Categorie archief: Muziek

Lana Del Rey

Norman fucking Rockwell

.

Soms hoor je een liedje op de radio waarvan de tekst je intrigeert. Dat gebeurde bij het, overigens bijzondere mooie, nummer ‘Norman fucking Rockwell’ van zangeres Lana Del Rey (1985). Met name de zin ‘Your poetry’s bad and you blame the news’.

Norman Rockwell is een beroemde Amerikaanse schilder (1894 – 1978) van alledaagse gebeurtenissen uit het nieuws van midden 20ste eeuw. Hij was een realistisch en romantisch schilder en Lana Del Rey heeft duidelijk minder op met de stijl van zijn werk. Halverwege 2011 (vlak voor de aanvallen op de Twin Towers op 11 september in de New York) verscheen van Randall R. Freisinger de bundel ‘Nostalgia’s Thread: Ten Poems on Norman Rockwell Painting’ wat de kijk van Del Rey op zijn werk ongetwijfeld beïnvloed heeft; nostalgische gedichten over een geïdealiseerde wereld van de 20ste eeuw.

De tekst van ‘Norman Fucking Rockwell zegt verder genoeg.

.

Norman fucking Rockwell

.

Godamn, man child
You fucked me so good that I almost said, “I love you”
You’re fun and you’re wild
But you don’t know the half of the shit that you put me through
Your poetry’s bad and you blame the news
But I can’t change that, and I can’t change your mood
Ah ah
.
‘Cause you’re just a man
It’s just what you do
Your head in your hands
As you color me blue
Yeah, you’re just a man
All through and through
Your head in your hands
As you color me blue
Blue, blue, blue

.

Goddamn, man child
You act like a kid even though you stand six foot two
Self-loathing poet, resident Laurel Canyon, know-it-all
You talk to the walls when the party gets bored of you
But I don’t get bored, I just see you through
Why wait for the best when I could have you?
You

.
‘Cause you’re just a man
It’s just what you do
Your head in your hands
As you color me blue
Yeah, you’re just a man
All through and through
Your head in your hands
As you color me blue
Blue, blue

.
You make me blue
Blue, blue, blue
Blue, blue, blue

.

Namen noemen

Joan Armatrading

.

In de jaren ’80 luisterde ik veel naar de Engelse zangeres, songwriter en gitarist Joan Armatrading (1950). Dat begon met de single die ze uitbracht in 1980 getiteld ‘Rosie’. Toen ik meer van haar ging luisteren bleek ze over een breed scala aan muzikale invloeden te beschikken. Maar vooral haar teksten spraken me bijzonder aan. Vaak waren het prachtige liefdesliedjes maar ook maatschappelijk geëngageerde nummers. En soms iets van een heel andere aard.

Op haar album ‘The Key’ uit 1983 staat bijvoorbeeld het nummer ‘(I love it when you) call me names’. Het nummer gaat over de verschillende voorkeuren die mensen er op na houden als het gaat om (seksuele) genoegens. In dit geval de SM-achtige praktijken die beginnen met het noemen van namen (uitschelden), elkaar fysiek pijn doen en de bijbehorende verkleedpartijen. Joan is er duidelijk over: It’s their way of loving not mine.

.

(I Love It When You) Call Me Names

.

I just wanna see you at night
Don’t come round my house in the day
I love it when we start up a fight
And I love it when the fight ends your way

.

I love it when you call me names

.

I can’t wait to see you again
I know you’re gonna slap my face
you beat me up then beat me again
and over and over and over and over
And over and over

.

I love it when you call me names

.

Big woman
And a short short man
And he loves it
When she beats his brains out
He’s pecked to death
But he loves the pain
And he loves it
When she calls him names

.

She’s wearing heavy leather with lace
He dresses up in cowboy taste
They punish then they think up a crime
It’s their way of loving not mine

.

I love it when you call me names

.

Klipdrift

Serge van Duijnhoven

.

Ik wist dat dichter en performer Serge van Duijnhoven (1970) dichtbundels met CD’s heeft uitgegeven. Zo besprak ik in 2014 al de bundel/Cd ‘Vuurproef’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/02/24/dichters-dansen-niet-2/ na digitaal nader kennis te hebben gemaakt met Serge (na een bijzonder optreden bij de poëzieavonden van Daniel Dee in Walhalla in Rotterdam). ‘Vuurproef’ is het derde deel van een trilogie, waar ‘Bloedtest’ (2003) en ‘Klipdrift’ (2007) deel 1 en 2 waren.

En nu ben ik ook in bezit van deel 2 ‘Klipdrift’, gescoord in een kringloopwinkel in Brabant. Ook ‘Klipdrift’ is een uitgave van Dichters dansen niet dat naast Serge bestaat uit DJ Fred dB (Fred de Backer 1967).  Zij treden sinds 1999 met veel succes op in binnen- en buitenland onder de naam ‘Dichters dansen niet’ wat ook de naam is van de roman over het leven van een groepje jonge schrijvers (1995) dat ik destijds, toen het uitkwam al kocht en las.

Opnieuw een bundel met gedichten en de CD voor de ‘overall experience’ die Serge en Fred bieden. Opnieuw een overrompelende ervaring. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘ctrl alt delete’ .

.

ctrl alt delete

.

de oersprong is het oor

& in den beginne was het woord

.

om van de eisprong maar te zwijgen

we krijgen het koud

.

zijn al oud in onze jongste dagen

vragen nergens om

.

behalve einde

of een koude start

.

een nieuw begin

cut the crap

.

stilte zal komen

avond zal vallen

.

er is geen weg meer heen

geen weg meer terug

.

het venster klapt de toekomst dicht

elke tak torst duizend bladeren

.

aaneen

.

Ik ben een renner

Alex Roeka

.

Op verzoek vandaag een post over zanger en liedtekstdichter Alex Roeka (1945). In 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/02/02/alex-roeka/ schreef ik al eens over de poëtische kracht van zijn teksten en dat doe ik graag nogmaals.

Op het album ‘Zachtaardig vergooid’ uit 2010 staat het nummer ‘Ik ben een renner’. In dit nummer neemt Roeka je mee in het leven van een wielrenner dat vol staat met verwijzingen naar het leven dat iedereen leidt, vol verwachtingen, uitdagingen, vreugde, teleurstellingen en uiteindelijk de conclusie dat je op het laatst alleen overblijft. Een metafoor voor het leven. De vertolking van Roeka tijdens de Sint Willebrord Sessions Vol.1 geven de tekst nog een extra lading mee.

.

Ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Ik ken het gat dat valt

De zwarte sneeuw, het bijtend grint

De mensenzee die in je oren bralt

Het snijden van de wind

.

Ik ben een renner

Minstens duizend keer kapot gegaan

Heb dagen langs de kant staan wachten op een ander wiel

Om verder door de hel te kunnen gaan

Want ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Een soort beest dat jaagt

Op buit en prooi, roem en eer

En waar zelf ook op gejaagd wordt weer

Door gekken vol met gif

.

Ik ben een renner

Ze hebben me in de sloot geduwd

Me recht in mijn gezicht gespuwd

Om me te leren hoe het gaat

En dat je er nooit over praat

Want ik ben een renner

.

En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’

Daar hangen ze aan de bar

En roepen dronken naar elkaar

Dat ik de tour ooit nog eens win

.

Ik ben een renner

Ik voel me slap en ziek

Een zwabbervod, een noodsignaal

Als ik het nu niet haal

Dan is mijn toekomst de fabriek

En dat wil ik verdomme niet

Want ik ben een renner

.

En zie ineens is daar het wonder weer

En gaan mijn benen wondermooi te keer

In beheerste razernij

En is de glorie weer voor mij

Want ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Ik rij mijn levenskoers

Mijn dodenrit, mijn heldenstuk

Waar tussen verlies en winst

Niet meer dan een haartje zit

De luim van het geluk

Ik ben een renner

.

En wie mijn vriend is hier in deze trein

Zal na de volgende bocht mijn vijand zijn

Tot slot is er niet een

Op het laatst rij je alleen

Want ik ben een renner

.

En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’

Daar hangen ze aan de bar

En roepen dronken naar elkaar

Dat ik hem had kunnen winnen toen

.

Ik ben een renner

.

 

Terug naar de kust

Theun de Winter

.

Afgelopen week hoorde ik ergens op de radio het nummer ‘Terug naar de kust’ van Sjoukje Spijker of Maggie MacNeal. Terug naar de kust is een single afkomstig van het verzamelalbum ‘Zing je moerstaal’, het boekenweekgeschenk van 1976. Er werd voor dat project (dat bedacht werd door Ad Visser, presentator van Toppop) een combinatie gelegd tussen artiest en schrijver om het Nederlands repertoire meer onder de aandacht te trekken. Maggie MacNeal (van voorheen Mouth & MacNeal) werd gekoppeld aan de dichter Theun de Winter. Ze werd op dit nummer begeleid door het Gewestelijk Orkest voor Zuid-Holland in een arrangement van Ruud Bos.

Journalist, tekstschrijver en dichter Theun de Winter (1944) schreef de tekst in de Kerkstraat in Amsterdam. Het wilde maar niet vlotten, tot een novemberdag bij hem herinneringen opriep aan “zijn” Texel (hij groeide op in Den Burg), omringd door kust en zee. De tekst stond toen vlot op papier. Het nummer werd een redelijke hit, het bereikte de 8ste plaats in de top 40. Vanaf 1999 staat het nummer jaarlijks in de Top 2000 van Radio 2 (in 2020 op plaats 1898). Een aantal andere artiesten nam het nummer later ook op. Gerard Joling, Margriet Hermans en Rick de Leeuw haalden de hitparade er echter niet mee.

Andere dichters die gedichten en teksten aanleverde voor deze LP waren onder andere Jan Kal, Kees Buddingh’, Bert Schierbeek, Jules Deelder, Judith Herzberg, Nico Scheepmaker en Gerrit Komrij.

.

Terug naar de kust

.

.
.

Herman Pieter de Boer

Lenny Kuhr

.

Dat muziek troost kan bieden weten we allemaal, het aantal troostrijke liederen is enorm. Vaak wordt deze troost verkregen door de muziek, de melodie en als het helemaal meezit dan is het een combinatie van de muziek en de woorden die troostrijk is. In het geval van het lied ”s Nachts bij het open raam’ van Lenny Kuhr durf ik te stellen dat het toch ook vooral de woorden, de liedtekst of het gedicht waaruit het lied bestaat, de troost biedt.

Herman Pieter de Boer ken ik nog van zijn bundels met korte verhalen uit de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw maar ook als dichter en liedtekstdichter is hij bijzonder. De muziek bij het gedicht ’s Nachts bij het open raam’ komt ook al van een grootheid namelijk van Franz Schubert. Het lied staat op de CD ‘Stemmen in de nacht’.

.

’s Nachts bij het open raam

.

De maan zo mooi, van wolken vrij

zo zoel, een zomerlichte nacht

verzonken in mijn mijmerij

heb ik steeds aan jou gedacht

en hoe jij zomaar bent gegaan

zo zacht naar een ander bestaan

.

je bent niet meer, maar toch en toch

ik ben nog altijd niet alleen

bijna nabij voel ik je nog

je adem en gedachten om mij heen

bijna nabij, ik voel je nog

je adem om mij heen

.

bewegingloos bij ’t open raam

het lijkt of iets er naar me wenkt

het glimlacht zacht en zegt mijn naam

ben jij het die daar even aan mij denkt

het eerste licht, voorbij de nacht

was jij dat die aan mij dacht

 

.

Free image/jpeg, Resolution: 3863×2881, File size: 1.57Mb, cloudy Night sky with full Moon through open window, illustration

Het regent zonlicht

Koos Meinderts

.

KoosMeinderts ken ik al heel lang van naam en schrijven. Samen met Harrie Jekkers schreef hij onder andere ‘Tejo’ en andere verhalen en ze schreven samen aan de liedjes van het Klein Orkest. Koos Meinderts is daarnaast een zeer begenadigd jeugdboekenschrijver én dichter. Zo kwam ik via via aan het boek ‘Het regent zonlicht’. .

Voor dit boek uit 2010 draaiden Koos Meinderts en Annette Fienieg de rollen eens om: Annette Fienieg maakte kleurrijke, poëtische prenten, waardoor Koos Meinderts zich liet inspireren tot bijpassende gedichten. Over een zeemeermin op weg naar Kopenhagen, over een jongen die mooie meisjes spaart, over een koning die uit wandelen gaat, over Maite Maria, die op haar soldaat wacht en over een moeder met een dochter van glas. Deze moeder en dochter komen voor in het gedicht ‘Het regent zonlicht’.

.

Het regent zonlicht

.

Het regent zonlicht
op de wereld,
op het meisje in het gras.

,
Hoor haar moeder
zingt een liedje
voor haar dochtertje van glas:

,
God behoed haar
voor de kraaien
en de allereerste kras,
voor de hobbels
en de kuilen
en het snijden van het gras.

.

Volgens de tekst op zijn website https://koosmeinderts.nl heeft Koos bij de laatste zin, zich laten inspireren door het schilderij van Ko Westerik ‘Snijden aan gras’.

Net als bij ‘Verdriet is drie sokken’, hun succesvolle, eerste gedichtenbundel bij Lemniscaat, heeft Thijs Borsten een groot aantal gedichten op muziek gezet. Op de cd bij het boek worden de liedjes dit keer gezongen door Jeroen Zijlstra en Leine.

.

Arlo Parks

Vision of London

.

Af en toe komt er een bepaald soort dichter langs wiens werk inventief en toch toegankelijk is. Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho of Arlo Parks (2000) zoals de wereld haar beter kent is zo’n uitzonderlijk iemand. Iemand die jonger is dan je zou vermoeden, iemand die de vaardigheid en het inzicht die ze bezitten misschien niet beseft. De 19-jarige zangeres, songwriter en dichter Arlo Parks is zo’n artiest. Singer-songwriter en dichter Parks  groeide op in West-Londen wat haar misschien heeft gevormd als individu, maar het heeft zeker niet bepaald aan welke soorten kunst ze werd blootgesteld. Als kind groeide ze op met YouTube, en haar inspiratiebronnen waren artiesten als Erykah Badu en D’Angelo maar ook Miles Davis en Portishead, Odd Future en hedendaagse Britse acts als King Krule en Loyle Carner. Parks is openlijk bisexueel en heeft inmiddels een paar hits als singer-songwriter op haar naam als ‘Cola’ en ‘Black Dog’. In 2020 werd ze door een aantal muziek critici uitgroepen tot ‘The sound of 2020’ in een poll van de BBC.

Parks had echter een andere interesse die ze in haar eigen tijd buiten internet verkende: poëzie. Het medium wekte haar interesse op de lagere school, waar ze al snel begon met het schrijven van haar eigen korte verhalen, die veranderden in gedichten. Geïnspireerd door muzikale dichters als Bob Dylan, Leonard Cohen en Patti Smith, heeft Parks altijd gecommuniceerd hoe mensen zich voelen tijdens moeilijke en zware tijden. Parks wordt van nature aangetrokken door poëzie en lyriek als haar belangrijkste manier om dergelijke gevoelens en beelden te presenteren – waarbij kwetsbaarheid naadloos wordt samengevoegd met vloeiende, melodieuze zanglijnen.

In het audio gedicht, een vorm van spoken word poëzie verhaalt Parks over haar (nog jonge) geschiedenis met en in West Londen.

https://theface.com/society/arlo-parks-shares-her-vision-of-london

.

My name is Arlo Parks. I’m 18 years old and I’m an alternative singer songwriter and a poet from London.

Spending summer splitting our bellies with laughter over cheap fruit wine and Poundland biscuits. With King Krule growling over the trees. When I was 16, I’d take the Overground to Queens Road Peckham to see my boyfriend and there would always be bashment or dub glitching down the train with kids in Dr Martens and metallic mini skirts cackling, slathering on foundation, necking Cherry B like tap water. I wrote my first poem in Bishops Park, the end of my pencil bitten, pocket stuffed with 45p Tesco sweets, whining about some pretty skater boy next to a brown river that bubbled as it rolled up towards Hammersmith.

When I think of London I think of the park policeman telling me and my mates that we’re guests to this country. I think of being drenched in sweat after a messy night, with kebab grease round my lips. Eyes led heavy, tears shed and tobacco lost. I think of my friend’s mom being robbed at knifepoint five minutes from home. Violence, violets, vapes, too many bridges and my brother plays basketball in the sun with his laces undone. And yesterday a stranger told me I reminded her of her daughter and offered me a rollie from a little gold tin with a dragon on it. Ravenscourt Park is where I moped about, kicking pink blossoms and losing frisbees and barely revising physics. Two years later I brought the person I liked to sit in my favourite spot on this fallen tree. But I never mustered up the strength to kiss them.

Instead we argued about where in London MF Doom was born and where in London William Blake died. Burning to the afternoon until the February chill drove us back to the station where we ended up kissing. Leaning in across the barrier while the TFL maintenance man whooped and brandished his broomstick. Shepherd’s Bush Empire is where I saw a Loyle Carner make a roomful of people howl and dance so hard they stepped on each other’s feet. I had tears in my eyes when I walked out of there. London has taught me about passion and it’s taught me about the under-appreciated nature of most artists, from the man who plays the sax, slumped barefoot against the wall of the underpass, to the guy in the year above me at school who spends hours crafting a single sentence, his freestyle slip over the beat like liquid gold. Oh London, you made me see things so grim so glorious so unapologetically alive.

I’ve seen men mash fists into each other’s heads outside Spoons. I’ve seen a little boy hold out a crushed handful of daffodils to the lady who sells strawberries and sweet potatoes on Northend Road. I’ve watched girls make out with tears streaming down their painted faces by Trafalgar Square at Pride. I’ve watched my ex fall into a pond blind drunk then scream her throat raw at the ghost who pushed her. I’ve traipsed through galleries on awkward dates and put my face against museum glass. London, my city of lights. This is where I grew up. This is where I learned to toughen up. This is where I grew up. This is where I learned love.

.

Jeugdige rebellen

Linton Kwesi Johnson

.

Wanneer ik jonge social media bekendheden en semi-bekendheden dingen hoor roepen als #ikdoenietmeermee maar vooral Free the People, dan moet ik onwillekeurig meteen denken aan activistische zangers en dichters. Niet omdat deze twee groepen te vergelijken zijn, integendeel, juist om het enorme verschil tussen deze social media ‘rebellen’ die vooral voor eigen hachje en via social media ‘strijden, en de jonge rebellen uit de jaren ’80 die streden tegen onrecht, discriminatie en rassenhaat in het Verenigd Koninkrijk en dan vooral in Brixton, Handsworth, Birmingham en Leeds. Wat dat betreft zijn de demonstranten van Black Lives Matter beter met hen te vergelijken.

In april 1981 en september 1985 waren er rassenrellen in Brixton. In beide gevallen waren het jonge zwarte mannen samen met sympathiserende blanke jongeren die slaags raakten met de politie vanwege de stop-and-searchacties die onder de zogenaamde sus law (suspect person law) vielen. Hoewel er in het begin initiatieven vanuit de bevolking kwamen uit de omgeving, deed de voortdurende stroom zwarte doden in politiecellen een algeheel wantrouwen tegen de politie groeien.

Een dichter/zanger die hiertegen in het verweer kwam met zijn nummers en zijn gedichten was Linton Kwesi Johnson (1952) of LKJ zoals hij ook wel bekend staat. Met zijn revolutionaire literaire Engels, oral verse, zijn Jamaicaans Creools en zijn dub rhythms is hij een van de belangrijkste stemmen van die tijd. Zijn meest gevierde gedichten werden geschreven tijdens de regering van premier Margaret Thatcher. De gedichten bevatten grafische verslagen van het racistische politiegeweld dat destijds plaatsvond.

Zijn ‘Selected Poems’ werden uitgegeven door Penguin Modern Classics. Johnson is een van de slechts drie dichters die Penguin Modern Classics publiceert terwijl hij nog leeft. Uit deze bundel koos ik het toepasselijke gedicht ‘Yout Rebels’.

.

Yout Rebels

.

a bran new breed of blacks
have now emerged,
leadin on the rough scene,
breakin away,
takin the day,
saying to capital nevah
movin fahwod evah.

.
they can only be
new in age
but not in rage,
not needin
the soft and
shallow councilin
of the soot-brained
sage in chain;
wreckin thin-shelled words
movin always fahwood.

.
young blood
yout rebels:
new shapes
shapin
new patterns
creatin new links
linkin
blood risin surely
carvin a new path,
movin fahwod to freedom.

.

 

Anamorfose

Boudewijn de Groot

.

Als er een zanger is die vele prachtige poëtische liederen heeft voortgebracht dan is het wel Boudewijn de Groot (1944). Veel van zijn liedjes zijn geschreven door Lennaert Nijgh maar ook na het overlijden van Nijgh schreef de Groot menig prachtig en poëtisch nummer. In 2015 bracht hij de LP/CD ‘Achter glas’ uit waar onder andere het nummer ‘Anamorfose’ staat.

Een anamorfose is een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet. De anamorfose ontstond in de tijd van de Renaissance. Kunstenaars wilden alles zo realistisch mogelijk weergeven, dus ging men het perspectief bestuderen. Meestal deed men dit omwille van een zo goed mogelijke natuurgetrouwheid, maar soms ook om te laten zien wat op dit gebied allemaal mogelijk was. Zo ontstond de anamorfose: een schilderij waarvan de afbeelding slechts op een bepaalde manier correct waar te nemen is. Een voorbeeld van een regelmatig gebruikte anamorfose is de zogenaamde memento mori, meestal te zien in de vorm van een vervormde schedel die ergens in het schilderij verwerkt zit en met een moraliserend vingertje wijst op de sterfelijkheid van de mens.

Boudewijn de Groot gebruikte dit beeld, en de betekenis van de anamorfose als uitgangspunt voor de tekst van zijn lied.

.

Anamorfose

.

blijf niet verborgen
in de spiegel van de tijd
kom nader
ik ben het zicht op
wie je was die jaren kwijt
kom nader
aarzel niet kom nader
wie gevangen zit
weet van geen horizon
maar wie gestorven is
weet van geen ketens
kom nader
.
in dit huis met zwarte trappen
naar waar geen kamer zich bevindt
waar ik op de zolder van mijn jeugd
nog altijd ronddwaal als een kind
geef jij niet thuis
het zijn de straten van de stad
waarin jij wel een kamer had
geen eigen huis
.
ik kijk en luister
in de stilte van de tijd
kom nader
vaag en vervormd
in je verborgenheid
kom nader
aarzel niet kom nader
er staat niet
wie er staat, zeg jij
maar wat ik hoor is:
help me vergeten
kom nader
.
alles is anders dan ik ooit dacht
terwijl de stem waarop ik wacht
zich schuilhoudt in de schemer
wat ik zie en hoor
is steeds iets anders dan
wat ik eens verloor
is dit de aarde of de hemel
.
het beeld verspringt
de stem vervormt
wat blijft is altijd weer het kader
sta niet verborgen
in de schaduw van de tijd
kom nader
aarzel niet kom nader
.
je was mijn vader

.

.

%d bloggers liken dit: