Categorie archief: Nieuws

Happy New Year!

2021

.

Lieve lezers van dit blog, 2021 is een feit en ik wens een ieder een mooi, gezond en ( uiteindelijk) pandemievrij jaar toe. Om het jaar goed te beginnen een gedicht van mijn hand over de dichter, onderwerp van al mijn blogberichten.

.

De dichter

.

Ben niet vertaald

in ’t Portugees

niet in het Duits of

in het Frans

.

Ik schrijf hier

slechts mijn verzen

voor vriend, familie

en wat fans

.

Toch weet ik

in alle talen

wat het betekent

poëet te zijn

.

Want poëzie mijn

beste lezers

is er in ’t groot

en ook in ’t klein

.

Voor soms die ene lezer

voor vaak de stille dag

maar altijd voor degene

die poëzie vermag.

.

                                                                                                                 De Poëet: Zadkine ( Knokke-Heist)

Herkansing

CPNB

.

De CPNB, Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, stuurde mij dit jaar voor kerst en oud & nieuw een prachtige kaart op A4 met het gedicht  ‘Herkansing’ van Charlotte Van den Broeck. En omdat ik weet dat niet iedereen warme banden met het CPNB onderhoud (dat zou ook vreemd zijn) en dus niet iedereen die prachtige kaart met dito gedicht thuis gestuurd krijgt, wil ik hem hier met jullie delen. Als een indirect Oud en Nieuw cadeau van mij, via de CPNB (dank), voor jullie, mijn lezers.

Ik wens je een heel mooi, poëtisch, gezond en voorspoedig 2021!

.

En dan stopt het

Alfred Schaffer

.

Als je, zoals ik, al vele jaren poëzie leest, erover schrijft en met poëzie bezig bent, dan denk je dat je de meeste dichters uit Nederland toch wel tenminste van naam kent. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik hoorde dat Alfred Schaffer de P.C. Hooftprijs voor poëzie is toegekend in 2021. Wie dacht ik? Ik kom er steeds meer achter dat hoe meer ik poëzie lees en denk te weten hoe minder ik van poëzie weet. Dat is een vreemde ervaring maar tegelijkertijd ook een prettige constatering, tenslotte blijft er altijd iets te leren, te weten te komen of mee verrast te worden.

Alfred Schaffer dus. geboren in Leidschendam (vlakbij nog wel) in 1973, verhuisde hij na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde en Film- en theaterwetenschappen aan de Universiteit Leiden naar Zuid Afrika waar hij in 2002 promoveerde en aan de slag ging als docent moderne Nederlandse letterkunde. Van 2007 tot 2010 was hij fondsredacteur bij De Bezige Bij in Amsterdam, en redacteur van het tijdschrift ‘Bunker Hill’, dat in 2008 werd opgeheven. Hij keerde in 2011 terug naar Zuid-Afrika en werd docent bij de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch. Hij is ook medewerker voor poëzie van De Groene Amsterdammer en de Zuid-Afrikaanse dagbladen Die Burger en Beeld.

Als dichter debuteerde hij in 2000 met de bundel ‘Zijn opkomst in de voorstad’. Daarna volgde nog verschillende bundels en daarvoor werd hij meerdere malen bekroond of genomineerd voor literaire of poëzieprijzen. Zo ontving hij onder andere de Jan Campertprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de Paul Snoekprijs en werden zijn dichtbundels maar liefst drie keer genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Ook stelde hij bloemlezingen samen van moderne Afrikaanse poëzie samen met Antjie Krog, van het werk van Elisabeth Eybers en van het werk van H.H. ter Balkt.

De jury van de P.C. Hooftprijs noemde zijn werk in haar rapport volstrekt oprecht en zonder pretenties en poëzie die zich onderscheidt door een sprankelende veelstemmigheid. Door de P.C. Hooftprijs is mijn kennis van de dichters uit het Nederlands taalgebied weer wat toegenomen en daarom het gedicht ‘En dan stopt het’ uit zijn debuutbundel uit 2000.

.

En dan stopt het

.

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.
.
De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak –
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:
.
daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.
.
Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

.

Foto: Trouw

MUG #5 is er!

Een nieuw (mini) poëziemagazine

.

Een dag als alle andere. Geen zin, geen woord, je ZOOM-top aan en klaar voor het thuiskantoor of fileleed. En bij thuiskomst of bij thuisblijf, weer geen brief. Of wacht even. Kijk nog eens, op je deurmat. Ja! daar ligt ie. Hij ligt er echt. Een pakketje poëzie verpakt in woorden vol belofte. En wat gebeurt er? Het licht is ineens zachtjes gaan schijnen, de luikjes gaan open, de wereld lacht. Gauw! Ga je tanden poetsen en begin daarna met lezen.

Met veel plezier presenteren wij, Marie-Anne van Poetry Affairs die zulke geweldige voorwoorden schrijft zoals hierboven , Bart van Brrt.Graphic.Design en ikzelf namens MUGbooks, de nieuwe MUGzine #5. De laatste editie van dit jaar want volgend jaar gaan we door met het publiceren van dichters uit Nederland en Vlaanderen in combinatie met kunstenaars en illustratoren.

In #5 staan gedichten van de volgende veelbelovende dichters en aanstormende talenten: Marloes van der Singel, Mattijs Deraedt, Sara De Lodder en Nele Bruynooghe. De illustraties zijn van de zeer getalenteerde illustrator en tekenaar Lies Schroeyen.

MUG verwondert zich dit keer over the morning-after. Het feest is geweest en het was goed want je herinneringen ben je kwijt. De dagen grijs, het uitzicht grijs, je grijze massa gelijk je grijze haren. Of zoals onze Luule het zo mooi kan zeggen:

.

Ze lag erbij als de gedekte tafel

na afloop van het feest. Het randje

was er nu wel af. De glazen waren

om. Het raam geopend voor

de allerlaatste sprong.

.

MUGzine is gratis te downloaden via http://mugzines.nl/ maar misschien wil je wel de papieren versie ontvangen? Of wil je niet alleen dit nummer maar ook alle vorige nummers (#1 t/m #4) met poëzie van onder andere Daniel Dee, Elfie Tromp, Runa Svetlikova, Serge van Duijnhoven en Sabine Kars, ontvangen? Dat kan. Word donateur voor een jaar en ontvang alle nummers van dat jaar via de post thuisgestuurd. Voor meer informatie kijk je op http://mugzines.nl/word-donateur

Als voorproefje hier alvast een gedicht van Mattijs Deraedt getiteld ‘Bizon’ (dit gedicht staat niet in de MUG #5).

.

Bizon
.
Na de trip hield ik mijn geslacht vast
als een gewond dier
en leidde het naar de drinkplaats.

De vacht van de reuzenbizon werd weer een tapijt
en de spiegel klom terug de muur op.

Het ei dat in mijn borstkas had gegloeid was uitgelopen.
Ik doopte mijn handen in de regenplas op de tuintafel
en legde ze op mijn wangen.

Onder elk gezicht groeit een ander
en in elk kattenhaar gaat een lichtjaar schuil.

.

Les in poëzie

Korte gedichten

.

Na een gastles op het Lyceum Rotterdam was ik opnieuw gevraagd door vriend Bart (docent Nederlands) maar nu voor een gastles aan de Montessori MAVO Rotterdam voor een brugklas. Omdat de lesuren hier 80 minuten duren (in tegenstelling tot het Lyceum waar ze 50 minuten duren) had ik mijn lesstof uitgebreid. Dit keer niet alleen een korte introductie over het korte gedicht met een uiteenzetting van de haiku, het elfje en de luule maar dit keer aangevuld met het naamgedicht of acrostichon.

Een acrostichon (ook: naamdicht of lettervers) is een gedicht waarvan bepaalde, meestal de eerste, letters van iedere regel of strofe, achter elkaar gelezen zelf ook een woord of zin vormen. Betreft het niet de eerste, maar de middelste letters, spreekt men ook wel van een mesostichon. Het woord acrostichon is een samenvoeging van de Griekse woorden akros (uítstekend) en stichos (rij, vers).

Misschien het de beroemdste maar niet perse bekendste naamgedicht is de tekst van het Nederlandse volkslied, het Wilhelmus, waarvan de eerste letters van de coupletten in de originele spelling samen de naam ‘Willem van Nassov’ vormen. In de tijd dat het Wilhelmus werd geschreven waren de u en de v uitwisselbaar.

Dit keer een kleine klas met 12 leerlingen maar de resultaten waren opnieuw verrassend. Na soms een aarzelende start schreven alle leerlingen een gedicht (de meeste een elfje of een naamgedicht). Sommige leerlingen bleken over een goeie fantasie te beschikken. Hier een paar voorbeelden van een luule (in dit geval een klankgedicht), een naamgedicht en twee elfjes.

.

Gesprek

.

bla bla

bla bla

bla bla

bla bla

SCHREEUW

bla bla

bla bla

bla bla

SSST….

.

Lekker buiten

In de zon

Super gezellig met elkaar

Appeltaart erbij en klaar

.

Tas

op school

met de fiets

huiswerk moet je maken

zwaar

.

Potlood

schetsen maken

en dan overtrekken

uitgummen en dan klaar

kunstwerk

.

Sinterklaas

Bruun

.

Het is bijna pakjesavond en dan ontkom je niet aan gedichtjes of rijmpjes schrijven voor degene met wie je Sinterklaas viert. Sinterklaasgedichten zijn altijd rijmend en vaak nog slecht rijmend ook maar dat heeft ook wel weer zijn charme.
Ik ben op zoek gegaan naar een grappig Sinterklaas gedicht en heb die gevonden op de website thebestsocial.media

Het gedicht is van ene Bruun, geen idee wie het is maar het gedicht dat hij schreef is de moeite waard.

.

Vertwijfeld zat de Sint aan zijn bureau,

met een writer’s block en een lege fles bordeaux.

Hij roestte bijna aan zijn stoel vast,

en sjokte uitgehongerd naar de koelkast.

Daar verzuchtte hij,

terwijl hij achterin een zakje sla vond,

‘wat rijmt er in hemelsnaam op pakjesavond?’

.

 

 

Poëzieles

Lyceum Rotterdam voor Kunst, Wetenschap & Ondernemen

.

Pas geleden werd ik door Bart, een vriend gevraagd om bij hem op school (hij is docent Nederlands en Geschiedenis) een gastles te geven over poëzie. Afgelopen vrijdag was het zover en mocht ik voor twee brugklassen van het Lyceum Rotterdam voor Kunst, Wetenschap & Ondernemen bij de klassen 1C en 1F een gastles verzorgen.

Omdat het hier twee brugklassen betreft en een les maar 50 minuten duurt moest ik het kort en bondig houden en ik wilde de leerlingen zelf ook aan het werk zetten. Daarom heb ik gekozen voor een korte introductie over het kleine gedicht (of het korte gedicht), iets uitgelegd over drie vormen; de haiku, het elfje en de luule en vervolgens mochten de leerlingen een van deze vormen kiezen en er mee aan de slag.

De regels omtrent de haiku en het elfje zijn denk ik wel bekend. Haiku; drie regels met respectievelijk 5,7 en 5 lettergrepen per zin, waarbij een  zintuigelijke ervaring naar voren komt. Elfje, een gedicht met 11 woorden waarbij de 1e zin 1 woord bevat, de 2e zin twee, de 3e zin 3, de 4e zin 4 en de 5e zin weer één woord dat een soort samenvatting geeft van de voorgaande zinnen.

De Luule is voor veel mensen denk ik onbekend omdat dat een vorm is die ik samen met mijn partner van Poetry Affairs in MUGzines heb bedacht. In het kort: Een Luule is losse, vrije vorm die niet gebonden is aan enige regel, het kan rijmen maar hoeft niet en heeft wel of juist geen titel. In de praktijk is een luule 3 tot 5 regelig maar kan ook korter of langer zijn. Een luule heeft een poëtische inslag en kan aanzetten tot nadenken of juist grappig zijn. Luule heeft een eigen instagramaccount @l.uule en is sinds de oprichting het kleinere zusje van MUGzines.

De leerlingen kozen alle drie de vormen, sommige maakte van elke vorm een voorbeeld en uiteindelijk hebben alle leerlingen van klassen 1C en 1F een gedicht ingeleverd bij mij.

In vrijwel elk gedichtje, of ze nu helemaal klopte met de regels of niet, zat wel iets bijzonders. Iets grappigs, iets persoonlijks, iets moois of juist iets verdrietigs. Volgens mij hebben de leerlingen van beide klassen dan ook begrepen waar poëzie om draait. En omdat ik heb hen beloofd heb van elke klas er een paar uit te kiezen die ik leuk, grappig, ontroerend of gewoon goed vind, hier drie voorbeelden uit klas 1C en 1F.

Uit klas 1C:

.

Een vliegtuig is geen tuig

want als het wel zo was

dan zouden we grotere

gevangenissen nodig hebben

(Luule)

.

De planten zijn blauw

huilend in de harde wind

het gras is roze

(Haiku)

.

Dichter

op school

in onze klas

wie maakt het gedicht

vraagteken

(Elfje)

.

en uit klas 1F:

.

Vergis

.

straten stil

waren m’n voetstappen

maar achteruit

(Luule)

.

Dansen

trends volgen

veel hashtags plaatsen

heel veel likes krijgen

Tiktok

(Elfje)

.

In een donker huis

op tafel brandend kaarslicht

in de stilte daarin

(Haiku)

.

Barack Obama

Pop

.

Deze week werd het eerste deel van de memoires van oud president van de Verenigde Staten, Barack Obama gepresenteerd getiteld ‘A Promised Land’. Woensdagavond was een bijzonder interview met Obama door schrijver Tommy Wieringa te zien bij Nieuwsuur en in het programma Op1, later die avond, werd over dat interview en het boek nagepraat. In die napraat werd terloops door Tommy Wieringa gemeld dat Obama niet alleen veel leest maar dat hij ook schrijver is en gedichten heeft geschreven. Tsja, dan weet je als lezer van dit Blog inmiddels genoeg. Daar wil ik dan meer over en van weten.

Op zoek naar de poëzie van Barack Obama kwam ik op de website van The New York Times terecht op een pagina uit 2008. Daar staat het volgende te lezen:

“Hieronder volgen twee gedichten van Barack Obama die werden gepubliceerd in het voorjaarsnummer van 1981 van ‘Feast’, een literair tijdschrift voor studenten van 51 pagina’s dat zichzelf omschreef als ‘een halfjaarlijks tijdschrift met korte poëzie en fictie verzameld door de Occidental College-gemeenschap’. Volgens een woordvoerder van de universiteit wordt het tijdschrift niet meer gepubliceerd. Twee gedichten waarvan ik het eerste (en wat mij betreft beste) gedicht hier plaats. Wil je meer lezen dan kun je hier terecht https://www.nytimes.com/2008/05/18/us/politics/18poems.html?ref=oembed

.

Pop

.

Sitting in his seat, a seat broad and broken
In, sprinkled with ashes
Pop switches channels, takes another
Shot of Seagrams, neat, and asks
What to do with me, a green young man
Who fails to consider the
Flim and flam of the world, since
Things have been easy for me;
I stare hard at his face, a stare
That deflects off his brow;
I’m sure he’s unaware of his
Dark, watery eyes, that
Glance in different directions,
And his slow, unwelcome twitches,
Fail to pass.
I listen, nod,
Listen, open, till I cling to his pale,
Beige T-shirt, yelling,
Yelling in his ears, that hang
With heavy lobes, but he’s still telling
His joke, so I ask why
He’s so unhappy, to which he replies…
But I don’t care anymore, cause
He took too damn long, and from
Under my seat, I pull out the
Mirror I’ve been saving; I’m laughing,
Laughing loud, the blood rushing from his face
To mine, as he grows small,
A spot in my brain, something
That may be squeezed out, like a
Watermelon seed between
Two fingers.
Pop takes another shot, neat,
Points out the same amber
Stain on his shorts that I’ve got on mine, and
Makes me smell his smell, coming
From me; he switches channels, recites an old poem
He wrote before his mother died,
Stands, shouts, and asks
For a hug, as I shrink, my
Arms barely reaching around
His thick, oily neck, and his broad back; ’cause
I see my face, framed within
Pop’s black-framed glasses
And know he’s laughing too.

.

Aan een president

Walt Whitman

.

Daags nadat bekend werd dat Joe Biden (1942) de nieuwe en 46ste president van de Verenigde Staten wordt wil ik graag een gedicht plaatsen dat een relatie heeft met deze verkiezing. Ik ben dus op zoek gegaan en kwam uit bij de Amerikaanse dichter Walt Whitman (1819-1892).

Whitman was een Amerikaans dichter, journalist en essayist wiens dichtbundel ‘Leaves of Grass’ een mijlpaal betekende in de geschiedenis van de Amerikaanse literatuur. Whitman maakte in zijn poëzie gebruik van het vrije vers, met lange, ritmische versregels die hij ‘organisch’ liet groeien. Leaves of Grass’ wordt als een meesterwerk beschouwd, geapprecieerd om de rijke beeldentaal, de vranke, ongeremde uitdrukking, kortom een poëziebundel die een frisse wind liet waaien in de Amerikaanse literatuur.

Whitman trouwde nooit, verliet nooit Amerika, streefde nooit bezit en rijkdom na, behoorde tot geen enkele vereniging en ging liever om met gewone mensen dan met rijken, en hij was altijd optimistisch en vrolijk. Hij was een aparte, imposante verschijning, groot van gestalte, traag bewegend, tolerant, democratisch, ontvankelijk, en tegenover iedereen vrijgevig en van goede wil.

Terug naar de verkiezing van de democraat Joseph R. Biden Jr. en het bijpassende gedicht ‘To A President’ van Whitman. “To a President” is gericht aan James Buchanan, de voorganger van Abraham Lincoln. Whitman vond Buchanan één van de slechtste presidenten ooit, vandaar de toon van het gedicht. ( met dank aan Bout Vercnocke).  Hoewel ze elkaar nooit hebben ontmoet, werkten Abraham Lincoln en Walt Whitman elk aan een doel dat ze onbewust deelden: nationale eenheid. Lincoln’s doel als president van de Verenigde Staten was om de Unie te behouden, en Whitman promootte op dezelfde manier de eenheid onder de mensheid in zijn poëzie. Omdat Joe Biden een zelfde doel nastreeft (in tegenstelling tot de huidige president Trump) lijkt me dit gedicht heel toepasselijk. De vertaling is van mijn hand.

.

To A President

.

All you are doing and saying is to America dangled mirages,
You have not learn’d of Nature–of the politics of Nature, you have
not learn’d the great amplitude, rectitude, impartiality;
You have not seen that only such as they are for These States,
And that what is less than they, must sooner or later lift off from
These States.

.

Aan een president

.

Alles wat je doet en zegt is aan Amerika’s bungelende luchtspiegelingen,
Je hebt niets geleerd van de natuur – van de politiek van de natuur
je hebt niets geleerd van de grote omvang, rechtschapenheid en onpartijdigheid;
Je hebt niet gezien dat alleen zij die voor deze staten zijn,
En dat wat minder is dan zij, vroeger of later moet opstijgen
vanuit deze staten.

.

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

%d bloggers liken dit: