Categorie archief: Poëziepodia

Meisjes van 40

Jolies Heij

.

Dichter en performer Jolies Heij (1964) ken ik al vele jaren. Regelmatig kwam en kom ik haar tegen op podia en andere poëzie-evenementen, zo was ze deelnemend dichter aan de Poëziebustoer van 2019. Jolies studeerde Duitse Taal- en letterkunde in Utrecht en Freiburg im Breisgau in Duitsland. Vanaf 1999 is ze actief als (slam) dichter en sinds 2008 doet ze mee aan diverse slampoetrywedstrijden in Nederland en Duitsland. Ze was winnares van Slam by the Sea, ze deed mee bij Kargadoorslam, U-slam, iPoetry, Slamersfoort, in Delft, Zeist en Vlissingen. Ze won de tweede prijs bij ‘Het woord in de wijk’, een schrijfwedstrijd over de Utrechtse wijk Zuilen.

Ze treed zoals gezegd regelmatig op bij allerlei podia in het land en haar werk werd gepubliceerd bij onder andere Meander, De Contrabas en Pomgedichten. Haar stem klinkt amusant, versneld en bewust articulerend. Ze is serieus en grappig, gebruikt daadkrachtige beelden, schuwt provocaties niet en neemt totaal geen blad voor haar mond. En elke keer als ik haar hoor of zie optreden denk ik: Ik moet eens over Jolies schrijven.

Op 2 juli jongstleden, op de dag van de roos, droegen we beide voor in het Westbroekpark in Den Haag (samen met nog enkele dichters). Opnieuw werd ik gegrepen door haar puntige en ironische poëzie. Ik kocht haar debuutbundel ‘Lolita zei…’ waar ze in 2016 mee ‘debuteerde’ en uit die bundel koos ik het gedicht ‘Meisjes van 40’ waar alles in zit wat me zo inneemt voor Jolies.

.

Meisjes van 40

.

ze raadt korte rokjes aan

ook al staan

haar benen als zuilen

haar spijkerhakkentiktakken

menig gat in de grond

bezaaid met handkussen

.

talloze gulle minnaars

heeft ze achter zich gelaten

.

maar niemand bezat het paspoort

niemand die koning mocht heten

of de bolster strelen

dit territorium ligt braak

nooit door laarzen aangestampt

of door pummels bemest

.

ze doet maar alsof

ze ergens tussen het hangende vel

een onderkomen heeft bewaard

voor koeriers

voor avonturiers

ook rovers

zijn niet te versmaden

.

daarom schikt zij haar lichaam

voordat het verlepte rozen braakt

en kobolds op doorzakpaarden

te gebocheld en afgedankt

.

er schuilt een zekere lijdzaamheid

in dit volharden

.

niemand ziet

hoe zij aaiend het hart

onder de riem draagt

.

meisjes van 40

zijn niks wijzer

hooguit wat aftandser

en zitten beter in hun harnas

.

 

Jozzonet / sonnet

Joz Knoop

.

Afgelopen zondag mocht ik Poëzie en Picknick in het Park presenteren (en voordragen) in het park achter theater Koningshof in Maassluis in het kader van de Week van de Cultuur. Één van de deelnemende dichters was mijn dichtersvriend Joz Knoop (1957). Joz is de bedenker van het Jozzonet en daar op die prachtige zondagmiddag droeg hij een combinatie voor van het Jozzonet en het sonnet.

Het Jozzonet is al niet makkelijk om te schrijven (het gedicht leest van onder naar boven en weer terug waarbij de middelste regel spiegelt) maar Joz wist er zelfs nog een vaste vorm (het sonnet) in te verwerken. Alle reden om Joz te vragen of ik dit gedicht mocht plaatsen alhier. Je begrijpt dat hij heeft toegestemd, ik kreeg de tekst van hem en daarom hier het gedicht ‘Aan een schone wasvrouwe’ dat hij schreef in de jaren ’90 van de vorige eeuw.

.

Aan een schone wasvrouwe

.

Dominant doet zij de was.

Na de les die ze hem las

deelt ze speels de lakens uit

bij gebrek aan tegengas

.

als ze op zijn vlekken stuit.

Hij die haar zoekt als zijn bruid

zal zijn leven lang haar velen.

Wie haar voelt van huid op huid

.

wil zijn lichaam met haar delen,

laat zich van zijn trots bestelen,

moet gehoorzamen uit hoon.

Elke man, die haar wil strelen

.

raakt zo was kwijt én zijn loon.

Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon.

.

              (omgekeerd)

,

Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon

raakt zo was kwijt én zijn loon.

Elke man, die haar wil strelen

moet gehoorzamen uit hoon

.

laat zich van zijn trots bestelen,

wil zijn lichaam met haar delen.

Wie haar voelt van huid op huid

zal zijn leven lang haar velen.

.

Hij die haar zoekt als zijn bruid

als ze op zijn vlekken stuit.

Bij gebrek aan tegengas

deelt ze speels de lakens uit

.

na de les die ze hem las.

Dominant doet zij de was.

.

‘Poëzie anders

Peter van den Berg

.

Afgelopen donderdag Hemelvaartsdag was ik als dichter deelnemer aan De Haarlemse Dichtlijn. Vijf uur lang traden maar liefst 55 dichters op in het prachtige Huis Hodson aan de Spaarne in Haarlem. Na twee jaar van stilte en digitaal poëzievertier was het een verademing om gewoon weer eens op een podium te staan en dichters live te horen voordragen. In 5 blokken van een uur traden de deelnemende dichters op slechts onderbroken door korte pauzes van 5 minuten. Ik mocht in het eerste blok dat door Marten Janse werd gepresenteerd.

Het mooie van De Haarlemse Dichtlijn vind ik toch wel dat rijp en groen, jong en (vooral) oud hier de mogelijkheid krijgt zijn of haar poëzie te laten horen. Van meermaals gepubliceerde dichters, tot amateurs die al langer dichten, van semiprofessioneel tot dichters uit de Straatkrant, iedereen kan hier een plekje op het podium krijgen. Behalve het weerzien met oude bekenden geniet ik altijd erg van dichters die ik (nog) niet (zo goed) ken.

Een paar dichters sprongen er voor mij uit zoals onder andere Jolies Heij, Frans Terken, Lucas Kruse, Paul Roelofsen, Jan Kal, Johan Meesters, Mischa van Huijstee en Peter van den Berg. Die laatste is een voormalig huisarts en een vrije en expressieve dichter met een voorkeur voor Wiskunde. In de bundel ‘Vicit Vim Virtus’ Moed heeft het geweld overwonnen (de stadsspreuk van Haarlem) staat het intrigerende gedicht ‘Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel LXIX na Petrus Montanus, dag 129′. Ik moest tijdens zijn voordracht meteen aan het gedicht “Mond is spruitje’ van Jan Bais denken dat in 2009 werd gepubliceerd in de gelijknamige bundel door uitgeverij de Brouwerij.

Het gedicht van Peter van den Berg (1948) was door de vorm en de absurdistische inhoud zo anders dan al het andere dat ik hoorde dat ik het hier wilde plaatsen. Gedichten in een dergelijke vorm, die anders durven te zijn worden steeds schaarser binnen het poëtisch palet van de Nederlandse dichtersgemeenschap en juist ook daarom hier een stevige lans gebroken voor Peter van den Berg.

.

Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel

LXIX na Petrus Montanus, dag 129.

.

Het geschiedde in jaar 0, dag

1, mijn geboortedag, DD-13 zag het licht.

DD-13, geen 1013, zoals

Covid-19 geen 625, (5 in dubbel-

kwadraat).

DD-13 is Donald Duck 13, met voorop

Kwik, Kwek, Kwak.

Kwuk ontbrak, na DD-woedevuur, geplakt

achter behang, verdroogd, vergeeld, vergeten…

Zo ook Kwoks lot.

.

Het geschiedde in jaar 0, dag

14, een plaag, een catastrofe, een

zondvloed volgens strenge schriftkundigen.

Zeeland werd zeven weken zeezee.

.

Het geschiedde nog vóór Petrus, ene elisabeth van

Engeland werd queen van Brittenland.

Het kroonjaar was jaar 0.

Tot haartot mijn tot ieders verbazing ontmoet

in bundel DHD haar naam die

dolle duck en woeste waterwolf,

en niet krooneend noch Sint-Elisabethsvloed.

.

Haarlemse dichtlijn 2022

Voordragen!

.

In 2019 was ik voor de eerste keer aanwezig bij de Haarlemse Dichtlijn een megadichterspodium in Haarlem dat op Hemelvaartsdag wordt georganiseerd. In 2020 en 2021 ging dit spektakel helaas niet door wegens Corona (wel een keer digitaal, dat was op zichzelf erg leuk maar slechts een slap aftreksel van de werkelijke vorm). Dit jaar gaat het gelukkig wel weer door en ik mag een plekje vullen op het podium.

Het podium staat dit jaar niet op allerlei plekken in de Haarlemse binnenstad. Er is maar één podium en die staat in de aula van Huis Hodshon, Spaarne 17. Om 12.00 uur vindt de eerste dichtronde plaats waarin ik een plekje heb (als 4e na Cora de Vos en voor Else Dudink), gepresenteerd door Marten Janse, voorzitter van de Haarlemse Dichtlijn. De vier aansluitende rondes, ook in Huis Hodshon, worden respectievelijk gepresenteerd door Peer van den Hoven, Lieneke van der Veen, Rogier Cornelisse en Anneruth Wibaut, ook allen lid van de organisatie Haarlemse Dichtlijn. Steeds negen, tien of elf dichters die elk drie gedichten voordragen en samen het publiek verwennen met een dertigtal nieuwe gedichten.

Welke drie nieuwe gedichten ik ga doen, daar zit ik nog op te broeden. Een bezoekje aan Haarlem kan ik echter nu al zeer aanbevelen. Want ik ben slechts één van de 55 dichters die die dag gaan optreden. Andere dichters zijn bijvoorbeeld Jan Kal, Frans Terken, Erika De Stercke, Anneke Wasscher, Gerard Scharn en Jolies Heij.

Een gedicht dat ik afgelopen jaar schreef (maar dit keer niet zal voordragen op de Haarlemse Dichtlijn) is het gedicht ‘Zandkorrel’ dat ook als ansichtkaart wordt weggegeven bij elke nieuwe MUGzine.

.

Zandkorrel

 

Golven hebben je benen lief,

op hun strelende beweging

reis ik mee.

 

Illegale zee-vluchteling,

gelegenheidsreiziger langs strakke

kuiten, zout-gladde bovenbenen.

 

Tot in de beschutting van je lies,

vastgeklampt aan zoveel schoonheid,

mijn verblijf verlengd

 

in de warmte van je broekje. Tot

wekend badwater of een

kille douchestraal mij

van je losrukt.

.

Hoe dat moet

Frank Diamand

.

Afgelopen zaterdag was ik gevraagd te komen voordragen bij het dichterspodium Reuring van Alja Spaan in Alkmaar. Helaas moest Eva Jeune afzeggen maar samen met Petra van Rijn en Frank Diamand mocht ik de aanwezigen trakteren op mijn poëzie. Frank Diamand kende ik als dichter niet, ik had zijn naam weleens langs zien komen maar dat was het. Ten onrechte bleek.

Frank Diamand (1939) en zijn ouders werden in september 1944 in de laatste trein vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen getransporteerd. Op 13 april 1945 werd hij door Amerikanen bevrijd uit een van de treinen met zogenaamde ‘ruil-Joden’ (Joden die mogelijk tegen Duitse krijgsgevangenen geruild zouden kunnen worden), die van Bergen-Belsen naar Theresienstadt reed.

Frank Diamand is dichter en was filmmaker, regisseur en producer van documentaires voor de VARA. Ook werkte hij voor de Humanistische Omroep, de IKON, RVU en de Joodse Omroep. Diamand debuteerde als dichter in 1966 met het gedicht ‘Cybernetica’ in De Gids. Pas twintig jaar later, 1986, verscheen bij Van Gennep zijn debuutbundel ‘Wie wil er nu met Hitler in de tobbe?’. Latere bundels verschenen bij Essential Arts en Amphora books.

Dit jaar verscheen van hem bij Essential Arts de tweetalige bundel ‘Hoe dat moet loslaten en bewaren tegelijkertijd? / How that is done. holding and letting go at the same time? Uit deze bundel ,maar ook uit eerdere bundels, droeg Diamand voor en ik was plezierig verrast, ik had weer een bijzondere dichter ontdekt.

Uit zijn meest recente bundel die ik bij hem aanschafte (waarover Judith, een vriendin van hem zei: “Het perfecte cadeau voor iedereen die ooit gedumpt werd” het gedicht ‘Gepruttel na de breuk’.

.

Gepruttel na de breuk

.

Ik protesteer, ik weiger, ik laat me niet

tot een vergissing reduceren.

Ik ben je vader niet

noch je verkeerde echtgenoten.

.

Bedrieglijke bankbreuk heb je gepleegd.

Je deed je voor als lucratief

beleggingsfonds voor liefde.

Je belazerde de kluit.

.

Je deed me weg als een Marie Kondo.

Wreed ben je,

ter bescherming van het waanbeeld

in je hoofd, houd je me van verre.

.

Ik junkie van praten en contact,

– ik beken, en andere gebreken –

moet nu cold turkey verder.

.

Een verwend nest ben je,

maar o wat kan je zoenen.

.

De Etruskische weduwe

Albertina Soepboer

.

Op 27 augustus heb ik een bezoek gebracht aan een nieuw poëziepodium ‘Unica’, een initiatief van Irene Siekman (onder andere directeur van stichting de Poëziebus) en Gilbert van Drunen in Koffie & Ambacht (Rotterdam zuid). Het idee van dit nieuwe poëziepodium is dat er 1 dichter te gast is die een hele avond vult onder het motto ‘One poet, one show’. Geen muziek, geen andere dichters of gasten maar een podium voor 1 dichter. Op deze manier leer je een dichter veel beter en ook van een andere kant kennen.

De avond die ik bezocht had Albertina Soepboer (1969) als gast. De Friese Soepboer is schrijfster, dichteres, vertaler en beeldend kunstenaar. Ze publiceert zowel in het Nederlands als in het Fries. In haar verhaal kwamen de verschillen tussen de Nederlandse taal en de Friese taal ter sprake, legde ze verbanden tussen mensen die Fries als thuistaal hebben en Marokkaanse of Turkse leerlingen van haar die het Berbers of Turks als thuistaal hebben. Ze droeg voor uit de verschillende dichtbundels die ze publiceerde en vertelde over haar leven, haar werk en haar dichterschap. Een bijzondere avond in een bijzondere setting. Het is duidelijk dat Irene en Gilbert hiermee iets moois neerzetten.

In 2005 publiceerde Soepboer de bundel ‘Zone’ een bundel die ontstond naar aanleiding van de reizen die zij maakte door het nieuwe en vaak nog chaotische Europa. Zone gaat over grenzen: over oude en nieuwe grenzen tussen noord en zuid, tussen man en vrouw en tussen toen en nu. Zone gaat ook over geweld: wie grenzen trekt of openbreekt, lijkt daar niet aan te kunnen ontkomen. Uit deze bundel komt het gedicht ‘De Etruskische weduwe’.

.

De Etruskische weduwe

.

Je sterft gewoon, sprak ze

uit de binnentuin kwam ze op stamelende voeten

en die nacht was het niet de wind in de oleanders.

.

Later leunde ze tegen een zuil

in de villa arriveerde de herfst als eenzame bijslaap

en iemand anders zou de jurk op het gras leggen.

.

Geen woord van de keizer

dan de gescheurde beloftes, het te hgete waterbad

en zijn schroeiende woestijn in weer andere zuiden.

.

De rotte appels rolden

zo van de bomen, rijpten nog een hele zomer na

en haar polsen bleven de drempels over glijden.

.

Poëziepodia

Voordragen

.

Toen in 2007 mijn debuutbundel werd gepubliceerd bij uitgeverij de Brouwerij, stelde mijn uitgever voor dat ik mijn poëzie zou voordragen op een poëziepodium in Brielle. Dit kleinschalige podium werd georganiseerd in een café met de prozaïsche naam ‘De kont van het paard’. Ik wist niet precies wat ik me moest voorstellen bij een poëziepodium maar daar aangekomen voelde ik me al snel op mijn gemak. De organisatoren vertelde me waar in het programma ik mocht voordragen, hoe lang ik had voor mijn voordracht en ik kreeg een paar consumptiebonnen.

En meer heb je als beginnend dichter ook eigenlijk niet nodig. Een kleinschalig podium met andere dichters (waarvan sommige ook beginnend maar de meeste vaak al ervaring hebben. En juist door het contact met die andere dichters, met het publiek, met de organisatoren leer je hoe een poëziepodium werkt, leer je welke gedichten goed en minder goed werken en leer je dat het om de poëzie draait (nog te vaak zie ik dichters die een gedicht met een heel verhaal inleiden waardoor de aandacht niet zozeer meer op het gedicht ligt en waardoor je minder gedichten kan voordragen (de tijd is meestal beperkt tussen de 5 en 10 minuten.

Reden waarom ik nog steeds graag poëziepodia bezoek (om te luisteren en om voor te dragen) is de ontdekkingstocht naar nieuwe, mij nog onbekende dichters, een vernieuwde kennismaking met dichters die ik al ken en om mezelf beter te maken, verder te leren hoe een goede voordracht te brengen. In de afgelopen 14 jaar heb ik op heel veel poëziepodia gestaan, op ongelofelijk mooie en heel verschillende plekken mijn gedichten voorgedragen, prachtige dichters gehoord en gezien en ja, ook soms dichters die het in mijn ogen niet goed doen of het wel nooit zullen leren.

En juist dat maakt poëziepodia zo belangrijk voor jonge maar ook beginnende dichters (ik was al in de 40) die willen leren hoe je een goede voordracht brengt. Daarom ben ik ooit op dit blog de categorie ‘poëziepodia’ begonnen. En dat is waarom ik hier vandaag weer een aantal poëziepodia onder de aandacht wil brengen. Een greep uit het aanbod van de afgelopen weken:

Als je zelf googled op poëziepodium dan zul je er nog veel meer vinden, bij jou in de buurt of wat verder weg. Mij heeft het bezoeken van poëziepodia veel gebracht, doe er je voordeel mee.

Tot slot een gedicht over voordragen, een oud gedicht van mij (iets bewerkt) dat ik schreef toen ik nog zoekende was.

.

De dichter ontmaskerd

.

Je sprak over peilloze diepten

en omfloerste gedachten,

doorwrochte zinnen en

latent temperament.

 

En ik vroeg me af

waar zich dat dan

allemaal wel bevond?

.

Bij mij?

Hoe kon ik dat geloven.

Ik deed maar wat

tenslotte.

.

Miguel Santos

Dichter bij de dood

.

Afgelopen zondag was de eerste editie van het poëziepodium van Dichter bij de dood op de Haagse begraafplaats Oud Eik & Duinen. 15 dichters traden op in de buitenlucht op een van de laatste warme dagen van dit jaar. Een van deze dichters is Miguel Santos, de Rotterdamse dichter en schrijver. In 2013 schreef hij een tijdje opmerkelijke columns voor het toen nog jonge Rotterdamse platform bogue.nl.

Met zijn poëzievoordrachten stond hij o.a. op het Rotterdamse kunstplatform Speyksessies, Geen Daden Maar Woorden, Boek NU!, Woordnacht, Duizel in het Park, Woorden Worden Zinnen en Nacht van de Kaap. Daarnaast is hij een van de gastheren van de PoetsClub Rotterdam, de beroemde en beruchte poëzieavond elke eerste woensdag in Café De Schouw.

Zijn poëzie verscheen eerder in o.a. verzamelbundels Erotica! Deel I en II, de eerste bundel van mijn poëzieuitgeverij MUGbooks: Wij dragen Rotterdam, Ode aan, Gers! Magazine en Lijn 4. In de zomer van 2016 bracht hij een minireeks poëziebundels uit onder de noemer ‘Uurtjespoëzie’, een verzameling gedichten die online zijn ontstaan.

Op de website https://www.rotterdamsedichters.nl/ is hij ook als dichter te vinden. Daar staat een gedicht van zijn hand waar ik meteen iets in herkende. Ik droeg zelf afgelopen zondag het gedicht ‘Boom’ voor. De eerste regels van zijn gedicht doen me daar aan denken. Daarom hier dit gedicht.

.

zullen we gewoon doen
alsof we allebei
een boom zijn,

 

dan gaan we samen
op bed wortel liggen
schieten, de armen omhoog

 

gegooid, dat ze dan
maar snel in elkaar
groeien als takken

 

en eenmaal in elkaar
verstrengeld geraakt
is het wachten op

 

al die witte duiven
die alleen maar geluk
kunnen meebrengen

 

want van nestjes bouwen
hebben ze in tegenstelling
tot jij en ik geen kaas gegeten

.

De maagden moeten bloeden

Katelijne Brouwer

.

Eind augustus kon ik eindelijk weer eens voordragen op een podium na lange tijd. Het was bij ‘De Groene Fee gaat vreemd’ in de Kloostertuin in Breda, georganiseerd door Louis van Londen. Op dit podium stond ook Katelijne Brouwer en haar gedichten gingen erin als koek bij het publiek en ook bij mij.

Katelijne Brouwer (1966) debuteerde in 2018 met de bundel ‘De maagden moeten bloeden’. Ze publiceerde korte verhalen en gedichten in onder andere ‘De Optimist’ en ‘Op Ruwe Planken’. Haar gedicht‘ De bange man’ staat in de bloemlezingEen toon die in de stilte zoemt, de 100 beste gedichten uit de Turing gedichtenwedstrijd 2015′. Online is ze te vinden op ‘De Optimist’, ‘De Vallei’ en ‘Pretpark Poëzie’.

Uit haar debuutbundel uit 2018 het gedicht ‘koelkast’ over de vergankelijkheid van het leven.

.

Koelkast

.

Er groeit blauwe schimmel op de ham
het broodbeleg heeft groene randjes,
vergeten restjes, koelkastluchtjes.

.

Achter in mij maakt een pan gekookte
aardappelen zijn eigen antibiotica en
in de groentela sterven blaadjes sla.

.

Wie ben ik als ik niet meer koelen kan
als mijn lichtje nooit dooft? Nog wat
geflakker en een plasje op de gang.

.

Als mijn deur niet langer sluit en ik
blijf kieren, mijn rubber verdroogt
en verhardt, dan wacht de sloop.

.

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

%d bloggers liken dit: