Categorie archief: light verse

Olympische spelen

Veldloop

.

Zeer binnenkort gaan de Olympische Spelen van Tokyo van start. De veldloop voor vrouwen zal daar niet te zien zijn, de veldloop is geen officiële olympische sport. Er zijn krachten bezig om de veldloop weer een olympische sport te maken. In de aanloop daarnaar toe (men hoopt in 2024 de sport weer op het programma te krijgen van de OS) een gedicht uit de light verse bundel ‘Atletische verzen’ uit 2007, geschreven door Ivo de Wijs en Theo Danes.

Het betreft hier het gedicht ‘Veldloop (vrouwen) van Ivo de Wijs. Het gedicht gaat over Lornah Kiplagat (1974), van oorsprong Keniaanse atlete die sinds 2003 voor Nederland uitkomt op dit onderdeel.

.

Veldloop (vrouwen)

.

Wat zie je als je onverhoopt

De hele race als tweede loopt?

Dan zie je voor je op het pad

Het gat van Lornah Kiplagat.

.

Waarna de pers nog ‘ns komt vragen:

‘Had Lornah weer een gat geslagen?’

.

Illustraties

Anthonie Donker

.

In de nieuwe editie van het leukste en kleinste poëziemagazine MUGzine, editie 8 alweer, een editie met light verse poëzie, worden de illustraties verzorgd door de New Yorkse kunstenaar en illustrator Karen Stolper. In de keuze voor illustraties kwam ik een fraaie tegen die we waarschijnlijk niet gaan gebruiken (te breed voor zo’n heerlijk klein magazine op A6 formaat). Omdat ik het zo’n leuke illustratie vind ben ik op zoek gegaan naar een bijpassend gedicht.

Dat gedicht heb ik gevonden bij dichter Anthonie Donker (pseudoniem van hoogleraar Nederlands, letterkundige, essayist, schrijver, literair vertaler en dichter Nico Donkersloot 1902 – 1965). Het betreft hier het gedicht ‘Kinderen’ uit de bundel ‘Grenzen’ uit 1928. Het bijzondere aan dit gedicht vind ik dat, hoewel het al 93 jaar geleden geschreven werd, het nog steeds actueel is.

.

Kinderen

.

Diep in hen is het donker begonnen,

Het langzaam, onafwendbare bederf.

Alles vermolmt, alles wordt overwonnen,

Het held’re, teed’re in hun ogen sterft.

.

De wereld is voor ons ook niet geweest,

Vóór wij de duisternis zijn ingedreven.

Wij waren spelende en onbevreesd,

Maar waarom moesten wij dat overleven?

.

Light verse editie van MUGzine

#8

.

De nieuwe MUGzine, de achtste editie alweer en de derde al dit jaar die medio juni zal verschijnen, zal volledig in het teken staan van de Light verse. Light verse, ook wel plezierdichten of nonsensgedichten genoemd, is een benaming voor die gedichten die een wat lichtere, meer speelse toon hebben. Jaap van der Born schreef er een heel aardig stuk over op de, ook al prima, website Het Vrij Vers http://www.hetvrijevers.nl/index.php/over-light-verse .

Als je aan light verse denkt dan kom je al snel bij Het Vrije Vers terecht. In MUG #8 dan ook een aantal dichters die veelvuldig zijn terug te vinden op deze website: Inge Boulonois, Wim Meyles, Remko Koplamp en Frank van Pamelen. Het is dat MUGzine het leukste maar vooral ook kleinste poëziemagazine is van Nederland en Vlaanderen, anders hadden we uit een grote vijver dichters kunnen uitnodigen.

Lighgt verse dus in MUG #8, illustraties zijn dit keer van de New Yorkse kunstenaar en illustrator Karen Stolper (te volgen op Instagram @karenstolperinlunchwithlove ), natuurlijk een nieuwe Luule en een vrolijk stemmend voorwoord.

Als opwarmertje hier alvast een gedicht van één van de dichters in #8 Remko Koplamp getiteld ‘Pure shit’ van gedichten.nl

.

Pure shit

.

In mijn Bushmills verstopt zich steeds een luis
In de Bowmore word ik een worm gewaar
Mijn Famous Grouse biedt aan een mug een thuis
En in de Blair Athol logeert een haar
.
In mijn Glenlivet tref ik vliegen aan
De Lagavullin is gevuld met vuil
Een vlo komt uit mijn Convalmore vandaan
En in de Teeling houdt een neet zich schuil
.
In mijn Glenfarclas stuit ik op een nagel
Het glaasje Dhallas Dhu bevat een daas
In mijn Glen Garloch drijven korrels hagel
En in de Springbank is een spin de baas
.
Maar boven alles is het pure shit
Dat in die alcohol ook cola zit

.

 

Kraantje lek

Lévi Weemoedt

.

Lévi Weemoedt (1948) is zo’n dichter waar je altijd, wanneer je zijn poëzie leest, blij van wordt. Ik toch in ieder geval. Op zichzelf is dat verwondelrijk want de gedichten van L’evi zijn zelden opgewekt of optimistisch van aard. Kijk bijvoorbeeld eens naar zijn bundel ‘Geduldig lijden’ een uitgave in de serie ‘Grote lijsters’ uit 2000. Vrijwel alleen maar treurnis en ellende en toch, wanneer ik het lees is een glimlach of lach nooit ver weg.

In het gedicht ‘Kraantje lek’ bijvoorbeeld waarin Weemoedt terugkijkt naar zijn jeugd en waaruit al blijkt dat het op jonge leeftijd al zo gesteld was met hem. Eigenlijk is Lévi Weemoedt in zijn eentje verantwoordelijk voor een heel eigen stroming binnen de Light verse, de ‘Niet zo light verse’.

.

Kraantje lek

.

‘k Was dertien als de eerste grijze haren

door ’t korte kuifje braken: moeder in paniek!

Wat was er in haar broekeman gevaren!

‘Wat heb je dan gegeten? Ben je ziek?

.

Ach moedertje! met vijf was ik volwassen.

Zat op mijn tiende volop in de overgang.

‘k Had vrouw en kinderen verloren; wist allang

niet meer waarop ik nog moest vlassen.

.

En slechts om ú en vaatje niet te schokken

bleef ik het ventje dat zo vrolijk in zijn blokken-

doos en spoortrein op kon gaan.

.

Maar ik proefde al de pit van het bestaan!

En daarom rolde er achter moeders rokken

uit ’t pijpje van mijn broek een stille traan.

.

Problemen

Frank van Pamelen

.

Frank van Pamelen (1965) http://frankvanpamelen.nl/  is geboren in Terneuzen en woonachtig in Tilburg. Hij studeerde Letteren aan de Katholieke Universiteit Brabant en is schrijver van literaire thrillers en jeugdboeken, dichter en kleinkunstenaar. Ook schrijft hij cabaretprogramma’s, musicals, kinderliedjes, columns en teksten voor radio en televisie.

Sinds 1990 publiceert Frank van Pamelen gedichten. Voornamelijk light verse, vormvaste gedichten, meestal met een humoristische onderlaag. Zijn verzen worden gepubliceerd in literaire tijdschriften als De Tweede Ronde, Parmentier en Ballustrada, in NRC Next, in de wekelijkse rubriek Poëzie Politiek in Trouw (1999-2007), en verder in vele bloemlezingen, scheurkalenders en gelegenheidsuitgaven. Hij ontpopt zich sindsdien steeds meer als de cabaretier onder de dichters, en de dichter onder de cabaretiers.

Frank van Pamelen won de Publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival (1995), de Zilveren Reissmicrofoon met het radioteam van KRO’s Theater van het Sentiment (2001), de Kees Stipprijs voor zijn light verse-oeuvre (2005) en de Tilburg Trofee voor verdiensten in zijn woonplaats (2013).

In literair tijdschrift  ‘De Tweede Ronde’, jaargang 13  (1992) verscheen van zijn hand de terzanelle ‘Problemen’. Een terzanelle is een poëtische vorm die aspecten van de villanelle en de terza rima combineert. Het is in totaal negentien regels, met vijf drielingen en een afsluitend kwatrijn. De middelste regel van elke triplet-strofe wordt herhaald als de derde regel van de volgende strofe, en de eerste en derde regel van de oorspronkelijke strofe zijn de tweede en laatste regels van het afsluitende kwatrijn; zeven van de regels worden dus herhaald in het gedicht.

.

Problemen (een terzanelle)
.
Ik staar al uren naar mijn lege glas

De wereld is vergeven van problemen

Ik wou dat daar een oplossing voor was

.

Ach, waarom zou ik zelf niets ondernemen

Bedenk ik wel eens met een zwaar gemoed

De wereld is vergeven van problemen

.

En er is niemand die er iets aan doet

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

Bedenk ik wel eens. Met een zwaar gemoed

.

Besef ik nu hoeveel ik heb gedronken

Dan denk ik over goed en over kwaad

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

.

Ik zeg het hier maar zo waar het op staat

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Dan, denk ik, over goed en over kwaad

.

Het mag in dit verband merkwaardig klinken

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Ik staar al uren naar mijn lege glas

Ik wou dat dáár een oplossing voor was
.
.

Voor waar genomen

Inge Boulonois

.

Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.

Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.

De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/

Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.

.

Bij de stillevens van Giorgio Morandi (20e eeuw)
.
Dat dingen kunnen rijmen.
Leeg steengoed in bedaarde aardetinten,
verbindend strijklicht. Onveranderlijk
.
in een geschikt herschikt evenwicht,
een seizoenloze pleisterplaats
voor onze ogen. Kijken
.
wordt zien hoe tijd door verf
tot stilte is gebracht. Ik hoor
het zwellen van mijn oorgesuis.
.
Wilde de schilder lof zwijgen
van het dieplood van het hier en nu,
van vazen die tot zichzelf ontwaken,
ving hij hun eigen klank op?
.
Of zag hij dat ze zó stil staan
te staan als enkel schilderijen
kunnen laten horen?
.

 

Het wachten

Jeroen van Merwijk (1955 – 2021)

.

Gisteren werd bekend gemaakt dat cabaretier Jeroen van Merwijk is overleden. Het was al langere tijd bekend dat Jeroen terminaal ziek was en dat hij wist dat het einde eraan zat te komen. En toch overvalt zo’n bericht me dan. Op 19 december van het vorig jaar schreef ik nog heel enthousiast over het boek ‘Wat zijn de vrouwen groot’ met teksten en gedichten van van Merwijk https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/12/19/oud/ en over de troost die taal en gedichten kunnen bieden. En nu is hij dus overleden.

Op zoek naar een gedicht van Jeroen van Merwijk stuitte ik op het gedicht/liedtekst ‘Het wachten’ en bij het lezen, vooral van de laatste strofe wist ik dat ik deze tekst hier zou delen. Alsof Jeroen van Merwijk met zijn naderende dood deze tekst schreef. Dat dat niet het geval is blijkt uit het feit dat dit in 1998 is geschreven, ver voor hij wist dat hij ziek was. Maar als je dit leest weet je hoe Jeroen van Merwijk tegen de dood aankeek; hij is nu vrij.

.

Het wachten

.

Het wachten tot er iets gebeurt
Tot zonlicht alles anders kleurt
Of wachten op een nacht vol feest
En na dat feest op weer een feest
En tijdens springvloed op dood tij
En in november al op mei
Het wachten is er altijd bij
Het wachten is er altijd bij

.
Als je weggaat met de trein
Wacht je tot je weer terug zal zijn
En je komt ergens nog niet aan
Of je wacht al tot je weg mag gaan
Zelfs in de langste liefdesnacht
Al zijn haar lippen nog zo zacht
Is er iets in je wat wacht
Er is altijd iets wat smacht
Dat ooit een keer en dat ook jij
Het wachten is er altijd bij

.
Pas als het wachten is volbracht
Kun je verdwijnen in de nacht
Die als een oogopslag zo zacht
Een eind maakt aan de zwaartekracht
Dan is er iets wat naar je lacht
En zegt waar was je nou ik heb zo lang gewacht
Dan is je wachten pas voorbij
Dan ben je vrij

.

Kerstmis 2020

Dubbel-gedicht

.

Poëzie is er over elk onderwerp. Het probleem is het te vinden als je er naar zoekt. Zo wilde ik voor kerstmis twee gedichten plaatsen in de categorie Dubbel-gedicht waaruit twee totaal verschillende manieren of ervaringen rondom (het vieren van) kerstmis zouden blijken. Volgens mij is dat gelukt. In het eerste gedicht of lied van Drs. P. uit de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ liedteksten van Drs. P. uit 1999 nam ik het gedicht/lied ‘Jubelzang’ waarin op een vrolijke manier het ‘leven’ van een kerstengel onder de loep wordt genomen.

In het tweede gedicht ‘Kerstziekte’ van Anna Enquist uit de bundel ‘Klaarlichte dag’ uit 1996 is veel minder duidelijk waarover dit gedicht nu gaat. Op de zeer informatieve website dbnl.org kwam ik een stuk uit ‘Onze Taal’ tegen uit 1997 waarin door Guus Middag een poging tot verklaring wordt gedaan https://www.dbnl.org/tekst/_taa014199701_01/_taa014199701_01_0235.php

.

Jubelzang

.

Hier hang ik nu in volle glorie
Aan een versierde conifeer
Geen parel in de kunsthistorie
Maar wel in ’t menselijk verkeer
Ik hang mezelf hier uit te stallen
Omringd door slingers en door ballen
En zie met innig welgevallen
Op al die stervelingen neer
.
Want ik ben een kerst-engel, een kerst-engel
Van plastic en fosforescerende verf
Ja een kerst-engel, een kerst-engel
En niet onderhevig aan breuk of bederf
En overal staan zulke bomen
Te pronken op dit grondgebied
Het heerlijk avondj’ is gekomen
Pardon, dat is een ander lied
Men kan weer achter alle deuren
Een folklorama-show bespeuren
In velerlei frappante kleuren
Je weet gewoon niet wat je ziet.
.
En ik ben een kerst-engel, een kerst-engel
De haren gegolfd en de armen gestrekt
Ja een kers-tengel, een ker-stengel
En maak vooral ’s avonds een machtig effect
.
Nu zijn er wel die mij niet mogen
Of onverschillig langs mij gaan
Met liefde en met mededogen
Zie ik die vuile schoften aan
Ik wil zo graag een keer naar buiten
Om mijn gevoelens daar te uiten
Totdat miljoenen oren tuiten
Maar naar zo’n kans kan ik wel fluiten
Want met die tralies voor de ruiten
Kom ik hier in geen eeuw vandaan
.
O, ik ben een …-engel, een …-engel
Met draaibare vleugels en lichtgevend hoofd
Ja, een …-engel
Al is er hier binnen geen mens die ’t gelooft
.
.
Kerstziekte
De rivier heeft zich tot meer
gestrekt en klotst onder de waslijn.
Geen plaats voor paarden, engelen;
in geen herberg thuis. Ga liggen
onder zeven dekens, koorts ranselt
de gewrichten, laat hem, hij maakt
zich zwaar in haarwortels en oogkas.
.
Straf, teken? Na een troebele
nacht ligt water glad over radeloos
gras, een zuiver blinken tussen
wolk en vroegere weide. Stroom
gaf zijn richting voor stilstand,
niemand mist iets: longen, mijn
vurige vlerken, mijn vlammende jas!
.
.

Sinterklaas

Bruun

.

Het is bijna pakjesavond en dan ontkom je niet aan gedichtjes of rijmpjes schrijven voor degene met wie je Sinterklaas viert. Sinterklaasgedichten zijn altijd rijmend en vaak nog slecht rijmend ook maar dat heeft ook wel weer zijn charme.
Ik ben op zoek gegaan naar een grappig Sinterklaas gedicht en heb die gevonden op de website thebestsocial.media

Het gedicht is van ene Bruun, geen idee wie het is maar het gedicht dat hij schreef is de moeite waard.

.

Vertwijfeld zat de Sint aan zijn bureau,

met een writer’s block en een lege fles bordeaux.

Hij roestte bijna aan zijn stoel vast,

en sjokte uitgehongerd naar de koelkast.

Daar verzuchtte hij,

terwijl hij achterin een zakje sla vond,

‘wat rijmt er in hemelsnaam op pakjesavond?’

.

 

 

De vakantie voorbij

Driek van Wissen

.

Nu de vakantie voorbij is en heel veel mensen een andere vakantie hebben gehad dan ze misschien van te voren gedacht hadden, is het tijd voor een terugblik op de vakantie van één van Nederlands bekendste light verse dichters en voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943 – 2010). In de bundel ‘De volle mep’ Gedichten 1978-1987, zijn drie eerdere bundels van Van Wissen opgenomen, te weten ‘Het mooiste meisje van de klas’, ‘Meisjesgenade’ en ‘De badman heeft gelijk’. In deze bundel staat onder andere het gedicht ‘Vakantiebericht’ een terugblik op een vakantie in Portugal, een terugblik die voor veel mensen dit jaar waarschijnlijk bekend voorkomt (maar dan niet in Portugal) als zoete pleister op de wonde.

.

Vakantiebericht

.

Wij dronken, onderweg in Portugal,

per dag tenminste één fles Vinho Verde,

maar meestal twee en doorgaans nog een derde,

want drie is toch zo’n heerlijk rond getal.

.

En daar wij dan pas werk’lijk dorstig werden

werd nummer vier besteld als spoedgeval-

‘of is dit nu ons vijfde flesje al?’

bracht een van ons, de tel kwijt, dan te berde.

.

U raadt het al – daarna kwam nummer zes

en dikwijls is het daarbij niet gebleven;

wij meden bijgelovig nummer zeven

en namen maar meteen een achtste fles.

.

Ja de vakantie was een groot succes:

In Portugal valt heel wat te beleven!

.

 

%d bloggers liken dit: