Site-archief

Rotterdams Kunstgesticht

Poetry International 

.

Soms kom je iets tegen waarvan je eigenlijk het bestaan helemaal vergeten was. Dit gebeurde mij pas geleden toen ik een overvolle kast aan het leegruimen was. Achterin de kast kwam ik een uitgave tegen van het Rotterdams Kunstgesticht uit 1987. Een boek in een A3 formaat, gedrukt en uitgegeven ter gelegenheid van Poetry International 1987.

In dit fraaie boek zijn 4 Nederlandstalige gedichten van auteurs opgenomen die in dat jaar een bijdrage aan Poetry International leverde. Het zijn de dichters Hans Tentije, Harry ter Balkt, Stefan Hertmans en Geert van Istendael. De bijbehorende prenten zijn gemaakt door kunstenaars die zijn aangesloten bij het Rotterdams Kunstgesticht te weten Corinne Boureau, Michiel Brink, Gerard Immerzeel en Veronique Declerq.

Het boek werd in een oplage van 100 stuks gemaakt en ik bezit nummer 93. Van Hans Tentije is het gedicht ‘Schemeringen V’opgenomen.

.

Schemeringen V

.

Maar wat als in de nanacht

plotseling ’t schreeuwen van een pauw

over de tuinen gaat

en er niets veraf of belendende

is dat ’t opneemt

.

wanneer ’t lokkende, heser

nog terugkeert en zichzelf niet vindt

.

als er tussen verlatenheid en echo

geen andere speling meer bestaat, vlam van zee

de schemer is die wat hij vergroot heeft

blijvend ook omhult

.

en zo in alle vroegte ieder

aanbreken verdraagt –

.

ligt daar de stilte van ’t innerlijk?

.

wij water

A. Gerits

.

In de serie Haagse Cahiers, een letterkundige reeks onder redactie van Johan van Nieuwenhuizen, verscheen in 1966 deel 9 van dichter A. Gerits. Anton H.J. Gerits (1930) was antiquaar en schrijver maar hij gaf ook veertien dichtbundels uit. In 1993 werd hem de Literaire Prijs van de Provincie Gelderland toegekend voor de cyclus ‘Tot dolen en dromen ontwaakt’, een eerbetoon aan Ida Gerhardt. Hij was lid van het Amsterdamse Dichterscollectief 2006, dat voortkwam uit Literaire Uitgeverij De Beuk.

In ‘wij water’ dat aan zijn vrouw is opgedragen en dat in een oplage van 100 stuks op een handpers is gedrukt, staan 18 gedichten. In de bundel op pagina 19 zitten twee identieke kleine briefjes, een erratum, waarom te lezen staat dat de 8e regel van het (titel) gedicht ‘wij water’ moet zijn ‘er blijft ons niets te wachten’ in plaats van ‘er blijft ons niet te wachten’. Zelfs in een, met veel aandacht en oog voor kwaliteit gedrukte bundel kan een foutje sluipen.

De meeste gedichten in dit Cahier zijn in de ‘wij’ of de ‘ons’ vorm geschreven. Ik koos, speciaal omdat het vandaag zondag is, voor het gedicht ‘Zondag’.

.

Zondag

.

De straten zijn van boven dicht.

In smalle gangen gaan wij rond

als muizen, klein, en bang voor licht.

Wij speuren nauwelijks de grond.

.

Wij lopen in de lege val

onszelf in kerken opgezet

en nemen wat ons redden zal

met valse schaamte mee naar bed.

.

Wij slapen naar de nieuwe dag,

de straten baden in het licht,

maar wie van ons dit wonder zag,

deed ’s morgens vroeg de ogen dicht.

.

%d bloggers liken dit: