Site-archief

Zwerversverzen

C.S. Adama van Scheltema

.

In mijn boekenkast staan vele dichtbundels en soms als ik bij iemand anders in zijn of haar boekenkast snuffel zie ik ook dichtbundels staan. Zoals bijvoorbeeld een prachtig vormgegeven dichtbundel van C.S. Adama van Scheltema uit 1931, met de nieuwsgierig makende titel ‘Zwerversverzen’.

Carel Steven Adama van Scheltema (1877 – 1924), zoals zijn naam volledig luidt, staat wel bekend als socialistisch dichter. Na zijn studie en kort werkzaam leven in een kunsthandel trad hij toe tot de SDAP en wijdde hij de rest van zijn (korte) leven aan de geëngageerde literatuur.

Hij wilde tot een nieuwe volkskunst komen en bestreed vanuit die gedachte ook de Tachtigers. In ‘De grondslagen eener nieuwe poëzie’ (1907) bestreed hij de “kunst omwille van de kunst”-gedachte, en pleitte in plaats daarvan voor kunst omwille van de mensen om je heen. Zo schreef hij: “Een gedicht moet zijn een muziekstuk van woorden en gedachten, dat door zooveel mogelijk onzer medemenschen kan worden gevoeld en begrepen”. Zijn gedichten vallen dan ook op door de eenvoud. Zijn politieke gedichten worden tegenwoordig niet of nauwelijks meer gelezen, maar zijn natuurgedichten nog wel door liefhebbers van dit genre.

Toch zijn juist zijn politieke gedichten ook interessant, in sommige gedichten is niet meteen duidelijk dat het hier om politiek geëngageerde gedichten gaat. Juist door de eenvoud van zijn taal, de bijna light verse-achtige bewoordingen vind ik het nog heel goed leesbaar en ook best genietbaar. Een voorbeeld uit de bundel ‘Zwerversgedichten’ dat na zijn dood postuum werd uitgebracht door W.L. & J. Brusse’s uitgeversmaatschappij N.V. te Rotterdam is het gedicht ‘Mijn hospita’.

.

Mijn hospita

.

Mijn hospita is weduwe

Van Duitschen middenstand, –

Zij zellef komt uit Schwabenland,

Haar man kwam van de Veluwe.

.

Mijn hospita heeft twee spruitjes:

Hert meisje dat is blond,

Het jongetje is ongezond

En heeft twee bloote kuitjes.

.

Mijn hospita draagt haar boezem

Al vijf jaar uit den rouw,

Vandaag was ze in lichtlilablauw

Met rose moerbeibloesem.

.

Mijn hospita was vanavond

Bijzonder sentimenteel: –

Haar dooden man gedacht ze veel,

Vertelde ze hoogdravend.

.

Mijn hospita speelt met statie

De lieve “Lorelei”, –

Zij zingt er zoo melancholisch bij –

Toch goed van intonatie.

.

Mijn hospita wil mij verleiden –

Nou weet ik het podorie! –

Verduiveld, dat ik dat nou pas zie!

.  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .

Verbeel je eens – wij beiden – ?

.

Advertenties

Endre Ady

Hongaars dichter

.

Al jaren kom ik met enige regelmaat in Hongarije en de laatste 20 jaar vooral in het stadje Hatvan omdat de plaats waar ik werk, Maassluis, een stedenband heeft met Hatvan. De bibliotheek in Hatvan is vernoemd naar een beroemd Hongaars dichter Endre Ady (1877 – 1919).

In het begin van de twintigste eeuw maakten de Hongaarse dichters er aanspraak op dat ze in de voetsporen traden van Sándor Petőfi, schrijvend in een geïmiteerde volkse stijl, maar wars van de visie van Petőfi (en, meestal, van zijn talent) dat blijkbaar niet te evenaren was. Ady was de eerste die brak met de traditie, en de nieuwe moderne stijl propageerde. Hoewel hij zichzelf zag als een eenzaam, verkeerd begrepen revolutionair, kozen in werkelijkheid vele dichters van zijn generatie zijn kant (en velen van hen imiteerden zijn stijl).

Zijn twee eerste dichtbundels toonden niets nieuw; hij was nog onder de invloed van de 19e-eeuwse dichters zoals Petofi of János Vajda. De eerste elementen van zijn eigen stijl kwamen niet voor in zijn gedichten maar in zijn essays en overige geschriften. Ady was zonder twijfel beïnvloed door het werk van Charles Baudelaire en Paul Verlaine. Hij gebruikt dikwijls het Symbolisme, zijn terugkerende thema’s zijn God, Hongarije en het gevecht tot overleven.

het gedicht ‘Bloed en goud’ van Ady is vertaald uit het Hongaars door Rudolf Polak.

.

Bloed en goud

.

Eén zelfde lied dreunt in mijn oren

Bij smart, die kreunt, bij vreugd, die zingt,

Bij ’t bloed, dat stroomt, bij ’t goud, dat klinkt.

.

Ik weet, ik zweer het, dit is: Alles,

Vergeefs de strijd, vergeefs de moed;

Slechts bloed en goud en goud en bloed.

.

En alles sterft en gaat ten onder,

De roem, de rang, het loon, het lied.

Maar bloed en goud, – zij sterven niet.

.

Er rijzen volk’ren en verdwijnen,

Geheiligd is, die thans met moed

-Als ik – verkondigt: goud en bloed.

.

Vergeten dichters

R. de Clercq

.

Onlangs kocht ik in de kringloopwinkel de bundel ‘Een vlucht door zeven eeuwen poëzie’ verzameld en ingeleid door J.P.H. Krijgsman. In deze bundel poëzie vanaf de klassieken als Karel ende Elegast tot dichters als A. Roland Holst en E. Hoornik. Ik weet dan al dat er in zo’n bundel een groot aantal dichters staan die wij met zijn alleen allang vergeten zijn of, misschien vaker nog, nooit van gehoord hebben.

Een dichter die in de laatste categorie valt is wat mij betreft R. de Clercq (1877 – 1932).

René de Clercq was een Vlaams romantisch dichter van natuurgedichten, ambachtsliederen, bijbelspelen, libretto’s van zangspelen en gedichten in het kader van de Vlaamse Beweging (tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij de “bard van het activisme”) en in het kader van de arbeidersbeweging.

Verscheidene van zijn gedichten werden gemeengoed als liedteksten, zoals Tinneke van Heule, De Gilde viert e.a. Vanaf 1920 waagde hij zich ook aan de toondichtkunst. Zijn eest gekende bundels zijn: ‘Natuur’ (1902), ‘Liederen voor het volk’ (1903), ‘Toortsen’ (1909, algemeen beschouwd als ‘socialistische’ poëzie), ‘De Noodhoorn’ (1916, activistische strijdgedichten, cultbundel bij jonge flaminganten in de twintiger jaren, meerdere sterk aangevulde herdrukken).

Op de website http://schrijversgewijs.be/schrijvers/de-clercq-rene/ staat een uitgebreide bio- en bibliografie en wordt de waarde van zijn werk als “zeer relatief” omschreven. Desalniettemin is er tegenwoordig in zijn geboorteplaats Deerlijk een museum in de voormalige Herberg waar hij destijds geboren werd en is hij dus opgenomen in deze verzamelbundel uit 1938. Uit deze bundel, oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De Noodhoorn’ het gedicht ‘Ik ben van den buiten’.

.

Ik ben van den buiten

.

Ik kreeg van mijn ouders,
Van ieder mijn part;
Van vader mijn schouders,
Van moeder mijn hart.
Ik vocht om mijn stuiten
Met zuster en broêr;
Ik ben van den buiten,
Ik ben van den boer!

Bij d’eigensten pachter,
Eerst koeier, dan knecht;
Mijn klakke van achter,
Mijn hoofd immer recht;
Zoo dien ‘k om mijn duiten,
En teer op mijn toer:
Ik ben van den buiten,
Ik ben van den boer!

Ik zout en ik zaaie,
Ik eg en ik ploeg;
Ik mest en ik maaie,
Ik zweet en ik zwoeg.
Ik klets op de kluiten
En glets in de moer:
Ik ben van den buiten,
Ik ben van den boer!

En hebben de zeisens
Gezinderezint;
De mallende meisens
De wagens gepint;
Dan zit ik te fluiten
Van boven op ’t voer:
Ik ben van den buiten,
Ik ben van den boer!

.

Ballade aan de maan

Theo van Ameide

.

Theo van Ameide is het pseudoniem van Johan Hendrik Labberton. Labberton was een Nederlands jurist, dichter en essayist (1877 – 1955), geboren in Ameide (wat zijn pseudoniem verklaart).

Hij publiceerde een bundel gedichten onder de titel ‘Lof der wijsheid’ (1906), poëzie die eerder verscheen in het tijdschrift  ‘De Beweging’. In dat tijdschrift nam hij deel aan de discussie over ‘bezielde retoriek’ met bijdragen waarin hij pleitte voor ‘een nieuwe rethoriek’ (1913), een herstel van de ‘oude’ beelden en metaforen, mits doorvoeld en natuurlijk toegepast.  In 1912 verscheen zijn tot dan toe verschenen poëzie in ‘Verzamelde gedichten: 1906-1912’.

Pas in 1941 verscheen opnieuw poëzie van hem met het langere gedicht ‘Eeuwige lente’, in 1950 gevolgd door ‘Aarde en hemel: een gedicht’. De poëzie van Theo van Ameide heeft een filosofische strekking en is geschreven in een verheven retorische stijl.

.

Ballade aan de maan

.

Wij zijn te zamen maar alleen,
mijn bleke liefde, en over tijden
en ruimten gaat mijn mijmring heen
met u door lege luchten glijden;
daar kan geen tegenstand ons beiden;
gij ziet mij van de hemel aan,
als vroeg gij: waarom al dit lijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ik ben maar liefst met u getweên,
gij zijt althans niet van de blijden,
gij kunt begrijpen, dat ik ween,
wen gij uw tere glans gaat breiden
en dromen weeft om dorre heiden,
een parel tovert in een traan….
Gij zoudt mij willen leeds bevrijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Hoe dikwijls, ach, hoe dikwijls scheen
mijn wezen ook, van de aard gescheiden,
niets, niets te blijven dan alleen
een oog dat schouwde, een oog dat – schreide….
.
Mijn arm verlangen, dat bij zijden
verheven machteloos blijft staan,
heet gij vergeten, heet gij mijden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.
.
Ook gij….toch moet ik U benijden:
gij drijft, een glimlach, rond uw baan….
Begeer ik ook zo stil te weiden?
….Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.

.

Verschenen in ‘De Beweging’ in 1912.

.

moon

Endre, Ady

Hongaars dichter

.

Dagelijks zie ik de naam van Ady Endre, een Hongaars dichter die leefde van 1877 tot 1919, in mijn kantoor. In de Hongaarse stad Hatvan, waar Maassluis een stedenband mee heeft, is de naam van de bibliotheek de Ady Endre bibliotheek. In Hongarije is het heel gewoon om scholen en ook bibliotheken de naam van een dichter of schrijver te geven. Nu schreef ik al eerder over Endre op 20 juni 2012. Maar ik kwam een gedicht van hem tegen en wilde dit met jullie delen.

Ady Endre, dichter, journalist en schrijver van korte verhalen wordt ook wel ‘het geweten van Hongarije’ genoemd. Endre is bekend door zijn gedurfde gedichten waarin de zinnelijke liefde wordt gevierd maar hij schreef ook religieuze en revolutionaire gedichten. De manier waarop hij zich uitdrukte was radicaal in vorm, in taal en inhoud, in het mengen van erotiek, politiek, en bijbelse verwijzingen met apocalyptische visioenen. Hieronder een liefdesgedicht van Endre in het Hongaars en vertaald in het Engels.

.

Mert engem szeretsz

Áldott csodáknak
Tükre a szemed,
Mert engem nézett.
Te vagy a bölcse,
Mesterasszonya
Az ölelésnek.
Áldott ezerszer
Az asszonyságod,
Mert engem nézett,
Mert engem látott.
S mert nagyon szeretsz:
Nagyon szeretlek
S mert engem szeretsz:
Te vagy az Asszony,
Te vagy a legszebb.

.

In het Engels vertaald is de titel van het gedicht ‘Because you love me’.

.

Because you love me

Your eyes are mirrors 
of blessed marvels, 
for they have seen me; 
you are the mistress, 
the cunning woman 
of the caress. 
A thousand times blessed 
are you as woman, 
for you have seen me 
and looked at me. 
Because you love me 
I also love you, 
because you love me 
you are the woman, 
you are the fair.

.

endre

iCE KiNG

Epic Centre: metalmuziek en poëzie

.

De Belgische muzikant iCE KiNG is een muzikant als geen ander. Alleen vergezeld van een elektrische gitaar maakt hij lange epische nummers vol variatie. De muziek is Keltisch geïnspireerd, maar zijn aanpak en vooral de elektrische gitaar verhindert eenieder om hier van folk te spreken. De zang is gevarieerd en de teksten zijn gebaseerd op bijna vergeten poëtische geheimen.

Zo is het nummer Lost and found een muzikale transcriptie en aanvulling van het gedicht ‘On a Roman Helmet’ van William Henry Ogilvie (1869-1963). In het nummer 1103 B.C. gaat iCE KiNG nog verder terug in de tijd, met aangepaste tekstfragmenten uit ‘The History of Britain’ van John Milton (1608-1674) – beter bekend van het epische gedicht ‘Paradise Lost’. De muziek vertoont hierbij een erg complex, harmonisch en mysterieus karakter.

Het nummer Lord Lochinvar is een middeleeuws aandoende ballade, met een tekst die gebaseerd is op ‘Lochinvar’ van Sir Walter Scott (1771-1832) – de auteur van onder andere ‘Ivanhoe’. Maar niet alleen Engelstalige nummer staan er op deze (in eigen beheer) uitgebrachte CD.

Toppen av isberget is Zweeds voor de spreekwoordelijke top van de ijsberg. Heel het nummer is dan ook in het Zweeds gezongen. Het is een herwerking van het gedicht ‘Du Gamla, Du Fria’ van Richard Dybeck (1811-1877).

.

De CD Epic centre kent 9 nummers.

Hieronder de tekst van On a Roman helmet van William Henry Ogilvie.

.

A helmet of the legion, this,

 

.

That long and deep hath lain,

Come back to taste the living kiss

 

.

Of sun and wind again.

Ah ! touch it with a reverent hand,

 

.

For in its burnished dome

Lies here within this distant land

 

.

The glory that was Rome I

The tides of sixteen hundred years

 

.

Have flowed, and ebbed, and flowed,

And yet — I see the tossing spears

.

Come up the Roman Road;
.

.

De helm uit dit gedicht werd bij opgravingen gevonden die werden verricht bij het oude Romeinse kamp bij Newstead (in de buurt van Melrose aan de voet van de Eildons of Trimontium). Samen met andere Romeinse objecten is de helm nu te zien in het Oudheidkundig museum in Edinburgh.

.

Meer informatie over iCE KiNG op: http://www.darkentries.be/nl/interviews/?iid=503

.

iCE KiNG

 


			

Gedichten op vreemde plekken

Deel 10: Het station
.
Hier op de foto, de onlangs overleden dichter Simon Vinkenoog bij een gedicht van Guido Gezelle; Dichtersgeest, in het station van het Belgische plaatsje Denderleeuw.

.

Op 26 juli 1877 reisde Guido Gezelle van Kortrijk naar Brussel, maar had in het spoorwegstation in Denderleeuw een oponthoud van een goed half uur. In die korte tijdspanne heeft hij een van zijn treffendste gedichten’O Dichtergeest’ geschreven en noteerde er de plaats en datum onder. Zaterdag 16 juni 1977 werd de gedenkplaat met dat gedicht aangebracht in de toegangshal van dat station: geen reiziger betreedt of verlaat de stationshal zonder voorbij die plaat te stappen.

.

O dichtergeest

o Dichtergeest, van wat al banden
hebt gij mij, armen knecht, verlost,
en, uit uw’ handen,
wat heeft uw’ dierste gunst mij weinig werks gekost!
Gij Godlijk wezen doet mij leven
waar menig andre sterven zou,
en ongegeven
is nog de groote gift waarom ‘k u derven wou.
Gij zijt genezing, en de wonden,
de diepe, o wondre, toen gij, teer,
die hebt gevonden,
getint en toegetast, zijn gave en zonder zeer.
Hoe menig werf, hoe duizend malen
hebt Gij, o Geest, mij dit gezeid:
maar hoe verhalen?
‘ik gevoel ‘t, en zuchte, eilaas, naar uw’ welsprekendheid!
.

.

.

%d bloggers liken dit: