Categorie archief: Over Poëzie

Poëzie Lagogo

Jana Beranová

.

Afgelopen zondag was de tweede editie van Poëzie Lagogo aan de Bergsche Voorplas in Rotterdam. Na lange tijd van ontbreken van poëziepodia een geweldige gelegenheid om weer eens een aantal dichters life aan te horen en te aanschouwen. Poëzie Lagogo wordt georganiseerd door een aantal Rotterdamse bekenden maar vooral toch door Edwin de Voigt. De presentatie was in handen van Hasna El Maroudi en de middag was bijna geheel gevrijwaard van regen (op een kort buitje na). Opnieuw was er een keur aan Rotterdamse dichters te bewonderen en te beluisteren.  En (voor de tweede keer) Ingmar Heytze was er als Utrechtse dichter maar dat mocht een Rotterdams feestje niet verstoren. Sterker nog, de voordracht van Ingmar Heytze was, net als vorig jaar, een lust voor het oor.

Vele bekende en minder bekende dichters traden op zoals Von Solo, Myrthe Leffring, Mark Boninsegna, Michline Plukker, de Poezieboys en er was muziek van Job & De Leeuw. Maar het hoogtepunt van de dag voor mij was toch het weerzien met Jana Beranová (1932), de voormalig stadsdichter van Rotterdam. Ondanks haar leeftijd was ze aanwezig en droeg ze voor. Reden voor mij in ieder geval om nog eens een gedicht van haar te delen. In dit geval ‘De schepper slaapt’.

Voor wie er niet bij was kan ik alleen maar zeggen dat ik hoop dat er volgend jaar weer een editie is (hopelijk dan met wat minder zieken), ik ben er dan weer bij in ieder geval.

.

De schepper slaapt

.

Heldere lucht als een jas van geluk.

Kinderen spelen – met het azuur

in hun oog delen ze lachend de hemel uit.

.

Op een andere plek zwart als vulkaanglas

broertje versmolten met haar rug

kijkt een kind hoe de hemel overvliegt.

.

De schepper slaapt.

En ook zijn broer.

.

De filosoof zegt:

de hel – dat zijn wij.

De ambtenaar zegt:

de regels – dat zijn wij.

.

Een slimme engel schuift ons een bril toe

gedoopt in onbevangen nieuwsgierigheid.

De mensen – dat zijn wij. Allemaal.

.

Van kop tot teen

Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

In 2018 schreef ik een enthousiaste en positieve recensie van het boek ‘Woorden temmen’ van Kila van der Starre en Babette Zijlstra https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/  . Omdat het zo’n geweldig lees- en doe-boek is. Ik schreef toen onder andere: “Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wil maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen.” Woorden waar ik nog steeds achter sta. En nu is er dan een tweede deel van Woorden temmen van dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en literatuurwetenschapper Jeroen Dera (1986).

Het menselijk lichaam
Van den Broeck en Dera zijn ervan overtuigd dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam leest, met al je zintuigen en sensaties. Dat lichamelijke hebben ze heel letterlijk genomen: ieder gedicht in hun poëzie-doe-boek is gekoppeld aan een lichaamsdeel. Zo hoort ‘Graag verlossing’ van Gerda Blees bij de ogen, ‘de rivier’ van Lucebert bij de tong, ‘rib’ van Radna Fabias bij de rib en ‘Als het je overkomt’ van Marieke Lucas Rijneveld bij de knie. Aan de hand van inspirerende lees-, denk-, doe- en schrijfinvalshoeken ga je op poëtische avontuur.
‘Als ik fysiek voel alsof het
bovenste deel van mijn hoofd
wordt weggenomen, weet ik
dat het poëzie is’

Emily Dickinson

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera presenteren hun nieuwe bundel
Op vrijdag 11 september a.s. vindt om 16.00 uur bij boekhandel Donner in Rotterdam de boekpresentatie plaats van de nieuwe bundel van Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.

Boekpresentatie met interview met de schrijvers
Miriam Piters, neerlandicus en voormalig bestuurslid van Stichting Poetry International, zal dichter-performer Charlotte Van den Broek en literatuurwetenschapper Jeroen Dera interviewen ter gelegenheid van hun nieuwe boek. Tevens aanwezig is literatuurwetenschapper Kila van der Starre, een van de schrijvers van de eerste bundel in de reeks woorden temmen: 24 uur in het licht van Kila&Babsie.
 
Ontvangst: 16.00-16.15 uur
Interview: 16.15-16.45 uur
Gelegenheid tot stellen van vragen-signeren boeken: 16.45-17.00 uur
Borrel: 17.00-18.00 uur (o.v.)

Entree: toegang gratis (vooraf aanmelden verplicht)
Locatie: Boekhandel Donner, Coolsingel 129, Rotterdam
Podcast
Het gesprek dat Miriam Piters zal voeren met Charlotte Van de Broeck, Jeroen Dera en Kila van der Starre zal worden opgenomen. Na afloop zal deze podcast gratis beschikbaar worden gesteld online.
.

Het literaire tijdschrift en MUG

Wat wil MUGzine?

.

Tijdens een overleg over MUGzine kwam de vraag naar voren waarom we MUG maken en met welk doel. In het kort is MUG het gevolg van een gesprek waarin de ene partij https://mugbookpublishing.wordpress.com/de wens uitsprak een klein poëziemagazine uit te geven en de andere partij  (https://poetryaffairs.nl/) de kennis en de inzichten had in het opzetten, vormgeven en publiceren van een (digitaal) tijdschrift.

Maar welke kant we op wilden met http://mugzines.nl/, hoe het minipoëziemagazine er moest gaan uitzien, welke vorm het moest krijgen, welke mensen konden gaan bijdragen, daar hadden we het niet over. Tot het overleg waarin we ons zelf deze vragen stelden. Ik moest aan dit laatste overleg denken toen ik de masterscriptie van V.J. Drost uit 2008 las. Het betreft hier een scriptie over de functie van het literaire tijdschrift in de literaire wereld. Onderwerp van het onderzoek waren 10 gesubsidieerde Nederlandse literaire tijdschriften ( in de periode 2002 – 2007). te weten: Bunker Hill. De Revisor, De Gids, Liter, De Tweede Ronde, Hollands Maandblad, Parmentier, Passionate, Raster en Tirade.

 In de resultaten van het onderzoek doet Drost 8 aannames. Na deze 8 aannames te hebben besproken schrijft Drost:

“De acht aannames laten zien dat de functie van het literaire tijdschrift onduidelijk is. Het is in ieder geval geen kweekvijver, want slechts een klein aantal auteurs debuteert. Het aantal redactieleden dat publiceert in de literaire tijdschriften is zelfs groter dan het aantal debutanten. Daarnaast hebben de tijdschriften vrijwel allemaal een groep auteurs of redacteuren die regelmatig publiceren én tijdschriftvast zijn. Er kan dus gesteld worden dat het literaire tijdschrift eerder een plek is waar redactieleden en gerenommeerde auteurs publiceren en dat het in hun belang is dat de tijdschriften bestaan.”

Ook schrijft Drost:

“Tijdens het onderzoek zijn een aantal tijdschriften naar voren gekomen als plekken waar auteurs voor het eerst publiceren, zoals Op ruwe planken, Nymph, Lava, Krakatau en De Poëziekrant. Het is interessant om in vervolgonderzoek aandacht te besteden aan deze veelal ‘jonge’ initiatieven in vergelijking tot de toch ‘oudere’ gesubsidieerde literaire tijdschriften. Aan de opkomst van de e-zine is bij de dataverzameling van dit onderzoek geen aandacht besteed. Wellicht werpt een onderzoek naar e-zines een nieuw licht op de interactie tussen auteurs, publiek, redacteuren en uitgeverijen.”

Kom ik terug op MUGzine. Ik denk dat je kunt stellen dat MUGzine een (klein) gat vult dat nog open stond. MUG wil een poëtisch magazine zijn waar dichters van verschillende pluimage een stem krijgen. Met een oog voor kwaliteit en voor vernieuwing. Een magazine dat niet elke keer hetzelfde is. Dat qua vorm en inhoud zichzelf en de lezer wil verrassen. Waar gevestigde maar zeker ook talentvolle nieuwe namen een plek kunnen krijgen om poëzie te publiceren. In die zin beweegt MUGzine zich tussen de gevestigde bladen en de hierboven genoemde magazines. Toegegeven, de redacteuren zijn aanwezig in de MUG’s die tot nu toe zijn gepubliceerd maar ook dit is geen vast gegeven.

En omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen, een gedicht over de mug van Meleagros (140 – 70 voor Christus) getiteld ‘Aan een mug als postiljon d’amour’.

.

Aan een mug als postiljon d’amour

.

Vlieg voort, o mug, mijn snelle bode en fluister

Aan de oren van Zenophila héél zacht,

‘Gij slaapt, vergetend lief, hij waakt en wacht.’

Vlieg voort, vlieg voort, mijn zangster zoet, maar luister:

Spreek zacht en wil haar slaapgenoot niet wekken,

Dat gij niet wekt mijn ijverzucht’ge trots.

Als gij haar hier brengt, mug, geef’k u een knots,

En ‘k zal u met een leeuwehuid bedekken.

.

.

Samenzijn

Nel Benschop

.

Ik heb getwijfeld over dit bericht. Of ik iets over dichter Nel Benschop zou schrijven. Al jarenlang kom ik vele bundels van haar tegen in kringloopwinkels, (vroeger) in bibliotheken, op tweedehands boekenmarkten en een enkele keer bij mensen thuis. Wanneer ik haar gedichten lees dan constateer ik vrijwel meteen dat dit niet mijn poëzie is maar aangezien ik graag over de rafelranden van de poëzie schrijf en ik weet dat er nog veel liefhebbers van haar gedichten zijn toch dit bericht.

Nel Benschop (1918-2005) was tijdens haar leven de bestverkochte dichter van Nederland. Benschop begon in 1948 met gedichten schrijven. Intussen declameerde ze gedichten van anderen, met soms een van haar eigen gedichten er tussendoor. Ze debuteerde in 1967 bij uitgeverij Kok uit Kampen met de bundel ‘Gouddraad uit vlas’. De uitgeverij had de uitgave bijna niet aangedurfd, maar de bundel werd goed verkocht en zestig keer herdrukt. Dit is ook de titel die je nog het meest aantreft her en der. Van al haar dichtbundels werden in totaal drie miljoen exemplaren verkocht. Drie miljoen! Daar kan geen andere dichter aan tippen.

Haar gedichten zijn zeer christelijk en werden om die reden door de literaire wereld niet erg serieus genomen. Tegelijkertijd is dit waarschijnlijk de reden dat ze zulke astronomische aantallen van haar bundels verkocht. Ze schreef over vaste thema’s als liefde, dood, lijden en christelijke troost. Zes jaar na haar dood verscheen postuum de bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’, waarin geheime liefdesgedichten zijn opgenomen die zij schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog, vóór haar debuut in 1967.

In totaal verschenen van haar hand 22 titels waarvan de meeste gepubliceerd werden in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. In 2015 verscheen de bundel ‘Benschops beste’ De 100 mooiste gedichten van Nel Benschop met daarin ook een aantal liefdesgedichten uit haar postuum uitgegeven bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’. Uit dat hoofdstuk komt het gedicht ‘Samenzijn’.

.

Samenzijn

.

Jij dicht met ogen en met handen

het allermooiste liefdeslied

waarvan de woorden in mij branden

als zonnen in een grauw verschiet;

je ogen strelen, en je handen

zij kussen met je lippen mee;

je lichaam zingt, als op de stranden

de schelp zingt van de blauwe zee.

In zachte weelde weggezonken

tasten je lippen naar mijn borst. –

Wie eenmaal van de liefde dronken,

Hun kwelt een niet te lessen dorst.

.

Een aardappel is geen gedicht

J. Bernlef over C. Buddingh’s ‘Ars Poetica’

.

Struinend over de zeer informatieve website https://www.dbnl.org/  kwam ik een stuk tegen dat dichter/schrijver J. Bernlef schreef in Bzzlletin jaargang 6 (1977-1978) over het gedicht ‘Ars Poetica’ van dichter C. Buddingh’ en dan vooral over de slotzin.

Wat ik zo bijzonder leuk vind aan dit stuk tekst is hoe waar het is wat Bernlef hier schrijft. Gedichten schrijven tijdens het aardappels schillen. Misschien herkennen de dichters onder ons dit wel, ik in ieder geval wel, het schrijven van gedichten in je hoofd tijdens een werkje dat A: langdurig is, B: repetitief is en C: waar je je hoofd er niet echt bij hoeft te houden. Aardappels schillen is zo’n werkje. Ik herinner mij dat ik het deed tijdens het vouwen van luiers (ja katoenen luiers, zo oud ben ik al) tijdens de afwas of tijdens schilderen van mijn slaapkamermuur pas geleden.

Wat Bernlef ook schrijft is dat je dan zo op kan gaan in je bezigheid dat de gedichten die je vormt in je hoofd al bijna automatisch gaan over waar je mee bezig bent. Ook dat herken ik maar ik weet ook dat dat niet de gedichten zijn die blijven hangen. Bernlef eindigt zijn zeer vermakelijke stuk dan ook met twee waarheden: Een gedicht is alleen maar een gedicht, een gedicht bestaat uit woorden. En: De beste gedichten schrijft men al woorden schillend. En dat laatste kan ik alleen maar bevestigen. Tijdens werkjes waar je niet bij hoeft na te denken, die repetitief zijn en langdurig kunnen je gedachten alle kanten op gaan maar uiteindelijk zijn het de woorden die je aan die gedachten verbind, een mogelijke opmaat voor een gedicht. Die gedichten schrijf je nadat je klaar met zo’n werkje. Of dat nou aardappels schillen is, luiers vouwen of de afwas doen.

Het artikel van Bernlef vind je hier https://www.dbnl.org/tekst/_bzz001197701_01/_bzz001197701_01_0122.php Het gedicht ‘Ars Poetica’ van C. Buddingh’ komt uit de bundel ‘Gedichten 1938 – 1970’ uit 1971.

.

Ars Poetica
.
ik weet het nog als de dag van gisteren
(ik was misschien 22): ik zat
te broeden op een gedicht, en mijn moeder
zat bij het raam de aardappels te schillen
.
het vers wilde maar niet lukken: het zweet
stond op mijn rug en vol ergernis dacht ik:
hoe kan men in godsherenaam dan ook
poëzie schrijven in een kamer waar
iemand aardappels zit te schillen?
.
die avond, toen iedereen sliep, maakte ik het
vers af: het was een bijzonder slecht vers
.
en pas veel later begreep ik: de beste
gedichten schrijft men al aardappels schillend
.

Een nieuw poëzie magazine

MUGzine

.

“Er hangt iets in de lucht en het zoemt”

.

Wanneer twee creatieve geesten zich voor elkaar openstellen, kan er zomaar iets nieuws ontstaan. Zo liep ik al maanden rond met het idee om een nieuw, klein, guerrilla-achting magazine te starten. Ik had wel een vaag idee van hoe zo’n nieuw magazine eruit zou moeten gaan zien en ook wat voor inhoud zo’n nieuw magazine zou moeten bevatten maar het was vooral nog een idee.

In die zelfde periode sprak ik veel met Marianne over haar project met gedichten en AR (waarover binnenkort meer) en zij liep ook al een poosje met het idee om magazines te maken zoals ze al eens had gedaan, maar dan anders. Iets met poëzie, literatuur en creatieve vrijheid. Zo kwamen we op het idee om samen kleine, ja écht kleine poëziemagazines te gaan maken. En zo geschiedde.

Zeer binnenkort verschijnt de eerste editie van MUGzine, een samenwerking van Poetry Affairs en MUGbooks voor wat betreft het concept en de inhoud en Brrt. voor de grafische vormgeving en opmaak.

MUGzine zal in een beperkte oplage op papier verschijnen ( 100 stuks) en zal daarnaast digitaal te lezen zijn via de website http://mugzines.nl/

De papieren versie zal her en der verspreid worden door het land, in bibliotheken en boekhandels, ze zijn niet te koop en het blijft bij deze oplage. Elk volgende editie zal een zelfde oplage kennen. De digitale versie zal altijd te raadplegen zijn via de website.

Via de sociale media kun je MUGzine volgen op Instagram en Twitter.

De voorkant van de eerste editie kun je hieronder bekijken.

.

 

Websites van dichters

Nieuwe rubriek

.

In Nederland zijn er een handvol dichters die van hun schrijven kunnen leven. Meestal in combinatie met het schrijven van proza, columns, artikelen, recensies of verhalen. Vrijwel elke dichter heeft een website waarop je kunt lezen over leven en werk van die dichter en, als het meezit, ook voorbeelden van zijn of haar poëzie. Door de jaren heen ben ik veel websites van dichters tegen gekomen die niet zo bekend zijn, die niet van hun poëzie hoeven te leven, die semi-professioneel bezig zijn met poëzie. Veel van die dichters schrijven gedichten die zeer de moeite waard zijn maar eigenlijk maar moeizaam of slechts zeer beperkt een groter publiek bereiken.

Met de rubriek ‘Dichterswebsites’ wil ik die dichters onder de aandacht brengen. Dat kan ik helemaal in mijn eentje gaan doen (geen probleem hoor, ik kom er genoeg tegen) maar het is natuurlijk veel leuker (ook voor mij) als ik getipt wordt door mijn lezers. Dus ken je een dichter van wie je vindt dat hij of zij wel wat extra aandacht zou mogen krijgen (dus niet jezelf) laat mij dit dan weten door middel van een reactie op dit blog.

Ik wil vandaag van start gaan met de website van Stokely Dichtman ‘Tinteltong’ te vinden op https://tinteltong.wordpress.com/ . Ik ken Stokely al jaren, hij droeg voor bij Ongehoord!, ging tweemaal mee met de Poëziebus op toer, is lid van Wakkerlicht (ik weet niet of ze nog actief zijn) samen met Dean Bowen, Iris Penning, Lotte Dodion, Mickey Wo en Joost Hoeck en is performance dichter. Ook was hij een van de 10 talentvolle schrijvers die deelnamen aan #NieuweStukken. Binnen #NieuweStukken maken de beginnende schrijvers nieuwe teksten en ontwikkelen ze hun schrijverschap. Ze worden begeleid door een ervaren coach en volgen workshops van de Tekstsmederij. De resultaten worden beoordeeld door een jury en gepresenteerd aan het veld.

Op zijn website staan een aantal gedichten die een goed beeld geven van zijn werk, helaas is de laatste bijdrage alweer van 2018. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de richting die hij heeft gekozen (performance dichter/spoken wordt artiest). Desalniettemin is zijn poëzie zeer de moeite waard. Ik koos voor het gedicht ‘De gepelde ui’ uit 2014.

.

De gepelde ui

.

Zij stond midden in ‘t midden van ‘t midden van ‘t midden
in ‘t centrum van dat midden midden in de kern
zij was vergeten waar ze was
zoals een dichter ook vergeet waar hij over praat
zij was verdwaald in zaterdag
verkeerd afgeslagen bij de diepe glazen van
vrijdagnacht op zaterdag
er waren zoveel mensen die spraken
stilte waar is stilwater als je stilwater nodig hebt
in haar middelpunt was geen ruimte voor willekeurige ruis
in zichzelf verstopt als een matroesjka poppetje
onder al haar oppervlakkige lagen
naar dieper gelegen flarden realiteit
een psychonaut is iemand die ervan houdt
om weg te vluchten van de aarde
Buzz Aldrin wist ook hoe ‘t was om in gewichtsloze toestand
zweverig te doen zonder zwaartekracht
buiten de dampkring in een space shuttle vlucht
eigenlijk is de maan ook een leuke plek om te zijn
van Houston naar overal waar ze wilde zijn
mister Iboga ontmoeten in de toekomst
met delerium zonder flux capacitor
op zoek naar haar centrum
haar nulpunt de plek waar ‘t begon

.

Waka

Japanse versvorm

.

De Waka (letterlijk: Japans gedicht) of Yamato uta is een genre van klassieke Japanse dichtkunst, en een van de hoofdgenres van de Japanse literatuur. De term ontstond tijdens de Naraperiode, en werd gebruikt om Japanstalige gedichten te onderscheiden van Kanshi (gedichten geschreven in het Chinees door Japanse dichters) en renga (kettinggedicht, gewoonlijk geschreven in samenwerking tussen verschillende dichters). Traditioneel heeft Waka over het algemeen geen concept van rijm of een vaste structuur.

In het ‘omstreden’ boek ‘Bloemen van het kwaad’ staat over Keizer Hirohito een aardig stuk met betrekking tot deze vorm van dichtkunst. Elk jaar tijdens de jaarlijkse Keizerlijke Dichtwedstrijd, de Utakai Hajime, die wordt georganiseerd in het Keizerlijk paleis, zendt de keizer van Japan ook zelf een gedicht in.Dit gedicht wordt door iemand anders dan de keizer zelf voorgelezen. In de waka’s van de keizer, die meestal natuurbeschrijvingen of onschuldige observaties bevatten zit echter altijd een dubbele laag, waarin de keizer echt zegt wat ie vindt.

De grootvader van Hirohito, keizer Meiji schreef bijvoorbeeld deze Waka:

.

‘De zee omringt de wereld, overal zijn wij broeders

Waarom gaan de wind en de golven dan zo wild tekeer?’

.

Keizer Meiji verwijst in deze Waka ‘acht koorden aan de kroon, één dak’ naar zijn streven om alle hoeken van de wereld onder Japanse hegemonie te brengen. Meiji was ook helemaal niet vreedzaam of pacifistisch; hij viel, net als zijn kleinzoon later Pearl Harbour, de Russische vloot aan zonder oorlogsverklaring. In 1940 was Hirohito’s bijdrage aan de Utaka Hajime ook heel vreedzaam:

.

‘In dit nieuwe jaar bidden wij dat oost en west en de hele wereld

zullen samenleven en samen voorspoed delen’

.

Hij schreef dit terwijl zijn land en leger zich voorbereidde op de oorlog in Zuidoost Azië.

.

Dichters over dichters

Wigman en Perk

.

Door de jaren heen ben ik in vele dichtbundels gedichten tegen gekomen van dichters over andere dichters. Vaak betrof het hier dichters die men waardeerde, soms was men gewoon idolaat van een andere dichter, en in weer andere gevallen was men kritisch of schreef men een bepaald misnoegen over een andere dichter van zich af in een gedicht. Daarom leek het me een aardig idee om vanaf nu met enige regelmaat gedichten van dichters over andere dichters hier te plaatsen in een nieuwe rubriek ‘Dichters over dichters’.

Vandaag dus de eerste editie en daarin kiest Menno Wigman (1966 – 2018) de dichter Jacques Perk (1859 – 1881) tot zijn onderwerp. In de bundel ‘Verzamelde gedichten’ in het hoofdstuk Nagelaten gedichten staat het gedicht ‘Bij het graf van Jaques Perk’ dat door Wigman werd geschreven als stadsgedicht in 2012, bij de herplaatsing van de waterhappertjes (kleine groene fonteintjes waaruit leidingwater spuit dat je kunt drinken) in Amsterdam

.

Bij het graf van Jacques Perk

.

Ik hield, m’n beste Perk, nooit heel veel van je werk:

teveel gerijmel voor een nooit bezeten vrouw.

Maar ik vergat dat je slechts tweeëntwintig werd.

en – vreemd dat ik dit denk – als maagd de grond in ging.

Toch blijft je naam zolang men Hollands leest.

.

Je schreef: ‘Schoonheid, o gij, wier naam geheiligd zij.’

Dat vond ik mooi. Maar schoonheid is verschrikkelijk –

zeker als het kan praten. Wie weet hoeveel je nog

had zitten haten in gebeeldhouwde gedichten?

En wat als razernij je rijm ontwrichtte?

.

Het moest zo. Zeker in jouw tijd. De tirannie

van standen, etiquette en sonnetten,

die is voorbij. Alleen de jeugd heeft nu gelijk.

Ooit was ik zeventien en lichtte je me bij:

‘Schoonheid, o gij, wier naam geheiligd zij.’

.

De winter van misnoegen is voorbij.

Zie hoe ik parel in het voorjaar.

Buig je vrij en drink van mij

.

Ons te vroeg ontvallen 2

Hrvoje ‘Pero’ Senda (1945 – 2013)

.

In 1993 vluchtte Hrvoje Senda (Pero) vanuit Gornji Vakuf in centraal Bosnië weg voor de oorlog. Pero een Kroatische Bosniër was zijn leven en dat van zijn gezin niet zeker en vluchtte naar Nederland waar hij in Maassluis kwam te wonen. In Bosnië studeerde hij Zuid-Slavische taal en literatuur aan de filosofische universiteit in Sarajevo. Door de oorlog zijn veel van zijn manuscripten (als professor) verloren gegaan.  In Nederland pakte hij een ander literair genre op namelijk de poëzie. In 1997 was hij één van de winnaars van de Dunya Poëzieprijzen met zijn gedicht ‘De vrouw’.

Naar aanleiding van deze prijs en het geldbedrag dat hij hiervoor kreeg, besloot de gemeente Maassluis haar nieuwe inwoner te belonen en wat extra middelen ter beschikking te stellen voor Pero om een bundel met overdenkingen en poëzie te laten maken. In 1999 verscheen bij uitgeverij De Zeeleeuw de bundel ‘Krhrotine / Brokstukken’ met daarin overdenkingen en gedichten. In die periode was Pero vrijwilliger bij een initiatief van het sociaal maatschappelijk werk in Maassluis het Project InterCulturele Ontmoetingen (PICO) dat onder meer literaire ontbijt en lunches organiseerde.

Ten tijde van het verschijnen van de bundel leerde ik Pero en zijn gezin kennen. De presentatie van de bundel vond plaats in de bibliotheek en vanaf dat moment raakte ik bevriend met Pero. Naast de activiteiten voor PICO organiseerde ik met hem, Juan Heinsohn Huala, Henriette Faas, Otto Zeegers en Lida Kersten onder andere het project ‘Dichter in de buurt’ voor middelbare scholieren en dichters uit Maassluis en omstreken.

Pero Senda was in 2007 een van de tien dichters die meewerkte aan de bundel ‘Verse taal’ met muziek-cd van Wilma Paalman, gepubliceerd door Uitgeverij De Brouwerij te Maassluis. In juni 2010 werd bij dezelfde uitgeverij zijn tweetalige dichtbundel (Kroatisch / Nederlands) ‘Voor de muur’ gepresenteerd.

Samen met Otto Zeegers was hij in 2010 de tweekoppige jury van de gedichtenwedstrijd die ik organiseerde op dit blog en die na 2011 is overgegaan in de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd (die dit jaar voor de 7e keer georganiseerd wordt https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/03/02/laatste-jurylid-bekend/ ). Met Otto Zeegers was hij de drijvende kracht achter de poëziewerkplaats waar elke maand in de bibliotheek, samen met andere dichters, poëzie besproken werd.

Pero trad als dichter regelmatig op, voor zijn landgenoten in Nederland maar ook op poëziepodia onder andere het Ongehoord! podium. In 2013 kreeg ik heel onverwacht een telefoontje van zijn vrouw dat Pero na een kort ziekbed was overleden waarmee ik een fijne vriend en een gerespecteerd dichter verloor. Op zijn begrafenis mocht ik samen met Jana Beranová en Juan Heinsohn Huala een gedicht voordragen. Ik denk nog vaak aan Pero, aan zijn grote hart, zijn passie voor het delen en bespreken van poëzie en zijn vriendelijkheid.

.

De vrouw

.

Schilder mij een vrouw, mijn vriend

Een vrouw op een baar van verwelkte bloemen

In het donker bij de flakkerende kaarsen.

Ik zal naar haar kijken met de ogen van een ander

En haar op het altaar plaatsen

Tussen de engelen.

.

Beeldhouw mij een vrouw, mijn vriend

In de rotsen boven de afgrond

Ik zal haar strelen met de handen van een ander

De steen een ziel inblazen

Een steen om mijn hals binden

En gelukkig inslapen

Tussen de mosselschelpen.

.

Zing mij van een vrouw, mijn vriend

Een onbekende vrouw

Laten anderen het lied horen

Met mijn oren.

Ik zal je lied geloven

Terwijl ik wacht, flonkerend

Tussen de sterren.

.

%d bloggers liken dit: