Categorie archief: dichter van de maand

Herman de Coninck

Statistiek

.

Het aardige van een website in WordPress bijhouden is dat er een nogal uitgebreid statistiekmodel achter hangt. Zo kan ik zien waar mensen vandaan inloggen op mijn site (uit welk land), onder welke termen met zocht en op mijn website terecht kwam en een leuke (vind ik) welke berichten het meest gelezen worden. Zo nu en dan kijk ik daar eens naar en wat me dit keer opviel is dat onder de berichten die het hoogst genoteerd staan een aantal buitenlandse dichters staan vóór de eerste Nederlandse dichtersnaam.

Die dichters zijn grappig genoeg niet meteen de dichters die ik zou verwachten; Rainer Maria Rilke, Goethe, E.E. Cummings, Antonio Machado én (en dat doet mij deugd) Herman de Coninck. In 2014 en het grootste deel van 2015 was Herman de Coninck dichter van de maand maar dan maandenlang. Elke zondag deelde ik een gedicht van deze meesterdichter met jullie.

Na ongeveer anderhalf jaar wilde ik weer eens iets anders proberen en ging ik variëren in de maandelijkse dichter en sinds kort elke zondag Dichter op verzoek. Daardoor is het werk van Herman de Coninck een beetje uit beeld gebleven de afgelopen periode. Een enkele keer plaatste ik nog wel eens een gedicht van hem maar de laatste dateert alweer van 17 februari van dit jaar.

Daarom voor alle liefhebbers, waaronder niet in de laatste plaats ikzelf vandaag nog een gedicht van deze prachtige Vlaamse dichter getiteld ‘Voor mekaar’ uit ‘Met een klank van hobo’ uit 1980.

.

Voor mekaar

.

Vroeger hield ik alleen van je ogen.

Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.

Zoals er in een oud woord als mededogen

meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

.

om te hebben wat je had, elke keer weer.

Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.

Er is meer om van te houden.

Er zijn meer manieren om dat te doen.

.

Zelfs nietsdoen is er daar één van.

Gewoon bij mekaar zitten met een boek.

Of niet bij mekaar, in ’t café om de hoek.

.

Of mekaar een paar dagen niet zien

en mekaar missen. Maar altijd mekaar,

nu toch al bijna zeven jaar.

.

Van deze plaats af kan ik alles horen

Dichter van de maand april

.

Vandaag de laatste dichter van de maand (voorlopig). Vanaf mei zal ik op zondag een dichter of gedicht op verzoek plaatsen in de categorie ‘Dichter op verzoek’. Heb je een gedicht of een dichter waarvan je vindt dat deze wel wat extra aandacht verdient, laat me dit dan weten, reageer op deze post of laat het me via Facebook, Twitter of Instagram weten. Nu dus de laatste keer een gedicht van dichter van de maand april Neeltje Maria Min. Een gedicht uit haar bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ uit 1966 getiteld ‘Van deze plaats af kan ik alles horen’.

.

Van deze plaats af kan ik alles horen

.

Van deze plaats af kan ik alles horen.
Ik hoor de tafel kraken onder het gewicht van borden.
Ik hoor dat er kinderen worden geboren.
Steeds hoor ik kinderen geboren worden.

De kamer vult zich met geluid.
Ik hoor het roesten van het slot.
Ik hoor het rotten van het fruit.
Steeds hoor ik hoe het fruit verrot.

Ik kan alleen maar luisteren en zwijgen,
alleen maar luisteren naar wat mijn vader leest.
Elk woord begint met dat onrustig hijgen.
Ik ben er niet. Ik ben er nooit geweest.

.

Als wat wij zagen

Dichter van de maand april

.

Het voorlaatste gedicht in april van de dichter van de maand Neeltje Maria Min is het gedicht ‘Als wat wij zagen’. Door de afbrekingen een misschien in eerste instantie wat minder toegankelijk gedicht maar na een tweede en derde lezing wordt het vanzelf duidelijk. Uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995 dit gedicht.

.

Als wat wij zagen

.

Als wat wij zagen in de mouw
van die tot vod gedragen,
die visgraat, die nederige
vermomming van mijn moeder,
die waar geen knoop meer
aan zat maar toch sloot,
die oude grijze in zich-
zelf gekeerde winter-,
zou onze toekomst zijn:
zo duister en bekend,
zo splinternieuw.

.

Hier gebeurt niets

Ben jij het

.

Het gedicht van de dichter van de maand Neeltje Maria Min van vandaag laat zien dat een goed gedicht over echt van alles kan gaan en zelfs hele banale of op het oog onbelangrijke gebeurtenissen op een poëtische manier kan beschrijven.

Uit  2010 het gedicht ‘Ben jij het’.

.

Ben jij het

Ben jij het vroeg ik de dode
die in de deuropening stond.
Iets donkers bewoog in het donker:
Ik ben het, ik ben het.

Ja, wie anders krijgt het in zijn hoofd
om in het holst van de nacht
zijn opwachting te maken.
Mijn hand vond zijn wang. Zeker
een week niet geschoren. Maar
hij was het, hij was het.

.

NLMD02_M-00936-IV-158, 27-07-2007, 15:07, 8C, 4086×3138 (1899+3104), 100%, LMzw2, 1/100 s, R52.5, G33.6, B41.9

Nooit wacht er een man op een vrouw

Neeltje Maria Min

.

Het gedicht van de dichter van de maand april, Neeltje Maria Min, is dit keer het gedicht ‘Nooit wacht er een man op een vrouw’ uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995.

.

Nooit wacht er een man op een vrouw

Nooit wacht er een man op een vrouw.
Een man gaat naar zee of hij vecht
of hij komt in een afgrond terecht.
Mannen gaan altijd weg.

Op een balkon speurt een vrouw,
de hand aan haar slaap,
de horizon af: Komt hij gauw?

De wacht zet zich voort
op luchthaven, kade, perron
en bij de gevangenispoort.

Eerlijk, het wachten viel licht
als hij terug is waar het begon.
Ze vertrouwt het vertrouwde gezicht.
Haar zeeman, haar dief, haar soldaat,
haar dappere ontrouwe lief
die het niet helpen kon.

.

Dichter van de maand april

Neeltje Maria Min

.

In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.

Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.

.

Zij stonden voorovergebogen,

voorhoofd aan voorhoofd.

Daaronder bewogen

handjes en voetjes.

Een zieltogend lijfje,

een kindje van vijf.

.

Zij spraken, maar spraken in scherven.

Zij schoven uit hun groot gezicht,

dat als een dak boven mijn ogen hing,

woorden van een gedicht

in omgekeerde volgorde.

.

Ik was hun kind.

Ik voelde me verplicht

om weer gezond te worden.

Ik sidderde nog eenmaal en besloot:

Ik ben hun kind,

ik ga nog lang niet dood.

.

 

Novalis

Dichter van de maand

.

Uit de bundel ‘Al dwalend’ uit 1947 (voorheen ongebundelde gedichten) vandaag een gedicht van de dichter van de maand J. Slauerhoff getiteld ‘Novalis’.

.

Novalis

.

Hij wist met kalmen angst hoe alles moest

Leven: voortleven, zalig of verdoemd.

Niets wordt vernietigd en spoorloos verwoest;

Een geur, een toon die in de stilte zoemt,

.

Iets blijft – hoe ook verijld, versteend, verbloemd,

Leven moet alles tot in eeuwigheid.

Geen sluimering, geen min, geen dood verzoent

Den kruistocht redeloos door ruimte en tijd.

.

De dooden rusten niet, gezweept tot feesten

Waarin zij ijdel trachten te bezwijmen

Tot redding uit de onduldbare geheimen.

.

En ieder zwervling is omzwermd door geesten:

Nooit worden wij eenzaam en nooit met rust

Gelaten aan een beek, een graf, een kust.

.

Dame seule

J. Slauerhoff

.

Ook op deze derde zondag van maart een gedicht van de dichter van de maand J. Slauerhoff. Lezend in de bundel ‘Saturnus’ kwam ik het gedicht ‘Dame seule’ tegen (een vrouw alleen) en ook uit dit gedicht blijkt weer dat de dichter eigenlijk een hele schalkse man is. Uit ‘Saturnus’ uit 1930 ( dat eigenlijke een uitgebreide heruitgave van Clair-obscur uit 1926) het gedicht ‘Dame seule’.

.

Dame seule

.

Zij voelt zich onder ’t donker van de boomen

Zoo eenzaam, dat zij zelf haar schouder liefkoost.

Haar handje, met de ronding ingenomen,

Die over ’t zomerkleed is bloot gekomen,

Daalt af, dwaalt af; zij richt zich op en bloost,

Gaat dan weer voort een kledingstuk te zoomen.

.

Dichter van de maand Maart

J. Slauerhoff

.

Als dichter van de maand maart heb ik gekozen voor J. Slauerhoff (1898-1936). Slauerhoff is bekend als schrijver en dichter en publiceerde in zijn relatief korte leven toch heel wat verhalen, romans en poëzie. Ook vertaalde hij proza uit het Spaans en Portugees. Tijdens zijn leven was hij al bekend en geroemd maar ook na zijn dood bleef de belangstelling voor zijn werk. Tot op de dag van vandaag wordt zijn werk heruitgegeven en vertaald.

Uit de ‘Verzamelde gedichten’ in twee delen uit 1973 (negende druk) het gedicht het gedicht ‘Woninglooze’ met de beroemde eerste zin.

.

Woninglooze

.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,

Nooit vond ik ergens anders onderdak;

Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,

Een tent werd door den stormwind meegenomen.

.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.

Zoolang ik weet dat ik in wildernis,

In steppen, stad en woud dat onderkomen

Kan vinden, deert mij geen bekommernis.

.

Het zal lang duren, maar de tijd zal komen

Dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt

En tevergeefs om zachte woorden smeekt,

Waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde

Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de

Plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt.

.

js2

js

Zeemanslied

Hans Dorrestijn

.

Vandaag voor de laatste keer Hans Dorrestijn als dichter van de maand februari. Nogmaals uit de bijzonder aardige bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ uit 1997 het gedicht (lied) ‘Zeemanslied’.

.

Zeemanslied

Golven hoog te loef, te lij.
We varen klif en klip voorbij.
Giek en gaffel buigen krom.
Haal op, haal om.

Pekbroek, tuig, het ruime sop.
De zeeman heeft een haringkop.
Haal om, haal op.

Opperbram hoog in de mast.
Daar tuimelt me de varensgast.
Haal op, hou vast.

Haring hom en haring kuit.
Het bloed spat alle kanten uit.
Haal om, haal op.
Het bloed spuit alle kanten op
Haal om, haal uit.

.

hd

%d bloggers liken dit: