Categorie archief: Ongehoord!

Poëzie op Allerzielen

Dichter bij de dood

.

Op 2 november aanstaande is het weer Allerzielen. Met Allerzielen worden de overledenen herdacht plaatsen nabestaanden vaak bloemen op het graf van een dierbare overledene. Sinds een aantal jaren is er op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op deze avond een bijzondere activiteit die aansluit bij Allerzielen. Dit jaar is het de vijfde en daarmee de jubileumeditie van Dichter bij de dood.

Dichter bij de dood organiseert op deze avond voordrachten van dichters en troubadours die stilstaan bij het thema troost. De volgende dichters en troubadours zullen op 2 november acte de présence geven: Liesbeth de Blécourt, Martijn Breeman, Edith de Gilde, Aurora Guds, Diann van Faassen, Wouter van Heiningen, Ton Houtman, Joz Knoop, Karin van Kalmthout, Anne-Tjerk Mante, Miguel Santos, Eelco van der Waals, Marjon van der Vegt en Renske Visser.

De dichters en troubadours zullen langs een route staan op de begraafplaats die verlicht wordt door fakkels zodat iedereen de route makkelijk kan volgen en bij elke dichter stil kan staan en naar een troostrijk gedicht kan luisteren. Omdat dit de jubileumeditie werden al twee poëziepodia georganiseerd op de begraafplaats en zal er een jubileumbundel verschijnen.

Het project dichter bij de dood wordt gesteund door de begraafplaats Oud Eik en Duinen, Monuta en Cultuurschakel Den Haag en georganiseerd door Dichter bij de dood en Ongehoord! Begraafplaats Oud Eik en Duinen is te vinden aan de Laan van Eik en Duinen 40, de avond begint om 19.00 uur en is uiteraard gratis toegankelijk. Als voorbeeld van een troostrijk gedicht hier het gedicht ‘Geheim gedicht’ van Ingmar Heytze uit de bundel ‘Schaduwboekhouding’ uit 2005.

.

Geheim gedicht

.

Vannacht heb ik een zoen begraven.
Hij lag dertien maanden tussen ons in
en jij had al een paar keer gevraagd:
wat ligt daar nou toch steeds.

.

Toen je eindelijk sliep, drukte ik
de zoen met mijn lippen in een doosje
vol watten en liep naar de tuin. Daar
groef ik een graf van twee monden diep

.

onder de beuk. De duizend zoenen
die volgend jaar rood en zoet uit de takken
komen waaien, zijn allemaal voor jou.

.

Houston we have a problem

Lotte Dodion

.

De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was.  Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.

Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.

Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.

Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.

.

Poëzie op de begraafplaats

Dichter bij de dood

.

Nu ik medeorganisator ben van het project Dichter bij de dood in Den Haag op de bijzondere oude begraafplaats Oud Eik en Duinen, lees ik ook weer meer over de geschiedenis van deze begraafplaats en van de rituelen rondom begrafenissen in Nederland. En daarbij hou ik altijd een open oog voor de poëzie op en rond de dood en begraafplaatsen.

Zo kwam ik op de website https://geschiedenisvanzuidholland.nl/ een bijzonder aardig artikel tegen van Rita Hulsman. In dit artikel over begraafplaatsen in Zuid Holland is ook een stukje opgenomen over kindersterfte.

Op vrijwel alle begraafplaatsen zijn vakken met kindergraven te vinden. In de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw was de kindersterfte erg hoog. Op sommige stenen waren hartroerende teksten aangebracht. Op de oude begraafplaats van Waddinxveen ligt een zerk uit 1887 voor een jong meisje met dit vers:

Haar moeders weelde en lieveling
De vreugd en wellust van haar vader
Zij was de paarl in den ring
Die beider harte saam omving
Juweel in de echtelijke krone
En wat er onder ’t ouderdak
Van zegen en van weelde sprak,
Zij was er geur, en glans, en tone.

Ben je geïnteresseerd in begraafplaatsen of wil je een poëziepodium bezoeken op de begraafplaats Oud Eik en Duinen?

Op 19 september 2021, voorafgaand aan de poëziemanifestatie op Allerzielen (2 november) op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, organiseren Dichter bij de dood en de stichting Ongehoord! een dichterspodium in de oude aula op de begraafplaats. De deelnemende dichters aan Dichter bij de dood op Allerzielen geven op deze middag acte de présence en zullen (naast een gedicht over de dood) vrij eigen werk ten gehore geven. Toegang is gratis, aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur. Begraafplaats Oud Eik en Duinen is te vinden op de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Hou de Facebookgroep van Dichter bij de dood in de gaten voor meer informatie https://www.facebook.com/dichterbijdedood/

.

Poëzie in het vooruitzicht

Voordrachten en podia

.

Nu er weer wat meer mogelijk is merk ik dat in mijn agenda. Het aantal poëziepodia en mogelijkheden om voor te dragen neemt weer toe. Een vooruitblik van waar ik te zien en te horen ben en podia waar ik een bijdrage aan lever of die (mede) organiseer.

14 augustus 2021

Poëziewandeling in en rond ’t Woudt. Samen met dichter Alja Spaan verzorg ik een wandeling in en rond het prachtige dorpje ’t Woudt (Midden-Delfland) in het kader van Ode aan Midden-Delfland. Tijdens een wandeling door een bijzonder gebied zullen Alja en ik allebei 5 gedichten ten gehore brengen. De wandeling begint met koffie en een Woudtse plak, deelname kost € 12,50 en de wandeling is circa 6 kilometer. Aanvang 13.30 tot ca. 17.00 uur. Aanmelden kan hier link

29 augustus 2021

Groene Fee in Breda. Tijdens de 4e editie van ‘De Groene Fee gaat vreemd’ in de kloostertuin van Oranjeboomstraat 1 in Breda zal ik voordragen uit eigen werk. Het poëziepodium  begint om 14.00 uur tot ca. 18.00 uur. Toegang en parkeren is gratis. Voor meer informatie over de optredende dichters hou je de pagina van De groene Fee in de gaten https://www.facebook.com/groenefee .

19 september 2021

Voorafgaand aan de poëziemanifestatie op Allerzielen op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, organiseren Dichter bij de dood en de stichting Ongehoord! een dichterspodium in de oude aula op de begraafplaats. De deelnemende dichters aan Dichter bij de dood op Allerzielen (2 november) geven op deze middag acte de présence en zullen (naast een gedicht over de dood) vrij eigen werk ten gehore geven. Toegang is gratis, aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur. Begraafplaats Oud Eik &https://www.facebook.com/dichterbijdedood/ Duinen is te vinden op de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Hou de Facebookgroep van Dichter bij de dood in de gaten voor meer informatie

17 oktober 2021

De tweede poëziemiddag op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Dit keer met een open podium voor iedere dichter die graag zijn of haar werk wil voordragen. Met een muzikale omlijsting. Toegang is gratis, aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur

2 november 2021

Dichter bij de dood. Tijdens de poëzieavond op Allerzielen (de 1e jubileum editie) zijn dichters te zien en horen op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Zij dragen een gedicht voor over de dood in de buitenlucht her en der op de begraafplaats. Deze bijzondere en sfeervolle poëtische ode aan de dood en de doden mag je niet missen. Toegang is gratis. Aanvang 19.00 uur.

.

Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2020 bundel

E-bundel

.

In 2014 werd naar aanleiding van de Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2014 een digitale bundel gemaakt met de gedichten van de shortlist. Ook in 2020 leek het het bestuur van Ongehoord! een goed idee om een digitale bundel te laten maken. In de bundel staat het algemene juryrapport en daar kunnen ook dichters die niet op de shortlist stonden nog iets van leren of aan hebben. Daarnaast staat het juryrapport van de winnende gedichten in de bundel en uiteraard alle gedichten.

Ik heb even getwijfeld welk gedicht ik hier zou plaatsen maar toen ik me herinnerde welk gedicht de publieksprijs kreeg tijdens de feestelijke uitreiking in Kasteel Rhoon, wist ik het. Het is het gedicht ‘hond’ van Dick van der Veen.

Via onderstaande link naar de website van https://mugbookpublishing.wordpress.com/ is de bundel gratis te downloaden.

.

hond

.

als je dood bent

neem ik een hond

je bent onbeschaamd

en ik haat je, zei ze

wat zou ik daarop kunnen zeggen?

het is niets bijzonders, dat we samen zijn

of

de kracht van de hartstocht is raadselachtig

of

reden genoeg om de tegenwind te koesteren

in elk geval leek het

een avondvullende voorstelling te worden

als je dood bent

neem ik een hond, zei ze

een hond zou dat nooit zeggen…

.

.

Runners up van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Annette Akkerman en Cecile Koops

.

De jury van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd koos niet alleen de drie prijswinnaars maar ook twee runners up. Dit zijn de dichters Annette Akkerman en Cecile Koops met hun respectievelijke gedichten ‘IJsgang’ en ‘Het getij van de zomer’. De jury schrijft in haar juryrapport over deze twee gedichten:

.

IJsgang

‘ijsgang’ is een onrustig en tevens verontrustend gedicht. 

 

Er worden hier en daar grote woorden gebruikt voor het weergeven van een ingrijpende toestand. Een te verdedigen keuze. Toch wint juist waar de dichter gas terugneemt het gedicht aan zeggingskracht. Is het daar het meest indringend.

‘je liet me een filmpje zien van ijsberen

die door het ijs zakten’

en

‘je zei, alle mensen zijn ijdel 

en dwong me in de spiegel te kijken, ik zag

hoe de witkalk boven het bed afbladderde

er gaat niets boven de stilte van de toendra
de ondergrond bevroren, de lucht grijsblauw’

Wat in dit deel van het gedicht goed werkt is de sentimentloze beschrijving. Een sterk contrast met de ernst van de situatie. Ook het feit dat de dichter hier de zinnen in elkaar laat overgaan draagt bij aan de overtuigingskracht. Het lijkt een maalstroom. Een vorm die de voelbare ‘waanzin’ ondersteunt, zelfs onderstreept. Dit dunner geschreven fragment zorgt er ook voor dat de drie volgende regels meer aankomen en beklijven. De dichter schreef vervolgens door, maar had met deze indringende regels ook het gedicht kunnen laten eindigen:

‘daar dacht ik aan toen je me bij mijn strot greep
schreeuwde dat de nachten al bezig waren

ineen te krimpen’

 

Het getij van de zomer

Een sterke eerste strofe waarin de dichter het aantal voorbeelden zorgvuldig  heeft gedoseerd. Het zijn er precies genoeg om iets duidelijk te maken en de lezer mee te nemen naar strand en duinen. En het zijn er precies genoeg om hem, daar eenmaal aanbeland, niet af te laten haken. De goed gekozen woorden, de klanken in samenhang, ze zorgen voor een vloeiende beweging die rijmt met het onderwerp. 

‘Het getij van de zomer’ kent muziek. Is ritmisch en melodieus.

In de tweede strofe verandert de toon ietwat. Hier worden de klanken korter, minder slepend. Een overgang naar een andere sfeer met andere beelden.

Het gedicht is een reflectie op de vraag die de dichter in de slotstrofe in alle eenvoud maar daarmee zeker niet minder poëtisch beantwoordt.

.

ijsgang

.

we spraken nachtenlang over zwijgen
je woorden zogen zich vast aan mijn lippen
de lakens in ons bed verkleefden
tot schimmige ijsschotsen

.

je liet me een filmpje zien van ijsberen
die door het ijs zakten
ik zag de wereld door jouw ogen
ten onder gaan

.

je stroopte met je nagels de huid
van mijn armen, liet horen hoe het krijt
piepte op het krijtbord van je zoon

.

je zei, alle mensen zijn ijdel
en dwong me in de spiegel te kijken, ik zag
hoe de witkalk boven het bed afbladderde

.

er gaat niets boven de stilte van de toendra
de ondergrond bevroren, de lucht grijsblauw
daar dacht ik aan toen je me bij mijn strot greep
schreeuwde dat de nachten al bezig waren
ineen te krimpen

.

door het dakraam kleurde een verse dag
ik worstelde me uit het bezwete bed
stopte mijn koffers vol met vergeten
vond eindelijk mijn stem in de arctische wind

.

Het getij van de zomer

.

Vreemd dat zee-gedichten vaak verstild zijn;
wind stuift over zand, het helmgras wuift en veegt,
golven breken hun ritme op een kustlijn.                
Op wat konijnen na, zijn de duinen leeg.
 .
Hebben dichters geen oog voor de topdrukte
die zich voordoet bij de eerste zonnestraal?
In de wind wappert, aan een gejutte paal
voor een kuil, een handdoek ter markering.
 .
Tot het uiterste gedreven, liggen – pal
aan zee – menselijke krabben zij aan zij.
Met de billen in het rulle zand gedrukt,
te midden van geoliede lichamen,
beelden ze zich stiekem in alleen te zijn.
 .
In de drukte aan zee valt eenzaamheid weg,                      
totdat ’s avonds iedereen wordt weggespoeld
naar hun eigen stad en hun vertrouwde grond.      
In rust en tijd versmelten land, lucht, water.
Juist dan wandelen dichters met pennen rond.

.

Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Monica Boschman

.

De derde prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is gewonnen door Monica Boschman met haar gedicht ‘Voorbij Maas en Waal’. De jury schrijft over dit gedicht in haar juryrapport:

.

Al bij de eerste woorden neemt de dichter de lezer mee een herinnering in. Een haarscherpe herinnering, de beelden zijn helder. Door in te zoomen op een detail wordt deze terugblik onmiddellijk tot leven gewekt.  

Het onverwachte en bijna terloops aandoende 

 

‘(…) en dingen waarvan je zou willen 

dat ze anders waren.’ 

 

in de tweede strofe valt op, intrigeert. Mede vanwege het contrast met het gedetailleerde voorgaande en het veelzeggende van het nu niet nader benoemde.  In de derde strofe wordt er verder afstand genomen, met zinnen als

 

‘(…) De toekomst 

rolde zich op tot een laatste thuiskomst.’ 

en 

‘Tijd laat zich niet rekken.’ .

 

Ze zijn concluderend, enigszins nuchter te noemen. Er wordt melding gedaan van een gegeven. Het vervolg voorkomt het verlies van aandacht. De dichter laat het algemene gezegde los en trekt de lezer de persoonlijke ruimte in.

 

‘Midden in de kamer staat de veerman 

klaar.(…)’

 

Zowel de onverwachte locatie als de poëtisch geformuleerde vragen die hierop volgen, verhoeden dat het te sentimenteel wordt. Ook zorgen ze ervoor dat een niet fonkelnieuwe metafoor toch fris aandoet en wakker maakt. Het is diezelfde vraagstelling die ook belet dat het gedicht te kabbelend wordt en daarmee spanningsloos. 

‘Voorbij Maas en Waal’, want dat is het gedicht waar het over gaat, doet persoonlijk aan, maar overstijgt het particuliere. In sobere en heldere bewoordingen wordt een groot thema aangeraakt. Dat dit gedicht slechts één bijvoeglijk naamwoord bevat, is geen gemis. Integendeel. Dit is volledig in harmonie met de andere keuzes die de dichter maakte. 

Niet alleen stijlregister, maar ook beeldgebruik, strofe-indeling, wisselingen in tijd en perspectief, en de subtiele samenhang in klank zijn hier passend, ondersteunend en in evenwicht. Ze ogen natuurlijk. ‘Voorbij Maas en Waal’ is beheerst, het vliegt nergens uit de bocht. Ook in die dosering toont zich de dichter. 

.

Voorbij Maas en Waal

.

Aan het eind van de straat liepen we

tegen de rivier aan. Twee fietsers zochten

naar de plek waar de pont zou aanmeren.

 .

Wij bleven aan deze kant van het water

voor wijn en vis in het café, verhalen over

verleden en dingen waarvan je zou willen

 .

dat ze anders waren. De toekomst

rolde zich op tot een laatste thuiskomst.

Tijd laat zich niet rekken.

 .

Midden in de kamer staat de veerman

klaar. Hoeveel moet je nog inleveren

voor het vertrek? Welke grap vertel je

 .

tijdens de overtocht over de munten

op je ogen? Water draagt een lach

naar hier. Ik luister, blijf nabij

 .

aan deze kant van de rivier.

.

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Marie-Anne Hermans

.

De tweede prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is gewonnen door Marie-Anne Hermans met haar gedicht ‘100%’. De jury schrijft over dit gedicht in haar juryrapport:

.

De schoonheid van een gedicht zit vaak erin dat de tekst deels begrijpelijk en deels onbegrijpelijk is. Dat het daarmee aanzet tot denken. De lezer vraagt je af: wat is hier aan de hand? In het gedicht dat wij de tweede prijs geven is naast deze begrijpelijkheid/onbegrijpelijkheid de sfeer heel belangrijk. Met relatief eenvoudige, korte zinnen wordt deze sfeer meteen gezet.

Een citaat:

 

Achter mij ligt het matras

en ik denk aan gister, aan de dag

dat ik nog 18 was.

 

Het gaat om het gedicht 100%, de eerste zin luidt “Uw pauzegedrag is 100%”.  Zo meteen zal de dichter zijn of haar gedicht voordragen.

Maar we willen nog wijzen op een aantal vondsten in het gedicht: “dreunende aanwezigheid”, “puberaal gezwijg” en de op een na laatste zin: “Ik offer aan de wrede godjes”. We merkten hiervoor op dat bij veel inzendingen er naast voortreffelijke zinnen en passages vaak ook mindere stukken zitten. Maar het gedicht 100% is in zijn geheel sterk. Het speelt in tijden van Corona, het thema is misschien isolatie, afgrenzing. Maar je kunt er ook veel andere dingen in lezen.

De zin “Boven hangt het puberaal gezwijg” verwijst naar een ander, maar het contact met hem of haar ontbreekt of is mislukt. De medemens is onbereikbaar geworden; zowel buitenshuis als bij de puber in huis. Herkenbaar voor wie in deze tijd vanwege Corona veel thuis heeft moeten zitten? Daarmee is het enerzijds een eigentijds gedicht, anderzijds ontbreken de klassieke thema’s niet. Een tweede plek waardig in deze wedstrijd.

.

100%

.

Uw pauzegedrag is 100%

zegt de computer.

Het beeld schermt mijn hoofd af

van creatieve gedachten.

 .

Achter mij ligt het matras

en ik denk aan gister, aan de dag

dat ik nog 18 was.

 .

In huis loopt het maar heen en weer:

de rusteloosheid van de dagen,

de dreunende aanwezigheid

van altijd meer.

 ,

Boven hangt het puberaal gezwijg

en ik blijf verzoening zoeken

met onderbrekingen van tijd

die niet de mijne is.

 .

Ik offer aan de wrede godjes

van de alomtegenwoordigheid.

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Sara De Lodder

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is Sara De Lodder met haar gedicht ‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’. Van harte gefeliciteerd met deze prijs. In totaal deden er 186 dichters mee met de wedstrijd. Sara De Lodder kreeg uit handen van de burgemeester van Albrandswaard, Jolanda de Witte, de eerste prijs (een beeldje van Lillian Mensing) uitgereikt.

.

De jury schrijft in haar juryrapport over de inzendingen en hoe men te werk ging:

“Er waren 186 inzendingen, waarvan na een voorselectie er 33 overbleven. Als jury hebben we ons gebogen over deze shortlist. De gedichten kregen we anoniem. We wisten dus niet wie er achter de gedichten schuilgaan.

De inzendingen waren heel divers. Van traditioneel, tot experimenteel, lang en soms zeer kort. We hebben gelet op de samenhang binnen het gedicht, originele woordkeuzes, aansprekende beelden, kortom: kwaliteit en oorspronkelijkheid. 

Maar een beeld moet wel kloppen, hoewel dat natuurlijk deels persoonlijk is. We troffen op zichzelf prachtige poëtische zinnen aan, die verder geen functie binnen het geheel hadden. Ze misten lading en betekenis. Datzelfde is te zeggen over beelden die elkaar soms tegenspraken. Het blijkt hoe moeilijk het is een gedicht lang de kwaliteit hoog te houden.

Maar er is genoeg potentieel bij veel van de 33 gedichten. Met aandachtige herlezing zouden deze zich kunnen ontpoppen als sterke en overtuigende exemplaren. In ons juryoverleg zeiden we regelmatig tegen elkaar dat een gedicht beter zou zijn geworden met wat redactie. Ons advies aan dichters, leg je werk voor aan kritische meelezers.

Het thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’, ontleend aan een gedicht van Jules Deelder, werd over het algemeen zeer divers geïnterpreteerd door de inzenders. In meerdere gedichten is ingegaan op de gevolgen van de coronacrisis, met name op het ontbreken van lijfelijke nabijheid van de medemens. Door de een als een gemis ervaren en door een ander duidelijk als een rustmoment, een zegen zelfs, gevoeld. 

Interessant is dat maatschappelijke poëzie de laatste tijd erg in opkomst is. Een mooi voorbeeld hiervan is het collectief ‘De Klimaatdichters’. Opmerkelijk is dat dit bij de inzendingen weinig is terug te zien. Veel poëzie is toch naar binnen gericht. Daar is overigens niets mis mee.”

 

Het winnende gedicht

De jury (Alek Dabrowski, Evy Van Ende, Sabine Kars) schreef over het winnende gedicht in het juryrapport:

.Dit gedicht sprong er voor ons onmiddellijk uit, vooral wat betreft de originaliteit van de metafoor die erin opgevoerd wordt. Het fysieke liefdesspel wordt voorgesteld als in elkaar passende winkelkarretjes, lichaamsdelen passeren als koopwaren op de band aan de kassa van een supermarkt. De kassajuffrouw wordt op rauwe wijze gedenigreerd (of is het net opgewaardeerd?) tot lustobject.  De dichter heeft het over “het naakte, malse vlees”.

Het gedicht bevat daarnaast een aantal zeer mooie vondsten die het rammelende, onwaarschijnlijke karakter van die metafoor onderschrijven. “Om ter bangst” en “het ijzer als navelstreng” vonden we poëtisch zeer sterk. 

‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’ is ruw en teder tegelijk. Een subtiele combinatie die ook binnen de zinnen zelf tot uiting komt. Zoals in:

‘Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je
terug wil is nooit in een kamer’

De reflectie in:
‘Wij breken iedere dag weer los –
ik zoek mijn melk in vreemde schappen’

zet de lezer soepel aan tot overpeinzing. Om daar vervolgens snel weer uit en terug naar het nuchtere hier en nu in de supermarkt gehaald te worden, door het verrassende:

‘Zegeltjes?’


Ook het slotvers van het gedicht kon ons erg bekoren. Het beeld van een karretje verloren in de tuin is erg mooi. Het riep een ongerijmd, eenzaam beeld bij ons op dat uitnodigt tot mijmeren over de absurditeit, de verlatenheid van de liefde. 

.

Hoe wij als karretjes in elkaar passen

.

Neem wangspek, een paar malse dijen en een schouderblad

of twee, om ter bangst, ter liefst

 .

Neem je binnenoor, het is een archief

met die precisie hoe je luistert

 .

Neem mij, tegen de stroom in, naar jou

keer ik altijd terug

 .

Neem kassajuffrouw acht, je wil haar

rauw tussen al je spullen op de band: zoveel euro,-

ze imiteert een schoot, je denkt aan een moeder, dat vol

naakte, malse vlees, alles

wat ze aanraakt mag ze hebben

 .

Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je

terug wil is nooit in een kamer

Maar als karretjes die na lange dag in de supermarkt terug in

elkaar gaan, het ijzer als een navelstreng

 .

Wij breken iedere dag weer los –

ik zoek mijn melk in vreemde schappen

 .

Zegeltjes?

 .

Eén enkele keer bracht ik zo’n karretje thuis:

nergens stond het meer verloren als in mijn tuin.

 


Wie wordt nummer 7?

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

.

Vandaag wordt in kasteel Rhoon bekend gemaakt wie de winnaar is van de 7e editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. In 2009 begon ik op dit blog een poëziewedstrijd. De winnaar van de eerste editie was Jeer https://woutervanheiningen.wordpress.com/2009/01/15/de-winnaar-van-de-gedichtenwedstrijd-is-bekend/ de jury destijds bestond uit Ruben Philipsen en Loes van Vliet en er waren 35 inzendingen.

In 2010 waren er al 85 inzendingen en ging de eerste prijs naar Marije Zijlstra https://woutervanheiningen.wordpress.com/2010/05/03/winnaar-van-de-gedichtenwedstrijd-2010/  de jury bestond uit Otto Zeegers en Pero Senda.

In 2011 waren er al 120 inzendingen en de winnaars (er was toen een prijs voor volwassenen en een voor jeugd) waren Tugba Nur Karkide (jeugd) en Janine Huson (volwassenen). De jury werd gevormd door Bep van Wely en Henriette Faas. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2011/05/24/uitslag-gedichtenwedstrijd-2011/

In 2012 was ik inmiddels bestuurslid van Ongehoord! en besloot het bestuur dat we mijn gedichtenwedstrijd zouden voortzetten als de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd waarvan vandaag dus de prijsuitreiking is van alweer de 7e editie (in 2018 en 2019 waren er geen edities).

In al die jaren heb ik vele prachtige dichters en gedichten zien langs komen, beginnende dichters, ervaren dichters, bekende en (voor mij) onbekende dichters. En elke keer is het weer een verrassing wie er nu weer tot de prijswinnaars behoren. Vanaf morgen lees je vier dagen lang wie de prijswinnaars waren en wie de runner ups. Vandaag nog een terugblik met een gedicht van een dichter die in 2013 winnaar was van de 2e editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. Uit haar debuutbundel ‘Atlas van de tijd’ het liefdesgedicht ‘Mank’.

.

Mank

.

Verder dan de wandeling
die mensen wil veranderen in
zwarte stippen aan de horizon

.

stiller dan een schemering
die met het daglicht mediteert
en in de nacht berusten zal

.

wat samenzijn bijzonder maakt
kan geen taal beschrijven
het woord gaat mank bij jou en mij

.

 

%d bloggers liken dit: