Categorie archief: Liefdespoëzie

Banaliteit van de liefde

Peter Goossens

.

Al enige tijd ligt de nieuwste bundel van de Vlaamse dichter Peter Goossens getiteld ‘Banaliteit van de liefde’ bovenop mijn stapeltje van nog te lezen dichtbundels. Afgelopen week had ik wat tijd om het te lezen en na ‘Als’ uit 2017 dat ook al de liefde al thema had (driehoeksverhouding) nu een bundel over de liefde in algemene zin. De achterflap vermeldt dat het hier empathische poëzie betreft en als men hier mee bedoeld dat de dichter zich weet in te leven in het leven en de gevoelens van de ander dan klopt dat denk ik wel, al had ik hier en daar het gevoel dat ik meer las over de dichter zelf dan over ‘de ander’. In het ene gedicht is de verteller heel duidelijk aanwezig (Schuinsmarcheerders) in een ander gedicht richt hij zich letterlijk tot de ander (De eeuwige minnaar) maar in alle gedichten gaat het over de relatie van de ene mens tot de andere en is de liefde in al haar facetten het thema.

In zes hoofdstukjes (totaal 28 gedichten) zijn de vaak wat langere gedichten ingedeeld. Vaak zijn het de minder aangename kanten van de liefde die Peter beschrijft (verlaten zijn, ontrouw, onvermogen lief te hebben) maar de inhoud is als steeds bij Peter interessant en nieuwsgierig makend. Soms is een gedicht vertederend en dan ineens heel recht voor zijn raap. Peter gebruikt grote woorden in zijn poëzie waardoor ik soms moeite heb met de geloofwaardigheid maar ik herinner mij dat ook in zijn eerdere werk dit het geval was en dat, tijdens een voordracht (hij stond eind december op het podium van Ongehoord!) dat (kleine) bezwaar helemaal wegvalt.

Ik heb voor het gedicht ‘Het klinkt als klatergoud in vallend water’ gekozen, juist omdat de titel en de inhoud van dit gedicht op gespannen voet lijken te staan. En omdat het in het begin een ongemakkelijk gevoel teweeg brengt (#metoo?) totdat je verder leest.

.

Het klinkt als klatergoud in vallend water

.

Ik weet nog de eerste klets op je billen,

wat een nieuwe ervaring.

Hoe je dan een prooi werd.

.

MIJN PROOI

.

Ik weet nog hoe mij lippen zich krulden,

hoe ik geduldig wachtte

voor de tweede klets

.

KLETS

.

Ik weet nog hoe je lichaam zich kromde

en een lange zuchtige kreun zich tussen je lippen ontsnapte.

Hoe je billen zich aan mij toonden

en je met iets meer ongeduld wachtte,

.

KLETS

.

Advertenties

Valentijnsdag

Gedicht over de liefde

.

Hoewel ik niets heb met allerlei, vanuit de Verenigde Staten hier terecht gekomen, ‘feestdagen’ zoals Halloween, Kerstfeest met cadeautjes en Valentijnsdag (dit zijn in mijn optiek toch vooral door de commercie geïnspireerde ‘feestdagen’ wil ik toch een kleine uitzondering maken voor Valentijnsdag, 14 februari. Eigenlijk alleen maar omdat dit een mooi excuus is om weer een een prachtig liefdesgedicht met jullie te delen. En er zijn zoveel liefdesgedichten (ik heb er zelf twee bundeltjes mee gevuld ; Je hebt me gemaakt met je kus en XX-XY) dus de keuze is altijd reuze. Vandaag koos ik voor het prachtige gedicht van Toon Tellegen met de titel ‘Een gesprek’ uit de bundel ‘Mijn winter’ uit 1987.

.

Een gesprek

 

“Waar zullen wij afscheid nemen?
“In de regen”
“Zullen wij schuilen?”
“Nee!”
“Hoe zullen wij ons voelen?”
“Ziek, vals en verlegen.”
“Wat zullen wij zeggen?”
“Wij zullen het niet weten.”
“Wat zullen wij denken? ”
“Was het maar gisteren, morgen of nooit.”
“Zal een van ons gelijk hebben?”
“Geen van ons zal gelijk hebben.”
“Zullen wij elk een andere kant op gaan?”
“Wij zullen elk een andere kant op gaan.
“Zullen wij omkijken?”
“Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken”

.

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

.

Liefdesgewoonten

Bertolt Brecht

.

De Duiste toneelschrijver, prozaïst en dichter Bertolt Brecht (1898 – 1956) werd in 1933 door de nazi’s verdreven (hij werd vervolgd om een opvoering van het toneelstuk ‘De Maatregel’voor hoogverraad) waardoor hij vele jaren in Exil leefde. In eerste instantie vlucht hij naar Denemarken  en na vijf jaar naar Finland. In 1941 vlucht hij opnieuw en komt ij terecht in de Verenigde Staten. Door zijn politieke en kritische stukken wordt hij daar echter opnieuw vervolgd, nu door de anti-communistische krachten in de VS. Hij wordt verhoord en daags daarna reist hij naar Zurich. Hij wil zich vestigen in Duitsland maar hem wordt de toegang ontzegd tot de Amerikaanse bezettingszone. In 1949 reist hij via Praag naar Oost Berlijn. Maar ook binnen de DDR krijgen zijn stukken met kritiek te maken.

Als er een dichter is die zijn hele leven op zoek is geweest naar vrijheid dan is het Bertolt Brecht wel. In zijn liefdesgedichten schuwt Brecht, net als in zijn toneelwerken, het vulgaire en scabreuze niet. Zijn bewogenheid met het lot van de onderdrukten doen hem inzake de liefde  stelling nemen vóór de barmeisjes, de prostituees en de weduwes. En altijd zit er een toon van ontroering en tederheid in zijn poëzie.

In de bundel ‘Een engel verleid je niet’ uit 1998 koos en vertaalde Gerda Meijerink 20 gedichten van Brecht. In de bundel zijn de gedichten in het Duits en in vertaling opgenomen. In de Poëzieweek die als thema ‘Vrijheid’ heeft mag een gedicht van deze dichter die zijn hele leven op zoek was naar vrijheid, niet ontbreken.

.

Liefdesgewoonten

.

Het is niet zo dat het genot zomaar beklijft.

Vaak dient geconsumeerde kus zich nogmaals aan.

Het nog een keer te doen, al hebben we ’t net gedaan

Dat is wat ons zo naar elkander drijft.

.

Die kleine beving van je kont, zo lang

Verwacht al! O, jouw sluwe vlees!

Hoe aangenaam, wanneer je hees

Opnieuw te kennen geeft je geile drang!

.

Hoe jij je knieën buigt! Hoe jij mij weet te geven!

Jouw beven dan, waardoor mijn vlees herkent

Dat je in al je lust nog niet bevredigd bent!

Dat lome draaien! het achteloze naar mij tasten

Terwijl je al glimlacht!

Ach, steeds als je het doet:

Was ’t niet al vaak gedaan, was ’t niet zo goed!

.

Liebesgewohnheiten

.

Es ist nicht so, dass der genuss nur bleibt.

Oftmals verspürt, steigt er noch oftmals an.

Das noch einmal zu tun, was wir schon oft getan

Das ist es, was uns so zusammentreibt.

.

Dies kleine Zucken deines Hintern, längst

Erwartet schon! Oh deines Fleisches List!

Dies angenehme, was das Zweite ist

Wonach du mit erstickter Stimme drängst!

.

Dies Aufgehn deiner Knie! Dies sich Begattenlassen!

Dies Zittern dann, durch das mein Fleisch erfährt

Das kaum gestillte Lust dir wiederkehrt!

Dies faule Drehn! Dies lässig nach mir fassen

Wenn du schon lächelst!

Ach, so oft man’s tut:

Wär’s nicht schon oft getan, wär’s nicht so gut!

 

Zal ik liefde noemen

Een recensie

.

Bij MUG books uitgeverij van poëzie is halverwege januari de nieuwe bundel van dichter Evy Van Eynde uitgegeven. De Vlaamse Evy Van Eynde publiceert hiermee, na ‘Wanneer kom je buiten spelen’ uit 2013 (poëzie voor kinderen en volwassenen) en ‘Boze wolven’ uit 2015 (verhalenbundel), nu dan haar derde bundel met poëzie en voor het eerst bij MUG books.

De bundel is mooi uitgevoerd met op de voorkant een foto van een kunstwerk van Niels Cleuren getiteld ‘Woman with tits’. Op de achterkant een foto van de dichter en het geheel is vormgegeven door BRRT.

Op de achterkant van de bundel staat: In Zal ik liefde noemen neemt Evy je mee op het liefdespad, een pad dat pieken en dalen kent, euforie en verdriet. In onverbloemd poëtische taal leidt zij je over dit pad dat geen begin en geen einde kent. De gedichten in Zal ik liefde noemen zijn het ene moment theatraal, het andere moment zijn ze zinnelijk en kruipen ze onder je huid. Maar bovenal zijn ze altijd eerlijk en oprecht.

Wanneer je de bundel openslaat lees ik op een van de eerste pagina’s dat deze is opgedeeld in 7 hoofdstukken, te beginnen met Prelude en eindigend met Zal ik liefde noemen. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een citaat uit een popsong (Eurythmics, The Doors, Madonna, David Bowie) of een citaat van een schrijver of kunstenaar (Anaïs Nin, Vladimir Nabokov, Frida Kahlo) en de citaten hebben betrekking op de inhoud van de gedichten. Want de bundel van Evy Van Eynde is een reis die je met de dichter samen maakt langs het pad der liefde. Wiens pad dat is blijft de vraag, al blijkt hier en daar uit de zinnen en strofes  dat de gedichten een grote persoonlijke betrokkenheid herbergen van de dichter. Zoals in het hoofdstuk Ergens breekt een hart in het gedicht Hoe wij waren.

.

Niemand kan mij strelen

Niemand kan mij plukken

.

Ik zoek je, vind je

niet in mijn gedachten

niet in mijn naakte bloed”

.

Wanneer je de bundel in één keer uitleest (en dat raad ik je aan) dan word je als het ware aan de hand van Evy meegenomen langs dagen van liefde, twee mensen die elkaar vinden en van elkaar genieten naar een periode waarin deze liefde niet (meer) vanzelfsprekend is, waarin er barsten komen in wat zo mooi leek. Waarna er een periode aanbreekt van onmacht, ingehouden boosheid, onbegrip. Want ook dat zijn aspecten van de liefde, de liefde die eens zo mooi was en die gekanteld ineens zijn ware en nieuwe gezicht toont. Zoals in het gedicht Hesperornis:

.

Vannacht viel ik ongeleid

door de schacht van het leven

.

Met mijn hoofd naar beneden

mijn benen samengeknoopt

.

Maar dan komt het hoofdstuk Fata Morgana waaruit weer hoop klinkt, een nieuwe morgen, een nieuwe lente, een nieuw geluid. De toon van de gedichten verandert van zwart en zwaar in licht en luchtiger, maar nog twijfelend; is een nieuwe liefde bereikbaar?  Daarmee wordt de toon gezet voor het vervolg van dit verhaal, van deze bundel. In het gedicht Impersant zo treffend verwoord:

.

waar jij in een mirage

van vergeten dromen | op volle zee

voorbij komen zal

.

of niet?

.

Uiteindelijk beleeft de lezer aan de hand van de dichter een (voorlopig) happy end, in het hoofdstuk Zal ik liefde noemen. De positieve toon van de gedichten waar ineens het leven en de passie vanaf spat maken voor mij heel duidelijk waarom voor deze titel is gekozen. Dit komt heel duidelijk naar voren in het op een na laatste gedicht met de titel ‘Hoe anders’

.

Hoe anders

.

Zal ik liefde noemen

wat je in mij ontketent

de grootste gemene deler | van

.

het gelukzalige verlengstuk

van mijn verdriet

.

het lichtpunt in een nacht

die maar niet | wil ontwaken

.

de toren van vuur op een eiland

waarop ik me smijt | als het water

.

te diep en mijn tranen

gekust willen zijn

.

de zon op mijn lijf

dat dreigt te verstarren

.

het zacht likken

van mijn hart

.

de glimlach

waarin ik stap

.

een kano van lieve lippen

die me boeien | fluisteren

dat ik drijven blijf

.

Hoe anders noem je dat?

.

De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ is voor verliefden, voor lang gehuwden, voor zij die teleurgesteld zijn in de liefde en vooral ook voor hen die hopen. De gedichten van Evy zijn een pleister, een medicijn, een vergezicht en een droom die uit kan komen. Tegen iedereen die van liefdesgedichten houdt (en wie is dat niet) zou ik zeggen, koop deze bundel, lees deze bundel en laat je meevoeren door de bijzondere poëtische stem van de dichter.

De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ wordt op 23 februari officieel gepresenteerd in Het café van Villa Basta, Schipperstraat 13 in Hasselt, aanvang 20.00 uur. Deze feestelijke avond zal muzikaal worden omlijst door de muzikanten Jelle Stevens, Martine de Kok, Sabina Tolu en Luk Swerts. Maar de bundel is nu al te koop via de dichter voor de zeer schappelijke prijs van € 12,50. Hiervoor stuur je een mail naar evyvaneynde@yahoo.com

Op de website van Evy https://evyvaneynde.wordpress.com/ staat nog veel meer te lezen over de bundel, haar eerdere werk en de komende presentatie.

.

 

First dates

Jan Boerstoel

.

Ik geef het toe, ik mag graag kijken naar First Dates (en dan toch vooral de Engelse versie), het televisieprogramma op de vroege avond van BNN/VARA waarin mensen, die zich hiervoor hebben opgegeven, op een eerste afspraak met elkaar gaan in het First Dates restaurant. Ik mag er graag naar kijken om allerlei redenen eigenlijk. Om de onhandigheid, van de deelnemers, de openheid, het ongemak, het enthousiasme en de beleving. Wat me opvalt is dat er nog al eens deelnemers bij zitten die een rugzakje met zich meedragen. Dat kan een overleden partner zijn of een vroegere relatie, een moeilijke liefde of een vervelende scheiding. Bij deze deelnemers merk je vaak al tijdens het gesprek dat ze hebben met hun (mogelijke) nieuwe liefde, dat ze het verleden nog niet los hebben gelaten (al beweren ze vaak van wel).

Ik moest meteen denken aan dit programma toen ik het gedicht ‘Ze hebben nooit op haar geleken’ las van Jan Boerstoel. Het niet kunnen wennen aan een ander, steeds opnieuw de nieuwe persoon vergelijken met de oude (en die vergelijking steeds opnieuw verliezen). Een schurend liefdesgedicht kortom. Uit de bundel ‘Eerste keus: liedteksten 1968 – 1986’.

.

Ze hebben nooit op haar geleken

.

Ze hebben nooit op haar geleken,
daar heeft het altijd aan geschort.
Ze hebben nooit op haar geleken,
dus kwam hij steeds aan hen te kort.

Soms was het om hun mooie ogen,
hun mooie lichaam of hun stem,
hij heeft ze ook wel eens gemogen
en dikwijls hielden ze van hem.
Maar in de radeloze uren
voor elke nieuwe grijze dag,
dan lag hij in de nacht te turen
en haatte wie er naast hem lag.

Ze hebben nooit op haar geleken,
ze zijn gekomen en gegaan.
Ze hebben nooit op haar geleken,
dat heeft hij zich nooit toegestaan.

Hij kon hun warmte niet verdragen
en zij niet altijd zijn verdriet,
hij heeft ze er wel om geslagen,
maar van hen houden kon hij niet.
Toch hadden ze hem veel te geven,
zelfs waar hij altijd overvroeg,
een enkele haar hele leven,
maar dat was hem niet eens genoeg.

Ze hebben nooit op haar geleken,
al kwamen sommigen een end.
Ze hebben nooit op haar geleken
en haar heeft hij nooit echt gekend.

.

Zal ik liefde noemen

Evy Van Eynde

.

Bij mijn mini-uitgeverijtje van poëziebundels (fysiek en E-bundels) MUG books, rolt een dezer dagen de nieuwste publicatie van de band, de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter, schrijver, theatermaker Evy Van Eynde. De officiële presentatie zal in februari plaats vinden waarover ik nog nader zal berichten. In deze nieuwe bundel (de 11de uitgave van MUG books alweer) neemt Evy Van Eynde je mee op het pad der liefde dat vaak maar zeker niet altijd over rozen gaat. De poëzie van Evy is prachtig, beeldrijk, en zit vol bloemrijke om- en beschrijvingen van ‘de liefde’. Meer over deze mooie bundel binnenkort maar nu, hier alvast een voorproefje van de bundel met het gedicht ‘Het stof te lijf’.

.
Het stof te lijf

.
Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden

.
bot en gekarteld
als een oud mes

.
Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)

.
stijf en starend
als een beeld op de schouw

.
waarvan je niet meer weet
wie | wanneer | waarom

.
waarvan je | desondanks
geen afscheid nemen kan

.
Bij het grof vuil – te broos, te porselein
op zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot

.
Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf

.
tot scherven desnoods

.

Ach, het wordt vast mooi

Ruth van de Steene en Lies Schroeyen

.

De Vlaamse schrijfster en activiste voor het goede leven Ruth van de Steene ( 1987) en de eveneens Vlaamse illustratrice Lies Schroeyen (1990) maakten samen het bundeltje ‘Ach, het wordt vast mooi’. Dit bundeltje wordt op de achterflap aangeprezen als een snoepboekje over het liefdesverlangen, de bijbehorende euforie en ook wel het verdriet, af en toe. En na lezing ben ik het volledig eens met deze omschrijving. Dit is geen bundel om in één keer uit te lezen en kijken, al kan dat prima, maar om af en toe tot je te nemen en erin te bladeren, te lezen en naar de eenvoudige maar treffende illustraties te kijken. Op elke pagina staan een, twee of drie regels die worden ondersteund of aangevuld met een illustratie die op de regels betrekking heeft.

De bundel telt ca. 60 pagina’s (die overigens niet genummerd zijn maar in dit geval is dat totaal geen punt) met prachtige en soms ontroerende regels. Mijn favoriet is denk ik ” Hoe kan ik je dan binden / als het vrijen heet” . Als opdracht staat voorin dit bundeltje: ‘Voor onze muzes’ en ik denk dat deze muzes zich heel rijk mogen voelen met een dergelijk kleinood. De illustraties zijn van een eenvoud, gemaakt met inkt, ecoline of iets dergelijks, maar heel vaak bijzonder to the point.

Hier een aantal van de zinnen die mij zeer konden bekoren:

.

Bestelling – / handen vasthouden / doe mij maar weinig vast / en veel houden

Ik wil klungelen met mooi / ik wil de liefde morsen

Ik het kieken / jij de vrije uitloop

Dat ik soms blijf hangen / bij mooie mannen / dan ineens / geen hoogtevrees

.

De bundel is uitgegeven door Ruth van de Steene, uitgever en heeft op de achterflap ‘Leesteken’ als aanduiding. Voor verliefden, voor wie een lief klein cadeautje wil geven aan zijn of haar geliefde of voor liefhebbers van boekjes die je steeds opnieuw even kan inkijken voor wat inspiratie is ‘Ach, het wordt vast mooi’ een prima bundeltje.

.

Ingrid Jonker

Rook en oker

.

Op dit moment lees ik (tussen alle dichtbundels die ik tegenwoordig krijg toegestuurd om te recenseren, waarvoor dank, erg leuk om te doen) de briefwisseling ‘Vlam in de sneeuw’ van Ingrid Jonker (1933 – 1965) en André Brink (1935 – 2015). Een geheime liefdesbrievenwisseling want indertijd was André Brink getrouwd en niet met Ingrid Jonker met wie hij een affaire had. Omdat de twee op nogal een grote afstand van elkaar af woonden en omdat we het hier over een andere tijd hebben in het oerconservatieve Zuid Afrika, waren ze vooral aangewezen op brieven om contact met elkaar te hebben.

Door dit boek werd ik ook weer nieuwsgierig naar het werk van Ingrid Jonker, de dichter. In 1963 verscheen van haar hand de dichtbundel ‘Rook en oker’ waarmee ze de Afrikaanse Literatuurprijs van de Pers-Boekhandel (Afrikaanse pers-boekverkopers) won. De prijs bestond uit een bedrag van £ 1000 , plus een beurs van de Anglo American Corporation. Het geld hielp haar om haar droom (een reis naar Europa) te realiseren, waar ze naar Engeland, Nederland, Frankrijk, Spanje en Portugal ging. Ze vroeg Jack Cope om haar te vergezellen, maar hij weigerde. Jonker vroeg vervolgens André Brink om met haar mee te gaan. Hij accepteerde en ze gingen samen naar Parijs en Barcelona. Tijdens de reis besloot Brink om zijn vrouw voor Jonker te verlaten en ging terug naar Zuid-Afrika. Jonker kortte daarop haar toer in en keerde terug naar Kaapstad.

Uit de bundel ‘Rook en oker’ heb ik een paar gedichten gekozen.

.

Ek weet

.

Ek weet tog

jou mond is ’n nessie

vol voëltjies

.

As jy lag

.

Jou lag is ’n oopgebreekte granaat

Lag weer

dat ek kan hoor hoe lag die granate

.

Jou lyf

.

Jou lyf is

swaar van bloed

en jou rug

’n singende kitaar

.

Elke man het ’n kop

.

Elke man het ’n kop

’n lyf

en twee bene

hulle probeer jou namaak

.

Jij en ik

Willem Wilmink

.

Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.

.

Jij en ik

.

Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.

’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.

Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.

Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’

Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.

.

Vrijplaats

Evy van Eynde

.

Voor de laatste keer nu dan toch erotiek op zondag en wel van een door mij zeer gewaardeerd Vlaams dichter Evy van Eynde. Evy ken ik reeds vanaf 2013 toen ze me uitnodigde bij de presentatie van haar bundel en bijbehorende theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen’. Sinds die tijd volg ik haar, vroeg ik haar te komen voordragen bij Ongehoord! in Rotterdam en lees ik haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ waar ze behalve poëzie ook andere teksten, waaronder sprookjes, met ons deelt. De poëzie van Evy is oprecht, fantasievol, persoonlijk en daarnaast zijn haar zinnen en woorden regelmatig poëtische vondsten zoals je ze graag leest.

Naast al het andere wat Evy doet schrijft ze zo nu en dan ook erotisch getint materiaal zoals het volgende gedicht.

.

Vrijplaats

.

Ik wil ons inniger verschuilen
in die gedachten
bezoedelde ruimte

– de rafelranden van onze nagels
de slaap in onze ogen
het geil in ons lijf –

tussen weloverwogen
doorschijnende verhalen
van rijstpapier en maagdenvlies

waarin we wachten op iets
dat nooit meer rijpen zal

Onbedekt wil ik ons lezen
onder tafel op een feest
louter gezoem

rondom het bonzen
van jouw hart
in mijn keel

.

%d bloggers liken dit: