Categorie archief: Gedichten in vreemde vormen

Spotify poëzie

Ready made 2.0

.

Ik heb al heel vaak over vele vormen van ready mades geschreven op dit blog, de laatste keer naar aanleiding van het Stapelgedicht. Op enig moment denk ik dan dat ik alle mogelijke vormen van ready mades wel heb behandeld en dan ineens is er een collega, Ronald, die graag mag experimenteren met poëzievormen, die met iets nieuws aankomt. De Spotify poëzie.

Eigenlijk werkt Spotify poëzie hetzelfde als het stapelgedicht maar in plaats van gebruik te maken van titels van boeken als onderdelen voor het gedicht, gebruik je bij Spotify poëzie titels van liedjes en maakt daar een playlist van zodat de titels van de nummers onder elkaar komen te staan. In het voorbeeld van Ronald heeft hij een stuk tekst uit de film ‘Pulp fiction’ van Quentin Tarantino uit 1994 genomen en daar bands en liedjes bij gezocht en het resultaat mag er zijn. Een eclectische mix van bekend, onbekend, Nederlands en Engelstalig. Weliswaar geen nieuw ‘gedicht’ maar zeker de moeite waard om een keer te proberen.

.

God danst Dada

Tristan Tzara

.

In 1972 verscheen bij Fizz-Subvers Press een klein maar heerlijk vreemd bundeltje van Tristan Tzara: ‘God danst Dada’. Deze bundel werd mede mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Fonds en verscheen in een oplage van 500 stuks. De bundel begint met het ‘Manifest van monsieur Antipyrine’ uit 1916 en al lezend door dit manifest weet je meteen weer waar Dada over gaat: nihilisme en anti-esthetiek, en voeg daar voor mij nog maar wat surrealisme aan toe en algemene verwarrende gekte. In de Encyclopedia Britannica staat bij het lemma Dada: nihilistische en anti-esthetische beweging in de kunsten die vooral floreerde in Zürich , Zwitserland; New York ; Berlijn , Keulen en Hannover , Duitsland; en Parijs in het begin van de 20e eeuw.

In de bundel, vertaald door Peter Nijmeijer en Sjoerd Kuyper, staan foto’s, illustraties en gedichten van Tristan Tzara. Tzara (1896 – 1963) werd geboren in Roemenië maar verhuisde in de eerste wereldoorlog naar Zürich. Daar richtte hij samen met Hans Arp, Hugo Ball en Richard Huelsenbeck ‘Cabaret Voltaire’ op, de bakermat van de Dada beweging. Cabaret Voltaire verscheen eerst als tijdschrift maar werd al snel de naam van soirées die tot heftige confrontaties met het publiek zouden leiden. Op deze soirées werden klankgedichten (klinkerkonserten) voorgedragen, werd nieuwe muziek ten gehore gebracht en werden provocerende Dada-manifesten voorgelezen. Provocatie als kunstvorm. De Dadaïsten hadden met deze kunstvorm de intentie om mensen bewust te maken van hun vastgeroeste leefwijzen maar het publiek beantwoordde dit vaak met fysiek geweld.

In 1919 verhuisde Tzara naar Parijs waar hij enkele jaren Dada manifestaties organiseerde. In 1922 werd Dada , vooral door interne conflicten tussen Tzara en Andre Breton, ontbonden, waarna Breton zich op het surrealistische pad begaf. Rond 1930 verzoenden de twee zich echter weer en schreef Tzara meer surrealistische gedichten. Later weer ontwikkelde hij echter een geheel eigen stijl en bleef hij actief als dichter en schrijver tot zijn dood. Zijn werk is, ondanks zijn Roemeense afkomst volledig door hem in het Frans geschreven.

De bundel ‘God danst Dada’ is dus een vertaling vanuit het Frans. Leuk om te weten is dat deze bundel en andere uit deze reeks tussen de 75 cent en een gulden kostte destijds. Uit deze merkwaardige bundel koos ik het gedicht ‘De staart van de duivel is een fiets’ dat in 1920 werd geschreven en verscheen in ‘Manifeste sur l’amour faible et l’amour amer’ .

.

De staart van de duivel is een fiets

.

met praalwagens

er zijn uitvinding

bloemenfeest

.

straatspektakel duiven

hij ander zijn visitekaartje

of houdt een zijn als een vermaarde en

ik niet

.

wel hij beetje mij

Nationaal Majorettenpeleton

.

(vooral liefhebberij zegt

lentefeest)

.

gigantiese als zijn majorettes

heb karnaval present ook

of hij dat de mij zijn

en beschouwt als is geen

herfstfeest

.

of

.

Dada is een maagdelijke mikrobe

Dada is tegen het Lieve leven

Dada

naamloze vennootschap voor de uitbuiting van ideeën

Dada kent 391 houdingen en 391 verschillende kleuren al naar

gelang het geslacht van de president

Het verandert – bevestigt – beweert tegelijkertijd het tegen-

deel – belangeloos – schreeuwt – vist

Dada is een kameleon, uit op snelle en winstgevende

verandering

Dada is tegen de toekomst. Dada is idioot. Dada is dood. Leve

Dada. Dada is geen literaire stroming, brul brul

.

 

Côte d’Azur

Quirien van Haelen

.

Door een opmerking van Ionica Smeets in een van haar columns in de Volkskrant werd ik (weer eens) gewezen op het wonderlijke gedicht ‘Côte d’Azur’ van Quirien van Haelen (1981). Dit (halve) sonnet valt op door de vele witegels tussen de eerste twee strofes en de laatste strofe én door de opsomming van meisjesnamen. Eigenlijk is dit het ultieme vakantiegedicht. Dat het ook een slim, grappig en ideeënrijk gedicht is kun je heel goed lezen in de analyse van Guus Middag op Oote Oote .

Hoe dan ook is het een heerlijk gedicht om te lezen maar om er volledig van te kunnen genieten lees je eerst de analyse, zeer de moeite waard. En lees het vooral ook helemaal want aan het einde van de analyse blijkt maar eens te meer hoe moeilijk (sommige) redacteuren poëzie soms vinden als het gedicht uit zijn bundel ‘Testosteron’ uit 2008 wordt opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

.

Côte d’Azur

.

Brigitte, Verona, Eva, Kim, Marieke
Aurora, Mäde, Tina, Claire, Yvon
Yolanda, Nina, Daisy, Sue, Manon
Martine, Lilly, Nancy, Annemieke

Justine, Maria, Ankie, Lindsay, Lieke
Adèle, Judith, Vera, Ann, Marjon
Yvette, Denise

 .

..
 .
 .

Het volgend jaar een busreis naar Lloret
Wellicht haal ik daar wél een heel sonnet

.

Stiftgedichten

Dimitri Antonissen

.

Via een berichtje op Instagram over ‘Drie tips van poëziecurator Michaël Vandebril, werd ik getriggerd om eens te kijken welke (nieuwe) dichters hij tipte. Een van de namen die ik niet kende was die van Dimitri Antonissen (1974) een Belgisch journalist en redacteur. Wat echter interessanter is, is het gegeven dat hij naast zijn werk ook stiftdichter is. Gewapend met een krant en een stift schrapt hij alle woorden tot de poëzie komt blootliggen. Overdag maakt hij -als deel van de hoofdredactie van ‘Het Laatste Nieuws’- de krant. ’s Avonds wist hij met een zwarte stift alle woorden opnieuw uit tot je letterlijk tussen de lijnen kan lezen. Het resultaat zijn verrassende, prikkelende en soms ontroerende gedichten.

In 2010 verscheen zijn debuut ‘Schrap me’ een eerste collectie stiftgedichten en nu in 2022 verschijnt opnieuw een bundel stiftgedichten bij PoëzieCentrum met als titel ‘Stiftgedichten’. In dit nieuwe boek is zijn werk van de voorbije jaren verzameld. Dimitri Antonissen hoopt vooral dat je zelf voortaan alles schrapt. In een handige appendix legt hij uit hoe je aan de slag gaat en je eigen stiftgedicht maakt.

Waarschijnlijk weet je als regelmatige lezer van dit blog dat ik een zwak heb voor stiftgedichten getuige voorbeelden als dezedeze, deze, of deze dus elk nieuw initiatief op dit gebied draag ik een warm hart toe, Hieronder een voorbeeld uit de bundel van Dimitri Antonissen.

.

Jozzonet / sonnet

Joz Knoop

.

Afgelopen zondag mocht ik Poëzie en Picknick in het Park presenteren (en voordragen) in het park achter theater Koningshof in Maassluis in het kader van de Week van de Cultuur. Één van de deelnemende dichters was mijn dichtersvriend Joz Knoop (1957). Joz is de bedenker van het Jozzonet en daar op die prachtige zondagmiddag droeg hij een combinatie voor van het Jozzonet en het sonnet.

Het Jozzonet is al niet makkelijk om te schrijven (het gedicht leest van onder naar boven en weer terug waarbij de middelste regel spiegelt) maar Joz wist er zelfs nog een vaste vorm (het sonnet) in te verwerken. Alle reden om Joz te vragen of ik dit gedicht mocht plaatsen alhier. Je begrijpt dat hij heeft toegestemd, ik kreeg de tekst van hem en daarom hier het gedicht ‘Aan een schone wasvrouwe’ dat hij schreef in de jaren ’90 van de vorige eeuw.

.

Aan een schone wasvrouwe

.

Dominant doet zij de was.

Na de les die ze hem las

deelt ze speels de lakens uit

bij gebrek aan tegengas

.

als ze op zijn vlekken stuit.

Hij die haar zoekt als zijn bruid

zal zijn leven lang haar velen.

Wie haar voelt van huid op huid

.

wil zijn lichaam met haar delen,

laat zich van zijn trots bestelen,

moet gehoorzamen uit hoon.

Elke man, die haar wil strelen

.

raakt zo was kwijt én zijn loon.

Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon.

.

              (omgekeerd)

,

Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon

raakt zo was kwijt én zijn loon.

Elke man, die haar wil strelen

moet gehoorzamen uit hoon

.

laat zich van zijn trots bestelen,

wil zijn lichaam met haar delen.

Wie haar voelt van huid op huid

zal zijn leven lang haar velen.

.

Hij die haar zoekt als zijn bruid

als ze op zijn vlekken stuit.

Bij gebrek aan tegengas

deelt ze speels de lakens uit

.

na de les die ze hem las.

Dominant doet zij de was.

.

‘Poëzie anders

Peter van den Berg

.

Afgelopen donderdag Hemelvaartsdag was ik als dichter deelnemer aan De Haarlemse Dichtlijn. Vijf uur lang traden maar liefst 55 dichters op in het prachtige Huis Hodson aan de Spaarne in Haarlem. Na twee jaar van stilte en digitaal poëzievertier was het een verademing om gewoon weer eens op een podium te staan en dichters live te horen voordragen. In 5 blokken van een uur traden de deelnemende dichters op slechts onderbroken door korte pauzes van 5 minuten. Ik mocht in het eerste blok dat door Marten Janse werd gepresenteerd.

Het mooie van De Haarlemse Dichtlijn vind ik toch wel dat rijp en groen, jong en (vooral) oud hier de mogelijkheid krijgt zijn of haar poëzie te laten horen. Van meermaals gepubliceerde dichters, tot amateurs die al langer dichten, van semiprofessioneel tot dichters uit de Straatkrant, iedereen kan hier een plekje op het podium krijgen. Behalve het weerzien met oude bekenden geniet ik altijd erg van dichters die ik (nog) niet (zo goed) ken.

Een paar dichters sprongen er voor mij uit zoals onder andere Jolies Heij, Frans Terken, Lucas Kruse, Paul Roelofsen, Jan Kal, Johan Meesters, Mischa van Huijstee en Peter van den Berg. Die laatste is een voormalig huisarts en een vrije en expressieve dichter met een voorkeur voor Wiskunde. In de bundel ‘Vicit Vim Virtus’ Moed heeft het geweld overwonnen (de stadsspreuk van Haarlem) staat het intrigerende gedicht ‘Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel LXIX na Petrus Montanus, dag 129′. Ik moest tijdens zijn voordracht meteen aan het gedicht “Mond is spruitje’ van Jan Bais denken dat in 2009 werd gepubliceerd in de gelijknamige bundel door uitgeverij de Brouwerij.

Het gedicht van Peter van den Berg (1948) was door de vorm en de absurdistische inhoud zo anders dan al het andere dat ik hoorde dat ik het hier wilde plaatsen. Gedichten in een dergelijke vorm, die anders durven te zijn worden steeds schaarser binnen het poëtisch palet van de Nederlandse dichtersgemeenschap en juist ook daarom hier een stevige lans gebroken voor Peter van den Berg.

.

Datum: MMXXII na Christus, dag 14, ofwel

LXIX na Petrus Montanus, dag 129.

.

Het geschiedde in jaar 0, dag

1, mijn geboortedag, DD-13 zag het licht.

DD-13, geen 1013, zoals

Covid-19 geen 625, (5 in dubbel-

kwadraat).

DD-13 is Donald Duck 13, met voorop

Kwik, Kwek, Kwak.

Kwuk ontbrak, na DD-woedevuur, geplakt

achter behang, verdroogd, vergeeld, vergeten…

Zo ook Kwoks lot.

.

Het geschiedde in jaar 0, dag

14, een plaag, een catastrofe, een

zondvloed volgens strenge schriftkundigen.

Zeeland werd zeven weken zeezee.

.

Het geschiedde nog vóór Petrus, ene elisabeth van

Engeland werd queen van Brittenland.

Het kroonjaar was jaar 0.

Tot haartot mijn tot ieders verbazing ontmoet

in bundel DHD haar naam die

dolle duck en woeste waterwolf,

en niet krooneend noch Sint-Elisabethsvloed.

.

Poëzie variaties

Digitaal stiftgedicht en poëzie op een kassabon

.

Vandaag een paar voorbeelden van poëzie op een vreemde plek en in een bijzondere vorm. Allereerst een bijdrage van Inge Koppert. Zij stuurde me een kassabon van café Buddingh’ in Dordrecht met daarop een gedichtje van Buddingh’. Ik weet niet of ze de gedichten op de kassabon steeds wisselen maar een bijzonder leuk idee is het zeker en natuurlijk heel terecht als je je café naar een dichter vernoemt.

Het tweede voorbeeld is van mijn collega Ronald die het stiftdichten heeft ontdekt (al een tijd geleden overigens). Hij gaf me een aardig voorbeeld van een erotisch digitaal stiftgedicht. Uiteraard niet met een stift gedaan maar door stukken tekst weg te ‘stiften’ middels photoshop of illustrator naar ik vermoed.

.

Kijk om je heen,

kijk om je heen,

zoals de wereld nu is,

zie je hem nooit weer.

.

GVDKU

Freda Kamphuis

.

Ik ben een fan van experimentele poëzie, om de zoektocht naar de grenzen, de vorm, de inhoud, het anders kijken naar gedichten en poëzie. En hoewel ik experimentele dichters niet direct tot mijn ‘favoriete’ dichters zal bestempelen (ik hou van alle dichters, van alle vormen en stemmen in de poëzie maar ik heb wel degelijk favorieten) heb ik er altijd een gezonde nieuwsgierigheid naar.

Een paar jaar geleden kwam ik in de Slegte in Antwerpen de bundel ‘Titel’ uit 2014 van Freda Kamphuis tegen, toen werd mijn interesse meteen al gewekt maar uiteindelijk kocht ik de bundel, uitgegeven door uitgeverij Voetnoot, niet. Achteraf had ik daar wel spijt van. Gelukkig kwam ik haar bundel ‘GVDKU’ uit 2012 tegen in een tweedehandsboekenwinkel en kocht hem meteen.

De bundel van Kamphuis (1965) bestaat uit vormgedichten, kunstzinnig vormgegeven gedichten, Haiku’s en vrije gedichten. De haiku’s zijn grappig en spitsvondig:

.

Zinnebeeld

.

Het punt van de

dood is dat het

stopt na de zin.

.

Uit de bundel blijkt dat Freda de kunstacademie heeft gedaan, de combinatie van afbeeldingen en tekst is vaak kunstig en bijzonder. Een bundel vol verrassingen. Maar dus ook gedichten die het genieten waard zijn zoals het gedicht ‘Parallel’.

.

Parallel

.

Een rollator schuift traag

onmodieus voorbij, de man

die moeizaam gaat daarachter

kijkt vermoeid, totaal niet blij

zet beide voeten stap voor stap

achter zijn wankel ogend rek.

.

In tegenstelling tot het meisje

met de paarse zonnebril vlakbij

dat zo te zien vooral nog haastig,

dorstig leven wil, met één sprong

op haar fiets verdwijnt en daardoor

net niet ziet hoe hij verschijnt.

.

Mijn activiteit in de Poëzieweek

Struikeloverpoëzie en MUGzine

.

Van 27 januari tot en met 2 februari is het Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. Ik schreef er al verschillende keren over en over de activiteiten die er georganiseerd worden in deze week. Vorig jaar organiseerde ik via mijn instagram account een krijtpoëzie activiteit, ik vroeg aan mijn lezers om een gedicht met krijt op een muur of weg te krijten, te fotograferen en dan aan mij te mailen. Die foto’s deelde ik dan via mijn Instagramaccount.

Dit jaar doe ik ook weer wat met Instagram en ook via MUGzine, het minipoëziemagazine dat ik maak met Marie-Anne en Bart, gaan we aandacht besteden aan de Poëzieweek.

Via mijn account @struikeloverpoezieweek2022 wil ik deze Poëzieweek foto’s van uitingen van poëzie delen die je tegenkomt. Dat mag een straatnaambord zijn van een straat vernoemd naar een dichter, een gedicht of dichtregel die je buiten of ergens binnen tegenkomt (denk aan straatpoëzie) een standbeeld van een dichter, een café dat is vernoemd naar een dichter, een dichtregel die gebruikt wordt in een campagne of reclame, een poëtisch kunstwerk, je mag het zo gek maken als je zelf wilt als er maar een link is naar een dichter of poëzie. Stuur je foto naar woutervanheiningen@yahoo.com er schrijf er iets bij over de context van de foto. Ik zal je foto met naamsvermelding (ook van je Instagramaccount) dan plaatsen op @struikeloverpoezieweek2022

Op mugzines gaan we ook iets met de Poëzieweek doen. Elke dag van de Poëzieweek zullen we een gedicht uit één van de edities van de afgelopen twee jaar plaatsen die naar ons idee een relatie heeft met the thema van de Poëzieweek. Mocht je de edities van MUGzine nog niet gelezen hebben of ben je (nog) geen donateur, dan maak je op deze manier op een heel toegankelijke en leuke manier kennis met de dichters en gedichten die in één van die edities stonden. Hier alvast een voorproefje van het gedicht ‘Boom’ uit nummer 2 van mijn hand.

.

Boom

.
Ik wil boom zijn.
Niet gewenst of ongewenst
door haastige voorbijgangers,
boomomhelzers, verstokte wandelaars.

.
Gewoon boom. Langs de weg,
vanzelfsprekend onbelangrijk
voorbijgaand van aard, nooit
bij stil gestaan,

.
met de eigenschappen van een golf
in een oceaan of een wolk
in een lucht,
er zijn zonder er

.
te hoeven zijn, niet gemist
bij individuele absentie
geaccepteerd om wat het is,
boom.

.

.

Controversiële diersoort

Recensie

.

Wanneer ik een poëziebundel krijgt toegestuurd om daarover te schrijven, dan verheug ik me op het lezen, het proberen te doorgronden, het analyseren van dat was is geschreven, het bekijken van de presentatie van de bundel en hoe een en ander in elkaar is gezet en opgemaakt. Tegelijkertijd hou ik van vele vormen van poëzie, van de rafelranden van wat nog als poëzie wordt gezien, van de mix tussen kunst en poëzie.

Ik schrijf dit omdat de bundel ‘Controversiële diersoort’ van uitgeverij Opwenteling eigenlijk aan al deze zaken voldoet. Als ik op de website van de uitgeverij de Opwentelmanifesten lees word ik al blij. Dit is een uitgeverij die tegendraads durft te zijn, die non-conformistisch en speels is. De vraag is dan vervolgens; is deze nieuwe bundel dit ook?

Laat ik met de uitvoering en de vormgeving beginnen. De omslag is meteen een weerslag van de inhoud, speels. ietwat chaotisch (lijkt het) maar met op de kaft de bijdragende dichters allemaal genoemd. Bekende en wat minder bekende namen. Op de achterflap een gedicht dat door de vormgeving grotendeels onleesbaar is gemaakt. Gelukkig staat voor de aandachtige lezer op driekwart van het gedicht ‘zie blz. 85’ waar het gedicht, weliswaar als onderdeel van de collageachtige paginaopmaak, te lezen is.

En dat brengt me meteen bij de inhoud. Wanneer je zoals ik, de bundel van de uitgeverij krijgt toegestuurd, zit daar een begeleidende brief bij. In deze brief wordt gesproken van een ‘vreemdfragmentarische bundel, omdat vreemdfragmentarische tijden hierom vragen’. Okay, die voorsprong heb ik maar kun je als lezer ook uit de voeten met de bundel?

Auteursnamen die wel op de omslag prijken ontbreken bij de gedichten in de bundel. Daar komt nog bij dat Arnoud Rigter en Sieger Baljon, de samenstellers van deze bundel, gedichten van de verschillende dichters, verknipt en in delen weer aan elkaar geplakt hebben. Dit geeft, zo zal je begrijpen, een nogal bevreemdend en verwarrend effect. Want wat lees ik? Waar kijk ik naar.

Opnieuw door de brief die ik van de uitgeverij kreeg, weet ik dat de gedichten van gevestigde auteurs onderling worden verknipt en tot een nieuw geheel gemaakt. Pagina’s van bestaande bundels zijn ingescand en als zodanig opgenomen. En waarom? Om de vruchtbaarheid van grilligheid te onderzoeken, om bloeddorst in de vorm van een dekhengst en omdat de mens een controversiële diersoort is. Als je de Opwentelmanifesten van de uitgeverij hebt gelezen komt dit alles je helemaal niet vreemd voor, mij niet in ieder geval.

De opmaak van de pagina’s is misschien op het eerste oog rommelig, de schaduwranden van het kopieerapparaat zijn gewoon opgenomen, evenals de snijranden van de opgeknipte gedichten. Je zou je hieraan kunnen storen maar omdat dit een experimentele bundel is, zo lees ik het tenminste, past dit juist weer heel goed bij de visie die de samenstellers hadden. En de samenvoeging van delen van gedichten bij elkaar leidt tot een bijzondere leeservaring; door de opmaak weet je dat je van een deel van een gedicht van de ene dichter overgaat naar een deel van een gedicht van een andere dichter. Op deze manier wordt (een nieuwe vorm van) poëzie gemaakt die er nog niet was. Het doet me soms denken aan stiftgedichten waar je delen van een tekst zwart maakt waardoor er iets nieuws ontstaat, alleen is dat hier niet met de stift gedaan maar met de schaar.

Wat ik ook bewonderenswaardig vind is dat de dichters, toch niet de eerste de beste, toestemming hebben gegeven om hun gedichten zonder naamsvermelding en op deze manier gepubliceerd te zien. Tel daarbij op de in stukken geknipte en fragmentarisch aaneengevoegde gedichten van Jonathan Griffioen, Daniël Vis en Maarten van der Graaff, en je hebt een moedige bloemlezing van een eigenwijze uitgeverij.

Wat ik verder bijzonder vind is het gegeven, dat ik door de begeleidende brief wat meer informatie ontvang, die de lezer moet ontberen maar dat na lezing (of vooraf als je de bundel eerst hebt doorgebladerd) de informatie krijgt hoe de bundel te lezen, waar welke gedichten van welke dichter staan en hoe de samenstellingen gelezen kunnen worden (welk deel van welke dichter is). Dat geeft deze bijzondere, experimentele en controversiële bundel ineens weer een stuk leesbaarheid en herkenning terug.

De bundel bestaat uit 5 hoofdstukken waarvan de meeste gedichten bevatten in zijn geheel. Weliswaar zonder dichtersnaam bij het gedicht maar na hoofdstuk 5 zijn daar de inhoudsopgavepagina’s en daar ligt de sleutel verborgen voor wie toch wil weten welk gedicht van welke dichter is.

Ik realiseer me dat dit bovenstaande vooral gaat over gebruik, indeling, en complexiteit van het lezen van de bundel gaat. Gelukkig is veel poëzie opgenomen in zijn geheel van dichters als Anouk Smies, Radna Fabias, Asha Karami, Roelog ten Napel, Guido Utermark en nog een aantal dichters uit het fonds van De Opwenteling.

De laatste zin uit de bundel van dichter Jo-An Westerveld zegt denk ik genoeg: Wij waren meestal de keurige mensen die je niet zag op de hoek van je straat maar daar stoppen wij nu mee.

Ik heb genoten van het lezen van de gedichten, van het uitvinden en uitzoeken van de ‘gebruiksaanwijzing’ van de bundel, van de op het eerste oog onsamenhangende samenstellingen, de collageachtige vorm, het ruwe, ongepolijste van de vormgeving. De uitgevers van deze bundel verdienen een pluim. Op deze manier poëzie uitgeven refereert aan stromingen en tijden dat er (nog) geëxperimenteerd werd met poëzie, dat vorm soms boven inhoud ging, dat je moeite moest doen om te begrijpen en dat je, juist daardoor, een bundel extra ging waarderen.

Voor wie wel van een uitdaging houdt, voor wie poëzie ook zoeken mag zijn maar vooral voor wie oprecht van mooie poëzie kan genieten is deze bundel bedoeld. Ik ben daar een van.

Uit het rijke aanbod in deze bundel koos ik het gedicht ‘Sonnet XXII’ van Roelof ten Napel dat eerder verscheen in ‘In het vlees’ uit 2020.

 

Sonnet XXII

.

soms, gepijnigd, wanneer ik aan je denk

maar je niet werkelijk voel

dan mis ik je – alsof het genoeg is

niet meer goed te weten wie je was

om te geloven

dat ik met je leven kan, leven kon,

,

alsof het genoeg is een wond te vergeten

om hem te doen helen –

 

alsof je me, met andere woorden,

niet steeds herinnert aan wie je was, voordat je

vertrok –

.

soms, pijngod, die mij mijn woede gaf, denk ik

verlangend aan je terug, voordat ik je bitter weer

doodbijt, fijnkauw, doorslik en verteer

.

%d bloggers liken dit: