dichteres Anna Achmatova is één van de bekendste vrouwelijke dichters uit Rusland. De belangrijkste thema’s van haar werk zijn de liefde en het dichterschap. Haar werk wordt bovendien gekenmerkt door melancholie en teleurstelling, bijvoorbeeld over de tragedie die de revolutie van 1917 in haar land heeft veroorzaakt. Na de tweede wereldoorlog had Achmatova veel last van de officiële communistische kritiek. Ze werd in 1946 uit de Unie van Schrijvers gezet. Ze hield zich hierna in leven door vertaalwerk te doen. Pas na 1956 kreeg ze de mogelijkheid om weer te publiceren. Aan het einde van haar leven ontvang ze onder andere het eredoctoraat van de Universiteit van Oxford. In diezelfde periode verscheen ook haar laatste grote werk ‘Epos zonder held’.

Uit ‘Spiegel van de Russische poëzie’ het gedicht ‘De Echo’.

.

De echo

.

Het verleden is al lang geleden

Wat zou ik erin vinden bovendien?

Grafzerken waarop bloed is vergoten,

Deuren met beton gedicht, misschien

Nog de echo die terug blijft komen

 

Hoezeer ik hem ook om stilte vraag…

Hem is weer hetzelfde overkomen

Als de ander, die ik in mij draag.

.

achmatova

 

%d bloggers liken dit: