Categorie archief: Over Poëzie

Marc groet ’s morgens de dingen

Dichter draagt voor

.

Toen ik een paar dagen geleden een stukje schreef over het gedicht ‘Wiegeliedje voor de geliefde’ van Paul van Ostaijen (1896-1928), zocht ik op mijn blog naar stukken die ik eerder schreef over deze dichter. Ik kwam er toe achter dat ik één van de bekendste en fraaiste gedichten van Ostaijen, ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ nooit beschreven of gedeeld had. Omdat het zo’n bijzonder gedicht is ging ik op zoek naar wat meer informatie en kwam ik op de website van taalhelden. Daar is de video te zien en te beluisteren die hij Ramsey Nasr maakte in het kader van Dichter draagt voor. Toen Ramsey Nasr de Nederlandse Dichter des Vaderlands was (2009-2013), presenteerde hij vlak voor zijn aftreden in 2013 een serie van 21 verfilmde gedichten. Dit is er één van maar ik kan de andere ook zeer aanbevelen.

Een bijzonder interessante analyse en beschrijving van dit gedicht van Jef Bogman, vind je op de website DBNL.org.

.

Marc groet ’s morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

.

 

6 tips

Voor een goed gedicht

 

Op de de website letmus lees ik over 6 tips voor een goed gedicht. En meteen moet ik denken aan de inmiddels langlopende rubriek van Meander waarin medewerkers van Meander gevraagd wordt wat een gedicht goed maakt. Het is ook niet voor de eerste keer dat ik schrijf over wat nou een (goed) gedicht maakt. In 2015 schreef ik al over wat Tom Lanoye over deze vraag schreef en ook in 2015 schreef ik over 10 tips van Dennis G. Jerz van de website Setonhill voor het maken van een goed gedicht.

Maar nu dus 6 tips van letmus. Wat zijn deze tips?

  1. Kies een thema waarover je wil dichten.
  2. Schrijf allerlei woorden op die bij je opkomen als je aan dit thema denkt, associeer er flink op los en noteer.
  3. Schrap alle bedachte poëtische woorden. Een gedicht moet zoveel mogelijk je gevoel en waarnemingen weergeven, wees bescheiden.
  4. Gebruik metaforen, denk ik beeldtaal en vermijd containerbegrippen.
  5. Maak korte zinnen, vermijd bijvoeglijke naamwoorden. Probeer elke zin iets inhoudelijks mee te geven.
  6. Ga niet (geforceerd) rijmen, rijmen mag maar alleen als dat vanuit je gevoel is ontstaan
  7. (heel bijzonder als je een artikel schrijft over 6 tips voor het schrijven van een goed gedicht om dan met 7! tips te komen) Maak een omkeerpunt, schrijf halverwege iets onverwachts zodat je de aandacht vasthoudt.

Als je deze tips, die op zichzelf best een waarde hebben, naast de tips van Jerz en Lonaye legt en daar uit put dan is de kans dat je een gedicht schrijft dat de middelmaat ontstijgt groter dan wanneer je dit niet doet. Bij sommige punten heb ik mijn bedenkingen overigens. Zeker in het licht van de hedendaagse poëzie. Neem punt 5. Als je dat ter harte neemt dan onderscheidt je je in ieder geval van een groot deel van de hedendaagse dichters voor wie lange zinnen, en proza-achtige gedichten tegenwoordig de norm lijken te zijn.

Maar zoals Goethe als schreef in zijn gedicht ‘Natur und Kunst’: In de beperking pas toont zich de meester.

.

Campert en Eliot

Dichter over dichter

.

Vandaag in de categorie dichters over dichters, de dichter Remco Campert (1929) over de Amerikaans-Britse dichter T.S. Eliot (1888-1965). Remco Campert schreef het gedicht ‘In memoriam T.S. Eliot dat verscheen in de bundel ‘Mijn leven’s liederen’ uit 1968 waarin hij meteen al in de eerste regel refereert aan de beroemde dichtregel ‘April is the cruellest month’ uit Eliots gedicht ‘The Waste Land’. Hoewel ik geen bewijs heb gevonden dat Poetry Month in de Verenigde Staten (April!) gelinkt is aan deze regel lijkt het me ook geen toeval.

.

In memoriam T.S. Eliot

.

April was eens de wreedste maand

toen ze nog wisten welke maand het was

.

zie persoonlijk niet in wat het uitmaakt

op deze ijsschots, zandbank, grazige weide

.

de lievelingssong van Dutch Schulz was Ramona

.

zo’n feitje

zet ook al niet veel zoden aan de dijk

maar het is aardig om te weten

en blijft hangen

.

Dutch Schulz is allang dood

in een achterkamer neergeknald

.

maar Ramona wordt nog steeds gezongen

.

twaalf maanden telt een jaar

voor wie de tijd in zijn zak heeft

,

een zekerheid van niets

een wreedheid van het jaar nul

.

Dutch Schulz

hield tenminste nog van Ramona

.

en wordt nog steeds gezongen

.

 

Ik droomde

Breyten Breytenbach

.

In november van vorig jaar schreef ik al over de bundel De zingende hand uit 2017 van de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach (1939). Nu zat ik afgelopen week weer eens te lezen in de bundel en ik bleef hangen bij het gedicht ‘ik droomde’. In dit gedicht beschrijft Breytenbach naar mijn mening het soms moeizame proces van dichten. Aan de ene kant het licht, de opwinding van een nieuw gedicht en aan de andere kant de duisternis, het vastzitten en het blind staren op het vel papier waar maar niets op komt.

En de laatste zin, ‘het verbeelde ding / waarover jij zingt met dichte mond’ is exemplarisch voor dat gevoel, het gedicht dient zich aan maar de woorden eraan geven wil maar niet lukken: zingen met dichte mond. Laurens van Krevelen vertaalde de gedichten in deze bundel maar de liefhebber heb ik het Afrikaanse origineel erbij gezet.

.

ik droomde

.

Ik droomde dat ik in mijn gedicht

in de deuropening zag staan

omstraald door licht

en met een briefje in de hand

.

ik vouwde de boodschap open

en zag daarin bijna onzichtbaar geschreven:

ik ben het gedicht waarvan jij droomt

het in het licht te brengen

.

maar ik ben ook de duisternis

waar jij je blind op staart

het leven leeft

slechts in de openingen van de tekst

,

en in verbeelding, het verbeelde ding

waarover jij zingt met dichte mond

.

ek het gedroom

.

ek het gedroom ek het my gedig

in die deuropening sien staan

met lig omstraal

en ’n papiertjie in haar hand

.

ek het die boodschap oopgevou

en daar byna onsigbaar geskryf sien staan

ek is die gedig waarvan jy droom

om na die lig te haal

.

maar ek is ook die donkerte

wat jy jou blind teen staar

die lewe leef

net in die openingen van die teks

.

en verbeelding, die verbeelde ding

waarvan jy toemond sing

.

Poëzieles

Farelcollege

.

Door mijn vriend Bart, docent aan het Farelcollege in Ridderkerk, werd ik gevraagd om een poëzieles te verzorgen voor een groep 3 VWO. Nu had ik al eerder een poëziegastles gegeven aan eerstejaars HAVO/VWO leerlingen en aan eerstejaars mavoërs en dat was met elfjes, acrostichons (naamgedichten) en luules maar voor 3 VWO is dat te eenvoudig.

Aan de hand van een filmpje op Youtube over het thema van de Poëzieweek, de natuur, liet ik de leerlingen kiezen om een beschrijvend gedicht te maken over de natuur, een protestgedicht over de natuur of een gedicht te schrijven waarin dingen gebeuren die normaal niet kunnen in het echte leven (bomen die tegen je spreken, de zee die menselijke trekken krijgt, of een dier dat praat). De opdracht was verder dat men gebruik moest maken van poëtische stijlfiguren als alliteratie, beeldspraak, metaforen, of rijm (binnenrijm, eindrijm).

Ondanks dat de leerlingen wat moeilijk op gang te krijgen waren (op een aantal uitzonderingen na, die heb je gelukkig altijd) kwam men uiteindelijk op stoom en werd door iedere leerling een gedicht ingeleverd. Verrassend genoeg zaten er allerlei vormen tussen die ik niet had voorzien. Zo waren er gedichten op rijm, rapgedichten, prozagedichten en zelfs een experimenteel gedicht.

Het mooie aan het geven van een gastles vind ik dat zelfs de grootste twijfelaars zal ik ze maar noemen, uiteindelijk iets maken waarvan ze soms zelf staan te kijken. Van de gedichten heb ik er een gekozen van Bryannah omdat ik in dit gedicht naast een paar mooie zinnen ook poëtische elementen heb gevonden.

Ik wil Bart en de leerlingen van 3 VWO van het Farelcollege hartelijk danken, ik heb de les heel leuk gevonden en de inzet en het uiteindelijke enthousiasme was hartverwarmend.

.

De ritselende bladeren wapperen als de wind zingt

een glimlach reflecteert op blauw aqua.

De oceaan zwemt naar land,

een melodie rinkelt.

De golven keren terug naar hun amices.

De cyclus continueert zonder een verstoring.

.

 

Terugblikken en vooruit kijken

Maak van een mug een olifant!

.

Bij het terugkijken op 2021 wil ik graag stilstaan bij wat ruim anderhalf jaar geleden begon als een wild plan en een gevoelde behoefte. Een paar jaar geleden was ik in Engeland en daar kwam ik in een museum allerlei kleine, persoonlijke magazines tegen van dichters en kunstenaars. De meeste gekopieerd of getypt in zwart wit en een enkele in kleur of op gekleurd papier. Ze lagen daar om gelezen te worden of om mee te nemen. Die kleine tijdschriftjes op A6 formaat maakte wat bij mij los; zoiets wilde ik al lang ook maken.

Het eerste wat ik mij afvroeg was of de wereld daar eigenlijk wel op zat te wachten, kleine amateuristisch in elkaar gezette vlugschriftjes met de poëzie (in mijn geval) van een enkele dichter? Het tweede wat ik me afvroeg was hoe je zoiets dan zou kunnen maken? Ik liet het idee los en vervolgde mijn leven. Tot ik in contact kwam met MarieAnne van Poetry Affairs. Zij had een verleden en ervaring met het maken van een (digitaal) magazine. En zoals dat soms gaat, als je twee mensen bij elkaar brengt die een zelfde enthousiasme kennen, dan komt daar wat van. In ons geval MUGzine. Maar voor het zover was werd er nagedacht over vorm, inhoud en vormgeving. En door dat laatste kwam Bart van BRRT.Graphic.Design erbij.

Samen kwamen we tot een concept waar we in geloofden, een klein maar eigenwijs (daar over zo meer) poëziemagazine met daarin gedichten van beginnende dichters en van (al wat) bekendere dichters in combinatie met illustraties van illustratoren en kunstenaars. Dat was het basisidee. Maar er moest meer mogelijk zijn, er zou ruimte zijn voor het experiment, meerdere dichters in een nummer, lange gedichten of juist heel korte gedichten, thematische nummers, nummers n.a.v. (poëzie) manifestaties of evenementen, beeldgedichten etc.

Het eerste nummer vulden we met poëzie van ons zelf, als proef, hoe zou MUGzine eruit komen te zien, wat zou de look & feel worden, welke onderdelen werden vaste onderdelen? Zo kwamen we op Luule, het malle kleine zusje van MUGzine. Een instagram-account (@L.uule) waarop kleine, korte poëtische, grappige, serieuze of dichterlijke gedachten en gedichten geplaatst konden worden en in elk nummer van MUGzine, achterop een Luule (Luule is het woord voor poëzie in Estland). Voeg daarbij in elk nummer een voorwoord met een grafisch vormgegeven mug en je hebt een klein, inhoudelijk kwalitatief hoogstaand en mooi vormgegeven mini poëziemagazine dat elke twee maanden verschijnt, digitaal op mugzines.nl en op papier voor de echte liefhebber.

Elke editie wordt volop gedownload maar juist ook de papieren versie is gewild. Op verzoek sturen we er een toe en wil je, als donateur, elk nummer automatisch, toegestuurd krijgen dan is een minimale donatie van € 20,- genoeg voor elk jaar 5 nummers.

De afgelopen anderhalf jaar hebben we al vele mooie en goede dichters een plek kunnen geven in MUGzine. En nu we 10 nummers hebben gepubliceerd kunnen we spreken van een succes. Maar liefst 32 Nederlandse en Belgische dichters kregen een plek in MUG en in elk nummer verschenen kunstwerken of illustraties van nationale en internationale kunstenaars (woonachtig in Nederland, Verenigde Staten en Australië).

Maar we kijken natuurlijk ook vooruit! Komend jaar willen we wat meer gaan experimenteren, niet zozeer in inhoud (poëzie en kunst/illustraties) maar meer in vorm en vormgeving. Eigenzinniger. En we blijven op zoek naar onbekend talent, nieuwe dichters die we een kans willen geven om te publiceren. Onze strenge maar rechtvaardige redactiefilosoof zal opnieuw richting geven aan de uitgave van elk nummer, Bart onze grafisch vormgever zal met nieuwe uitdagende uitingen komen en we zullen 2022 opnieuw een mooi MUGjaar maken.

Tot slot willen we onze donateurs bedanken voor het in ons gestelde vertrouwen en hun donaties en zien we nieuwe donateurs natuurlijk graag tegemoet. Op naar nummer 11! (februari 2022). En omdat ik altijd een gedicht wil delen uit MUGzine nummer 9 het gedicht van de Vlaamse dichter Mark van Tongele ‘Levenstrekharmonie’.

.

Levenstrekharmonie

.

Druppels op bladeren. Een sijpelend bos

in de motregen. Donderpad en watergeest.

Baggerroet. Drakenbloedbomen. Braakballen.

Hongerende slokoppen. Gele plomp. Mos-

kussens. Sarong en kabaai. Een feeënstern

die haar ene eitje in tuitel evenwicht boven

op een takje legt. Gaasvlieg in slow motion.

Dwaallichtjes. Eksters als witte stippen over

zwarte akkers hoppend. Trekkende mieren.

Plonzende zaagbekken. Nachtpauwooglicht.

Winteradem op de bodem van de waterkant.

Droesem. Riet verstild in bizarre ijsvormen.

.

Automatisch dichten

Sonnettengenerator

.

Pas geleden nog schreef ik over de verschillende ready made gedichten die ik ken https://woutervanheiningen.wordpress.com/2021/10/07/stapelgedicht/ en vandaag wil ik daar een vorm aan toevoegen die misschien niet helemaal als ready made valt te labellen maar er wel iets van weg heeft. Het betreft hier het automatisch schijven van gedichten middels een gedichten generator of sonnettengenerator. Er zijn er verschillende. Zo heeft GitHub software ontwikkeld die met gebruik van AI (artificial intelligence) sonnetten á la Shakespeare kan schrijven.

Voor de ontwikkeling van hun AI hebben de onderzoekers gebruikt gemaakt van 2600 sonnetten bovenop de 154 van Shakespeare zelf. Dit blijft een relatief klein aantal om een neuraal netwerk te trainen, maar toch slaagt de AI erin om sonnetten te produceren. De gemiddelde lezer kan deze bovendien niet onderscheiden van sonnetten die door echte mensen zijn geschreven, maar literaire critici kunnen dit wel. Volgens hen ontbreekt het nog aan leesbaarheid en emotie. De onderzoekers blijven intussen de software verbeteren.

Een voorbeeld van zo’n automatisch gegenereerd vers:

.

.

Op de website http://sonnettengenerator.nl/ geeft Pieter Breman uitleg over de Nederlandse sonnettengenerator welke is gebaseerd op een boek van de Franse schrijver, dichter en wiskundige Raymond Queneau (1903 – 1976): ‘Cent mille milliards de poèmes’. Het werd in 1961 uitgegeven door Gallimard.’ Hij heeft met gebruikmaking van tien Nederlandse gemeenten met een cijfer in de naam (EenTweehuizenDrieVierhoutenVijfhuizenSluis 6ZevenhuizenAchtNegenhuizen en Tiengemeten) een automatisch gegenereerd sonnet gemaakt.

 

in ’t oosten maakt de Polderbaan kabaal
ver ligt Vierhouten van de grote steden
er zijn maar 20 huizen in totaal
de theorie wordt er met zang beleden
.
en er is toonkunst, uiteraard vocaal
wat vonden mensen die aan kaalheid leden?
binnen zijn hoofd klonk een alarmsignaal
de zonde wordt er rigoureus gemeden
.
je lurkt een biertje met wat garnituren
men moest, naar Acht, toen wel een nieuwe sturen
in Een werden zijn naam en daden groot
.
die werd voorafgegaan door varkenspoot
ze stookten, aangeschoten, grote vuren
een kuil lag vol met dode creaturen
.
Daarnaast zijn er nog twee sonnettengenerators die je zelf kunt gebruiken bij het maken van een automatisch sonnet te weten https://www.poem-generator.org.uk/sonnet/ (Engelstalig) en https://sonnettengenerator.herokuapp.com/random/  Nederlands). Op die laatste heb ik met behulp van een aantal steekwoorden (houvast, teruggezien, belicht, kalm, geeft) het volgende sonnet gemaakt.
.
Aan onze honden hebben we houvast
Ik heb hem nooit meer teruggezien
Dank voor het bezoek nog bovendien
Het betrof fijn linnen en damast
.
knak gekrenkt; schriftuurlijk bijbelvast
Het is van uit de trein een pas of tien
Ze zullen gasten van mijn huis ontzien
Nu goed, dan gaat de man mee als mijn gast
.
In dat deel wordt de aanslag zelf belicht
Ze huilde niet meer, voelde zich heel kalm
Dat is veel als iemand je dat geeft
.
Vondel prees Van Hoorn in een gedicht
De film dong mee naar de Gouden Palm
Gij zult zeggen: Dit was niet beleefd
.

Kleinwild

Anne Broeksma

.

Ik ben al lang een gebruiker van Goodreads.com, een heerlijke site voor lezers. En ook lezers van Nederlandse boeken ondanks dat de site Engels is. Op deze site was ik wat aan het rond kijken en toen kwam ik de bundel ‘Vesper’ tegen van Anne Broeksma (1987) uit begin van 2021. Anne Broeksma treedt regelmatig op met haar poëzie op festivals als Mooie Woorden en Lowlands. Ze schreef gedichten voor Radio 1 en publiceerde in onder meer de tijdschriften Het Liegend Konijn, Kluger Hans en Tirade. Daarnaast presenteert ze literaire programma’s in Utrecht.

Hoewel ik weet dat smaken verschillen viel me op dat degene die de bundel ‘Vesper’ sterren hadden gegeven (van 1 niet zo best tot 5 fantastisch) nogal verschillend over deze bundel oordeelden. Het ging van 2 tot 5 sterren. Degene die bij Bol.com een review achterliet stelt voor om Anne Broeksma de volgende Dichter des vaderlands te maken maar op Meander schrijft Peter Vermaat in een recensie van deze bundel dat ‘taal ertoe doet, en dat het vaker mag, veel vaker’ https://meandermagazine.nl/2021/02/anne-broeksma-vesper/ In de recensie merkt hij ook op  “De dichter lijkt zich voornamelijk te richten op het schilderen van bepaalde beelden (die soms absoluut pregnant blijken), maar veel minder op de fonologische en de semantische suggestiviteit van de taal.” en “Weliswaar zal die laatste categorie (lezen wat er staat) het beter doen bij een publiek dat vooral toehoort en niet (mee)leest, maar een poëziebundel is nu eenmaal geen tekstboekje bij een voordrachtsprogramma.”.

Dit staat dan weer op gespannen voet met wat Jan de Jong in zijn recensie schrijft op de website Tzum https://www.tzum.info/2021/02/recensie-anne-broeksma-vesper/ waarin hij juist het tegenovergestelde stelt: “De zoektocht in Vesper is een lyrische, geen fysieke.”.

Een bundel kortom die nogal tot wisselende reacties leidt. Om je een indruk te geven en zelf een mening te vormen hier het gedicht ‘Kleinwild’ uit deze bundel.

.

Kleinwild

.

het was tijdens de vrije vogeldagen
toen we op veldexcursie een duinpieper zagen
met Nico de Haan
iedereen die nooit van een duinpieper had gehoord
mocht niet met ons praten

.

gehurkt zaten we, op de grens van parklandschap en wilde natuur
we lieten onze verrekijkers zelden zakken

.

later die ochtend pluisden we uilenballen uit
plakten het skelet van een muis op een papiertje

.

er was een theaterstuk van een volwassen man in vogelpak
hij praatte met snerpend, Hollands accent
riep: ik ben de supervogel! ik ben de supervogel!

.

wij voelden ons als vogelaars niet serieus genomen
we gingen

.

Poëziepodia

Voordragen

.

Toen in 2007 mijn debuutbundel werd gepubliceerd bij uitgeverij de Brouwerij, stelde mijn uitgever voor dat ik mijn poëzie zou voordragen op een poëziepodium in Brielle. Dit kleinschalige podium werd georganiseerd in een café met de prozaïsche naam ‘De kont van het paard’. Ik wist niet precies wat ik me moest voorstellen bij een poëziepodium maar daar aangekomen voelde ik me al snel op mijn gemak. De organisatoren vertelde me waar in het programma ik mocht voordragen, hoe lang ik had voor mijn voordracht en ik kreeg een paar consumptiebonnen.

En meer heb je als beginnend dichter ook eigenlijk niet nodig. Een kleinschalig podium met andere dichters (waarvan sommige ook beginnend maar de meeste vaak al ervaring hebben. En juist door het contact met die andere dichters, met het publiek, met de organisatoren leer je hoe een poëziepodium werkt, leer je welke gedichten goed en minder goed werken en leer je dat het om de poëzie draait (nog te vaak zie ik dichters die een gedicht met een heel verhaal inleiden waardoor de aandacht niet zozeer meer op het gedicht ligt en waardoor je minder gedichten kan voordragen (de tijd is meestal beperkt tussen de 5 en 10 minuten.

Reden waarom ik nog steeds graag poëziepodia bezoek (om te luisteren en om voor te dragen) is de ontdekkingstocht naar nieuwe, mij nog onbekende dichters, een vernieuwde kennismaking met dichters die ik al ken en om mezelf beter te maken, verder te leren hoe een goede voordracht te brengen. In de afgelopen 14 jaar heb ik op heel veel poëziepodia gestaan, op ongelofelijk mooie en heel verschillende plekken mijn gedichten voorgedragen, prachtige dichters gehoord en gezien en ja, ook soms dichters die het in mijn ogen niet goed doen of het wel nooit zullen leren.

En juist dat maakt poëziepodia zo belangrijk voor jonge maar ook beginnende dichters (ik was al in de 40) die willen leren hoe je een goede voordracht brengt. Daarom ben ik ooit op dit blog de categorie ‘poëziepodia’ begonnen. En dat is waarom ik hier vandaag weer een aantal poëziepodia onder de aandacht wil brengen. Een greep uit het aanbod van de afgelopen weken:

Als je zelf googled op poëziepodium dan zul je er nog veel meer vinden, bij jou in de buurt of wat verder weg. Mij heeft het bezoeken van poëziepodia veel gebracht, doe er je voordeel mee.

Tot slot een gedicht over voordragen, een oud gedicht van mij (iets bewerkt) dat ik schreef toen ik nog zoekende was.

.

De dichter ontmaskerd

.

Je sprak over peilloze diepten

en omfloerste gedachten,

doorwrochte zinnen en

latent temperament.

 

En ik vroeg me af

waar zich dat dan

allemaal wel bevond?

.

Bij mij?

Hoe kon ik dat geloven.

Ik deed maar wat

tenslotte.

.

Kort maar krachtig

The Red Wheelbarrow

.

Op de website https://lithub.com/ is een artikel gewijd aan de 32 meest iconische gedichten geschreven in de Engelse taal. Het eerst genoemde gedicht is ‘The Red Wheelbarrow’ van William Carlos Williams. William Carlos Williams (1883 – 1963) is een van de belangrijke Amerikaanse dichters van de eerste helft van de 20e eeuw. Op het eerste gezicht een kort gedichtje over een natte kruiwagen en witte kippen. Dat is de platte versie, maar waarom staat zo’n gedicht dan toch zo hoog op de lijst van meest iconische gedichten in de Engelse taal? Het antwoord daarop vond ik op http://www.inquiriesjournal.com/ Voor het gemak heb ik de uitleg vertaald.

Het gedicht ‘The Red Wheelbarrow’ bevat vier strofen van twee regels waarin de eerste regel drie woorden bevat en de tweede een woord met twee lettergrepen. Met vier strofen beschrijft het gedicht tot in detail niet alleen een kruiwagen, maar een hele scène, een moment dat vastzit in de tijd. De vorm van Williams in het gedicht bereikt dit door de vreemde breekpunten te gebruiken om bepaalde woorden te benadrukken en de woorden en hun ritmes voor zichzelf te laten werken.

De eerste strofe,’so much depends / upon’ ( ‘zoveel hangt af / van’)  illustreert dit door het oog en de geest van de lezer af te leiden van het woord ‘upon’. De ernst van de situatie trekt de lezer naar binnen ondanks dat hij het niet eens weet (tenzij men dit afleidt uit de titel) waar zoveel van afhangt. Het werkwoord ‘depends’ gooit de lezer in het diepe van zoveel, en de spreker biedt ons de strohalm waarmee we naar verwachting terug naar de realiteit moeten klimmen. Maar dat gebeurd natuurlijk op de voorwaarden van Williams.

Daarna komt de kruiwagen of the wheelbarrow. Maar dit woord wordt afgebroken ‘Wheel / barrow’ waardoor je gaat denken dat er betekenis schuilgaat achter deze afbreking. Tot nu toe weet de lezer alleen dat er een rode kruiwagen is waar blijkbaar veel van afhangt, en toch wordt er door de vorm die  Williams aanbrengt een belang aan de kruiwagen gehecht dat anders moeilijk uit te leggen zou zijn.

De derde strofe geeft ons eindelijk het vermoeden van het punt van de spreker: de kruiwagen is “geglazuurd met regen / water”. Het woord ‘geglazuurd’ impliceert iets hards, glanzends en nieuws, en het woord regen versterkt de implicatie dat het onlangs heeft geregend en dat een nieuwe kruiwagen lichtjes is versierd met regendruppels – als hij oud en verroest was, zou de regen hebben hem een ​​vochtig en karmozijnrood uiterlijk gegeven, maar de kruiwagen is niet alleen glanzend en nieuw, er is ook een soort licht dat hem verlicht. De beknoptheid en lichtheid van de vorm van het gedicht manifesteert zich in de lichtzinnigheid van het gecreëerde beeld.

De laatste strofe maakt het plaatje compleet: beside the white / chicken (naast de witte/ kippen) impliceert een landelijke omgeving, de aanwezigheid van leven, en tenslotte de inkapseling van het beeld in zichzelf. De eerste regel bevat het rijm en de lichtheid van de situatie. De woorden zelf vervolledigen het fysieke idee: de kippen die zich tijdens de storm verstopten, keren terug bij het zien van het licht dat de kruiwagen verlicht. Eenmaal doodsbang voor de krachten van de natuur, ontdekken ze dat een dergelijk fenomeen de glinsterende schoonheid van hun wereld alleen maar accentueert. Het wordt duidelijk dat het belangrijkste deel van het gedicht niet eens wordt genoemd: het licht dat terugkeert naar het land en harmonie terugbrengt in de mens en de natuurlijke wereld. Maar belangrijker dan de letterlijke betekenis van deze strofe is het feit dat het zijn eigen boodschap belichaamt: het gedicht begint met twee sterke beats en twee jambes (een versvoet met onbeklemtoonde en korte lettergrepen, gevolgd door een lange en beklemtoonde lettergreep in een enkele regel van een gedicht), en zo eindigt het. Terwijl de woorden van de middelste strofen onstuimig worden doorbroken door de vorm van het gedicht, staan ​​de eerste en laatste strofe als coherente en doelgerichte zinnen. Het gedicht, één zin over een rode kruiwagen, heeft het thema opgeleverd dat het leven, hoewel turbulent, bedrieglijk complex en soms angstaanjagend, oplost in doel en schoonheid. Door zijn vorm wordt het gedicht zichzelf: een baken van nieuw groen licht dat door onweerswolken breekt en de bombastische schoonheid van een nieuwe rode kruiwagen en enkele kippen ontketent.

.

The Red Wheelbarrow

.

so much depends
upon
.
a red wheel
barrow
.
glazed with rain
water
.
beside the white
chickens
.
%d bloggers liken dit: