Categorie archief: Gedichten in de openbare ruimte

Poëzienacht

Fields of Wonder

.

Op zaterdag 11 september is de Leidse Poëzienacht. Dit is een avond lang poëzie op de Burcht van Leiden op loopafstand van het Centraal Station, met een grote verscheidenheid aan voordrachten van dichters om je volledig te laten omarmen door de reikwijdte van de poëzie. Het programma bestaat uit Leidse, Nederlandse en internationaal gevestigde namen zoals Anton Korteweg, Tjitske Jansen, Dorien de Wit en Wout Waanders. Ook zullen de kandidaat-stadsdichters van Leiden zich deze avond komen presenteren aan het publiek. Meer informatie vind je op http://fieldsofwonder.nl/voorstellingen/136-poezienacht.

Ik ga erheen om de ambiance ( als je wilt kun je zelfs in het Openluchthotel blijven slapen, het hele festival duurt maar liefs drie dagen), de dichters en de plek waar het wordt georganiseerd. En uiteraard omdat ik ook nieuwsgierig ben naar de nieuwe stadsdichter van Leiden.  Dat onderdeel is op zaterdagmiddag 11 september om 14:00 uur.

Dan zullen de kandidaten voor het stadsdichterschap optreden op de Burcht. Inloop is vanaf 13:30. Toegang is gratis, maar aanmelden is verplicht in verband met de corona maatregelen. Het middagprogramma is gecombineerd met de uitreiking van de studentenpoëziewedstrijd. Dat programma is (deels) in het Engels.

Op dit moment is Marianne van Velzen nog stadsdichter. Op de website https://wisselgeldland.nl/gedichten/ zijn een aantal van haar stadsgedichten te lezen. Ik koos voor

.

Billykast

.
Was ik maar
een billykast
Mijn knoesten
zouden gladgeschuurd
en glimmend gelakt zijn
Mijn hout
kaarsrecht
en splinterloos
Ik zou mijn plek weten
Ik zou boeken
strak naast elkaar
laten staan
Muziekdragers huizen
op kleur
Letter voor letter
Klaar voor het grijpen
of om jaren te verstoffen
Al naar gelang de wens
Oordeelloos
zou ik steunen

.

Het zou duidelijk zijn
Niets meer om te snappen
Ik zou nuttig zijn

.

Maar nee
ik werd wrakhout
Ooit voorbestemd
honkvast te reizen
maar bij de eerste de beste storm
liet ik los

.

Bestemmingsloos
losgelaten
Zonder vergezicht

.

Mijn rechte vorm
van weleer
is meegebogen met
tijd en tegenslag
Wat overbleef
was doelloos dobberen

.

Ik heb het wel geprobeerd
Weer richting vinden
Zelfs tegen de stroom in
Maar er was altijd weer
een golfslag
die me terugbracht
naar daar
waar ik eerder was

.

Nu dobber ik maar een beetje
En zie ik wel
wat de stroom brengt
En sinds ik dat doe
zie ik soms
heel kort
een lijn
in de verte

.

Wat groeit boven ons hoofd

Gedicht bij kunst

.

In het Scheveningse museum Muzee is nog tot 11 juli de tentoonstelling ‘Achter gesloten deuren’ te zien. Kunstenaars van Art & Jazz tonen met de gloednieuwe tentoonstelling ‘Achter gesloten deuren’, kunstwerken die gemaakt zijn tijdens de eerste moeilijke maanden van de coronacrisis.

Bij deze kunstwerken zijn door een aantal dichters, waaronder ikzelf, gedichten geschreven. Vorige zomer werd ik door dichter Marije Hendrikx gevraagd om ook een gedicht bij een kunstwerk te schrijven. Mijn bijdrage is getiteld ‘Wat groeit boven ons hoofd’ en ik schreef het bij een drietal schilderijen van kunstenaar Els van Asten getiteld ‘Wolken in tijden van Corona’. Muzee is te vinden aan de Neptunusstraat 90-92 in Den Haag (Scheveningen).

Hieronder de drie schilderijen van Els van Asten en mijn gedicht gefotografeerd door Hoss Wilstra.

.
Wat groeit boven ons hoofd
.
Een wolk heeft geen ziel, geen mond om mee te praten,
toont slechts verwantschap door haar vorm; grillig uniek.
.
Er is geen reden om aan te nemen
dat deze zichtbare verzameling
– al dan niet onderkoelde-
waterdruppels of ijskristallen,
hoofd boven onze hoofden
weet hebben of bewust zijn van wat
ons dreef tot stilstand en overdenking.
.
Slechts weerkundigen en meteorologen menen een
lach te herkennen; helder, schoner, optimistischer.
.

Telefoon van de heer Mulisch

Justus van Oel

.

In het Amsterdamse hotel Americain kwamen twee dingen bij elkaar voor mij toen ik er langs liep en het onderstaande gedicht achter het raam las. Allereerst de naam van Justus van Oel. Die ken ik van de cabaretgroep Zak en As, die ik in de jaren ’80 van de vorige eeuw zag spelen. Toen met Diederik van Vleuten en Erik van Muiswinkel. Vooral het nummer ‘Het nut van de neushoorn’ staat me nog erg goed bij. Justus van Oel schreef in 1989 het alleraardigste boekje ‘Kunt u Breukelen’ waarin hij aan allerlei bijzondere Nederlandse plaatsnamen een nieuwe betekenis geeft. Zo is Aalst het bier dat men tijdens een goed gesprek, ingespannen formulerend, langs de mond in het overhemd giet.

Het andere waaraan ik meteen moest denken was het gegeven dat Harry Mulisch, wanneer hij in hotel Americain wat dronk of at, zichzelf altijd liet bellen aldaar. Door de ruimte werd dan geroepen “telefoon voor Harry Mulisch” of “telefoon voor de heer Mulisch”. Dit om de aanwezigen toch vooral te laten weten dat hij daar was.

Het gedicht van Justus van Oel, inmiddels huisdichter van Café Americain (het café behorende bij het hotel) grijpt in feite terug op die dagen dat Mulisch nog leefde en zichzelf liet omroepen. Vandaar de aangepaste titel ‘Telefoon van de heer Mulisch’.

.

Telefoon van de heer Mulisch

.

Onder gemetselde gewelven,

achter nachtbelicht glas-in-lood,

tussen gulle art-nouveau klinkt

elke avond schril gerinkel, antiek

geluid van een klassieke bakelieten

draadjestelefoon, die echter in dit

etablissement afwezig is. Wat nu?

.

Iemand zei: “Mulisch belt uit de hemel,

voelt leegte, weigert te worden vergeten,

weet dat dit café zijn ziel bewaart, dat

zijn glorie zich weerspiegelt in gepolijst

koper, zilver, glas, in dikke lagen lak

op tropisch hout uit oude gouden tijden,

Harry heeft het zwaar met de lock-

down.”

.

Mooie plekjes

Gedichten op vreemde plekken

.

Hoewel ik de term ‘Gedichten op vreemde plekken’ eigenlijk al niet meer relevant vind, want wat zijn vreemde plekken? Elke plek buiten een bundel was ooit, toen ik met deze categorie begon in april 2010, een vreemde plek. Inmiddels vele honderden voorbeelden verder, de website straatpoëzie.nl  en mijn instagram account @meerovergedichten waar ik nog steeds foto’s plaats die ik neem en toegestuurd krijg, wilde ik toch nog een keer een bijdrage aan deze fijne categorie leveren. Van Bart, Ed en Stefanie kreeg ik onderstaande voorbeelden van gedichten op vreemde plekken of zoals hier het geval gedichten in de openbare ruimte.

Het eerste voorbeeld is een gedicht van André van Zwieten, mooi gezet in een frame van kant achter een raam in Dorestad. Het tweede voorbeeld is een gedicht van Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers en is getiteld ‘Een DIJk van een WIJF’ en het staat bij de Waal ten oosten van Nijmegen. Het laatste gedicht is van Jan Paul Bresser, getiteld ‘Voorjaar’ en dit gedicht maakt deel uit van de Poëzieroute Wassenaar.

.

Poëzieproject

Philipsdorp

.

Sommige poëzieprojecten zijn niet meteen wat je ervan verwacht. Bij een kop over een poëzieproject in Philipsdorp (Eindhoven) dacht ik dat er een vorm gebruikt was die je steeds vaker ziet in Nederland namelijk het aanbrengen van gedichten op muren van huizen en andere gebouwen. Maar dit was toch van een andere orde.

Op initiatief van het Woonbedrijf bij de oplevering van een grootschalig renovatieproject werd op verschillende gerenoveerde huizen een woord aangebracht, dus geen gedicht. Wladimir Manshanden en Rob Stork vroegen de inwoners naar (positieve) eigenschappen van ons mensen, met als achterliggende gedachte dat wat ons als mens onderscheidt van de steeds meer alomtegenwoordige algoritmes.

Een aantal bewoners van Philipsdorp heeft dan ook een ‘handtekening’ op hun huis gezet. Niet met hun naam maar met een woord dat hun gevoel weergeeft over het wonen in de buurt. Met dit project wilde Manshanden passanten die door Philipsdorp komen, verrassen en even aan het denken zetten. Bewust zijn van de plek waar ze op dat moment zijn. Door middel van een woord, de meest uitgekleedde vorm van poëzie.

In de Gagelstraat in Philipsdorp staat op een schutting een gedicht van een onbekende dichter dat als volgt gaat:

.

Mannen uit één stuk

oogverblindend mooie vrouwen

Gagelstraat, O Gagelstraat

een straat om van te houwen

 

.

 

Krijtgedichten

Poëzieweek 2021

.

Een week voor de Poëzieweek en Gedichtendag 2021 bedacht ik dat het misschien leuk zou zijn om, in tijden van Corona en lockdown, toch iets aan poëzie te doen, nu allerlei fysieke bijeenkomsten, podia en voordrachten niet mogelijk zijn. Ik stuitte op een Amerikaanse website waar een aantal dichters iets met krijtpoëzie deden en het initiatief was bedacht.

Om meer te doen dan alleen dichters op te roepen een gedicht op een stoep, muur of straat te krijten maakte ik een Instagram account aan @krijtpoezie2021 en ik deelde mijn initiatief via de verschillende social media. Dat het een succes zou worden daar was ik eigenlijk helemaal niet mee bezig, of er veel of weinig respons op zou komen, ik had geen idee. Maar nu een week na Gedichtendag mag ik verheugd constateren dat veel dichters en poëzieliefhebbers gereageerd hebben met soms de meest fantastische krijtgedichten. Het gedicht dat gekrijt werd mocht een bestaand gedicht zijn van een bekende dichter maar het mocht ook een nieuw gedicht zijn. Alle vormen zijn binnen gekomen.

Toen ik het bericht deelde op de Facebookgroep Leraar Nederlands werd daar heel enthousiast op gereageerd wat mij heel goed deed, poëzie leeft, ook in het vak Nederlands. Ik kreeg gedichten binnen van mij bekende dichters, van onbekenden en van leerlingen die op aanraden van een docent aan de slag waren gegaan. Vooral het Stedelijk Gymnasium Haarlem zorgde voor een toestroom van geweldige krijtgedichten. Al met al had ik nooit kunnen bedenken dat zo’n eenvoudig idee zoveel los zou maken, ik ben er blij mee.  Hieronder een paar voorbeelden van de krijtgedichten, waaronder een gedicht van mijzelf, gekrijt op de muur van een badkamer en een persbericht in het Leiderdorps weekblad, dat er ook aandacht aan besteedde. Alle dichters en inzenders wil ik heel hartelijk bedanken voor hun leuke, enthousiaste en vrolijk makende berichten, ga zo door, de Instagram account blijft gewoon open voor inzendingen.

.

Gedicht ‘Genoeg ruimte’ door Monique Smit

Gedicht ‘Als ik oud word, neem ik …’ van Stephanie Wieberdink

Kranteartikel bij het gedicht ‘A4’ van Frans Terken

Poëzie op de grond

Bibliothecaris projecteert poëzie

.

In Californië ligt het plaatsje Mill Valley, een klein plaatsje even boven San Francisco met een kleine 15.000 inwoners. Een inwoner, namelijk de plaatselijke bibliothecaris Anji Brenner, kreeg na een bezoek aan Londen het idee om poëzie op een andere manier dan in boekvorm aan de inwoners van Mill Valley te presenteren. In Londen werd ze geconfronteerd met poëzie in de metro. Ik schreef al over poëzie in de metro https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/13/subway-etiquette/ maar hier betrof het een project van de Londense Undergound (POTU) om de poëzie naar de mensen toe te brengen, een initiatief dat inmiddels al in vele andere steden (Brussel, Parijs) is overgenomen.

Naar aanleiding van de gedichten in de Underground bedacht ze zelf een manier om poëzie op een andere manier aan te bieden en naar de mensen te brengen. Ze doet dit door middel van ‘Illuminated poetry’. Elke avond in de schemering zetten personeelsleden van de Mill Valley-bibliotheek projectoren op onder lantaarnpalen, luifels en vensterbanken in de stad en deze projecteren de gedichten op de grond eronder.

Rebecca Foust, die in 2017 werd uitgeroepen tot de poet laureaat (stadsdichter) van Marin County (waar Mill Valley onder valt), stelde verschillende gedichten voor voor het project van Brenner. Sindsdien maakt zij samen met Anji Brenner en haar collega’s een keuze uit gedichten die ze vervolgens op straat projecteren. Elke avond worden, als het weer het toelaat, tot eind april gedichten getoond in het centrum van Mill Valley. 

Foust was opgetogen, zei ze, dat de bibliothecaris de moeite op zich nam om poëzie op deze manier onder de aandacht te brengen. “Poëzie is voor veel mensen een lichtbron, zeker voor mij”, zei ze. “En hoe magisch is het dat licht in dit project een bron van poëzie is.”

.

)

 

De zoek naar schittering

Gevelgedicht

.

Jiske Foppe heeft als initiatiefnemer van het project open/dicht_bruggedichten in oktober 2017 stichting De zoek naar Schittering opgericht. Haar missie is onder meer om poëzie in de openbare ruimte te stimuleren, door eenieder die dit voorstaat. Zoals je weet als je dit blogt regelmatig leest, heb ik al vanaf het begin van dit blog (oktober 2007) aandacht besteed aan poëzie in de openbare ruimte (middels de categorieën Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte).  Ik sprak Jiske pas geleden en zij wees mij op een nieuw project van haar stichting in de wijk Hordijkerveld in IJsselmonde.

Daar worden drie gevels voorzien van gevelgedichten in combinatie met muurschilderingen. Bewoners uit Hordijkerveld werden opgeroepen een eigen gedicht of een thema of hun favoriete gedicht in te sturen voor op een gevel in de wijk. Er waren 23 inzendingen van zelf geschreven gedichten door 14 bewoners van alle leeftijden.

Het gedicht van Ria Rippen uit Hordijkerveld is uitgekozen om in het voorjaar van 2021 op de eerste gevel op de hoek Emelissedijk en Ruimersdijk te worden geschilderd, in combinatie met een muurschildering van Ricardo van Zwol.  Hij zat ook in de jury, samen met de IJsselmondse dichter Joz Knoop , Adriaan Staal (bewoner en bestuurslid van Stichting CO IJsselmonde die het project steunt) en Jiske Foppe van de stichting.
Jiske over de selectie:
“Het was geen eenvoudige keuze want er zijn mooie, ontroerende en rake gedichten ingestuurd. We hopen die in een kleine dichtbundel te kunnen verspreiden begin volgend jaar want die verdienen het zeker gelezen te worden.”

Het gedicht van Ria Rippen dat geplaatst gaat worden op de gevel is het volgende:

Hier wonen de denker,
de doener, de dichter, de drammer
en degene die ziet hoe
de pluisjes van de paardenbloem
zomaar meegaan met de wind.

Over het geselecteerde gedicht van Ria Rippen schreef Jiske namens de jury:
“Wij vonden dit gedicht, dat uit maar één zin bestaat, poëtisch en aansprekend, herkenbaar. Het benoemt verschillende typen bewoners in de wijk, met een verrassende wending na de opsomming ervan. Een mooie alliteratie, met al die d’s aan het begin van de woorden. Het is sfeervol en brengt je op een bijna rustgevende manier naar het eind van het gedicht. Je waait zelf een beetje mee. Het is beeldend geschreven, wat goed past bij de combinatie met een muurschildering.”

Ria was heel verrast en gaf aan nieuwsgierig te zijn naar de andere inzendingen. Ze ontving ter felicitatie alvast een bloemetje namens de stichting. Ricardo van Zwol liet haar alvast de gevel zien waar het om gaat. Ria bleek al ervaring met schrijven te hebben en publiceerde zelfs een bundel “korte, gruwelijke verhalen”, zoals ze het omschrijft, genaamd ‘Mutaties’, via de Rotterdamse Kunststichting  in de Sonde Reeks in 1977.

De stichting ‘De zoek naar schittering’ heeft haar naam gekozen uit een gedicht van de Poolse Adam Zagajewski dat hij in 2003 op het Poetry International Festival ten gehore vind. In een vertaling van Karol  Lesman uit 2008.

.

Poëzie is de zoek naar schittering

.

Poëzie is de zoek naar schittering.
Poëzie is de koninklijke weg
die ons het verst brengt.
We zoeken schittering op het grijze uur,
’s middags of in de schouwen van de dageraad,
zelfs in de bus, in november,
als vlak naast ons een oude priester zit te dommelen.Een kelner in een Chinees restaurant barst in snikken uit
en niemand die vermoedt waarom.
Wie weet, misschien is ook dat wel zoeken,
net als dat moment aan zee,
toen aan de horizon een piratenschip verscheen,
tot stilstand kwam en nog lang onbeweeglijk bleef liggen.
Maar ook momenten van diepe vreugde
.

en ontelbare momenten van onrust.
Laat mij zien, vraag ik.
Laat mij volhouden, zeg ik.
’s Avonds valt een koude regen.
In de straten en de lanen van mijn stad
werkt geluidloos en hartstochtelijk de duisternis.
Poëzie is de zoek naar schittering.

 

Poëzie als stoplap

Maastricht

.

In 2019 was er door werkzaamheden aan de stadsmuur van Maastricht een groot gat ontstaan in diezelfde stadsmuur. Omdat de herstelwerkzaamheden aan de muur in de zomer van 2019 een aantal maanden kwam stil te liggen, had de gemeente besloten de bouwplaats rond het gat op te fleuren. Zo werden de zeecontainers die als stut dienen al in diverse kleuren geschilderd en werden er schotten met kijkgaten geplaatst op het Rondeel.

Of het komt omdat een rondeel zowel een deel van een vestingmuur is als een versvorm weet ik natuurlijk niet (vermoedelijk niet) maar de gemeente besloot het gat in de muur tijdelijk te bedekken met een groot geel doek met daarop een gedicht van stadsdichter Maarten van den Berg.  “Het is een vierregelig gedicht dat een tijdlijn van de locatie behelst”, aldus de dichter. “Ik denk dat poezië er voor bedoeld is om je over bepaalde dingen anders te laten denken, nieuwe inzichten te geven. Door de poezië is ineens vijf eeuwen stadsmuur bloot te komen liggen.”

Poëzie in de openbare ruimte is niet nieuw voor van den Berg, zo is zijn poëzie op de markt aan de taxistandplaats te lezen. In de stoeprand zijn de laatste vier regels te lezen van zijn gedicht ‘de ruiters van de stad’ (2006) te lezen. Aan het Vagevuur, nabij het Vrijthof is het gedicht ‘tussen de torens’ (2012) gebeiteld in twee blokken hardsteen. Aan de Beente in Heugem staat het gedicht ‘(lieve kitty,)’ (2013) op de muur van de Anne Frankschool. Op een pijler van de Noorderbrug direct aan de Maas in het Sphinxkwartier staat een blauwe dichtregel over vrijwel de gehele breedte van de brugpijler opgetekend. Op de binnenmuur in de trappenhal naar de gemeenteraadzaal aan het Mosae Forum staat een kwatrijn ‘de bomen wortelen even diep als wij’ (2015).

Het gedicht dat tijdelijk het gat in de vestingmuur bedekte is:

.

ontembaar vocht de muur tegen vijand en vuur, tot zij
koortsig bollend bezweek, keien als koppen liet rollen
haar buik waarachtig een wortelkraker bleek
en vijf eeuwen opende om de tijd opnieuw te stollen

.

Idee voor de Poëzieweek

Oproep tot het maken van krijtpoëzie

.

Nu de Poëzieweek (28 januari tot en met 3 februari) ook al deels in het water lijkt te gaan vallen door de lockdown, heb ik een idee. Ik heb het idee niet zelf bedacht want ik las erover op de website van de bibliotheek van Pima County https://www.library.pima.gov/blogs/post/poetry-in-the-wild/.

Op deze website in een bericht uit 2017 staat informatie over een project van de Urban Poetry Pollinators over poëzie in het wild. Eigenlijk bedenk ik me nu, sluit dit heel goed aan bij bijvoorbeeld straatpoëzie en gedichten op vreemde plekken, ware het niet dat de poëzie in dit project van vluchtige aard is. Elizabeth Salper van de Urban Poetry Pollinators kreeg het idee omdat ze zulke mooie herinneringen had aan de tijd dat ze haar gedichten met krijt op stoepen schreef. De leuke reacties van de mensen die haar gedichten lazen op straat waren de reden om dit project ‘Poetry in the wild’ te starten.

Er werd door de UPP bekendheid gegeven aan dit project en er was een instagrampagina waar je een foto van je gekrijtte gedicht naar toe kon sturen. Bibliotheken adopteerde dit project en onder het motto Chalk it UPP! werd dit project een succes.

Mijn idee is dan ook om dichters maar ook niet dichters van Nederland op te roepen om in de Poëzieweek een gedicht naar eigen keuze (van jezelf, van een ander, een klassiek gedicht, een nieuw gedicht, kort of lang, alles mag) op een stoep, muur of straat te krijten, hier een foto van te maken en deze aan mij te mailen (woutervanheiningen@yahoo.com). Ik zal al deze foto’s plaatsen op het Instagram account @krijtpoezie2021

Op die manier kan de Poëzieweek toch nog (meer) een actief tintje (op bescheiden schaal) krijgen.

.

.

.

%d bloggers liken dit: