Categorie archief: Franse dichters

Eerste tranen

Jean Cocteau

.

Een van de meest invloedrijke en belangrijke Franse all round kunstenaars (hij was filmer, schrijver, dichter, ontwerper, kunstenaar en toneelschrijver) is Jean Cocteau (1889 – 1963) of Jean Maurice Eugène Clément Cocteau zoals zijn volledige naam luidde. AllMovie, een invloedrijke website over films en cinema noemde hem de meest invloedrijke filmmakers van de avant-garde beweging. Maar Jean Cocteau schreef ook poëzie, veel poëzie, in 51 jaar maar liefst 21 dichtbundels. Hoewel Cocteau dus sneller met films en zijn werk La Vox Humaine wordt gekoppeld is zijn poëzie dus ook zeker een rode draad die door zijn hele leven loopt.

In 2003 verscheen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep een vertaalde bundel van hem getiteld ‘Gedichten’ in een vertaling van Theo Festen. Uit die bundel het gedicht met de originele titel ‘Premières larmes’ of zoals het in de vertaling heet ‘eerste tranen’.  In dit gedicht komt goed naar voren wat de avant-garde beweging inhield. Avant-garde betekent letterlijk voorhoede of voorstuk. In de avant-garde beweging zaten mensen die experimenteel, radicaal of onorthodox zijn met betrekking tot hun kunst, de cultuur of de samenleving. Deze beweging wordt ook wel gekenmerkt door niet-traditionele, esthetische innovatie en aanvankelijke onaanvaardbaarheid.

.

Eerste tranen

.

Een dahlia       dat is diep gebogen

na de regen

de telefoon

opgehangen

.

laat het avontuur mislukt achter

.

Zware spons mijn hoofd

over de leuning van de overloop

.

De sproeier draait achtjes voor het rode gordijn

de leuning ontsteekt de gouden plooien

.

Wat een regen van doffe tranen

gezwollen ogen van de gymnasiast

die zijn tong uitsteekt

over het purperen schoonschrift

van de dahlia wirwar van 8en

.

Advertenties

Achterwaarts

Bijna vergeten dichters

.

Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls, of zoals zijn dichtersnaam luidde H.W.J.M. Keuls (1883 – 1968) was in zijn tijd een redelijk succesvol en bekend dichter en vertaler. Zo schreef en publiceerde hij tussen 1920 en 1962 elf poëziebundels en 4 vertaalde bundels. Hij vertaalde werk van o.a. Dante, T.S. Elliot en Pirandello. Voor zijn werk ontving hij de Tollensprijs (1948), de Martinus Nijhoffprijs (1957) en de P.C. Hooftprijs (1961).

Keuls behoorde niet tot een groep dichters (dat wilde hij niet en vond het eigenlijk maar een onzinnig onderscheid), hij werd geïnspireerd door Kloos en Gorter en vooral ook door Franse dichters als Beaudelaire en Verlaine. In 1925 verscheen een interview met hem in het onafhankelijk literair tijdschrift ‘Den Gulden Winckel’ dat de ondertitel droeg ‘Maandschrift voor de Boekenvrienden in Groot-Nederland’ waarin hij spreekt over zijn poëzie , zijn werk als criticus en zijn inspiratiebronnen https://www.dbnl.org/tekst/_gul001192501_01/_gul001192501_01_0055.php

Ik ben in het bezit van zijn laatste bundel ‘Achterwaarts’ uit 1964 waarin naast zijn eigen gedichten ook een aantal door hem vertaalde gedichten zijn opgenomen. Zoals het gedicht ‘Rondeel’ van de Franse dichter Charles d’Orléans (1391 – 1465) die beschouwd werd als één van de beste Franse dichters in de hoofse traditie.

.

Rondeel

.

Nu de blijdschap ging verloren

Deze mei, kleed ik mij zwart.

Zo verdrietig werd mijn hart

Dat ik moet zijn zuchten horen;

Ik gedraag mij naar behoren

Tonend het gewaad der smart.

Nu de blijdschap ging verloren

Deze mei, kleed ik mij zwart.

Ach niets kan mij nog bekoren,

’t Is de tijd die ons benart,

Stage regen ons verstart

En de dag blijft ongeboren,

Nu de blijdschap ging verloren.

.

Stella Bergsma

Pieter van Eyck

.

Wanneer ik in het magazine van het Algemeen Dagblad van zaterdag lees dat, bij het lezen van het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Pieter van Eyck (1887 – 1954) uit 1926, Stella Bergsma (1970, frontvrouw van Einstein Barbie, dichter en schrijfster van de roman ‘Pussy album’) “meteen verliefd werd op de taal”, dan ben ik uiteraard meteen nieuwsgierig naar dat gedicht en naar de dichter.

Het gedicht gaat over het gegeven dat aan de dood niet kan worden ontkomen. Het verhaal is al eeuwenoud, in de Babylonische Talmoed kwam het voor, vanuit de middeleeuwen zijn er varianten bekend van Islamitische soefi’s en het heeft zelfs een plek in de vertellingen van duizend-en-één-nacht. In Europa werd het geïntroduceerd  door de Franse schrijver Jean Cocteau in zijn roman ‘Le grand écart’ in 1923. In 1926 dus gevolgd door de publicatie van het gedicht van van Eyck. Ook hierna volgden nog vele versies waaronder in het Engelse taalgebied maar ook in het Nederlands.

Pieter van Eyck was naast dichter, hoogleraar aan de Universiteit Leiden en criticus. Hij ontving in 1947 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

.

De tuinman en de dood

.

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

.

Foto: Linda

Liefdesbed

Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca

.

In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.

.

Jean Cocteau

.

Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten

En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;

Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,

Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.

.

Federico Garcia Lorca

.

O bed in het hotel! O bed zo zoet!

Van witte vlekken en van dauw het laken.

O het geluid dat onze lijven maken!

O grot van schemer, vlam, katoenen goed!

.

O dubbellier, door liefde als een tak

in vuur en kille nardus van je dijen!

O schommelboot , o klare stroom, bij tijden

een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!

.

Kyrielle

Versvormen

.

Ik heb al vele versvormen behandeld en beschreven op dit blog maar de Kyrielle is wel een bijzondere. Door de terugkerende herhaling lijkt deze vorm al snel op een kinderliedje, gedram of een carnavalsnummer (of elke andere vorm die je erbij kunt bedenken).

De Kyrielle stamt uit het middeleeuwse Frankrijk waar ze door troubadours werden gezongen en is ontstaan uit de kerkelijke smeekbede kyrie eleison (heer ontferm u). De Kyrielle bestaat steeds uit twee herhalende regels in het rijmschema AA, AA, AA. Het metrum bestaat meestal uit vier jamben.

.

Wie is het die men gaarne ziet?
Dat’s Piet.
Wie is een kei op zijn gebied?
Dat’s Piet.
Wie speelt de hoofdrol in dit lied?
Dat’s Piet.
.

Gek, slecht en gevaarlijk te kennen

François Villon
.

Dichters zijn over het algemeen gevoelige, etherische wezens, ineffectieve dromers die geobsedeerd zijn door metaforen en het juiste ritme en rijm. Tenminste dat is de romantische kijk die nog steeds een grote groep mensen heeft van dichters.  Over het algemeen zijn ze in ieder geval onschadelijk. Nou, niet altijd. Op  het internet vond ik een lijst met ​​moordenaars, oplichters, harken, een afperser, verschillende revolutionairen, hartenbrekers, duellisten, dronkaards, een opiumduivel, een serieuze excentrieke en zelfs een fascistische dichter. Deze mannen (want het zijn allemaal mannen) zijn gek, slecht en gevaarlijk om te kennen.

François Villon was een moordenaar, dief en een all-round low-life. Hij was ook de beste lyrische dichter in Frankrijk in de 15e eeuw. Geboren in 1431 of 1432, werd hij opgevoed door een professor in kerkelijk recht in Parijs. Nadat hij in 1452 de universiteit verliet, zakte hij snel af door een reeks vechtpartijen, gevangennemingen en ballingschap. Veel van wat we van hem weten komt uit de gegevens van het archief van de gevangenis. In 1455 was Villon betrokken bij een dronkenmans ruzie in Parijs, die eindigde toen hij een priester doodstak. Hij werd uit Parijs verbannen vanwege deze misdaad, maar hij ontving koninklijke gratie. Hij werd opnieuw verbannen in 1456 voor het leiden van een bende rovers die 500 gouden kronen van het College de Navarre stalen. Hij zat zijn gevangenisschap uit in Blois in 1457 en in Moulins in 1461. Villon verschijnt voor het laatst in Parijse verslagen in 1462 voor diefstal. Nadat hij was vrijgelaten, was hij betrokken bij een nieuwe vechtpartij en ter dood veroordeeld, maar in plaats daarvan werd hij verbannen. Na 1463 verdwijnt hij volledig. Ondanks zijn levensstijl was Villon een meester in de ingewikkelde poëtische vormen van de ballade, de rondeau en het chanson. Zijn langere werken raken de kosmologie, satire en religieuze symboliek. Zijn werk staat vol met thema’s van mislukte liefde, melancholie, menselijk leed, verloren tijd en de alomtegenwoordigheid van de dood, met karakters als prinsen en prostituees die vastzitten in Parijse bordelen en drinkgelegenheden. Rimbaud herleefde zijn werk in de 19e eeuw, terwijl Rossetti het in het Engels vertaalde en ons de prachtige zin gaf “Where are the snows of yesteryear?

Van de hand van Francois Villon, in vertaling van Ernst van Altena, het gedicht ‘Ballade des dames du temps jadis’ of in het Nederlands ‘Ballade van de dames uit vroeger tijden’.

.

Ballade van de dames uit vroeger tijden
.

Zeg mij: waar, in welk ver domein
Is Flora, die schoon van gezicht was;
Archipiades, rank en fijn
En Thais, die haar volle nicht was
Nimf Echo die tot zang verplicht was
Als men haar riep langs stroom of meer
En die goddelijk slank en licht was
En waar is de sneeuw van weleer

Heloise, ach waar is zij
Die zo schoon was en veel verstand had
Abelard trok de monnikspij
Voor haar aan, toen men hem ontmand had
En de Vorstin die een galant had
Buridan, die zij zonder meer
In de Seine wierp als een landrat
En waar is de sneeuw van weleer

Vorstin Blanche, die blank als ijs
Met haar stem menig man bekoord heeft;
Berthas, Alice en Beatrijs;
Arembourg voor wie ’t Maine-oord beeft;
En Jeanne die men wreed gesmoord heeft
Ginds in Rouaan, bij ’t Britse heir
Maagd, weet Gij waar elk hunner voortleeft
En waar is de sneeuw van weleer

Oh Prins, verklaar mij waar hun woon is
Want anders zing ik keer op keer
Deze keerzang die droef van toon is
Ach, waar is de sneeuw van weleer

.

Schelpen

Paul Verlaine

.

Een van de eerste keren dat een gedicht van mij geplaatst werd op een website was in 2008. Het was het gedicht ‘Schaakmeisje’ en het werd gepubliceerd op het (toen nog bestaande) Verlaine.web-log.nl

Toen ik dit terug las bedacht ik me, dat ik in al die tijd die ik al over poëzie schrijf, nog nooit over de dichter Verlaine heb geschreven. Daar komt nu dus verandering in.

De Franse dichter Paul Verlaine (1844 – 1896) studeerde rechten in Parijs, maar de literatuur trok aan hem en hij stopte met zijn studie. Hij ging werken op het gemeentehuis van Parijs en besteedde de rest van de tijd aan de poëzie.

Paul Verlaine had een roerig leven. Zo had hij na zijn eerste huwelijk (dat mislukte omdat hij alcoholist was en als hij had gedronken gewelddadig werd) een relatie met de 17 jarige dochter van dichter Arthur Rimbaud. Met haar woonde hij in België en in Engeland. In 1873 probeerde hij in een dronken bui, Arthur Rimbaud neer te schieten in een hotel in Brussel maar hij verwondde hem slechts. Dit leverde hem wel een gevangenisstraf op van 18 maanden.

Hierna probeerde hij zijn leven te beteren maar in Parijs terug gekeerd verloederde hij. Hij woonde in armzalige omstandigheden bij prostituees en vrienden. In die tijd genoot hij enige bekendheid door zijn literaire publicaties ( de Symbolisten omhelsden hem als hun voorman en in 1894 kreeg hij, niet veel meer dan een clochard, de eretitel ‘Prince des poètes’), maar desondanks stierf hij verarmd en eenzaam.

Verlaine werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en het decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

.

Schelpen

.

Schelpen, in de grot ingebed

Waar wij elkaar in de armen vielen:

Ze hebben elk hun eigenheid.

.

Eén heeft het purper onzer zielen,

Ontstolen aan ons hartebloed,

Mijn liefdesvuur, jouw liefdesgloed;

.

Die dáár spiegelt jouw kwijnend smachten,

Je bleekheid als je moe en boos bent,

Omdat mijn ogen om je lachen;

.

Die heeft de gratie van je oortje

Mooi nagebootst, en die het roze

Van je nekje, het dikke, korte;

.

Maar één was er die me deed blozen.

.

Les coquillages

.

Chaque coquillage incrusté
Dans la grotte où nous nous aimâmes
A sa particularité.

L’un a la pourpre de nos âmes
Dérobée au sang de nos coeurs
Quand je brûle et que tu t’enflammes ;

Cet autre affecte tes langueurs
Et tes pâleurs alors que, lasse,
Tu m’en veux de mes yeux moqueurs ;

Celui-ci contrefait la grâce
De ton oreille, et celui-là
Ta nuque rose, courte et grasse ;

Mais un, entre autres, me troubla.

.


Met dank aan Wikipedia

 

 

 

Alles is langzaam aan het vallen

Laura Vazquez

.

De Franse schrijfster en dichter Laura Vazquez (1986)  is een literaire duizendpoot. Ze schrijft poëzie die ze via haar website http://www.lauralisavazquez.com, met de buitenwereld deelt, publicaties in tijdschriften, voordrachten, muziek en videofilmpjes. Ze heeft reeds 5 bundels gepubliceerd, de laatste zijn ‘Menace’ (2015) en ‘Oui’ (2016).

Het webtijdschrift ‘Terras’ heeft in 2012 aandacht aan haar werk besteed. Eva Wissenburg (1990), literair vertaalster, heeft toen een aantal van haar gedichten vertaald. Het gedicht ‘alles is langzaam aan het vallen’ is één van deze door haar vertaalde gedichten van Vazquez.

.

alles is langzaam aan het vallen

.

het huis is langzaam aan het vallen, het is langzaam aan het vallen, de kinderen zijn langzaam aan het vallen, ze zijn langzaam aan het vallen, hun monden zijn langzaam aan het vallen, de monden van de kinderen zijn langzaam aan het bewegen, en hun benen zijn langzaam aan het vallen, hun benen zijn langzaam aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze valt, ze is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze is zachtjes aan het vallen, al een hele tijd, al een lange tijd, het huis valt en de mensen vallen, de monden vallen en de mensen vallen

en de onderkant van de ogen, en de bovenkant van de buik, en de binnenkant van de buik, en de binnenkant van de wangen, en de bovenkant van de wimpers, en de bovenkant van de handen, en de binnenkant van de voeten, en de onderkant van de tafels, en de onderkant van de borsten, en de bovenkant van de graven, en de bovenkant van de schedels, en de onderkant van het ik, en de bovenkant van het ik, en de bovenkant van de buiken, en de onderkant van de buiken, en de binnenkant van de buiken, alles valt valt, alles is langzaam aan het vallen, de stenen vallen, en de verbanden, en de verhalen, en de voorwerpen, en de vloeistoffen, en de beken, en de slangen, en de vloeistoffen, en het speeksel, alles valt valt

alles is langzaam aan het vallen, in de organen, in de huizen, in de verbanden, het is de wending, het is de weg, het is de methode, het is de cadans, het is een verband, het is een idee, het is een probleem, het is een idee, het is een weg, het is een gesprek, het is een relatie, het is een weg, het is de wending, het is de methode, het is de cadans

alles valt valt, alles is zachtjes aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, alles is zachtjes aan het vallen, in de huizen, in de perken, in de bossen, in de verhalen, in de woorden, en zonder stoppen, en zonder snelheid, en zonder kabaal, en zonder denken, en zonder lijden, het is de wending, het is wat valt

en de onderkant van de armen, en de idee van de gezichten, en de idee van de schaamte, en de idee van de vloeistoffen, en de vloeistoffen zelf, en de langzame mensen, en de goede mensen, en het leven is heel langzaam, en het leven is gevallen, en het leven is heel rustig, en het leven is heel zwaar, en het leven is het leven, en het leven is gevallen, en het leven is bezig te vallen, maar langzaam

alles is langzaam aan het vallen, in de mensen, en in de kelen van de mensen, en in de buiken van de mensen, en alles slokt alles slokt de mensen op, en in de keel en langzaamaan, en alles gaat in de keel maar langzaamaan, in het huis van de mannen, in het huis van de wolven, in het huis van de moeders, in het huis o zo donker, alle moeders donker, je geeft elkaar water, je geeft elkaar takken, je geeft elkaar brood, en alles valt erbovenop

.

 

Eén voor één

Karine Martel

.

De Franse dichter Karine Martel (1968) publiceerde onder andere de bundels ‘Après’ (2003) en ‘Texture’  (2001). In 2006 was ze te gast bij Poetry International. Samen met dichter Arjen Duinker publiceerde ze tijdens Poetry International de bundel ‘En dat? Oneindig’ met van elk 40 gedichten waarvan niet duidelijk was wie welke gedichten had geschreven. Daarnaast zijn een aantal van haar gedichten vertaald in het Nederlands door dichter Arjen Duinker voor de bundel ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ uit 2009. Zo ook het gedicht ‘Un a un’ of zoals het in het Nederlands is getiteld ‘Eén voor één’.

.

Eén voor één

.

Eén voor één gaan de knopen los,

De hemel steekt af met een zijden draad.

In de uitsnijding het ritme blauw,

Vergetelheid heeft gehoefde vingers.

.

Aan wat antwoordt de stilte?

.

Eén voor één verdijnen de sterren,

Drukken ze zich in de korrelige huid.

De lippen omcirkelen de corolla’s,

Verluchten de ruiten van velijn.

.

Wat zingen de sporen van de kussen?

.

Eén voor één vallen de vingers uiteen,

De stift trekt hun vorm.

In een traliewerk van avonturen

De gladde jade van een ivoren tuniek.

.

Pak mijn hand, de rivier is breed!

.

Eén voor één smelten de doorns,

De bloes gaat open naar de nacht.

De vier van paarlemoer ontdane cirkels

Met een blinde naald doorprikt.

.

km

Hun billen

Arthur Rimbaud

.

Arthur Rimbaud (1854 – 1891) was een vertegenwoordiger van het Symbolisme en het Decadentisme en in zijn korte leven één van de grote vernieuwers van de dichtkunst. Dat Rimbaud ook een lichte, speelse kant had blijkt mooi uit het gedicht ‘Hun billen’ of ‘Nos fesses’ (uit zijn vroege verzen).

.

Hun billen

.

Hun billen zijn de onze niet. Dat ondervond

ik als ik heren hurken zag achter de hagen

en bij de plonspartijen die de jeugd behagen

ontdekte ik model en vorm van onze kont.

.

In veel gevallen vaster, bleker, minder rond,

zo ziet ons achterwerk eruit, met ruige lagen

beharing; vrouwenbillen daarentegen dragen

slechts in de fraaie gleuf een bloei van welig bont.

.

Een blootheid die aandoenlijk is en wondermooi

als slechts bij engelen op vrome taferelen

tovert een glimlachende wang rond deze plooi.

.

Zó naakt te zijn om ’t spel van lust en rust te spelen,

het hoofd wenden naar de uitverkoren prooi

en in gefluister snikken met elkaar te delen.

.

Nos fesses

.

Nos fesses ne sont pas les leurs. Souvent jái vu

des gens déboutonnés derrière quelque haie,

et, dans ces bains sans gêne ou lénfance s’égaie,

jóbservais le plan et léffet de notre cul.

.

Plus ferme, blême en bien des cas, il est purvu

de méplats évidents que tapisse la claie

des poils; pour elles, c’est seulement dans la raie

charmante que fleurit le long satin touffu.

.

Une ingénuité touchante et merveilleuse

comme lón ne voit quáux anges des saints tableaux

imite la joue où le sourire se creuse.

.

Oh! de même être nus, chercher joie et repos,

le front tourné vers sa portion glorieuse,

et libres tous les deux murmurer des sanglots?

.

Dikke billen schilderijen

Uit: Arthur Rimbaud: Gedichten, vertaling door Paul Claes.

 

%d bloggers liken dit: