Categorie archief: Poëziepodia

De Etruskische weduwe

Albertina Soepboer

.

Op 27 augustus heb ik een bezoek gebracht aan een nieuw poëziepodium ‘Unica’, een initiatief van Irene Siekman (onder andere directeur van stichting de Poëziebus) en Gilbert van Drunen in Koffie & Ambacht (Rotterdam zuid). Het idee van dit nieuwe poëziepodium is dat er 1 dichter te gast is die een hele avond vult onder het motto ‘One poet, one show’. Geen muziek, geen andere dichters of gasten maar een podium voor 1 dichter. Op deze manier leer je een dichter veel beter en ook van een andere kant kennen.

De avond die ik bezocht had Albertina Soepboer (1969) als gast. De Friese Soepboer is schrijfster, dichteres, vertaler en beeldend kunstenaar. Ze publiceert zowel in het Nederlands als in het Fries. In haar verhaal kwamen de verschillen tussen de Nederlandse taal en de Friese taal ter sprake, legde ze verbanden tussen mensen die Fries als thuistaal hebben en Marokkaanse of Turkse leerlingen van haar die het Berbers of Turks als thuistaal hebben. Ze droeg voor uit de verschillende dichtbundels die ze publiceerde en vertelde over haar leven, haar werk en haar dichterschap. Een bijzondere avond in een bijzondere setting. Het is duidelijk dat Irene en Gilbert hiermee iets moois neerzetten.

In 2005 publiceerde Soepboer de bundel ‘Zone’ een bundel die ontstond naar aanleiding van de reizen die zij maakte door het nieuwe en vaak nog chaotische Europa. Zone gaat over grenzen: over oude en nieuwe grenzen tussen noord en zuid, tussen man en vrouw en tussen toen en nu. Zone gaat ook over geweld: wie grenzen trekt of openbreekt, lijkt daar niet aan te kunnen ontkomen. Uit deze bundel komt het gedicht ‘De Etruskische weduwe’.

.

De Etruskische weduwe

.

Je sterft gewoon, sprak ze

uit de binnentuin kwam ze op stamelende voeten

en die nacht was het niet de wind in de oleanders.

.

Later leunde ze tegen een zuil

in de villa arriveerde de herfst als eenzame bijslaap

en iemand anders zou de jurk op het gras leggen.

.

Geen woord van de keizer

dan de gescheurde beloftes, het te hgete waterbad

en zijn schroeiende woestijn in weer andere zuiden.

.

De rotte appels rolden

zo van de bomen, rijpten nog een hele zomer na

en haar polsen bleven de drempels over glijden.

.

Poëziepodia

Voordragen

.

Toen in 2007 mijn debuutbundel werd gepubliceerd bij uitgeverij de Brouwerij, stelde mijn uitgever voor dat ik mijn poëzie zou voordragen op een poëziepodium in Brielle. Dit kleinschalige podium werd georganiseerd in een café met de prozaïsche naam ‘De kont van het paard’. Ik wist niet precies wat ik me moest voorstellen bij een poëziepodium maar daar aangekomen voelde ik me al snel op mijn gemak. De organisatoren vertelde me waar in het programma ik mocht voordragen, hoe lang ik had voor mijn voordracht en ik kreeg een paar consumptiebonnen.

En meer heb je als beginnend dichter ook eigenlijk niet nodig. Een kleinschalig podium met andere dichters (waarvan sommige ook beginnend maar de meeste vaak al ervaring hebben. En juist door het contact met die andere dichters, met het publiek, met de organisatoren leer je hoe een poëziepodium werkt, leer je welke gedichten goed en minder goed werken en leer je dat het om de poëzie draait (nog te vaak zie ik dichters die een gedicht met een heel verhaal inleiden waardoor de aandacht niet zozeer meer op het gedicht ligt en waardoor je minder gedichten kan voordragen (de tijd is meestal beperkt tussen de 5 en 10 minuten.

Reden waarom ik nog steeds graag poëziepodia bezoek (om te luisteren en om voor te dragen) is de ontdekkingstocht naar nieuwe, mij nog onbekende dichters, een vernieuwde kennismaking met dichters die ik al ken en om mezelf beter te maken, verder te leren hoe een goede voordracht te brengen. In de afgelopen 14 jaar heb ik op heel veel poëziepodia gestaan, op ongelofelijk mooie en heel verschillende plekken mijn gedichten voorgedragen, prachtige dichters gehoord en gezien en ja, ook soms dichters die het in mijn ogen niet goed doen of het wel nooit zullen leren.

En juist dat maakt poëziepodia zo belangrijk voor jonge maar ook beginnende dichters (ik was al in de 40) die willen leren hoe je een goede voordracht brengt. Daarom ben ik ooit op dit blog de categorie ‘poëziepodia’ begonnen. En dat is waarom ik hier vandaag weer een aantal poëziepodia onder de aandacht wil brengen. Een greep uit het aanbod van de afgelopen weken:

Als je zelf googled op poëziepodium dan zul je er nog veel meer vinden, bij jou in de buurt of wat verder weg. Mij heeft het bezoeken van poëziepodia veel gebracht, doe er je voordeel mee.

Tot slot een gedicht over voordragen, een oud gedicht van mij (iets bewerkt) dat ik schreef toen ik nog zoekende was.

.

De dichter ontmaskerd

.

Je sprak over peilloze diepten

en omfloerste gedachten,

doorwrochte zinnen en

latent temperament.

 

En ik vroeg me af

waar zich dat dan

allemaal wel bevond?

.

Bij mij?

Hoe kon ik dat geloven.

Ik deed maar wat

tenslotte.

.

Miguel Santos

Dichter bij de dood

.

Afgelopen zondag was de eerste editie van het poëziepodium van Dichter bij de dood op de Haagse begraafplaats Oud Eik & Duinen. 15 dichters traden op in de buitenlucht op een van de laatste warme dagen van dit jaar. Een van deze dichters is Miguel Santos, de Rotterdamse dichter en schrijver. In 2013 schreef hij een tijdje opmerkelijke columns voor het toen nog jonge Rotterdamse platform bogue.nl.

Met zijn poëzievoordrachten stond hij o.a. op het Rotterdamse kunstplatform Speyksessies, Geen Daden Maar Woorden, Boek NU!, Woordnacht, Duizel in het Park, Woorden Worden Zinnen en Nacht van de Kaap. Daarnaast is hij een van de gastheren van de PoetsClub Rotterdam, de beroemde en beruchte poëzieavond elke eerste woensdag in Café De Schouw.

Zijn poëzie verscheen eerder in o.a. verzamelbundels Erotica! Deel I en II, de eerste bundel van mijn poëzieuitgeverij MUGbooks: Wij dragen Rotterdam, Ode aan, Gers! Magazine en Lijn 4. In de zomer van 2016 bracht hij een minireeks poëziebundels uit onder de noemer ‘Uurtjespoëzie’, een verzameling gedichten die online zijn ontstaan.

Op de website https://www.rotterdamsedichters.nl/ is hij ook als dichter te vinden. Daar staat een gedicht van zijn hand waar ik meteen iets in herkende. Ik droeg zelf afgelopen zondag het gedicht ‘Boom’ voor. De eerste regels van zijn gedicht doen me daar aan denken. Daarom hier dit gedicht.

.

zullen we gewoon doen
alsof we allebei
een boom zijn,

 

dan gaan we samen
op bed wortel liggen
schieten, de armen omhoog

 

gegooid, dat ze dan
maar snel in elkaar
groeien als takken

 

en eenmaal in elkaar
verstrengeld geraakt
is het wachten op

 

al die witte duiven
die alleen maar geluk
kunnen meebrengen

 

want van nestjes bouwen
hebben ze in tegenstelling
tot jij en ik geen kaas gegeten

.

De maagden moeten bloeden

Katelijne Brouwer

.

Eind augustus kon ik eindelijk weer eens voordragen op een podium na lange tijd. Het was bij ‘De Groene Fee gaat vreemd’ in de Kloostertuin in Breda, georganiseerd door Louis van Londen. Op dit podium stond ook Katelijne Brouwer en haar gedichten gingen erin als koek bij het publiek en ook bij mij.

Katelijne Brouwer (1966) debuteerde in 2018 met de bundel ‘De maagden moeten bloeden’. Ze publiceerde korte verhalen en gedichten in onder andere ‘De Optimist’ en ‘Op Ruwe Planken’. Haar gedicht‘ De bange man’ staat in de bloemlezingEen toon die in de stilte zoemt, de 100 beste gedichten uit de Turing gedichtenwedstrijd 2015′. Online is ze te vinden op ‘De Optimist’, ‘De Vallei’ en ‘Pretpark Poëzie’.

Uit haar debuutbundel uit 2018 het gedicht ‘koelkast’ over de vergankelijkheid van het leven.

.

Koelkast

.

Er groeit blauwe schimmel op de ham
het broodbeleg heeft groene randjes,
vergeten restjes, koelkastluchtjes.

.

Achter in mij maakt een pan gekookte
aardappelen zijn eigen antibiotica en
in de groentela sterven blaadjes sla.

.

Wie ben ik als ik niet meer koelen kan
als mijn lichtje nooit dooft? Nog wat
geflakker en een plasje op de gang.

.

Als mijn deur niet langer sluit en ik
blijf kieren, mijn rubber verdroogt
en verhardt, dan wacht de sloop.

.

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

Poëzie op de begraafplaats

Dichter bij de dood

.

Nu ik medeorganisator ben van het project Dichter bij de dood in Den Haag op de bijzondere oude begraafplaats Oud Eik en Duinen, lees ik ook weer meer over de geschiedenis van deze begraafplaats en van de rituelen rondom begrafenissen in Nederland. En daarbij hou ik altijd een open oog voor de poëzie op en rond de dood en begraafplaatsen.

Zo kwam ik op de website https://geschiedenisvanzuidholland.nl/ een bijzonder aardig artikel tegen van Rita Hulsman. In dit artikel over begraafplaatsen in Zuid Holland is ook een stukje opgenomen over kindersterfte.

Op vrijwel alle begraafplaatsen zijn vakken met kindergraven te vinden. In de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw was de kindersterfte erg hoog. Op sommige stenen waren hartroerende teksten aangebracht. Op de oude begraafplaats van Waddinxveen ligt een zerk uit 1887 voor een jong meisje met dit vers:

Haar moeders weelde en lieveling
De vreugd en wellust van haar vader
Zij was de paarl in den ring
Die beider harte saam omving
Juweel in de echtelijke krone
En wat er onder ’t ouderdak
Van zegen en van weelde sprak,
Zij was er geur, en glans, en tone.

Ben je geïnteresseerd in begraafplaatsen of wil je een poëziepodium bezoeken op de begraafplaats Oud Eik en Duinen?

Op 19 september 2021, voorafgaand aan de poëziemanifestatie op Allerzielen (2 november) op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, organiseren Dichter bij de dood en de stichting Ongehoord! een dichterspodium in de oude aula op de begraafplaats. De deelnemende dichters aan Dichter bij de dood op Allerzielen geven op deze middag acte de présence en zullen (naast een gedicht over de dood) vrij eigen werk ten gehore geven. Toegang is gratis, aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur. Begraafplaats Oud Eik en Duinen is te vinden op de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Hou de Facebookgroep van Dichter bij de dood in de gaten voor meer informatie https://www.facebook.com/dichterbijdedood/

.

zelfs de pleister weigert

Babeth Fonchie

.

De Stichting Onbederf’lijk Vers organiseert elk jaar in oktober een gratis festival onder dezelfde naam in de binnenstad van Nijmegen. Beginnend talent staat daar samen met gedebuteerde dichters op de planken. Omdat in 2020 dit festival om bekende redenen niet door kon gaan heeft de stichting nu een bloemlezing uit met daarin beginnend talent.

Een mooi initiatief al vraag ik me bij een naam als die van Erika de Stercke oprecht af of hier nog sprake is van beginnend talent. Zolang ik meeloop in de wereld van de poëzie in Nederland kom ik haar al tegen en zij stond jaren geleden al op het podium van Ongehoord! in Rotterdam.

Maar een mooi initiatief want behalve Erika de Stercke en Mandy Mariska Eggerding ken ik geen van de namen in deze bundel. Dat geldt dus ook voor Babeth Fonghie (1993). Fonchie is dichter, kunstenaar en meester in de rechten. Sinds het najaar van 2019 is ze huisdichter van het online feministisch magazine Lilith Mag. Werk van haar werd gepubliceerd in ELLE, Hard/Hoofd en Kluger Hans. En ze is een van de deelenemers aan het Slow Writing Lab.

In ‘Bloemlezing Onbederf’lijk Vers, voorjaar 2021’ zijn twee gedichten van haar opgenomen waaronder het gedicht ‘zelfs de pleister weigert’.

.

zelfs de pleister weigert

.

ze zegt: kap je haren af voordat we

teruggaan naar waar het spantouw

dat jou aan mij bond werd afgeknipt,

ik kan zo niet met jou gezien.

.

ze is spaarzaam met erkennen

dat ik haar kind, dit is het beeld de plaats

waarnaar verwezen wordt als men vraagt

welk moment tekenend was.

.

teruggaan naar waar ik vandaan kom

geen optie. mijzelf afbreken

in fragmentarische follikels,

de bodem is hoofdhuid, elke plek

elke plek kent een ontstekingswaarde

nergens valt te aarden,

,

het blijft jeuken.

.

Mannen moeten jagen

Het dichtersduo Kila & Babsie

.

Kila&Babsie is een dichtersduo dat bestaat uit Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988). De twee kennen elkaar uit Ede, waar ze allebei op het Marnix College zaten. In 2005 trad het duo voor het eerst op met poëzie, tijdens een open podium in Cultura in Ede. Kila van der Starre en Babette Zijlstra ken ik al best lang als actief op poëziegebied. Tegenwoordig is vooral Kila een bekende Nederlanders door haar vele optredens op radio, televisie en de socials maar bovenal als initiator van https://straatpoezie.nl/ en van haar proefschrift (waarop ze over niet al te langen tijd gaat promoveren) over Poëzie buiten het boek, een onderwerp dat mij ook erg na aan het hart ligt. Daarnaast is ze dichter en samen met Babette Zijlstra bekend van ‘Woorden temmen’ hét boek over poëzie voor het onderwijs. Babette Zijlstra is naast dichter ook programmamanager bij het Nieuwe Instituut.

In 2010 brachten de twee het boek ‘Het dichtersduo Kila&Babsie’ dat een overzicht geeft van de poëzie van deze twee dichters (in 2010) en een kijkje geeft in het leven van de dames. Veel gedichten van de twee in deze bundel, al is volledig onduidelijk wie welk gedicht heeft geschreven maar misschien hebben ze alle gedichten samen geschreven. Naast de geschreven gedichten zit er een CD bij de bundel waarop de voordrachten van een groot aantal gedichten te beluisteren is.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Mannen moeten jagen’.

.

Mannen moeten jagen

.

Als prooi hang ik

achteloos aan de

bar terwijl

hij zich geruisloos

naast mij neer nestelt.

.

Hij bestelt eerst

twee Koninck

“het beste bier

maar ik geloof het niet.

Ik wacht terwijl

hij zachtjes vertelt

dat ik best een Koninck lust.

.

Ik wil het wel

proberen,

wilde eigenlijk

een witte wijn.

.

Allerzielen 2020

Dichter bij de dood

.
In 2018 en 2019 mocht ik deelnemen aan het project rond Allerzielen ‘Dichter bij de dood’ waarbij een aantal dichters op Allerzielen (2 november) ’s avonds op de begraaf plaats Oud Eik en Duinen in Den Haag gedichten voordraagt. In het geval van Oud Eik en Duinen, één van ’s lands oudste en mooiste begraafplaatsen, gedichten bij de graven van bekende dichters, schrijvers en kunstenaars. In 2018 droeg ik een gedicht voor van de dichter Dop Bles https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/16/voordracht-tijdens-allerzielen/ en in 2019 van de dichter G.H.J.E. Boswel https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/26/tranen/. Dit jaar had ik voor de dichter-drogist S.J. van den Bergh gekozen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/04/10/drogist/ en iedereen had er zin om weer een bijzondere avond rondom de dood en poëzie te beleven.
.
Helemaal omdat dit jaar ‘Dichter bij de dood’ haar lustrum viert. Iedereen had er zin en er werden allerlei plannen bedacht samen met de
begraafplaats. Deze editie wilde de organisatie iets bijzonders doen, extra uitpakken. Zo werd er een workshop gegeven aan de deelnemende  dichters, om ‘n portretgedicht te schrijven, over de persoon die zij hadden gekozen. Deze gedichten wilde de organisatie uitbrengen in een mooie dichtbundel. Een mooie kroon op onze afgelopen vijf jaar.
.
Maar zoals bij zoveel mooie initiatieven werd ook dit project definitief afgelast. Dankzij een tip van een van de deelnemende dichters, heeft de organisatie echter het volgende plan opgevat: de voordrachten van de gedichten worden gefilmd op de begraafplaats. Deze film zal worden verspreidt op 1 november a.s. via alle mogelijke kanalen. Daarnaast zullen deze prachtige gedichten bij de graven worden neergezet, waar zij de hele maand november te lezen
zullen zijn op de begraafplaats Oud Eik & Duinen.
.
Zo hebben de twee organisatoren Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt samen met Monuta, de eigenaar van Oud Eik en Duinen toch iets moois en speciaals weten neer te zetten rondom Allerzielen. Nadat het dichterspodium van Marjon ‘Dichter bij Den Engel, ophield te bestaan, en zij hoorde over de ‘Witte dichters’ die op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam gedichten voordroegen eind november, heeft zij samen met Liesbeth ‘Dichter bij de dood’ opgericht. Waarmee ze een mooie en bijzondere manier biedt aan bezoekers om te herdenken en aan dichters om deze avond een bijzonder tintje mee te geven. 
.
Normaal gesproken wordt er op de avond zelf, 1 gedicht voorgedragen uit het werk van de schrijver/dichter, en 1 troostend gedicht over de dood. De begraafplaats heeft door de jaren heen gezien hoeveel mensen troost putten uit deze mooie avond. Het is uitgegroeid tot een waardevol evenement, waar mensen al in september om komen vragen, wanneer het evenement weer is, bij de begraafplaats. De dichters zijn trots om een mooi gedicht te schrijven, en deze voor te mogen dragen, aan de belangstellenden. Dan ontstaat er soms een gesprek, waarin hun verhaal aan bod mag komen, over hun ouder of kind die op de begraafplaats begraven ligt, om weer even hun naam te noemen, ze weer even hardop herinneringen kunnen worden opgehaald. Op deze manier gedenken, en uiting te kunnen geven aan het gemis, is een mooie manier om even bij stil te staan met Allerzielen.
Nu het dit jaar dus niet kan doorgaan door de Corona crisis zal er op 2 november een film worden gepubliceerd (ook op dit blog) met daarin de dichters en de gedichten die zij over de bekende schrijvers, dichters en kunstenaars maakten.
.
.
Mijn gedicht gaat, zoals ik al schreef, over S.J. van den Bergh (1814 – 1868), dichter, drogist en oprichter van letterkundig genootschap Oefening Kweekt kennis, en ik heb het gedicht getiteld ‘De drogist-dichter’. De video-opname van mijn voordracht kun je na 2 november via dit blog bekijken evenals de voordrachten van de andere dichters.
.
.

De drogist-dichter

.

In de voorraadkast van de dichter

staat geen zand, zeep of soda.

In taal samengesteld liggen de

onderdelen klaar samengevoegd te worden.

,

Om zo te komen tot een resultaat, ook

hier geldt: oefening kweekt kennis.

,

De waarde van woorden wordt niet

afgewogen, niet uitgedrukt in vaste frasen

of tabellen, hier bepalen vers en vorm

de inhoudsmaat.

,

Weegt en wikt de dichter tot het juiste

gewicht is bereikt.

,

Het graf van S.J. van den Bergh

Een aantal van de deelnemende dichters

Gedicht van S.J. van den Bergh op zijn graf

Tijdens de filmopnames van Marije Hendrikx

 

 

Poëzie Lagogo

Jana Beranová

.

Afgelopen zondag was de tweede editie van Poëzie Lagogo aan de Bergsche Voorplas in Rotterdam. Na lange tijd van ontbreken van poëziepodia een geweldige gelegenheid om weer eens een aantal dichters life aan te horen en te aanschouwen. Poëzie Lagogo wordt georganiseerd door een aantal Rotterdamse bekenden maar vooral toch door Edwin de Voigt. De presentatie was in handen van Hasna El Maroudi en de middag was bijna geheel gevrijwaard van regen (op een kort buitje na). Opnieuw was er een keur aan Rotterdamse dichters te bewonderen en te beluisteren.  En (voor de tweede keer) Ingmar Heytze was er als Utrechtse dichter maar dat mocht een Rotterdams feestje niet verstoren. Sterker nog, de voordracht van Ingmar Heytze was, net als vorig jaar, een lust voor het oor.

Vele bekende en minder bekende dichters traden op zoals Von Solo, Myrthe Leffring, Mark Boninsegna, Michline Plukker, de Poezieboys en er was muziek van Job & De Leeuw. Maar het hoogtepunt van de dag voor mij was toch het weerzien met Jana Beranová (1932), de voormalig stadsdichter van Rotterdam. Ondanks haar leeftijd was ze aanwezig en droeg ze voor. Reden voor mij in ieder geval om nog eens een gedicht van haar te delen. In dit geval ‘De schepper slaapt’.

Voor wie er niet bij was kan ik alleen maar zeggen dat ik hoop dat er volgend jaar weer een editie is (hopelijk dan met wat minder zieken), ik ben er dan weer bij in ieder geval.

.

De schepper slaapt

.

Heldere lucht als een jas van geluk.

Kinderen spelen – met het azuur

in hun oog delen ze lachend de hemel uit.

.

Op een andere plek zwart als vulkaanglas

broertje versmolten met haar rug

kijkt een kind hoe de hemel overvliegt.

.

De schepper slaapt.

En ook zijn broer.

.

De filosoof zegt:

de hel – dat zijn wij.

De ambtenaar zegt:

de regels – dat zijn wij.

.

Een slimme engel schuift ons een bril toe

gedoopt in onbevangen nieuwsgierigheid.

De mensen – dat zijn wij. Allemaal.

.

%d bloggers liken dit: