Categorie archief: Erotische poëzie

Zuigen en gezogen worden door de liefde

Erotisch gedicht

.

Nog tweemaal in september een erotisch gedicht op zondag en bij erotiek en poëzie kom ik toch steeds weer terug bij de dichter Carlos Drummond de Andrade. In ‘De liefde, natuurlijk’ staan vele voorbeelden van verschillende invalshoeken en interpretaties van de erotiek in de liefde gecombineerd of los van elkaar. Vandaag een wat explicieter gedicht dat toch op meerdere niveau’s gelezen kan worden.

.

Zuigen en gezogen worden door de liefde

.

Zuigen en gezogen worden door de liefde

tegelijk   de mond multivalent

het lichaam twee in één   genot volledig

dat niet mij behoort noch jou behoort

genot van fusie diffuse transfusie

likken zuigen en gezogen worden

in hetzelfde spasme

alles is mond en mond en mond en mond

negenenzestigvoudig tongenmond.

.

Advertenties

De dichter en de erotiek

Anne Vegter

.

Anne Vegter (1958) staat bekend om het erotiek gehalte in veel van haar werk. In een artikel in de Groene Amsterdammer uit 2011 wordt dit mooi beschreven https://www.groene.nl/artikel/erotisch-slagveld

In de jaren dat ze dichter des Vaderlands was schreef ze het gedicht ‘Materiaal voor schedelboog, lijn van borst, fallus of kont uit vloeibare klei’ bij de opening van de tentoonstelling ‘Sexy ceramics’ in Keramiekmuseum Princessehof (2016). In deze tentoonstelling kon je aan de hand van femmes fatales en ondeugende herders door alle fases van het liefdesspel lopen. Van de eerste aanraking en voorzichtige hofmakerij tot expliciete seks. Er waren Klassieke Griekse vazen, verfijnd Aziatisch porselein en moderne kunst die de zintuigen prikkelde en je met een heel andere blik naar keramiek liet kijken. Je kon er verborgen symbolen, suggestieve vormen en erotische objecten tegen komen, maar maakte ook kennis met de sensualiteit van het materiaal klei zelf.

Aan de hand van deze beschrijving van de tentoonstelling en de tentoonstelling zelf uiteraard schreef Anne Vegter het volgende gedicht:

.

Materiaal voor schedelboog, lijn van borst, fallus of kont uit vloeibare klei

‏Je makersbewegingen over het breekbare, natte binnenste –
‏buiten raakten mijn vormen jouw tong aan, openden je mond

‏in mijn roos, we bedreven lovescience met de modderige maten
‏van mijn kleivrucht. Kijken is pijnloos nadoen. Toen ik wilde weten

‏wat je vingers weten legde je verhitte dingen in ons bed. Je zei:
‏‘Dickrider, Tietenvaas, Models, Fallen Woman en wij.’ Ik zei:

‏‘Mooie Mensch, Flame, Potential Stillness en wij, sloeries van klei.’

.

Treinen en frambozen

Erotiek op zondag

.

Patricia Lasoen (1948) is een Vlaams dichter die in 1968 debuteerde met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. Ze werd samen met dichters als Daniel van Rijssel, Herman de Coninck, Jan Vanriet en Roland Jooris tot de zogenaamde nieuw-realisten gerekend. Zelf denkt ze daar genuanceerder over, in haar werk komen ook surrealistische elementen voor en daarnaast is haar poëzie soms magisch-realistisch en dan weer sociaal geëngageerd.

In 1993 publiceerde dichter Patricia Lasoen de bundel ‘De wanhoop van Petit Robert’. Uit de recensie destijds van NBD Biblion: “Het droomachtige en beeldrijke is uit haar poëzie verdwenen om plaats te maken voor bitterheid en ontgoocheling.” Het gedicht ‘Treinen en frambozen uit deze bundel voldoet echter nog steeds aan de kenmerken droomachtig en beeldrijk. De erotiek die ze opvoert in de eerste zin van dit gedicht is in de rest van het gedicht steeds duidelijker aanwezig en steeds meer voelbaar.

.

Treinen en frambozen

.

Treinen vind ik erotisch, zei ze

en frambozen.

Treinen: hun weg is voorgebaand,

ze zoeven door het landschap

genadeloos; soms lijken ze wel wreed

zoals ze onbarmhartig bermen vol

met bloeiend onkruid achterlaten –

en dan, hoe ze zich in beweging zetten:

nauwelijks merkbaar eerst

met kleine schokjes, en pas na een tijd

komen ze tot hun volle kracht

en fluitend razen ze voorbij signaal

en overweg, en over water

ze komen dan geruisloos stil –

een schok kaatst soms onzacht

hun inhoud en hun doel terug.

.

Frambozen staan vanzelf

met liefde in verband:

hun zachte huid en nauwelijks voelbare haartjes

worden liefs tegelijk met

lippen, tong en huig geproefd

langzaam smelten ze open

en naderhand weer dicht

je hoeft ze zelfs niet aan te raken –

direct nadien zijn ze ontastbare herrinering.

.

Liefdesbed

Jean Cocteau en Federico Garcia Lorca

.

In de reeks Erotiek op zondag, vandaag een dubbelgedicht van twee grootheden uit de poëzie geschiedenis, de Franse schrijver en dichter Jean Cocteau (1889 – 1963) en de Spaanse dichter en tonneelschrijver Federico Garcia Lorca (1898 – 1936). Waarom heb ik twee gedichten van deze twee, toch verschillende, dichters bijeengebracht? Om het thema van deze twee gedichten: het liefdesbed. Twee korte gedichten vol erotiek maar in een taal vol spanning en symboliek geschreven.

.

Jean Cocteau

.

Liefdesbed, houdt halt; laat ons de schaduw benutten

En op adem komen; verbreken wij het zwijgen;

Kijk onze voeten daar, paarden die staan te dutten,

Die nu en dan hun halzen naar elkaar toe neigen.

.

Federico Garcia Lorca

.

O bed in het hotel! O bed zo zoet!

Van witte vlekken en van dauw het laken.

O het geluid dat onze lijven maken!

O grot van schemer, vlam, katoenen goed!

.

O dubbellier, door liefde als een tak

in vuur en kille nardus van je dijen!

O schommelboot , o klare stroom, bij tijden

een nachtegaal gelijk, bij tijden tak!

.

De poëzie van Hugo Claus

Je buik van Pimpelmees

.

In 2013 stelde de weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus – de Wit, de bundel ‘Je buik van Pimpelmees’ samen. Het is een verzameld werk dat vooral veel poëzie van de laatste periode van zijn leven bevat. Claus’ verzamelde poëzie bevat niet bepaald idyllische liefdesgedichten. En ook hier is dit het geval. De moeilijke communicatie, het gevecht om werkelijk contact tussen mensen, dat zich ook lichamelijk vertaalt, is een basisthema in zijn werk.

“Claus legt ongewone metaforische verbanden. Hij doet ongeveer gelijkluidende woorden rijmen, zodat er een nieuw betekenisniveau ontstaat. Dat sluit aan bij de vervorming van de werkelijkheidservaring die hij beoogt, gevoed door zijn anarchistische levenshouding. Zijn liefdesgedichten zijn de uiting van zijn overtuiging dat wij overgeleverd zijn aan de taal en het toeval en in de liefde aan elkaars willekeur en temperament. Daarom wringt het vaak in zijn gedichten en ontstaat er een erotiserende spanning, niet alleen door de beelden die Claus oproept. Altijd is de liefde ambivalent bij Claus, hoe mooi ze ook kan zijn. En zeker niet zonder humor en speelsheid.” Dat blijkt ook uit het volgende gedicht uit deze bundel.

.

Naakter raakt nooit zover dat ik je naakt
niet verder raak met mijn blik.

Daar wentel je je bekken open
en je krinkelt, scheurt en slaat
met onvaste voet en hekseschoot,
mijn zomernaakt, mijn
wild, mijn bikkelnaakt.

Geef jij je over aan het voer der mensen?
Je eet als een pelikaan,
je braakt als een haai.

Geef jij je over? Steeds breek je in mij binnen,
met modder en mahoniehouten ringen die
krols in mijn kop komen zingen,
mijn brompony, mijn prikkelpop.

Geducht bordurend borend bereik je mij
als naakt je kamhaar splijt.
De wind met kuren in het koren
is ons reikhalzend minnen, en

naakter nooit zover, mijn kindse koningin
met je buik van pimpelmees
dan als ik je versplinter.

.

Met dank aan cobra.canvas.be Paul Demets

Erotiek en poëzie

Pierre Kemp

.

Pas geleden kocht ik wat kleine bundeltjes uit de jaren 50’en 60′ met onooglijke kaftjes. De inhoud vergoedt, zoals zo vaak echter veel. In het bundeltje met op de omslag slechts de letters BP (hetgeen staat voor Beeldende Poëzie zo lees ik op de titelpagina) uit 1960 gaat het over ‘De vrouw’.

Uit tal van dichtbundels bracht Adriaan Morriën een aantal gedichten samen die over de vrouw gaan. Hij leidde de bundel in en voorzag deze van bio- en bibliografische gegevens. In dit bundeltje staan naast de gedichten ook vele foto’s van vrouwen gemaakt door Herman J. Hahndiek.

Toen ik de bundel aan het lezen was bleef ik bij het gedicht ‘Verloofden’ van Pierre Kemp steken. Dit gedicht lijkt in eerste instantie een mooi klein liefdesgedicht maar toen ik het nog eens las bleek de subtiele erotiek die Kemp in dit gedicht stopte. Juist de subtiele verwijzingen naar het fysieke contact, de aarzeling van de vrouw, gevolgd door de laatste zinnen van dit gedicht maakt dat ik dit met veel overtuiging een plaats geef in mijn minirubriekje Erotiek op zondag.

.

Verloofden

.

Als hij mij een hand geeft,

kleedt hij mijn vingers uit,

Toch verlang ik zo naar dit

contact met mijn  huid.

Als hij met een vinger de split

van mijn vingers beroert, word ik rood

en voel ik mijn schoot.

Wij glimlachen, het doet ons goed.

Is het wel, als het moet?

Maar ik geef toe

en doe, en doe, en doe.

.

Erotiek in poëzie

Florence Tonk

.

Dat erotiek in poëzie in vele gedaanten komt blijkt uit het voorbeeld van vandaag. Florence Tonk publiceerde in 2006 haar bundel ‘Anders komen de wolven’. In deze bundel staat het gedicht ‘Gemeen gedicht’ waarover Ellen Deckwitz in mei 2015 een bijzonder aardig stuk schreef op https://www.nrc.nl/nieuws/2015/05/07/de-kunst-van-de-cliffhanger-1492623-a151500

In dit stuk gaat het over het gebruik van het enjambement in dit gedicht. Een enjambement is een stijlfiguur waarbij de dichter op een niet-natuurlijke plek een regel afbreekt. Ik werd vooral gegrepen door de inhoud van het gedicht. Waar je in het begin een bepaalde indruk krijgt van de inhoud, een gruizig, broeierig gerommel in het ondermaanse, blijkt in het vervolg van het gedicht dat het hier juist het tegengestelde betreft: “ze heeft het al zolang niet meer gedaan dat er daar / iets verzuurd of haast verdwenen lijkt te zijn” en dan eindigt het gedicht toch weer positief voor de ik persoon in het gedicht.

Wat ik maar wil zeggen is dat een erotisch gedicht niet altijd hoeft te leiden naar opwinding van de lezer, dat het onderwerp een erotische lading of duiding kan hebben zonder dat het éénduidig is of expliciet in de boodschap. In ‘Gemeen gedicht’ is dit laatste het geval.

.

Gemeen gedicht

.

Ze kijkt als ze danst of ze neukt

ze kijkt als ze danst zoals ze denkt

dat men kijkt als men neukt

of ze kijkt alsof er iets klem zit

en hier beduusd van is

misschien danst ze tango in een te rode jurk

gelakte pornoschoenen en een kwabje hier en daar

stappen iets te groot, net of niet op maat

ze heeft het al zolang niet meer gedaan dat er daar

iets verzuurd of haast verdwenen lijkt te zijn

wijn verzacht maar als ze lacht zie je dat

het allemaal zo ernstig is geworden

zelfs in de dans waarin zij wel theater ziet

maar niet kan spelen, ze doet het even verbeten

als het vegen van een vloer, stoephoer

denkt ze als een meisje glanzend langs glijdt

in de armen van een rimpelloze held

voor haar alleen bejaarde schuifelaars

maar met de ogen dicht en iemand

zonder oud geurende jas valt er nog wel wat

te dromen, kijkend of ze klaar gaat komen

.

Erotiek op zondag

Carlos Drummond de Andrade

.

Nu de vakantie bijna voorbij is, is het tijd voor erotiek op zondag. Natuurlijk kan erotische poëzie altijd, waarom het tot zondag bewaren, maar in navolging van de Dichter van de maand en de Dichter op verzoek nu een maand lang (of misschien nog wat langer) een combinatie van de twee gericht op erotische poëzie.

Erotische poëzie is een bijzonder genre. Niet veel dichters schrijven erotische poëzie omdat er snel de valkuil dreigt van platte pornografische teksten. En toch is er genoeg erotische poëzie geschreven en ook verschenen, denk bijvoorbeeld aan de verzamelbundel ‘De daad in 69 gedichten’.

Maar vanaf vandaag dus de komende zondagen erotiek op dit blog. Te beginnen met de meester van de erotische poëzie, de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. In 1992 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De liefde natuurlijk’ een vertaling van ‘O amor natural’ vertaald door August Willemsen. In de bundel staan de gedichten in het Portugees met op de andere pagina de Nederlandse vertaling. Uit deze bundel ‘De dingen die in bed gebeuren’ de vertaling van ‘O que se passa na cama’.

.

De dingen die in bed gebeuren

.

(De dingen die in bed gebeuren

zijn geheim van wie bemint.)

.

Het geheim van wie bemint

is: niet slechts vluchtig het genot

te kennen dat ons diep doordringt,

tot stand gebracht op deze aarde

en zo verre van de wereld

dat het lichaam, dat het lichaam vindt

en daarin voortgaat op zijn vaart,

de vrede vindt van groter gaarde,

vrede als in de dood, onaards,

als een nirwana, penisslaap.

,.

O bed, o zoet, zoet wiegelied,

slaap kindje, slaap kindje, slaap

nu slaapt de boze jaguar,

nu slaapt de argeloze vagina,

en de sirenen slaapt, de laatste

of voorlaatste… En de penis

slaapt, de poema, ’t uitgeputte

wilde dier. Slaap nu o fulpen

sluier op en om je vulva.

En laten zij die minnen zwijgen,

tussen laken en gordijnen

nat van zaad, van de geheimen

van de dingen die in bed gebeuren.

.

 

Erotic poetry

E.E. Cummings

.

Een van mijn favoriete dichters is E.E. Cummings, de regelmatige lezer van dit blog zal dat herkennen. Ik kwam een erotisch/liefdesgedicht van hem tegen dat ik ook weer zo mooi vind dat ik het met jullie wil delen. Het heeft geen titel maar meestal wordt de eerste zin gebruikt om gedichten van Cummings aan te duiden. Dit gedicht heeft Cummings geschreven voor een niet bestaande vrouw maar er wordt ook wel gesteld dat hij deze voor, zijn toen nog toekomstige tweede, vrouw Anne Minnerly Barton schreef toen hij al een oogje op haar had.

In dit gedicht prijst Cummings het zorgeloze gevoel van verliefdheid boven de neiging van de hersenen om te overanalyseren.

.

since feeling is first
who pays any attention
to the syntax of things
will never wholly kiss you;

wholly to be a fool
while Spring is in the world

my blood approves,
and kisses are a better fate
than wisdom
lady i swear by all flowers. Don’t cry
– the best gesture of my brain is less than
your eyelids’ flutter which says

we are for each other; then
laugh, leaning back in my arms
for life’s not a paragraph

And death i think is no parenthesis

.

Schelpen

Paul Verlaine

.

Een van de eerste keren dat een gedicht van mij geplaatst werd op een website was in 2008. Het was het gedicht ‘Schaakmeisje’ en het werd gepubliceerd op het (toen nog bestaande) Verlaine.web-log.nl

Toen ik dit terug las bedacht ik me, dat ik in al die tijd die ik al over poëzie schrijf, nog nooit over de dichter Verlaine heb geschreven. Daar komt nu dus verandering in.

De Franse dichter Paul Verlaine (1844 – 1896) studeerde rechten in Parijs, maar de literatuur trok aan hem en hij stopte met zijn studie. Hij ging werken op het gemeentehuis van Parijs en besteedde de rest van de tijd aan de poëzie.

Paul Verlaine had een roerig leven. Zo had hij na zijn eerste huwelijk (dat mislukte omdat hij alcoholist was en als hij had gedronken gewelddadig werd) een relatie met de 17 jarige dochter van dichter Arthur Rimbaud. Met haar woonde hij in België en in Engeland. In 1873 probeerde hij in een dronken bui, Arthur Rimbaud neer te schieten in een hotel in Brussel maar hij verwondde hem slechts. Dit leverde hem wel een gevangenisstraf op van 18 maanden.

Hierna probeerde hij zijn leven te beteren maar in Parijs terug gekeerd verloederde hij. Hij woonde in armzalige omstandigheden bij prostituees en vrienden. In die tijd genoot hij enige bekendheid door zijn literaire publicaties ( de Symbolisten omhelsden hem als hun voorman en in 1894 kreeg hij, niet veel meer dan een clochard, de eretitel ‘Prince des poètes’), maar desondanks stierf hij verarmd en eenzaam.

Verlaine werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en het decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

.

Schelpen

.

Schelpen, in de grot ingebed

Waar wij elkaar in de armen vielen:

Ze hebben elk hun eigenheid.

.

Eén heeft het purper onzer zielen,

Ontstolen aan ons hartebloed,

Mijn liefdesvuur, jouw liefdesgloed;

.

Die dáár spiegelt jouw kwijnend smachten,

Je bleekheid als je moe en boos bent,

Omdat mijn ogen om je lachen;

.

Die heeft de gratie van je oortje

Mooi nagebootst, en die het roze

Van je nekje, het dikke, korte;

.

Maar één was er die me deed blozen.

.

Les coquillages

.

Chaque coquillage incrusté
Dans la grotte où nous nous aimâmes
A sa particularité.

L’un a la pourpre de nos âmes
Dérobée au sang de nos coeurs
Quand je brûle et que tu t’enflammes ;

Cet autre affecte tes langueurs
Et tes pâleurs alors que, lasse,
Tu m’en veux de mes yeux moqueurs ;

Celui-ci contrefait la grâce
De ton oreille, et celui-là
Ta nuque rose, courte et grasse ;

Mais un, entre autres, me troubla.

.


Met dank aan Wikipedia

 

 

 

%d bloggers liken dit: