Categorie archief: Over Poëzie

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Bekendmaking thema

.

Zoals al aangekondigd werd op dit blog zal er in 2020 weer een Gedichtenwedstrijd worden georganiseerd door de stichting Ongehoord!  Het bestuur van Ongehoord! heeft besloten dat het thema van dit jaar een (kort) gedicht van de, ons pas geleden ontvallen, Rotterdamse dichter Jules Deelder zal zijn.

Het thema van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is: De omgeving van de mens is de medemens

Binnenkort zal op de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com bekend worden gemaakt wat de voorwaarden zijn van deelname aan de wedstrijd, de prijzen, waar en hoe je gedicht in te zenden en nog meer informatie.

Om je vast al wat inspiratie te geven hier een gedicht van Robert Anker uit de bundel ‘Nieuwe veters’ verzamelde gedichten 1979 – 2006 uit het jaar 2008.

.

In het chroom

.

Kijk, daar staat ze, levensgroot.

Ze heeft haar hand in haar broek.

Ze steekt haar tong tussen haar lippen.

Hoe ze omkijkt in het straatbeeld dat je zoekt.

.

Je loopt het restaurant in waar ze zit.

Je loopt de palmen in, de spiegels en het chroom.

Ze rookt, ze kijkt verrast als ze je ziet.

.

Je doet een stap terug van de bel

en kijkt omhoog. Regen, asfalt.

.

Foto: FreeImages.com

Vondel en Brexit

Cultureel erfgoud

.

Ik lees heel graag poëzie en meestal is dat in poëziebundels. Maar er zijn uitzonderingen, zo kun je in de openbare ruimte gedichten lezen en staat er poëzie op allerhande objecten (zie hiervoor de categorieën gedichten op vreemde plekken en gedichten in de openbare ruimte). Maar wat ik misschien nog wel het leukst vind is wanneer je in een boek aan het lezen bent en daarin komt een gedicht voor.

Een voorbeeld van zo’n boek is ‘Cultureel erfgoud’ Jaco van Witteloostuyn uit 2017 met als ondertitel ‘Hoe de kunst de samenleving kan verwarmen, schokken, verbinden en waarden en normen kan belichten’. In dit overigens bijzondere boek, in het hoofdstuk Engeland en de EU, heeft van Witteloostuyn een gedicht van Vondel opgenomen dat hij laat voorafgaan door een gedicht van Oscar Wilde en waar hij een gedicht van nu van zijn hand zet. Dit allemaal om een punt te maken over de betrekkingen tussen Engeland en Europa. Voor de volledigheid neem ik hier alle drie de gedichten op in de volgorde uit het boek (het gedicht van Wilde heb ik aangevuld).

.

The Thames nocturne of blue and gold

changed to a harmony in grey:

A barge with ochre-colored hay

dropt from the warf: and chill and cold

.

The yellow fog came creeping down

The bridges, till the houses’ walls

Seemed changed to shadows, and S. Paul’s

Loomed like a bubble o’er the town.

.

Then suddenly arose the clang

Of waking life; the streets were stirred

With country waggons: and a bird

Flew to the glistening roofs and sang.

.

But one pale woman all alone,

The daylight kissing her wan hair,

Loitered beneath the gas lamps’ flare,

With lips of flame and heart of stone.

.

Oscar Wilde 

.

Hierop bruist de vloot der Staeten

Naer den Teems, daer Brittenlant

Trots zijn ijsre keten spant:

Maar wat kan een keten baeten,

Als de leeuw van Holland brult,

En de zee met doodschrik vult?

Hij rukt stel, als rag, en flarden,

Sloopt kastelen langs het strant,

steekt met zijn gezicht dan brant!

In de schepen. Wie kan ’t harden!

.

Vondel, 1667.

.

Brussel is in alle Staten,

nu de Theems, dus Engeland

trots de Brexit-ketting spant.

Maar wat kan een ketting baten

als het hele Brussel brult,

Ier en Schot met afkeer vult!

Londen rukt zichzelf aan flarden,

sloopt de City aan het strand,

sticht door zijn gewicht een brand

in Europa, wie kan ’t harden.

 

Jaco van Witteloostuyn

.

Maffe zus

Nico Scheepmaker

.

In 1973 vertelde Nico Scheepmaker aan Guus Luijters: ‘Het moet allemaal een spel blijven, vind ik. Sommige gedichten zijn een spel met een serieus onderwerp, andere met een frivool onderwerp, maar het is allemaal spel. Het gaat erom de mensen een beetje leesgenot te verschaffen’. Hij deed dit in het Parool en deze passage is het begin van de bundel ‘De gedichten’ Bezorgd door Ivo de Wijs uit 1991.

De reden dat ik dit citaat overneem is omdat ik het zo eens ben met Nico. Alle literatuur is er (ook) om de mensen een beetje leesgenot te verschaffen. Voor poëzie geldt dit net zo. Natuurlijk zijn er vast nog vele andere redenen te bedenken waarom iets geschreven is maar door het simpele feit dat het geschreven is, is het altijd om gelezen te worden. En lezen zonder leesgenot is geen lezen.

Nico Scheepmaker (1930-1990) was columnist, (sport)journalist en dichter. In de jaren 50 kreeg hij succes als dichter. Hij debuteerde als dichter met de bundel ‘Poëtisch fietsen’ (1955) en in 1958 kreeg hij de Anne Frank-prijs voor jeugdige schrijvers. Scheepmaker schreef verschillende dichtbundels waaronder ‘Vinger in de hoed’ uit 1976, een dialoog in sonnetvorm tussen Scheepmaker en Jan Kal.

Uit deze laatste bundel komt het gedicht ‘Maffe zus’.

.

Maffe zus

.

Het gaat in een gedicht niet om het rijm!

En ook sonnetten zijn nog steeds gedichten

al vallen zij als onvolwassen nichten

bij ’t eerste ’t beste halfrijm in zwijm.

.

Je hebt als sonnettist natuurlijk plichten,

maar een gedicht dat met een kwastje lijm

aaneengehaakt wordt, mist het groot geheim

op ongeëvenaarde vergezichten.

.

Neem nu alleen maar deze twee kwatrijnen:

‘rijm’ en ‘gedichtenazijn toch niet ontheemd

in een gedicht dat zonder tierlantijnen

zijn licht over de dichtkunst wil doen schijnen.

.

Maar ’t blijft natuurlijk wel een beetje vreemd

dat elk zijn maffe zus op sleeptouw neemt.

.

Fatras

Versvorm

.

Er zijn zoveel verschillende versvormen, ik schreef er al vaak over, en nu kwam ik de Fatrasie of Fatras tegen. De Fatrasie en de daaruit ontstane vorm Fatras, stamt uit de 13e eeuw uit Frankrijk. Maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten is deze versvorm opmerkelijk actueel te gebruiken.

Het onderwerp van de fatrasie moet onmogelijk of ondenkbaar zijn. Of anders gezegd: hoe gekker hoe beter. Doel van het gedicht is de lachlust op te wekken, te verwonderen of de lezer in verwarring te brengen. Daarnaast genieten woorden als poep, pies, kut en  lul een duidelijke voorkeur.

De Fatrasie bestaat uit elf versregels volgens het rijmschema AABAAB BABAB. De eerste zes versregels bestaan uit vijf lettergrepen, de laatste vijf uit zeven lettergrepen. De eerste keer dat de vorm gesignaleerd werd, was in de “Fatrasies d’Arras” (vandaar de naam), een uit 55 gedichten bestaand manuscript uit de 13e eeuw.

In de 14e eeuw werd het genre verder ontwikkeld en ontstond de Fatras. De eerste gebruiker van deze doorontwikkelde versvorm was Watriquet Brassenel de Couvin (omstreeks 1325). De Fatras heeft het rijmschema ABAABAABBABAB en telt dus 13 regels. Voorts valt de vorm op doordat deze wat van een rondeel heeft.

Hoewel beide vormen zijn gebaseerd op een zekere lompheid is de Fatras iets verfijnder. Een mooi voorbeeld van een Fatras komt van Frits Criens, die de Fatras en de Fatrasie een nieuw leven gaf in deze tijd.

.

Verklaring
.
We hadden onze zaken snel beklonken
Niet denkend aan mijn plicht tot celibaat
We hadden onze zaken snel beklonken
Dus ligt ze kwijlend onder me te ronken
Onwetend van haar aandeel in de daad
Door liefdespijn was ik al diep gezonken
En zij stond op een hoek naar me te lonken
Een asfaltdistel, onkruid van de straat
Ze leek op jou die mij wreed heeft versmaad
Terwijl ik je mijn jawoord had geschonken
Maar die als maagd nu naar het klooster gaat
Dus lig ik met je lookalike te bonken
Niet denkend aan mijn plicht tot celibaat

.

Evelien Verhegge

Poëzielessen in Vlaanderen

.

Op het bijzonder interessante en inspirerende symposium ‘Uitgesproken poëzie’ over poëzie in klas in Utrecht, verzorgde Evelien Verhegge een workshop met de titel ‘Spieken bij de buren; tips & tricks uit het Vlaamse poëzie-onderwijs’. Evelien Verhegge is docent aan het LUCA, school voor arts en drama in Vlaanderen en werkt bij Jeugd en Poëzie. In haar workshop gaf ze een overzicht van de verschillende opleidingen in België en welke plek poëzie in het Vlaamse onderwijs inneemt.. Daarnaast ging ze in op de volgende vragen:

Welke lessen krijgen Vlaamse leerlingen dan precies wat poëzie en declameren betreft? Welke leerdoelen worden er met het memoriseren en voordragen van poëzie (en andere talige uitingen) behaald? Wat kunnen Nederlandse docenten meenemen naar hun schoolpraktijk? | Workshop voor secundair onderwijs.

Als oefening had ze een bijzonder aardig voorbeeld meegebracht uit haar praktijk als docent. De deelnemers aan de workshop kregen het gedicht Boem Paukeslag van Paul van Ostayen, uit de bundel ‘Bezette stad’ (1921) uitgereikt maar niet in één geheel maar in verknipte stukken. Boem Paukeslag is de artistieke weergave van de dramatische gebeurtenissen in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog; het is ook een van de optisch mooiste gedichten uit de Vlaamse letterkunde.

De eerste opdracht was om de verknipte stukken weer tot één gedicht te maken, en hoewel iedereen die gedicht kent blijkt het toch moeilijk om de verschillende zinnen en onderdelen zo te plaatsen dat het het originele gedicht weergeeft. Daarna kregen we de opdracht om bij onderdelen van het gedicht onomatopeeën (klanknabootsingen) en assonanties (halfrijm) bij een aantal woorden te verzinnen.

Tot slot moesten we een omgeving bedenken waar veel mensen tezamen komen en dit allemaal in het gedicht ‘Boem Paukeslag’ verwerken. Op deze manier krijg je dus een heel nieuw gedicht. In mijn groepje kwam hier het volgende uit waarbij de plek waar veel mensen samen komen een begrafenis was.

.

BOEM

Paukeslag

schrijden, stappen, schrijden, stappen, schrijden, stappen

Stop!

Daar ligt alles                                            plat

O_________________________________________o

Weer razen violen celli bassen koperen triangel

Trommels Pauken

Drama in volle slag hoeren en nabestaanden

werpen zich op eerlike mannen de kerk wankelt

de eer wankelt ligt er

alle maskers vallen

zzzzzzzzzzzzt                                          POF!

.

en vergelijk dat dan met het origineel:

 

Dat is alles

Gerrit Kouwenaar

.

Dinsdag was ik op het symposium ‘Uitgesproken poëzie; over poëzievoordracht in de klas, georganiseerd door de Universiteit van Utrecht, de Stichting Lezen en het Nederlands Letteren Fonds. Over dit symposium later meer. Naast de vele inspirerende ideeën die ik daar heb opgedaan en de bijzondere mensen die daar waren heb ik ook een paar gedichten en dichters onthouden.

Een van de dichters die genoemd werd is Gerrit Kouwenaar (1923 -2014), met zijn bundel ‘Data/Decors’ uit 1971 en het gedicht ‘Gedacht’. Ik kende het gedicht niet maar er zit zoveel in en dat in een klein gedicht van maar vier regels. Pieter Hagoort roemt de rijkdom van het menselijk taalvermogen in dit gedicht en zei dit er ooit over: “Wij kunnen met een beperkt aantal klanken oneindig veel uitingen vormen. Het klankverschil kan miniem zijn, zoals in huid en huis, maar het levert totaal verschillende betekenissen op.”

.

Gedacht

Je hand is bijna je hond
je huid is bijna je huis
je vorm is bijna je worm
je gedicht is bijna wat je gedacht had

.

Poëzie als therapie

Perie J. Longo

.

Op de website https://www.huffpost.com las ik een bijzonder aardig artikel van John Lundberg over poëzietherapie. Dit artikel sluit heel mooi aan bij de blogpost die ik op 1 oktober schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/01/anti-stress-poezie/ . Omdat ik het artikel in zijn geheel te interessant vond om er een korte samenvatting van te geven heb ik hieronder de vertaling van dit artikel gezet.

 

Kan poëzie genezen?

Ik ken een paar dichters waarvan ik denk dat ze wat therapie zouden kunnen gebruiken (inclusief ikzelf), maar tot voor kort had ik deze kunstvorm nooit als een serieus therapeutisch hulpmiddel beschouwd. Sommige therapeuten blijken poëzie zeer effectief te vinden bij het helpen van patiënten om geestesziekten het hoofd te bieden en te overwinnen. In een artikel voor het Psychiatric Centres Information Network instrueert geregistreerd poëzietherapeut Perie J. Longo ons dat ‘het woord therapie tenslotte afkomstig is van het Griekse woord therapeia, wat betekent: verpleegkunde of genezing door dans, lied, gedicht en drama.’ Ik had geen idee. Er zijn een paar basale, geaccepteerde methoden voor poëzietherapie.

In één groepsmethode selecteert de therapeut een gedicht dat een probleem belicht waar de patiëntengroep mee te maken heeft en dat kan helpen een dialoog over het onderwerp te openen. Door bijvoorbeeld Emily Dickinson te lezen, kunnen patiënten zich realiseren dat eenzaamheid niet uniek is. Het lezen van Roethke’s “The Waking” zou kunnen dienen om een ​​discussie te richten op het stap voor stap nemen van het leven. Natuurlijk moet dit zorgvuldig worden beheerd: gedichten betekenen verschillende dingen voor verschillende mensen, en een gedicht dat de ene patiënt verheft, kan de andere depressief maken.

Een tweede methode van therapie roept patiënten op om hun eigen gedichten te schrijven. Longo organiseert poëzieworkshops voor patiënten die veel lijken op workshops in de academische wereld. Wanneer het gedicht van een patiënt ter discussie komt, lezen een paar mensen het om de ritmes en de muziek te laten bezinken, waarna de groep het stilzwijgend in overweging neemt totdat iemand een vraag of mening hierover heeft. Natuurlijk worden gedichten in poëzietherapie niet bekeken vanwege hun waarde als kunst, maar als een venster naar de psychologie van de dichter en, bij uitbreiding, als een middel om te genezen. Volgens Longo zijn er twee belangrijke facetten aan dergelijke genezing: het definiëren van, en helpen verbindingen te leggen tussen,  jezelf en anderen.

Als je ooit een gedicht hebt geschreven, weet je dat het schrijven van een gedicht dat eerste facet zeker kan bereiken. Elk gedicht dat ik heb geschreven, heeft me in elk geval een gevoel gegeven dat ik mezelf definieerde. Voor een patiënt met een psychische aandoening kan deze handeling van bijzonder belang zijn. Longo vroeg een patiënt eens hoe het voelde om een ​​gepubliceerde kopie van een gedicht dat hij had geschreven vast te houden. De man antwoordde eenvoudig: “Ik voel me eindelijk iemand.” Wat betreft de connectie met anderen, citeert Longo de dichter Stephen Dobyns, uit zijn boek Best Words, Best Order: Essays on Poetry, waarin Dobyns schreef: “Ik geloof dat een gedicht een venster is dat hangt tussen twee of meer mensen die anders wonen in verduisterde kamers. “Longo beschreef een workshop waarin op raadselachtige manier verbinding werd gemaakt: Vaak neem ik een zin uit een gedicht en herhaal het voor elk groepslid om hun gedachten mondeling in te vullen, voordat ze hun eigen gedicht schrijven.

Op een dag begon ik met zo’n zin: “Ik heb het recht.” Terwijl we in de woonkamer rondgingen, werden de meest ontroerende lijnen gesproken: ik heb het recht om midden in de nacht een kopje melk te krijgen; Ik heb het recht om te ademen; Ik heb het recht om mijn gitaar te spelen; Ik heb het recht om mijn haar te kammen, enzovoorts. Plots zei een jonge man die suïcidaal was: “Ik heb het recht om een ​​pistool te krijgen om mezelf neer te schieten.” Een vrouw, die heel stil in zichzelf had gezeten elke keer dat ze naar de groep kwam, wat niet vaak was, sprak zich uit. Zich tot hem wendend, zei zij zacht maar krachtig: “En ik heb het recht het van u af te nemen.” Op dat moment was de stilte verbluffend.

Longo spreekt ook een derde potentieel voordeel van het schrijven van poëzie: dat het schrijven van een gedicht kan helpen om de emoties over een complexe kwestie op te helderen. Vorm speelt hier een sleutelrol omdat het vereist dat je je gedachten in een structuur manipuleert – ik heb af en toe het gevoel dat ik bij het schrijven van een gedicht chaotische ideeën tot een soort stilte heb gedwongen. Longo noemt een radicale formele techniek: ‘een vak in het midden van de pagina tekenen en woorden beperken tot die ruimte. Emoties zullen op deze manier geen opschudding verwekken, maar worden beschermd in het kader dat natuurlijk is in de volgorde van de poëzie.’ Het is logisch dat poëzie aanzienlijke genezende effecten kan hebben en ik vraag me af of die effecten misschien wat dichters naar de kunst trekken. Ik weetdat er dichters zijn die serieus van mening zijn ​​dat als ze niet regelmatig zouden schrijven, ze gek zouden worden.

En er zijn beroemde voorbeelden – zoals Plath – van degenen die worstelden met hun demonen op de pagina. In sommige gevallen, zou men kunnen beweren, heeft poëzie het erger gemaakt. Experts benadrukken dat poëzie een hulpmiddel is dat, op een verkeerde manier gebruikt, een patiënt pijn kan doen in plaats van genezen. Maar velen denken dat het een aanzienlijk potentieel heeft. In een Time Magazine-artikel over poëzietherapie gaf Yale-psychiater Albert Rothenberg aan dat ‘poëzie op zichzelf niet geneest’, maar hij merkte het voordeel op van de unieke focus op verbalisatie, die volgens hem ‘de levensader van psychotherapie’ is.

.

Het gedicht dat wordt aangehaald in de tweede alinea van dit artikel is ‘The waking’ van Theodere Roetkhe (1908 – 1963). Dit is het titelgedicht in de villanelle vorm uit zijn bundel ‘The waking’ waarvoor hij in 1953 de Pulitzerprijs kreeg.

.

The waking

.

I wake to sleep, and take my waking slow.
I feel my fate in what I cannot fear.
I learn by going where I have to go.
.
We think by feeling. What is there to know?
I hear my being dance from ear to ear.
I wake to sleep, and take my waking slow.
.
Of those so close beside me, which are you?
God bless the Ground! I shall walk softly there,
And learn by going where I have to go.
.
Light takes the Tree; but who can tell us how?
The lowly worm climbs up a winding stair;
I wake to sleep, and take my waking slow.
.
Great Nature has another thing to do
To you and me; so take the lively air,
And, lovely, learn by going where to go.
.
This shaking keeps me steady. I should know.
What falls away is always. And is near.
I wake to sleep, and take my waking slow.
I learn by going where I have to go.

.

Awater en Meander

Poëzierecensies en artikelen

.

Wanneer je, zoals ik, graag op de hoogte blijft van de ontwikkelingen op het gebied van poëzie dan zijn er een aantal mogelijkheden. Allereerst kun je je abonneren op mijn blog, maar waarschijnlijk kom je hier al vaker, ik schrijf over alle mogelijke uitingsvormen in beeld en tekst van poëzie. Over poëzie in Nederland en België maar ook over poëzie van daarbuiten, in Europa en de andere continenten. In totaal kun je op dit blog al in 70 verschillende categorieën rond bladeren en dan beperk ik mezelf nog want ik zou er zo nog een aantal tientallen categorieën aan toe kunnen voegen.

Lees je naast dit blog graag artikelen over poëzie en recensies van poëziebundels dan zijn er twee media die ik graag bij je aanbeveel. Dit is de Poëziewebsite Meander en het Poëzoetijdschrift Awater. Over Meander schreef ik hier al vaker, dit is een prachtige poëziewebsite vol recensies, interviews, columns, artikelen over poëzie, klassiekers en actuele informatie en dit is allemaal hier https://meandermagazine.nl te vinden.

Het poëzietijdschrift Awater verschijnt driemaal per jaar en bevat een schat aan recensies en artikelen over poëzie en dichters. Ook hier weer enige actuele informatie en columns. Ook heeft Awater een website en die staat hier https://www.poezieclub.nl .

Meandermagazine is een wekelijkse nieuwsbrief waarop je je gratis kan abonneren. Meander werkt uitsluitend met vrijwilligers (waar ik er één van ben) maar je kunt Meander wel financieel steunen door een donatie te doen middels de donatieknop. Awater is naast de website een tijdschrift waar je een abonnement op kunt nemen. De basisvariant kost 24,50 voor 3 nummers. Daarnaast zijn er nog een aantal uitgebreider varianten van abonnementen.

Het Winternummer van Awater is pas uit en daarin staan onder andere artikelen over Frank Koenegracht, Ellen Deckwitz en T. van Deel en H.H. ter Balkt. Van Frank Koenegracht is het gedicht ‘Laat je zoon studeren’.

.

Laat je zoon studeren

.

Ik ontmoette iemand die mij denken leerde

Een ander wees waar de jenever stond

.

Zo dronk ik diep en in gedachten

Later viel ik op de grond

.

en droomde dat ik heel goed schaakte,

maar tegelijk door blaren liep.

.

Degene die mij wakker maakte

wilde beslist niet dat ik sliep.

.

 

Spits

Daggedichten

.

In de zomer van 2010 begon radio deejay Frits Spits (pseudoniem van Frits Ritmeester) op verzoek van zijn omroep, de KRO,  te twitteren en terwijl hij dat aan het doen was bedacht hij dat het aardig zou zijn om dat in de vorm van een klein gedichtje te doen. Zoals vaker bij leuke kleine ideetjes komt het een van het ander en zo ook hier; Frits Spits maakte van deze gedichtjes een vast onderdeel in zijn programma op radio 2 ‘Tijd voor twee’. Dit programma presenteerde hij tussen 1995 en 2013.

In 2013 verscheen ook de bundel ‘Daggedichten’, een selectie van de daggedichten die hij schreef voor zijn radioprogramma. Alle gedichten zijn geënt op het nieuws en de actualiteit waarbij een aantal onderwerpen steeds terugkeren zoals politiek, sport, cultuur en de natuur.

Ik koos er een paar die (zijdelings) betrekking hebben op de onderwerpen die ik op dit blog behandel.

.

Daggedicht 071011

Zweedse Tomas Tranströmer (80) wint Nobelprijs Literatuur

.

Ook op hoge leeftijd mag je van Nobelsucces dromen

Verlies daarom nooit de moed

Ook voor Tomas kwam het goed

Tranströmer bewees ons met zijn poëzie te doorströmen

.

Daggedicht 100511

Yves Petry winnaar van de Libris Literatuur Prijs

.

Met de Librisprijs voor Yves Petry valt goed te leven

Maar waarom raakte bij die prijs

Yves zo van de wijs

En sprak hij alsof hij nog nooit een letter heeft geschreven.

.

Daggedicht 160712

Dichter Rutger Kopland

.

De rijmelaar moet het oordeel der dichters vrezen

Zij zullen adviseren:

Wil je dichten leren

Moet je heel veel werk van Komrij en Kopland lezen

.

Poëzie werkt op de zenuwen

Andreas Thalmayr

.

Via dichter Evy van Eynde werd ik gewezen op een bericht van Allard van Gent op zijn website https://allardvangent.com over een boek van Andreas Thalmayr met de intrigerende titel ‘Lyrik nervt’ of in het Nederlands ‘Poëzie werkt op de zenuwen’.  Allard van Gent (1966) is werkzaam als freelance journalist, copywriter en vertaler Duits – Nederlands. Sinds april 2011 woont hij in Berlijn.

Het boek ‘Lyrik nervt’ of ‘Poëzie werkt op de zenuwen’ is 15 jaar oud en geschreven door de literatuurwetenschapper, vertaler, schrijver en dichter Andreas Thalmayr.  De uitdrukking ‘Lyrik nervt’ kun je op ieder Duits schoolplein horen. Poëzie is om gek van te worden, betekent het. Of poëzie werkt op de zenuwen. Want als gedichten in verbinding worden gebracht met huiswerk, interpretaties of voorbereidingen op een examen, dan is het geen wonder dat ze bij veel mensen niet zo geliefd zijn.

Allard van Gent geeft ook een mooi voorbeeld van een 12 jarig meisje dat een brief schrijft aan Rainer Maria Rilke (wat op zichzelf al knap is aangezien Rilke al bijna 100 jaar dood is. Toch geeft de toon van de brief goed weer wat bedoeld wordt met poëzie die op de zenuwen werkt.

.

Zeer geachte heer Rilke,

ik heb me helaas over u geërgerd! Het is uw schuld dat ik een zesje op mijn rapport kreeg. Mevrouw dr. Schiedling, onze lerares Duits, smeet afgelopen donderdag een gefotokopieerd gedicht van u bij ons op de schoolbanken en wij moesten hierover een taak schrijven. Ik stuur u mijn tekst toe, zodat u zelf ziet wat mij bij dit gedicht te binnen is geschoten. Veel is het niet. Eerlijk gezegd, ik weet niet wat u daarbij eigenlijk gedacht heeft!
Die mevrouw Schiedling stortte zich natuurlijk meteen op mij. “Thema niet gevonden!” had ze gezegd en alles had ze met een rood potlood vol gekriebeld. Sindsdien wil ik met gedichten helemaal niets meer te maken hebben! Gedichten hangen me de keel uit! Neemt u mij niet kwalijk! Misschien kunt u er ook helemaal niets aan doen, misschien is het gewoon de schuld van die Schiedling.
Help!  Anna Jonas, Kastanienallee 12, Oberkappel

.

Het boek begint met deze brief die, laten we eerlijk zijn, ook net zo goed door elke willekeurige leerling in Nederland of elders geschreven had kunnen worden. Te vaak wordt poëzie (en literatuur wat dat betreft) op scholen gebracht op een manier die een jongere eerder afschrikt dan warm laat lopen. Ik schreef er op 6 oktober nog een bericht over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/06/poezie-in-het-leslokaal/ .

Helaas is in het artikel dat Allard van Gent schreef verder niet veel over de inhoud van dit boek te lezen. De voorbeelden die hij geeft gaan wel in op wat poëzie is en niet is maar dar verklaart de titel toch te weinig vind ik. In een andere recensie vond ik dit over de inhoud: Door de deskundige, gedetailleerde uitleg van Thalmayr, doorspekt met vergelijkingen en voorbeelden, leert de lezer veel over de inhoud, vorm en structuur van gedichten en de trucs van de dichters en krijgt daardoor een nieuwe kijk op de poëzie: vrij en ontspannen omgaan met poëzie. Poëzie is een spel dat gevarieerd en opwindend kan zijn. Precies dat is het wat ik ook in ‘Woorden temmen’ van Kila & Babsie ontdekte.  Mede daarom ondersteun ik zijn gedachte om het boek in het Nederlands te vertalen van harte. Elk boek dat bijdraagt aan een vrolijker, enthousiasmerend en aanstekelijk poëzie-onderwijs is een stap op de goede weg.

En om niet zonder gedicht te eindigen hier het gedicht ‘Vrees’ van Rainer Maria Rilke.

.

Vrees

.

In ’t dorre bos weerklinkt een vogelroep,
die in dit dorre bos verloren lijkt.
En toch heeft zich die ronde vogelroep
in de seconde die hem worden deed
uitspanselbreed op ’t dorre bos gevlijd.
Volgzaam trekt alles samen in die kreet:
Heel ’t land lijkt er geruisloos in aanwezig;
’t is of de stormwind er naar binnen glijdt,
en de minuut, die toch eens verder moet,
is bleek en stil, alsof ze dingen weet,
waaraan een ieder sterven moet,
ontstegen aan die kreet.
.
.

 

 

 

%d bloggers liken dit: