Categorie archief: Gedichten in vreemde vormen

Neonpoëzie

Sanders law Library

.

In tegenstelling wat de titel hierboven doet vermoeden is de Sander Rechten Bibliotheek een onderdeel van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Blijkbaar is het aantal buitenlandse studenten al zo groot dat ook het woord bibliotheek aan devaluatie onderhevig is. De reden dat deze bibliotheek in september van dit jaar in het nieuws kwam is echter wel een positieve. Bij de ingebruikname van het gebouw werd namelijk een gedicht van Coby Poelman-Duisterwinkel onthuld getiteld ‘Diploma uitreiking’.

De man van Coby werkt als conciërge op een school voor speciaal onderwijs. Leerlingen die er vaak uitgestuurd worden kent hij het best. Die mogen hem helpen. Dat blijft niet alleen bij helpen, ze willen ook hun ei kwijt. Op een dag vroeg een leerling: Meneer Poelman, uw vrouw schrijft toch gedichten? Wil ze voor mij een gedicht schrijven over hoe het is om astma te hebben? Er kwam voor hem een gedicht over astma. Het werd geplaatst in het  Longfonds-magazine.
Enkele jaren later kwam hij als oud-leerling vragen of de vrouw van meneer Poelman wel een gedicht wilde schrijven voor zijn diploma-uitreiking. Hij had  zijn opleiding voor Sociaal Cultureel Werk met goed gevolg afgerond.
Er kwam een gedicht voor zijn diploma-uitreiking. Omdat het gedicht misschien voor meer mensen interessant kon zijn heb ik het ook op internet geplaatst. Daar werd het opgepikt door de Universiteit en zo werd het gedicht geplaatst in de nieuwe bibliotheek.

Naast het (deel van het) gedicht van Coby Poelman-Duisterwinkel zijn in rood en geel nog twee gedichten aangebracht in neon op de wand van de bibliotheek.

.

Diplomauitreiking

.

Veelkleurig schilderen we
delen van het leven,
een groot vlak sociaal
boven het cultureel,
door ’t hele doek
zien we onszelf verweven,
hier iets te weinig,
daar weer iets te veel.

Het sociale buigt zich
naar de ander over,
het culturele haalt
het anders in de ander boven,
ziet het ontplooien in verrassend
tot een gouden zonneboog.

Zo komen we tot de voltooiing,
zo vliegeren we naar omhoog!

.

Advertenties

Gedichtenrobot

Gerobotiseerde poëzie

.

Terwijl ik wat aan het rondneuzen was op internet kwam ik op de website http://eyespired.nl/ wel iets heel bijzonders tegen. Een robot die gedichten schrijft op het strand. Hoewel de website niet heel veel informatie geeft staat er te lezen: Deze autonome robot herkent dankzij een aantal sensoren de zee, de wind en geluiden. Aan de hand hiervan leert het patronen ontdekken en zo ontstaan er associaties waaruit deze gedichten ontstaan.

Hoe deze robot dat precies doet en een echt voorbeeld kon ik niet vinden (de robot is waarschijnlijk van Amerikaanse makelij want op de foto is een stuk Engelstalige tekst te lezen. Het is mogelijk dat het een Australische robot is want toen ik wat verder ging zoeken kwam ik op AI, de poetry robot. Researchers in Australia hebben samen met medewerkers van de University of Toronto  een algoritme ontwikkeld dat in staat is poëzie te schrijven. Ver verwijderd van je generieke rijmpjes, volgt deze AI eigenlijk de poëzie regels, rekening houdend met het metrum terwijl het zijn woorden weeft. De AI is goed. Heel goed. En het is zelfs in staat om mensen te laten denken dat hun gedichten geschreven zijn door een man in plaats van een machine.

Volgens de onderzoekers werd de AI uitgebreid getraind in de regels die het moest volgen om een ​​acceptabel gedicht te schrijven. Het kreeg bijna 3000 sonnetten als training en het algoritme trok ze uit elkaar om zichzelf te leren hoe de woorden met elkaar werkten. Toen de robot eenmaal op snelheid was gebracht, kreeg hij de taak enkele eigen gedichten te maken.

Hier een voorbeeld:

With joyous gambols gay and still array
No longer when he twas, while in his day
At first to pass in all delightful ways
Around him, charming and of all his days

.

Allemaal heel interessant natuurlijk en als gadget op het gebied van de poëzie leuk genoeg om hier met jullie te delen maar het kan wat mij betreft nog steeds niet op tegen de poëzie geschreven door een mens van vlees en bloed.

.

Dix

Bijzondere poëzie

.

Zoals de regelmatige lezer van dit blog ongetwijfeld weet beperk ik mij in geen enkele mate als het gaat over het schrijven over poëzie. Wat ik wel de rafelranden van de poëzie noem, daar heb ik grote interesse in. Maar ook in uitwassen, de vreemde vogels in de poëzie, de mafketels, de dwarsliggers, de uitzonderingen op de poëtische regel. Zo’n uitzondering is de dichter François Henricus Anthonie van Dixhoorn (1948), of wel F. van Dixhoorn, of wel Dix.

Van Dixhoorn debuteerde in 1994 met de bundel ‘Jaagpad / Rust in de tent / Zwaluwen vooruit’ bij De Bezige Bij en werd meteen bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe poëzie. De bundel ‘De zon in de pan’ uit 2012 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2013. Gedichten van F. van Dixhoorn verschenen in zelfstandige bundels en poëzietijdschriften en zijn vertaald in het Frans, Duits en Engels.

In zijn bundel ‘De zon in de pan’ presenteert van Dixhoorn 29 keer min of meer dezelfde vier regels:

.

om

de enemafketels, dwarsli

na de andere

om

.

In zijn bundel ‘De verre uittrap’ staat 6 maal op een verder lege pagina het woord ding.’ F. van Dixhoorn is niet zomaar met ding.’ op de proppen gekomen. Het gaat om een woord dat constant in het menselijke verkeer te horen valt, en in herhaling buitengewoon muzikaal van toon kan zijn. Behalve ding.’ zijn er nog 89 woorden in het gedicht, zoals twee keer maal.’ – eveneens geplaatst aan de rand van de linkerpagina. Allemaal woorden die hij uit de lucht heeft geplukt, of in de krant gelezen, en bewaard in de map ‘lijstje aantekeningen’.

Een eigenzinnig dichter dus die van Dixhoorn. Kunststromingen uit de jaren zestig zijn vormend voor Dix geweest. Vanuit hier heeft hij zich verder ontwikkeld. Het gaat over korte registraties van de werkelijkheid, veel hoef je daar niet over te praten, dat is er gewoon. Daarom gebruikt hij geen moeilijke woorden. Hij laat een herkenbaar decor ontstaan, met eenvoudige beelden van eenlettergrepige woorden als boot, vis en klei.

In Vlissingen is zijn werk ook in de openbare ruimte te bewonderen. Een tekstregel op parkeergarage Spui Centrum maakt onderdeel uit van een totaalkunstwerk wat door financiële omstandigheden maar deels gerealiseerd is (2008)

.

Vuurgedicht

Robert Montgomery

.

Op 21 februari 2013 schreef ik al eerder over de kunstenaar/dichter Robert Montgomery. Toen over zijn Urban Poetry, de billboards met poëzie die hij plaatste in verschillende Engelse steden. De in Schotland geboren Montgomery (1972) is bekend om zijn locatiespecifieke installaties, gemaakt van licht en tekst, evenals zijn ‘vuurgedichten’. Montgomery werkt in een “melancholische post-situationistische” traditie (anti autoritair marxistisch, avant-garde, dada en surrealisme), voornamelijk in de openbare ruimte. Hij wordt beschouwd als een leidende figuur in de conceptuele kunstwereld.

Naast de billboards maakt Montgomery dus ook vuurgedichten. Zoals bijvoorbeeld tijdens een tentoonstelling in Parijs in 2014 in de Jardin des Tuileries. In dit geval zijn de gedichten vergankelijk, wanneer ze uitgebrand zijn blijft er slechts as over.

.

 

Creatief met poëzie

Bossy Betty

.

Op haar website http://www.bossybetty.com/ schrijft Betty op 3 januari 2014 over een creatief idee voor een nieuwjaarsfeest. Ze wilde al haar gasten iets meegeven ter herinnering. In eerste instantie dacht ze aan het vullen van potten met spreuken (waarvan je er dan elke dag of wanneer gewenst 1 uit kan nemen) maar uiteindelijk koos ze voor poëziepotten. Deze glazen potten (een soort voorraadpotten) die ze poetryjars noemt, zijn gevuld met gedichten. Ze koos allerlei gedichten die ze mooi vond en printe deze op gekleurd papier.

Sommige gedichten leende zich voor een bijzondere vorm, zo stopte ze het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ (klaaglied voor de geschreven brief) in een envelop en vouwde ze het gedicht ‘This paper Boat’ in een bootje. Op de buitenkant kwam een sticker met ‘Read as needed’ of haal er een gedicht uit wanneer je er een nodig hebt. Een bijzonder aardig idee om creatief met poëzie bezig te zijn ook als je geen dichter bent. Als je er even over nadenkt dan zijn er genoeg voorbeelden te bedenken voor deze vorm van creatief zijn met poëzie. Denk aan ‘Een zakdoek in de oceaan’ van Harry scholten (op een zakdoek geschreven), ‘Slakkehuis’ van Gerrit Komrij (in de vorm van een slak),  ‘Papieren vliegtuig’ van Marije Geerts (op een gevouwen vliegtuigje) of dichter bij huis, mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ in de vorm van twee rode lippen.

Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ maar zonder succes. Wel kwam ik het gedicht ‘Elegy for the Personal Letter’ (Klaaglied voor de persoonlijke brief) tegen van Allison Joseph, uit ‘My Father’s Kites’, die had ook zomaar in een poëziepot terecht kunnen komen.

.

Elegy for the Personal Letter

.

I miss the rumpled corners of correspondence,
the ink blots and crossouts that show
someone lives on the other end, a person
whose hands make errors, leave traces.
I miss fine stationary, its raised elegant
lettering prominent on creamy shades of ivory
or pearl grey. I even miss hasty notes
dashed off on notebook paper, edges
ragged as their scribbled messages—
can’t much write now—thinking of you.
When letters come now, they are formatted
by some distant computer, addressed
to Occupant or To the family living at
meager greetings at best,
salutations made by committee.
Among the glossy catalogs
and one time only offers
the bills and invoices,
letters arrive so rarely now that I drop
all other mail to the floor when
an envelope arrives and the handwriting
is actual handwriting, the return address
somewhere I can locate on any map.
So seldom is it that letters come
That I stop everything else
to identify the scrawl that has come this far—
the twist and the whirl of the letters,
the loops of the numerals. I open
those envelopes first, forgetting
the claim of any other mail,
hoping for news I could not read
in any other way but this.

.

UbuWeb.com

Visuele poëzie

.

Van Kila van der Starre (van o.a. straatpoezie.nl en het geweldige boek ‘Woorden temmen’ kreeg ik een tip over een website met allerlei bijzondere vormen van poëzie. Deze website http://www.ubu.com staan vele verwijzingen naar websites die zich met avant-garde kunst bezig houden of hielden. Zeer de moeite waard om daar eens een bezoekje aan te brengen. Uiteraard ben ik vooral (maar niet exclusief) geïnteresseerd in de avant-garde poëzie.

Een mooi voorbeeld vond ik onder ‘Visual poetry’ en dan onder Poor.Old.Tired.Horse. Daar zijn vele voorbeelden te vinden van avant-garde visuele poëzie. Vanwege het ongrijpbare en kortstondige karakter van concrete en visuele poëziepublicaties, is er een waargenomen gebrek aan innovatie in het genre. Zonder te worden blootgesteld aan radicale praktijken, artistieke precedenten en innovatieve modellen, grijpen concrete dichters te vaak terug naar vertrouwde en bekende waarden en onbetwistbare vormen. Poor.Old.Tired.Horse van Ian Hamilton Finlay verscheen tussen 1962 en 1968 en is één van de meest invloedrijke en belangrijke magazines op het gebied van de visuele poëzie. Finlay (1925-2006) zou in zijn latere leven overigens afstand nemen tot deze vorm van poëzie. 

Verschillende beroemde dichters en kunstenaars hebben gepubliceerd in de Poor.Old.Tired.Horse zoals Kurt Schwitters, Paul Celan en Robert Simmons. Hieronder twee voorbeelden van dichters die publiceerden in de Poor.Old.Tired.Horse.

 

At the lion’s roar

the deer cannot hold still.

Hyenas sniff the air.

ART CAN FULFIL.

 

Kurt Schwitters

 

E

.

the

dawn with its (as music)

.

odor of sun and white mer

(casts) maid lips begonia woven

(gladly

.

madness over i suppose mad people

who)

tugs at my chest hair

.

darling

(were trying to elude who by

swallowing their skulls like a pill

.

) i think

you have given me a little brother

for sleep

.

Piero Heliczer

.

Betreffende vogels

Hans Warren

.

Sinds afgelopen zondag is het bundeltje ‘Betreffende vogels’ van Hans Warren in mijn bezit. Dit kleine bundeltje met 24 gedichten bij miniaturen van H. J. Slijper werd in 1974 uitgegeven door Erven Thomas Rap en mijn exemplaar is gesigneerd door Hans Warren (1921 – 2001) en H.J. Slijper (1922 – 2007). In deze bundel staan dus 24 gedichten gerangschikt in 4 hoofdstukken met namen als; Dode vogels, Historische vogels, Vogels in de spiegel en Zingende vogels en ze worden voorafgegaan door een gedicht getiteld ‘Slechtvalk en duif’.

Warren en Slijper hebben elkaar gevonden door hun wederzijdse voorliefde voor vogels. Slijpers illustraties sierde met regelmaat de voorkant van het blad ‘Vogeljaar’ en Warren vertaalde meerdere natuur- en vogelboeken. Ik heb voor het gedicht ‘De Wielewaal’ uit dit bundeltje gekozen omdat het een vreemd gedicht is, omdat Hans Warren in dit gedicht aan de haal gaat met de vele namen van de Wielewaal en tot slot eindigt in een vreemd soort klankdeel.

.

De Wielewaal

.

Oriolus, Gele Gouw, Gele wielewouw,

Loriot, Figo l’Aouriaou, Migliora,

Ajulu, Gabrieli, Agruppa filu,

Rigogolo, Crusuelo, Pirol,

Shulz von Milo, Schulz von Bülow,

Oropendola. ‘Hio bulo!

gidleo gitatidlio gigilio

gipliagiblio gidleeah!’

.

Poëzie museum

Virtuele poëzie

.

Via mijn Probiblio collega Ineke kreeg ik de tip over het Poëzie museum. Toen ze me vertelde wat dit precies was, werd ik meteen enthousiast. Het Poëzie museum werd op 1 april 2017 (geen grap) geopend aan het Museumplein in Amsterdam. Het is in feite een onzichtbaar museum, totdat je de app download (IOS en Android). Wanneer je dan ergens op het Museumplein de app opent vormt zich een wereld vol poëzie voor je ogen door middel van Augmented Reality. Je richt je telefoon of tablet op een plek op het Museumplein en voor je ogen verschijnen gedichten van 10 Nederlandse dichters op je scherm terwijl je nog steeds naar de plekken op het Museumplein kijkt.

Het Poëzie Museum is een initiatief van Internationational Silence. (Twan Janssen en Johannes Verwoerd). International Silence initieert en ontwikkeld culturele projecten op het snijvlak van kunst en design. Zij vroegen dichter Anna Enquist om als curator op te treden van dit virtuele museum.

Anna Enquist selecteerde tien Nederlandse dichters: Ida Gerhardt, Annie M.G. Schmidt, Gerrit Kouwenaar, Elly de Waard, Neeltje Maria Min, Leonard Nolens, Eva Gerlach, René Puthaar, Menno Wigman en Alfred Schaffer. Iedere dichter krijgt een eigen paviljoen, dat zes gedichten in 3D  toont. 24 uur per dag kun je de ruimtelijke gedichten lezen via telefoon of tablet.

Inmiddels is er al een uitbreiding gekomen van de makers van deze app namelijk een virtueel poëziepanorama in park Doornburgh in Maarssen onder de titel ‘Wat blijft’. Uitgangspunt hierbij is de gelijknamige tekst van Spinvis, deze kun je al lopend door het park virtueel lezen.

.

Wat blijft

De afstand blijft
De vangrail blijft
De populieren gaan
De helden gaan
Augustus blijft

Getuigen gaan
Gefluister gaat
De conversatie staakt
De Noordzee gaat
Het weergaloze blijft

Het doorgaan blijft
Voorlopig blijft
Al vroeg gegaan naar dierentuin, toen
Weggebracht naar busstation
Gezwaaid

Een sigaret
De bomen gaan
Het ruisen blijft

En als het soms
En dank u wel
En of ze ooit nog schrijft

Het landschap gaat
Het uitzicht blijft

We vinden ons
Het vinden blijft
Twee zomerarmen wijd
De schaduw gaat
De schemer blijft altijd

Het drinken blijft
Het drinken blijft
Ik hoorde dat, ach ook laat ook maar
Gewoonste gang van zaken
Zet de hond
Aan wie dan ook

Ze blijven hier
Ze hangen rond
De vaders gaan
De namen gaan
Na verloop van tijd
De duinen gaan
Het eiland blijft

Onderste drie foto’s: Ineke Goedhart

N.

Kalkmankementjes
.
Steeds vaker vind ik op Instagram en op Facebook dichters die hun gedichten op een bijzondere manier aan de man brengen. Wat ze in feite doen is foto’s plaatsen van geschreven, geprinte of getypte gedichten. Een prima manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet altijd al die teksten lees. het niveau verschilt namelijk nogal al en soms is ook niet helemaal duidelijk of het een eigen tekst is of iets van een ander of dat er geparafraseerd wordt.

Via een artikel in HP/De Tijd kwam ik in aanraking met het werk van Niels Kalkman. Kalkman is verslaggever van de Telegraaf en sind 2013 ook plezierpoeet. Zijn gedichten zijn geen hogere poëzie en soms betrap ik ook hem op parafraseren (zo is het gedichtje ‘donker’ 1 op 1 de laatste strofe van het nummer ‘Black’ van Pearl Jam) maar als voorbeeld van het fenomeen is zijn werk zeker niet het minste.
.

n3

N2

n1

Rubliw

Versvorm

.

De Rubliw (Wilbur achterstevoren) is een kleine, speelse versvorm, bedacht door de Engelsman Richard Wilbur. De naam is echter afkomstig van Lewis Turco. Het is een negenregelig, jambisch vers: achtereenvolgens monometer,dimeter, trimeter, tetrameter en dan pentameter. Daarna gaat het weer terug via tetrameter, trimeter, dimeter naar monometer.
De vorm wordt gewoonlijk gebruikt als een bericht aan iemand, of aan een groep.

Twee voorbeelden in het Engels (in het Nederlands heb ik er geen kunnen vinden maar ik hou me aanbevolen!) van Richard Wilbur en van Lewis Turco.

.

Rubliw for Lewis

Dear Lew
All hail to you,
Old formalist, who through
Your Book of Forms inform the new.
If you can name this bloody form, please do,
before it disappears from view,
For you’re the one man who
Might manage to.
Adieu.


Rubliw for Richard 

Dear Dick,
It’s quite a trick
To name the form poetic
You sent Sam Gwynn who, in the nick
Of time, included it in his panegyric
Celebrating my arthritic
Remove from the academic,
But rubliw’s a quick
Kick.

 

Van Inge Boulonois heb ik een Rubliw gekregen (waarvoor mijn grote dank) die ik hier graag met jullie deel:

.

Rijmpraktijk

.

Ik lijd

van tijd tot tijd,

het rijm vormt dan een strijd

waarbij ik driftig nagelbijt.

Maar als zich eindelijk na taaie vlijt

een gave rubliw heeft bevrijd,

rest er één zekerheid:

zo’n wapenfeit

verblijdt!

.

%d bloggers liken dit: