Poëzie in het leslokaal

Symposium

.

Vijfentwintig jaar geleden werkte in in Wateringen en één keer per jaar werd daar in samenwerking met alle basisscholen de Voorlees- en Declamatiewedstrijd gehouden. Kinderen uit de hoogste vier klassen van het basisonderwijs kwamen op een middag bij elkaar en lazen voor een jury voor óf declameerde een gedicht uit het hoofd. En hoewel de keuze van gedichten vaak wat voorspelbaar was (‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt) werd ik destijds toch regelmatig verrast door leerlingen die lange en mooie gedichten uit hun hoofd konden voordragen. Daarna ben ik nooit meer een dergelijk initiatief tegen gekomen en zeker niet in die omvang.

Ik moest daar aan denken toen ik van Kila van der Starre (o.a. van https://straatpoezie.nl ) op een symposium over poëzievoordracht in de klas werd gewezen met als thema ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg.

Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium  de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp. https://www.lezen.nl/nl/uitgesproken-po%C3%ABzie-0  Ben je docent of leerkracht, vind je poëzie belangrijk in de klas (wie vindt dit niet) dan zou ik zeggen meld je aan en koop een ticket voor dit symposium.

Omdat ik poëzie in de klas een erg warm hart toedraag heb ik voor https://meandermagazine.nl/ een uitgebreid artikel geschreven over dit onderwerp. Binnenkort verschijnt dit artikel en wordt verspreid middels de nieuwsbrief. Meandermagazine stuurt elke week een nieuwsbrief over poëzie met vele recensies, artikelen en nieuwtjes over poëzie naar haar meer dan 6000 abonnees. Meander magazine is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die de poëzie een warm hart toedragen. Heb je wat tijd over meld je dan aan bij Meander via de contactknop onder colofon.

Jan Kal schreef in de bundel ‘Schrijverssonnetten’ uit 1980 het gedicht ‘Waarom ik geen Neerlandistiek studeer’ waarin hij zegt: ‘Heeft één gedicht dat op z’n poten staat / niet meer gewicht dan een professoraat?’ waarmee ik maar wil aangeven hoe bijzonder en belangrijk een gedicht kan zijn voor een mens dus ook (en misschien wel zeker) voor een leerling in de klas.

.

Waarom ik geen Neerlandistiek studeer

.

Van de beroemdste dertien dichtersnamen

uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,

behaalden tien het Literair Examen

en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,

.

Toe Foe em Meng Hau Jan, maar nummer drie,

Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen

tot hoge ambten, maar schreef poëzie

zonder zich voor zijn lage rang te schamen.

.

Daarom studeer ik geen Neerlandistiek.

Heeft één gedicht dat op z’n poten staat

niet méér gewicht dan een professoraat?

.

Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,

(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).

Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.

.

 

 

 

Advertenties

Satie

Henk Romijn Meijer

.

Het gebeurt me nog wel eens. lezend in een dichtbundel (meestal een verzamelbundel) dat ik een gedicht tegen kom van een dichter die ik alleen als schrijver van romans of verhalen, of als columnist ken. Meestal betreft het hier éénmalige gedichten en heeft de schrijver in kwestie nooit een dichtbundel uitgebracht. En soms word ik verrast zoals in het geval van schrijver, taalkundige, vertaler en essayist Henk Romijn Meijer.

Henk Romijn Meijer (1929-2008) ken ik als schrijver vanaf 1983, toen een docent Nederlandse Letterkunde aan de P.A. Tiele Academie, waar ik mijn opleiding deed, ons studenten wees op Romijn Meijers roman ‘Mijn naam is Carrigue’. Henk Romijn Meijer brak in dat jaar door naar het grote publiek met deze roman, een boek dat een nieuw genre in de Nederlandse literatuur zou inluiden: de faction. Het is naar vorm en stijl een psychologische roman, naar intrige een thriller, maar gebaseerd op ware feiten.

Toen ik in de bundel ‘De vier jaargetijden’ een gedicht van zijn hand tegen kwam was ik dan ook verrast. Op zoek naar zijn oeuvre kwam ik via Wikipedia een enorme lijst van romans, verhalen, novelles en kritieken tegen én één poëziebundel uit 1986, getiteld ‘Resten van jou’. Destijds uitgegeven in een oplage van 750 stuks, voorafgegaan in een speciale druk van 250 exemplaren als relatiegeschenk in 1985.

Uit deze bundel is in ‘De vier jaargetijden’ een keuze uit poëzie over klassieke muziek uit 1991 het gedicht ‘Satie’ opgenomen.

.

Satie

.

De spotzieke lentevogel

klauwt aan zijn vingers vast.

.

nu zijn er bijna uitgesproken woorden

die aarzelen, dan wemelen als sneeuw,

dan dichtvallen als ogen, verschrikt verlegen.

.

eenzaamheid glimpt als de weerschijn

van een kaarslantaarn, bescheiden

en voorzichtig klinkt de eenzaamheid.

.

Een zomeravond

Albert Verwey

.

Nu de zomer voorbij is en alleen nog af en toe de zon door de wolken dringt, leek het me een goed moment om mijn favoriete tijdverdrijf (de poëzie) en mijn favoriete jaargetijde (de zomer) in een gedicht met jullie te delen. Nu kan ik dat zelf doen (dat heb ik al eens gedaan op 31 augustus 2009 in het gedicht ‘Var’, niet te verwarren met het systeem dat scheidsrechters tegenwoordig raadplegen bij overtredingen op het voetbalveld) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2009/08/31/var-gedicht/ maar in dit geval heeft Tachtiger en dichter Albert Verwey (1865 – 1937) dat al een keer heel mooi gedaan. daarom van zijn hand het gedicht ‘Een zomeravond’ uit de bundel ‘Dichtspel’ uit 1983.

.

Een zomeravond

.

De poëzie komt over me als een droom

Vol sterren en een lieflijke nacht

Van duister, waar me een hel gelaat uit licht

En vriendlijke ogen – enkel dat gelaat,

Want ál de rest is nevel zonder vorm.

En heel de nacht nijg ik me er heen en houd

Stille gemeenschap tot de morgen daagt-

Dan lig ik stil met halfgeloken wimpers

Te staren, waar ik telkens nog den lach

Dier ogen meen te zien en ’t blonde haar

Half over ’t voorhoofd – dan zijgt zijwaarts af

Mijn hoofd in ’t kussen en ik slaap in ’t licht. –

.

 

 

 

Alst past

Victor Speeckaert

.

Ik verbaas me soms over dichtbundels die ik tegenkom in kringloopwinkels en op rommelmarkten. De staat waarin bundels zich bevinden die toch al heel oud zijn bijvoorbeeld. Zo kocht ik een klein bundeltje, je mag het eigenlijk niet eens een bundeltje noemen, het zijn 5 A4tjes met een slap kaftje aan elkaar geniet, met 9 gedichten daarin van de dichter Victor Speeckaert uit 1962 in een staat alsof het net vorige week gemaakt was.

Victor Speeckaert (1906-1988) was zijn leven lang werkzaam als ambtenaar op de administratie van de gemeente Gent. Daarnaast was hij archivaris der Fonteine (een Rederijkerskamer die stamt uit de 15e eeuw). Speeckaert debuteert in 1931 met de bundel ‘Najaarskleuren’ die nog door Marnix Gijsen in De Standaard wordt besproken. Zijn gedichten werden in 1970 bijeengebracht in de bundel ‘Verzamelde Gedichten’, een fraai uitgegeven boekje, met illustraties van Jos van den Abeele en Paul Mak en vier tekeningen van Herman Verbaere. De ‘Verzamelde Gedichten’ bevatten een herdruk van de cyclussen ‘Van Zomer en Najaar’ (1954/1955) en ‘De Rij der Maanden’ (1957) en verder twee reeksen van negen en acht stukken onder de respectievelijke titel ‘Alst Past’ en ‘Bi Apetite’, die samen het devies vormen van de rederijkerskamer ‘De Fonteine’, waarvan hij in 1931 bestuurslid en in 1941 archivaris was geworden.

Het bundeltje ‘Alst past’ heb ik dus nu in bezit. Uit dit kleine maar fijne bundeltje koos ik het gedicht ‘Aan de Sure’.

.

Aan de Sure

.

Er ruist een teder woord

Uit ranke wilgetwijgen

Die aan de Sûreboord

Naar ’t helder water nijgen,

Waarin hun spiegelbeeld,

Door ’t Stroomgeweld gebroken,

De Blaren kust en streelt

Om ’t woord door hen gesproken.

.

Dat woord ruist in mij mee,

In hart noch ziel te stelpen,

Als ’t ruisen van de zee

In parelmoeren schelpen,

Want aklles wat nog zin

En waarde schenkt aan ’t leven

Heeft aan dat woord “ik min”

Mij antwoord steeds gegeven.

.

5 jaar MUG books

12 Titels

.

In 2013 rijpte bij mij het idee dat ik wel eens een e-book wilde uitgeven van mijn eigen poëzie. Het probleem was dat ik toen geen idee had hoe ik dat moest verwezenlijken. Inmiddels bedacht ik dat als ik dan toch zelf een poëziebundel wilde uitbrengen, het wel een goed idee was om ook een naam te bedenken (als uitgeverij) en een logo te laten ontwerpen. BINcreative ontwierp een logo en ik bedacht de naam MUG books (MUG als in klein maar heel aanwezig).

Voordat ik wist hoe ik een e-book moest maken werd ik benaderd door Mark Boninsegna, Daniël Dee en Marco Martens. Zij zochten een uitgeverij voor de bundel die ze wilde publiceren. Mark Boninsegna had het concept bedacht van ‘Wij dragen Rotterdam’ en voor ik het wist was de eerste bundel die bij MUG books verscheen een papieren bundel.

Daarna verschenen meer papieren bundels van Frank Vingerhoets, Dimitri Hillewaert (B) en de bundels van de Poëziebus. Inmiddels had ik mijn eerste e-bundel uitgegeven ‘Winterpijn’ waarna de e-bundel met de genomineerden van de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2014 verscheen als e-book en tot slot mijn eigen tweede bundel als e-book ‘XX-XY’ liefdesgedichten. Het afgelopen jaar kwamen er drie bundels uit, de bundel ‘Poëzie / Költészet’ met dichters uit Maassluis en Kézdivásárhely in het Nederlands en Roemeens en twee bundels van Evy Van Ende (B).

Inmiddels heeft MUG books een Facebookaccount, een Instagram account, een Twitter account, en natuurlijk een website.

Twaalf bundels in de afgelopen 5 jaar, waar ik trots op ben en waarvan ik weet dat vele mensen ze hebben gekocht of gedownload (mijn e-books zijn gratis te downloaden op https://mugbookpublishing.wordpress.com ).  En er staan al weer nieuwe titels op de rol. Voor wie wil weten hoe ik werk met MUG books, kijk even op de website bij e-bundels (ook voor papieren bundels). Een voorwaarde is wel dat het poëzie betreft.

Om toch een gedicht te plaatsen hier, heb ik voor een gedicht uit ‘Caroussel de wereld’ gekozen van Frank Vingerhoets uit 2014 getiteld ‘Het milieu’.

.

Het milieu

.

Zal ik wat doen

denk ik als het bejaarde dametje een ferme klap op haar

achterhoofd krijgt

Het geld in de portemonnee

is snel geteld en

waarschijnlijk nog sneller

uitgegeven

Tenslotte zijn junks en

criminele kansarme groepen

binnen deze zorgzame samenleving,

en oude mensen zijn

goede spaarders; dus deze

klap zal ze wel te boven

komen, besluit ik, en

stap over het levenloze

lichaam de kroeg in.

 

.

Anti-stress poëzie

Deborah Alma

.

Ik kende het begrip Bibliotherapie in algemene zin; een therapie waarbij gebruikgemaakt wordt van geschreven teksten zoals zelfhulpboeken, handleidingen, romans en prentenboeken om mensen van alle leeftijden te helpen met hun psychische en fysieke problemen. Al bij de oude Grieken was het bekend dat literatuur zowel psychologisch als spiritueel belangrijk was, en zij plaatsten boven hun bibliotheken dan ook een bord met het opschrift “Plaats ter genezing van de ziel. Bij bibliotherapie kiest men lectuur uit als therapeutisch hulpmiddel bij medische en psychiatrische behandeling. Dit gerichte lezen als begeleiding bij de oplossing van persoonlijke problemen wordt bijvoorbeeld ook aangewend in ziekenhuizen. (bron”Wikipedia).

Dat poëzie in dit rijtje ook thuis hoort daar getuigt het boek van Sarah waarover ik gisteren schreef van; poëzie om een traumatische ervaring mee te verwerken. In Engeland vond ik een dichtbundel uit 2015 over dit onderwerp met de veelzeggende titel ‘The Emergency Poet’ An Anti-Stress Poetry Anthology.

‘The Emergency Poet’ werd samengesteld door dichter en schrijver Deborah Alma. In haar voorwoord schrijft ze dat ze een oude ambulance kocht uit 1970 en daarmee naar ziekenhuizen, tehuizen, evenementen, bibliotheken, scholen en festival reisde voor poëzie therapie en vriendelijke conversatie. De mensen die ze daar trof waren vaak op zoek naar raad en een emotionele oppepper. Deborah alma hielp ze met het vinden gedichten om de geest op te vrolijken, te troosten en te helpen omgaan met alle druk van de moderne tijd.

De bundel is opgedeeld in verschillende hoofdstukken met thema’s als ‘Voor dagen wanneer de wereld even te veel voor je is’, Pluk de dag’, ‘Liefde’, Óuder worden’, ‘Hoop’, ‘Over verdriet’ en ‘Moed en Inspiratie’. Alle gedichten in dit boek zijn door haar uitgetest en in de praktijk gebracht en hun nut is bewezen. Tijd voor een Nederlandse hertaling of editie met gedichten van Nederlandstalige dichters.

De meeste gedichten in deze bundel zijn van Engelse of Engelstalige dichters maar er staat ook (vertaalde) poëzie in van onder andere Miroslav Holub, Fernando Pessoa, Thich Nhat Hanh en  Rainer Maria Rilke. Een aantal van de opgenomen gedichten is heel bekend en zelfs beroemd maar vele zijn ( voor mij) onbekend.  Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘Getting Older’ van Elaine Feinstein (1930 – 2019) een Engels dichter met grote affiniteit voor de Russische dichters van de vorige en deze eeuw. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Collected poems and translations’ uit 2002.

.

Getting Older

.

The first surprise: I like it.

Whatever happens now, some things

that used to terrify have not:

.

I didn’t die young, for instance. or lose

my only love. My three children

never had to run away from anyone.

.

Don’t tell me this gratitude is complacent.

We all approach the edge of the same blackness

which for me is silent.

.

Knowing as much sharpens

my delight in january freesia,

hot coffee, winter sunlight. So we say

.

as we lie close on some gentle occasion:

every day won from such

darkness is a celebration.

.

Tussen vandaag en morgen

Uit het dagboek van een gescheiden vrouw

.

In 1982 verscheen bij uitgeverij Bosch & Keuning nv de dichtbundel ‘Sarah, Tussen vandaag en morgen’ uit het dagboek van een gescheiden vrouw. Volgens de achterflap uitte Sarah, tijdens het rouwproces na haar scheiding, haar diepste gevoelens in dichtvorm. Poëzie die vrouwen van deze tijd (de jaren ’80) bijzonder zal aanspreken. Nu hou ik niet zo van getuigenis poëzie, poëzie als therapie maar aan de andere kant kan ik me voorstellen dat als je in dezelfde situatie verkeert, deze poëzie wel kan waarderen. De bundel is dermate obscuur inmiddels dat ik er nergens een vermelding van heb kunnen vinden.

Het openingsgedicht kan me wel bekoren, het is een gedicht waarin de breekbaarheid van de schrijfster op een bijzondere manier naar voren komt.

.

Voor mijn dochter:

.

Jouw gezicht doet me denken

aan een veld vol zomerbloemen

warmkleurig

blaadjes open naar de zon

heen en weer wiegend

op het lachen van de wind

bijen komen zoemend

naar je hart vol honing

.

voorzichtig lopend

ga ik door het veld

bang een blaadje te bezeren

.

Klokkenluider

Herman Brood

 

Vandaag voor de laatste maal in september Herman Brood als dichter van de maand. En om in stijl af te sluiten met een zeer actueel thema koos ik voor het gedicht met als beginregel ‘op een dag’ over een Klokkenluider. Uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ uit 2002.

.

Op een dag

paste de hoed niet meer

de bovenrug

deed aan een klokkenluider denken

de lever aan notre dame

een stapje terug

leek onvermijdelijk

vooruit, fataal

zet hem daar maar neer

.

Geheim gedicht

Ingmar Heytze

.

Ik ben al lang een groot bewonderaar van de gedichten van Ingmar Heytze en soms is dat genoeg voor het plaatsen van een van zijn gedichten op deze plek. Uit zijn bundel ‘ Schaduwboekhouding’ uit 2005 het ‘Geheim gedicht’.

.

Geheim gedicht
.
Vannacht heb ik een zoen begraven.
Hij lag dertien maanden tussen ons in
en jij had al een paar keer gevraagd:
wat ligt daar nou toch steeds.
.
.
Toen je eindelijk sliep, drukte ik
de zoen met mijn lippen in een doosje
vol watten en liep naar de tuin. Daar
groef ik een graf van twee monden diep
.
.
onder de beuk. De duizend zoenen
die volgend jaar rood en zoet uit de takken
komen waaien, zijn allemaal voor jou.
.

Zij komt

Jacques Perk

.

Soms lees je een gedicht van lang geleden en dan kun je daar heel blij van worden. Het Nederlands van 100 jaar geleden is zo anders dan het moderne Nederlands. Als je kijkt naar het woordgebruik, de grammatica, en de zinsbouw valt er veel te genieten. Jacques Perk (1859 – 1881) leefde maar kort maar liet een aantal prachtige gedichten na, in 1882 postuum uitgegeven door Carel Vosmaer en Willem Kloos. De hierbij gepubliceerde inleiding van Kloos zou de geschiedenis ingaan als het manifest van de Beweging van Tachtig; daarbij had Kloos de volgorde van Perks gedichten niet gehandhaafd en er vele eigenmachtige veranderingen in aangebracht. Garmt Stuiveling verzorgde in 1941 een authentieke editie van de Mathildecyclus aan de hand van Perks handschriften. In 1957 gaf hij Perks ‘Verzamelde gedichten’ uit.

Mijn exemplaar uit 1962, is uitgegeven als Vlaamse Pocket in ‘Poëtisch erfdeel der Nederlanden’ als herdruk van de ‘Verzamelde gedichten’ uit 1957. Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Zij komt’ terwijl we nu, aan het begin van de herfst zouden moeten spreken van ‘zij gaat’, de zomer als bedoeld in dit gedicht.

.

Zij komt

.

Gij berken, buigt uw ranke loovertrossen!
Strooit, rozen, op het zand èn sneeuw èn blad!
Gij, zwaatlende olmen, nijgt u naar het pad,
En kust den dauw van sidderende mossen!
.
En, snelgewiekte liederen der bosschen,
Stemt aan èn zang èn lof! En, klimveil, dat
Den slanken, diep-beminden beuk omvat,
Druk hechter aan de twijgen u, de rossen!
.
Voorzegger, die u zelven roept, o, kom,
En roep uw ‘koekoek’ duizend blijde keeren,
En fladder aan, vergulde vlinderdrom!
.
Zij zweeft hierheen, die zon en zomer eeren:
De lof van hare schoonheid klinke alom,
Waar zon en zomer te beminnen leeren!
.
.
%d bloggers liken dit: