Categorie archief: Versvormen

4 x 5 = 8

Christiaan Abbing

.

Als het gaat om versvormen is er een grote variëteit te vinden. Ik heb al vele malen geschreven over verschillende versvormen (te vinden onder de categorie Versvormen). Toen ik echter de versvorm 4 x 5 = 8 tegen kwam moest ik onwillekeurig denken aan Pippi Langkous. Op zichzelf had er nog best een relatie kunnen zijn tussen de twee want de versvorm 4 x 5 = 8 is laat in de 20ste eeuw ontstaan. We spreken hier eigenlijk over een vierregelig rijm, schema BBBB in pentameter. Het binnenrijm A schuift elke keer een jambe op. De oneven regels van een 4 x 5=8 beginnen met één versvoet en krijgen er telkens één bij. De even regels vullen de vijftallen aan. Regel 1 kan een trefwoord zijn, maar dit is niet verplicht.

Hier een voorbeeld van Christiaan Abbing getiteld ‘Bij de plaszak van de NS’ over de introductie van de plaszak in treinen (Sprinters) zonder WC in 2011 (die overigens in 2018 weer werd afgeschaft).

.

Bij de plaszak van de NS

.

Gemak
Is wat de Sprinter node mist:
’t Toilet ontbrak
NS verzon een list
Maar voor vertrek al sprak
De machinist:
‘Zeg op, wie heeft hier naast de zak
Gepist?’

.

Advertenties

De stijgbeugel

Poëziewedstrijd

.

Pas geleden kocht ik in een kringloopwinkel een bundeltje gedichten met de titel ‘De stijgbeugel’ veertig verzen van nieuwe dichters. Het bundeltje is uit 1953 en uitgegeven door N.V. De Arbeiderspers in de serie De Boekvink,  litteratuur in miniatuur (dit is geen typefout, het staat er echt litteratuur). Ik was in de veronderstelling dat het hier een verzamelbundeltje betrof maar dat ligt toch iets anders. Wat blijkt? Het betreft hier een bundel met winnaars van een door de VARA-rubriek ‘Met en zonder omslag’ uitgeschreven prijsvraag voor nog onbekende ‘naam’-loze dichters in Nederland.

De organisatoren hadden zich verkeken op het grote aantal gedichten dat er werd ingezonden (maar liefst 3000) en deze moesten door een driekoppige jury (Max Dendermonde, Reinold Kuipers en Garmt Stuiveling) worden gelezen en beoordeeld. De winnaar van deze wedstrijd werd Christine Meyling (1925 – 1983), een naam is die ik nog nooit ergens ben tegengekomen. Het lijkt erop dat Meyling haar dichtersloopbaan niet heeft voortgezet ( ik heb het uiteraard even uitgezocht, van haar hand verschenen in 1954 – 1956 een aantal gedichten in Maatstaf en De Nieuwe Stem, daarna werd het stil).

Wat opmerkelijk is is dat de tweede prijs werd gewonnen door Ellen Warmond (1930 – 2011), een dichter die later heel bekend is geworden. Haar naam is de enige tussen vele onbekende namen die bij mij een belletje lieten rinkelen. En ondanks dit feit is deze bundel een heel fijn boekje om te lezen. het geeft heel mooi weer hoe er aan het begin van de jaren vijftig in Nederland werd gedicht. Een mengeling van poëzie van na de oorlog (waar de oorlog nog in na klinkt), vaste versvormen, romantische poëzie en poëzie die al naar de vernieuwingsdrang van de vijftigers neigt.

Ik heb besloten een van de twee eerste prijswinnende gedichten hier te plaatsen van Meyling ( Claire) en een van de tweede prijs van Warmond (***) om het verschil in stijl te laten zien.

.

Claire

.

Jouw kind is aarzelend geboren.

Het toefde op de drempel van verdriet,

Begroef de droom die het voorgoed verliet

en zou de wereld droef en blij behoren.

.

Het was een meisje, weer, en vaag geschonden

(twee rose wonden, maar die gaan voorbij).

Je hebt haar – moeilijk – toch maar lief gevonden,

zij paste logisch in de onvoltooide rij

.

van de verbloemde, heimelijke zonden.

Nog even bracht een klein en zoet gemis,

toen er veel mensen in je kamer stonden,

je tot de grens van een bekentenis.

Maar omdat zij het ook niet helpen konden,

bleef alles als het was en steeds gebleven is.

.

Voor Wim

.

***

.

Ik steek je onbekommerd

overmoedig dwars door de aarzeling

die kamers vierendeelt en ons

afzijdig houdt mijn hand

toe met de woorden zie

dit heb ik voor je meegebracht

een landkaart zonder wegen

een nooit meer in roulering komend

geldstuk een sublieme

seconde van volkomen

van onbeheerst en mateloos

van bandeloos en onbelemmerd

blind-zijn.

.

Grid poëzie

Links-rechts, boven-onder

.

De poëzie biedt een ongekend aantal variaties op een thema; taaluitingen met de nadruk op vorm, klank en beeldspraak maar ook een ongrijpbare esthetische ervaring. Binnen de mogelijkheden die er zijn om poëzie te creëren heb ik al vaker over de vorm geschreven waarin poëzie tot ons komt. De vele versvormen die er zijn maar ook de ‘fysieke’ vorm van poëzie zoals beeldgedichten, collagegedichten, stiftgedichten en dergelijke.

Op het web kwam ik een vorm tegen die ik nog niet kende, tenminste de term voor dit soort gedichten kende ik nog niet. Het betreft hier Grid gedichten of Grid poëzie.  In Grid poëzie draait het om de leesrichting. Een Grid gedicht bestaat uit negen stukjes tekst in een overzicht van drie bij drie. Het gedicht kan van links naar rechts worden gelezen (zoals je normaal zou lezen) maar ook van boven naar beneden (en dan in de rechter richting). En in welke richting je het ook leest, het blijft een gedicht maar met een iets andere betekenis. In die zin deed deze vorm me wel wat denken aan het Jozzonet van Joz Knoop. Hieronder een aantal voorbeelden uit ‘Grid Poems Vol.1’.

.

Kamerlid

Versvorm

.

Op de dag van de Provinciale verkiezingen (en de waterschapsverkiezingen natuurlijk), in een tijd waarin kamerleden elkaar via YouTube zwarte maken of de pers niet willen spreken leek het mij wel een verstandig idee om het kamerlid eens van een positieve kant te belichten. De Kamerlid Versvorm is namelijk ook een versvorm en als zodanig een variant op de Schaap Veronica gedichten (een andere versvorm). In 2017 werd het Kamerlid geïntroduceerd door Hanneke van Almelo (Hendrikje de Koning)

De voorwaarden voor een Kamerlid vers zijn:

Een zevenvoetige jambe (met waar mogelijk een cesuur), een rijmschema abab, cdcd … xyxy afwisselend vrouwelijk en mannelijk rijm; afsluitend distichon met mannelijk rijm zz. Vier vaste typetjes:

  • kamerlid: man, niet kerkelijk, meent het goed, maar glad als een aal,
  • Kurt en Cor. Homo stel. Kurt heeft een Turks/moslim achtergrond en Cor PKN. Altijd solidair met elkaar en met alle minderheden
  • Babcia Baranowska. Pools voor Oma Schaap (een knipoog naar Veronica). Pools, katholiek, spreekt Nederlands met Oost Europees accent.  

Het Kamerlid wordt grotendeels in een dialoog (altijd jij) geschreven, verteld in de derde persoon, onvoltooid tegenwoordige of verleden tijd, geen aanhalingstekens. Leenwoorden hebben (in tegenstelling tot Schaapverzen) een juiste spelling.  De 1e regel begint met verzuchting of kreet van één van de personages, Kurt en Cor spreken unisono, stijl is lichtvoetig en spottend, titel begint altijd met “Het Kamerlid…” en het eindigt altijd met een exotisch hapje of drankje.

Nogal wat voorwaarden dus maar wanneer aan al deze voorwaarden wordt voldaan komt er wel vaak een heel grappig vers uit. Zoals in het onderstaande gedicht van de bedenkster duidelijk wordt.

.

Het Kamerlid gaat ook mee
.

Natuurlijk, riepen Kurt en Cor, wij gaan ook demonstreren,
want wat die mensen in het Rifgebied wordt aangedaan,
dat vinden wij niet kunnen, hoor. Dat vraagt om protesteren.
Wie heeft er zin om straks met ons mee naar Den Haag te gaan?

Ach ja, sprak Babcia Baranowska, dat zou ik wel willen.
Dan neem ik ook een kroekje mee, want kan niet staan zo veel.
Ik maak gauw loenchpakketjes klaar om chonger mee te stillen,
met brood en cham, augoerk en ei, dat glijdt zo door jouw keel.

Ze gaf het kamerlid de raad: Stop noe met nota’s schrijven
en sloit je aan bij Cor en Kurt. Die laptop, laat maar staan,
dan maak ik extra snack voor jou met kaas en wat olijven.
We gaan hoor, zeiden Kurt en Cor, dan staan we mooi vooraan.

Toen vroegen ze het kamerlid, Misschien wil jij wel spreken?
Da’s goed voor je imago als bezield politicus.
Je haar zit goed, daarover hoef je niet je hoofd te breken.
Het is een prima oefening in public speaking. Dus …?

Ik weet het niet, zei ‘t kamerlid. Ik twijfel of mijn fractie
een standpunt over deze kwestie heeft geformuleerd.
Maar ja, een demonstratie is een nobele reactie …
Kies anders voor incognito, dan kan het niet verkeerd.

Na afloop zeiden Kor en Kurt, Het was een openbaring!
Protesten zijn geweldig, zoveel lotsverbondenheid.
En samen slogans roepen … Oh, een heerlijke ervaring.
‘t Is tijd, zei ‘t kamerlid, dat ik mij van die pruik bevrijd.

Die briwats die ik kreeg, zei Babcia met een volle mond,
zijn lekker! Proeven jullie maar. Ze gaf het zakje rond.

.

Poëzie schrijven

Over het hoe en wat van Poëzie

.

Op 31 januari jongstleden (Nationale Gedichtendag) verscheen in dagblad Trouw een artikel over Tom Lanoye, Poëzieweekdichter van 2019, waarin hij 5 tips geeft over ‘hoe je poëzie schrijft’. Ik moest meteen denken aan een bericht dat ik hier op 21 augustus 2017 op dit blog plaatste over wat poëzie nu eigenlijk is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/08/21/poezie-zeker/. Een aantal zaken kwamen overheen. Ook de andere tips van Tom hebben in de loop der tijd dit blog wel gehaald. Al lezend in het artikel werd mij wel duidelijk dat we er hetzelfde over denken. Poëzie is vooral je ‘eigen stem’ vinden, wat je doet door veel naar poëzie te luisteren en het te lezen, en het gewoon doen, het schrijven.

Voor wie het artikel niet heeft gelezen hier de tips van Tom:

  1. Laat je door niemand iets wijsmaken. Wat poëzie precies is, is voor ieder mens anders. De een zal refereren aan de klassieken, aan de vaste versvormen, de ander zal deze juist ver van zich werpen. Poëzie komt in vele vormen en maten. Van sterk hermetische poëzie tot verhalende proza gedichten, van de beeld poëzie van de Dada dichters tot de readymades en stiftgedichten. Terecht merkt Tom op dat hoe meer kennis je hebt van de verschillende stijlen en technieken hoe beter je eigen poëzie vaak wordt. Ze wordt dan gelezen of opgenomen in een kader dat lezers (her)kennen.
  2. Léés voordat je gaat schrijven. Ook hier ben ik het hartgrondig eens met Tom. Om poëzie te kunnen schrijven (in welke vorm dan ook) heb je een kader nodig om je poëzie in te framen. dat is wat anders dan domweg iemand na doen of een stijl kopiëren. Lezen, lezen en nog eens lezen. Door veel te lezen merk je vanzelf welke vormen en stijlen je liggen en welke minder. De vorm die je bevalt en ligt kun je vervolgens jezelf eigen maken(wat ook echt iets anders is dan gewoon nadoen). Elke dichter heeft voorbeelden, wordt geïnspireerd door andere dichters. Door veel te lezen gaat er niet alleen een wereld voor je open, er zal zich ook een idee vormen van de poëzie die je zelf graag wil schrijven.
  3. Probeer alle genres zonder dedain. Deze is niet eenvoudig kan ik uit ervaring zeggen. Maar opnieuw heel waar. Jarenlang dacht (en vond) ik dat ik niet over een vaststaand thema kon dichten. Ik moest geïnspireerd worden. Maar ik wilde wel graag af en toe aan een wedstrijd meedoen. Dus ik heb mezelf ertoe gezet. Dit bleek heel succesvol, ik won wedstrijden met gedichten die ik speciaal voor dat doel had geschreven. een ander voorbeeld; ik werd gevraagd om een gedicht voor een kersttentoonstelling te schrijven. Het wilde maar niet lukken en toen dacht ik, laat ik eens gek doen, ik probeer een sonnet te schrijven. dat had ik nog nooit gedaan daarvoor. Vooral omdat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen (te gekunsteld, te gezocht). Niets was minder waar. het ging me heel goed af en er kwam een prachtig, kloppend gedicht van waar ik nog steeds heel blij van wordt.
  4. Draag je poëzie voor. Deze komt uit mijn hart. Er is werkelijk niets mooiers, niets leukers dan je eigen poëzie voordragen en de reactie van de toehoorders te merken. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, ik doe dit al jaren maar ik herinner me de eerste keer nog. Net voor het uitbrengen van mijn debuutbundel ging ik met de versie op A4 mijn gedichten voordragen. Ik was er (toen) niet bijster goed in maar het voelde geweldig, dit wilde ik. Een enkele keer zeg ik weleens tegen dichters dat het voordragen van je poëzie je gedichten pas echt laten leven. Na vele jaren oefenen denk ik het eindelijk een beetje onder de knie te hebben. Door te kijken en luisteren naar dichters die voordragen zal het je zelf ook steeds makkelijker afgaan. Dus doen!
  5. Als laatste punt laat Tom optekenen: vergeet niet te leven. En dat is natuurlijk waar. Wie dingen meemaakt heeft altijd een reservoir aan ideeën en herinneringen om over te schrijven. En daar horen de vervelende zaken van het leven ook wel degelijk bij. Dus liefde, romantiek, ontdekkingen en geluk maar ook ziekte, dood, ongeluk, verlies, wanhoop. Je hoeft er niet naar op zoek te gaan maar scherm je er niet voor af, doorleef de dingen. Ze zullen je poëzie ten goede komen.

Uitstekende tips dus van een goed schrijver en dichter. Ik zou daar heel onbescheiden nog een laatste aan toe willen voegen: Fantasie. Laat je fantasie de vrije loop, verzin dingen die niet kunnen, associeer er op los, laat woorden, zinnen ontstaan die misschien kant noch wal raken maar laat de fantast, het kind zo je wil, in jezelf los en schrijf. Je zult zien dat je hieruit de meest fantastische gedichten kunt distilleren. Misschien niet altijd als tekst maar zeker al idee.

Om een voorbeeld van zo’n soort gedicht te noemen heb ik gekozen voor een gedicht van Jeroen de Vos uit zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ uit 2009.

.

Duet

.

Mijn gitaar staat naast zijn vriend

de piano

.

ze kunnen het wel vinden die twee.

.

vaak genoeg laat mijn gitaar zich

voorover vallen

zodat hij met zijn kop tegen de piano slaat

.

iedere keer als dat gebeurt trillen hun snaren

en komt er een onbestemd diep bombastisch

geluid naar boven.

.

daarna moeten ze onbedaarlijk lachen

.

                                                                                                                                                                                                                                             Foto Tom Lanoye: Saskia Lienard

Alle letters tellen

Beginletter Pangramkwintijn

.

Elke keer verbaas ik me weer over de hoeveelheid versvormen die er zijn en over de vindingrijkheid van mensen die nieuwe versvormen bedenken. Een van die mensen is Frits Criens. In 2016 bedacht hij de ‘Beginletter Pangramkwintrijn’ en publiceerde deze op http://www.hetvrijevers.nl/, de website voor light verse, vaste vormen, nonsenspoëzie, humorpoëzie en plezierdichten met nieuws en teksten van en voor professionals en liefhebbers.

Een pangram (Grieks: pan gramma, “alle letters”) of holo-alfabetische zin is een zin waarin alle letters van het alfabet voorkomen. De bekendste is misschien wel: The quick brown fox jumps over the lazy dog. Volgens Wikipedia bevat een volmaakt pangram elke letter (uit het alfabet) slechts eenmaal. De uitdaging is om een zo kort mogelijke zin te maken die aan deze voorwaarde voldoet. Frits Criens voegt hier aan toe, dat voor deze vorm sprake dient te zijn van een perfect beginletter-pangram waarbij de beginletters in alfabetische volgorde staan. Aan deze eis zijn de de elementen metrum en rijm toegevoegd.

Een Beginletter pangramkwintijn bestaat uit: 5 regels, rijmschema abaab en heeft als metrum 6 jamben maar een ander metrum is ook mogelijk afhankelijk van de woorden die bedacht worden (wat op zichzelf al best moeilijk is).

Hier een voorbeeld van Frits Criens zelf:

Als Bernadine, constant dwarsig, explodeert

– Flink geile heks in jeugdig kekke lingerie –

Met nichterige ophef pinnig querelleert,

Rechtstandig saluerend tweemaal urineert,

Verzucht Winet: X-benig yonidiertje… zie!

.

Vermakelijkste verzen

Johan Meesters

.

Afgelopen 4 november droeg ik voor bij De Stamboom in Den Haag en behalve wat Haagse dichters waren er ook nogal wat dichters uit vele delen van het land. Johan Meesters was één van deze dichters. Speciaal voor dit podium was hij vanuit Zeeuws Vlaanderen afgereisd naar de hofstad om daar in twee sessies voor te dragen. Ik kende Johan al van eerdere voordrachten maar op deze gezellige zondagnamiddag kregen de luisteraars nog maar eens een proeve van bekwaamheid van Johan als het om voordragen uit het hoofd gaat.

De poëzie van Johan is verzorgd, is veelal vormvast, rijmt in veel gevallen en is bovenal intelligent en grappig van inhoud. We ruilden dichtbundels met elkaar en zo kwam ik in het bezit van zijn bundel ‘Vermakelijkste verzen’ (de vervolmaakte versie)  uit 2018. Op de achterflap lees ik: “Verwacht geen light verse! Dat zijn “gedichten over een luchtig onderwerp” volgens Van Dale. Johan Meesters gruwelt van luchtige onderwerpen. Alle gedichten in deze bundel hebben een bloedserieus thema.” Gelukkig staat er daarna nog geschreven: “Dat staat echter geenszins in de weg van vermaak of zelfs genoegen.”

In het hoofdstuk ‘Topografietjes’ staan een aantal, wat ik hier voor het gemak maar even uitgebreide of verlengde Limericks noem. Grappige gedichten met een rijmschema AAABBA (in plaats van de AABBA) met in de eerste regel steevast een plaats aanduiding zoals in het volgende voorbeeld:

.

een oorlogsheld uit Barneveld

moe van al het krijgsgeweld

koos eieren voor zijn geld

hij verzon zijn heldendaden

zonder anderen te schaden

hij kreeg zijn medaille op de mouw gespeld

.

Toch wil ik ook nog graag een voorbeeld uit deze bundel met jullie delen waarin het vakmanschap van Meesters goed naar voren komt. Het betreft hier het gedicht ‘Sonnet van het terloopse rijm’ waarin niet alleen deze vaste versvorm bedreven wordt maar waarin ook een mening schuilgaat over rijm en vaste vormen, kritiek op het vrije vers en de twijfel van de dichter aan zijn eigen uitspraken.

.

Sonnet van het terloopse rijm

.

veel dichters hebben zich bekwaamd

in het afbreken van zinnen

dan kan wie voor het rijm zich schaamt

snel een volgend vers beginnen

.

waardoor van eindrijm hoegenaamd

niets wordt gemerkt, wat binnen

dichterskringen – veronaangenaamd

door rijmnood – snel veld zal winnen

.

nu het toch al niet betaamt

zich op de rijmkunst vast te pinnen

veel van wat heden wordt uitgekraamd

.

moeten zij die poëzie beminnen

haten al wordt het zelden beaamd

of zeg ik dit uit kinnesinne?

.

Light verse

Jan Boerstoel

.

Nu november is aangebroken, de wintertijd is ingegaan en de dagen korter lijken dan ooit na een lange zomer is het volgens mij tijd voor wat luchtigheid, wat speelsheid, wat gekkigheid zo u wil. Daarom de komende zondagen voorbeelden van light verse. Wikipedia geeft als definitie van light verse:

Light verse is een benaming voor die gedichten die een wat lichtere, meer speelse toon hebben. Drs. P ontwierp er de Nederlandse term plezierdichten voor. De vorm kan velerlei zijn (sonnet, ballade, kwatrijn, ollekebolleke, en vele andere, kijk hiervoor ook vooral onder de categorie Versvormen). In light verse staat het spelen met taal en versvormen centraal, de vorm wordt gethematiseerd; het is voornamelijk het onderwerp dat licht is. Plezierdichten of light verse is overigens nog wat anders dan nonsenspoëzie. Onder nonsenspoëzie verstaat men gedichten waarin humoristische fantasie wordt bedreven, vol niet-bestaande woorden en andere dwaasheden. De bedoeling van nonsenspoëzie is te amuseren, waar light verse gaat over het op een intelligente manier versterken door taalacrobatiek en vormvastheid van een niet-nonsensicale inhoud.

In het Nederlands taalgebied zijn vele plezierdichters, de bekendste is natuurlijk Drs. P. maar ook Willem Wilmink, Ivo de Wijs, Driek van Wissen, Inge Boulonois en Kees Stip zijn bekend door de lichte en speelse toon van hun gedichten.

Ook Jan Boerstoel kun je onder deze categorie scharen. Boerstoel (1944) is schrijver en dichter, onder andere van van vele liedjes voor cabaret. Zijn gedichten zijn vaak wat melancholisch maar hebben vaak een humoristische ondertoon. Zo ook het gedicht ‘Futen’ uit ‘Een beetje wees’ uit 1990.

.

Futen

.

De futen zijn weer druk met nest- en waterbouw

in de Da Costagracht: bladeren, kleine takken,

maar ook papier, verroeste waslijn, plastic zakken,

een echte stadsfuut kijkt allang niet meer zo nauw.

.

En ik sta voor mijn raam en zie hun zwoegen aan

en denk aan al die ruziënde grachtgenoten:

eenden en meeuwen en aan grote vuilnisboten,

ik maak me ongerust of dat wel goed kan gaan.

.

Maar futen kunnen daar niet overstuur van raken,

als zij van rotzooi, op zijn fuuts, iets prachtigs maken.

.

Onzijn / Elftal

Versvorm

.

Drs. P. ( 1919 – 2015) was in zijn eentje goed voor heel veel verschillende versvormen die hij in zijn lange leven heeft geïntroduceerd in het Nederlandse literaire landschap. In 1983 kwam hij met de versvorm Onzijn of Elftal. Deze versvorm bestaat uit 3 maal 3 plus 2 regels, het rijmschema is abc bcd cda ee en het metrum is een pentameter (een versregel die bestaat uit vijf versvoeten) maar zoals je in het gedicht hieronder leest is dit een uitgangspunt waaraan ook Drs. P. zich niet altijd even streng hield. De titel van deze versvorm verwijst naar de inhoud en het aantal regels.

.

“Let op, ik zend een bode voor je uit.

Hij zal een weg door de woestijn je banen.

‘Maak nu de paden voor de Heer gereed’”.

.

Jesaia schreef dit om het volk te manen.

Johannes was er klaar voor, slechts gekleed

In camelhaar. Hij at woestijnsprinkhanen

.

En zei: “Wie na mij komt, die staat gereed

Voor negers, blanken en ook indianen.

Hij is de bruidegom. God is de bruid!”

.

Ik doop u vast met water, onbevreesd,

Maar hij doopt u temet met Heil’ge Geest!”

.

Helix

Versvorm

.

Op Google is veel moois te vinden. Zo ook vele versvormen. Een versvorm die ik nog niet kende is de Helix. Deze vorm werd in 2002 door Soolseas bedacht. Wie of wat Soolseas is dat verteld het verhaal niet en ik ben er ook niet achter gekomen maar de vorm is alleraardigst.

Een Helix bestaat uit een aantal strofen van steeds 4 regels, waarbij de eerste drie regels steeds twee anapesten bevat (een anapest is een versvoet die bestaat uit twee onbeklemtoonde lettergrepen gevolgd door een beklemtoonde) en de vierde regel twee trocheeën (een trochee is een combinatie van een beklemtoonde en daarna een onbeklemtoonde lettergreep). Het rijmschema is aaab, cccb, dddb, etc. De eerste drie regels rijmen, de vierde regel rijmt steeds op elke andere vierde regel.

.

Sprookje   

.         

In de buurt van de stad

Zit een lelijke pad

Voor zijn huis op de mat

Stil te zonnen.

 

Hij denkt terug aan de tijd,

Was zijn schoonheid niet kwijt,

Vriendschap deeld’hij bereid

Met baronnen.

 

Tja, als prins geef je raad,

Elke dag goede daad.

Leven is als een draad

Goed gesponnen.

 

Maar die heks was niet niks,

Hij vergiste zich fiks:

Nu zit hij in de Styx.

Wat begonnen?

 

Op een meisje gewacht?

Die hem kust op zijn vacht,

Want zij  heeft vaak een macht

Onontgonnen.

 

Wordt hij dan weer een prins,

Soms wat zoet, soms wat rins?

Hij geeft zich nog geenszins

Gewonnen!   

.

%d bloggers liken dit: