Categorie archief: Vlaamse dichters

Grutto Grutto Fuut Fuut

Robin Hannelore

.

De Vlaamse dichter Robin Hannelore (1937, pseudoniem van August Obbels) is vooral bekend in de Belgische Kempen. Hij kreeg in 1968 en 1977 de poëzieprijs van de provincie Antwerpen. Naast zijn auteursactiviteiten was hij tot 1997 leraar Germaanse talen in zowel Herentals als Antwerpen. Binnen zijn zeer ruime thematiek neemt Hannelore het dikwijls op voor de zwakkeren, de onderdrukten en de onmondigen. Deze voorkeur, die in zijn werk meermaals naar boven komt, kwam tot een hoogtepunt in ‘Een brief aan de koning’ (1979). In zijn veelheid van stijlen waagde hij zich enkele malen in het magisch realisme, wat hem de vriendschap opleverde met Hubert Lampo. Samen met Frans Depeuter en Walter van den Broeck was Hannelore ook medestichter van het satirisch-kritische tijdschrift ‘Heibel’, dat hij in 2007 met Depeuter opnieuw tot leven riep. Hannelore schreef zo’n 20 poëziebundels en hij debuteerde in 1958 met de poëziebundel ‘Waan en pijn’.

In 1978 verscheen in de serie ‘Poëtisch erfdeel der Nederlanden’ in de Vlaamse pockets, een bloemlezing van zijn werk onder de titel ‘Het koekoeksspog’. Wat dat precies betekent is me niet helemaal duidelijk, het Vlaams woordenboek geeft niet direct uitsluitsel, maar het lijkt een afgeleide van gespogen dat ‘heel erg gelijkend op’ betekent. Hierin gedichten uit zijn bundels uit de jaren ’60 en ’70.

De bundel begint met een ‘gedicht’ of een uitspraak van Hannelore waaruit blijkt dat hij het opneemt voor de onderdrukten en de onmondigen.

.

En kom je tenslotte toch naar de Kempen,

denk dan niet te lichtvaardig dat je

het koekkoeksspeeksel, het kikkerspog

of het lenteschuim ontdekte.

Ik loop hier namelijk in het voorjaar steeds

op, voor de voeten van, of in het gezicht van

de parvenu’s, de spekulanten, de mongoloïde politici

en de goden te spuwen.

.

Verder in de bundel blijkt dat Hanelore wel degelijk ook gedichten schrijft die minder activistisch zijn en de schoonheid van de Kempen en de natuur als onderwerp hebben zoals in het gedicht ‘Grutto Grutto Fuut Fuut’ dat nooit gebundeld werd.

.

Grutto Grutto Fuut Fuut

.

Ik lig hier als een driedubbele gek

Te lachen in het gras de witbol

Beroesd van tijm en koeiedrek

De schaduw van de eik zit vol

.

harig wilgeroosje en oud geluk

En gesjirp van een krekel een mus

De Kempen bulkt van de volle pluk

Halfapen toeren er rond in een bus

.

Onder dit groen orgiastisch gewelf

Op dit eeuwig wilde herdersfeest

Ben ik te gast bij de zwarte elf

.

Ik adem ril geniet als een beest

Verlaat hier tenslotte voorgoed mezelf

Nimmer is iemand zo vrij geweest.

.

Advertenties

Gesluierde schandaaltjes

SMS poëzie

.

In 2008 werd een SMS-Poëziewedstrijd georganiseerd onder de titel ‘Gesluierde schandaaltjes’ in opdracht van BASE in het kader van Odegand. De 34 bekroonde gedichten werden in een klein bundeltje gepubliceerd in een oplage van 8.000 stuks en de productie lag in handen van het PoëzieCentrum Gent. Ik denk dat zoiets tegenwoordig niet meer gedaan zou worden, misschien onder de titel App-gedichtenwedstrijd. Via de beperking van (destijds) 160 karakters werden deelnemers gestimuleerd en gevraagd kernachtig te formuleren onder het motto ‘in der beschränkung seigt sich erst der Meister’.

De oogst was volgens de inleider rijk en gevarieerd en soms ook wat ondeugend (het thema was ‘1001 nachten’) en uit de vele inzendingen werden dus 34 gedichten gepubliceerd. De winnaar van deze wedstrijd werd Boris Cruyssaert, de tweede prijs (met een trilogie) Hilde van Cauteren en derde prijs ging naar Antoine Fonck.

Omdat het zulke korte gedichtjes zijn plaats ik ze hier alle vijf.

.

Mijn woorden zeilen, sluipen

gesluierd, van hiel tot keel,

openen je honing

met tong van kaneel. Tot je lijfje

haremsgewijs hijgt. En zwijgt.

.

Boris Cruyssaert

.

hij greep haar bij het nekvel als

een kat en dwong haar zijn

genade te betalen. maar zij temde

hem: ze betaalde met verslavende

taal, met altijd nog een verhaal

.

zo koopt zij dagen van de dood:

zij schikt haar taal,

laat haar verhalen

dralen tegen het daglicht aan

.

hoe ze hem met haar wendingen

behaagt en subtiel de plot verdaagt

naar een volgende nacht: zo

kluistert zij hem aan haar lippen,

zo handelt zij taal voor tijd

.

Hilde van Cauteren

.

het laatste / allerlaatste sprookje /

van 1001 nacht / gaat over

een meisje in Irak / dat de ogen

afwendt / van het been dat /

naar zij zich herinnert /

zij gisteren nog / had

.

Antoine Fonck

 

 

Banaliteit van de liefde

Peter Goossens

.

Al enige tijd ligt de nieuwste bundel van de Vlaamse dichter Peter Goossens getiteld ‘Banaliteit van de liefde’ bovenop mijn stapeltje van nog te lezen dichtbundels. Afgelopen week had ik wat tijd om het te lezen en na ‘Als’ uit 2017 dat ook al de liefde al thema had (driehoeksverhouding) nu een bundel over de liefde in algemene zin. De achterflap vermeldt dat het hier empathische poëzie betreft en als men hier mee bedoeld dat de dichter zich weet in te leven in het leven en de gevoelens van de ander dan klopt dat denk ik wel, al had ik hier en daar het gevoel dat ik meer las over de dichter zelf dan over ‘de ander’. In het ene gedicht is de verteller heel duidelijk aanwezig (Schuinsmarcheerders) in een ander gedicht richt hij zich letterlijk tot de ander (De eeuwige minnaar) maar in alle gedichten gaat het over de relatie van de ene mens tot de andere en is de liefde in al haar facetten het thema.

In zes hoofdstukjes (totaal 28 gedichten) zijn de vaak wat langere gedichten ingedeeld. Vaak zijn het de minder aangename kanten van de liefde die Peter beschrijft (verlaten zijn, ontrouw, onvermogen lief te hebben) maar de inhoud is als steeds bij Peter interessant en nieuwsgierig makend. Soms is een gedicht vertederend en dan ineens heel recht voor zijn raap. Peter gebruikt grote woorden in zijn poëzie waardoor ik soms moeite heb met de geloofwaardigheid maar ik herinner mij dat ook in zijn eerdere werk dit het geval was en dat, tijdens een voordracht (hij stond eind december op het podium van Ongehoord!) dat (kleine) bezwaar helemaal wegvalt.

Ik heb voor het gedicht ‘Het klinkt als klatergoud in vallend water’ gekozen, juist omdat de titel en de inhoud van dit gedicht op gespannen voet lijken te staan. En omdat het in het begin een ongemakkelijk gevoel teweeg brengt (#metoo?) totdat je verder leest.

.

Het klinkt als klatergoud in vallend water

.

Ik weet nog de eerste klets op je billen,

wat een nieuwe ervaring.

Hoe je dan een prooi werd.

.

MIJN PROOI

.

Ik weet nog hoe mij lippen zich krulden,

hoe ik geduldig wachtte

voor de tweede klets

.

KLETS

.

Ik weet nog hoe je lichaam zich kromde

en een lange zuchtige kreun zich tussen je lippen ontsnapte.

Hoe je billen zich aan mij toonden

en je met iets meer ongeduld wachtte,

.

KLETS

.

Declamatorium

Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie

.

In 1979 publiceerde Standaard Uitgeverij het ‘Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie’ bijeengebracht door Teresa Van Marcke. Nu heb ik het woord declamatorium even opgezocht (dat het een afgeleidde is van declamatie was me duidelijk) en het betekent “Een dichtstuk dat bij de voordracht wordt begeleid en afgewisseld door muziek of zang” of ook wel “voordracht”. Hoe dat precies zit (het is tenslotte een geschreven bundel) blijkt uit het voorwoord. Daarin schrijft Teresa Van Marcke: “Voor dit werk ging de keuze in de eerste plaats naar het gedicht, geschikt om voor te dragen. Te hermetische poëzie werd vermeden”.

De bundel bevat een reeks aan gevestigde namen maar ook een reeks nieuwe namen (let wel: gevestigde of nieuwe namen in 1979!). “Dichters die de gevoeligheden van deze tijd en vooral van de jonge mens van nu, trachten te verwoorden”. In een aantal thema’s zoals ‘Bezinning/vragen’, ‘Vreugde/liefde/innigheid’, ‘Ontgoocheling/angst/pijn’, ‘aanklacht/eis/strijd’, ‘Reportage/verhaal’ en ‘Humor/ironie’, worden ruim 400 gedichten en dichters gepresenteerd. Zoals gezegd bekende namen (hoewel volgens het voorwoord een aantal Nederlandse dichters verstek liet gaan) maar dus ook onbekende en nieuwe dichters. Zo kan een dichter als Herman de Coninck naast een (voor mij onbekende) dichter als Albert de Longie staan en Halbo C. Kool naast Hendrik Marsman.

Ik heb uit het hoofdstuk ‘Aanklacht/eis/strijd’ gekozen voor het openingsgedicht van Paul de Bolle. Van deze dichter heb ik verder geen informatie gevonden en dit gedicht had wat mij betreft ook in het hoofdstuk ‘Humor/ironie’ kunnen staan.

.

Wanneer ik een soldaat zal zijn

dan grif ik gedichten in de kolf

van mijn geweer

en de man die dan zeggen zal

schiet

die sla ik met mijn gedichten

dood

.

Doel

Dorpsdichters van een verloren dorp

.

Afgelopen week was ik in Doel, een dorpje in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Beveren. Doel ligt in het uiterste noordoosten van de provincie, op de linkeroever van de Schelde, in de polders van het Waasland, vlak bij de Nederlandse grens. Als je de grens oversteekt met Nederland kom je in de Hertogin Hedwigepolder, een polder die door Nederland onder water gezet gaat worden bij wijze van natuurcompensatie, en het wordt daarmee aangesloten bij het Verdronken land van Saefthinge.

Doel was ooit een klein dorpje van zo’n 1300 inwoners maar door (in eerste instantie) uitbreidingsplannen van de haven van Antwerpen (waarbij een dok dwars over het dorp aangelegd zou worden) is het al sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw onderwerp van gerechtelijke procedures bij onze zuiderburen. Het dorp is inmiddels zo goed als uitgestorven (in 2009 woonden er nog 84 mensen maar inmiddels is dat verder geslonken naar ik schat minder dan 20) en lijkt nog het meest op een spookdorp. Op de dag dat ik er was zag je een enkele auto van een bewoner en verder vooral fotografen want dat het dichtgespijkerde dorp inmiddels een aantrekkingskracht heeft op fotografen is duidelijk.

De kerk, het parochiehuis, de school, de woonhuizen en boerderijen, alles staat leeg en verlaten, vervallen of in een staat dat het niet lang meer duurt of het gaat instorten. Een desolate plek om te wonen lijkt me, helemaal omdat de twee kernreactoren van Doel op minder dan een kilometer afstand van het dorp staan. Toen ik daar rond liep kwam ik op een paar plaatsen gedichten van de dorpsdichters tegen; Mark Meekers (2007-2009), Hilde van Cauteren (2011-2013), Geert Colpaert (2018-2020) en van dichter/dichter en sixties-activist Herman J. Claeys. In de gedichten van deze dichters is altijd een activistische toon te lezen, verzet tegen de afbraak van hun dorp. Hieronder een paar voorbeelden en het gedicht ‘Uitgewoond’ van Mark Meekers.

.

Uitgewoond

.

herenwoning en arbeiderskrot, schouder aan

schouder, groot houdt schamel overeind.

een laan van stenen waar grassen alle

perken te buiten gaan, op de drempel

.

een contemplatieve kat, muizenparadijzen

in de kelders, wat merelrumoer, stilte door

kraaien doorprikt, grandioos alledaags.

er is plaats voor een knik, een ochtend-

.

zwaai, maar niet die morgen dat over

een rode loper van verpulverd brik de bull-

dozer heen en weer raast. het licht maakt

zich niet meer op, herinneringen kruipen

.

als processierupsen, nooit meer stralen

boven mijn straat de sterren als engelen-

ogen uit oude reliekschrijnen, elke steen

die overblijft: terzijde gelegde pijn.

.

 

 

Foto

Paul Snoek

.

Paul Snoek was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (1933 – 1981) Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij was tevens kunstschilder. Zijn pseudoniem is afkomstig van de naam van zijn moeder Paula Snoeck. Hoewel zijn werk moeilijk bij één stroming is in te delen of moeilijk onder één noemer te vatten valt wordt hij gerekend tot één van de dichters van de Vijftigers. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.

In de bundel ‘Archipel’ uit 1954 het gedicht ‘Foto’.

.

Foto

.

Verwarde mensen met een onweer in het haar

en niet het hart vol zwarte klippen

dragen in hun witte handen wit zand

van het strand naar de zee.

.

Aan de horizon waait een steamer

in alle windstreken uiteen

en in mijn hart

wordt een lippenrose schelp gebroken

pas aangespoeld.

.

de Coninck en Buddingh’

Prijs en gedicht

.

Sinds 1988 bekroont Poetry International jaarlijks het beste Nederlandstalige poëziedebuut met de C. Buddingh’-Prijs. Met de prijs beoogt Poetry International meer aandacht te genereren voor talentvolle nieuwe stemmen in de Nederlandstalige poëzie. Voor menig dichter van naam was de C. Buddingh’-prijs de eerste belangrijke trofee die in de wacht werd gesleept. Namen die me te binnen schieten zijn Anna Enquist, Marieke Lucas Rijneveld, Vicky Francken en Ilja Leonard Pfeijffer. De prijs is genoemd naar Cees Buddingh’.

In de cyclus ‘Ars poetica’ schrijft Herman de Coninck een gedicht ‘Aan Buddingh’ en in eerste instantie dacht ik dat het een soort van eerbetoon was aan de poëzie van Buddingh’. Totdat ik op de website dbnl.org een artikel las uit een ‘Tirade’ uit 1977 waarin de zaken toch enigszins anders blijken te liggen. De poëzie van Herman de Coninck werd in 1970 opgenomen in de bundel ‘Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen’. De nieuw realistische dichters zetten zich aan de ene kant af tegen het “welig tierende, hermetisch-duistere 50ers-epigonisme” in de Vlaamse dichtwereld. Aan de andere kant distantieerde de woordvoerder van deze nieuw realisten zich van de Nederlandse nieuw realisten zoals die vooral in Gard Sivik en De Stijl  werd gepubliceerd.

In het gedicht ‘Aan Buddingh’ spreekt de Coninck zich uit tegen dit Nederlands nieuw realisme dat volgens de Vlamingen “neutraal-objectief, onpersoonlijk en gezichtsloos informatisme” was.

.

Aan Buddingh’

.

Ik hou wel van gedichten

als gespierde kerels van behaarde

mannelijke taal, die zich krabben

waar het jeukt, die oergezond

op je afkomen en zeggen: ga zitten,

ik ben een gedicht, aangenaam, en

waarover zullen we het hebben.

.

Zulke gedichten kunnen natuurlijk even vlot

over liefde als over Vietnam praten,

en misschien zijn zij wel verantwoordelijk

voor de gezondheid van de poëzie,

zoals Limburgse boeren voor de gezondheid

van de moraal.

.

Maar ik hou eigenlijk nog meer

van een groep woorden die zich samen

plotseling bijzonder intiem gaan voelen

en zeggen: laat ons nou maar altijd

bij elkaar, er hoeft er geen meer bij te komen.

.

Poëzie schrijven

Over het hoe en wat van Poëzie

.

Op 31 januari jongstleden (Nationale Gedichtendag) verscheen in dagblad Trouw een artikel over Tom Lanoye, Poëzieweekdichter van 2019, waarin hij 5 tips geeft over ‘hoe je poëzie schrijft’. Ik moest meteen denken aan een bericht dat ik hier op 21 augustus 2017 op dit blog plaatste over wat poëzie nu eigenlijk is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/08/21/poezie-zeker/. Een aantal zaken kwamen overheen. Ook de andere tips van Tom hebben in de loop der tijd dit blog wel gehaald. Al lezend in het artikel werd mij wel duidelijk dat we er hetzelfde over denken. Poëzie is vooral je ‘eigen stem’ vinden, wat je doet door veel naar poëzie te luisteren en het te lezen, en het gewoon doen, het schrijven.

Voor wie het artikel niet heeft gelezen hier de tips van Tom:

  1. Laat je door niemand iets wijsmaken. Wat poëzie precies is, is voor ieder mens anders. De een zal refereren aan de klassieken, aan de vaste versvormen, de ander zal deze juist ver van zich werpen. Poëzie komt in vele vormen en maten. Van sterk hermetische poëzie tot verhalende proza gedichten, van de beeld poëzie van de Dada dichters tot de readymades en stiftgedichten. Terecht merkt Tom op dat hoe meer kennis je hebt van de verschillende stijlen en technieken hoe beter je eigen poëzie vaak wordt. Ze wordt dan gelezen of opgenomen in een kader dat lezers (her)kennen.
  2. Léés voordat je gaat schrijven. Ook hier ben ik het hartgrondig eens met Tom. Om poëzie te kunnen schrijven (in welke vorm dan ook) heb je een kader nodig om je poëzie in te framen. dat is wat anders dan domweg iemand na doen of een stijl kopiëren. Lezen, lezen en nog eens lezen. Door veel te lezen merk je vanzelf welke vormen en stijlen je liggen en welke minder. De vorm die je bevalt en ligt kun je vervolgens jezelf eigen maken(wat ook echt iets anders is dan gewoon nadoen). Elke dichter heeft voorbeelden, wordt geïnspireerd door andere dichters. Door veel te lezen gaat er niet alleen een wereld voor je open, er zal zich ook een idee vormen van de poëzie die je zelf graag wil schrijven.
  3. Probeer alle genres zonder dedain. Deze is niet eenvoudig kan ik uit ervaring zeggen. Maar opnieuw heel waar. Jarenlang dacht (en vond) ik dat ik niet over een vaststaand thema kon dichten. Ik moest geïnspireerd worden. Maar ik wilde wel graag af en toe aan een wedstrijd meedoen. Dus ik heb mezelf ertoe gezet. Dit bleek heel succesvol, ik won wedstrijden met gedichten die ik speciaal voor dat doel had geschreven. een ander voorbeeld; ik werd gevraagd om een gedicht voor een kersttentoonstelling te schrijven. Het wilde maar niet lukken en toen dacht ik, laat ik eens gek doen, ik probeer een sonnet te schrijven. dat had ik nog nooit gedaan daarvoor. Vooral omdat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen (te gekunsteld, te gezocht). Niets was minder waar. het ging me heel goed af en er kwam een prachtig, kloppend gedicht van waar ik nog steeds heel blij van wordt.
  4. Draag je poëzie voor. Deze komt uit mijn hart. Er is werkelijk niets mooiers, niets leukers dan je eigen poëzie voordragen en de reactie van de toehoorders te merken. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, ik doe dit al jaren maar ik herinner me de eerste keer nog. Net voor het uitbrengen van mijn debuutbundel ging ik met de versie op A4 mijn gedichten voordragen. Ik was er (toen) niet bijster goed in maar het voelde geweldig, dit wilde ik. Een enkele keer zeg ik weleens tegen dichters dat het voordragen van je poëzie je gedichten pas echt laten leven. Na vele jaren oefenen denk ik het eindelijk een beetje onder de knie te hebben. Door te kijken en luisteren naar dichters die voordragen zal het je zelf ook steeds makkelijker afgaan. Dus doen!
  5. Als laatste punt laat Tom optekenen: vergeet niet te leven. En dat is natuurlijk waar. Wie dingen meemaakt heeft altijd een reservoir aan ideeën en herinneringen om over te schrijven. En daar horen de vervelende zaken van het leven ook wel degelijk bij. Dus liefde, romantiek, ontdekkingen en geluk maar ook ziekte, dood, ongeluk, verlies, wanhoop. Je hoeft er niet naar op zoek te gaan maar scherm je er niet voor af, doorleef de dingen. Ze zullen je poëzie ten goede komen.

Uitstekende tips dus van een goed schrijver en dichter. Ik zou daar heel onbescheiden nog een laatste aan toe willen voegen: Fantasie. Laat je fantasie de vrije loop, verzin dingen die niet kunnen, associeer er op los, laat woorden, zinnen ontstaan die misschien kant noch wal raken maar laat de fantast, het kind zo je wil, in jezelf los en schrijf. Je zult zien dat je hieruit de meest fantastische gedichten kunt distilleren. Misschien niet altijd als tekst maar zeker al idee.

Om een voorbeeld van zo’n soort gedicht te noemen heb ik gekozen voor een gedicht van Jeroen de Vos uit zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ uit 2009.

.

Duet

.

Mijn gitaar staat naast zijn vriend

de piano

.

ze kunnen het wel vinden die twee.

.

vaak genoeg laat mijn gitaar zich

voorover vallen

zodat hij met zijn kop tegen de piano slaat

.

iedere keer als dat gebeurt trillen hun snaren

en komt er een onbestemd diep bombastisch

geluid naar boven.

.

daarna moeten ze onbedaarlijk lachen

.

                                                                                                                                                                                                                                             Foto Tom Lanoye: Saskia Lienard

Wie gaan er mee?

Poëziebus toer 2019

.

Op 3 februari jongstleden werd in Perdu in Amsterdam de line up van de Poëziebus toer 2019 bekend gemaakt. Tijdens een middag met keynote speakers, optredens, voordrachten en filmpjes van de deelnemende podiumdichters werd bekend gemaakt dat de volgende mensen in augustus 2019 met de Poëziebus door Nederland en Vlaanderen gaan toeren:

Steff Citroengeel, Akim A.J. Willems, Evelien Dockx, Terence Roelofsen, Stokely Dichtman, Isha van der Burg, Naomi Grant – Veldwijk, Foleor van Steenbergen, Mischa van Huijstee, Evy van Eynde, L-Deep / Luan Buleshkaj, Aurora Guds, Demi Baltus, Doreen Hendrikx, Jolies Heij, Rik Sprenkels, Samoerai, Doeko L. de Dichter, Jens Meijen en Anna Borodikhina.

.

Om alvast in de stemming te komen een gedicht van deelnemer Doeko L. de Dichter.

.

Dom gedicht

.

Het is leuk van de wereld, hè, dat ie de dingen
tegelijk interessant en afstotelijk houdt

Dat je geniet van een zonsopgang 
met een zonnebril op of een kalm klotsende zee
vol koters van Duitsers met kuilen gegraven of
dat ik negerzoenen als kind bruine eikels noemde

In speeltuin De Strandwacht heb ik voor een duppie
mijn pigment en onschuld verloren in de mensheid
die me nawees, met moederzucht en zanderige
knuisten m’n wangen vol tranen in stand houdend.

Het is leuk van de wereld, hè, dat ie de dingen
draaiend houdt

Dat het uitroepen van de machtigste man van de wereld
samen moet gaan met de moord op het lelijke woord en
dat ik wel eens denk of ik het koffiezetapparaat wel heb uitgezet
en dan pas aan vakantie.

Als er een god was dan 
is het een pestkop

Ik wou dat ik 'm was...
.

Foto: Look J. Boden

Zal ik liefde noemen

Een recensie

.

Bij MUG books uitgeverij van poëzie is halverwege januari de nieuwe bundel van dichter Evy Van Eynde uitgegeven. De Vlaamse Evy Van Eynde publiceert hiermee, na ‘Wanneer kom je buiten spelen’ uit 2013 (poëzie voor kinderen en volwassenen) en ‘Boze wolven’ uit 2015 (verhalenbundel), nu dan haar derde bundel met poëzie en voor het eerst bij MUG books.

De bundel is mooi uitgevoerd met op de voorkant een foto van een kunstwerk van Niels Cleuren getiteld ‘Woman with tits’. Op de achterkant een foto van de dichter en het geheel is vormgegeven door BRRT.

Op de achterkant van de bundel staat: In Zal ik liefde noemen neemt Evy je mee op het liefdespad, een pad dat pieken en dalen kent, euforie en verdriet. In onverbloemd poëtische taal leidt zij je over dit pad dat geen begin en geen einde kent. De gedichten in Zal ik liefde noemen zijn het ene moment theatraal, het andere moment zijn ze zinnelijk en kruipen ze onder je huid. Maar bovenal zijn ze altijd eerlijk en oprecht.

Wanneer je de bundel openslaat lees ik op een van de eerste pagina’s dat deze is opgedeeld in 7 hoofdstukken, te beginnen met Prelude en eindigend met Zal ik liefde noemen. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een citaat uit een popsong (Eurythmics, The Doors, Madonna, David Bowie) of een citaat van een schrijver of kunstenaar (Anaïs Nin, Vladimir Nabokov, Frida Kahlo) en de citaten hebben betrekking op de inhoud van de gedichten. Want de bundel van Evy Van Eynde is een reis die je met de dichter samen maakt langs het pad der liefde. Wiens pad dat is blijft de vraag, al blijkt hier en daar uit de zinnen en strofes  dat de gedichten een grote persoonlijke betrokkenheid herbergen van de dichter. Zoals in het hoofdstuk Ergens breekt een hart in het gedicht Hoe wij waren.

.

Niemand kan mij strelen

Niemand kan mij plukken

.

Ik zoek je, vind je

niet in mijn gedachten

niet in mijn naakte bloed”

.

Wanneer je de bundel in één keer uitleest (en dat raad ik je aan) dan word je als het ware aan de hand van Evy meegenomen langs dagen van liefde, twee mensen die elkaar vinden en van elkaar genieten naar een periode waarin deze liefde niet (meer) vanzelfsprekend is, waarin er barsten komen in wat zo mooi leek. Waarna er een periode aanbreekt van onmacht, ingehouden boosheid, onbegrip. Want ook dat zijn aspecten van de liefde, de liefde die eens zo mooi was en die gekanteld ineens zijn ware en nieuwe gezicht toont. Zoals in het gedicht Hesperornis:

.

Vannacht viel ik ongeleid

door de schacht van het leven

.

Met mijn hoofd naar beneden

mijn benen samengeknoopt

.

Maar dan komt het hoofdstuk Fata Morgana waaruit weer hoop klinkt, een nieuwe morgen, een nieuwe lente, een nieuw geluid. De toon van de gedichten verandert van zwart en zwaar in licht en luchtiger, maar nog twijfelend; is een nieuwe liefde bereikbaar?  Daarmee wordt de toon gezet voor het vervolg van dit verhaal, van deze bundel. In het gedicht Impersant zo treffend verwoord:

.

waar jij in een mirage

van vergeten dromen | op volle zee

voorbij komen zal

.

of niet?

.

Uiteindelijk beleeft de lezer aan de hand van de dichter een (voorlopig) happy end, in het hoofdstuk Zal ik liefde noemen. De positieve toon van de gedichten waar ineens het leven en de passie vanaf spat maken voor mij heel duidelijk waarom voor deze titel is gekozen. Dit komt heel duidelijk naar voren in het op een na laatste gedicht met de titel ‘Hoe anders’

.

Hoe anders

.

Zal ik liefde noemen

wat je in mij ontketent

de grootste gemene deler | van

.

het gelukzalige verlengstuk

van mijn verdriet

.

het lichtpunt in een nacht

die maar niet | wil ontwaken

.

de toren van vuur op een eiland

waarop ik me smijt | als het water

.

te diep en mijn tranen

gekust willen zijn

.

de zon op mijn lijf

dat dreigt te verstarren

.

het zacht likken

van mijn hart

.

de glimlach

waarin ik stap

.

een kano van lieve lippen

die me boeien | fluisteren

dat ik drijven blijf

.

Hoe anders noem je dat?

.

De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ is voor verliefden, voor lang gehuwden, voor zij die teleurgesteld zijn in de liefde en vooral ook voor hen die hopen. De gedichten van Evy zijn een pleister, een medicijn, een vergezicht en een droom die uit kan komen. Tegen iedereen die van liefdesgedichten houdt (en wie is dat niet) zou ik zeggen, koop deze bundel, lees deze bundel en laat je meevoeren door de bijzondere poëtische stem van de dichter.

De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ wordt op 23 februari officieel gepresenteerd in Het café van Villa Basta, Schipperstraat 13 in Hasselt, aanvang 20.00 uur. Deze feestelijke avond zal muzikaal worden omlijst door de muzikanten Jelle Stevens, Martine de Kok, Sabina Tolu en Luk Swerts. Maar de bundel is nu al te koop via de dichter voor de zeer schappelijke prijs van € 12,50. Hiervoor stuur je een mail naar evyvaneynde@yahoo.com

Op de website van Evy https://evyvaneynde.wordpress.com/ staat nog veel meer te lezen over de bundel, haar eerdere werk en de komende presentatie.

.

 

%d bloggers liken dit: