Categorie archief: websites over poëzie

Het sterrenbeeld

Anthonie Donker

.

In 1946 publiceerde uitgeverij Van Loghum Slaterus de bundel ‘Het Sterrenbeeld’ van dichter Anthonie Donker. De verzen die in deze bundel stonden waren allemaal geschreven in de jaren 1940 – 1942. Anthonie Donker is het pseudoniem van Nicolaas Anthonie (Nico) Donkersloot (1902 – 1965). Donkersloot was hoogleraar Nederlands, letterkundige, schrijver, essayist, literair vertaler en dichter.

Anthonie Donker debuteerde als dichter in ‘De Vrije Bladen’ in de jaren twintig van de vorige eeuw. In 1929 won hij voor zijn dichtbundel ‘Kruistochten’ de Domprijs voor poëzie van de jury die bestond uit J.C. Bloem, Hendrik Marsman en Marnix Gijsen. In datzelfde jaar won hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde voor zijn dichtbundel ‘Grenzen’.

In de oorlog schreef hij onder het pseudoniem Maarten de Rijk. Tijdens de oorlogsjaren was hij betrokken bij verzetsactiviteiten en werd door de Duitse bezetter ontslagen als hoogleraar en gearresteerd. Hij werd opgesloten in het Oranjehotel (de gevangenis van Scheveningen) en zou na de oorlog een tekst schrijven voor de plaquette (naast de deur in de buitenmuur aan de Van Alkemadelaan) die daar in 1949 onthuld werd ter nagedachtenis aan de geëxecuteerden op de Waalsdorpervlakte.

Op https://www.dbnl.org/tekst/_str007194701_01/_str007194701_01_0062.php staat over deze bundel onder andere te lezen: Deze verzenbundel bevat vijf-en-dertig stukken, bijna alle sonnetten, in drie groepen onderverdeeld: een onverpoosd beuken, met een zachte hardnekkigheid, tegen de wanden van dit vergankelijk leven; een moeizaam vangen, in té omzich-tig bewerkte verzen, van vôôr-klanken der eeuwigheid; een nooit voltooide onthechting voor wie, vol van heimwee, het bestaan wil bereiken tussen hemel en aarde, het ‘sterrenbeeld’.

Ik koos uit ‘Het sterrenbeeld’ het gedicht ‘Het portret’.

.

Het portret

.

Ten einde raad, zal ik haar eindlijk schildren?

Herschep de ruimte, hand, met uw gebaar

Tot schets en dan tot beeltenis van haar,

Laat niet de drift der vingers weer verwilderd,

Ten einde raad zal ik haar eindlijk schildren.

.

Gewent zij zich reeds in haar eigen trekken?

O worstling om het dierbare portret

In streek na streek als booten uitgezet

Verlangend om die kustlijn te ontdekken,

Zij vindt haar weg reeds in haar eigen trekken.

.

Hoe de muziek der oogen te vertalen?

Diep genoeg ziende in dien sterrennacht,

Ontwarend waar zij altijd nog op wacht

Zie ik de engel op het voorhoofd dalen

En zal van de oogen de muziek vertalen.

.

Maar hoe zou ik de pijn der lippen stillen?

Al ’t ondervondene en het rustloos spel.

Van snelle schaduwen, daarvan zal wel

Het teeken aan den mondhoek blijven trillen,

O pijn der lippen die ik niet kan stillen.

.

Er is light!

Het Vrije Vers

.

Ik heb op dit blog al vaak geschreven over allerlei versvormen. Vaak putte ik hierbij uit verzen die op de de website http://www.hetvrijevers.nl staan. Hetvrijevers.nl is een initiatief van Quirien van Haelen en is opgericht in 2009. De site is een vrijplaats voor light verse en gerelateerde vormvaste uitingen. De redactie van Hetvrijevers bestaat uit: Jaap van den Born, Inge Boulonois, Arjan Keene, Peter Knipmeijer en Remko Koplamp.

De website begint met de mededeling: Bevrijd van vormloosheid. Op deze website hoef je dan ook niet op zoek te gaan naar gedichten en verzen die in de vrije vorm geschreven zijn. Nee, op Hetvrijevers.nl staan juist verzen en gedichten in vooraf vastgestelde vormen. En dat zijn er velen. Als je kijkt op de categorie Versvormen op dit blog kun je vele voorbeelden lezen. Maar naast de vele vaste versvormen is ook de light verse zeer goed vertegenwoordigd op de website.

En nu is er dan een boek uitgegeven door Hetvrijevers met de titel ‘Er is light!’. Deze bundel werd uitgegeven naar aanleiding van het feit dat Hetvrijevers tien jaar bestaat. Deze bijzondere bloemlezing bevat het beste, mooiste en geestigste werk dat in het afgelopen decennium op Het vrije vers is gepubliceerd. Aan de bundel droegen maar liefst 65 dichters bij, zowel de crème als de crème de la crème van light verse, waaronder Ivo de Wijs,  Drs. P, Patty Scholten, Jaap van den Born, Driek van Wissen en Frank van Pamelen.

De bundel is als hardcover verkrijgbaar (€ 20,55) en als paperback (€17,55) uitsluitend via de website https://www.mijnbestseller.nl/shop/.

Uit de bundel twee voorbeelden van Hans Mooi (Ambitie) en Louise Dorren (Het eekhoornvrouwtje).

.

Ambitie

.

Je bent gedreven en je schrijft

wat aan je kunstig brein ontglipt.

Maar je beseft: wie schrijft die blijft

vaak zitten met zijn manuscript.

.

Het eekhoornvrouwtje

.

Omwille van de vruchten van haar schoot

loopt zij zich ’t vuur gedurig uit de sloffen

met eten halen, voeden, nestje stoffen

haar vent, jawel, haar vent verzet geen poot

.

die ongelijkheid laat haar echter koud

wat haar betreft heeft zij het wel getroffen

omdat zij simpelweg van eikels houdt.

.

Dichter? Doe mee!

Stichting Ongehoord!

.

Na twee jaar stilte is er dan eindelijk weer een nieuwe editie van de Ongehoord! Poëziewedstrijd. Er is een kleine verandering ten opzichte van de vorige edities namelijk de manier van inzenden. Ongehoord! gaat mee in de vaart der volkeren als het gaat om het makkelijker mee doen met de wedstrijd.

Voorwaarden

Het thema dit jaar is een kort gedicht van Jules Deelder: ‘De omgeving van de mens is de medemens’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen  en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.

  • Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’.
  • Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
  • Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
  • Het gedicht moet worden aangeleverd via de link onderaan dit bericht.
  • Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Twee namen zijn al bekend: dichters Sabine Kars (tweede prijswinnaar eerste editie)en Evy Van Eynde. Een laatste naam volgt spoedig.
  • Inzendingen kunnen vanaf nu tot en met 1 mei 2020 worden ingezonden.
  • Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
  • De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden in het najaar (waarschijnlijk september) in een nog nader te kiezen locatie.
  • Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
  • Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
  • Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht op de website of in een digitale bundel (mits opgenomen in de shortlist)

Je kunt je gedicht uploaden via de speciale deelnemers pagina (Via: https://stichtingongehoord.com/2020/01/29/ongehoord-poeziewedstrijd/ )

Dit kun je winnen

Hou deze website van Ongehoord! in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De nummers 1 tot 3 winnen (naast een eervolle vermelding bij de publicatie van gedicht op de website / in digitale bundel) de volgende prijzen:

  1. een beeldje van Lillian Mensing en een optreden op een Ongehoord! podium
  2. een optreden op een Ongehoord! podium
  3. een optreden op een Ongehoord! podium

De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.

De maakbare toekomst

Poëzieweek 2020

.

Het thema van de Poëzieweek die vandaag begint is ‘De toekomst is nu’ en volgens sommige mensen is de toekomst maakbaar. Nu kun je dus aan je toekomst werken en in die zin is de toekomst dan ook nu of begint die nu. Voor de Ugandese dichter Harriet Anena is dit heel duidelijk het geval in haar gedicht ‘Fixable’ of ‘Maakbaar’.

Harriet Anena (1986) is een Oegandese auteur van korte verhalen, dichter en journalist. Ze is de auteur van een gedichtenbundel, ‘A Nation In Labour’, gepubliceerd in 2015. Anena werkte bij de krant Daily Monitor als verslaggever, sub-editor en adjunct-hoofd-sub-editor van 2009 tot september 2014. Volgens de website Africa.com is zij één van de 10 belangrijkste hedendaagse vrouwelijke dichters van Afrika https://africa.com/ten-female-contemporary-african-poets/ .

Op de website https://afrowomenpoetry.net/ kun je een aantal van haar gedichten lezen en beluisteren. Zoals het gedicht ‘Fixable’ hieronder.

.

Fixable

.

You are fixable,
hold my hand & let me mend your brokenness.
It will hurt less,
the falling & crushing;
you will get better
at sculpturing your bits & pieces.
I won’t leave. I’ll wait for daybreak
& we’ll figure out what to do
with all this sunshine.

.

.

Zo kan het niet langer

Paul Bogaert

.

De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELKOM HYGIENE’ waarmee hij in 1997 de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant won. Hierna publiceerde hij nog 5 bundels waarvan ‘Ons verlangen’ in 2013 de Herman de Coninckprijs won. Zijn laatste bundel komt uit 2018 en is getiteld ‘Zo kan het niet langer’.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be is veel van zijn vroege poëzie te lezen en zijn een aantal poëziefilmpjes te bekijken. Bogaert is de voorman van wat weleens de ‘post-postmoderne’ generatie Vlaamse poëten genoemd wordt, die in de tweede helft van de jaren negentig opkwam.
In die poëzie wordt de mens neergezet als een lijdend voorwerp, een speelbal van de vertogen die hem sturen: dat van de marketing, dat van het bedrijfsbeheer en het timemanagement, dat van het consumentisme.

Uit zijn laatste bundel ‘Zo kan het niet langer’ het titelgedicht (deel 3) een mooi voorbeeld van zo’n post-postmoderngedicht.

.

Zo kan het niet langer

,

Sluit af met

ik meen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Ga langs de achterdeur. Die valt

vanzelf in het slot.

.

Ga dan toch lekker

een bosbad nemen of met iemand

uit de wabi-sabi-lobby lekker vrijen in de zon

of een lekker gedicht daarover schrijven

in een witte foert. met binnen handbereik

een multipack vederlichte

woehahaha’s.

.

Morgen dus.

Hoe moeilijk kan dat zijn.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

.

 

Marloes Robijn

Gedicht voor zuster Bertken

.

Marloes Robijn (1985) schrijft verhalen en gedichten, organiseert culturele evenementen en bedenk en voert literaire activiteiten uit. Zo bedacht ze geblinddoekte poëzie-audiotoers en literaire speurtochten. Daarnaast richtte ze Shut Up & Write Utrecht op.  Daarnaast geeft ze ook nog Zweedse les. Haar poëzie droeg ze voor bij Onbederf’lijk Vers, Dichters in de Prinsentuin en bij de Literaire Nachtclub in Tivoli in 2014. In 2014 en 2015 deed ze mee aan  poetry slams en bereikte ze twee keer de finale van het NK Poetry Slam.

Op haar website https://www.kanelbullekreaties.nl/ (die gek genoeg maar is bijgewerkt tot en met 2015) staan voorbeelden van haar activiteiten en van haar verhalen en poëzie zoals het gedicht ‘Gedicht voor zuster Bertken ter ere van de 500-jarige sterfdag’. Op 25 juni 2014 was het 500 jaar geleden dat de Utrechtse non en schrijfster Suster Bertken is gestorven. Tien jonge dichters lieten zich inspireren door het leven en werk van deze zuster, die een van de eerste Nederlandstalige vrouwelijke dichters was. Marloes Robijn was één van hen.

.

Gedicht voor Suster Bertken ter ere van de 500-jarige sterfdag

.

Barrevoets het kerkhof over.
Je laatste vogelmoment, nu

.

past enkel een hoofd, één hand
in het kader van je eenkluizig bestaan.

.

Vergat je niet je lichaam te
vergeven, iemand je andere hand

.

en je schoenen en je straten
te bewandelen, hoe warm was je

.

houten vuur? Jouw hemellichaam
bidt en dicht en in een hoekje

.

spaar je geruchten van het venster
op de stad, eronder stof en sleutelhonger.

.

Je ziet ze klussen: het hoogkoor wordt gewit,
maar later als jouw tussentijd is verlopen

.

worden kerken afgebroken. We dempen je botten
met een winkelstraat, fluisteren leemte in de muren.

.

.

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Bekendmaking thema

.

Zoals al aangekondigd werd op dit blog zal er in 2020 weer een Gedichtenwedstrijd worden georganiseerd door de stichting Ongehoord!  Het bestuur van Ongehoord! heeft besloten dat het thema van dit jaar een (kort) gedicht van de, ons pas geleden ontvallen, Rotterdamse dichter Jules Deelder zal zijn.

Het thema van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is: De omgeving van de mens is de medemens

Binnenkort zal op de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com bekend worden gemaakt wat de voorwaarden zijn van deelname aan de wedstrijd, de prijzen, waar en hoe je gedicht in te zenden en nog meer informatie.

Om je vast al wat inspiratie te geven hier een gedicht van Robert Anker uit de bundel ‘Nieuwe veters’ verzamelde gedichten 1979 – 2006 uit het jaar 2008.

.

In het chroom

.

Kijk, daar staat ze, levensgroot.

Ze heeft haar hand in haar broek.

Ze steekt haar tong tussen haar lippen.

Hoe ze omkijkt in het straatbeeld dat je zoekt.

.

Je loopt het restaurant in waar ze zit.

Je loopt de palmen in, de spiegels en het chroom.

Ze rookt, ze kijkt verrast als ze je ziet.

.

Je doet een stap terug van de bel

en kijkt omhoog. Regen, asfalt.

.

Foto: FreeImages.com

3 kleine broertjes

Floortje Schoevaart

.

Via een vriend werd ik gewezen op dichter Floortje Schoevaart. Ze is schrijver voor onder andere Sesamstraat, dagvoorzitter, sneldichter en columnist. Samen met Guido Bootz ontwikkelde ze  https://www.gevondengedicht.nl/ is een kennismaking  met poëzie in drie lessen en een website. GevondenGedicht wil kinderen nog beter laten kijken, zich nog vaker laten verwonderen en nog meer laten dichten. In de drie lessen leren kinderen poëzie herkennen, doen ze schrijfoefeningen en maken ze een gedicht bij een zelf gevonden voorwerp.

Op haar website https://www.floortjeschoevaart.nl/ kun je lezen wat een duizendpoot Floortje is. Op haar website ook een aantal teksten en een prachtig treurig gedicht met de titel ‘Drie kleine broertjes – voor Klaas’.

.

Drie kleine broertjes – voor Klaas

.

Twee kleine broertjes,
een moeder, een vader
in het mooie huis aan het water.
In de winter het ijs, in de zomer de kikkers:
zo was de bedoeling en zo moest het blijven.
Dus ik was er nog niet,
ik kwam later.

.

Twee kleine broertjes:
één grote, één kleine.
En later dan zouden ze spelen.
De kleine die kon nu alleen nog maar huilen,
maar dat gaf niet, de grote die wachtte wel even.
Hij ging wel vast
z’n speelgoed verdelen.

.

Twee kleine broertjes:
één kleine, één grote.
De grote die kon toen al lopen.
En dat liet hij ook zien dus, op papa’s verjaardag,
door de kamer met mensen die praatten en lachten.
En de zon scheen
de tuindeuren open.

.

Eén van de broertjes,
een strak blauwe hemel
en het gras net zo groen als het water.
Dan, plotseling, stoppen de kikkers met kwaken,
verhuizen de eendjes naar twee sloten verder.
Niemand hoort het
geschrokken gesnater.

.

Twee kleine broertjes.
En iedere winter
weer schaatsen waar hij was verdronken.

.

“Mama, als je toen geweten had
hoe hard ik nou kan schaatsen,
hadden jullie mij er toch wel bijgenomen?
Ja, maar ik kan ook al bijna
zeven meter onder water
en ik ben zellef op de fiets uit school gekomen.
Mama, kijk! Ik kan een scherpe bocht
en met twee voeten remmen.
Weet je, eigenlijk ben ik voor mij
dan wel een beetje blij
dat hij nog niet kon zwemmen.”

.

Twee kleine broertjes,
een moeder, een vader
In het mooie huis aan het water.
Zo groeiden we op en we speelden en huilden.
En ik ging steeds meer snappen dus steeds minder vragen,
maar iedere zomer
wordt het weer een jaar later.

.

Begin van het einde van een regime

Ion Monoran

.

Op 16 december 1989 was het dertig jaar geleden, dat de revolutie tegen Ceaușesc ontketend werd in Timisoara, Roemenie. Ik herinner me dit nog goed, ik had in die periode een boek gelezen over het bizarre regime van Ceaușesc. Via collega dichter Serge van Duijnhoven ontving ik informatie over de dichter die de val van het Ceaușesc regime in gang zette. Uit een bericht op zijn website https://sergevanduijnhoven.wordpress.com/ : Een moedige dissidente dichter genaamd Ion Monoran, had de euvele moed een trolleybus te kapen. En met zijn verzen op te roepen op te staan tegen het “Genie van de Karpaten” en diens misdadige ultra-communistische regime. Binnen een dag leidde de pop-up opstand van Monoran tot veertig doden die voor de kathedraal van Timisoara werden neergeschoten door de Securitate en een dag later verbrand op last van Elena Ceaușesc in Boekarest. De rest is geschiedenis.

Ion Monoran (1953–1993) werd geboren in het dorp Petroman in Timis, Roemenië. Hij was journalist, dichter en uitgever. Zijn eerste gedichten werden in 1976 gepubliceerd in het tijdschrift Forum studenţesc. Hij gaf les in de literaire kring ‘Pavel Dan’ van het Studenten Cultuurhuis in Timişoara en hij werkte samen met en publiceerde in de literaire tijdschriften Orizont, Amfiteatru, Echinox en Luceafărul. Geen van zijn boeken zijn tijdens zijn leven gepubliceerd. Monoran was een icoon onder de Boheemse kunstenaars van Timişoara en werd een culturele held na de revolutie. Zijn prijzen zijn onder andere de Orizont-tijdschrift Poëzieprijs (1987), de Nichita Stănescu-prijs voor hedendaagse poëzie (1987), de prijs voor literaire creatie (Satu Mare, 1987) en de Literaire Unie Debuutprijs. Voor zijn werk, Locus periucundus, werd hij geëerd door de gemeente Timișoara door hem ereburger te maken.

Na zijn dood werd Monoran pas gepubliceerd in een poëziebundel. Deze bundel ‘Locus Periucundus’ bevat gedichten uit de periode 1975-1989. Deze biografische poëzie geeft de impulsieve, abrupte en vaak tegenstrijdige teksten van Monoran de ervaring van een ‘vrije geest’. Uit deze bundel het gedicht ‘Locus Periucundus (1)’ (wat zoveel betekent als (tweede) Kamer voor meineed in het Latijn). In een vertaling van Marius Surleac en Marc Vincenz.

..

Locus Periucundus (I)

.

Before
becoming a village
this cluster of ruins
gently sloped beneath the trees, beneath bending
boughs, so that from place to place
fragments of wall peer out of the foliage,
a clutter of refuse
collapses into silence,
interrupted only by the murmur of countless
flowing streams
on winding narrow streets
and by the chatter of villagers
or the wide-eyed, ignorant
shepherds
menacingly dangling their clubs
above the hill’s crest,
behind their herds,
and among the brambles and blackberries
that impede the ewes’ ascent.

.

It is essential
to venture up there
amid the vineyards dull and bright,
to admire the hills
bombarded with rural echoes,
and to roam the dung-speckled grasslands
to reach
these Loci Periucundi
as Pliny would say—
places infused with the mysterious
presence of spirits
which give you an unsettling feeling
even when they are spelled out on paper,
not to mention to encounter them here
frightening and cheerful,
throbbing
in a slow affected ostentation
on the muddy footpaths shaded by thickets
from which curious news arrives
in light and shadow,
sweetened by bird song
or muffled by a profusion
of serpentine creeper vines
winding through trees.

.

Time
perfected
this green daedal country
dominated
by the language of birds and flowers,
a country prepared to take back its fauns and satyrs
concealed in the rocks
overgrown with ferns and wild roses—
as if designed in mad disarray
by a frivolous gardener
and in chaotic succession,
as if especially intended for lovers
seeking a hidden place for love.

.

In these places,
ruling for millennia,
hawk, bat, or cuckoo
have fulfilled their roles as augurs,
as angels and archangels, but now
hang as simple decorations
or as red penalty cards,
torn apart by weather and neglect.
.
Despite
the urgency of this beautiful,
almost Rousseauian spontaneity,
churches still loom
abundantly
in the oppressive religiosity
of the peasants
who, notwithstanding their kindness and courtesy,
are more renowned
for the quality of their wines and brandy
than any worship of saints
or their practice of the Mysteries
dedicated to Zamolxis or Dionysus.
.
The peasants are simple,
a living material
of farmers or miners or shepherds
and live their lives in these villages
built from these high walls and rubble—
rather more medieval than ancient.
And only my imagination
helps me see them
dissolve into the dream-light of an antiquity
that swarms everywhere,
reviving from these stones
with uncertain meaning,
the great towers of an almighty
Dacian stronghold,
which, in their long-lasting wanderings,
the Romans besieged.

.

Ongehoord! poëziewedstrijd 2020

Nieuwe editie

.

Stichting Ongehoord! komt terug. Na in 2019 alleen een (zeer succesvol) podium te hebben georganiseerd in de Jacobustuin zal er in 2020 opnieuw een poëzie- of gedichtenwedstrijd worden georganiseerd. De Ongehoord! poëziewedstrijd beleefde haar eerste editie in 2012 en beleefde haar voorlopig laatste editie in 2017. Door allerlei ontwikkelingen en bestuurswisselingen lag deze wedstrijd in 2018 en 2019 stil.

Maar er is dus goed nieuws! Volgend jaar is er opnieuw de mogelijkheid om het felbegeerde beeldje (de eerste prijs van deze wedstrijd) te bemachtigen door mee te doen. De voorwaarden en het thema zullen medio januari (rond de Dag van de poëzie) worden bekend gemaakt op de website van stichting Ongehoord! en op dit blog.

Prijswinnaars van deze wedstrijd zijn:

2012: Hervé Deleu

2013: Anneke Wasscher

2014: Alja Spaan

2015: Gerard Scharn

2016: Hein van der Schoot

2017: Gijs Smit

.

Wil jij je naam aan dit rijtje toevoegen hou dan de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com en/of dit blog in de gaten. Uiteraard zullen we bij de start van deze wedstrijd de publiciteit zoeken en er volop ruchtbaarheid aan geven. Om je alvast een beetje in de sfeer te brengen heb ik een gedicht van de eerste (Vlaamse) winnaar van deze wedstrijd uitgekozen. Het is niet het gedicht waarmee Hervé in 2012 won, dat kun je hier lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/11/12/verslag-van-een-prijsuitreiking/ maar een gedicht uit zijn in 2013 verschenen bundel ‘De geur van de maan’ getiteld ‘Tango’.

.

Tango

.

Ze strijkt gracieus haar haren strak,

glimmend veld in ravenzwart,

siddert als een espenblad

wanneer haar kleed haar lijf omvat.

.

Ijdel glijdt z’haar schoenen in,

de hak als fallus opgericht,

staccato stampt ze putten in

’t parket dat kraakt als een gedicht.

.

Hij leidt haar dwingend in het rond,

zij is het vuur, hij is de lont,

hun lijnen smelten tot één romp

die wentelt tot de passie komt.

.

Hun blikken haken elkaar vast,

’t begeren in haar schoot gevat,

door ’t overrijpe breekt de bast,

zij wordt een vrucht in eigen nat.

.

Synchroon bewegen ze hun lijf,

uit elke vezel druipt het geil,

de tango geeft hen lust en pijn

tot ’t eind hen rukt

uit hun verzadigd zijn…

.

%d bloggers liken dit: