Categorie archief: jonge dichters

Keats is dead so fuck me from behind

Hera Lindsay Bird

.The Guardian

Van een goede vriendin kreeg ik een link toegestuurd naar een artikel in The Guardian van 26 januari 2019 over de opkomst van jonge vrouwelijke dichters. Het was mij ook al opgevallen dat er steeds meer vrouwen tussen de 20 en 30 jaar aan een opmars bezig zijn in Nederland en Vlaanderen (kijk maar naar de deelnemers van de Poëziebus  van de afgelopen jaren) en dat beeld wordt in dit artikel bevestigd. Jonge vrouwen van 13 tot 24 jaar zijn nu de grootste poëziegebruikers in het Verenigd Koninkrijk in een markt die in de afgelopen vijf jaar met 48% is gegroeid tot £ 12,3 miljoen, volgens de Britse boekverkoper Nielsen BookScan. Een enorm bedrag voor wat toch nog steeds als een niche in de literatuur bekend staat.

Deze toename in de populariteit van poëzie door vrouwen en de toename van de waarde van de markt komt overeen met dramatische verschuivingen in de demografie van poëzie-kopers binnen het Engelstalige deel van de wereld. Vijf jaar geleden suggereerde het onderzoek van Nielsen dat 27% van de kopers van poëzie jonge vrouwen waren en nog eens 27% mannen van middelbare of oudere leeftijd. Tegenwoordig is bijna 40% van de poëzie-kopers vrouwen onder de 35, terwijl slechts 18% mannen zijn boven de 34. Het aandeel tienerjongens en jonge mannen in de vroege jaren 20 die poëzie kopen, is ook toegenomen, van 12% in 2014 tot 16% vandaag. Op zichzelf verheugende cijfers. Een in toenemende mate jonger wordend publiek dat zich interesseert voor poëzie.

Het gemak waarmee poëzie online kan worden gepubliceerd, op mobiele telefoons kan worden gelezen en op sociale media kan worden gedeeld, is één reden waarom de vorm populairder is geworden bij tieners en millennials , met jonge dichters die miljoenen volgers op Instagram trekken. Er is ook een toename in het aantal gedichten met betrekking tot de vrouwelijke seksuele blik, zegt Susannah Herbert, directeur van de Forward Arts Foundation, die de Forward Prizes voor poëzie en Nationale Gedichtendag beheert: “Jonge vrouwen hebben altijd gedichten willen lezen – waarom denk je dat troubadours zich uitsloofden om verzen te schrijven voor hun vrouwelijke liefdes? Maar ik denk dat ze niet altijd poëzie hebben gekocht omdat de meeste gepubliceerde poëzie niet op hen is gericht. Binnen de liefdespoëzie van de afgelopen eeuwen zijn het vooral mannen die naar meisjes kijken. Nog maar 10 jaar geleden kon je een bloemlezing over liefdespoëzie lezen en dan moest je moeite doen om gedichten te vinden waarin vrouwen naar mannen kijken. Nu zien we een inhaalbeweging. ”

Een van die jonge vrouwelijke dichters die actief meedoet aan deze inhaalbeweging is Hera Lindsay Bird (1987) uit Wellington, Nieuw-Zeeland. Deze dichter die recht voor zijn raap gedichten schrijft en daarbij een komische noot niet schuwt schreef het gedicht ‘Keats is dead so fuck me from behind’ dat viral ging op Facebook, net als haar gedicht ‘Monica’ over het Courtney Cox-personage Monica in de tv serie ‘Friends’.

.

Keats is Dead so Fuck me From Behind

.

Keats is dead so fuck me from behind

Slowly and with carnal purpose

Some black midwinter afternoon

While all the children are walking home from school

Peel my stockings down with your teeth

Coleridge is dead and Auden too

Of laughing in an overcoat

Shelley died at sea and his heart wouldn’t burn

& Wordsworth……………………………………………..

They never found his body

His widow mad with grief, hammering nails into an empty meadow

Byron, Whitman, our dog crushed by the garage door

Finger me slowly

In the snowscape of your childhood

Our dead floating just below the surface of the earth

Bend me over like a substitute teacher

& pump me full of shivering arrows

O emotional vulnerability

Bosnian folk-song, birds in the chimney

Tell me what you love when you think I’m not listening

Wallace Stevens’s mother is calling him in for dinner

But he’s not coming, he’s dead too, he died sixty years ago

And nobody cared at his funeral

Life is real

And the days burn off like leopard print

Nobody, not even the dead can tell me what to do

Eat my pussy from behind

Bill Manhire’s not getting any younger

.

Het hele artikel uit The Guardian lees je op https://www.theguardian.com/books/2019/jan/26/new-generation-young-women-poets maar neem ook eens een kijkje op de website van Hera Lindsay Bird (inmiddels is mij ter ore gekomen dat haar website is gehackt, meer informatie en gedichten van Hera Lindsay Bird vind je op https://thespinoff.co.nz/author/hera-bird/

.

Advertenties

Afzetten

Anne van den Dool

.

Met enige regelmaat maak ik het mee dat collega’s zich verwonderen over het feit dat ik naast mijn werk ook dichter ben en me veel met poëzie bezig hou. Diezelfde verwondering heb ik wanneer ik hoor dat een collega actief is als dichter. Zo schreef ik al over Mirjam Noach, polderdichter van de Haarlemmermeer, Gino van Weenen en Meliza de Vries. Allemaal collega’s in het bibliotheekvak. Sinds een paar dagen is daar een nieuwe naam aan toe te voegen: Anne van den Dool.

In ‘bibliotheekblad’ (vakblad voor de openbare bibliotheek) stond een artikel over jonge bibliothecarissen en één daarvan is Anne van de Dool (1993). Zij is collectiespecialist bij de bibliotheek Bollenstreek maar voor deze blog belangrijker, ze schrijft proza, recensies en poëzie. Daarnaast is ze actief als docent van De Schrijfschool (waar nog een aantal dichters actief zijn zag ik).

Anne van den Dool studeerde Film- en Literatuurwetenschap en Neerlandistiek aan de universiteit van Leiden. In 2014 debuteerde ze met de roman ‘Achterland’ bij uitgeverij Querido. Ze schreef voor nrc.next, Tirade en DW B (Het literaire tijdschrift DW B is een creatief laboratorium voor literatuur en de kruisbestuiving met beeldende kunst, fotografie, architectuur, theater). Het gedicht ‘Afzetten’ werd in 2017 op http://www.dwbarchief.be gepubliceerd.

.

Afzetten

.

Je afzetten doe je nooit in

stapjes maar altijd met het

felle wegtrekken van iemand die zich

wegduwt van de zijwand van een zwembad,

handen die zich nog even

om de richel verkrampen en dan loslaten,

golfslagsnel over de wegwijsstrepen van het diepe.

.

In de zomer leken alle meisjeslichamen zich opeens tegen

hun springplankachtige kinderlijkheid te hebben afgezet:

ze vervormden zich als

bladerdeeg dat ombolt in de oven,

en ik vroeg me af of mijn juli dan

zoveel kouder was geweest dan de hunne,

of ik te veel in het koele water had gelegen,

uit te veel meel en te weinig bloem bestond –

.

en ik zou mezelf oprekken in

kleedhokjes zonder noemenswaardige deuren,

mijn armen langer strijken, mijn billen boller knijpen,

want wat je aandacht geeft

groeit, zo gold dat althans voor planten

en alles wat in je hoofd vlinderslaat.

.

De meisjes keken elkaar aan tijdens hun borstslag en tuurden hoe ik mezelf

lossig had vast gewreven, mislukt, duidelijk,

extra plakjes bladerdeeg die niet meer in de vorm pasten,

en ik moest mezelf wijsmaken dat

iedereen in dit zwembad zich vast zo voelde:

.

als gladde tegels die je handen loslaten

voordat je voet zich

afzetten kan.

.

Het gezeefde gedicht

Nieuwe dichters

.

Al browsend op het internet kwam ik op de website http://www.hetgezeefdegedicht.be/ een website voor nieuwe dichters. Deze website, die onder redactie staat van Roel Richelieu Van Londersele en Charles Ducal, beide ervaren en publicerende Vlaamse dichters, richt zich op nieuwe dichters en debutanten die op zoek gaan op het Internet naar poëzie en daar vaak minderwaardig werk tegen komen dat geen voorbeeld kan zijn. De redacteuren passen een strenge selectie toe van ingekomen gedichten en willen door deze selectie een overzicht geven en een platform bieden aan nieuwe dichters die kwalitatief en waardevol werk produceren.

Zij doen dit door die selectie toe te passen, geselecteerde gedichten te plaatsen op deze website, een ontmoetingsplaats en podium te bieden op een jaarlijkse poëziedag en dichters die de selectie net niet halen te voorzien van opbouwende kritiek en tips. Op de site verder een overzicht van alle dichters van wie ooit een gedicht is geplaatst, de gedichten, bundels van dichters die een bundel hebben gepubliceerd bij een landelijke uitgeverij, een poëzieprijs en nog veel meer.

Uiteraard heb ik uitgebreid een kijkje genomen in de lijst met gedichten en daar koos ik een gedicht uit van Norbert De Meyer getiteld ‘Eigenwijs’.

.

Eigenwijs

.

er wapperde nog een vlinder voorbij
zomaar in de late klaarte van september

zei je dat het gewoon verblinding was
je had zwaluwen gezien op de toren

de gestreepte zon schopte je
de doodlopende straat op

waar mensen opgeschrikt naar binnen liepen
omdat schimmen grotesker zijn dan vals licht

je bent het natuurlijk niet met me eens
gestapelde woorden stuiken altijd in elkaar

laten gebarsten letters achter en mijn hese stem
die af en toe wat neuriet

.

Ik ben

Rellie Telg

.

Al eerder schreef ik over Rellie Telg of Rellieatuur zoals ze ook wel bekend staat. In 2017 was ze één van de busdichters bij de Poëziebustoer en in januari 2018 vroeg ik haar voor te dragen op de poëziemiddag in Maassluis in de Poëzieweek (in 2019 overigens op 27 januari met o.a. Ingmar Heytze!). Haar bio in de Poëziebusbundel van 2017 luidt:

Zij is niet haar naam, huidskleur of beroep… Graag blaast zij stillevens leven in met haar pen. Creëert zij nieuwe werelden met wat zij onderweg vindt. Bouwt zij woordbruggen van haar hart naar de jouwe. Met haar gekleurde bril serveert zij het alledaagse in een nog onbekend jasje.

Mocht je de gelegenheid hebben haar ergens te kunnen bekijken en beluisteren dan zou ik dat zeker doen. Uit de bundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ het gedicht ‘ik ben’.

.

Ik ben

.

Ik ben niet mijn naam, huidskleur of beroep

ik ben niet wie ik morgen zeg te zullen zijn

ik ben staat los van alle plannen die ik bedenk,

van alle zoektochten naar mezelf.

Ik ben staat los van alle manieren die ik zoek om kalm en zen te zijn

ik denk dat ik ben mij keihard uitlacht en dan liefdevol toelacht

wat een gekkigheid denkt ik ben misschien, kijk haar nou gaan,

bergen beklimmen, het onderste uit de kan halen om erachter te komen

wie ik ben zodat zij weet wie zij is.

Zal ik haar zeggen dat zij alleen hoeft stil te zitten om te weten wie ik ben?

Zal ik haar zeggen dat zij allang weet wie ik ben,

al voordat zij besloot de jacht te openen op ik ben?

Ik laat haar nog even zoeken…

misschien net zolang tot ze doodmoe neervalt…

haar ogen opent en mij rustig naast haar ziet liggen.

Dan zal zij lachen en haar hoofd schudden en zacht maar duidelijk zeggen:

Ik ben

.

Voedselverspilling

Ivanka de Ruijter

 

De nieuwe stadsdichter van Wageningen, Ivanka de Ruijter (1993) is afgestudeerd Neerlandica, maar studeerde ook twee jaar Autonome Beeldende Kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Naast kunstenaar is ze boekhandelaar bij Boekhandel Kniphorst in Wageningen, stadsdichter (vanaf 2018) en recensent bij het literair weblog Tzum. Op haar website http://ivankaderuijter.nl/ is naast genoemde zaken ook beeldende kunst van haar hand te bekijken.

Naar aanleiding van het klimaatontbijt over voedselverspilling afgelopen juni in Wageningen schreef zij het gedicht ‘Recept van wat restte’.

.

Recept van wat restte

.

Men neme de restjes van wat werd gegeten
Overbodige paprika’s, brakke berkenboleten
Men neme een ui van net ietsje te oud
strooit met specerijen – waar de geliefde van houdt

Men neemt wirrewarwortels, bleke bleekselderij
en snijdt dan dit alles met het keukengerei
Serveer de kromkommers, als een lach in het groen
Vul naar eigen wens aan, wel liefst volgens seizoen

Oogst bij de Eng wat niet mee werd genomen

Gooi dat in de pan, laat daarna nog wat stomen.

Ruik wat, en proef dat en wrijf in uw handen

Verheug u, dek tafel, en laat niets verbranden.

Nodig iedereen uit, vergeet niet te testen
En dien dan trots op: het gerecht van wat restte

.

                                                                                                              Ivanka voor boekhandel Kniphorst in Wageningen

Liever lief

Lot Bouwes

.

De Rotterdamse studente en dichter Lot Bouwes (1993, Krimpen aan de IJssel) schrijft gedichten, verhalen en sprookjes. In 2016 gaf ze in eigen beheer de dichtbundel ‘Wezens’ uit. De bundel ‘Wezens’ bestaat uit 50 biografische gedichten en kleine illustraties met ieder een verborgen boodschap. De foto’s in Wezens zijn gemaakt door Hanke Arkenbout.  Op haar website  https://www.lotbo.nl  lees je hoe je aan haar bundel kan komen, over haar poëzie en hoe een gedicht op maat van haar te verkrijgen. Op haar blog http://vergetenwoorden.blogspot.com kun je gedichten van haar lezen. Zoals ook het gedicht ‘Liever lief’.

.

Liever lief

.

Ik kan je duizend brieven schrijven,
over eenzaam en verloren
over nooit meer uitverkoren
Maar ik heb me liever lief.

En ik wil slechts ademruimte.
En de dingen die we voelen
kunnen vormen wat we doen.
En we hoeven niet te denken
of de regels te verzinnen
want we zijn niet wie we waren,
niet verloren zoals toen

.

 

Supermarkt

Melissa Ketelaar

.

In de categorie Jonge dichters vandaag Melissa Ketelaar. Melissa Ketelaar komt uit Emmen en is woonachtig in Nijmegen waar ze Algemene Cultuurwetenschappen studeert. Als kind was ze nogal verlegen en door te schrijven kon ze zich toch uitspreken. Door een optreden bij de Kunstbende kreeg ze de kans om vaker op te treden en leerde ze mensen kennen die positief op haar werk reageerde.

Zelf zegt ze dat haar vroegere gedichten vooral grappig en ironisch waren en nu wat nihilistischer zijn maar in het gedicht ‘Supermarkt’ bewijst ze dat het ironische en grappige nog steeds een plekje heeft in haat poëzie. Qua vorm lijken het korte prozagedichten, een beetje in de stijl van Nyk de Vries.

.

Supermarkt

.

Mijn peer werd afgerekend als een appel, omdat ik het zonde vond een tweede zakje te pakken. Voor

het eerst pin ik zoveel dat ik een handtekening moet zetten. Jammer dat ik geen zegels spaar.

Het is druk en de vier tieners voor me kopen Red Bull en Bifi worstjes. De cassière herkent me

inmiddels en ik ben bang dat ze bijhoudt wat ik koop en dus eet.

De enige keer dat ik me niet schaam is als ik tegelijkertijd chocola en tampons koop.

.

Poëziebus weer on tour!

Augustus 2018

.

Ook dit jaar gaat de poëziebus weer rijden en on tour door Nederland en Vlaanderen. En opnieuw zullen bezoekers, dichters, bejkenden en onbekenden worden verrast door bijzondere poëzie uitingen en prachtige poëzie. De tour gaat dit jaar langs de volgende steden:

Maandag 6 augustus: Kortrijk
Dinsdag 7 augustus: Gent
Woensdag 8 augustus: Antwerpen (middag) & Hoogstraten (avond)
Donderdag 9 augustus: Maastricht
Vrijdag 10 augustus: Zwolle
Zaterdag 11 augustus: Rotterdam
Zondag 12 augustus: Amsterdam

De organisatie van de Poëziebus heeft ook dit jaar weer voor een spannend, gevarieerd en multicultureel dichtersveld gezorgd met de winnaars van de van Dale spoken word award 2015 en 2017, rappers, stadsdichters en oud stadsdichters, jong talent en poetry slam finalisten. Dit zijn de namen van de dichters die meegaan:

Lucie de Droom, Laure-Anne Vermaercke, Lindah Nyirenda, De Alchemist, Erika De Stercke, Onias Landveld, Karin van Kalmthout, Kristien Spooren, Maxime Garcia Diaz, Steven Graauwmans, Insayno, Sabina Lukovic, Flow 5, Tijgerlelie Wijnhard, Jan Wagenaar, Noctu, Dorien Dijkhuis, Rommelhond, Hind Eljadid, Nick J. Swarth.

Hou de website van de https://poeziebus.nl in de gaten voor de programmering.

Uit deze bonte verzameling van dichters koos ik Maxime Garcia Diaz. Dit jonge Amsterdamse talent behaalde met haar gedicht ‘Hou op met in de honger wonen’ een 39ste plaats bij de Turing gedichtenwedstrijd 2017.

.

Hou op met in de honger wonen

.

Het lichaam begint te kloppen

misselijk zoals een carcinogenisch hart

klopt of zoals           Het holt zichzelf uit.

Het vult zichzelf traag met zwellende rook

en je voelt jezelf als een kale boomtak uitreiken

om een wolk, of een gitzwart maagdenvlies

te perforeren.

.

(de bus rijdt over het bankaplein, een oude man

struikelt, je ademt als een zieke hond of een

spijkerbroek gedragen door een meisje van elf

dat niet naar school wil)

.

Het lichaam zwijgt. Het lichaam weigert

uit te ademen,

schuimbekt. Golven slaan

tegen het gehemelte: alsof er nog nooit iemand

in de zee gelegen heeft,

naar de wolken keek en zei: dit is wat ik wil worden.

Dit wil ik zijn als het donker wordt.

.

Je krult op als een garnaal of     het opkrullen

– iets dat verrotten kan, en dan verkruimelen.

Je waant jezelf onkruid

en beseft dat dit ook een soort narcisme is.

Het lichaam begint zichzelf te annuleren.

.

 

 

Marjan de Ridder

Marjan de Ridder

.

De Vlaamse dichter/performer Marjan de Ridder (1988) kwam ik tegen bij een voordracht in Breda. Ik kende haar van naam en van het gegeven dat ze als deelnemer was mee geweest met de Poëziebus en daar zag en hoorde ik haar voor het eerst performen. Op dat moment wist ik dat ik over haar ging schrijven.

Marjan ziet kunst als spelen, ze vindt dat je met alles kan schilderen: pureepatatjes, geluid, woorden. Overal vindt ze dingen om haarzelf mee uit te drukken, ze is avontuurlijk (maar niet praktisch) en kan zich moeilijk op één ding focussen.

Ze heeft roots in het koorzingen  en in de rap en ze schildert, tekent en drukt monotype. Altijd heeft ze een schetsboek of schrijfboek bij zich. Het gedicht ‘Huil naar de maan’ is een nieuw of vers gedicht zoals Marjan het zegt.

Over het gedicht zegt ze: ik ben niet goed in relaties, en denk altijd dat ik met iemand een soort band heb die er eigenlijk niet is, uiteindelijk ben ik een soort ‘manic pixie dreamgirl’ (een manic pixie dreamgirl helpt de man bij zijn zoektocht naar geluk, zonder het eigen geluk na te streven). Voor veel mensen en als ik hen heb opgevrolijkt met mijn nogal sterke energie laten ze mij vaak zitten… huilen daar ben ik te trots voor, ik zal altijd alle pijn achter positiviteit en humor verschuilen. (in welk geval dan ook).

.

Huil naar de maan

.

wikkel ons af

haal ons op

 

span ons vel in zeilen

 

en vertel me dat we naar het Noorden trekken

omdat ik mijn hoofd daar wel koel kan houden

 

en huil, huil naar de maan

 

zwem in mijn wachten

pest me om me te testen

spoel van mij de resten van vertrouwen

en vraag mij vijf keer ongemanierd of ik morgen met jou zal trouwen

… om het daarna weer af te houden

 

en huil maar, huil maar naar de maan

 

trek aan de haren van de nachtmerries die we zouden bewaren voor wanneer het oorlog was

en lach maar, lach maar naar de nacht

naar de vos die stil is en de wolf die mistig en listig aast

… wij, … het aasdier, nu al stukgebeten

tandenknarsen kan je het best in de nacht leren

 

ook huilen, meerder keren

 

wij kunnen dit van ons afwassen in de ochtend, zeg je dan

maar je spreekt voor jezelf

want alles is nu droogte

het watersysteem verkalkt, net als mijn ogen

 

huil maar in de nacht, zet morgen je “dag zonlicht”

– zonneschijnlach

schone schijn lach –

maar op

 

en huil, meisje, maar enkel… in de nacht.

.

 

 

Mila Braat

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

.

Milla Braat (1998) begon op 15 jarige leeftijd met slammen en performen. Ze stond droeg voor  op het Langweiligkeitfestival, Carart, de Haagse popweek en het NK-Poetryslam. In 2009 publiceerde ze in de poëzie-verzamelbundel ‘Haags Fris’. Sinds januari 2018 maakt ze deel uit van het Haags Dichtersgilde en is ze huisdichter bij expositieruimte De Firma Van Drie te Gouda.

Milla’s poëzie is intuïtief en lieflijk. Haar schrijven is een herinnering die niet aan tijd onderhevig is. Soms gaat het over het verleden, soms over iets van ver daarvoor en zelfs de toekomst herinnert ze zich feilloos.

Sinds kort studeert ze Creative Writing aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem.

Voor meer informatie kijk je op haar website: http://www.millabraat.weebly.com

.

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

.

Dinsdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
Vanachter de heg springt de lente me tegemoet
“Hallo! Daar ben ik dan weer!” schreeuwt ze
“Verrek, daar ben je!” zeg ik
Ik klim op mijn fiets,
zij klimt op mijn rug, trekt de muts van mijn hoofd
gaat staan op mijn schouders
Mijn fiets zwalkt, ik maak mijn bochten onvoorzichtig
Ik kijk in elke winkelruit

Woensdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
ik wacht een minuut.
“Waar ben je” schreeuw ik.
ik stap op mijn fiets, trek mijn muts over mijn oren
neem de kortste weg

Donderdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Ben je daar” zeg ik meteen
“Nee, hier ben ik” schreeuwt de lente,
ze staat aan het einde van de straat
Ik spring op mijn fiets, race naar het einde van de straat
ze staat aan het einde van de volgende straat
“Kom dan!” schreeuwt ze”
’t is goed met je” schreeuw ik terug
Ik fiets terug naar huis

Vrijdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Héé! Wat fijn dat je er bent” schreeuwen honderd lentes me tegemoet
Achter elk raam, op elke grasspriet, in elke lantaarnpaal zit een lente
Met mijn fiets aan de hand wandel ik tussen de lentes door
ik groet ze allemaal, hang mijn jas over mijn stuur
ik kom oude vrienden tegen op straat
“Het is lente!” schreeuw ik tegen hen
Ik voel drie druppels, achter elkaar, op mijn neus
Ik kijk om me heen. Alle lentes zijn verdwenen
Ik stop en ren een café in, ik gooi mijn muts op de bar
Een man draait zich naar mij om en zegt
“21 maart, dán is het écht lente!”

.

%d bloggers liken dit: