Categorie archief: Poëzie evenementen

Poëziepodia

Voordragen

.

Toen in 2007 mijn debuutbundel werd gepubliceerd bij uitgeverij de Brouwerij, stelde mijn uitgever voor dat ik mijn poëzie zou voordragen op een poëziepodium in Brielle. Dit kleinschalige podium werd georganiseerd in een café met de prozaïsche naam ‘De kont van het paard’. Ik wist niet precies wat ik me moest voorstellen bij een poëziepodium maar daar aangekomen voelde ik me al snel op mijn gemak. De organisatoren vertelde me waar in het programma ik mocht voordragen, hoe lang ik had voor mijn voordracht en ik kreeg een paar consumptiebonnen.

En meer heb je als beginnend dichter ook eigenlijk niet nodig. Een kleinschalig podium met andere dichters (waarvan sommige ook beginnend maar de meeste vaak al ervaring hebben. En juist door het contact met die andere dichters, met het publiek, met de organisatoren leer je hoe een poëziepodium werkt, leer je welke gedichten goed en minder goed werken en leer je dat het om de poëzie draait (nog te vaak zie ik dichters die een gedicht met een heel verhaal inleiden waardoor de aandacht niet zozeer meer op het gedicht ligt en waardoor je minder gedichten kan voordragen (de tijd is meestal beperkt tussen de 5 en 10 minuten.

Reden waarom ik nog steeds graag poëziepodia bezoek (om te luisteren en om voor te dragen) is de ontdekkingstocht naar nieuwe, mij nog onbekende dichters, een vernieuwde kennismaking met dichters die ik al ken en om mezelf beter te maken, verder te leren hoe een goede voordracht te brengen. In de afgelopen 14 jaar heb ik op heel veel poëziepodia gestaan, op ongelofelijk mooie en heel verschillende plekken mijn gedichten voorgedragen, prachtige dichters gehoord en gezien en ja, ook soms dichters die het in mijn ogen niet goed doen of het wel nooit zullen leren.

En juist dat maakt poëziepodia zo belangrijk voor jonge maar ook beginnende dichters (ik was al in de 40) die willen leren hoe je een goede voordracht brengt. Daarom ben ik ooit op dit blog de categorie ‘poëziepodia’ begonnen. En dat is waarom ik hier vandaag weer een aantal poëziepodia onder de aandacht wil brengen. Een greep uit het aanbod van de afgelopen weken:

Als je zelf googled op poëziepodium dan zul je er nog veel meer vinden, bij jou in de buurt of wat verder weg. Mij heeft het bezoeken van poëziepodia veel gebracht, doe er je voordeel mee.

Tot slot een gedicht over voordragen, een oud gedicht van mij (iets bewerkt) dat ik schreef toen ik nog zoekende was.

.

De dichter ontmaskerd

.

Je sprak over peilloze diepten

en omfloerste gedachten,

doorwrochte zinnen en

latent temperament.

 

En ik vroeg me af

waar zich dat dan

allemaal wel bevond?

.

Bij mij?

Hoe kon ik dat geloven.

Ik deed maar wat

tenslotte.

.

De idioot op het dak

Tjitske Jansen

.

Afgelopen zaterdag was ik bij de Leidse PoëzieNacht georganiseerd door Fields of Wonder in De Burcht in hartje Leiden. Deze Poëzienacht (of eigenlijk avond) werd door Fields of Wonder gemaakt in samenwerking met stichting INDEX Poetry en stichting Leids Literair Landschap. Op deze avond kwamen Anton Korteweg, Dorien de Wit, Wout Waanders en Tjistske Jansen voordragen en de kandidaat stadsdichters droegen een gedicht voor. Paar opvallende dingen: de twee mannelijke dichters waren geblesseerd aan hun voet (Wout Waanders droeg voor gezeten in een rolstoel en Anton Korteweg bewoog) zich voort geholpen door twee stokken, het was een heerlijke ontspannen mooie nazomeravond en de sfeer was uitstekend. Naast serieuze poëzie viel er ook regelmatig te lachen om de gedichten en de voordrachten.

De presentator van dienst kondigde Tjitske Jansen (1971) aan met een verhaal over zijn eerste ervaring met Tjitske Jansen bij Festina Lente in 2001 waar ze de finale van deze Poetry Slam won. Daar hoorde hij haar voor het eerst het gedicht ‘ De idioot op het dak’ voordragen. Hij vroeg haar of ze dat wilde voordragen (waarschijnlijk niet zei hij erbij) maar Tjitske was zeer bereid om het gedicht voor te dragen en dat was voor mij een van de hoogtepunten van de avond. Daarom uit de bundel ‘ Het moest maar eens gaan sneeuwen’  uit 2003 het gedicht ‘ De idioot op het dak’.

.

De idioot op het dak

.

Ik vroeg de jongen op mijn werk – dat bestaat uit peperoni, melanzani en carciofi in de bakjes scheppen, kip en friet en gamba’s bakken, salades maken, enzovoort, ik deed de koude kant vandaag en hij de warme – of we na het werk wat gingen drinken. Na het werk gingen we wat drinken.

Er was een jongen die de Domtoren op zijn arm had laten tatoeëren, een jongen die Chris heette, een jongen die later weer in Groningen ging wonen, er was een jongen die het woord wist voor de geur die hertenwijfjes afscheiden.

Diezelfde avond fietste ik, stomdronken, naar mijn ex. Even kijken of zijn fiets er stond. Die stond er. Eén keer aanbellen. Nog een keer aanbellen. Nog één keer. Ik herinner me wat hij me over stalkers heeft verteld: die moet je negeren. Ik wil niet dat hij mij negeert. Ik bel nog een keer aan. Heel lang.

Steeds als ik denk: nu laat ik de bel los, laat ik de bel niet los. Hij doet nog steeds niet open. Ik zoek waar ik beginnen kan met op het dak te klimmen. Een paar daken van zijn dak vandaan is een begin. Ik begin met op het dak te klimmen. Als ik drie daken heb gehad, ik ben er bijna,

gaat er een dakraam open. Een vrouw schreeuwt godverdomme, een mannenhoofd verschijnt. Ik heb nog nooit van zo dichtbij, vanuit dit perspectief, een mannenhoofd uit een dakraam zien steken, Ik zeg: Ik ben geen inbreker, ik zeg dat ik me schaam, ik vraag of hij vroeg op moet morgen.

De man geeft me geen kans verder te klimmen. Hij blijft met zijn hoofd uit het dakraam. Er gaat nog een dakraam open. Ik had nog nooit één mannenhoofd van zo dichtbij uit een dakraam zien steken, laat staan twee tegelijk. Zitten blijven! zeggen ze. Zitten blijven! Ik vraag me af of ik een strafblad krijg.

De politie is gearriveerd. Waar is hij? Hoor ik vragen. Het is een vrouw. Ik begeef me naar de dakrand om me te laten zien. Het is een soort optreden, maar dan van onderaf belicht. Er is ook een hond bij. Een labrador die op mijn ex lijkt. Die is ook blond.

Ik klim naar binnen door het dakraam van het eerste mannenhoofd. Ik sta op een zolder. Ik zie de vrouw die godverdomme riep, ik aai de hond, ik zeg: Sorry, sorry. Ik zeg:
Ik ben geen inbreker.

Iemand vraagt me hoe ik op dat dak gekomen ben. Iemand vraagt me waarom ik dit deed. Liefdesverdriet, zeg ik. Ja, zegt een politieman, uit liefdesverdriet kun je rare dingen doen. Hoe heet je? Vraag ik hem. Ik heet Paul, zegt hij. En waar woon je?

.

 

 

Poëzienacht

Fields of Wonder

.

Op zaterdag 11 september is de Leidse Poëzienacht. Dit is een avond lang poëzie op de Burcht van Leiden op loopafstand van het Centraal Station, met een grote verscheidenheid aan voordrachten van dichters om je volledig te laten omarmen door de reikwijdte van de poëzie. Het programma bestaat uit Leidse, Nederlandse en internationaal gevestigde namen zoals Anton Korteweg, Tjitske Jansen, Dorien de Wit en Wout Waanders. Ook zullen de kandidaat-stadsdichters van Leiden zich deze avond komen presenteren aan het publiek. Meer informatie vind je op http://fieldsofwonder.nl/voorstellingen/136-poezienacht.

Ik ga erheen om de ambiance ( als je wilt kun je zelfs in het Openluchthotel blijven slapen, het hele festival duurt maar liefs drie dagen), de dichters en de plek waar het wordt georganiseerd. En uiteraard omdat ik ook nieuwsgierig ben naar de nieuwe stadsdichter van Leiden.  Dat onderdeel is op zaterdagmiddag 11 september om 14:00 uur.

Dan zullen de kandidaten voor het stadsdichterschap optreden op de Burcht. Inloop is vanaf 13:30. Toegang is gratis, maar aanmelden is verplicht in verband met de corona maatregelen. Het middagprogramma is gecombineerd met de uitreiking van de studentenpoëziewedstrijd. Dat programma is (deels) in het Engels.

Op dit moment is Marianne van Velzen nog stadsdichter. Op de website https://wisselgeldland.nl/gedichten/ zijn een aantal van haar stadsgedichten te lezen. Ik koos voor

.

Billykast

.
Was ik maar
een billykast
Mijn knoesten
zouden gladgeschuurd
en glimmend gelakt zijn
Mijn hout
kaarsrecht
en splinterloos
Ik zou mijn plek weten
Ik zou boeken
strak naast elkaar
laten staan
Muziekdragers huizen
op kleur
Letter voor letter
Klaar voor het grijpen
of om jaren te verstoffen
Al naar gelang de wens
Oordeelloos
zou ik steunen

.

Het zou duidelijk zijn
Niets meer om te snappen
Ik zou nuttig zijn

.

Maar nee
ik werd wrakhout
Ooit voorbestemd
honkvast te reizen
maar bij de eerste de beste storm
liet ik los

.

Bestemmingsloos
losgelaten
Zonder vergezicht

.

Mijn rechte vorm
van weleer
is meegebogen met
tijd en tegenslag
Wat overbleef
was doelloos dobberen

.

Ik heb het wel geprobeerd
Weer richting vinden
Zelfs tegen de stroom in
Maar er was altijd weer
een golfslag
die me terugbracht
naar daar
waar ik eerder was

.

Nu dobber ik maar een beetje
En zie ik wel
wat de stroom brengt
En sinds ik dat doe
zie ik soms
heel kort
een lijn
in de verte

.

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

Nestdreiging

Grutto’s

.

Afgelopen zaterdag mocht ik in het kader van Ode aan Midden-Delfland een poëziewandeling verzorgen samen met dichter en collega Alja Spaan. De wandeling begon en eindigde in het leukste en kleinste dorpje van Nederland ’t Woudt. Tussen ’t Woudt en de daarachter lopende vaart de Zweth is in de beginjaren van deze eeuw een spaarbekken gevormd voor het geval er zoveel regen valt in Midden-Delfland en het Westland dat het water daar naar afgevoerd kan worden. Tot wel 90 miljoen liter water kan hier worden opgevangen.

In de tijd dat dit bekken niet als zodanig gebruikt wordt is het polderland of grasland en nestelen er grutto’s. Tijdens deze wandeling zijn we gestopt op de plek waar je een prachtig uitzicht hebt op dit bekken met daarachter, heel schilderachtig het dorpje ’t Woudt. Op het moment dat we daar stil stonden en we gedichten voordroegen streken er overigens een paar honderd ganzen neer die het bekken dus ook, vooral als foerageerplaats, hebben ontdekt. Het gegeven van de nestelende grutto’s heeft me geïnspireerd om speciaal voor deze poëziewandeling een gedicht te schrijven getiteld ‘Nestdreiging’.

.

Nestdreiging

 

Dat de vogels ons zouden volgen met

hun ogen, gedragen door de wind met

steeds uitweg naar elders, konden we

 

weten. De woorden die ze schreven

in hun vlucht waren waarschuwingen

aan elke passant, mens of dier. Waar

 

we omkeken was er ruimte in de lucht,

onbenut, maar altijd beschikbaar voor

een uitweg, alternatief of een snelle

 

uitbraak. Elke mogelijkheid instinctief

berekend op dreiging op de grond, als

ware het geen grutto’s maar haviken.

.

Poëzie in het vooruitzicht

Voordrachten en podia

.

Nu er weer wat meer mogelijk is merk ik dat in mijn agenda. Het aantal poëziepodia en mogelijkheden om voor te dragen neemt weer toe. Een vooruitblik van waar ik te zien en te horen ben en podia waar ik een bijdrage aan lever of die (mede) organiseer.

14 augustus 2021

Poëziewandeling in en rond ’t Woudt. Samen met dichter Alja Spaan verzorg ik een wandeling in en rond het prachtige dorpje ’t Woudt (Midden-Delfland) in het kader van Ode aan Midden-Delfland. Tijdens een wandeling door een bijzonder gebied zullen Alja en ik allebei 5 gedichten ten gehore brengen. De wandeling begint met koffie en een Woudtse plak, deelname kost € 12,50 en de wandeling is circa 6 kilometer. Aanvang 13.30 tot ca. 17.00 uur. Aanmelden kan hier link

29 augustus 2021

Groene Fee in Breda. Tijdens de 4e editie van ‘De Groene Fee gaat vreemd’ in de kloostertuin van Oranjeboomstraat 1 in Breda zal ik voordragen uit eigen werk. Het poëziepodium  begint om 14.00 uur tot ca. 18.00 uur. Toegang en parkeren is gratis. Voor meer informatie over de optredende dichters hou je de pagina van De groene Fee in de gaten https://www.facebook.com/groenefee .

19 september 2021

Voorafgaand aan de poëziemanifestatie op Allerzielen op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, organiseren Dichter bij de dood en de stichting Ongehoord! een dichterspodium in de oude aula op de begraafplaats. De deelnemende dichters aan Dichter bij de dood op Allerzielen (2 november) geven op deze middag acte de présence en zullen (naast een gedicht over de dood) vrij eigen werk ten gehore geven. Toegang is gratis, aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur. Begraafplaats Oud Eik &https://www.facebook.com/dichterbijdedood/ Duinen is te vinden op de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Hou de Facebookgroep van Dichter bij de dood in de gaten voor meer informatie

17 oktober 2021

De tweede poëziemiddag op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Dit keer met een open podium voor iedere dichter die graag zijn of haar werk wil voordragen. Met een muzikale omlijsting. Toegang is gratis, aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur

2 november 2021

Dichter bij de dood. Tijdens de poëzieavond op Allerzielen (de 1e jubileum editie) zijn dichters te zien en horen op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Zij dragen een gedicht voor over de dood in de buitenlucht her en der op de begraafplaats. Deze bijzondere en sfeervolle poëtische ode aan de dood en de doden mag je niet missen. Toegang is gratis. Aanvang 19.00 uur.

.

#voetbalflarf

Jelle Pieters en Kila van der Starre

.

Op Instagram volg ik vele dichters en mensen die zich bezig houden met poëzie. Een van hen is Kila van der Starre die al vaker in dit blog langs kwam (Kila & Babsie, Woorden temmen). Zij is nu via Instagram een nieuwe actie begonnen samen met Jelle Pieters, @demanmetdepen (dichter en docent creatief schrijven) rondom het Europees Kampioenschap voetbal dat komend weekend begint.

Vanuit de gedachte dat een flarf https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/04/flarf/ in principe uit elke vorm van bestaande zinnen en woorden kan bestaan, bedachten zij de voetbalflarf. De regels zijn:

  • Schrijf een gedicht (flarf) dat louter bestaat uit zinnen en zinsdelen die de voetbalcommentator(en) uitspreekt/uitspreken.
  • Je mag dus zelf niets toevoegen
  • Je mag wel knippen, plakken en schuiven
  • Je mag zelf weten op welke zender je kijkt (bijvoorbeeld een Duitse, Engelse of Vlaamse zender)
  • Als je het leuk vindt plaats je het resultaat op social media en voeg je de hashtag #voetbalflarf toe.

Nicole Teunissen schreef een voetbalflarf op haar weblog aan de hand van het commentaar van Jeroen Elshoff bij de wedstrijd Nederland-Zweden van de Oranjeleeuwinnen op 3 juli 2019.

Zelf meedoen? Kijk op Instagram op @kilastarre of @demanmetdepen

.

Voetbalflarf

.

wat heel laat op deze avond ook nog zou kunnen gebeuren

.

even wennen aan de stilte

.

schrik niet van de achtervolgers
bijna is ook nu niet helemaal
wat dat betreft dus geen paniek

.

er zijn zorgen
dat iedereen genoeg van elkaar afblijft
vandaar dat er nu eerst een gesprek gaat plaatsvinden

.

maar ook dat soort gevechten kunnen nog altijd gewonnen worden
straks, als het donker is

.

Vooruitzicht op het najaar

Poëziewandeling en Dichter bij de dood

.

Nu het erop lijkt dat we het ergste hebben gehad met de Corona (vooralsnog en nadat iedereen gevaccineerd is) kunnen we weer verder kijken dan het hier en nu. Met een beetje geluk gaat het lukken om het gros van Nederland gevaccineerd te hebben rond de vakantie dus daarna kunnen we weer gaan denken over bijeenkomsten, poëziepodia, voordrachten en wat dies meer zij, ik kan er niet op wachten.

Zelf ga ik in augustus een poëziewandeling doen rond het pittoreske dorpje ’t Woudt in het kader van ‘Een ode aan Midden-Delfland’ en ben ik gevraagd door Marjon  van der Vegt om samen met haar dit jaar Dichter bij de dood te organiseren, het meest bijzondere podium dat je je als dichter kan wensen, bij het vallen van de avond op Allerzielen (2 november) voordragen op de mooiste begraafplaats van Den Haag en omstreken Oud Eik & Duinen, wanneer de overledenen worden herdacht.

Ik heb daar twee keer mogen staan als dichter en vond het elke keer weer een bijzondere plek en gelegenheid. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/10/19/allerzielen-2020/

Afgelopen jaar was de eerste jubileumeditie die helaas niet doorging maar dit jaar zijn we ervan overtuigd dat het gewoon weer kan. Dichters zijn inmiddels benaderd en uitgenodigd en de voorbereidingen zijn begonnen. Omdat Allerzielen over het herdenken van de overledenen gaat wilde ik dit bericht omlijsten met een mooi gedicht over de dood.

Ik koos voor het gedicht ‘Mijn laatste dood’ van de Vlaamse dichter, schrijver, essayist en neurowetenschapper Jan Lauwereyns (1969) uit de bundel ‘De willekeur’ uit 2012.

.

Mijn laatste dood

.

Uiteindelijk stierf ik de enige echte keer het was

een dag zoals er vele waren vele

.

dagen vele doden ergens regende regen

.

elders scheen de zon in de ogen van iemand

die treurde om iets dat voorbij was finaal te vroeg gedaan

.

gewis noodzakelijk vroeger dan later en ik en

.

water vloeiden onder de brug en sommigen zagen

wel dat werkelijk niets maal eeuwig niets was

.

want stille kersenbloesembron bestond

.

en wat bestond kon nooit meer niet bestaan

zo stierf ik de enige keer in het diepste wezen getroffen.

.

Paul van Ostaijen

Herdenkingsjaar

.

Op 22 februari was het 125 jaar geleden dat de Vlaams-Nederlandse dichter (Nederlandse vader, Vlaamse moeder) Paul van Ostaijen (1896 – 1928) werd geboren. 100 jaar geleden verscheen van van Ostaijen de bundel ‘Bezette stad’. Deze twee gebeurtenissen vormen de start van het Paul van Ostaijen-jaar. Op 22 februari was er in cultureel centrum De Brakke Grond een marathon vol poëzie, theater en muziek.  De line up bestond uit onder andere Gustaaf Peek, Spinvis, Aafke Romeijn en Hannah van Binsbergen.

Vanuit het geboortehuis van van Ostaijen in Antwerpen wordt een digitale uitzending gemaakt door Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek over wie deze avant-garde dichter nu eigenlijk was.  De uitzendingen waren te zien (en zijn waarschijnlijk terug te kijken) via de Facebookpagina van De Brakke Grond en op deburen.eu

Reden genoeg om nog eens iets van deze bijzondere dichter te plaatsen. Ik koos uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1981 het gedicht ‘Fragmenten’ uit 1915.

.

Fragmenten

.

1

.

Mijn lief, mijn hart schenk ik je hier

Als ’n tennisbal;

Je speelgenoot weze ’n fraai zeeofficier,

Die knap wezen zal

En in het spel bedreven

.

2

.

Ik heb je al wat

Ik bezat

Mijn enige schat,

Mijn groot hart gegeven.

En wat heb jij den liefdedronken

Jongen

Die ik was, geschonken?

.

3

.

Mijn hart is door de smart gebenedijd,

Heb ik troostend tot mezelf gezeid.

Want mijn lijden,

Elke fijne dolk, elke grief

Is zoet verblijden

Voor mijn wreed lief.

.

Poëzie aan de deur

Initiatief van de bibliotheek Groningen

.

Poëzie kun je lezen, luisteren en bekijken maar Biblionet Groningen (de bibliotheek van de provincie Groningen) heeft iets nieuws bedacht; poëzie aan huis. Dat is niet hetzelfde als dichter aan huis, waar een dichter in je woonkamer poëzie voordraagt aan de mensen in die woonkamer, nee dit keer komen de dichters langs je deur. Onder het motto ‘Poëzie brengt buren tot elkaar’ gaan Groningse bibliotheken de komende weken samen met lokale dichters in verschillenden plaatsen de wijk in om buren door middel van poëzie nader tot elkaar te brengen.

Biblionet Groningen werkt voor de actie, die ‘Dichter bij de deur’ heet, samen met woningcorporatie Acantus. Er wordt gestart in Winschoten. Vervolgens worden Veendam, Scheemda, Bad Nieuweschans, Pekela, Wildervank, Westerwolde en Delfzijl aangedaan. In elke plaats gaan vertegenwoordigers van de bibliotheek, medewerkers  van Acantus en een lokale dichter in willekeurige straten samen langs de deuren. Ze bellen aan, dragen een gedicht voor en geven de mensen een poëtisch cadeautje en een lekkernij . Esther Huls, initiatiefneemster vanuit Biblionet Groningen zegt hierover: “Zo brengen we samen wat licht en ontspanning in deze donkere coronadagen”.

Biblionet benadrukt dat de actie volledig corona-proof is. Opnieuw Esther Huls: ‘We bellen indien mogelijk bij een paar huizen tegelijk aan of stappen een woonvoorziening binnen en dragen op veilige afstand het gedicht voor, Op die manier kunnen de bewoners genieten van de mini-voorstelling. En hebben ze meteen iets om over te kletsen! Want contact is zó belangrijk. Zeker nu we vanwege de coronamaatregelen onze familie, vrienden, buren en collega’s minder zien. Een praatje met de buren, over de heg of vanaf de stoep, kan dan net het verschil maken.’

Ik vind ‘Dichter bij de deur’ een prachtig initiatief waarin de moeilijke omstandigheden waarin we allemaal leven is gekoppeld aan het activeren van dichters die eindelijk weer eens een (nieuw) publiek hebben voor hun poëzie. Wie de Groningse dichters zijn die aan dit project meewerken is niet duidelijk dus heb ik hier een gedicht van de nieuwe stadsdichter van Groningen (2021-2022) Myron Hamming gekozen, ik hoop maar dat ze hem meenemen op de toer door Groningen.

.

%d bloggers liken dit: