Categorie archief: Poëzie en Kunst

Dichter of Denker

Rodin

.

Het beeldhouwwerk van Auguste Rodin (1840-1917) ‘De denker’ blijkt bij nader inzien ooit door Rodin gemaakt te zijn als ‘De dichter’ lees ik in een bijlage van de Volkskrant. ‘Le penseur’, zoals het beeld door het leven gaat stelt Dante Alighieri voor, de middeleeuwse dichter die het epos La Divina Commedia of De goddelijke komedie schreef over zijn fictieve reis naar het vagevuur en de hemel.

Rodin kreeg in 1880 de opdracht tot het ontwerpen van de toegangspoort voor het nieuwe museum voor Decoratieve Kunsten in Parijs. Rodin koos als thema voor Inferno, het eerste deel van de La Divina Commedia, waarin de hel wordt bezocht. De centrale figuur aan de bovenkant van de poort was Dante zelf en Rodin noemde dit beeld aanvankelijk De poëet.

Het museum voor Decoratieve Kunsten is er nooit gekomen en Rodin begon met het gieten van De denker los van deze poort. Los van de context van de poort werd het beeld uiteindelijk De denker genoemd.

Als eerbetoon aan de Dichter moest ik denken  aan het gedicht ‘Dichter’ van Hermen de Coninck. Daarom hier uit ‘De gedichten’ van Herman de Coninck dit gedicht.

.

Dichter

.

voor hem zijn alle dingen

glazen wijn: zeer verfijnde zijnden

om te laten staan tot later

en het is alsof hij heel traag

drinkt terwijl hij wacht

want verlangen wordt bezitten

van een verlangen

en geluk is wachten

op geluk.

.

Rotterdams Kunstgesticht

Poetry International 

.

Soms kom je iets tegen waarvan je eigenlijk het bestaan helemaal vergeten was. Dit gebeurde mij pas geleden toen ik een overvolle kast aan het leegruimen was. Achterin de kast kwam ik een uitgave tegen van het Rotterdams Kunstgesticht uit 1987. Een boek in een A3 formaat, gedrukt en uitgegeven ter gelegenheid van Poetry International 1987.

In dit fraaie boek zijn 4 Nederlandstalige gedichten van auteurs opgenomen die in dat jaar een bijdrage aan Poetry International leverde. Het zijn de dichters Hans Tentije, Harry ter Balkt, Stefan Hertmans en Geert van Istendael. De bijbehorende prenten zijn gemaakt door kunstenaars die zijn aangesloten bij het Rotterdams Kunstgesticht te weten Corinne Boureau, Michiel Brink, Gerard Immerzeel en Veronique Declerq.

Het boek werd in een oplage van 100 stuks gemaakt en ik bezit nummer 93. Van Hans Tentije is het gedicht ‘Schemeringen V’opgenomen.

.

Schemeringen V

.

Maar wat als in de nanacht

plotseling ’t schreeuwen van een pauw

over de tuinen gaat

en er niets veraf of belendende

is dat ’t opneemt

.

wanneer ’t lokkende, heser

nog terugkeert en zichzelf niet vindt

.

als er tussen verlatenheid en echo

geen andere speling meer bestaat, vlam van zee

de schemer is die wat hij vergroot heeft

blijvend ook omhult

.

en zo in alle vroegte ieder

aanbreken verdraagt –

.

ligt daar de stilte van ’t innerlijk?

.

Poëziekaarten

 Lieve juf

.

In het kader van de Poëzieweek 2020 kun je bij boekhandels en bibliotheken gratis ansichtkaarten krijgen met gedichten van Linda Vogelesang, Carmien Michels, Jaap Robben, Max Greyson en Maud Vanhauwaert. Ook vorig jaar werden gratis kaarten met poëzie weggegeven. Het is dan ook een heel aardige manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik heb een fijne verzameling van poëzie-ansichtkaarten. Natuurlijk van Plint en van de Poëzieweek maar ook van de voormalige stadsdichter van Rotterdam Jana Beranová, van Joz Knoop en Joost van Gijzen (van uitgeverij De Muze), van Méland Langeveld en Gea Zwart, van Rinske Kegel en ga zo maar door. Vaak zijn de kaarten een samenwerking van kunstenaar en dichter (Langeveld en Zwart bijvoorbeeld) maar het komt ook voor dat de illustratie gemaakt wordt door de dichter (Kegel).

Een poëziekaart laten maken hoeft niet veel te kosten dus als je als dichter nog niet aan een bundel toe bent of druppelsgewijs je gedichten aan je publiek wil laten lezen dan zijn poëziekaarten een goed idee, tenslotte worden ze tweemaal genoten, door de afzender en door de ontvanger.

Van de Poëzieweekkaarten koos ik op deze laatste dag van de Poëzieweek 2020 het gedicht ‘Lieve juf’ van Linda Vogelesang (Plint, 2015) vooral ook omdat de leerkrachten de laatste tijd zo in het nieuws zijn. En omdat het hier een gedicht betreft dat voor kinderen is geschreven, een deel van de poëzie die toch vaak wat ondergewaardeerd wordt.

.

Lieve juf,

.

Ik schrijf u even

om te zeggen

dat ik niet meer kom.

Waarom?

Ik weet wat ik wil worden:

HELD!

Wat ik nu moet leren:

vliegen zonder vliegmachine,

vechten met enge dieren,

en op een wiebeltouw balanceren.

U geeft geen les daarin.

Daarom heeft naar school gaan

voor mij niet zo veel zin.

Als juf deed u best uw best,

dus: een kus en dank u wel!

Mocht u iets overkomen

dan roept u maar.

Dan kom ik snel.

.

 

Vuurgedicht en meer

Villa Empain

.

Afgelopen weekend was ik in Brussel in de Villa Empain van de Boghossian Foundation. In 2010 opende de Boghossianstichting een residentie voor gastkunstenaars in deze Art Deco villa, dat al snel uitgroeide tot een belangrijk onderdeel van haar project. Door kunstenaars van alle achtergronden uit te nodigen om in de Villa Empain te verblijven, biedt de Boghossianstichting een serene context voor kunstenaars uit oost en west, om hun zich te ontwikkelen, terwijl ze zich laten inspireren door een dynamische culturele omgeving.

Naast de prachtige villa (die zeer de moeite waard is om te bekijken) was er ook de tentoonstelling Ekphrasis – het schrift in de kunst. Het beeld en het schrift zijn nauw aan elkaar verwant, complementair, en in zekere mate zelfs onderling verwisselbaar. Ekphrasis – Het schrift in de kunst presenteert werken en teksten van een veertigtal vooraanstaande kunstenaars die sinds de jaren zestig het schrift als middel om het beeld te vervangen of te beschrijven geëxperimenteerd hebben.

Er bestaat een grote traditie van kunstenaars die zich zowel met beeldende kunst als met literatuur, poëzie of politiek bezighouden en voor wie taal een wezenlijk onderdeel van hun oeuvre vormt. De tentoonstelling verkent via hedendaagse kunstenaars de verschillende obstakels en voorliefdes voor het gebruik van taal in kunst.

Omdat ik bijzonder geïnteresseerd in alles wat ik de rafelranden van de poëzie noem, was ik blij verrast door deze tentoonstelling. Zo hing er werk van Shirin Neshat waarover ik in 2013 al schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/06/24/poetische-kunst-of-kunstzinnige-poezie/. Maar ook van andere kunstenaars als Lieven De Boeck  met het werk ‘Yellow story’, Jean Boghossian met twee werken zonder titel waarin hij met vuur poëzie heeft gemaakt en Christian Dotremont met het werk ‘Logogrammen: Hendes haar…’.

.

Lieven De Boeck

Jean Boghossian

Christian Dotremont

Bodemloos blauw

Mark Meekers

.

De dichter Mark Meekers is samen met Hugo Claus de meest bekroonde Vlaamse dichter. Naast dichter is Meekers beeldend kunstenaar onder zijn ware naam Mark Rademakers.

Mark Meekers (1939) was stichter van de dichtersgroepen ‘Mengmetaal’ en ‘Concept’. Hij was dorpsdichter van het spookdorp Doel waarover ik op 3 maart 2019 al schreef  https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/03/03/doel/ en hij was poëzie-ambassadeur van Vlaams-Brabant.

In 2016 verscheen de bundel ‘Bodemloos blauw’ van zijn hand bij uitgeverij P in Leuven. ‘Bodemloos blauw’ is een hulde aan de dromerige surrealistische kunstenaar Marc Chagall (1887 – 1985). Meekers gedichten werpen een unieke blik op Chagalls bestaan en kunst.

Uit deze bundel koos ik het gedicht dat hoort bij het gelijknamige schilderij ‘Paris by light’ Uit 1927.

.

Paris by light

.

even nog slapen onder een hamer, dan

als een kogel uit de Russische roulette

het paradijs uitgelucht, waar de kippen

eieren in dopjes moeten leggen, de blinde

.

vlek het hele oog overspoelt, loensen (zelfs

links) verboden is. Parijs – “sacré coeur!” –

heeft een groot hitsig hart en licht voor

allen. In elke Parisienne giechelt een meisje

.

van plezier. french cancan + champagne-

ringen over ritsige roden. de valiezen

uitgepakt in de passage de Dantzig nummer

twee, waar het gonst van de steekbeitels,

.

penselen elkander in de haren vliegen.

hier draait dame fortuin het reuzenrad,

tracht hij ogen in beslag te nemen, als ziener

kijkers medeplichtig te maken aan het mooie.

.

Concrete poëzie

In Duitsland en Amerika

.

Al eerder schreef ik over vormen van concrete poëzie. Maar wat is concrete poëzie eigenlijk? Volgens Wikipedia is concrete poëzie een moderne poëzievorm waarin gevoelens of gedachten niet op de gewone talige wijze worden uitgedrukt, maar door een bijzondere klank- of grafische vorm te creëren.

Bij een combinatie van poëzie en muziek spreekt men van auditieve of fonetische poëzie en bij een vermenging van tekst en grafiek van visuele poëzie of ook wel poëtische typografie. Lettertype en lettergrootte, de schikking van de woorden op het blad worden drager van de boodschap. Concrete poëzie maakt alleen gebruik van taal- en typografische elementen, terwijl visuele of visieve poëzie (in het Italiaans poesia visiva genoemd) bestaat uit een collage van knipsels, foto’s en taalelementen.

Het mooie van concrete poëzie is dat je er allerlei varianten van kunt maken. Dat je vormen van concrete poëzie (bijvoorbeeld auditieve en visuele poëzie) kunt combineren of dat je kunstvormen kunt combineren met visuele of auditieve poëzie. Ik heb twee voorbeelden van concrete poëzie gevonden die beide voldoen aan de definitie en toch heel erg verschillend zijn.

Zo is er het concrete poëzieproject van de Fichtelnaabtalschule in het Duitse Ebnath en zijn er voorbeelden van een tentoonstelling in het Getty Center in Los Angeles.

.

 

 

Evelien Verhegge

Poëzielessen in Vlaanderen

.

Op het bijzonder interessante en inspirerende symposium ‘Uitgesproken poëzie’ over poëzie in klas in Utrecht, verzorgde Evelien Verhegge een workshop met de titel ‘Spieken bij de buren; tips & tricks uit het Vlaamse poëzie-onderwijs’. Evelien Verhegge is docent aan het LUCA, school voor arts en drama in Vlaanderen en werkt bij Jeugd en Poëzie. In haar workshop gaf ze een overzicht van de verschillende opleidingen in België en welke plek poëzie in het Vlaamse onderwijs inneemt.. Daarnaast ging ze in op de volgende vragen:

Welke lessen krijgen Vlaamse leerlingen dan precies wat poëzie en declameren betreft? Welke leerdoelen worden er met het memoriseren en voordragen van poëzie (en andere talige uitingen) behaald? Wat kunnen Nederlandse docenten meenemen naar hun schoolpraktijk? | Workshop voor secundair onderwijs.

Als oefening had ze een bijzonder aardig voorbeeld meegebracht uit haar praktijk als docent. De deelnemers aan de workshop kregen het gedicht Boem Paukeslag van Paul van Ostayen, uit de bundel ‘Bezette stad’ (1921) uitgereikt maar niet in één geheel maar in verknipte stukken. Boem Paukeslag is de artistieke weergave van de dramatische gebeurtenissen in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog; het is ook een van de optisch mooiste gedichten uit de Vlaamse letterkunde.

De eerste opdracht was om de verknipte stukken weer tot één gedicht te maken, en hoewel iedereen die gedicht kent blijkt het toch moeilijk om de verschillende zinnen en onderdelen zo te plaatsen dat het het originele gedicht weergeeft. Daarna kregen we de opdracht om bij onderdelen van het gedicht onomatopeeën (klanknabootsingen) en assonanties (halfrijm) bij een aantal woorden te verzinnen.

Tot slot moesten we een omgeving bedenken waar veel mensen tezamen komen en dit allemaal in het gedicht ‘Boem Paukeslag’ verwerken. Op deze manier krijg je dus een heel nieuw gedicht. In mijn groepje kwam hier het volgende uit waarbij de plek waar veel mensen samen komen een begrafenis was.

.

BOEM

Paukeslag

schrijden, stappen, schrijden, stappen, schrijden, stappen

Stop!

Daar ligt alles                                            plat

O_________________________________________o

Weer razen violen celli bassen koperen triangel

Trommels Pauken

Drama in volle slag hoeren en nabestaanden

werpen zich op eerlike mannen de kerk wankelt

de eer wankelt ligt er

alle maskers vallen

zzzzzzzzzzzzt                                          POF!

.

en vergelijk dat dan met het origineel:

 

Tekstboom

Gedichten in vreemde vormen

.

Op de hoek van het Reitdiep en het Starkenborghkanaal in de gemeente Zuidhorn in Groningen is in september 2007 een tekstboom, een beeld in de vorm van een boom, van Regina Verhagen onthuld met daarop een gedicht van Gerrit Krol. Het kunstwerk met de titel ‘Vaarwater’ staat op het kruispunt van beide waterwegen. De tekstboom maakt deel uit van het project ‘Woordenstroom’ (meer info op https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Downloads/woordenstroom07.pdf). Woordenstroom is een kunstproject met 12 beelden met poëzie langs de vaarweg van Lemmer naar Delfzijl.

De tekst van Gerrit Krol op de tekstboom luidt:

.

Vaarwater

.

Geen land, maar water

Geen water, maar land

Land dat op water drijft

Vlak land derhalve

Twee kanalen die elkaar snijden

Liggen in hetzelfde vlak

Land waarin gesneden wordt

Water waarin gesneden wordt

Vaarwater

.

 

Stadspaden

Gedichten op vreemde plekken: op twee spaden

.

Via een vriendin (Stefanie bedankt!) kreeg ik een aantal foto’s van een gedicht op twee grote spaden in Stadskanaal.  Het beeld van de twee turfschoppen herinnert aan de veenkoloniale tijd van deze omgeving, het zijn de spaden waarmee het kanaal werd gegraven waaraan Stadskanaal haar naam ontleend. Het gedicht op de twee spaden getiteld ‘Stadspaden’ is van Hans Mes en dateert uit 2012.

Het gedicht op de spaden luidt:

.

Stadspaden

.

Hier werkte men

met man en macht

aan een kanaal

door ’t veen

en spaden staan

nu stil bij dat

wat grond

voor welvaart bracht.

.

Wat je vervoert

dat schept je thuis

per schip, ter paard

soms lopen

het voelt hier als

een poort naar stad

met beide deuren open.

.

%d bloggers liken dit: