Categorie archief: Liefdespoëzie

Jij en ik

Willem Wilmink

.

Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.

.

Jij en ik

.

Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.

’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.

Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.

Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’

Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.

.

Advertenties

Vrijplaats

Evy van Eynde

.

Voor de laatste keer nu dan toch erotiek op zondag en wel van een door mij zeer gewaardeerd Vlaams dichter Evy van Eynde. Evy ken ik reeds vanaf 2013 toen ze me uitnodigde bij de presentatie van haar bundel en bijbehorende theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen’. Sinds die tijd volg ik haar, vroeg ik haar te komen voordragen bij Ongehoord! in Rotterdam en lees ik haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ waar ze behalve poëzie ook andere teksten, waaronder sprookjes, met ons deelt. De poëzie van Evy is oprecht, fantasievol, persoonlijk en daarnaast zijn haar zinnen en woorden regelmatig poëtische vondsten zoals je ze graag leest.

Naast al het andere wat Evy doet schrijft ze zo nu en dan ook erotisch getint materiaal zoals het volgende gedicht.

.

Vrijplaats

.

Ik wil ons inniger verschuilen
in die gedachten
bezoedelde ruimte

– de rafelranden van onze nagels
de slaap in onze ogen
het geil in ons lijf –

tussen weloverwogen
doorschijnende verhalen
van rijstpapier en maagdenvlies

waarin we wachten op iets
dat nooit meer rijpen zal

Onbedekt wil ik ons lezen
onder tafel op een feest
louter gezoem

rondom het bonzen
van jouw hart
in mijn keel

.

Neeltje Maria Min

Een vrouw bezoeken

.

Er zijn Nederlandse dichters, die iedereen kent of waarvan iedereen toch wel eens gehoord heeft maar die niet of nauwelijks in het nieuws komen. En met in het nieuws komen bedoel ik dan op een positieve manier omdat er bijvoorbeeld een nieuwe bundel komt of is, omdat een gedicht of bundel (of de dichter zelf) bekroond is of een prijs heeft gekregen, of omdat deze dichter op een belangrijk podium staat. Zo’n dichter is Neeltje Maria Min. Na haar overdonderende debuut in 1966 met ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ (waarvan al meer dan 80.000 exemplaren zijn verkocht!) duurde het maar liefst 19 jaar voor er een vervolg volgde ‘Een vrouw bezoeken’ uit 1985. In 1995 verscheen alweer haar laatste poëziebundel ‘Kindsbeen’. Omdat de poëzie van Min zo heel eigen is, zo verfijnd en bijzonder en omdat ik haar bundel uit 1985 weer eens herlas het gedicht zonder titel hieronder van haar hand.

.

Kom heiland, wijze minnaar, blijf.
Voltooi haar. Wees haar toeverlaat
maar slacht haar speelgoedbeesten af.
Ontken haar vrees en strijk haar plooien glad.
Ruk splinters uit haar bleke jeugd en luister
naar wat haar ongeduld beveelt.
Haar kinderlijke drift is niet gespeeld.
Zij zal niet slapen voor zij is gekruisigd.
.

Leraar

Jan-Willem Overeem

.

Erotiek op zondag en daarom vandaag het gedicht ‘Leraar’ van Jan-Willem Overeem (1942 – 1979). Jan-Willem Overeem was prozaïst, dichter, aforist en docent dramatische expressie en maatschappijleer aan de Toneelacademie te Maastricht. Hij was actief in het Maastrichtse ‘Literair Aksie Komitee’ (LAK), waarin ook beeldend kunstenaar Gèr Boosten, de auteurs Leo Herberghs, Manuel Kneepkens, Wiel Kusters, Ton van Reen, Kees Simhoffer, Miel Vanstreels, Hans van de Waarsenburg en de Finse schrijver Heimo Pihlajamaa actief waren. Overeem was tevens redacteur van Contour (tijdschrift voor Literatuur) en van Kentering (literair tijdschrift).

Op internet zijn een aantal van zijn aforismen te vinden op http://www.woorden.org/quotes/?auteur=Jan-Willem%20Overeem waaronder deze: “Met elkaar naar bed gaan: van de nood een vreugd maken”. Uit de bundel ‘Een hond tussen twee bomen’ uit 1974 het gedicht ‘Leraar’.

.

Leraar

.

hij zou dat meisje willen baden

in lessen van liefde

niet meer dan even spelen

met borstjes en lippen

vrij willen laten in roes

en geritsel van bomen

zoals ze nu droomt

.

ver weg van cijfers en zure

gezichten van vrouwen

die haar rapport bepalen

.

hij zou niet veel met haar willen

al is haar broekje blauw

.

verscheen ze maar niet

in zovele personen –

en wachtte er straks buiten

maar niet zijn zoon op haar

.

Eerste gedicht voor Maria Magdalena

Paul Snoek

.

Op deze eerste zondag in oktober, nu de dagen weer korter worden en het weer guurder, is het tijd voor een erotisch gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933-1981)  pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat. Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij was tevens kunstschilder. Zijn pseudoniem is afkomstig van de naam van zijn moeder Paula Snoeck. ‘Eerste gedicht voor Maria Magdalena’ komt uit de bundel ‘Gedichten 1954 – 1968’ uit 1969.

.

Eerste gedicht voor Maria Magdalena

.

Jij en je lichaam een sluipmoord

goddelijk heidens en honing.

.

Ik bid dat ik de bij ben aan je dijen

de angel van de wesp die je kust in mijn mond.

.

Dat ik liefdes droeve traangeur

aan de dijkbreuk van je heupen adem

.

en in de lippen van je sluitend lichaam drink je zout,

het hardgeworden eiwit van je zee.

.

Laura

Erotiek op zondag

.

Op verzoek nog wat langer erotische gedichten op zondag. Vandaag het gedicht ‘Laura’ van Menno Wigman (1966-2018) uit zijn debuutbundel ‘Zomers stinken alle steden’ uit 1997. In dit gedicht geen expliciete termen of daden maar de herinnering aan die daden, aan haar (Laura), kortom een erotisch gedicht dat veel maar ook weer niet alles aan de verbeelding overlaat.

.

Laura

.

Gelukkig, ze is weg. Nu zal ze

helemaal en meer nog dan ze denkt

de mijne zijn. Nu zal ze nogmaals,

naakt en vol en onbeschaamd,

voor mijn gesloten ogen staan.

.

En zwanger van haar geuren speel ik

snel haar glimlach af en spits

me op haar gulle dijen, haar huid

sneeuwt zachtjes op mijn witte doek,

ze krijgt al stem, ze fleemt,

ze vloekt, en dan, de laatste still,

vang ik haar schoot en sneeuw haar uit.

.

Gelukkig, ze is weg. Maar ik

ik ben haar hond, ik kwispel als

zij komt. Meer nog dan ze denkt.

.

 

 

Zuigen en gezogen worden door de liefde

Erotisch gedicht

.

Nog tweemaal in september een erotisch gedicht op zondag en bij erotiek en poëzie kom ik toch steeds weer terug bij de dichter Carlos Drummond de Andrade. In ‘De liefde, natuurlijk’ staan vele voorbeelden van verschillende invalshoeken en interpretaties van de erotiek in de liefde gecombineerd of los van elkaar. Vandaag een wat explicieter gedicht dat toch op meerdere niveau’s gelezen kan worden.

.

Zuigen en gezogen worden door de liefde

.

Zuigen en gezogen worden door de liefde

tegelijk   de mond multivalent

het lichaam twee in één   genot volledig

dat niet mij behoort noch jou behoort

genot van fusie diffuse transfusie

likken zuigen en gezogen worden

in hetzelfde spasme

alles is mond en mond en mond en mond

negenenzestigvoudig tongenmond.

.

Zonder liefde ben je nergens

Karel Eykman

.

Afgelopen zaterdag mocht ik als BABS (buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand) een bevriend stel trouwen. Uitgangspunt voor mijn verhaal was de liefde en toen ik in het proces was van het schrijven van het verhaal, stuitte ik op het gedicht ‘Zonder liefde ben je nergens’ van Karel Eykman, uit de gelijknamige bundel uit 2003.

Het gedicht is een afgeleidde van de tekst in 1 Korinthiërs 13. Waar de tekst (door Paulus geschreven, een verstokte vrijgezel) een sterk religieus karakter heeft, is in het gedicht van Eykman hier weinig van over. Juist bruidsparen zijn nogal verzot op de psalm om haar inhoud.

Zo ook het gedicht van Karel Eykman. Het betreft hier geen exclusief liefdesliedje bedoeld voor geliefden maar eerder een loflied op de liefde geschreven voor iedereen aanwezig, heel inclusief dus. Omdat het zo’n wonderschoon gedicht is wil ik het hier met jullie delen.

.

Zonder liefde ben je nergens

.

Al kon ik nog zozeer
in prachtige preken
mijn redes afsteken
en wist wijze woorden op ieder gebied
maar had de liefde niet
dan was het toch meer
wat trommelgekletter
gezwets en geschetter
had ik de liefde niet.

Al blies ik trompet
hoog van de toren
al zong ik in koren
de sterren van de hemel, het hoogste lied
maar had de liefde niet
dan klonk het toch net
als toeters en bellen.
Ik had niets te vertellen
had ik de liefde niet.

Zonder liefde ben ik nergens
zonder jullie stel ik niets voor.
Had ik jullie niet bij me
dan ging ik er aan onderdoor.
Want liefde is echt
en liefde is aardig
is open, oprecht
en eerlijk, rechtvaardig.
’t Is liefde die ziet
hoe opnieuw te beginnen
die ieder verdriet
ook de dood kan overwinnen.

.

Liefdesbed

Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca

.

In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.

.

Jean Cocteau

.

Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten

En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;

Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,

Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.

.

Federico Garcia Lorca

.

O bed in het hotel! O bed zo zoet!

Van witte vlekken en van dauw het laken.

O het geluid dat onze lijven maken!

O grot van schemer, vlam, katoenen goed!

.

O dubbellier, door liefde als een tak

in vuur en kille nardus van je dijen!

O schommelboot , o klare stroom, bij tijden

een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!

.

De poëzie van Hugo Claus

Je buik van Pimpelmees

.

In 2013 stelde de weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus – de Wit, de bundel ‘Je buik van Pimpelmees’ samen. Het is een verzameld werk dat vooral veel poëzie van de laatste periode van zijn leven bevat. Claus’ verzamelde poëzie bevat niet bepaald idyllische liefdesgedichten. En ook hier is dit het geval. De moeilijke communicatie, het gevecht om werkelijk contact tussen mensen, dat zich ook lichamelijk vertaalt, is een basisthema in zijn werk.

“Claus legt ongewone metaforische verbanden. Hij doet ongeveer gelijkluidende woorden rijmen, zodat er een nieuw betekenisniveau ontstaat. Dat sluit aan bij de vervorming van de werkelijkheidservaring die hij beoogt, gevoed door zijn anarchistische levenshouding. Zijn liefdesgedichten zijn de uiting van zijn overtuiging dat wij overgeleverd zijn aan de taal en het toeval en in de liefde aan elkaars willekeur en temperament. Daarom wringt het vaak in zijn gedichten en ontstaat er een erotiserende spanning, niet alleen door de beelden die Claus oproept. Altijd is de liefde ambivalent bij Claus, hoe mooi ze ook kan zijn. En zeker niet zonder humor en speelsheid.” Dat blijkt ook uit het volgende gedicht uit deze bundel.

.

Naakter raakt nooit zover dat ik je naakt
niet verder raak met mijn blik.

Daar wentel je je bekken open
en je krinkelt, scheurt en slaat
met onvaste voet en hekseschoot,
mijn zomernaakt, mijn
wild, mijn bikkelnaakt.

Geef jij je over aan het voer der mensen?
Je eet als een pelikaan,
je braakt als een haai.

Geef jij je over? Steeds breek je in mij binnen,
met modder en mahoniehouten ringen die
krols in mijn kop komen zingen,
mijn brompony, mijn prikkelpop.

Geducht bordurend borend bereik je mij
als naakt je kamhaar splijt.
De wind met kuren in het koren
is ons reikhalzend minnen, en

naakter nooit zover, mijn kindse koningin
met je buik van pimpelmees
dan als ik je versplinter.

.

Met dank aan cobra.canvas.be Paul Demets
%d bloggers liken dit: