Categorie archief: Geen categorie

N.

Kalkmankementjes
.
Steeds vaker vind ik op Instagram en op Facebook dichters die hun gedichten op een bijzondere manier aan de man brengen. Wat ze in feite doen is foto’s plaatsen van geschreven, geprinte of getypte gedichten. Een prima manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet altijd al die teksten lees. het niveau verschilt namelijk nogal al en soms is ook niet helemaal duidelijk of het een eigen tekst is of iets van een ander of dat er geparafraseerd wordt.

Via een artikel in HP/De Tijd kwam ik in aanraking met het werk van Niels Kalkman. Kalkman is verslaggever van de Telegraaf en sind 2013 ook plezierpoeet. Zijn gedichten zijn geen hogere poëzie en soms betrap ik ook hem op parafraseren (zo is het gedichtje ‘donker’ 1 op 1 de laatste strofe van het nummer ‘Black’ van Pearl Jam) maar als voorbeeld van het fenomeen is zijn werk zeker niet het minste.
.

n3

N2

n1

Advertenties

Dichter van de maand mei

Alja Spaan

.

Ik ken Alja Spaan al jaren, sinds ik ooit haar weblog ging lezen, daar met enige regelmaat reacties op achterliet, zij mij haar vriendelijke lezer noemde en we uiteindelijk in 2010 samen een dichtbundel publiceerden ‘Je hebt me gemaakt met je kus’. Daarna bleven we elkaar volgen en zien bij optredens, bij Reuring in Alkmaar, bij Ongehoord! in Rotterdam en Maassluis. Tegenwoordig schrijft ze nog altijd dagelijks een gedicht op haar website http://aljaspaan.nl

Binnenkort, op 26 mei, mag ik weer bij haar komen voordragen op haar onvolprezen podium Reuring, in de Alkemazaal van Koekenbier aan de Kennemerstraatweg16, aanvang 16.00 uur. Maar tot zover de dienstmededelingen.

Alja is dus in mei dichter van de maand. Zolang ik haar ken weet ze me al te raken en plezieren, te verwonderen en te inspireren met haar taal. Ze schrijft op haar heel eigen wijze, in gedichten van steeds twee zinnen die achter elkaar door het best gelezen worden want de zinnen lopen door, daar waar je het meestal niet verwacht en toch weer wel.

Ze schrijft met compassie, haar onderwerpen zijn van dichtbij haar, haar moeder, haar kinderen, kleinkind, haar omgeving. En in 2011 publiceerde ze de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ brieven en gedichten over W. Deze W. was haar vriend en al de gedichten die over hem gaan heeft ze samen gebracht in deze mooie bundel.

Als eerste gedicht van de nieuwe dichter van de maand heb ik gekozen voor het slotgedicht in deze bundel ‘epiloog, a performance’.

.

epiloog

.

a performance

.

Als het daar zou staan, ik zou willen dat het

Weg ging

.

Als het daar zou liggen, ik zou het wegduwen

Of gewoon hoog

.

Daarover heen stappen, de lucht van

Zilveren druppels

.

De grond zwaar van dat zilver en dat nat en

Dan, ik zou

.

Niet omkijken, grote stappen zou ik maken

En het zou niets

.

Uitmaken, wel? het zou niets schelen, het zou

Eindeloos

.

Duren voordat het bladerdek droog geworden

Wegwaaien zou

.

En als goud weer voor je voeten zou dwarrelen

En eindeloos

.

Voordat ik het lezen kon, als het daar zou staan

Liggend in de

.

Stap van mij hoge benen, dat je van me hield

Dat je van me hield

.

Joenna Morits

Winterdag

.

In de dikke bundel ‘Spiegel van de Russische poëzie’ lees ik het gedicht ‘Winterdag’ van Joenna Morits. Vreemd genoeg vind ik achterin bij de bronvermelding niet waar het gedicht eerder is gepubliceerd of door wie het is vertaald. Wel vind ik in de bundel dat Morits (1937) in Kiev is geboren en heeft gestudeerd aan het Gorki Instituut voor Literatuur in Moskou. Morits schrijft meditatieve lyriek, veelal met de natuur als belangrijkste inspiratiebron. Dat blijkt zeker uit het gedicht ‘Winterdag’.

.

Winterdag

.

Al wat ik zie vanuit mijn raam –

De grandioze wereldorde –

Zal in mijn dikste schrift niet gaan,

Laat zich ternauwernood verwoorden.

.

Het bos is van kristal, het meer,

De ribes en de rechte hagen.

De bleke zon is in de weer

De januaridag te schragen.

.

De weg bukt onder sneeuwgewicht,

Zwart glanzen losse ravenveren,

Maar verder is het klaar en licht

Van kwetteren en kwinkeleren.

.

De ster die weinig anders doet

Dan licht te werpen op mijn leven

Praat met me op gelijke voet

En staat haar schijnsel weg te geven.

.

Misschien bestaat geluk daarin,

Misschien is dit het magistrale,

Dat niemand deze dag nadien

Letter voor letter kan herhalen.

.

Liefde kon maar beter naamloos zijn

Shadab Vajdi

.

In 2000 publiceerden uitgeverij De Geus en Amnesty International de bundel ‘Liefde kon maar beter naamloos zijn, met gedichten van 150 vrouwelijke dichters vanuit de hele wereld. De poëzie in deze bundel gaat over “het streven naar vrijheid en gerechtigheid, het verlangen naar een betere wereld de verhouding tussen mannen en vrouwen, de vrouwelijke identiteit. Maar ook over vervolging, onderdrukking en oorlog.” Kortom een bundel met gedichten die alle aspecten van het leven raakt.

De bundel heeft een wat merkwaardige geografische indeling (Rusland en de voormalige Sovjet Unie, West-Europa, Midden-Europa, Latijns-Amerika, Zuid-Azië, Oost-Azië, Engels taalgebied, Afrika, Midden-Oosten en Nederlands taalgebied) en bereikt daarmee op een wat gekunstelde manier volgens mij zo’n beetje elk continent.

Dat doet echter niets af aan de rijke inhoud van de bundel. Vele (voor mij nog) onbekende dichters zijn vertegenwoordigd. Sommige gedichten zijn activistisch van toon, andere hebben juist veel humor en weer andere zijn maatschappij kritisch. Een zeer leesbare mix van stijlen en thema’s kortom.

Ik koos voor een gedicht van de Iraanse Shadab Vajdi (1937). In Iran was ze docent Perzische literatuur en vanaf 1976 werkte ze als producer en radiomaker bij de BBC world service. Vanaf 1992 is ze part-time docent Perzische taal en literatuur aan de universiteit van Londen.

.

Analfabeet

.

Ik ken een man

die alle inscripties op eeuwenoude stenen leest

en die bekend is met

de grammatica van alle talen, dood of levend,

maar die de ogen van een vrouw

die hij denkt lief te hebben

niet kan lezen

.

 

Mantra’s

Dichter van de maand

.

In de bundels van de dichter van de maand Antoinette Sisto (1963 – 2017) komt de dood als thema regelmatig voor. Ook in ‘Iemand moet altijd gemist worden’ de bundel die ze in 2015 bij uitgeverij Oorsprong publiceerde is dit het geval. In deze bundel beschrijft ze haar leven na de dood van haar geliefde, de zoektocht naar deze geliefde en een beschrijving van het gemis.

Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Mantra’s’.

.

Mantra’s 

.

Herinner me eraan dat ik besta

dat ik ademhaal en eet

als ik rond en rond mijn as beweeg

alleen dans door de regen.

.

Het is niet meer voldoende

het besef dat ik besta

dat ik ademhaal en slaap

dat ik dromen regisseren kan

.

vertolk met nieuw penseel

een aria schaamteloos leen

dat ik woorden in neonlicht

laat schitteren aan ieders hemel.

.

Het is wanneer jij aan me denkt

dat ik opnieuw besta

dat ik ademhaal en eet

’s nachts niet meer met ogen open

.

op voorbije dagen leef.

.

Winterlicht

Antoinette Sisto

.

In 2013 verscheen bij uitgeverij Boekenplan de bundel ‘Dichterbij de dagen’ van Antoinette Sisto. In deze bundel beschrijft ze het naderende afscheid van een geliefde. De gedichten zijn dan ook vaak wat zwaar en melancholisch en juist door de thematiek is het gedicht ‘Winterlicht’ in deze maand van eerbetoon aan haar dichterschap, zo toepasselijk. Maar vier jaar na de publicatie van dit gedicht is zij zelf overleden en kan ik bij het lezen ervan alleen maar denken dat het over haar zelf gaat, al weet ik dat dit niet zo is.

.

Winterlicht

.

Eens keek je verwachtingsvol

door een toekomstraam

naar buiten.

.

Toen de schaatsers langs de kade

nog uitbundig zingend

huiswaarts reden

.

lange achten trokken

rondom wakken

in het dunne ijs.

.

Geen schittering was witter

dan het wit

van onze dagen.

.

Omgekeerd was er een nacht

een firmament

van duizelingen.

.

Een maan lachte verstolen

door de warme adem

op je ruit.

.

Hoeveel jij van het leven hield

dat zal ik nooit vergeten.

.

 

Morgen bij Ongehoord!

Anne-Fleur van der Heiden

.

Aanstaande zondag (morgen) op 24 september is er weer een poëziepodium van Ongehoord! op de 4e etage van de centrale bibliotheek Rotterdam (naast station Blaak). Omdat het Jongerenmaand is bij de bibliotheek een podium vol jongeren en jong talent en één iets ouder talent. Dit keer allemaal dichters die mee gereisd hebben met de Poëziebustoer 2017 van afgelopen zomer. Een van de dichters van deze toer die morgen ook te zien en horen is, is Anne-Fleur van der Heiden.

Anne-Fleur van der Heiden is in 1987 geboren in Rotterdam om in 2009 via een omweg  in Utrecht neer te strijken. Met een diploma van de Hoge Hotelschool Maastricht, deed ze in 2013 selectie voor de Schrijversvakschool Amsterdam en schrijft daar poëzie. Publicaties zijn te vinden bij De Optimist, bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd en De Revisor. In januari 2018 verschijnt haar debuut roman ‘Klaproos’ bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

In 2016 verscheen de bundel ‘Handboek voor een optimistisch leven’, samengesteld door de redacteuren van ‘De Optimist’.  Uit  deze bundel uit 2016 het gedicht ‘Champagne’.

.

Champagne

.

Nu ik mezelf lang genoeg heb rondgedraaid wordt het tijd
stil te staan te groeien en de draagkracht te hertaxeren als
een voorjaarsbloem, pril
en jeugdig op haar steel, haar wortels krampachtig
vastklemmend in de losse aarde.

Om ook het licht niet te beoordelen naar kilowattvermogen
ook licht kan ellendig zijn, voor een vlieg bijvoorbeeld
die zijn vleugels brandt aan een vlam.

Met de pijp van een blaasbalg in mijn mond
maak ik wind en vuur en doe feestelijk alsof
ik speel op een accordeon.

Als ik zeg dat het onmogelijk is, is het onmogelijk
maar dat geldt ook voor het omgekeerde; van tranen
een glas champagne maken of een bubbelbad.

.

Ongehoord! podium

Zondag 24 september 2017

.

Tijdens de afgelopen zomerperiode reed de Poëziebus weer door Nederland en Vlaanderen met aan boord 20 dichters. Een aantal van deze dichters komt nu naar het podium van Ongehoord! om daar ook hun kunsten te vertonen. In september, de Jongerenmaand in de bibliotheek van Rotterdam, hebben we ons programma dan ook gericht op jonge én talentvolle dichters. Daarnaast hebben we een jonge getalenteerde zangeres die de muziek verzorgd en één getalenteerde maar iets oudere dichter. Uiteraard is er ook weer een open podium en we verwachten nog dat er nog een dichter wordt toegevoegd aan deze line up.

Wie komen er op zondag 24 september vanaf 14.00 uur op de 4e etage van de centrale bibliotheek in Rotterdam:

.

Anne-Fleur van der Heijden

Ook al doet haar naam anders vermoeden, Anne-Fleur van der Heiden (1987) is geen grachtengordelmeisje, maar geboren in Rotterdam-Zuid. Anne-Fleur studeert in het laatste jaar poëzie aan de Schrijversvakschool Amsterdam, de school ligt wel aan de grachtengordel. In januari verschijnt haar debuutroman ‘Klaproos’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

.

Giovanni Baudonck

Giovanni is een Belgo-Mauritiaan afkomstig uit Gent.

Hij maakt deel uit van Transfo Collect, een platform voor theatermakers en acteurs in samenwerking met het RITS en De Kriekelaar waar hij actief is als coach/begeleider.

Verder is Giovanni ook zanger en woordkunstenaar.

Zo schrijft hij poëzie en kortverhalen in het Frans, Engels en Nederlands

De laatste jaren geeft hij ook Slam workshops als freelancer en heeft hij al op verschillende slam podia’s gestaan in heel Vlaanderen.

Verder is hij één van de coaches van Capital Slam 2017 waarbij hij doorheen heel Vlaanderen honderden jongeren in aanraking liet komen met Slam en Spoken Words.

.

Tijdelijke Toon

.

Tijdelijke Toon is dichter, boom en labrador in één. Een podiumbeest met zijn wortels ver naast zijn schoenen, zijn hoofd in de wolken en weinig geld. Tijdens het optreden mag hij niet gevoerd worden!

.

Adriana Kobor

Dichteres, geboren in Hongarije 1988, actief in Nederland en België sinds 2006. Haar gedichten trachten de grenzen van de taal te verkennen en te verleggen. Het grootste deel van haar werk is in het Engels, maar ook haar verzen en verhalen geschreven in andere talen krijgen de aandacht van auteurs en publiek.

.

June Bobbe

June Bobbe is 19 jaar oud.  Zij heeft haar havo diploma gehaald op de Havo/vwo voor muziek en dans (Codarts) met als hoofdvak zang. Na het behalen van haar diploma besloot ze niet verder te gaan met zingen maar het als hobby te houden. Dit jaar heeft ze haar propedeuse Communicatie behaald op de Hogeschool Rotterdam. Volgend jaar wil ze verder gaan studeren op de universiteit maar is er nog niet uit over welke studiekeuze, vandaar dat ze dit jaar een tussenjaar heeft genomen om een jaar naar het buitenland te gaan. Voordat het zover is komt ze naar het podium van Ongehoord!

.

Martin Beversluis

Martin was van augustus 2015 tot augustus 2017 de zevende stadsdichter van Tilburg. Bij zijn installatie in 2015 verscheen ook meteen Martin’s nieuwe bundel ‘Meandertaler’ bij uitgeverij Blikvorm. Dat maakt hem de eerste stadsdichter in Nederland en Vlaanderen die al bij zijn installatie een dichtbundel presenteert.

Beversluis debuteerde in 1995 met de bundel ‘De Zeisloper’. Hij speelde als dichter in de band Listening Principles, en speelde met die band onder andere in het voorprogramma van Jan Akkerman tijdens Queenspop 1998 in Tilburg, en op het Terschellingse Oerol-festival in 1999. Beversluis werkte daarna samen met zeefdrukker/ beeldend kunstenaar John Dohmen. Uit deze samenwerking ontstonden de bundels ‘Rijpen onder invloed’ (2005) en ‘Blauw van jou’ (2007).

Sinds 2007 is Martin Beversluis succesvol actief als slamdichter in de Nederlandse Poetry Slam. In 2009 stond hij in de Finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en in 2011 in de Halve Finale. Op 5 november 2011 presenteerde Martin Beversluis zijn zevende bundel: ‘Talisman’, die verscheen bij Uitgeverij teleXpress in Tilburg.

Sinds 2014 werkt Martin Beversluis samen met DJ Underground Tacticz als Meandertaler. Met Meandertaler stond hij onder andere op de Uitmarkt 2014 in Amsterdam.

Een bundel met de Tilburgse Stadsgedichten van Martin Beversluis staat gepland voor najaar 2017.

.

Van deze laatste wat oudere maar zeker zeer getalenteerde dichter het gedicht”Schermmensen’ met dank aan http://fleursdumal.nl

.

Schermmensen

En op een ochtend
waren we kleiner
enkel een wandelend
schermpje van vier bij acht
centimeter met echt alle
communicatie bij de hand
verleerden we langzaam onze taal
onze tongen hingen er slapjes bij
want we scholden liever
ons schermpje vol
dat was anoniemer

starend in een nieuwe wereld
die onvoorstelbaar groot
toch klein en handzaam is
vier bij acht centimeter
voldoende om een mens
in op te bergen het laat
zelfs nog wat ruimte
voor vage fantasie

maar ook die zullen we weldra
in kaart kunnen brengen
we zullen haar van alle kanten
aandachtig bestuderen
en uiteindelijk besluiten
dat dat schermpje
nog een centimeter kleiner kan.

.

Haagse dichter

Adriaan Bontebal

.

Toen ik mijn opleiding deed tot bibliothecaris in Den Haag, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, kwam ik in aanraking met het werk van de Haagse schrijver/dichter Adriaan Bontebal. Toen was dat een bundel met miniaturen maar pas later, veel later kwam ik erachter dat Bontebal, wiens echte naam Aad van Rijn was, ook dichter was. Wanneer ik tegenwoordig naar het puur Haagse literaire onderonsje ‘Puur gelul’ in het Paard van Troje ga, tweemaal per jaar, dan heeft Adriaan Bontebal daar altijd een ereplaatsje als één van de verloren zonmen van de Haagse literaire scene.

Adriaan Bontebal (1952 – 2012) debuteerde officieel in 1988 met zijn bundel ‘Een goot met uitzicht’. Hij was een vertegenwoordiger van de anarchistische, Haagse kraakbeweging en schreef zijn gedichten en miniaturen met een groot gevoel voor humor en met oog voor de details van het alledaagse leven. In 1987 was hij mede-organisator van De Haagse Nach van de Literatuur, maar hij werd bekend door zijn voordrachten door het hele land en door zijn optredens in 1998 met de Haagse cabaretier Sjaak Bral. Adriaan Bontebal was een aantal jaren verbonden aan het VPRO-radioprogramma ‘Music Hall’.

Door een motorongeluk verloor hij een been en bewoog hij zich voort met een prothese. Gedichten van Adriaan Bontebal zijn opgenomen in Gerrit Komrij’s ‘Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ en in ’25 Jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten’. In januari 2012, vlak voor zijn dood (in februari 2012), schreef hij dit gedicht. Bontebal overleed op 59 jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

.

Wanneer ik buiten fiets
– ik fiets altijd buiten
ik ben klein behuisd –
en de regen me doorweekt
terwijl ruk- en valwinden
op me inbeuken
zodat ik slalom
als een beschonkene
bedenk ik

Zolang ik tegen
de elementen vecht
vecht ik niet
tegen mezelf

.

Heel veel meer van Adriaan Bontebal lees je op zijn blog http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/

.

                                                                                                                                                                                                  Poëzietegel in Den Haag

W.B. Yeats

The Lake Isle of Innisfree

.

Natuurlijk mag de dichter W.B. Yeats in de Ierse dichtersweek niet ontbreken. Waarschijnlijk de meest geliefde dichter onder de Ieren. Toen in 1999 de vraag gesteld werd aan de Ieren door de Irish Times welk gedicht zij als het mooiste Ierse gedicht verkozen kwam daar als winnaar het gedicht ‘The Lake Isle of Innisfree’ uit van William Butler Yeats. Yeats schreef dit gedicht op zijn 23ste in 1889 toen hij in Londen woonde. Het gedicht beschrijft het verlangen van de dichter om terug te keren naar een simpeler en meer natuurlijke leefwijze.

.

The lake Isle of Innisfree

.

I will arise and go now, and go to Innisfree,
And a small cabin build there, of clay and wattles made;
Nine bean rows will I have there, a hive for the honey bee,
And live alone in the bee loud glade.

And I shall have some peace there, for peace comes dropping slow,
Dropping from the veils of the morning to where the cricket sings;
There midnight’s all a glimmer, and noon a purple glow,
And evening full of the linnet’s wings.

I will arise and go now, for always night and day
I hear lake water lapping with low sounds by the shore;
While I stand on the roadway, or on the pavements grey,
I hear it in the deep heart’s core.

.

%d bloggers liken dit: