Het huis

Martinus Nijhoff

.

De verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff ( Bert Bakker, 1975 vijfde druk) beslaat maar liefst 532 pagina’s. Na alle bundels die in deze verzameling zijn opgenomen staan aan het einde van het boek nog een aantal nagelaten gedichten. Het gedicht ‘Het huis’ is daar één van.

.

Het huis

.

Op akkerland, met duinen in ’t verschiet,

staat, in de schaduw van nabij geboomt,

het huis dat ik ontruimde en achterliet,

en dat thans door de vijand wordt bewoond.

.

De bomen zijn, naar ik verneem, geveld;

’t huis werd een kazemat, en het terrein

– indien het waar is wat mij  wordt gemeld –

moet in een mijnenveld herschapen zijn.

.

Dit zegt men. Maar het huis zelf deelt mij mee

wanneer het in mijn dromen tot mij spreekt:

ik heb bericht ontvangen van de zee,

dat straks een reinigende storm opsteekt.

.

De koffieclub

Yahya Hassan

,

In een kringloopwinkel kwam ik de bundel van Yahya Hassan tegen. In mijn herinnering was hier bij publicatie nogal wat om te doen. Ik kocht de bundel en thuis zocht ik het op. De Deense Yahya Hassan (1995), zoon van Palestijnse vluchtelingen, schreef deze bundel in 2013 op 18 jarige leeftijd. Toen hij 13 was kwam hij in een jeugdinternaat terecht waar hij een grote belangstelling voor literatuur ontwikkelde.  Dostojevski, de Deense dichter Michael Strunge en in het bijzonder het autobiografische werk van Karl Ove Knausgård waren zijn inspiratiebronnen.

Zijn dichtbundel werd lovend en als vernieuwend ontvangen en maakte veel discussie los over de migratiepolitiek in Denemarken. Van de bundel werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht.

De dichtbundel is een aanklacht tegen zijn ouders maar ook tegen moslimimmigranten in het algemeen, die volgens hem met de Koran in de hand alles doen wat die Koran verbied. Met een virtuoos gevoel voor ritme en klank, rauwe en pure woorden, en bijzondere taalvondsten vertelt Hassan zijn verhaal.

Hert gedicht ‘De koffieclub’ gaat over een ervaring in het jeugdinternaat.

.

De koffieclub

.

Op alle afdelingen van Solhaven

hangt een nummer op het prikbord

dat de groepsleiders kunnen bellen

als ze zelf de gemoederen niet kunnen sussen

dan komt er assistentie van de directeur

en andere boeren komen aandraven

en als iedereen klappen heeft gehad en naar zijn kamer is

gestuurd

drinken ze koffie

boven blanco formulieren voor gebruik van geweld

.

2500!

Zichtbaar alleen

.

Op 1 oktober 2007, bijna 10 jaar geleden, plaatste ik mijn eerste bericht op dit blog. Toen nog onder web-log.nl. Dat eerste bericht was een aankondiging van mijn debuutbundel samen met Ruben Philipsen, fotograaf en kunstenaar, getiteld ‘Zichtbaar alleen’. Dat is ook de reden dat dit blog die naam heeft.

Om wat meer publiciteit te geven aan het feit dat ik een poëziebundel ging publiceren ben ik dit blog begonnen maar al snel na publicatie en presentaties van de bundel was ik daarover uitgeschreven. Vanaf dat moment begon ik ook over de poëzie van anderen te schrijven. Tegenwoordig schrijf ik eigenlijk nog uitsluitend over de poëzie van anderen en af en toe plaats ik nog een gedicht van mezelf onder de categorie ‘Gedichten’.

Vandaag op 10 juli plaats ik mijn 2500ste bericht. Als je me destijds had gezegd dat ik over 10 jaar nog steeds op dit blog zou schrijven en dat ik dan 2500 berichten verder zou zijn, zou ik je denk ik met een meewarige blik hebben bekeken.

Vandaag is dat anders. Over poëzie is zoveel te vertellen en te schrijven, daar ben je nooit klaar mee. Dus op naar de 5000. Om even stil te staan bij die eerste blog op 1 oktober 2007 hier een gedicht uit de bundel ‘Zichtbaar alleen’ met de titel ‘In het hardste graniet’.

.

In het hardste graniet

.

Het gevoel van het

ruwzachte fluweel aan zijn handen

van het allesomvattende

textiele schild

zijn borstrok, zijn harnas

in vallende plooien

maakte hem groter dan groot

.

Nu in het hardste graniet

de persoon en zijn bescherming

naast hem de vlucht en de blik

scherp als een jager

een herinnering aan het

gepantserd gezag, uit een tijd

die dit toeliet

.

Eater

Bart Chabot

.

Pas geleden was ik in Vlaanderen, in Damme; het boekendorp (las ik toen ik het dorp uitreed). Het was me wel opgevallen dat er drie boekhandels waren (waarvan 1 gesloten) maar om je dorp dan meteen boekendorp te noemen. In één van de twee winkels die wel open waren, bekeek ik de afdeling poëzie. Een paar plankjes met, vooral oude en vrijwel uitsluitend Vlaamse, poëziebundels. Met één uitzondering; ‘Popcorn’ van de Haagse dichter/schrijver Bart Chabot.

Dat verwachtte ik niet. De grote, wat bekendere dichters wellicht maar Bart Chabot. Thuis heb ik ‘Popcorn’ er maar weer eens bij genomen. De bundel dateert alweer van 1981 maar de gedichten staan nog steeds als een huis. Vooral het pagina durende gedicht ‘Tijdelijk Vernieuwde Avonturen van G-man Jerry Cotton Jr.’ in ‘Zijn Laatste Opdracht’, België, 22 fr.’, heerlijk absurdistisch en over the top.

Omdat dit een wel erg lang gedicht is (maar probeer de bundel te pakken te krijgen en lees het) koos ik voor hier het gedicht ‘Eater’ uit de bundel.

.

Eater

.

‘Eater’ op de rug van ’t zwarte jack

& een prijs op zijn voorhoofd

het leer klontert om z’n huid

.

helden komen als lijken bovendrijven

kussend hun schouders van marmer

sjouw je god mee op je t-shirt

dood idool krimpend in de was

.

wat gebeurd is wordt een incident

beeld voor beeld verbogen

.

een mond veegt langs de randen

van het verleden, samengesteld

uit opgegraven woorden

& elke letter staat terecht

.

een leven werd in tijd herschreven

daden vallen als haren uit

.

een prijs op zijn voorhoofd

het leer klontert aan z’n huid –

je hebt vast weleens van ‘m gehoord

.

 

Kedinkedonkel

Versvormen

.

Verzen zijn er in vele soorten en maten en er komen er ook nog steeds bij. De Kedinkedonkel lijkt op het Ollekebolleke, door drs. P bedacht en genoemd in zijn oude boekje “Het Rijmschap” (1982). Het is nooit iets geworden, omdat het ollekebolleke nou eenmaal het ollekebolleke is en dat bekt nu eenmaal lekkerder dan kedinkedonkel, maar is toch vermeldenswaard vanwege de rijmvoet (kort-lang-kort-lang-kort), die waarschijnlijk Dasius heet.

De Kedinkedonkel bestaat uit twee maal 4 regels met als rijmschema abcd efgd, als metrum dus dasius en de zesde regel is een woord van vijf lettergrepen.

.

Kedinkedonkel

.

Zojuist geboren
Een nieuwe versvorm
( De vader maakt het
Gelukkig goed)

De naam van ’t kind is
Kedinkedonkel
Wat u vooral niet
Vergeten moet.

.

Aan den uitgever

G. Brandt Maas

.

Ik hou van bijna vergeten dichters, vaak zijn dit dichters die enige bekendheid hebben gehad in een bepaalde tijdsperiode maar is hun bekendheid tot die periode beperkt. Grappig genoeg doen veel van dit soort namen toch altijd wel ergens een belletje rinkelen. Bij de dichter G. Brandt Maas, de dichter die ik vandaag in deze categorie wil behandelen, is dat maar zeer de vraag. In de bundel ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw (samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters, 1994), staat Brandt Maas met twee gedichten.

Maar na enig speurwerk kom ik toch niet veel verder dan dat deze beste man (?) in de eerste helft van de 19e eeuw vooral vertaalde uit het Duits en het Engels. In dit geval kun je dus wel spreken van een vergeten dichter. Het gedicht ‘Aan den uitgever’ werd oorspronkelijk gepubliceerd in “Gedichten, deel I’. Vooral de laatste regel spreekt mij als uitgever van MUG books erg aan want zo is het maar net.

.

Aan den uitgever

.

Zou het mij hetzelfde wezen,

Wat gij aan mijn boekje deed?

Man! wenscht gij te zijn geprezen

Zorgt dan, dat gij ’t netjes kleedt.

’t Zij een hupsch, aanvallig klantje,

Zoo door letter als papier;

Keurig ook door ’t proper bandje,

Wel eenvoudig, maar met zwier.

Laat een prentje dan ook prijken

Op het zindlijk titelblad;

Geef te lezen en te kijken,

Elk zijn’ smaak en ieder wat.

Neen, het zijn geen grilligheden,

Dat die zorge u wordt verzocht;

’t Heeft gewis zijn goede reden,

Wel getooid is half verkocht!

.

Antoinette Sisto (1963 – 2017)

Stilstaan bij een overlijden

.

Gisteravond bereikte mij van een aantal kanten het afschuwelijke en in en in verdrietige bericht dat dichter, vertaler, redacteur van Meander en geweldig mens Antoinette Sisto, na een tweede hersenbloeding, afgelopen maandag is overleden.

Ik heb Antoinette leren kennen bij het WAK festival in Den Haag in 2014 waar we beide gedichten mochten voor dragen. Ik kocht daar haar bundel ‘Dichter bij de dagen’ waar ik van onder de indruk was. Ik nodigde haar uit om bij Ongehoord! te komen voordragen, zij interviewde mij voor Meander en nodigde mij uit om een gedicht voor De Vallei te schrijven.

Onze paden bleven elkaar kruisen, ik schreef recensies over haar bundels ‘Iemand moet altijd gemist worden’ waar ze mij voor de presentatie vroeg en door een stommigheid vergat op te komen dragen en haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ waar ze me opnieuw voor vroeg. Voor mij tekende dat ook de mens Antoinette, vriendelijk, vergevingsgezind en overall een mooi mens.

En nu is ze op een veel te jonge leeftijd overleden. Weggerukt uit het volle leven. Vorige maand nog nodigde ik haar uit om voor te komen dragen bij de slotmanifestatie bij de Week van de Cultuur in Maassluis. Ze wilde graag maar was nog te ziek om te komen. Ik had juist haar gevraagd omdat ik wist dat haar poëzie, waar ik zo van hou, prachtig zou passen bij de ambiance van deze slotmanifestatie. Het mocht niet zo zijn.

Met het overlijden van Antoinette verliezen we een prachtige dichter, een geweldig lieve vrouw en we zullen haar missen. Ik wens haar moeder en haar vriend en iedereen die Antoinette kende en waardeerde heel veel sterkte toe in deze zware en moeilijke tijd.

Uit haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’ het gedicht ‘Ik teken de zon’.

.

Ik teken de zon

.

Jouw weg is nu verdonkeremaand

de gekartelde lijnen van rivieren

iemand vaagde ze uit

met gum gedecideerd

welke hand van bovenaf was dat?

.

Sinds jaar en dag loop ik

de drassige hoofdweg af

bossen vol mosgrond sla ik in.

.

Platanen boots ik na

met schaduwhanden

contouren van een onzekere toekomst

knip ik weg, ik teken de zon

zoals hij in kinderschetsen straalt

plat, honinggeel

.

een draaglijk beeld voor heel even.

.

Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken

Simon Vinkenoog

.

Ik lees een engelstalig stuk over dichters en drugs en onwillekeurig gaan je gedachten dan toch naar de bekendste wietrokende dichter die Nederland ooit kende,  Simon Vinkenoog. In de bundel ‘Eerste gedichten’ uit 1966 staat een gedicht met een intrigerende titel ‘Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken’. Of dit gedicht onder zekere invloed is ontstaan weet ik natuurlijk niet maar dat doet er ook eigenlijk niet toe.

.

Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken

.

een kraan het hoog geluid van liefde fluit
een waterstraal die onverslapte aandacht tikt
een dronken boodschap in de brievenbus
een onverwacht bezoek aan de deur gevonden

de zee die door de straten weifelt
de zon een onbeholpen minnaar op mijn huid
en de doofstomme takken van de bomen
in mijn ogen et cetera

Tenzij ik jaren op je wachten wil
en op je mond het stempel ongeopend druk

als met een zegelring die woorden bloed
en vlijt in de nagels drijft

de handen die niets meer weten
van het feest dat morgen
in de cijfers van het heden
wijdbeens staat geplant

.

Slechtste poëzie in het universum

Paula Nancy Millstone Jennings

.

In de, van oorsprong, radio comdey ‘The Hitchhiker’s guide to the Galaxy’ van Douglas Adams, komt de naam voor van Paul Neil Milne Johnstone als zijnde de dichter van de slechtste poëzie in het universum, op de voet gevolgd door de poëzie van de Azgoths of Kria en de Vogons. Johnsone had met Adams op school gezeten en ze hadden zelfs een prijs voor Engels gewonnen met neprecensies over hun eigen gedichten. Toen The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy een hit werd (boeken, graphic novels, film, toneelstuk) verving Adams de naam van Johnstone voor die van het fictieve personage Paula Nancy Millstone Jennings. Paul Neil Milne Johnstone werd later redelijk succesvol in de poëziewereld als redacteur en festival organisator.

Een voorbeeld van een gedicht van Paul dat in alle navolgers aan Paula werd toegewezen:

.

The dead swans lay in the stagnant pool.

They lay. They rotted. They turned

Around occasionally.

Bits of flesh dropped off them from

Time to time.

And sank into the pool’s mire.

They also smelt a great deal.

.

Een voorbeeld van hele slechte Vogon poëzie:

.

See, see the underground sky
Marvel at its big black depths.
Tell me, Amy do you
Wonder why the human ignores you?
Why its foobly stare
makes you feel stiff.
I can tell you, it is
Worried by your huftled facial growth
That looks like
A cheese.
What’s more, it knows
Your prissy potting shed
Smells of grapes.
Everything under the big underground sky
Asks why, why do you even bother?
You only charm noses.

.

In 2012 werd er in Londen zelfs een Vogon Poetry Slam georganiseerd. Voor de slechtste poëzie of zoals ze daar adverteerden ‘a celebration of Geekery and gut-wrenchingly bad poetry’.

.

 

Pero Senda

Stille ballade

.

Op woensdag 28 juni jongstleden was het de geboortedag van mijn vriend en collega dichter Pero Senda. In 2013 stierf hij een veel te vroege dood. Zijn hartelijkheid en mooie verhalen mis ik nog steeds. Pero Hrvoje Senda kwam in 1993 naar Nederland met zijn gezin als vluchteling voor het oorlogsgeweld in het toenmalige Joegoslavië (Bosnië).

In 1997 was hij één van de winnaars van de Dunya Poëzieprijzen met zijn gedicht ‘De vrouw’ elders op dit blog te vinden. Het jaar daarna heb ik hem voor het eerst ontmoet en in 1999 kwam met hulp van de gemeente Maassluis zijn eerste dichtbundel uit ‘Krhotine’ of ‘Brokstukken’ waarin hij veel verwerkte van wat hij had meegemaakt.

Uit deze bundel het gedicht ‘Stille ballade’.

.

Stille ballade

.

Ik vertrok, me van jouw leugens bewust

Kleurrijke helden schonken je veel meer lust

Ik hoorde je vloeken: lafaard, zo van mij scheiden

Nou, goed dan liefste, zij mogen je leiden

Je bent een vreemde, grillige en kokette

Donkere dame, blondine of brunette

Ik was niet goed genoeg voor jou

Die andere bleef je liever trouw

Voor liefde zal het te laat nu zijn

Je bleef niet bescheiden, je bent niet meer rein

Duister is je verleden, toen viel je uiteen

Geen pad is er meer, waar kun je nog heen

Wat betekenen mijn sonnetten en romances

Als jij meer gesteld bent op verre avances

Nog steeds ben jij de gekrenkte dame

Vol wrok, met niemand ben je meer samen

Ach, zouden er maar nieuwe minnaars komen

Maar die zijn onverschillig voor enkel dromen

Ik besta niet langer, en steeds minder luid

Spreek ik jouw naam – Bosnië – nu uit

.

 

%d bloggers liken dit: