Categorie archief: Versvormen

Hekeldicht

Ondeugden en misstanden

.

In deze tijd van de zogenaamde ‘Roasts’ waarin onder andere komieken en andere grappenmakers mensen tot op de grond af afbranden op een grappige manier, moest ik denken aan een veel oudere en literaire vorm van de roast namelijk het Hekeldicht. Het Wikiwoordenboek geeft als definitie van het Hekeldicht: gedicht waarin ondeugden of misstanden aan de kaak worden gesteld. Of zoals op de website https://www.ensie.nl staat beschreven: Een gedicht waarin iets ‘gehekeld’ (aangevallen) wordt; het is nauw verwant aan de satire; het belangrijkste verschil is dat de satire vrijwel altijd een humoristisch aspect heeft en het hekeldicht vrijwel nooit. De bekendste hekeldichten uit Nederlandse literatuur zijn van Joost van den Vondel, die te maken hebben met de politieke en religieuze twisten in de het begin van de 17e eeuw: “Geuzevesper” (1619), “Harpoen” (1630), “Roskam” (1630) e.a.

Een bijzonder aardig voorbeeld van een hekeldicht van Ko de Laat vond ik op de website van het EU-forum http://www.cmo.nl

.

Leve het profvoetbal!
.
Oranje had zowaar weer eens gewonnen
Met matig spel, moest worden vastgesteld
Wat was hierop des captains commentaar?
“De bal kon niet goed rondgaan op dit veld”

Ze waren niet zo denderend begonnen
Maar dat had men ook achteraf voorspeld
Het was van meet af aan al zonneklaar:
De bal kon niet goed rondgaan op dit veld

Ze staan daar niet voor twee consumptiebonnen
Da’s waar en dat mag ook wel eens vermeld
Maar nu was het toch werkelijk te zwaar:
De bal kon niet goed rondgaan op dit veld

Supporters, wees toch niet zo onbezonnen!
Staak toch uw loos gekanker en bedaar!
De bal kon niet goed róndgaan op dit veld!

.

Wat voorbeelden van hekelgedichten door de tijden heen:

 

Advertenties

La Belle Dame sans Merci

John Keats

.

In 1819 schreef de Engelse dichter John Keats de ballade ‘La Belle Dame sans Merci’. Hij gebruikte de titel van een veel oudere ballade uit ongeveer 1424 van de Franse dichter Alain Chartier getiteld ‘La Belle Dame sans Mercy’. Hoewel de titels dus vrijwel hetzelfde zijn is de inhoud van de beide gedichten volledig verschillend.

Het gedicht wordt beschouwd als een Engelse klassieker, stereotiep voor andere werken van Keats (1795 – 1821). Het vermijdt de eenvoud van de interpretatie ondanks de eenvoud van de structuur. Hoewel eenvoudig van structuur (slechts twaalf korte stanzas, van slechts vier regels elk, met een simpel ABCB rijmschema) , zit het gedicht toch vol raadsels en is het onderwerp van talrijke interpretaties geweest.

Keats maakt gebruik van een stanza van drie jambische tetrameters met de vierde dimetrische lijnen, waardoor de stanza een zelfstandige eenheid lijkt en waardoor de ballad een doelbewuste en langzame beweging heeft die aangenaam is om naar te luisteren. Keats maakt gebruik van een aantal van de stijlkenmerken van de ballad, zoals de eenvoud van de taal, herhaling en afwezigheid van details. Keats’s ‘zuinige’ manier om een ​​verhaal te vertellen in “La Belle Dame sans Merci” is het tegenovergestelde van zijn overdreven manier waarop hij bijvoorbeeld in ‘The Eve of St. Agnes’  schrijft.  Een deel van de fascinatie die door het gedicht wordt uitgeoefend komt voort uit het gebruik  van het understatement door Keats.

.

La Belle Dame sans Merci

.

O what can ail thee, knight-at-arms,
Alone and palely loitering?
The sedge has withered from the lake,
And no birds sing.

O what can ail thee, knight-at-arms,
So haggard and so woe-begone?
The squirrel’s granary is full,
And the harvest’s done.

I see a lily on thy brow,
With anguish moist and fever-dew,
And on thy cheeks a fading rose
Fast withereth too.

I met a lady in the meads,
Full beautiful, a fairy’s child;
Her hair was long, her foot was light,
And her eyes were wild.

I made a garland for her head,
And bracelets too, and fragrant zone;
She looked at me as she did love,
And made sweet moan

I set her on my pacing steed,
And nothing else saw all day long,
For sidelong would she bend, and sing
A faery’s song.

She found me roots of relish sweet,
And honey wild, and manna-dew,
And sure in language strange she said—
‘I love thee true’.

She took me to her Elfin grot,
And there she wept and sighed full sore,
And there I shut her wild, wild eyes
With kisses four.

And there she lullèd me asleep,
And there I dreamed—Ah! woe betide!—
The latest dream I ever dreamt
On the cold hill side.

I saw pale kings and princes too,
Pale warriors, death-pale were they all;
They cried—‘La Belle Dame sans Merci
Hath thee in thrall!’

I saw their starved lips in the gloam,
With horrid warning gapèd wide,
And I awoke and found me here,
On the cold hill’s side.

And this is why I sojourn here,
Alone and palely loitering,
Though the sedge is withered from the lake,
And no birds sing.

.

  John William Waterhouse (1893)

600 meter gedicht

Henriette Faas

.

Op de een of andere manier komen de lange gedichten in de openbare ruimte deze week regelmatig langs. Schreef ik deze week al over het tunnelgedicht in Vlaardingen, in Antwerpen en het fietspadgedicht in Lissabon, vandaag voeg ik hier het wandelpadgedicht in Maassluis eraan toe.

In 2009 werd ik gevraagd om de regie te voeren over een literaire kunstopdracht van de gemeente Maassluis naar aanleiding van de bouw van de nieuwe wijk Het balkon aan de nieuwe Waterweg. Ik heb toen een aantal schrijvers en dichters gevraagd om verhalen en gedichten te schrijven geïnspireerd door de plek waar deze nieuwe wijk moest gaan verrijzen. De schrijvers waren deels geboren in Maassluis en deels niet geboren in Maassluis maar wel woonachtig en actief in Maassluis. De dichters Henriette Faas en de (te vroeg overleden) Bosnische dichter Pero Senda zorgden voor het poëziedeel.

In het boek dat werd uitgebracht (dat was de literaire opdracht) ‘Balkons scènes aan het water’ staat onder andere het gedicht ‘Maassluis’ van Henriette Faas Tevens de uitgever van mijn poëziebundels ‘Zichtbaar alleen’ en ‘Zoals de wind  in maart graven beroert’. Dit acostichron (de beginletters van elke regel vormen een woord) is nu op borden langs de Waterweg geplaatst over een lengte van 600 meter. Om de 65 meter staat er op de Koning Willem-Alexanderboulevard, een stalen plaat met een dichtregel er op. Alle borden bij elkaar vormen het gedicht over de stad. Om wandelaars nog meer met dit gedicht in aanraking te brengen, is besloten om twee informatiepalen te plaatsen.

.

Maaswater kabbelt onder
Adembenemende luchten
Avontuur op nieuwe grond
Sirene lokt sierlijk schoon
Schip glijdt over Waterweg
Landinwaarts steeds lichter
Uitzicht op een verre haven
Inzoomen op de overkant
Samenstromen

.

Kedinkedonkel

Versvormen

.

Verzen zijn er in vele soorten en maten en er komen er ook nog steeds bij. De Kedinkedonkel lijkt op het Ollekebolleke, door drs. P bedacht en genoemd in zijn oude boekje “Het Rijmschap” (1982). Het is nooit iets geworden, omdat het ollekebolleke nou eenmaal het ollekebolleke is en dat bekt nu eenmaal lekkerder dan kedinkedonkel, maar is toch vermeldenswaard vanwege de rijmvoet (kort-lang-kort-lang-kort), die waarschijnlijk Dasius heet.

De Kedinkedonkel bestaat uit twee maal 4 regels met als rijmschema abcd efgd, als metrum dus dasius en de zesde regel is een woord van vijf lettergrepen.

.

Kedinkedonkel

.

Zojuist geboren
Een nieuwe versvorm
( De vader maakt het
Gelukkig goed)

De naam van ’t kind is
Kedinkedonkel
Wat u vooral niet
Vergeten moet.

.

Luspoëzie

Versvorm

.

Op zoek naar bijzondere versvormen kwam ik de ‘Loop poem’ tegen. Luspoezie ofwel Loop Poetry is afkomstig uit Engeland en populair op Engelstalige poëzie-sites.

Het gedicht bestaat uit 20 regels, twee distichons, een kwatrijn, twee distichons, een kwatrijn en afgesloten met twee distichons.
De distichons rijmen, de kwatrijnen rijmen niet, maar vormen luspoëzie, wat inhoudt dat het laatste woord van regel 1 het beginwoord is van regel 2 en zo verder.
Op http://www.hetvrijevers.nl/  staat een mooi voorbeeld van Jaap van den Born getiteld ‘De toren’. Daarna nog een mooi Engels voorbeeld van Hellon getiteld ‘How I see you’.
.

De toren

.

De toren rijst op uit het duister

Er zweeft een zacht en vreemd gefluister

 

Op uitgesleten stenen trappen

Weerklinken doffe, holle stappen

 

Een edelvrouw, reeds lang gestorven

Gestorven door vergeefse liefde?

Liefde, door de dood gebroken

Gebroken, maar niet uitgedoofd?

 

En klinkt soms in de zomernacht

Met zachte stem haar stille klacht?

 

Zie ik daar achter de gordijnen

Een vrouwensilhouet verschijnen?

 

Voor eeuwig in de steen gevangen

Gevangen door haar hunkering

Hunkering naar wat verloren

Verloren en ongrijpbaar was?

 

Of was er haast met de facturen

En wordt er nu in overuren

 

En door een diepvriesmaal gesterkt

Hier ’s avonds laat nog doorgewerkt?

.

How I See You

.

Eyes that don’t see

see the things that you do

do you wish me to describe

describe how I see you…

.

Skin so delicate

delicate as a rose

rose that will blossom

blossom as it grows.

.

Hair moving gently

gently you tease tease…

softly whispering

whispering summer breeze.

.

Voice so melodic

melodic singing birds

birds, such sweet tunes

tunes…enchant like your words.

.

Dress…rustling

rustling tress bare

bare as leaves fall

fall, the colour of your hair.

.

Your perfume..sweet fragrance

fragrance frangipani’s bring

bring back many memories

memories of spring.

.

Yes…I am blind

blind, yet I see

see in my mind

mind you fill will glee.

.

Rispetto

Versvorm

.

Het Rispetto (Nederlandse vertaling; eerbied, respect) is een oude Italiaanse vorm, o.a. gebruikt door Boccaccio. Uit het rispetto ontwikkelde Petrarca (1304 – 1374) waarschijnlijk zijn sonnetten gebundeld in  ‘Canzoniere’ waarin 366 sonnetten staan gewijd aan Laura, een meisje dat hij op goede vrijdag in 1327 zag in de kerk van St. Claire en dat hij zijn leven lang in gedichten heeft bezongen.

Niet vreemd dan ook dat het het petrarkisme, de literaire stijl die naar Francesco Petrarca genoemd is, de stijl is waarin het verlangen naar de perfecte vrouw lyrische uitdrukking krijgt.

Het Rispetto bestaat uit tweemaal 4 regels met het rijmschema abba cddc en heeft als metrum de tetrameter. Er is ook een variatie waarbij, in het laatste schema, de tetrameter wordt vervangen door een pentameter. In dat geval spreekt men van een Heroic Rispetto.

.

Co

 

Fietsen maakt hij, mensen ook.

Zwart zijn zijn handen, grijs zijn haar.

Een korte broek, sandalen ook,

Zijn woorden klinken soms wat raar.

 

Je neemt hem zoals ie is, o zo!

Hij regelt voor de illegalen

Artsenzorg en kerkzalen.

Hij staat gewoon bekend als Co.

.

* Co was een beroepsopruier, oorspronkelijk arts en fietsenmaker, en nauw betrokken bij de opvang van witte illegalen eind jaren 90 van de vorige eeuw.

 

rispetto

petrarca

Met dank aan Wikipedia en https://sites.google.com/site/versvormen

Titelgedicht: nieuwe vorm van poëzie

Omgedraaid

.

Misschien komt het doordat ik ook op dit blog vaker aandacht besteed aan vormen van poëzie, versvormen en gedichten die net even anders zijn dan wat je gewend bent. Misschien had ik een aanval van creativiteit maar gisteravond terwijl ik al half in slaap was bedacht ik een nieuwe vorm van poëzie.

Gelukkig kon ik het me vanmorgen nog goed herinneren. Ik noem deze vorm ‘Titelgedicht’. En titelgedicht moet in deze niet worden opgevat als het gedicht dat de titel van een bundel draagt bijvoorbeeld maar een gedicht waarin het poëtische gedeelte zich bevindt in de titel en niet in het eigenlijke gedicht. Kun je me nog volgen?

Deze vorm leent zich goed voor anekdotische poëzie maar ook voor de wat serieuzere vormen. De uiteindelijke vorm heeft echter altijd iets grappigs of anekdotisch in zich.

De vorm is verder: drie langere zinnen die een geheel vormen (als titel) en twee korte zinnen die daarop ingaan (als gedicht gedeelte).

Twee voorbeelden.

.

De licht roterende, ultrasone, geluidsdichte applicator wordt schuin en zijdelings op het oppervlakte van de huid geplaatst. Hierbij wordt een lichte druk uitgeoefend op het bovengedeelte van de handgreep, teneinde een zo’n groot mogelijke effect te sorteren bij de uitvoering van de handeling.

“Mooi apparaat

zo’n uhh..”

.

De dichter ligt, na jarenlang gestaan te hebben, zijn mond droog van het uitgesproken zijn en rond zijn ogen jaarringen die zijn ware aard verraden. Zijn pak – wie wist van het bestaan? – te groot, te ruim om het breekbare lichaam, dat niet meer het zijne is. de ogen gesloten, net als vroeger. Dat dan weer wel.

“Wat toont ie bleek.”

“Maar hij ligt er wel mooi bij.”

.

Of deze vorm weerklank zal krijgen? Ik weet het niet. Ik daag je uit om ook een ‘Titelgedicht’ te schrijven. De mooiste en leukste zal ik op dit blog publiceren.

creative-mind

Poëzie en humor

Funny Poems top 10

.

Humor en poëzie, gaan ze wel samen? Voor een groot deel van de dichters waarschijnlijk niet en voor een ander deel waarschijnlijk wel. Plezierdichters, light verse dichters en cabareteske of liedtekstdichters maken graag en regelmatig gebruik van humor in hun poëzie maar ook serieuze dichters willen nog wel humor in hun gedichten verwerken.

Iemand als Drs. P. was een mooi voorbeeld van iemand die serieuze zaken op een humorvolle manier in zijn poëzie wist te verwerken. Maar ook dichters als Willem Wilmink, Kees Stip, Ivo de Wijs en Driek van Wissen mochten graag de kwinkslag in hun poëzie door laten klinken.

Ook in het Engels taalgebied zijn er voorbeelden van. Op de website http://www.tweetspeakpoetry.com/2013/08/29/top-10-funny-poems/ staat een leuke top 10 van funny poems met een aantal links naar nog meer humor in poëzie. De nummer 1 op de lijst is William Shakespeare wat maar aangeeft dat, wat mij betreft, poëzie en humor heel goed samen kunnen gaan.

Hier een Nederlands en een Engels voorbeeld.  Het eerste is een Ollekebolleke van Drs. P. en het tweede is van Francesco Marciuliano uit: ‘I could pee on this: and other poems by cats’.

.

Hoog hè, die berg daarginds.
Wil je zijn naam weten?
Po…eh…popo…wacht…
Popókattepel

Nee, senor, wij zeggen
Popocatèpetl
Ja dat bedoel ik
Maar hoog is hij wel

 

I could pee on this

Her new sweater doesn’t smell of me
I could pee on that
She’s gone out for the day and
left her laptop on the counter
I could pee on that
Her new boyfriend just pushed
my head away
I could pee on him
She’s ignoring me ignoring her
I could pee everywhere
She’s making up for it
by putting me on her lap
I could pee on this
I could pee on this

.

tweetspeak

Dichter van de maand September

Jean Pierre Rawie

.

Als dichter van de maand september heb ik gekozen voor Jean Pierre Rawie (1951). In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw verkocht hij oplagen van dichtbundels waar romanschrijvers jaloers op zouden zijn. Dit was een zeer vruchtbare schrijfperiode voor hem. Uit deze tijd stamt ook de bundel ‘Intensive care’ waaruit het gedicht van vandaag komt (1982).

Rawie is een geboren Scheveninger (en als inwoner van stadsdeel Scheveningen heb je bij mij dan toch een streepje voor) maar groeide op in Groningen. Rawie is door twee dingen bekend; door zijn flamboyante levensstijl en zijn dandyachtige uiterlijk en door zijn werk dat in vaste versvormen is geschreven (sonnetten, rondelen). Ook het gedicht ‘No second Troy’ is hier een mooi voorbeeld van, in dit geval een sonnet.

De komende weken op zondag dus gedichten van deze dichter als dichter van de maand.

 

No Second Troy

Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen,
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit clandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.

Zo’n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.

Wat zijn dat toch voor waanideeën,
Dat je, verdomd, in een gedicht
‘de dingen van je af kunt schrijven’?
.

IC

rawi001_p01

Jonge Held

Martijn van Beem

.

Afgelopen zondag keek ik naar de bijzonder mooie documentaire over het leven en de dood van Willem Ekkel, samen met broer Daan hoofdrolspelers uit de serie ‘Jonge Helden’ van de VPRO, uitgezonden in de jaren 1985 tot 1988. In deze documentaire kwam onder andere een naam van een mij onbekende dichter aan de orde Martijn van Beem.

Op zoek naar informatie of werk van deze, toen jonge, dichter vond ik eigenlijk niets behalve dat Martijn één van de presentatoren was van ‘Jonge Helden’ en nog iets. Een bijzonder grappig en inmiddels heerlijk gedateerd filmpje dat Martijn maakte met Devika Strooker in 1987 onder de noemer school TV als derde deel van de serie Dichters op school.

In dit filmpje gaat Martijn op bezoek bij deskundige Sjef Verbraaken die met behulp van een floppy disc met daarop een computer poëzieprogramma een gedicht schrijft. Je zou dit kunnen zien als een eerste vorm van ready made poëzie.

Het gedicht dat het programma uit losse zinnen maakt gaat als volgt:

.

Gevaarlijk zijn pas echt diegenen

kauwend op hun ongemak

die alles doen voor vrede

desnoods moordend

.

Maar kijk vooral dit heerlijke filmpje.

Jongehelden

%d bloggers liken dit: