Categorie archief: jonge dichters

Poëzie Lagogo

Gratis poëzie festival

.

Op zondag 1 september tussen 13.00 uur en 18.00 uur, organiseert dichter, organisator, schrijver en collega bij De Poëziebus Edwin de Voigt aan de Bergse Voorplas in Hillegersberg het gratis toegankelijke poëziefestival Poëzie Lagogo. Op de Weissenbruchlaan 149 (op het gras naast Mendoza), treden bekende dichters en lokale helden uit Rotterdam en Hillegersberg-Schiebroek op. Er is muziek en er zijn poëzieworkshops voor kinderen (8-12 jaar), een stille kids-poetry-disco vanaf 4 jaar en een zweefmolentje voor de kleintjes. Een programma kortom voor het hele gezin. Geheel in jaren’20 stijl, poëzie, wijntjes en biertjes op een prachtige locatie.

Dichters die tijdens het festival komen voordragen zijn Ingmar Heytze, Jana Beranová (oud-stadsdichter van Rotterdam), Elfie Tromp, Demi Baltus en Dean Bowen (stadsdichter van Rotterdam) maar ook Von Solo, Lisa Heinsohn Huala, Ramona Maramis, Jeroen Sloof en Piet Janssen. Er is muziek van Mariachi orkest Los Mezcales en er zal jong talent op het podium te zien en horen zijn.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Elfie Tromp uit 2018.

.

Victorieverdriet

.

Ik ben altijd alleen als ik je schrijf
de woorden waarmee ik je overwon
werden op een eiland geschreven
waar ik nauwelijks nog mens was
veroverwoede slaat
eenmaal ingelost
om in victorieverdriet

was dit nou alle ophef waard?
een paar meter stenen, modder en gras
had me bijna mijn leven gekost

het is grootheidswaanzin om mezelf met Napoleon te vergelijken
het is grootheidswaanzin om Napoleon te zijn
voor jou doe ik mijn bloedjas uit

ik ben meer dan de achterkant van een heer
het snavelhondje ligt op mijn schoot

honderd titels draag ik over
je mag eruit kiezen om o.a.
Napoleon te zijn

.

Advertenties

We komen van ver

Carmien Michels

.

De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.

Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.

.

Liefdessonnet XI

.

Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach

.

Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos

.

Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen

.

En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*

.

Nieuwsgierig? Kom gewoon langs!

Zomerpodium Ongehoord!

.

Vandaag in de Jacobustuin in Rotterdam (op 5 minuten lopen van het centraal station) in de Jacobusstraat, het Zomerpodium van Ongehoord!. En waarom je daar naartoe zou moeten komen? Elf redenen waarom je het toch zou moeten doen:

1.Dirk Kroon, 2. Evy van Eynde, 3. Daniël Dee, 4. Karin van Kalmthout, 5. Alex Gentjens, 6. Anna Borodikhina, 7. Frans Terken, 8. Emma Beukelman, 9. De mooiste (binnen)stadstuin van Rotterdam en 10. Drankjes, (gratis) hapjes, mooi weer en fijne mensen, 11. Open podium!

Vanaf 12.00 uur is de tuin geopend en vanaf 13.00 uur zal het programma beginnen. Wil je (maximaal) drie gedichten voordragen op het Open Podium geef dit dan aan (van te voren of in de pauze) bij de presentator Maiko. Toegang is uiteraard gratis.

Kom dus genieten van Rotterdamse poëzie, Vlaamse poëzie, prachtige dichters, en de mooie muziek van Emma. Om je alvast een klein stukje op weg te helpen hier een gedicht van de Vlaamse Evy van Eynde die je zal betoveren met haar prachtige performance. 

.

Infinitief

.

In een droom sprak je
(altijd alleen in dromen)
zonder wrok (ik stond op 
het punt je te stropen, in je
te kruipen, je vel binnenstebuiten, 
je honderdduizend snikkels geprikt
in de buisjes van mijn koortsige bloed
naar het oppervlak van mijn huid)

Ben je vergeten
dat ik steeds al vol leegte
dat we oneindig mogelijk
buitensporig en wankel

dat mijn bast barst
van sappen, meanderend
in en uit elkaar, in die marge
van het bestaan waar wij

ons onbegrensd

vieren

.

Het was het glas dat in zichzelf keek

Doreen Hendrikx

.

De volgende dichter, performer die dit jaar met de Poëziebus op pad gaat en die ik je wil voorstellen is Doreen Hendrikx.

De Vlaamse Doreen Hendrikx is een student wiskunde die een jaar geleden toevallig in de voorrondes van Naft voor woord is beland en sindsdien doorgestroomd is naar de nieuwe lichting van vers geweld en verschillende podia heeft mogen betreden. Zij schrijft wat poëzie betreft voornamelijk spoken word die gaat over dingen die haar heel erg raken, heel dicht bij haar liggen en soms ook filosofische overpeinzingen zoals deze.

.

Het was het glas dat in zichzelf keek en de storm in zijn water zag,

Hij die bleek, maar dubbel gelaagd voor de dag verscheen terwijl de wereld verder draaien mag.

Als een draaitol zou hij tot de rand vol tegen de grond gaan,

schuivend uit de hand van hij die wel bleef staan

die enkel hopen kon dat het glas geen sneeën gaf nu al zijn thee verspild op de grond lag.

maar het glas nam het schervengraf als een bloedbad dat hij nooit gewild had. 

.

 

Als vrouwen me niet tegenhouden

Citroengeel

.

De Poëziebus gaat weer rijden en tot die tijd stel ik je aan enkele deelnemers voor die dit jaar meerijden. Vandaag is dat Steff Geelen (Citroengeel). Steff is schrijver en performer, studeerde Antropologie aan de Amsterdam University College en Kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Steff schrijft poëtisch proza en gedichten waar vaak minstens één dier in verschijnt en droeg voor op o.a. Roots Festival, Radio 1, in de Tolhuistuin en in Het Amsterdam Museum. Daarnaast maakt Steff theater bij Likeminds Factory en maakte Steff van 2016-2018 onderdeel uit van het talentontwikkelingstraject Poetry Circle Nowhere. Steff is organisator en oprichter van Uitgesproken Queer, een platform dat LHBT+ (woord)kunst stimuleert in Utrecht.

.

Als vrouwen mij niet tegenhouden,
val ik in ze, zoals je door iets heen
kan vallen wanneer je weerstand verwacht.

Ik bleef alleen vrijwilliger bij de Regenboog,
omdat iemand me er kind bleef noemen.
Wanneer ik broccoli sneed of vegetarische burgers bakte, er iemand was die zei:
Je doet het toch goed, kind.
Ik werd daar week van.

Zo het hebben van talloze moeders die verschijnen in een moment, vervangen zijn
het volgende.

Als dat echt was,
kon ik er op elk moment een opbellen
of tegenkomen in de supermarkt bij de komkommers.
En dat ze me overal kleinigheden toestoppen: toffee en zuurtjes en meer snoep
zoals vroeger. En dat iedereen
met ongepast advies kwam.
Er iemand was die zei:
Trek die vale sokken uit.
Er zit een gat in je broek.
Kind, kam je haren eens.

Als vrouwen me niet vasthouden, dan vouw ik mezelf door ze heen, verweef me
met hun handen, vraag hen kleren
van me te maken, zodat ik om hun schouders,
rug, over zachte buik hang.

Ik kan het niet laten, ik wil
altijd dichterbij zijn, waar het zacht
is zijn. Ik wil altijd meer terug en meer verder, meer kind en meer moeder zijn

Iets mij laten sussen, wiegen
Iets hebben om te sussen, wiegen.

.

Kwaad gesternte

Hannah van Binsbergen

.

Hannah van Binsbergen raakte op 13-jarige leeftijd geïnspireerd door het werk van dichter Hans Lodeizen. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was (in 2017) de eerste debutant die de VSB Poëzieprijs won voor ‘Kwaad gesternte’ (uit 2016). Zij is ook de jongste dichter (1993) die door Ilja Leonard Pfeijffer werd opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

De Poëziebus gaat weer rijden

Jens Meijen

.

De Poëziebus is een tour, in een klassieke rode bus, voor podiumdichters waar maar liefst 20 podiumdichters uit Nederland en België  in meerijden. Dit jaar rijdt de bus van 5 tot en met 11 augustus 2019 door Nederland en Vlaanderen. Onderweg treden de podiumdichters voor en verzorgen zij workshops. De bus stopt in verschillende steden op de route die binnenkort wordt bekend gemaakt op https://poeziebus.nl/

In de aanloop naar de tour zal ik een aantal van de podiumdichters aan jullie voorstellen. Vandaag de dichter Jens Meijen.

Jens Meijen (1996) is masterstudent in de Europese studies aan de KU Leuven, recensent bij Humo, kernredacteur bij Dietsche Warande en Belfort, journalist bij De Morgen, redacteur bij Greenpeace België en auteur bij de Bezige Bij. Eind dit jaar verschijnt daar zijn debuutbundel.

 

Aderlating

I. Anatomie van de adem
Teken de setting: landschap, akker, net Kroatië maar uit een ander leven. Kleine kerk daar, lang geleden gebombardeerd. Bos verderop. Wij twee schimmen.
Avond stuitert op oogvliezen.
Teken de blauwdruk labyrintijn:
Ik ben de ruïne van de handen,
knagend aan je hersenstam
De ruïne van de adem,
rafelig als zonlicht door een bladerdak
De ruïne van de daden,
Gemorst in een stoffig, gedempt universum
Gemaanlandschapt onder mijn voeten:
grijsgroen door een nachtkijker, kale bomen, witte woestijn.
We reizen waaiend.
Ik ben het egotrippend glas-in-loodraam
mors oker en rood over de vloer
er bestaan nog steeds:
cadillacdromen uit Vietnam, glitternaaimachines, zonnelikkers, vormeloze zeepaardjes
Verwijs naar relevante denkers: Baudrillard, de Beauvoir, de Baai van Biskaje,
zeeboezem zeeboezem zeeboezem zeeboezem zeeboezem
bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij bosdij
junglenek junglenek junglenek junglenek
dit is zoals het vangen van vlinders, woorden te drogen leggen, betekenis verdampen
(maak tantrisch bewust van hoe belachelijk taal, hoe klank)
ik het kind in de herfst plak bladeren tussen een boek tot herbarium
bewaar ook mensen tweedimensioneel in encyclopedieën
de mooiste woorden zijn rozijnen,
ze kruipen als druppels azuur tropisch water achter mijn oogleden,
laten niets ontsnappen.
Bedek mijn oren met kleverig boomsap
dit dient nergens toe.
Direct en parallel een melding op mijn smartphone: volg de scheiding van Harry en Meghan via livestream.
Je stem rinkelt als de maan twijfelend om op te stijgen, oranje zeilen in de nek.
Juist, de wereld draait voort.
Je propt de schapenwolken in mijn oren. Verdoving.
(Werkt het beter als ik vooraf verraad wat ik wil doen? Is de keuze eerlijkheid of leesbaarheid?)
Opnieuw probeer ik te pauzeren,
de wereld te ontdraaien, aardkorst te appelschillen, met mijn tenen te stoppen.
Is de lucht van glas? Zoet spek?
Bosdij ruikt naar een geurkaars. Plantaardig is het ding met peren.
Dromen zijn een raadsel en het gaat als volgt
Het smelt in je hoofd en niet in je hand
Teken je omgeving, wees oprecht:
De korenbloemen aan de rand van dit veld zijn indigo, scherp, gevlekt
hun windgeruis, het meebuigen, hun zingende mensachtige stemmen
kathedralen erfenis.
Terminators en Robocops zullen de aarde redden.
Glimmende metalen tuinen, palmbomen gemaakt van lichtzwaarden,
fonteinen fluoblauw, velden vol buitenaardse gewassen; bos vol infraroodbananen.
De zon bedekt ons met gloeiende vingers. Neonroze, neonpaars.
Zoek met mij naar synthetisch Babylon.

II. Narcose
Wandeling door de Alpen, lucht blauwer dan donkerzwart,
wanneer we in de ochtend
dronken van de zachte glazen cassisvodka uit de nachtwinkel (ook in bergdorpen)
zwachtelend om onze hersenen, mistig weilandschap nu, schemervroeg,
onze stemmen als loeiende koeien naar elkaar,
mijn smartphone een klinkelbel meldt: windhoos op komst.

Op de bergtop neem je de pose aan
van een kerstboompiek, ontdekkingsreiziger, roodgloeiende edelweiss
tot je handen zich dompelen in de poel boven ons hoofd.
De wind wordt sterker; ik zie een sterrenbeeld dat lijkt op een velociraptor. Dinosauriër was het ding met veren.
Je zegt: Het internet is al bijna ons brein. Onze hivemind. Ons collectief bewustzijn. Ons geweten vol rioolwater. Duurt niet lang meer.
De wind vlecht in elkaar, huilt, heft het dal omhoog uit de bergen, een zeppelin,
een vliegdekmoederschip tot zweven gebracht.
Wanneer we in de ochtend, lucht nog cassiskleur,
onze ogen op elkaar afstemmen,
giechelende sonars
– ze bevroeden spoken –
Zwitserland gekneed uit gekleurde klei,
klimop groeit als een ladder uit de maan naar beneden.

We blazen rookringen door het bos. Onder groene lampenkappen, in de diepte het dorp. Beekjes glibberen over onze groene wanden.
Houten stammen zijn mijn polsen, spechten zijn mijn hartslag.
De windhoos heeft berken gebroken
(net zebrapoten uitgelepeld door de zwaartekracht)
onze oren uitgewassen
de huizen beneden gespikkeld met afwezigheid van dakpannen, hagelslag.
Nu klatert
de zon door het dal naar beneden.
van veel te diep uit mijn mond stromen bedonsde woorden,
gorgelend, de gruzelementen ontslipt
aan de frangipane die je mijn verhemelte noemt
die kruimelt als de klanken hier, in dit bos, de vogels die ik vermoed te zijn,
hier, het ritselen dat me doet denken aan een sluipende panter,
achter me, het geluid van klauwen die uit poten schieten.
Je gezicht: een chronologisch vijgenblad.
III. Aurora
De lucht een lila schildpadschild omkoepelt ons.
Het is elk jaar opnieuw zo: in de zomer licht je op als aardbeien op bosgrond, ruikt je haar in de nacht weer naar de maangetijden. En het zout van onderaarde.
Lig met mij op donkere plekken.

Er is een planeet net als de onze; op de juiste dagen
wanneer de banen kruisen
smelten ze samen.
Je merkt het aan de heldere aflijning van straatlampen,
het terpentijnig sijpelen van kleur,
lakmoes, proef onze pogingen
om een dierentuin te sprokkelen.

Drinken aan iets, bier of schaaldieren misschien
Een langzame rij melkvoetstappen herhaalt zich,
een mars denk ik.
Wij worden gedragen van de aarde af,
zoetwitte schapenpootjes,
kousenvoeten, limoenbomen
Zouden we ooit het Noorderlicht zien?
De wapperende snoekgroene gordijnen van de ruimte opzij schuiven?
Zouden we elkaar ooit tot stofwolken bijten?
Hoeveel natuur moet ik nog met ons vergelijken om hetzelfde te zeggen
Alleen dit licht
Dit licht is echt

Handle with care

Mahlu Mertens

.

De Maastrischtse Mahlu Mertens (1987) groeide op in Nederland, maar verhuisde in 2011 naar België waar ze als promovendus hedendaagse letterkunde aan de universiteit Gent werkt op het departement van Literaire studies. Naast dichter is ze ook theatermaker en literatuurwetenschapper. Samen met Hanne Vandersteene vormt ze de kern van grensgeval, een gezelschap dat voorstellingen maakt op de grens van theater, geluidskunst en circus.

Haar poëzie verscheen in Het gezeefde gedicht, de Poëziekrant en bij Meander. Haar taal is bijzonder, haar Nederlands vervlaamst, haar Vlaams vreemd. In februari 2019 won ze de Zeef poëzieprijs met haar bundel ‘Ik tape je een bed’ die bij uitgeverij De Zeef verscheen.

 

Handle with care

.

ik behandel je als een kartonnen doos met een etiket erop:
‘breekbaar’. ongeopend loop je over straat, niemand
weet wat je verpakt, en ook wij wachten af, verwachten
weinig tot niets: de doos lijkt te licht, een ruimte gevuld met hoop.

.

we tellen stappen, stoeptegels, lantaarnpalen: even is goed nieuws,
oneven niet. oneven. opnieuw. elke afslag een nieuwe kans,
de stad als gokautomaat die we steeds opnieuw bespelen. even
geloven in een winnende hand.

.

hoe langer je iets moet dragen, hoe zwaarder het lijkt,
dus ook jouw vermoeidheid is geen doorslaggevend bewijs.

.

Keats is dead so fuck me from behind

Hera Lindsay Bird

.The Guardian

Van een goede vriendin kreeg ik een link toegestuurd naar een artikel in The Guardian van 26 januari 2019 over de opkomst van jonge vrouwelijke dichters. Het was mij ook al opgevallen dat er steeds meer vrouwen tussen de 20 en 30 jaar aan een opmars bezig zijn in Nederland en Vlaanderen (kijk maar naar de deelnemers van de Poëziebus  van de afgelopen jaren) en dat beeld wordt in dit artikel bevestigd. Jonge vrouwen van 13 tot 24 jaar zijn nu de grootste poëziegebruikers in het Verenigd Koninkrijk in een markt die in de afgelopen vijf jaar met 48% is gegroeid tot £ 12,3 miljoen, volgens de Britse boekverkoper Nielsen BookScan. Een enorm bedrag voor wat toch nog steeds als een niche in de literatuur bekend staat.

Deze toename in de populariteit van poëzie door vrouwen en de toename van de waarde van de markt komt overeen met dramatische verschuivingen in de demografie van poëzie-kopers binnen het Engelstalige deel van de wereld. Vijf jaar geleden suggereerde het onderzoek van Nielsen dat 27% van de kopers van poëzie jonge vrouwen waren en nog eens 27% mannen van middelbare of oudere leeftijd. Tegenwoordig is bijna 40% van de poëzie-kopers vrouwen onder de 35, terwijl slechts 18% mannen zijn boven de 34. Het aandeel tienerjongens en jonge mannen in de vroege jaren 20 die poëzie kopen, is ook toegenomen, van 12% in 2014 tot 16% vandaag. Op zichzelf verheugende cijfers. Een in toenemende mate jonger wordend publiek dat zich interesseert voor poëzie.

Het gemak waarmee poëzie online kan worden gepubliceerd, op mobiele telefoons kan worden gelezen en op sociale media kan worden gedeeld, is één reden waarom de vorm populairder is geworden bij tieners en millennials , met jonge dichters die miljoenen volgers op Instagram trekken. Er is ook een toename in het aantal gedichten met betrekking tot de vrouwelijke seksuele blik, zegt Susannah Herbert, directeur van de Forward Arts Foundation, die de Forward Prizes voor poëzie en Nationale Gedichtendag beheert: “Jonge vrouwen hebben altijd gedichten willen lezen – waarom denk je dat troubadours zich uitsloofden om verzen te schrijven voor hun vrouwelijke liefdes? Maar ik denk dat ze niet altijd poëzie hebben gekocht omdat de meeste gepubliceerde poëzie niet op hen is gericht. Binnen de liefdespoëzie van de afgelopen eeuwen zijn het vooral mannen die naar meisjes kijken. Nog maar 10 jaar geleden kon je een bloemlezing over liefdespoëzie lezen en dan moest je moeite doen om gedichten te vinden waarin vrouwen naar mannen kijken. Nu zien we een inhaalbeweging. ”

Een van die jonge vrouwelijke dichters die actief meedoet aan deze inhaalbeweging is Hera Lindsay Bird (1987) uit Wellington, Nieuw-Zeeland. Deze dichter die recht voor zijn raap gedichten schrijft en daarbij een komische noot niet schuwt schreef het gedicht ‘Keats is dead so fuck me from behind’ dat viral ging op Facebook, net als haar gedicht ‘Monica’ over het Courtney Cox-personage Monica in de tv serie ‘Friends’.

.

Keats is Dead so Fuck me From Behind

.

Keats is dead so fuck me from behind

Slowly and with carnal purpose

Some black midwinter afternoon

While all the children are walking home from school

Peel my stockings down with your teeth

Coleridge is dead and Auden too

Of laughing in an overcoat

Shelley died at sea and his heart wouldn’t burn

& Wordsworth……………………………………………..

They never found his body

His widow mad with grief, hammering nails into an empty meadow

Byron, Whitman, our dog crushed by the garage door

Finger me slowly

In the snowscape of your childhood

Our dead floating just below the surface of the earth

Bend me over like a substitute teacher

& pump me full of shivering arrows

O emotional vulnerability

Bosnian folk-song, birds in the chimney

Tell me what you love when you think I’m not listening

Wallace Stevens’s mother is calling him in for dinner

But he’s not coming, he’s dead too, he died sixty years ago

And nobody cared at his funeral

Life is real

And the days burn off like leopard print

Nobody, not even the dead can tell me what to do

Eat my pussy from behind

Bill Manhire’s not getting any younger

.

Het hele artikel uit The Guardian lees je op https://www.theguardian.com/books/2019/jan/26/new-generation-young-women-poets maar neem ook eens een kijkje op de website van Hera Lindsay Bird (inmiddels is mij ter ore gekomen dat haar website is gehackt, meer informatie en gedichten van Hera Lindsay Bird vind je op https://thespinoff.co.nz/author/hera-bird/

.

Afzetten

Anne van den Dool

.

Met enige regelmaat maak ik het mee dat collega’s zich verwonderen over het feit dat ik naast mijn werk ook dichter ben en me veel met poëzie bezig hou. Diezelfde verwondering heb ik wanneer ik hoor dat een collega actief is als dichter. Zo schreef ik al over Mirjam Noach, polderdichter van de Haarlemmermeer, Gino van Weenen en Meliza de Vries. Allemaal collega’s in het bibliotheekvak. Sinds een paar dagen is daar een nieuwe naam aan toe te voegen: Anne van den Dool.

In ‘bibliotheekblad’ (vakblad voor de openbare bibliotheek) stond een artikel over jonge bibliothecarissen en één daarvan is Anne van de Dool (1993). Zij is collectiespecialist bij de bibliotheek Bollenstreek maar voor deze blog belangrijker, ze schrijft proza, recensies en poëzie. Daarnaast is ze actief als docent van De Schrijfschool (waar nog een aantal dichters actief zijn zag ik).

Anne van den Dool studeerde Film- en Literatuurwetenschap en Neerlandistiek aan de universiteit van Leiden. In 2014 debuteerde ze met de roman ‘Achterland’ bij uitgeverij Querido. Ze schreef voor nrc.next, Tirade en DW B (Het literaire tijdschrift DW B is een creatief laboratorium voor literatuur en de kruisbestuiving met beeldende kunst, fotografie, architectuur, theater). Het gedicht ‘Afzetten’ werd in 2017 op http://www.dwbarchief.be gepubliceerd.

.

Afzetten

.

Je afzetten doe je nooit in

stapjes maar altijd met het

felle wegtrekken van iemand die zich

wegduwt van de zijwand van een zwembad,

handen die zich nog even

om de richel verkrampen en dan loslaten,

golfslagsnel over de wegwijsstrepen van het diepe.

.

In de zomer leken alle meisjeslichamen zich opeens tegen

hun springplankachtige kinderlijkheid te hebben afgezet:

ze vervormden zich als

bladerdeeg dat ombolt in de oven,

en ik vroeg me af of mijn juli dan

zoveel kouder was geweest dan de hunne,

of ik te veel in het koele water had gelegen,

uit te veel meel en te weinig bloem bestond –

.

en ik zou mezelf oprekken in

kleedhokjes zonder noemenswaardige deuren,

mijn armen langer strijken, mijn billen boller knijpen,

want wat je aandacht geeft

groeit, zo gold dat althans voor planten

en alles wat in je hoofd vlinderslaat.

.

De meisjes keken elkaar aan tijdens hun borstslag en tuurden hoe ik mezelf

lossig had vast gewreven, mislukt, duidelijk,

extra plakjes bladerdeeg die niet meer in de vorm pasten,

en ik moest mezelf wijsmaken dat

iedereen in dit zwembad zich vast zo voelde:

.

als gladde tegels die je handen loslaten

voordat je voet zich

afzetten kan.

.

%d bloggers liken dit: