Categorie archief: Gedichten in thema’s

Helaas niet voor mij

Helma Ketelaar

.

Als in een heterorelatie een van de twee (vaak onverwacht) uit de kast komt of daarover dubt, raakt dit veel mensen. De partner, het eventuele gezin, de familie, vrienden en ga zo maar door. De ogen zijn vaak gericht op diegene die uit de kast komt. Over wat dit met de partner doet, is nog weinig bekend. Hierdoor ontbreekt het de ‘hetero van de homo’ in dit hen vaak diep rakende proces aan steun, warmte en begrip. De woorden van ‘Helaas niet voor mij’ zijn uit zo’n ervaring opgetekend met de bedoeling om steun vanuit (h)erkenning en verder begrip te creëren.

Dit schrijft dichter Helma Ketelaar in het nawoord van de nieuwste bundel uit het fonds van MUGbooks poëzie uitgeverij ‘Helaas niet voor mij’. De bundel is te koop via alle boekhandels maar ook via de online boekverkoopkanalen. De grafische vormgeving is opnieuw verzorgd door Bart van Brrt.Graphic.Design (die ook de vormgeving van de MUGzines doet).

De persoonlijke poëzie van Helma geeft een goed beeld van alles waar iemand in de positie, zoals hierboven beschreven, doorheen gaat en wat zo iemand meemaakt. Het gedicht ‘Klaproos’ staat in de bundel.

.

Klaproos

.

je stond op het bloemenspel

dat ik onbevangen

als meisje speelde

ik genoot van je

.

je stond in mijn tuinen

waar ik steeds minder onbevangen

als vrouw was en tuinierde

ik koesterde je

.

je was in juli bij dat Franse beekje

waar ik dwalend onderweg

als vrouw reisde naar mijn vakantiehuis

ik bewonderde je

.

je komt steeds weer terug

eenvoudig, krachtig en vanuit jezelf

ook ik ben weer die onbevangen vrouw

ik dank je…

.

Z

Frans Kuipers

.

Ooit had ik het idee om een dichtbundel met 26 gedichten te schrijven aan de hand van de letters van het alfabet. Verder dan de A ben ik nooit gekomen. Maar er is een dichter die hetzelfde idee had en dit wel heeft volbracht. Gerrit Komrij rekende Frans Kuipers  bijna tot de top van de Nederlandstalige poëzie, getuige de negen gedichten die hij koos voor de herziene editie van Gerrit Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten (2004). Frans Kuipers heeft nu een nieuwe bundel ‘de Lach van de Sfinx’ (2021). Deze bundel bestaat uit 2 x 26 gedichten, 2 x getiteld/genummerd van a tot z. Ik koos het gedicht ‘Z’.

.

Z

.

Er zijn de dingen bij daglicht
en er is het nachtelijk sterrenverhaal
voor mensheids hersenpan te kolossaal.
Stil is het zelden overal krioelt het
er zitten papiervisjes in mijn manuscript.
Ik moest door sneeuwrijken
en sinaasappellanden gaan,
ik zat een Tsjwang-tseense vlinder achterna.
Er is het toeval en er is de fantasie
maar toeval is fantastischer.
Er is de vogel in de lucht en het paard in de wei
door een waterplanetair ringetje gehaald
van Zonnecircus Bloed net als wij.

.

Olympische spelen

Veldloop

.

Zeer binnenkort gaan de Olympische Spelen van Tokyo van start. De veldloop voor vrouwen zal daar niet te zien zijn, de veldloop is geen officiële olympische sport. Er zijn krachten bezig om de veldloop weer een olympische sport te maken. In de aanloop daarnaar toe (men hoopt in 2024 de sport weer op het programma te krijgen van de OS) een gedicht uit de light verse bundel ‘Atletische verzen’ uit 2007, geschreven door Ivo de Wijs en Theo Danes.

Het betreft hier het gedicht ‘Veldloop (vrouwen) van Ivo de Wijs. Het gedicht gaat over Lornah Kiplagat (1974), van oorsprong Keniaanse atlete die sinds 2003 voor Nederland uitkomt op dit onderdeel.

.

Veldloop (vrouwen)

.

Wat zie je als je onverhoopt

De hele race als tweede loopt?

Dan zie je voor je op het pad

Het gat van Lornah Kiplagat.

.

Waarna de pers nog ‘ns komt vragen:

‘Had Lornah weer een gat geslagen?’

.

Tegen het krakende hek

Rutger Kopland

.

In de bundel ‘Ik heb de liefde lief’ de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie staan heel veel prachtige, ontnuchterende en romantische liefdesgedichten. Willem Wilmink, samenst4eller en inleider heeft destijds in 1993 goed werk verricht. Wat ik wel altijd jammer vind aan themabundels is dat ze zo tijdgebonden zijn. Natuurlijk heeft Wilmink zich goed ingelezen en komen de gedichten van dichters die leefden van de 15e eeuw tot nu, maar na 1993 staan er natuurlijk geen nieuwe liefdesgedichten meer in.

Als je, zoals ik, heel veel poëziebundels bezit en een groot deel daarvan zijn themabundels (bijvoorbeeld over liefdespoëzie) kom je dus regelmatig dezelfde gedichten tegen. En ik maak me toch sterk dat er ook na 1993 heel veel prachtige liefdesgedichten geschreven zijn. In ieder geval door mijzelf in de bundel XX-XY, liefdespoëzie https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/23/mijn-cadeau-voor-jou/ .

Ondanks bovenstaande kom ik toch nog regelmatig oudere gedichten tegen die ik niet ken en die zeer de moeite waard zijn, ook van het delen op dit blog. Zo’n gedicht is ‘Tegen het krakende hek’ van Rutger Kopland. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’ uit 1972.

.

Tegen het krakende hek

.

Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.

.

Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.

.

In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,

.

maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu

.

bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek

.

kraakte tegen de opdringende paarden.

.

#voetbalflarf

Jelle Pieters en Kila van der Starre

.

Op Instagram volg ik vele dichters en mensen die zich bezig houden met poëzie. Een van hen is Kila van der Starre die al vaker in dit blog langs kwam (Kila & Babsie, Woorden temmen). Zij is nu via Instagram een nieuwe actie begonnen samen met Jelle Pieters, @demanmetdepen (dichter en docent creatief schrijven) rondom het Europees Kampioenschap voetbal dat komend weekend begint.

Vanuit de gedachte dat een flarf https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/04/flarf/ in principe uit elke vorm van bestaande zinnen en woorden kan bestaan, bedachten zij de voetbalflarf. De regels zijn:

  • Schrijf een gedicht (flarf) dat louter bestaat uit zinnen en zinsdelen die de voetbalcommentator(en) uitspreekt/uitspreken.
  • Je mag dus zelf niets toevoegen
  • Je mag wel knippen, plakken en schuiven
  • Je mag zelf weten op welke zender je kijkt (bijvoorbeeld een Duitse, Engelse of Vlaamse zender)
  • Als je het leuk vindt plaats je het resultaat op social media en voeg je de hashtag #voetbalflarf toe.

Nicole Teunissen schreef een voetbalflarf op haar weblog aan de hand van het commentaar van Jeroen Elshoff bij de wedstrijd Nederland-Zweden van de Oranjeleeuwinnen op 3 juli 2019.

Zelf meedoen? Kijk op Instagram op @kilastarre of @demanmetdepen

.

Voetbalflarf

.

wat heel laat op deze avond ook nog zou kunnen gebeuren

.

even wennen aan de stilte

.

schrik niet van de achtervolgers
bijna is ook nu niet helemaal
wat dat betreft dus geen paniek

.

er zijn zorgen
dat iedereen genoeg van elkaar afblijft
vandaar dat er nu eerst een gesprek gaat plaatsvinden

.

maar ook dat soort gevechten kunnen nog altijd gewonnen worden
straks, als het donker is

.

Troostgedichten

Zo heel jij mij

.

Isa Hoes stelde in 2015 de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ voor uitgeverij Prometheus samen. In deze bundel is aan allerlei bekende Nederlandse vrouwen gevraagd wat hun favoriete gedicht is ‘dat ze aan het huilen maakte’ of ze emotioneerde. Ik schreef er destijds over op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/02/23/medina-schuurman/ .

Nu is er opnieuw een verzamelbundel die door Isa Hoes is samengesteld getiteld ‘Zo heel jij mij’ met als ondertitel Troostgedichten. In deze bundel biedt Isa Hoes middels de gekozen gedichten troost en verlichting. Dit keer niet aan de hand van bekende Nederlandse vrouwen maar door een eigen keuze. Troost voor momenten van hevig verdriet zoals het overlijden van een dierbare, afscheid nemen van een geliefde of het verliezen van vertrouwen in jezelf, maar ook voor kleine tegenslagen van alledag.

Veel bekende namen in deze bundel van Ida Gerhardt, Willem Wilmink en Drs. P. naar Rumi en Vasalis. Ik koos voor een gedicht van Tom van Deel (1945 – 2019), getiteld ‘Dit moment’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Boven de koude steen’ uit 2007.

.

Dit moment

.

Er is niets voor te stellen mooier dan

een vrouw die in het strijkend avondlicht

de tuin inloopt , het waait, het blad van

de kastanje gaat tekeer, ze zoekt naar

bloemen, snoeiend, alles als weleer.

Daar bukt ze, rustig buiten elke tijd,

verbonden met haar wereld, ook de mijne.

Ik zie het aan in dit moment en wens

dat ondanks ons verstrijken het beklijft.

.

Klimaatwakers

Vannacht tussen 00.00 en 02.00 uur

.

Tijdens de gehele formatieperiode van het (nieuwe) kabinet, wordt er door de klimaatwakers gewaakt voor het klimaat. Overdag bij het Catshuis in Den Haag en ’s nachts vanuit woonkamers door heel Nederland. De klimaatwakers vragen hiermee aandacht voor de klimaatproblemen en de formerende partijen om de hoop op een leefbare toekomst niet te laten uitdoven. De Klimaatdichters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/07/28/klimaatdichters/ waar ik mij als dichter ook bij heb aangesloten, hebben dichter Alex Gentjens gevraagd om een aantal klimaatdichters te vragen voor een nachtelijke wake.

Omdat ik het niet alleen een belangrijk onderwerp vind maar ook omdat ik het leuk vind om me als klimaatdichter ook in te zetten, heb ik me aangemeld. En op donderdag 3 juni (vandaag) is het dus zover. Vanaf 20.00 uur tot 08.00 uur op 4 juni zullen steeds in blokken van twee uur, de volgende dichters waken en live te zien en te horen zijn.

.

3 juni

20.00 – 22.00 : Heidi Koren (stadsdichter van Nijmegen)

22.00 – 00.00 : Alex Gentjens

4 juni

00.00 – 02.00 : Wouter van Heiningen

02.00 – 04.00 : Martin Aart de Jong

04.00 – 06.00 : Marion Steur

06.00 – 08.00 : Willemijn Kranendonk

.

Op de website van de Klimaatwakers kun zien wat er allemaal gedaan wordt en via de website https://deklimaatwakers.nl/ kun je live online naar de klimaatdichters van dienst kijken en luisteren.

Wat ga ik doen in de twee uur die me zijn toegewezen. Uiteraard heel veel poëzie met jullie delen. Vooral over het klimaat, de natuur en dergelijke maar ook met gedichten van mijn favoriete dichters, informatie over waar ik als dichter en organisator mee bezig ben, gedichten van andere klimaatdichters en ik zal wat muziek draaien. Ik zal plaats nemen voor mijn boekenkast en als het lukt wil ik een open verbinding leggen met mijn twitteraccount @wvanheiningen om mogelijke verzoeken in te willigen (mits ik de gedichten voor handen heb uiteraard maar met ca. 12 meter poëzie moet dat wel lukken).

Dus heb je nou echt niks te doen tussen middernacht en 02.00 uur (en daarvoor of daarna) maak dan verbinding en ondersteun de klimaatwakers.

Hieronder een gedicht van collega klimaatdichter Johannes Lievens (2001). Lievens is masterstudent Woordkunst aan het Conservatorium in Antwerpen. Zijn zoektocht naar mogelijkheden tot verzet vindt plaats op straat, op het podium en op papier.

Wil je meer lezen over hoe Willemijn Kranendonk tot het klimaatdichterschap kwam, klik dan hier https://hardhoofd.com/verandering-kan-klein-beginnen/

.

onder ons
vergeten

onsmeeldraden
onsveenlijken
onslateherfst
onszwarezon

in onze valversnelling
waarin alles
mee
valt
klim ik
tak tot tak
de regen in
kijk op

dat de aarde niet soms denkt
laat ons los

.

Orde!

T. van Deel en Hannes Meinkema

.

Vandaag een dubbel-gedicht van twee oudgedienden; Tom van Deel (1945 – 2019) en Hannenes Meinkema (1943) over orde in het klaslokaal.

Allereerst het gedicht ‘Overwegingen van T. van Deel dat is genomen uit de bundel ‘Strafwerk’ de debuutbundel van deze dichter en literatuurcriticus uit 1967, waarin hij het eeuwige dilemma van de leerkracht verdicht; eruit sturen of niet.

In het tweede gedicht van schrijver, dichter en feminsite Hannes Meinkema ‘Ik betrap ze allemaal…’uit de bundel ‘En dan is er koffie’ uit 1976 komt opnieuw de leraar aan het woord maar nu als almachtige in het klaslokaal.

.

Overwegingen

.

Als ik nu tegen die jongen

zeg dat hij eruit moet gaan

zegt hij misschien waarom

meneer ik dee toch niks

en moet ik eerst staan

uitleggen dat hij weliswaar

inderdaad geen schuld heeft

maar dat het mij om di-

daktische redenen beter

lijkt dat hij verdwijnt

en hoe mooi het van hem

zijn zou als hij dat zonder

verdere discussie doen zou –

dus zeg ik maar niets.

.

Ik betrap ze allemaal…

.

Ik betrap ze allemaal, ik hoor alles,

niets ontgaat me.

Zo, zeg ik streng, jij hebt voorgezegd,

ik hoor het wel.

En terwijl ik heel ernstig kijk maak ik

met rode vilstift een puntje in mijn

agenda bij de naam van het kind dat

heeft voorgezegd.

Streng maar rechtvaardig, is mijn motto.

De klas is helemaal stil.

Ze denken dat het een slechte aan-

tekening is.

In werkelijkheid is het een klein onbe-

duidend tekentje waar niets uit op te

maken valt.

Maar ik heb macht over ze.

Ik zaai angst en slechte rapportcijfers.

.

Soms moet het werkelijk stil zijn…

Erward van de Vendel

.

Poëziebundels worden over het algemeen uitgegeven door uitgevers of in eigen beheer. En soms door organisaties waar je het niet meteen van verwacht. Zo bezit ik sinds kort de bundel ‘Soms moet het werkelijk stil zijn…’ onderwijsgedichten 1591-2010 dat is uitgegeven door een samenwerkingsverband bestaande uit de Onderwijsraad, het Nationaal Onderwijs Museum, de CED groep en, dat dan weer wel, Poetry International.

De bundel werd samengesteld door Theo Magito (1951) en Henk Sissing (1954) met een voorwoord van de toenmalig Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet. In deze bundel passeren veel aspecten uit het schoolleven de revue; vanuit het perspectief van de leerlingen, de ouders van die leerlingen en de leraren. De bundel is opgedeeld in tijdvakken, vanaf voor 1600 tot 1900 steeds per eeuw en na 1900 per stukje van deze eeuw, tot 2010.

De samenstellers zijn beide actief geweest in het onderwijsveld of in onderwijsorganisaties. Henk Sissing verzameld gedichten over het lager-, basis- en voortgezet onderwijs. Zijn verzameling stond aan de basis van deze bundel. De titel is juist nu heel bijzonder want als er iets is binnen het onderwijs waar men zo snel mogelijk weer van af wil dan is het de stilte. Hoe sneller de scholen weer open kunnen hoe beter.

Veel beroemde en bekende dichters zijn met gedichten opgenomen, maar ook minder bekende en (voor mij) volledig onbekende dichters. Ik koos voor een gedicht van Erward van de Vendel (1964) getiteld ‘Staartdelingen’ (die schijnen niet meer te worden onderwezen tegenwoordig) uit zijn debuutbundel ‘Betrap me’ uit 1996.

.

Staartdelingen

.

Op het klimrek kan ik

de borstwaarts om,

maar staartdelen

wil me niet lukken.

.

Ik durf aan de rekstok

de molendraai, maar

juf legt iets uit

en ik duizel.

.

Vaak krijg ik de sommen

niet in mijn kop.

Soms denk ik:

Nu!

De Dodenzwaai!

Met afsprong!

en ik steek mijn vinger op.

.

De drang om niemand af te maken

Een recensie

.

Begin van dit jaar publiceerde uitgeverij Opwenteling de bundel ‘de drang om niemand af te maken’ van Anouk Smies (1975). Deze Rotterdamse dichter debuteerde in 2013 met de bundel ‘Citaten van een roofdier’ en inmiddels is dit alweer haar 4e bundel. Op de omslag van deze sober maar verder mooi vormgegeven bundel staat de titel van links naar rechts en en daarnaast in spiegelschrift nogmaals. De letter is wat klein maar de naam van de auteur staat rechtsboven duidelijk vermeld.

Voor deze bundel interviewde Anouk Smies een oorlogsveteraan, medewerkers van het Huis voor Klokkenluiders en een sekteverlater. De bundel begint met een citaat van Jean de Boisson: “Men kan de mensen verdelen in twee grote groepen: zij die zich door hun gevoel laten bedriegen, en zij die zich door hun verstand laten  misleiden”. Zonder op de conclusie vooruit te lopen kun je je afvragen of beide niet twee kanten van dezelfde medaille zijn. En je kan je afvragen bij welke van deze twee groepen de geïnterviewden ( in het geval van het Huis van Klokkenluiders; de klokkenluiders zelf) behoren.

De bundel bestaat uit 4 hoofdstukken: Oorlogsveteraan, Klokkenluider, Dichter en Tijdsgeest wat bij mij meteen de vraag deed rijzen waar de sekteverlater was gebleven. Maar daarover later meer.

In het eerste hoofdstuk, de oorlogsveteraan. In dit hoofdstuk is de oorlog alom aanwezig. In vaak hallucinerende taal en beelden brengt Smies de oorlog dichtbij, soms tussen droom en werkelijkheid dan weer in alledaagse dingen. De herinneringen van de oorlog liggen steeds vlak onder de oppervlakte en kunnen (en worden) elk moment zichtbaar en invoelbaar. Zoals in het gedicht ‘zwart’.

.

Stel jezelf nu de vraag of je op durft te kijken

Als je opkijkt zul je nooit in je leven meer een kleur omschrijven

Je zult je niet afvragen of dat een groot verlies is

Het verlies is al uitbesteed

.

In deze gedichten spreekt een oorlogsveteraan die de smerigheid, het geweld, de ontsporing en de zinloosheid van de oorlog aan den lijve heeft ondervonden. De zinnen zijn indringend en de situaties soms moeilijk voor te stellen.

In het tweede hoofdstuk de klokkenluiders. Een iets ander beeld, dit hoofdstuk is iets minder opgebouwd uit traumatische gebeurtenissen en gewelddadigheid. Hier worden meer processen beschreven, mechanismen, het deel uitmaken van een groep zonder er verantwoordelijk voor te zijn. Toch is in deze gedichten een zekere mate van traumaverwerking aan de orde. Het besef van de eigen daden die (achteraf bezien) niet goed waren. De wisseling tussen het toen (de actieve deelname) naar het nu ( de actieve schaamte). Daar hebben de gedichten in het eerste hoofdstuk en het tweede hoofdstuk iets gemeen. In de situatie het besef dat er iets niet klopt, dat er zaken gebeuren waar je deel van uitmaakt maar waar je het eigenlijk niet mee eens bent, geen deel van wil uitmaken.

In dit hoofdstuk is er sprake van beeldspraak, metaforen en raadselachtige zinnen waar je toch de achterliggende gedachte van begrijpt: En legt de betrokkene zijn ogen in een bakje / terwijl hij tekent voor akkoord  (uit het gedicht ‘Genade’). Het bewustzijn van de eigen daden, de twijfel aan die daden en het dan toch uitvoeren. De beschrijving van de innerlijke strijd en worsteling is steeds aanwezig. Het woordgebruik is veelzeggend: mythes, alfamannetje, mietjes, kuddedieren, buigzaamheid;  woorden die extra betekenis geven aan de worsteling van de hoofdpersonen, de klokkenluiders.

In het hoofdstuk ‘dichter’ is er ruimte voor lucht en vrijheid, voor introspectie op het eigen leven en werk als dichter. Ogenschijnlijk staat dit hoofdstuk los van de eerste twee terwijl in de taal de verbintenissen heel duidelijk zijn. Ook hier is ruimte voor de twijfel, het kwaad, de zinloosheid van onderdelen van het bestaan.

In het laatste hoofdstuk ‘tijdsgeest’ komt dan toch nog de sekteverlater aan het woord. Een Jehova’s getuige in het gedicht ‘Het hart der Jehova’s is verraderlijk en nietsontziend. In een staccato opgeschreven gedicht wordt in niet mis te verstane bewoordingen een dwingende, valse en onderdrukkende religie gefileerd. En dan valt er iets op zijn plaats, ook hier het terugkijken, de boosheid over wat was, het adresseren van het eigen falen, het domweg (op)volgen van wat anderen vinden of zeggen. Hier manifesteert dit verbindende thema van deze bundel zich.

In het gedicht dat volgt op het Jehova gedicht ‘herkenning’ komt een stukje van de oplossing naar voren, meteen in de eerste strofe:

.

Ik ben een meestervervalser

Succes blijft een keuze

waaruit voortvloeit dat

ik in een quantumspong mijn ware zelf kan zijn

.

En dan is er aan het einde van de bundel het gedicht ‘De zee hoopt’.

.

De zee hoopt

.

Ik houd van het strand

op de dagen dat het me aan Duinkerke doet denken

.

Een vlakte zou niet gezellig mogen zijn

Geen dagopvang voor afval of plezier

.

Geen agenda vol natte gele strookjes

.

Het is gezond

om je verwachtingen

niet op zandophopingen te projecteren

.

Het is goed

om in de naakte natuur

de dagelijkse sleur

als Tell Sell uit te zetten

.

Kijk ik ontkleed me

en wacht tot de wind

van mijn borsten clusterbommen snijdt

.

Tot mijn buikholte

de lever strikt van zijn verslavingen scheidt

.

De zee hoopt

op het geweld dat ik kan zijn

.

En met deze toch troostrijke en positieve woorden leg ik de bundel opzij. Een volwassen bundel vol bijzondere en schurende poëzie, die onderwerpen aansnijdt die niet altijd leuk zijn of hoopvol, maar die een stem geven aan hen die hun verleden met zich meetorsen maar een richting zoeken, een uitweg, een verklaring en toch ook hopen op een betere toekomst. Koop, leen of lees deze bundel, in bijzondere taal neemt Anouk Smies je mee in een wereld die je waarschijnlijk niet kent of niet eerder zo bezag.

.

%d bloggers liken dit: