Van Kooten en de Bie

Detlov P. van Paasen

.

In de column van Sylvia Witteman in de Volkskrant van zaterdag 13 april schrijft ze: “.. er is altijd wel wat te vinden waarbij genoeg tijd overblijft voor het scheppen van veelbelovende dichtbundels (Ruiter langs drijfzand)…”. Wanneer ik zoiets lees word ik meteen nieuwsgierig. Die titel zegt me namelijk helemaal niets. En omdat ik weet dat er nog zoveel titels zijn van dichtbundels die ik niet ken, ga ik dan op zoek; wie is de dichter? wanneer is het uitgegeven?

Wat schetst mijn verbazing als ik dan op een pagina van de (overigens geweldige website) dbnl.org terecht kom met als titel: ‘Het groot bescheurboek’ van van Kooten en de Bie uit 1986. Die pagina begint met de introductie van de Groenlandse dichter Uhughuanajoq Pilakapsak (1885-1926). Uiteraard is dit een gefingeerde dichter die is ontsproten uit de geniale breinen van van Kooten en de Bie. Dan lees ik: “Deze meest vooraanstaande dichter van het Noordelijk IJsgebied (Nobelprijs 1925), werd nog niet eerder in de Nederlandse taal vertaald. Wij vroegen vier vooraanstaande vertalers hetzelfde gedicht te vertalen.”.

Daaronder een ‘Groenlands gedicht’ in het Groenlands. Nu dacht ik dat men in Groenland Deens sprak (en dat klopt) maar er wordt ook Kalaallisut gesproken. Nu lijkt het me sterk dat dit Kalaallisut is (volgens Google translate lijkt het nog het meest op Somalisch!) en waarschijnlijk is het een hoop flauwekul. maar dan volgen er maar liefst 4 vertalingen van de meest uiteenlopende én bijzondere ‘wetenschappers’ te weten:

Peter de Munck (1938), wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Arctisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Leiden, Wonno Bleijleven (1943),studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent, Hans Boerema (1921), ex-conrector van het Colijnlyceum te Zwolle en tenslotte Detlov P. van Paasen (1933). Dichter. Publiceerde Pendule (1949), Ruiter langs drijfzand (1951) en De pendule in het drijfzand (1983).

Natuurlijk is dit allemaal grote flauwekul maar zo slim en creatief bedacht door van Kooten en de Bie dat ik jullie hier het gedicht van Uhughuanajoq Pilakapsak en  de vertaling van dichter Detlov P. van Paasen niet wil onthouden. Voor alle ‘vertalingen’ (die heel verschillend zijn) kun je terecht op https://www.dbnl.org/tekst/bie_003groo01_01/bie_003groo01_01_0161.php

.

Aunerit e Aungêq
.
Nuliajuk a Amingat aka kivka
Mataluk atsiaq pibloktoq
Pu lorssuaq
Inuktomajoq
Qagsse osse mausurniq
Kivkaq oe padloq
Qujanaq qujanaq kivlaq umaga
Ajorpot kisiek ajingilat
.
.
Het gesmolten ijsje
.
De zon noch de maan
krijgen hem klein.
Dat zou ook te dol zijn.
Ik ben immers
de Grote IJseter?
De snackbar staat stampvol,
mijn ijsje is gevallen.
Dank je wel. Jij bent het
die mij een nieuw ijsje doet.
En alles komt weer goed.
.
.

Advertenties

Stormspinsel

Liefdespoëzie

.

In het begin van 2019 gaf ik via mijn uitgeverij van poëzie MUG books de bundel uit van de Vlaamse dichter Evy van Eynde, getiteld ‘Zal ik liefde noemen’. In deze bundel staan prachtige liefdesgedichten en omdat ik in de stemming ben (liefdespoëzie kan eigenlijk altijd) wil ik hier graag nog een gedicht uit deze bundel met jullie delen. De bundel is te koop bij de dichter https://evyvaneynde.wordpress.com/2019/01/20/zal-ik-liefde-noemen-3 voor de mooie prijs van € 12,50.

Ik koos voor het gedicht ‘Stormspinsel’ uit het hoofdstuk ‘Een beek | Een zee’. Wil je Evy live aan het werk zien en horen dan kun je terecht tijdens de Poëziebustoer van dit jaar (5 t/m 11 augustus) in een aantal Nederlandse en Vlaamse steden. Hou https://poeziebus.nl/ in de gaten voor de dienstregeling in augustus.

 

Stormspinsel

.

Het dondert en het bliksemt

en het hagelt sabels

rondom mij

.

spin mij

een flinterdun vliesje

.

Op rijstpapier

en rozenblaadjes

pen je me zoet

.

dat je me ziet

dat je me wilt

dat je me doet

.

In de storm die mij belaagt

me wankelen laat, plaag

jij me vloeibaar

.

in een cocon

van malse regen

.

In badpak

(Bijna) vergeten dichter

.

Halbo Christiaan Kool (of H.C. Kool zoals hij bekend stond) leefde van 1907 tot 1968 en was  dichter, journalist, criticus en vertaler. Al voor zijn debuutbundel ‘De Tooverformule’ in 1930 had Kool een reputatie als Nederlands jongste dichter en is later als een literair wonderkind bestempeld. Hij heeft, ondanks de steun van H. Marsman, deze belofte echter nooit helemaal waar kunnen maken. Desalniettemin bleef Kool zijn gehele leven dichten en schrijven. Zo schreef hij 6 dichtbundels en verzorgde verschillende bloemlezingen.  Zijn werk, vooral uit de jaren dertig, is sterk geëngageerd. Ook anderszins stond zijn leven in dienst van de letterkunde. Hij was een van de samenstellers van het in 1944 illegaal verschenen ‘Vrij Nederlandsch Liedboek’. Daarnaast was hij in 1944 medeoprichter en vervolgens bestuurslid van de tot de bevrijding clandestiene uitgeverij De Bezige Bij.

H.C. Kool publiceerde onder vele (16!) pseudoniemen. Voor, tijdens en na de oorlog. Zijn mooiste pseudoniemen vind ik wel Ad Interem of Ad Interim, (ook Ad Int.) , Oom Hik, van de Plant Jr. en -C.-.

In 1968 verscheen in het Poëtisch erfdeel het gedicht ‘Roesj in badpak’ van H.C. Kool wat ook een andere kant van zijn dichterschap laat zien. In dit gedicht klinkt het verlangen door van jonge mannen naar jonge vrouwen, met wat mij betreft, de prachtige zinnen ‘hoor het lied der blinde vinken / wreed gelooid aan hare zijde’.

.

Roesj in badpak

.

Al het water van de zee

was geen roze schelpen schoner

dan de nagels harer tenen

dan de nagels harer pinken

bij het naderen van de zomer;

.

hoor het lied der blinde vinken,

wreed gekooid aan hare zijde,

ruisen in de roze schelpen

van haar schoon volmaakte oren;

,

al het water van de zee

wast geen roze schelpen schoner

dan dit graag decolleté.

.

Help!

Charles Bukowski

.

Op zoek naar iets anders (zo gaat het vaak) kwam ik het gedicht ‘help wanted’ tegen van Charles Bukowski. En omdat ik een groot fan ben van Bukowski en omdat het weer zo’n typisch gedicht dat alleen door hem geschreven had kunnen worden, wil ik het met jullie delen.

.

help wanted

.

divine grace of

circumstance–

the knife is back

again,

my radio sings to me;

drunk, i phone women in distant

places–

I speak, not knowing what I am

saying; I listen, I hear a voice

but when I put the phone down

it’s only a phone

and the walls look at

me.

.

all these women, holy jesus,

all these women everywhere

some of them are pissing

some of them are plotting

some of them are cooking beans

.

holy jesus

send me the one who is pissing

.

I need somebody to pull

the knife out

.

age 20 to 60

no experience necessary

will

train.

.

Ik heb mij met moeite alleen gemaakt

Hans Lodeizen

.

Zeger de Ruiter reageerde op mijn verzoek om dichters te noemen waaraan ik aandacht zou kunnen besteden met de dichter Hans Lodeizen. Nu vind ik Hans Lodeizen een geweldig dichter dus dat doe ik met alle liefde. Lodeizen (1924 – 1950) schreef slecht één dichtbundel ‘Het innerlijk behang’ (en wat nagelaten werk) maar hij verwierf zich desalniettemin een heel eigen plaats in net literaire landschap. Hij had een vernieuwende invloed op de poëzie in het Nederlands taalgebied en geldt min of meer als voorloper van de Vijftigers.

Peter Berger schreef over het werk van Lodeizen: Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters, maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch’. (Bron: Wikipedia)

.

ik heb mij met moeite alleen gemaakt

.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld

neem dan – vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel,
of als een prins in zijn boudoir: de kalender
wijst het zeventiende jaar van Venetië en
zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte.

.

Entree naar de hemel

Niels Landstra

.

In 2018 verscheen bij uitgeverij U2pi in de reeks OPEN de nieuwste dichtbundel van Niels Landstra getiteld ‘Entree naar de hemel’. Toen ik de achterflap las schrok ik een beetje. In heel grote woorden waarin de superlatieven de boventoon voeren wordt het werk van Niels beschreven. Onnavolgbaar, adembenemend, duizelingwekkend, grenzeloos, zo ken ik Niels niet echt. Nu kan het zijn dat hij deze tekst niet zelf heeft geschreven maar het zette me wel even op een verkeerd spoor. De gedichten in de bundel zijn namelijk een veel betere weergave van wie Niels is en wat hij kan. En dichten kan hij. Opnieuw een bundel waarin je mee wordt genomen in zijn leven, de dingen die hij meemaakt, ervaart en ziet. Prachtige gedichten, vaak met een wat zware kijk op de dingen, zoals voor wie hij liefheeft (zijn dochters), zijn internetdates (schrijnend) en de gedichten over zijn leven (wat meer beschouwend).

Ondanks de soms niet zo rooskleurige kijk op de wereld van Niels heb ik deze bundel toch met veel plezier gelezen, niet alleen door de onderwerpen die Niels beschrijft en behandeld maar zeker door zijn taal, zijn poëtische manier van de dingen zien en weergeven zoals bijvoorbeeld in de reeks gedichten ‘Saluti a tutti’I t/m V.  “Bleef haar naam vanouds in de kroeg nagalmen / in een koor geslaakt met die Italiaanse groet / op de laatste wankeling van gast of feeststoet / de schittering van een ster in de ramen”

Dat Niels de humor in zijn poëzie ook een plekje weet te geven blijkt voor mij uit het gedicht ‘De gelukkige asceet’.

.

De gelukkige asceet

.

Op een maartse rommelmarkt zag hij haar voor

het eerst. Oude mascara, een wilde blik

een gebeeldhouwde mond, rommelig gestift

,

desolaat tegen een marsepeinen decor

van wolken, boven haar henna geverfd haar

een schittering witblauw maanlicht. Wankelbaar

maar grif kreeg hij het gefikst: tegen betaling

ging ze mee, hij bespeurde geen aarzeling

toen hij het palet van haar verschijnen verwierf

.

en met de dame zielsalleen naar huis toe zwierf

het portret ophing boven zijn bed vertrouwd

zij jong en fris bleef. de asceet gelukkig oud.

.

Al met al is de bundel ‘Entree naar de hemel’ opnieuw een mooie bundel vol zeer lezenswaardige gedichten geworden, mooi uitgegeven en laat je door de tekst op de achterflap vooral niet afschrikken of weerhouden de inhoud tot je te nemen. Want dat laatste is zeker de moeite waard.

.

Waardeloze beelden

Bram Vermeulen

.

De zanger, componist, cabaretier, volleyballer, kunstschilder en liedschrijver Bram Vermeulen (1946 – 2004) was, zo blijkt uit de dingen die hij deed, een zeer veelzijdig mens. Ik heb verschillende herinneringen aan hem, van Neerlands Hoop, zijn mooie liedjes tot aan een programma op televisie waarin hij naar de zuidwesthoek van Vlaanderen reisde op zoek naar overblijfselen van de Eerste Wereldoorlog (vooral de scene waarin hij middenin een akker gewoon begint te graven en daar op iets  meer dan een meter diepte allerlei overblijfselen tegenkomt zoals onderdelen van uniformen, wapens en munitie).

Tegenwoordig wordt Bram Vermeulen door een grote groep mensen vooral ook gewaardeerd om zijn prachtige liedjes. In 1995 won hij met ‘Een doodgewone jongen’ de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste kleinkunstlied. Ook kreeg hij enkele Edisons voor albums als ‘Doe het niet alleen’ en ‘Bram Vermeulen’.

Vlak na zijn dood vindt zijn geliefde Shireen Stroker op haar computer een ‘boek’ die Bram haar voor zijn overlijden heeft toegestuurd met de titel ‘RUST!’. In 2005 wordt dit als boek uitgegeven en in RUST! staan allerlei literaire teksten van Bram, waaronder veel liedteksten en gedichten. Uit deze bundel heb ik gekozen voor het prachtige ‘Waardeloze beelden’ waarin een heel mooie melancholische ondertoon zit.

.

Waardeloze beelden

.

De lage gele zon over de heuvels.

Een meisje met mijn trekharmonica.

Glimmende varens onder in een bos.

Het eindeloze koren van Noord-Frankrijk.

.

Het uitzicht van een steiger op een meer.

Een zwarte hond in een groene wei.

Drie zoons met hun vader op de hei.

Mijn lief, lang voor zij dat was van mij.

.

Waardeloze beelden voor een ander

waar ik uit besta.

Een stapel foto’s in een la.

.

Het uitzicht uit een raam waar ik niet meer woon.

Drie stenen op elkaar in een rivier.

Een kleine vrouw op een breed leeg strand.

Twee oma’s samen op een bank.

.

Een pratende groep mannen op een plein.

Een wolk die rolt over een kam.

Een tekening van een kind van twee.

Een zwarte hond in een blauwe zee.

.

Waardeloze beelden voor een ander

waar ik uit besta.

Een stapel foto’s in een la.

.

En het is oppassen,

als een bos heel stil is,

als ik de rivier hoor,

als het vuur glanst in mijn glas.

Dan winnen die beelden één voor één

en ben ik niet meer dan wie ik was.

.

Mieke Maaike’s obscene jeugd

Dichter bij Boon

.

In de jaren tachtig las ik het boek ‘Mieke Maaike’s obscene jeugd’ van Louis Paul Boon (1912-1979). Een hilarisch pornografisch werkje van Boon dat in een samenvatting die ik las als volgt werd omschreven: In 1972 verscheen het frivool-erotische boekje Mieke Maaike’s obscene jeugd, dat sindsdien tweeëntwintig drukken beleefde. Dit vrolijke verhaal over de vroegrijpe en seksueel onverzadigbare Mieke Maaike is de vleesgeworden parodie op de pornografische roman. In dit boek wordt het meesterschap van de “viezentist’ Louis Paul Boon nadrukkelijk geëtaleerd.

Afgelopen februari kocht ik in Gent de bundel ‘Dichter bij Boon’ 27 gedichten opgedragen aan Louis Paul Boon uit 2012. Uitgegeven door Honest Arts Movement (HAM), waar Boon een van de mede stichters van was en in het jaar waarin Louis Paul Boon 100 jaar geworden zou zijn. Ham heeft tot doel het bevorderen van de onderlinge samenwerking tussen kunstenaars van diverse disciplines enerzijds en kunstminnaars anderzijds. HAM reikt ook jaarlijks de Louis Paul Boonprijs uit aan laureaten die net het humane in zijn brede betekenis in hun werk betrekken.

In de bundel ‘Dichter bij Boon’ staat een gedicht van Maud Vanhauwaert over deze novelle van Boon getiteld ‘Mieke Maaike, omfloerst’. Maud Vanhauwaert (1985) is stadsdichter van Antwerpen (2018-2019), dichter en actrice en redacteur bij het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort.

.

Mieke Maaike, omfloerst

.

“zo groot” toonde ik

zoals ook vissers doen

.

de diepzakkende

schoot me dusdoende

te binnen

.

breder dan een koordje

.

ik krulde naar buiten

het kriewelde

tot in het kruintje

.

heel bewogen

slaakten wij

jonge naakte diertjes

.

briesten, de kantjes omzoomd

.

De dichter en de dood

Herman Brusselmans

.

De Vlaams Belgische schrijver Herman Brusselmans (1957) kennen we toch vooral van zijn (bovenmatige productie) van romans en verhalen (78 sinds zijn debuut in 1984!) maar zeker niet van de poëzie. Toch schreef hij in 1997 de poëziebundel voor kinderen getiteld ‘Meisjes hebben grotere borsten dan jongens’. Daar bleef het echter bij. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik op een gedicht van hem stuitte dat hij voor zijn overleden moeder had geschreven. In 2013 schreef hij op verzoek van het gemeentebestuur van Hamme (zijn geboortedorp in Vlaanderen) een gedicht dat geplaatst werd op een metalen zuil bij de ingang van de centrumbegraafplaats waar zijn moeder begraven ligt.

‘Ik heb altijd een bijzondere band gehad met mijn moeder, die in 1992 overleed’, zegt de schrijver in een artikel dat destijds geplaatst werd in Het Nieuwsblad . ‘In de zomer van 1993 schreef ik Gemis, want er bleef voor mij toch een enorme leegte achter na haar sterven. Ik bezocht zonet haar graf en bij het zien van de foto heb ik het altijd heel moeilijk. De herinneringen aan haar zijn nog zo levendig, want het was een brave en tegelijk zeer humoristische madam’.

Herman Brusselmans werd in 2013 ereburger gemaakt van Hamme.

.

Gemis

Zou mijn
moeder
zich omdraaien

in haar graf
als ze me hier
zo zag zitten?

En zou ze,
na dat omdraaien
makkelijker
liggen dan tevoren?

Welk leven moet
ik leiden om haar
zoveel mogelijk te helpen

In haar dood
en in haar eeuwigheid?

.

Lente

Jan Wolkers

.

Behalve een groot schrijver en kunstenaar schreef Jan Wolkers (1925 – 2007) ook poëzie. Dat deed hij overigens pas aan het einde van zijn leven. In 2000 verscheen de bundel ‘Jaargetijden’ en in 2003 de bundel ‘Wintervitrines’. Na zijn dood werden in 2008 zijn ‘Verzamelde gedichten’ gepubliceerd. De bundel ‘Winterbeelden’ is een verrassend serene uitgave, zonder opsmuk, gedichten en gefotografeerde illustraties door Peter Mookhoek (4 foto’s in het hoofdstuk ‘Seizoenen’ bij elk seizoen een foto).

In deze bundel veel aandacht voor de natuur zoals je zou verwachten bij Wolkers. Het noorderlicht, het tij, de winterslaap, de duinen, de seizoenen, ze komen allemaal langs. Zo ook in het gedicht ‘Zeeaas’. De woorden zenen en verzenen betekenen ‘hielen’ en ‘verlangen’.

.

Zeeaas

.

Hectisch mijn leven nu, omringd door duingebieden,

Verzande zee, mul verstikkend schuim, asgrauw doorngebroed.

De gewrichten van de branding liggen verstijfd in lompen en

Helmgras geselt vlijmscherp de zandgeschuurde verzenen,

Het gebeente wordt tot snelfiltermaling verwerkt.

De geluidsoverlast van Beethoven grijpt me aan,

gekartelde horizon als zeeziek zwalken, , non-stop.

Onder mijn voetzool verkruimeld het verraderlijke drijfzand.

Het is zo zeker als wat dat de vloedlijn een leven lang meegaat.

Poseidon harkt vol plichtsbesef stookolie en wier bijeen,

Jaagt soms verbeten op iets dat nog leeft en beweegt,

Aan het zand gespietst siddert de zilveren spiering.

Tussen versleten luchters en glazige zenen mijd ik

Zijn zonderlinge schaduw en pekelgeur, roestig statue.

.

%d bloggers liken dit: