Categorie archief: Dichter op verzoek

Dichter op verzoek

Deel 4

.

Van Jo Maes kreeg ik het verzoek via Facebook om aandacht te besteden aan de dichter Ellen Lanckman (1975). Deze Vlaamse dichter woont in Brakel (Oost Vlaanderen) en zegt van zichzelf: ‘Ik schrijf zoals ik adem: de ene keer snel, dan weer langzaam, een andere keer helemaal loos’.

Ze volgde proza en poëzie bij Wisper (Gent) en Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten (Aalst). In de zomer van 2014 verscheen de debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’ bij uitgeverij Scriptomanen.  In het voorjaar van 2015 bracht Ellen bij diezelfde uitgeverij en in samenwerking met fotograaf Hendrik Boxy ‘Dagen van glas’ uit. Haar derde bundel ‘Vogel-jong’ is via haar website bij haar te bestellen. Ze werd ze een aantal keer gepubliceerd, zowel in bloemlezingen als literair tijdschriften.  Tevens stelt ze regelmatig tentoon, altijd i.s.m. andere kunstdisciplines.

Uit 2015 een gedicht van haar hand getiteld ‘Weerspiegeling’.

 

Weerspiegeling

Hoe dichter ze komt
bij mijn jaren,
hoe vaker ik mezelf herken
in haar bewegingen.

We schuiven tegelijkertijd
een mok naar ons toe,
al is mijn koffie nog haar melk.

Net als ik leest ze
uren weg onder het dakraam
waar dezelfde maan binnen gluurt.

En de manier waarop ze haar haren
over de schouders schudt,
confronteert mij

met de tijd die kantelt
van proefdruk naar heruitgave
van een verloren gewaande jeugd.

.

 

Dichter op verzoek

Deel 3

.

Het aantal aanmeldingen voor de nieuwe categorie ‘Dichter op verzoek’ begint dermate vormen aan te nemen dat ik besloten heb ook op andere dagen dan de zondag aandacht aan deze categorie te besteden. Vandaag echter eerst deel 3 met een verzoek van Jan Bontje voor een gedicht van Herman Gorter.

Herman Gorter (1864 – 1927) was een bekend Nederlands dichter. Hij was medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij (de voorloper van de PvdA) maar hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte ‘Mei’ uit 1889 dat een volledige bundel beslaat. De openingsregel van dit gedicht, ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ is een staande uitdrukking geworden in de Nederlandse taal.

Uit een heel andere bundel, namelijk ‘De school der poëzie”  uit 1897 het titelloze gedicht van Herman Gorter.

.

O hart, begeef u in de eenzaamheid, –

zooals een jongling in wien voor het eerst

de liefde ontstaat, en, verbaasd voor het teerst

nieuwe gevoel, van zich zelven wegschrijdt,

.

en van de jonkvrouw nog het allerverst

wezen wil, om, wat hem in ’t harte leit,

te kunnen overdenkenom ’t zeerst –

ga zoo mijn hart alleen, en laat het wijd

.

der wereld. Sla de oogen in u zelven,

houd wat gij daar voor waar ziet, ook voor waar,

blijf daarin en kom daar lang niet vandaan.

.

Laat geen verbeelding uw gezicht bewelven,

maar word u over eigen waarheid klaar,

en zie in eenzaamheid haar alleen aan.

.

Dichter op verzoek

Deel 2

.

Op verzoek van Richard Langbroek wil ik vandaag in het kader van Dichter op verzoek, aandacht besteden aan de (geboren Haagse) dichter en vertaler Gerard den Brabander (1900 – 1968).

Gerard den Brabander was samen met Jac. van Hattum en Ed Hoornik samensteller van de bloemlezing ‘Drie op één perron’ uit 1960. De samenstellers werden wel tot de Amsterdamse school gerekend – dichters die afstand namen van de opvattingen die in het tijdschrift Forum werden uitgedragen, o.a. door Menno ter Braak en E. du Perron. Ze lieten het anekdotische toe in de poëzie en ook sociaal engagement. Het werk van den Brabander wordt wel getypeerd met termen als sarcastisch, cynisch, opstandig en suggestief.

Den Brabander wordt samen met een aantal generatiegenoten wel tot de Criteriumdichters gerekend. Hij schreef ook regelmatig in het literaire tijdschrift Criterium. Hij was bevriend met Theun de Vries. Deze kende hem in 1947, samen met  Victor E. van Vriesland en Cola Debrot, de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam toe voor ‘De steenen minnaar’ uit 1946.

Uit de bundel ‘Drie op één perron’ het gedicht ‘Herfstnacht in de Tuilerieën’.

.

Herfstnacht in de Tuilerieën

Alle banken hebben hun gelieven
aan de moede scheemring toevertrouwd.
En zij huiveren diep in eigen hout
sinds de minnenden zich stil verhieven.

Nacht en regen. Soms een roep door ’t woud
van een duif en het onhoorbaar klieven
van het duister, dat zich slapend houdt
om de laatste liefde te gerieven.

Verder niets. De nacht en ik alleen,
eenzaam wandelend aan de rand der tijden,

zó verheugd en zó bedroefd meteen
om mijn voeten die een afscheid schrijden…

En de zachte regens om mij heen
of iemand ingehouden schreide…

.

 

Dichter op verzoek

Deel 1

.

Na meer dan een jaar de Dichter van de maand in het zonnetje te hebben gezet op de zondag, wil ik vanaf nu een nieuwe categorie beginnen op diezelfde zondag: Dichter op verzoek. Door te reageren op dit blog (of via één van de andere kanalen zoals Facebook, Instagram of Twitter) kun je me laten weten aan welke dichter of aan welk gedicht ik aandacht zou moeten besteden.

Vandaag de eerste keer en op verzoek van Janneke Langerak het gedicht ‘Het lied der dwaze bijen’ van de Haagse dichter Martinus Nijhof (1894 – 1953). Nijhof debuteerde in 1916, met de bundel ‘De wandelaar’. In 1924 publiceerde hij ‘Vormen’. In romantische verzen uitte hij zijn gevoelens van angst, eenzaamheid en het verlangen naar ongerept kind te zijn. Hij deed dat  in toegankelijk Nederlands. Nijhoff publiceerde ook in het tijdschrift Het Getij (1916 – 1924) dat zich als tegenhanger van de stroming van de Tachtigers profileerde.

In de verhalende gedichten ‘Awater’ (uit ‘Nieuwe Gedichten’, 1934) en ‘Het uur U’ (1936/1937) weet hij op bijzondere wijze het mysterie achter alledaagse dingen en gebeurtenissen te beschrijven, in een stijl die steeds meer neigt naar spreektaal.

Uit de bundel ‘Nieuwe gedichten’ uit 1934 het gedicht.

.

Het lied der dwaze bijen

.

Een geur van hooger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hooger honing
verdreef ons uit de woning.

Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen,
die geur en een zacht zoemen,
een steeds herhaald niet-noemen,

ried ons, ach roekeloozen,
de tuinen op te geven,
riep ons, ach roekeloozen
naar raadselige rozen.

Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
ver van ons volk en leven Janneke Langhet
jubelend voortgedreven.

Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken,
niemand kan van nature
in lijve den dood verduren.

Steeds heviger bezweken,
steeds helderder doorschenen,
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teeken,

stegen wij en verdwenen,
ontvoerd, ontlijfd, ontzworven,
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen. —

Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
wij dwarrelen naar beneden.
Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tusschen de korven.

.

Voor een zeer leesbare en uitgebreide beschrijving van dit gedicht verwijs ik je graag naar de site van dbnl.org http://www.dbnl.org/tekst/_rev002198301_01/_rev002198301_01_0085.php

Van deze plaats af kan ik alles horen

Dichter van de maand april

.

Vandaag de laatste dichter van de maand (voorlopig). Vanaf mei zal ik op zondag een dichter of gedicht op verzoek plaatsen in de categorie ‘Dichter op verzoek’. Heb je een gedicht of een dichter waarvan je vindt dat deze wel wat extra aandacht verdient, laat me dit dan weten, reageer op deze post of laat het me via Facebook, Twitter of Instagram weten. Nu dus de laatste keer een gedicht van dichter van de maand april Neeltje Maria Min. Een gedicht uit haar bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ uit 1966 getiteld ‘Van deze plaats af kan ik alles horen’.

.

Van deze plaats af kan ik alles horen

.

Van deze plaats af kan ik alles horen.
Ik hoor de tafel kraken onder het gewicht van borden.
Ik hoor dat er kinderen worden geboren.
Steeds hoor ik kinderen geboren worden.

De kamer vult zich met geluid.
Ik hoor het roesten van het slot.
Ik hoor het rotten van het fruit.
Steeds hoor ik hoe het fruit verrot.

Ik kan alleen maar luisteren en zwijgen,
alleen maar luisteren naar wat mijn vader leest.
Elk woord begint met dat onrustig hijgen.
Ik ben er niet. Ik ben er nooit geweest.

.

Dichter op verzoek

Nieuwe categorie

.

Na ruim een jaar elke zondag aandacht besteed te hebben aan de dichter van de maand, wil ik eens iets nieuws proberen: Dichter op verzoek. Regelmatig laten lezers van dit blog mij weten dat ze een bepaalde dichter of gedicht bijzonder of heel mooi vinden.

Om wat meer tegemoet te komen aan de vraag van mijn lezers wil ik dus vanaf mei elke zondag een dichter of gedicht op verzoek gaan plaatsen. En of dit nu een dichter uit de 18e of 19e eeuw is of juist een piepjong maar talentvolle dichter van nu, alles mag. Ik zal het eerste voorbeeld op zondag 7 mei plaatsen en vanaf dat moment kun je mij, door te reageren op een bericht, laten weten welk gedicht of welke dichter je graag terug zou zien op een zondag.

Ik ben heel nieuwsgierig naar jullie wensen. Als voorbeeld heb ik een vriend gevraagd om een voorbeeld. Hij kwam met de dichter Simon Vinkenoog maar wist niet zo snel een gedicht te noemen. Daarom koos ik voor hem het gedicht ‘Volluk’ uit de bundel ‘De ware Adam’ uit 2000.

.

Volluk

Ik groeide op in volksbuurten
als volksjongen
ik bezocht wekelijks het volksbadhuis
ooit at ik wel eens in een volksgaarkeuken
en af en toe in de Volkenbond bij het Entrepôtdok.

Op de Albert Cuypmarkt bezoek ik graag een volkskoffiehuis
waar ik luister naar volkswijsheid uit de volksmond;
mijn moeder was volksvrouw
en leed aan volksziekte of -woede:
Schoonhouden! Voeten vegen!
Wat moeten de buren wel denken!

Ik wierp wel eens een blik in een krant
die zich het Volksdagblad noemde
en een van de kranten die ik lees
heet de Volkskrant

Ik weet niets van volksaard of volkseigen
ik ben geen volksmenner of volksschrijver
en speel in geen enkel volkstheater

Ik ben niemands volksvertegenwoordiger
spreek namens geen enkele bevolkingsgroep
en schrijf dit in mijn volkstuin
in het Nederlands, de taal van het volk
waartoe ik behoor.

Volluk! Is daar iemand?

.

%d bloggers liken dit: