Categorie archief: Poolse dichters

Sommigen houden van poëzie

Wislawa Szymborska

.

Uit mijn boekenkast haal ik vandaag de bundel ‘Einde en begin’ van dichteres, winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur en de op foto’s immer innemend glimlachende Wislawa Szymborska (1923 – 2012). Hoewel haar oeuvre slechts uit zo’n 400 gedichten bestaat is haar roem en faam wereldwijd.

Ik koos voor het gedicht ‘Sommigen houden van poëzie’ omdat in dit gedicht zo mooi naar voren komt dat poëzie overal is en dat de vraag of je van poëzie houdt eigenlijk een onzinnige vraag is. Iedereen houdt van poëzie alleen zijn er maar weinig mensen zich bewust van die liefde.

.

Sommigen houden van poëzie

.

Sommigen –

ofwel niet allen.

Zelfs niet de meerderheid van allen, maar de minderheid.

De school waar het moet en de dichters zelf

niet meegerekend,

zullen dit er ongeveer twee op de duizend zijn.

.

Houden van –

maar van kippensoep met vermicelli kun je ook houden,

en van complimentjes en de kleur blauw,

van een oud sjaaltje,

van je verzetten,

van de hond aaien.

.

Poëzie –

alleen, wat is poëzie eigenlijk.

Op deze vraag is al

menig weifelend antwoord gegeven.

Maar ik weet het niet en daaraan houd ik me vast

als aan een reddende leuning.

.

wislawa-szymborska

Geen uitweg

Ewa Lipska

.

Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.

In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.

.

Geen uitweg

.

Dit is dat hotel. Deze kamer.

Het bed waarin zij hebben geslapen.

De roze magnolia’s hangen nog in de kast.

Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.

Mensen vielen elkaar in de armen.

Meisjes hingen mannen om de hals

als namaaksieraden.

In de wisselkantoren

werden kussen gewisseld.

Men stierf niet meer.

De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.

Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.

Censors schrapten de horizon.

Corrigeerden het uitzicht uit het raam.

Midden op het marktplein werd

Feest der liefde van Watteau opgehangen.

Uit luidsprekers klonken

de liederen uit Dichterliebe van Schumann.

De dieren kregen vleugels aangemeten

in de vorm van harten.

De terreur der liefde regeerde het stadje.

Weigeraars werden in de afgrond gestort.

Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?

Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.

Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.

De ratten verlieten massaal de stad

zonder om te kijken naar het vuurwerk.

Men danste juist op het verplichte bal.

En alleen zij wisten al dat

een stap vooruit de dood betekende

en een stap achteruit slechts moord.

 

.

lipska

Avond

Julian Przyboś

.

Julian Przyboś (1901 – 1970) was een Pools dichter, essayist en vertaler. Hij werkte als docent, in de bibliotheek van Lvov, als samensteller van literaire werken, als diplomaat in Zwitserland en als directeur van de bibliotheek Jagillonian in Krakow en als vice-president van de PEN club.

Zijn eerste gedichten in de jaren twintig kenmerken zich door de invloed van de theorie van Peiper. Daarin schuilt de fascinatie voor de bewuste poging om een creatieve tekst te maken. De dichters zien zichzelf als ambachtslieden. De gedichten gaan ook vaak over het creatieve proces die een metafoor lijkt voor het werk van de dichter. In de gedichten van Przyboś in deze periode komt ook zijn fascinatie met techniek naar voren die zich manifesteert in het gebruik van conventionele wetenschappelijke taal.

In de jaren dertig worden zijn gedichten meer reflectief en realiseert hij het idee van de avant-gardistische poëtica. Zijn gedichten worden dan gekenmerkt door discipline in woord en beeld. Hij is dan een meester in het gebruik en het stapelen van metaforen. Later nog komen steeds meer autobiografische motieven voor in zijn poëzie zoals het leven op de boerderij.

Uit de bundel ‘Bittere oogst’ vertaald door Gerard Rasch en uitgegeven door de Bezige Bij in 2000 het gedicht ‘Avond’.

.

Avond

.

Dezelfde sterren

fluisterden de avond als een ontboezeming.

.

De lantaarns kwamen uit de donkere poorten op straat

en hielden in de lucht stil halt.

.

De schemer transformeert de ruimten zachtjes.

.

De tuinen hebben hun bomen verlaten,

de grijze huisjes aan de rivier zijn weggedreven.

.

In lage oevers tussen Elzen stroomt verdriet.

.

Alleen de horizon nog buigt de hemel open

met de maan

en de weg leidt lang in de herinnering.

.

En jouw handen zaaien tussen ons een ver verschiet.

.

JP

evening

%d bloggers liken dit: