Site-archief

Is dit genoeg

Een stuk of wat gedichten

.

In 1983 publiceerde Elsevier in de serie Elseviers literaire serie de themabloemlezing ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten’. Honderd jaar Noord- en ZuidNederlandse poëzie (1880 – 1980) in dertig thema’s samengesteld door C. Buddingh’ en Eddy van Vliet. Dit is deel 1 ( er is ook een deel 2) en de thema’s zijn Afscheid, angst, arbeid, dood, droom & illusie, eenzaamheid, engagement, eros, geluk, god, humor, jaargetijden, kind, liefde en moeder.

Tegenwoordig zouden de samenstellers ongetwijfeld voor andere thema’s kiezen. Vooral de thema’s engagement, arbeid en eenzaamheid vind ik interessant. Uit de bundel ‘Om zo de volledige mens te tonen’ uit 1970 van de dichter J.P. Guépin (1929 – 2006) nam men het gedicht ‘De Tsjechische emigré’ . Na de inval van de Sovjet Unie in Praag (1968) de zogenaamde Praagse lente, vluchten veel Tsjechen naar het Westen waaronder Nederland. Over één van die vluchtelingen gaat dit gedicht.

.

De tsjechische emigré

.

zong hij daarom

het russische volkslied

met zijn schallende stem

in de nachtelijke straten

van Bloemendaal

.

omdat hij vond dat het tijd werd

dat de Russen hier ook eens kwamen,

,

of was hij dronken?

.

Advertenties

Dag van de Limerick

Edward Lear

Limericks worden al  heel lang en heel veel geschreven. De oudst bekende tekst in deze vorm (van 5 regels met een vrij strak metrum, twee drievoetige amfibrachen, twee regels amfibrachen en jambe en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachys)  dateert uit de 13e eeuw en is een gebed in het latijn van Thomas Aquinas en gaat als volgt:

.

Sit vitiorum meorum evacuatio
Concupiscentae et libidinis exterminatio,
Caritatis et patientiae,
Humilitatis et obedientiae,
Omniumque virtutum augmentatio

.

In 1846 publiceert de Engelse kunstenaar, illustrator, musicus, schrijver en dichter Ewdard Lear (1812-1888)  ‘A Book of Nonsense’ met daarin light verse in de vorm van Limericks. Dit boek is zo populair dat er drie drukken van verschijnen. Edward Lear gebruikte de term Limerick overigens niet.

.

There was a young fellow named Lear
Who invented Limericks, we hear,
so now we converse
in humorous verse
on Limerick Day every year

.

Hoe deze vorm van nonsens poëzie zijn naam heeft gekregen is niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat deze verwijst naar de stad Limerick in Ierland. De eerste verwijzing naar de term Limerick komt uit 1880 uit Saint John, New Brunswick krant waar een dergelijke vorm op de wijze van een lied ‘Won’t you come to Limerick’ wordt vertolkt (destijds een zeer bekend lied).

.

There was a young rustic named Mallory,
who drew but a very small salary.
When he went to the show,
his purse made him go
to a seat in the uppermost gallery.

.

In Nederland werd de Limerick geïntroduceerd door Ko Donker in 1911 en populair gemaakt door André van Duin, die zijn Ep Oorklepshow altijd eindigde met een aantal gezongen Limericks.

.

Een volslanke dame uit Asten
Wilde niets weten van vasten.
Want zij had veel trek
In lekkere snack.
En liever de lusten dan lasten

.

Toen ik in 2014 in het plaatsje Limerick was schreef ik de volgende Limerick:

.

Op een eenzame plek* in Ierland

maakte een dichter zichzelf van kant

gestopt met het eeuwige zoeken

en omringd door heilige boeken

want je weet maar nooit waar je belandt

 

* betekenis van het woord Limerick

.

Vandaag, 12 mei, dus Limerick day of de dag van de Limerick op de dag dat Edward Lear in 1812 werd geboren.

.

limerick

Limerick-Day

Met dank aan Wikipedia

 

Van de zee

Willem Kloos

.

Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het  impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.

In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.

Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).

De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.

Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).

.

Van de zee

(aan Frederik van Eeden)

.

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,

De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld

ziet;

De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,

Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.

.

Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,

En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij

vliedt,

Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning

En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

.

O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,

Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;

.

Dan had ik eerst geen lust naar menselijke

belustheid

Op menselijke vreugd en menselijke pijn;

.

Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,

Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.

.

kloos1923

 

 

De Noordzee

Albert Verwey

.

De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ongeveer 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het Impressionisme en het Naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie. De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan. De Tachtigers schreven dus vooral om louter schoonheid te scheppen.

Een van de belangrijkste exponenten van de Tachtigers was Albert Verwey (1865 – 1937). Van hem het gedicht ‘De Noordzee’

.

De Noordzee

.

De Noordzee doet zijn gore golven dreunen
En laat ze op ’t strand in lange lijnen breken.
Zijn voorjaarswater marmren groene streken
En schuim en zwart waaronder schelpen kreunen

Zie van ’t balkon mij naar den einder leunen
Met ogen die sinds lang zo wijd niet keken:
Een droom in ’t hart is me eer ik ’t wist ontweken
En ’t oog wil buiten me op iets komends steunen.

Hoe ben ik altijd weer vervuld, verlaten:
Vervuld van liefde en hoop en schoon geloven;
Verlaten als mijn dromen mij begeven.

Maar dan komt, o Natuur, langs alle straten,
Uw kracht, uw groei, uw dreiging, uw beloven –
Hoe klopt mijn hart van nieuw, van eeuwig leven.

.

 

Verwey

 

Schilderij door Jan Veth.

Pol de Mont

Vlaams dichter Pol de Mont (1857-1931)

.

Via de website van Gaston D. Haese kwam ik terecht op de site met gedichten van de Vlaamse dichter Pol de Mont. Ik had nog niet eerder van deze dichter gehoord maar ik las een gedicht op de website die ik graag met jullie deel.

Pol de Mont werd geboren in Wambeek. Na zijn middelbare studies in het Frans te Ninove gevolgd te hebben, ging hij naar het Klein Seminarie in Mechelen. Hier was het dat hij zijn eerste gedichten schreef en in 1875 zijn eerste bundel ‘Klimoprankske’ liet drukken. Twee jaar later ging hij rechten studeren aan de universiteit van Leeuven. Samen met Albrecht Rodenbach stichtte hij hier ‘Het Pennoen’. In 1880 werd zijn, met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde bekroonde, bundel ‘Gedichten’ gepubliceerd.

Pol de Mont begon zijn carrière als leerkracht aan het atheneum in Antwerpen. In 1904 werd hij benoemd tot conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Een jaar later was hij één van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkele van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon.

Een lied van zijn hand (getoonzet door Jos. de Klerk) werd opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. De eerste regels luiden: ‘Gaan wandelen dat staat ons aan’.

Hieronder het gedicht ‘Nog op mijn lippen’ uit de bundel ‘Zomervlammen’ uit 1922.

.

Nog op mijn lippen

.

Nog op mijn lippen gloeit,
door al mijn aadren schroeit
de kus, van uw lippen ontvangen…
Van zwoele moeheid hijgen nog
mijn longen, en reeds blaak ik toch
van nieuw en aldoor-nieuw verlangen.
.
Uw ogen zien mij aan…,
mijn ogen zien u aan…,
uw handen zoeken naar mijn handen…
Weer vlijt uw blonde hoofd zo teer
zich op mijn borst, en weer, wéér, wéér
mijn lippen op uw lippen branden.
.
Kan men dan dronken zijn
van zoenen als van wijn,
van zoenen, rood als rode bessen ?
0 wonneroes, zo godlik zoet !
0 vlammen in ’t verjongde bloed !
0 dorst, die ‘k, nooit gelest, wil lessen !

.

lippenj

Met dank aan Wikipedia.

Poëzie en wetenschap

Gillian K. Ferguson

.

In 1880 schreef Matthew Arnold in De studie van de Poëzie:

“Meer en meer zal de mensheid  ontdekken dat we ons moeten wenden tot de poëzie om het leven te interpreteren, om ons te troosten, om ons te onderhouden, zonder poëzie, zal de wetenschap onvolledig zijn. Waar we nu religie en filosofie bij de wetenschap betrekken zal dit worden vervangen door poëzie. Wetenschap, zeg ik, zal niet compleet zijn zonder poëzie. Niet voor niets benoemt Wordsworth  poëzie als  ‘de hartstochtelijke uitdrukking, in het aangezicht van alle wetenschap’. En wat is een gelaat zonder uitdrukking ”

Wetenschap en poëzie lijken twee werelden maar zijn dat natuurlijk niet. Hoewel wetenschap gebaseerd is op feiten en rede en poëzie op emotie en verbeelding hebben de twee veel raakvlakken. Of zoals Einstein al zei: “The most beautiful thing we can experience is the mysterious. It is the source of all true art and science.’

Op de website van Gillian K. Ferguson ‘The human genome, poems on the book of life’ schrijft de dichter over juist deze twee schijnbaar tegengestelde werelden.  Niet voor niets heeft ze haar website genoemd naar het genoom (het geheel van erfelijke informatie in een cel).

Gillian K. Ferguson is een Schots dichter. Ze is meerdere malen bekroond als dichter. Haar werk is beschreven als oogverblindend origineel, lichtgevend en moedig intelligent; ze combineert levendige lyriek en sensualiteit met een bijzonder acuut ‘Celtische’ gevoeligheid voor de natuur.

.

The Genome is a Poem

 .

The Genome is a poem –

sung from the lips of God;

 .

original whisper in the dark

beginning, the written Word

that bred blue Earth

among sister stars –

 .

brother planets,

spinster Moon.

  .

Stirred in water molecules,

that gorgeous chemistry –

 .

some thickening of light;

organic fibres – clinging

 .

to a simple idea, somehow,

of existence – evolving life.

.

gillian_ferguson_new

%d bloggers liken dit: