Categorie archief: Poëzie en Film

Bukowski en King

Omdat het kan

.

Zo nu en dan heb ik zin om gewoon een gedicht te plaatsen zonder verdere aanwijsbare reden. Zo’n gedicht is, valt me op, vaak van Charles Bukowski, een van mijn favoriete Amerikaanse dichters. Dit gedicht ‘The shower’  Komt ook voor in de documentaire ‘Born into this’ uit 2003 van regisseur John Dullahan. In die documentaire voegt hij de naam Linda toe in het gedicht tijdens een voordracht.

Het betreft hier Linda King, beeldhouwer, toneelschrijver en dichter waarmee Bukowski in het begin van de jaren ‘70 een jarenlange relatie mee had.

.

The shower

.

we like to shower afterwards
(I like the water hotter than she)
and her face is always soft and peaceful
and she’ll watch me first
spread the soap over my balls
lift the balls
squeeze them,
then wash the cock:
“hey, this thing is still hard!”
then get all the hair down there,-
the belly, the back, the neck, the legs,
I grin grin grin,
and then I wash her. . .
first the cunt, I
stand behind her, my cock in the cheeks of her ass
I gently soap up the cunt hairs,
wash there with a soothing motion,
I linger perhaps longer than necessary,
then I get the backs of the legs, the ass,
the back, the neck, I turn her, kiss her,
soap up the breasts, get them and the belly, the neck,
the fronts of the legs, the ankles, the feet,
and then the cunt, once more, for luck. . .
another kiss, and she gets out first,
toweling, sometimes singing while I stay in
turn the water on hotter
feeling the good times of love’s miracle
I then get out. . .
it is usually mid-afternoon and quiet,
and getting dressed we talk about what else
there might be to do,
but being together solves most of it
for as long as those things stay solved
in the history of women and
man, it’s different for each-
for me, it’s splendid enough to remember
past the memories of pain and defeat and unhappiness:
when you take it away
do it slowly and easily
make it as if I were dying in my sleep instead of in
my life, amen.

Crypto gedicht

Gedichtencode

.

‘The Life That I Have’ (ook wel bekend onder de titel ‘Yours’) is een kort gedicht geschreven door Leo Marks en werd gebruikt als een gedichtencode in de Tweede Wereldoorlog. In de oorlog werden beroemde gedichten gebruikt om berichten te coderen. Dit bleek echter onzeker te zijn omdat vijandige crypto-analysten het origineel uit gepubliceerde bronnen konden lokaliseren. Leo Marks ging dit tegen door zijn eigen geschreven creaties te gebruiken.

‘The Life That I Have’ was een origineel gedicht dat tot stand kwam op kerstavond 1943 en werd oorspronkelijk geschreven door Marks ter nagedachtenis aan zijn vriendin Ruth, die net was overleden bij een vliegtuigongeluk in Canada. Op 24 maart 1944 werd het gedicht uitgegeven door Marks aan Violette Szabó, een Franse agent van Special Operations Executive die uiteindelijk werd gevangengenomen, gemarteld en gedood door de nazi’s.

Het werd beroemd door de opname in de film uit 1958 over Szabo, ‘Carve Her Name with Pride’, waar het gedicht de creatie was van Violette’s man Etienne. (Marks stond toe dat het werd gebruikt onder de voorwaarde dat de auteur niet kon worden geïdentificeerd.) In haar biografie Violette Szabó: ‘The Life That I Have’ uit 2002 beweerde auteur Susan Ottaway ten onrechte dat het gedicht eigenlijk was geschreven voor de film uit 1958.

In het Engelse plaatsje Tempsford staat een gedenkzuil (het Tempsford SOE memorial) met het gedicht voor Violette Szabó.

.

Code poem for Violette Szabó

.

The life that I have.

Is all that I have. And

the life that I have. Is

yours. Of the life that

I have. Is yours and

yours and yours. A

sleep I shall have  .

A rest I shall have .

Yet death will be

but a pause. For the

peace of my years .

In the log green

grass. Will be yours

and yours and yours.

.

Het gedicht van Marks is ook gebruikt als versiering van een pillendoosje

Mevrouw Presley – van der Sleen

Rob Schouten

.

Afgelopen week zou Elvis Presley 85 jaar zijn geworden als hij nog had geleefd. Ik moest hieraan denken toen ik in de bundel ‘Zware pijnstillers’ (toepasselijk) uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘Mevrouw Presley – van der Sleen’ las. Op de radio was afgelopen week was ook al een jarenlange fan van Elvis Presley te horen, die de documentaire over zijn leven, ‘That’s The Way It Is’ uit 1970 (Elvis was toen 35 jaar en op het hoogtepunt van zijn carrière) die op zijn geboortedag 8 januari in de bioscoop te zien was meer dan 100 keer gezien had. Ik moest bij de titel van dit gedicht meteen aan die mevrouw denken. Genoeg reden om dit gedicht hier te plaatsen.

.

Mevrouw Presley – van der Sleen

.

Op 17 augustus ’77 te Lloret aan Zee

las ik de Telegraaf, Elvis overleden.

Het deed me weinig: bolle Vegasster,

foute bakkebaarden.

.

Een jaar of vijftien later en dus ouder

bezocht ik Graceland. daar ik daar toch was.

Z’n tante op een schommelstoel

op het terras, het graf viel tegen.

.

Mijn muziek was het nog altijd niet,

zoals dit vers me ook niet raakt,

maar een vroegere hulp

in de huishouding , Marrie, uit Sleen

was smoorverliefd op ‘m en

had zijn foto boven haar bed.

,

Ook zij trouwens al jaren dood,

na een goeddeels mislukt bestaan.

.

Voor de zotten

Sieger M. Geertsma

.

Een tijdje geleden zag ik in de bioscoop de film The Joker. Een bizarre, donkere en verwarrende film over de verwordingsgeschiedenis van de figuur The Joker uit de verschillende Batmanfilms. Ik moest meteen denken aan deze film en aan de figuur van The Joker, toen ik in de bundel ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ samengesteld door Arie Boomsma, het gedicht ‘Voor de zotten’ van dichter Sieger M. Geertsma (1979) las.

Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Schaduwvechter’ van Geertsma uit 2006. Al lezend bekroop mij het gevoel dat Geertsma deze film of de figuur van The Joker, als uitgangspunt voor zijn gedicht had gebruikt (wat natuurlijk niet kan, de film is uit 2019). Oordeel zelf zou ik zeggen (als je tenminste de film gezien hebt).

.

Voor de zotten

.

Daar loopt de gek, de zot een dwaas!

Schudt kaart draaft, buigt zijn hoofd.

Joker houdt zijn lach niet in, een aas,

een schop of hart is wat de speler dooft.

.

Geen vonk of vlam verstand, slechts gaas

is wat er vangt, een maas, verliest het ooft.

Het fruit van zijn zinnen, in een waas

komen woorden, dat mens enkel rooft.

.

‘Mens stapt en staat, hij walst en spreekt,

ook beeft de grond, de stad, is geen graf.

Zo grijs en zuur, de stenen muur wreekt

.

mijn bestaan, beton in mij, mijn straf

is dolen over straat, door honger gebleekt.

Hoofd is het huis, mijn naam de bedelstaf.’

.

.

Beroemdheden met dichterlijke aspiraties

Amber Tamblyn

.

Regelmatig komt het voor dat beroemdheden dichterlijke aspiraties hebben. Op 24 december 2012 schreef ik al eens over de ‘dichtkunst’ van Charlie Sheen (o.a. Two and a half men) en Leonard Nimroy (Star Trek) en later op 1 juli 2015 over de poëzie van Britney Spears en Alicia Keys. En pas geleden nog, op 10 december, over de gedichten van Marilyn Monroe. Aan dit toch al aardige aantal wil ik de komende tijd nog wat voorbeelden toevoegen. Om te beginnen met de actrice Amber Tamblyn.

Amber Rose Tamblyn (1983) speelde als actrice in televisieseries zoals General Hospital, House en Inside Amy Schumer en in films als Spring Brakedown en 127 Hours. Toch is ze ook als dichter al redelijk bekend. Ze publiceerde een aantal zelf uitgegeven poëziebundels voordat in 2005 Simon & Schuster Children’s Publishing haar vroege gedichten (geschreven tussen haar 11de en 21ste jaar) publiceerde met de titel ‘Free Stallion’. Over dit debuut schreef Poet Laureate Lawrence Ferlinghetti: “A fine, fruitful gestation of throbbingly nascent sexuality, awakened in young new language.” In 2009 volgde de bundel ‘Bang Dito’ bij Manic D. Press. Vanaf 2011 recenseert Tamblyn poëziebundels voor het feministische BUST Magazine. In 2014 werd door Harper Collins haar derde poëziebundel uitgegeven met de titel ‘Dark Sparkler’ die over het leven en de dood van kindsteractrices gaat. 

Op de website http://www.thrushpoetryjournal.com verscheen van haar het gedicht ‘Laurel Gene’ uit ‘Dark Sparkler’ dat hieronder te lezen is.

.

Laurel Gene

.

Shave off the sheets of my songless childhood success,
expose the rotted age of me now―
My toothless breasts, my hips like a cracked Texas cow skull
hanging crooked on the butcher’s wall.

Remember what I once was.
The laurels of the Gene name.
My boom impact on the Baby Generation.
My pre-pubescent niche pizzazz.

Remember how the phone threw offers
for Little Jenny Sues into my Father’s ear.
He’d suck the bucks out of the cord like a straw into a spectrogram.
I never got a single sip.

I was his dark sparkler. A tarantula on fire.
An innocent with apple juice eyes and a brain
full of famished birds.

I used to play characters. Now I am portrayed.
As a dull domestic darling. A 30 year old 80 year old.
My husband’s office phone rescinds in silence. The only offers
are from the sink’s silverfish to kill them.

When I vacuum I think of Ingmar Bergman
fucking me from behind. I open
like the palms of Julius Cesar to a crowd.
Men used to rearrange their months to fit my seasons.

I suck a finger then the caldron in his tip.
He films my apron sticking to the sweat.
Makes this bad heart a pulse from the sky.
I am a distant explosion of myself again. A star.

Remember being a star.
This is how to die in the arms of a suburban wind,
learning how to be forgotten
over and over again.

.

 

Childe Harold

De omzwervingen van Jonker Harold

.

Afgelopen week bekeek ik de film ‘The trip to Italy’ een vervolg op de geweldige road movie ‘The trip’ met Steve Coogan en Rob Brydon. In het begin van deze film, waarin ze in de voetstappen treden van de grote Engelse dichters Byron en Shelley, komt in een gesprek het gedicht ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ ter sprake. Ik kende het gedicht niet en ben dus eens op onderzoek uit gegaan.

In 1812 verschijnt van de hand van George Gordon, Lord Byron (1788 – 1824) een lang verhalend gedicht getiteld ‘Childe Harolds Pilgrimage’. Het gedicht is geschreven in de versvorm die door Edmund Spenser werd geïntroduceerd in diens gedicht ‘The Faerie Queene’. Deze naar hem genoemde versvorm (Spenserian stanza) werd na zijn dood niet meer gebruikt, tot hij in de 19e eeuw werd herontdekt door onder meer Lord Byron, Keats, Shelley en Scott. In deze versvorm bestaat elk couplet uit negen regels, de eerste acht daarvan zijn jambische pentameters, de laatste regel is een alexandrijn. Het rijmschema is “ababbcbcc.”.

‘Childe Harold’s is een melancholieke en romantische jongeman, die na een losbandig leven afleiding zoekt in buitenlandse reizen. Hij beschrijft die reizen door het Middellandse Zeegebied, bezoekt romantische plekken en diverse ruïnes en verbindt hieraan overpeinzingen over het verleden. In totaal beschrijft Lord Byron in vier canto’s de reis van de hoofdpersoon door landen als Portugal, Spanje, Albanië, Griekenland maar ook België (de slag bij Waterloo), Duitsland, het Alpengebied en tot slot Italië (een reis van Venetië naar Rome).

In 2009 werd ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ vertaald door Ike Cialona en zij gaf dit verhalende gedicht de titel ‘De omzwervingen van Jonker Harold’ mee. Uit deze editie een strofe waarin de hoofdpersoon het slagveld bij waterloo bezoekt.

.

’t Ardenner woud wuift met zijn loof, bedauwd
Door tranen die Natuur hier heeft gestort.
Het rouwt – als iets dat onbezield is rouwt –
Om elke krijger, ach! die binnenkort
Vertrapt zal zijn zoals het gras nu wordt
Geplet door hem, die niet meer op zal staan.
Het gras herleeft en zal deze cohort,
Die vurig hoopt de vijand te verslaan,
Bedekken wanneer zij tot stof zal zijn vergaan.

.

Pier Paolo Pasolini

De as van Gramsci

.

Dat je nooit uitgeleerd bent in dit leven was me al heel lang duidelijk. Niet alleen veranderd de wereld in een rap tempo maar ook terugkijkend is er nog zoveel te leren, te weten en te ontdekken. Zo’n ontdekking is voor mij het feit dat de Italiaanse filmregisseur, schrijver en marxist Pier Paolo Pasolini (1922 -1975) die ik eigenlijk alleen kende van zijn films, ook dichter was. Sterker nog, van zijn poëzie is ook best het een en ander vertaald voor de Nederlandse markt.

In 1939 ging Pasolini studeren aan de universiteit van Bologna. Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Poesia a Casarsa’ al op 19 jarige leeftijd in 1941. Tijdens de toen aan de gang zijnde Tweede Wereldoorlog werd hij in het leger opgenomen en raakte hij later in Duitse krijgsgevangenschap waaruit hij echter wist te ontvluchten. Na de oorlog werd hij lid van de Italiaanse Communistische Partij; het lidmaatschap werd hem echter een paar jaar later weer ontnomen toen hij er openlijk voor uitkwam homoseksueel te zijn.

Na zijn studies in Bologna kwam hij begin jaren vijftig definitief in Rome terecht, samen met zijn moeder. Zijn vader, een officier in het fascistische leger, was op dat moment al overleden. Zijn jongere broer was als partizaan tijdens de oorlog gesneuveld. Moeder en zoon woonden in een verpauperde buitenwijk van Rome, onderwerp van zijn spraakmakende novelle Ragazzi di vita (1955), en later van de film Accattone. Voor zijn novelle kreeg hij behalve literaire lof ook kritiek vanwege het obscene karakter van het betreffende werk. In de jaren ’50 schreef hij ‘poemetti’, vrij lange verhalend-didactische gedichten, meest in terzinen, die hij in 1957 bundelde. Nadat hij eind jaren vijftig al enige schreden had gezet op het gebied van de film, debuteerde hij 1961 met zijn eerste eigen, hierboven reeds vermelde, film Accattone.

Pasolini werd vooral bekend met zijn opmerkelijke film ‘Il Vangelo secondo Matteo’ (Het evangelie volgens Matteüs) uit 1964, die zelfs vanuit de Kerk werd geprezen. Vanuit zijn sociale bewogenheid groeide zijn kritiek op de gangbare christelijke opvattingen. Zijn films schiepen verwarring en waren omstreden, niet het minst vanwege bepaalde obsceniteiten. De bekendste uit zijn laatste jaren daarvan is Salò of de 120 dagen van Sodom uit 1975, naar de roman van de Markies de Sade in combinatie met de Republiek van Salò.

Pasolini was echter dus ook een begenadigd dichter en zijn poëzie heeft zeker een sociaal maatschappelijk tintje maar is daarnaast ook zeker zeer poëtisch. Een goed voorbeeld daarvan is het gedicht IV dat verscheen in de in 1989 door Meulenhof uitgegeven bundel ‘De as van Gramsci’ in een vertaling van Karel van Eerd. Gramsci was één van de stichters van de communistische partij in Italië in 1921. De as van Gramsci is bijgezet in een sobere tombe op de begraafplaats voor niet-katholieken in Rome, die rond 1800 vooral voor Duitsers was gesticht – ook de enige, in Rome geboren, onwettige zoon van Goethe ligt er – maar nadien vooral bekend gebleven als ‘Engelse begraafplaats’, omdat de graven van Keats en Shelley er zo veel pelgrims heenleiden.

.

IV

.

Het schokkende feit dat ik mezelf tegenspreek,

met en tegen jou ben; met jou van harte,

bij licht, tegen jij in de duistere onderbuik;

,

was ik verrader van de staat der vaderen

-indenken, een zweem van activiteit-

ik weet me eraan gehecht in de warmte

.

van instinct, esthetische bevlogenheid;

bekoord door een proletarisch leven

van voor jouw jaren, koester ik piëteit

.

voor de levenslust daarvan, voor zijn strijd van eeuwen

echter niet: voor zijn eerste wezen, voor

zijn bewustzijn niet; die de mens gegeven

.

oerkracht ging gerealiseerd teloor,

maar liet er de roes van heimwee achter,

een licht van poëzie, een ander woord

.

heb ik er niet voor dan liefde, waarachtig,

echter niet oprecht gemeend, abstract,

geen zeer-doend delen van gevoel en gedachte…

.

Arm zoals de armen, klamp ik me vast

net zoals zij aan hoop die vernedert,

net zoals zij lever ik alle dag

.

strijd voor het bestaan. Maar moge ik onterfd zijn,

moge troosteloos mijn situatie zijn,

bezitter ben ik: en van het meest verheffend

.

bezit dat burgerdom zich wenst, het eind

van alle staten. Maar, bezitter van de historie,

ben ik ook haar bezit; sta ik haar lichtende schijn:

.

maar welk nut heeft licht?

.

Stilte

Thomas Hood

.

In de film ‘The piano’ uit 1993 van Jane Campion (die maar liefst drie Oscars won), met in de hoofdrollen Harvey Keitel, Holly Hunter en Sam Neill, komt het gedicht ‘Silence’ van Thomas Hood (1799 – 1845) voorbij. Thomas Hood was een Engelse dichter, auteur en humorist, vooral bekend van gedichten zoals ‘The Bridge of Sighs’ en ‘The Song of the Shirt’. Hood schreef regelmatig voor The London Magazine, Athenaeum en Punch. Later publiceerde hij een tijdschrift dat grotendeels bestond uit zijn eigen werken. Hood stierf op 45-jarige leeftijd. William Michael Rossetti noemde hem in 1903 ‘de beste Engelse dichter’ tussen de generaties Shelley en Tennyson. 

Het gedicht ‘Silence’ uit The Oxford Book of English Verse: 1250–1900.

.

Silence

.

There is a silence where hath been no sound,

There is a silence where no sound may be,

In the cold grave—under the deep deep sea,

Or in wide desert where no life is found,

Which hath been mute, and still must sleep profound;

No voice is hush’d—no life treads silently,

But clouds and cloudy shadows wander free.

That never spoke, over the idle ground:

But in green ruins, in the desolate walls

Of antique palaces, where Man hath been,

Though the dun fox, or wild hyæna, calls,

And owls, that flit continually between,

Shriek to the echo, and the low winds moan,—

There the true Silence is, self-conscious and alone.

.

Before sunrise

Poëzie in films

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik aandacht gaf aan poëzie in films op dit blog. Vanaf vandaag daarom de komende tijd weer een aantal voorbeelden. Vandaag betreft het de film ‘Before sunrise’ uit 1995 met Ethan Hawke en Julie Delpy. De film gaat over twee jonge mensen die elkaar ontmoeten in de trein en een nacht samen doorbrengen in Wenen waarvan ze beide weten dat dit de enige nacht zal zijn die ze met elkaar doorbrengen.

In het videofragment citeert Hawke een zin uit het gedicht ‘As I walked out one evening’ van W.H. Auden (1907 – 1973). Daarna doet hij Dylan Thomas na die dit gedicht van Auden voordraagt.

Hier het fragment en de hele tekst van het gedicht.

.

As I Walked Out One Evening

.

As I walked out one evening,
  Walking down Bristol Street,
The crowds upon the pavement
  Were fields of harvest wheat.

And down by the brimming river
  I heard a lover sing
Under an arch of the railway:
  "Love has no ending.

"I'll love you, dear, I'll love you
  Till China and Africa meet,
And the river jumps over the mountain
  And the salmon sing in the street,

"I'll love till the ocean
  Is folded and hung up to dry
And the seven stars go squawking
  Like geese about the sky.

"The years shall run like rabbits,
  For in my arms I hold
The Flower of the Ages,
  And the first love of the world."

But all the clocks in the city
  Began to whirr and chime:
"O let not Time deceive you,
  You cannot conquer Time.

"In the burrows of the Nightmare
  Where Justice naked is,
Time watches from the shadow
  And coughs when you would kiss.

"In headaches and in worry
  Vaguely life leaks away,
And Time will have his fancy
  Tomorrow or today.

"Into many a green valley
  Drifts the appalling snow;
Time breaks the threaded dances
  And the diver's brilliant bow.

"O plunge your hands in water,
  Plunge them in up to the wrist;
Stare, stare in the basin
  And wonder what you've missed.

"The glacier knocks in the cupboard,
  The desert sighs in the bed,
And the crack in the teacup opens
  A lane to the land of the dead.

"Where the beggars raffle the banknotes
  And the Giant is enchanting to Jack,
And the Lily-white Boy is a Roarer,
  And Jill goes down on her back.

"O look, look in the mirror,
  O look in your distress;
Life remains a blessing
  Although you cannot bless.

"O stand, stand at the window
  As the tears scald and start;
You shall love your crooked neighbor
  With all your crooked heart."

It was late, late in the evening,
  The lovers they were gone;
The clocks had ceased their chiming,
  And the deep river ran on.

America, A Prophecy

Waar Zichtbaar alleen, William Blake en Bladerunner samen komen

.

In 2007 kwam mijn eerste dichtbundel uit ‘Zichtbaar alleen’. Deze bundel, die ik samen met fotograaf/kunstenaar Ruben Philipsen heb gemaakt, bevat twee ‘motto’s waaronder een uitspraak van Rurtger Hauer uit ‘Bladerunner (1982) die als volgt gaat: “All those moments will be lost in time, like tears in rain”. Nu binnenkort het vervolg op Bladerunner in de bioscoop verschijnt moet ik hier nog wel eens aan denken.

Nu las ik op een website over poëzie en films dat in het origineel van Bladerunner uit 1982 ook een gedicht is gebruikt van William Blake. Het blijkt hier te gaan om (een deel uit) het gedicht ‘America, A Prophecy’ uit 1793. William Blake die tijdens zijn leven een arm en berooid bestaan leefde werkte als dichter maar vooral als illustrator. ‘America, A Prophecy’ heeft hij thuis geschreven, geïllustreerd en uitgegeven. Van het origineel zijn nog 14 stuks bewaard gebleven.

Het gedicht gaat in grote lijnen over Europa en Amerika waarbij de focus ligt op Amerika als het beloofde, het profetische land. Het is een verhalend gedicht en wordt gezien als een profetie, een voorspellend verhaal over gebeurtenissen in de toekomst. Blake was heel hoopvol over de ontwikkelingen tijdens de  Amerikaanse revolutie maar hij was heel teleurgesteld in het feit dat dit niet leidde tot het afschaffen van de slavernij.

Uit het gedicht een tweetal strofes die in het origineel van Bladerunner voorkomen. Wil je de hele tekst lezen kijk dan hier http://www.bartleby.com/235/257.html

.

America, A Prophecy

.

Fiery the Angels rose, & as they rose deep thunder roll’d
Around their shores: indignant burning with the fires of Orc
And Bostons Angel cried aloud as they flew thro’ the dark night.

He cried: Why trembles honesty and like a murderer,
Why seeks he refuge from the frowns of his immortal station!
Must the generous tremble & leave his joy, to the idle: to the pestilence!
That mock him? who commanded this? what God? what Angel!

.

                                                                                                                                                                  Afbeeldingen uit de collectie van The Morgan Library
%d bloggers liken dit: