Categorie archief: Gedichten in de openbare ruimte

Gedichten in het bos

Phoenixpad

.

In 2006 werd in het Purmerbos ( Bij Purmerend Zuid) het Phoenixpad geopend, een beeldende poëzieroute van 1642 stappen (handig om te weten) met gedichten van 14-jarige scholieren die Haiku’s en gedichten hebben geschreven met als onderwerp de natuur. Dit Phoenixpad wordt elk jaar uitgebreid met gedichten. De route langs kunstobjecten en borden met de gedichten werd mogelijk gemaakt door de gemeente Purmerend, Staatsbosbeheer, de bibliotheek Purmerend en Poëziekring Phoenix. Het ontwerp is van Mirjam Bakker. Alle foto’s van dit pad vind je op https://www.mirjambakker.nl/Projecten/Purmerbos/purmerbos.html

Een paar voorbeelden van gedichten:

.

Bomen

De bomen waaien
en spreken mij toe
ik kan hier uren zijn
en word niet moe
ik hoor ze praten
maar ik kan
ze amper verstaan
ze hebben het over vogels
en over hoe lang
ze daar staan
maar één ding is zeker
morgen ga ik
weer hier heen

(Nicky Hellingman)

.

Wolken

Mischien wel leeuwen
De herder met zijn hond
Alles wat je ziet

,

(Selma Maroefi)

.

 

Advertenties

Poëzie en de NS

Aanvulling op reclameboodschappen

.

Afgelopen week hoorde ik op de radio dat de NS van plan is om met een pilot te starten waarbij er in 137 intercitytreinen gestart wordt met reclame op de digitale schermen in de trein. Tijdens dit radioprogramma werden een aantal mensen aan het woord gelaten die een mening hadden. Sommige snapte het wel, anderen waren mordicus tegen; de trein was een van de weinige plaatsen waar je nu juist niet met reclame werd geconfronteerd. Een soort veilige haven niet besmet door de commercie. Ik ga ervan uit dat de NS deze pilot gaat doen en dat er dan op (waarschijnlijk niet al te lange termijn) reclameboodschappen te zien zullen gaan zijn in de trein.

Ik heb een idee waardoor het leed dat reclame heet toch iets verzacht kan worden. Ik begreep uit het bericht dat men met 1 reclame boodschap wil beginnen per dag en dat dan een aantal keren herhalen. Volgens mij wordt dat al snel heel saai of zelfs irritant. Waarom niet dichters gevraagd speciaal voor die fijne pauzes tussen door gedichten te laten schrijven en deze te laten zien. Cultuur of literatuur zo je wilt, als tegenhanger van die commerciële boodschappen.

De NS heeft een verleden met poëzie. In 2006 bijvoorbeeld werden treinreizigers verrast op Utrecht Centraal in de ochtendspits met een Olympisch gedicht van en door Nederlandse dichters zoals onder andere Driek van Wissen en Jan Wolkers. Zij hadden speciaal voor gedichtendag een gedicht geschreven over hun favoriete Olympische sportmoment.

In 2018 werd conducteur Jeroen een grote hit op YouTube toen een filmpje van de NS, waarin te zien en te horen was hoe Jeroen tijdens gedichtendag door de intercom van de trein een gedicht voordroeg, vele hits kreeg en zelfs het nieuws er aandacht aan schonk.
.
In de hal van het Spoorwegmuseum staat de beginregel van het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen uit 1934 ‘Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen’.
Maar ook in de stations laat de NS zien dat men de poëzie een warm hart toedraagt. Op Utrecht Centraal is in de stationshal een gedicht aangebracht van Hanny Michaelis waarin de stationshal wordt verdicht als veilige overkapping. Het gedicht is een cadeau van de NS en ProRail aan de reiziger (zie hierover mijn bericht van 4 september 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/09/04/utrecht-centraal-station/ ). Als je het zo bekijkt is de NS dus wel degelijk poëzie-minded. En om de NS nog een handje te helpen om serieus over mijn idee na te denken, hier een gedicht over het spoor van Hans Andreus getiteld ‘Kijkend uit de trein’ uit de bundel ‘Luisteren met het lichaam uit 1960.
.
Kijkend uit de trein
.
Land van rijen dunne roestende bomen,
van geometrisch groen en sloten rechtuit spiegelend
een door een trage adem beslagen hemel,
.
land van vee zo onverschillig
dat het nimmer opziet naar
de naderende, voorbijgaande, wegkronkelende trein,
.
ik denk een grijze god heeft je geschapen,
even nadat hij opstond, slaperig
nog tastend naar het daglicht
.
.

Stadspaden

Gedichten op vreemde plekken: op twee spaden

.

Via een vriendin (Stefanie bedankt!) kreeg ik een aantal foto’s van een gedicht op twee grote spaden in Stadskanaal.  Het beeld van de twee turfschoppen herinnert aan de veenkoloniale tijd van deze omgeving, het zijn de spaden waarmee het kanaal werd gegraven waaraan Stadskanaal haar naam ontleend. Het gedicht op de twee spaden getiteld ‘Stadspaden’ is van Hans Mes en dateert uit 2012.

Het gedicht op de spaden luidt:

.

Stadspaden

.

Hier werkte men

met man en macht

aan een kanaal

door ’t veen

en spaden staan

nu stil bij dat

wat grond

voor welvaart bracht.

.

Wat je vervoert

dat schept je thuis

per schip, ter paard

soms lopen

het voelt hier als

een poort naar stad

met beide deuren open.

.

Funeraire poëzie

Als toen nu is

.
Terwijl ik op zoek was naar iets heel anders kwam ik min of meer per ongeluk terecht op de website https://ifthenisnow.eu/nl
If then is now is een platform op internet waar onze gedeelde culturele erfenis en geschiedenis actief met elkaar te beleven en te verrijken is, grensoverschrijdend want voor Nederland en België. Door het verleden (then) met het heden (now) te verbinden, biedt if then is now een inspirerende belevenis die je kijk op de wereld veranderd.  Op deze website vind je verhalen, belevenissen en achtergronden van Nederlandse, Belgische en Europese cultuurhistorische locaties, personen, en gebeurtenissen.
.
Tot zover de wervende tekst op de website. Waar het voor mij echt interessant werd was de pagina over funeraire poëzie of gedichten op grafstenen. In een bijzonder aardig artikel schrijft Jessyca de Wit over versierde grafstenen, kaders, en de literaire waarde van poëzie op grafstenen. Zo schrijft ze dat specifiek in het Noorden van Nederland (met name in Groningen) het aanbrengen van poëzie op grafstenen een traditie was in de negentiende eeuw. De reden die ze hiervoor aandraagt is dat deze provincie achterbleef in de ontwikkeling in verhouding tot andere provincies in Nederland. In de negentiende eeuw leefde men in de provincie Groningen nog in een standensamenleving. Waar voorheen de rijken in de kerk begraven werden, werden nu welgestelde boeren op het kerkhof begraven met alle égards inclusief versierde en van veel symboliek en teksten voorziene grafzerken.
.
Theologen, predikanten, artsen en juristen (klassiek geschoolden) zouden behulpzaam zijn geweest bij het kiezen of samenstellen van een grafdicht, aangezien een deel van de overgeleverde gedichten lijkt te zijn vertaald vanuit het Latijn. Dat niet alle grafzerkpoëzie hetzelfde is blijkt uit haar uiteenzetting van de kaders. Dat zijn er vier te weten: het kader met algemene en minder religieuze grafdichten, het kader met algemeen christelijke grafpoëzie, een kader met grafdichten waarin direct verwezen wordt naar de Bijbel en een kader met grafpoëzie die we kunnen duiden als uiting van het orthodox protestantisme.
.
Hieronder een aantal voorbeelden van deze 19e eeuwse grafzerkpoëzie.
.
Lieve moeder!
rust in vrede,
in des aardrijks
kouden schoot.
Eenmaal rijst een
nieuwen dag weer
En het leven
uit den dood
.
.
Afgemat door
Lichaamskwalen
Uitgeteerd door
Ziekte en pijn
Moet ik in deez’
grafkuil dalen
en een prooi
der wormen zijn
.

Poëzie op het Alhambra

Gedichten op bijzondere plekken

.

Een aantal jaar geleden was ik in Granada (Spanje) en bezocht daar het Alhambra. Op zichzelf een belevenis want het Alhambra is één van de mooiste voorbeelden van islamitische architectuur in Europa. Wat ik toen niet wist was dat de vele inscripties en kalligrafieën op en in het gebouw poëzie bevatten van de grote islamitische dichters uit die periode.

Eeuwenlang hebben onderzoekers de teksten die op de geometrische tegels en het fijn gesneden metselwerk van het Alhambra bestudeerd. Onder deze teksten zijn heel wat verzen van veel geprezen islamitische dichters als Ibn al-Khatib en Ibn Zamrak. De verzen zijn 500 jaar geleden aangebracht in opdracht van de veroveraars van de Nazrid-dynastie, die het koninkrijk van Al Andalus regeerden van 1238 tot 1492. En hoewel de katholieke vorsten Ferdinand en Isabella na 1492 alles wat met de islam te maken had meedogenloos verwijderde uit Spanje, waren ze in ieder geval nieuwsgierig naar de erfenis van hun overwonnen vijand, of onder de indruk van de unieke schoonheid van het Alhambra. Zo nieuwsgierig dat ze gespecialiseerde vertalers vroegen de inscripties te bestuderen.

Sommige poëzie beschrijft de plaats waar ze is aangebracht, zoals de Hal van de Twee Zusters, die een tuin voorstelt waarover Ibn Zamrak schreef:

 

Bovendien kennen we geen andere tuin

aangenamer in zijn frisheid, meer geurig in zijn omgeving,

of zoeter in het verzamelen van zijn vruchten …

 

Of op het plafond dat de hemel vertegenwoordigt:

 

De handen van de Plejaden zullen de nacht doorbrengen

Gods bescherming in hun voordeel oproepen en ze zullen ontwaken voor

het zachte geblazen van de bries. Hierin bevindt zich een koepel

die door zijn hoogte verloren gaat uit het zicht …

.

Tot het begin van deze eeuw werd slechts een fractie van de verzen en teksten ontcijferd en vertaald maar met moderne technologie, waaronder digitale camera’s en een 3D laser scanner, worden deze nu in kaart gebracht en kan men beginnen met de interpretatie van de verzen en teksten en ook waar op of in het gebouw deze zich bevinden. Tot nu toe is ongeveer 65% van de teksten en verzen in kaart gebracht (sinds 2002). Een van de redenen is volgens onderzoeksleider Juan Castilla dat de makers van de inscripties een ingewikkeld cursief schrift gebruikten dat moeilijk te lezen is. Kalligrafie, zo sierlijk mogelijk schrijven, was een belangrijke kunstvorm in een cultuur waarin het verboden was mensen af te beelden.

.

Palletgedichten

Papendrecht

.

Eind oktober 2018 werd langs de Merwede een gedicht geschreven in zwarte letters op een pallet aangebracht aan de achterkant van een groot verkeersbord voor de scheepvaart, daar waar Merwede noord en Oude Maas te samen komen. De titel ‘Merwede’ verwijst naar de rivier waarover de schepen varen en was een initiatief van Jan van Wijngaarden. In december 2018 kwam daar een gedicht bij , pallet twee met de titel ‘Noord’ van schrijver/dichter Fred van Os over het verderop gelegen strandje De Noord.

De makers van de eerste twee palletgedichten riepen plaatsgenoten op om ook een gedicht op een pallet te schrijven. Er was voldoende plaats voor meer van deze vorm van low buget poetry zoals de initiatiefnemers het noemen. En al snel werd dit opgepakt door Wim Schut en inmiddels hangt ook pallet drie aan het Aviolandapad waarbij de dichtregels als titel dragen ‘Rivier’.

Door het palletgedicht te plaatsen op de achterkant van een scheepvaartbord, hoopt Van Wijngaarden geen afbreuk te doen aan het beeldenpark en het uitzicht over de rivier.  Hij hoopt dan ook dat wandelaars even stil staan om de gedichten te lezen. Er staan daar trouwens nog meer grote verkeersborden voor de scheepvaart. Op de achterkant is plaats voor nog meer palletgedichten.

.

Zet je fiets voor een gedicht

Federico Garcia Lorca

.

Van mijn vriend Edwin kreeg ik vanuit Narbonne, Zuid Frankrijk de onderstaande twee foto’s toegestuurd van een gedicht op een muur. Zoals je kunt zien hebben de makers of degene die het gedicht hebben aangebracht niet heel lang nagedacht over de specifieke plek, zo lijkt het. Meteen voor het muurtje met het gedicht staan haken waar je je fiets in kan zetten. Desalniettemin is het een fraai aangebracht gedicht van de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898 – 1936) getiteld ‘Media Luna’ uit 1922. de tekst in het Spaans is als volgt (gevolgd door de vertaling van Edwin).

.

Media Luna

.

La luna va por el agua.
¡Cómo está el cielo tranquilo!
Va segando lentamente
el temblor viejo del río
mientras que una rama joven
la toma por espejito.

.

Halve maan

.

De maan gaat door het water.

Hoe sereen blijft de hemel!

Ze oogst langzaam

de oude tremor van de stroom

ofschoon een boomkikker hem

voor een handspiegel houdt.

.

Dit is voor mijn lichaam

Poëtisch verzet

.

Onder de noemer ‘Dichter in verzet’ heb ik al geschreven over dichters die zich verzetten tegen overheersers, dictators, bezetters, maar ook over dichters die zich verzetten tegen een stroming in de literatuur of poëzie, dichters tegen ontbossing en ander onrecht. Maar dit keer heeft de Brusselse dichteres Astrid Haerens een bittere aanklacht tegen de onveiligheid van vrouwen op straat onder de titel “Signaal: Stop”.

De verzetsgedichten zijn op 21 mei en ook tijdens nachtelijke plakacties opgedoken in verschillende steden – Oostende, Brugge, Gent, Antwerpen, Brussel, Vilvoorde, Hasselt, Luik – op precies die plekken waar vrouwen zich ooit ongemakkelijk hebben gevoeld, of daadwerkelijk zijn belaagd, lastiggevallen, aangerand, verkracht. In steegjes, parken en parkeergarages, in de metro of aan de bushalte. Geenszins een ludieke actie, benadrukken de initiatiefnemers, wel een symbolisch protest.

De initiatiefnemers zijn de leden van de ‘Partij voor de Poëzie’ die maar een programmapunt heeft: Meer poëzie, altijd, overal.   De Partij voor de Poëzie brengt sinds een jaar of wat af en toe een gedicht in de openbaarheid, met een maatschappelijk thema en in meerdere talen. De dichters van de PvdP schrijven altijd samen en blijven anoniem. Maar dit keer dus niet. De Parij van de Poëzie liep al een tijd rond met de gedachte om aan dit onderwerp aandacht te besteden middels een aanplakactie, maar deze kwam in een stroomversnelling na de moord op Julie Van Espen, de 23 jarige studente die vermoord werd na een poging tot verkrachting.

Astrid Haerens zegt hierover “Mijn vriendinnen en ikzelf kregen allemaal al te maken met kleinere en grotere seksuele agressie. Het is hoog tijd dat we de publieke ruimte weer opeisen in plaats van bepaalde plekken te vermijden na onaangename ervaringen.” en ook: Het is niet de bedoeling om zoveel mogelijk stickers te plakken op plekken met een slechte herinnering. “Dit moet gesprekken op gang brengen, het bewustzijn aanscherpen.” Het gaat ook niet uitsluitend over vrouwen, maar over iedereen die zich bedreigd voelt. Ook thuis en op het werk. Het gedicht laat niet veel aan de verbeelding over:

.

Dit is voor mijn lichaam
dat op 12/11 werd aangeraakt
in de voetgangerslift
hardhandig zonder toestemming
schroeiende lucifers op mijn heupen
groeit wild vlees

.

 

Parkeergaragedak poëzie

Van grote hoogte

.

In 2016, tijdens poëziemaand (april) in Miami werd een wel heel bijzonder staaltje van ‘poëzie in de openbare ruimte’ gerealiseerd. Op het dak van Blue Garage’s een parkeergarage die op de aanvliegroute ligt van Miami airport. Dit enorme gedicht is deel van het ‘O, Miami Poetry Festival’. Doel van dit festival is om de inwoners van Miami in contact te brengen met poëzie, bij voorkeur op plaatsen waar men het niet verwacht. Dit ‘Poems to the sky’ project werd bedacht door Randy Burman, een kunstenaar uit Miami.

Het gedicht is vanuit de lucht te lezen (tot op 40.000 feet ongeveer 12 kilometer hoogte). Het (korte) gedicht is geschilderd tussen de parkeervakken waar de auto’s staan geparkeerd. Op die manier is het vanuit de lucht altijd te lezen. Een tweede gedicht werd geschilderd op het dak van Mana Wyndwood Art Space.

Het gedicht op het dak werd geschreven door een leerling van 9 jaar van de Orchard Villa Elementary School in Liberty City. het gedicht luidt:

.

When I look

at a cloud

I feel like

I am one

.

Vrij

Jacques Perk

.

Ik kwam er achter dat ik in de duizenden blogberichten die ik in de afgelopen 12 jaar op dit blog plaatste, nog geen enkele keer iets van de dichter Jacques Perk heb geplaatst. Jacques Fabrice Herman Perk (1859 – 1881) was een belangrijke Nederlandse dichter die echter maar kort leefde. Hij overleed al op 22-jarige leeftijd door een longaandoening, na een kort ziekbed.

Zijn sonnettenkrans ‘Mathilde’ (in zijn geheel te lezen op: https://www.dbnl.org/tekst/perk003gedi04_01/ ), uitgegeven door Willem Kloos, vormde de opmaat voor de vernieuwende Beweging van De Tachtigers in de Nederlandse literatuur. Perks beeldende natuurlyriek, vooral in de vorm van het sonnet, waarin hij, onder invloed van de Engelse dichter Shelley, ingrijpende vernieuwingen toepaste, behoort tot het beste dat op dit gebied in het Nederlands is geschreven en heeft belangrijke invloed gehad op de poëzie van later tijd.

Perks Gedichten werden postuum uitgegeven door Carel Vosmaer en Willem Kloos. De hierbij gepubliceerde ‘Inleiding’ van Kloos zou de geschiedenis ingaan als het manifest van de Beweging van Tachtig; daarbij had Kloos de volgorde van Perks gedichten niet gehandhaafd en er vele eigenmachtige veranderingen in aangebracht. Garmt Stuiveling verzorgde in 1941 een ‘authentieke’ editie van de Mathildecyclus aan de hand van Perks handschriften. In 1957 gaf hij Perks ‘Verzamelde gedichten’ uit.

Jacques Perk overleed op 22 jarige leeftijd op het punt van doorbreken als dichter (door Carel Vosmaer werd hij in de Spectator zelfs met Dante vergeleken kort voor zijn dood) aan een abces aan zijn longen. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats (vak 1 nr. 19) waar ook zijn vader later is zou worden bijgezet. In La-Roche-en-Ardenne staat een herdenkingsmonument voor Jacques Perk en zijn vader Marie Adrien Perk ( die in 1882 een bundel anekdotes en legendes over deze stad publiceerde). Dit was de eerste ‘reisgids’ die verscheen over La-Roche-en-Ardenne waarna de Nederlanders in toenemende mate de stad bezochten. Dit was ook de plek waar Jacques Mathilde ontmoette waar hij zijn sonnettenkrans naar zou noemen en aan zou wijden. Uit deze sonnettenkrans het gedicht ‘Vrij’. Op bevrijdingsdag een toepasselijke titel leek me.

.

Vrij

De lauwe wind zweeft aan op loome zwingen
En spartelt door de loovers der abeelen,
Die ritselend de zonnestralen streelen,
En ’t water en zijn hellen glans bezingen.
Hoor! hoe in ’t veld de leeuweriken kweelen!
In de’ oofthof, waar de geuren ’t al doordringen,
Daar zwerven met haar mee de zwervelingen,
De vlinders, die om bloem en bezie spelen.
Mijn ziele zwerft als zij, maar kan niet vinden.
Zij ziet, hoe alles zich door iets voelt binden,
En voelt zich vrij…. De rijpe vrucht, gespleten,
Bij ’t smakken in het zand, is vrij. We ontvangen
Den dood, terwijl we ’t vrije Zijn erlangen:
Ik kan, ik kán Mathilde niet vergeten!
.
.
%d bloggers liken dit: