Categorie archief: Dichter in verzet

Nieuw gedicht

Leider

.

Geïnspireerd (of moet ik zeggen gedesillusioneerd) door de actualiteit schreef ik het volgende gedicht.

.

De grote leider

 

Schalks zal hij niet snel worden genoemd, zijn

olijkste glimlach lijkt

nog het meest op een verbeten weglachen

van vernedering en schaamte.

 

Onbehagen en sinistere gedachten tekenen zijn

mond. Dunne lippen, streepjes waaruit

elk bloed is weggetrokken, op de vlucht

voor stekeligheden en een scherpe tong.

 

Zijn gif wordt niet ingespoten of via drijf-

gassen verspreid, het sijpelt langzaam

door, druppelsgewijs, onophoudelijk en legt

een deken van onverdraagzaamheid over ons heen.

 

Wankelend tussen populariteit

en minachting, wordt zijn balans steeds

meer een clown-act. Een spreidstand waarin

hij lijkt te knappen, af te scheuren.

.

Klankgedicht

Hugo Ball en The Talking Heads

.

In het bijzonder boeiende boek ‘Made in Europe’  van Pieter Steinz uit 2014, lees ik een stuk over het klankgedicht van Hugo Ball dat later op muziek gezet is door The Talking Heads. Nu heb ik de muziek van The Talking Heads altijd erg gewaardeerd en dus ging ik op zoek, naar het gedicht van Ball en naar de muziek van The Talking Heads. Het Dadaïstische klankgedicht van Hugo Ball ‘Gadji Beri Bimba’ uit 1916 is in 1979 omgewerkt naar het nummer ‘I Zimbra’ van The Talking Heads van hun LP ‘Fear of Music’. Hugo Ball vertolkte dit klankgedicht in Cabaret Voltaire in Zurich.

Om beide te kunnen vergelijken hier de tekst van Ball uit 1916 (en zijn outfit waarin hij destijds dit gedicht voordroeg) en de clip van The Talking Heads. Wil je meer over deze boeiende persoon lezen en het nummer ‘I Zimba’ ga dan naar https://dadarockt.wordpress.com/2013/01/21/cabaret-voltaire-talking-heads/

.

Gadji Beri Bimba

.

Gadji beri bimba clandridi

Lauli lonni cadori gadjam

A bim beri glassala glandride

E glassala tuffm i zimbra

.

Bim blassa galassasa zimbrabim

Blassa glallassasa zimbrabim

.

A bim beri glassala grandid

E glassala tuffm i zimbra

.

Gadji beri bimba glandridi

Lauli lonni cadora gadjam

A bim beri glassasa glandrid

E glassala tuffm i zimbra

 

 

.

.

Weill en Brecht

Und was bekam des Soldaten Weib?

.

In 1941/1942 schreef Bertolt Brecht de tekst van een protestlied tegen de oorlog in 7 strofen,  waar Kurt Weill de muziek bij schreef. Hanns Eisler schreef  de oorspronkelijke muziek bij de tekst en gaf het de titel ‘Ballade vom Weib des Nazisoldaten’. Weill kwam met een versie voor piano en zangstem. Het lied gaat over een soldaat in de Tweede Wereldoorlog die overal moet vechten. Hij komt daardoor terecht in diverse steden en stuurt cadeaus naar huis. Zijn vrouw ontvangt de meest luxe zaken: vanuit Praag komen schoenen met hoge hakken, vanuit Oslo een bontkraag, vanuit Rotterdam een hoed, vanuit Brussel kant, vanuit Parijs een zijden japon, vanuit Boekarest een geborduurd en parmantig shirt. Echter vanuit Rusland kwam een “rouwsluier” ( het lied is geschreven voordat de Slag om Stalingrad plaatsvond).

Ook popartiesten waagden zich aan dit lied. De bekendste versie daarvan is die van PJ Harvey ; ‘The ballad of the soldier’s wife’. En Iain Matthews en Elliott Murphy namen het nummer op voor het album La terre commune. In de Engelstalige versie van Marianne Faithfull uit 1985 is het gebombardeerde Rotterdam vervangen door ‘Amsterdam’. Dit is later door andere artiesten overgenomen, zoals ook door PJ Harvey.

.

Und was bekam des Soldaten Weib?

.

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus der alten Hauptstadt Stadt Prag?
Aus Prag bekam sie die Stöckelschuh’
Einen Gruss und dazu die Stöckelschuh’
Das bekam sie aus der Hauptstadt Prag

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus Warschau am Weichselstrand?
Aus Warschau bekam sie das leinerne Hemd
So bunt und so fremd, ein polnisches Hemd
Das bekam sie vom Weichselstrand

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus Oslo über dem Sund?
Aus Oslo bekam sie das Kräglein aus Pelz
Hoffentlich gefällt’s, das Kräglein aus Pelz
Das bekam sie aus Oslo am Sund

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus dem reichen Rotterdam?
Aus Rotterdam bekam sie den Hut
Und der steht ihr so gut, der holländische Hut
Den bekam sie aus Rotterdam

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus Brüssel im Belgischen Land?
Aus Brüssel bekam sie die seltenen Spitzen
Ha, das zu besitzen, so seltene Spitzen
Die bekam sie aus Belgischem Land

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus der Lichterstadt Paris?
Aus Paris bekam sie das seidene Kleid
Zu der Nachbarin Leid, das seidene Kleid
Das bekam sie aus der Stadt Paris

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus dem lieblichen Tripolis?
Aus Tripolis bekam sie das Kettchen
Das Amulettchen am Kopfe mit Kettchen
Das bekam sie aus Tripolis

Und was bekam des Soldaten Weib
Aus dem weiten Russland?
Aus Russland bekam sie den Witwenschleier
Zur Totenfeier den Witwenschleier
Den bekam sie aus Russland

.

Ballad Of The Soldier’s Wife

.

What was sent to the soldier’s wife
From the ancient city of Prague
From Prague came a pair of high heeled shoes
With a kiss or two came the high heeled shoes
From the ancient city of Prague

What was sent to the soldier’s wife
From Oslo over the sound
From Oslo there came a collar of fur
How it pleases her, little collar of fur
From Oslo over the sound

What was sent to the soldier’s wife
From the wealth of Amsterdam
From Amsterdam he got her a hat
She looked sweet in that, in the little dutch hat
From the wealth of Amsterdam

What was sent to the soldier’s wife
From Brussels in Belgium land
From Brussels he sent her laces so rare
To have and to wear, oh those laces so rare
From Brussels in Belgium land

What was sent to the soldier’s wife
From Paris city of light
In Paris he got her a silken gown
T’was end in town, oh silken gown
From Paris city of light

What was sent to the soldier’s wife
From the south of Bucharest
From Bucharest he sent her his shirt
Embroidered and pert, that Rumanian shirt
From the south of Bucharest

What was sent to the soldier’s wife
From far off Russian land
From Russia there came just a widow’s veil
From a death to be wed in a widow’s veil
From far off Russian land
.

 

De koffieclub

Yahya Hassan

,

In een kringloopwinkel kwam ik de bundel van Yahya Hassan tegen. In mijn herinnering was hier bij publicatie nogal wat om te doen. Ik kocht de bundel en thuis zocht ik het op. De Deense Yahya Hassan (1995), zoon van Palestijnse vluchtelingen, schreef deze bundel in 2013 op 18 jarige leeftijd. Toen hij 13 was kwam hij in een jeugdinternaat terecht waar hij een grote belangstelling voor literatuur ontwikkelde.  Dostojevski, de Deense dichter Michael Strunge en in het bijzonder het autobiografische werk van Karl Ove Knausgård waren zijn inspiratiebronnen.

Zijn dichtbundel werd lovend en als vernieuwend ontvangen en maakte veel discussie los over de migratiepolitiek in Denemarken. Van de bundel werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht.

De dichtbundel is een aanklacht tegen zijn ouders maar ook tegen moslimimmigranten in het algemeen, die volgens hem met de Koran in de hand alles doen wat die Koran verbied. Met een virtuoos gevoel voor ritme en klank, rauwe en pure woorden, en bijzondere taalvondsten vertelt Hassan zijn verhaal. De vertaling is gedaan door Lammie Post-Oostenbrink.

Het gedicht ‘De koffieclub’ gaat over een ervaring in het jeugdinternaat.

.

De koffieclub

.

Op alle afdelingen van Solhaven

hangt een nummer op het prikbord

dat de groepsleiders kunnen bellen

als ze zelf de gemoederen niet kunnen sussen

dan komt er assistentie van de directeur

en andere boeren komen aandraven

en als iedereen klappen heeft gehad en naar zijn kamer is

gestuurd

drinken ze koffie

boven blanco formulieren voor gebruik van geweld

.

Straatkunst

Wan bon

.

R. Dobru (1935-1983) is het pseudoniem van vakbondslid en activist Robin Ravales, die zich zowel binnen als buiten de poëzie verzet heeft tegen de sociaal-maatschappelijke problemen in zijn land Suriname en de koloniale overheersing van de Nederlandse staat. Vlak voor zijn dood heeft hij ook nog in de regering van Suriname gezeten als Minister van Cultuur, in welke hoedanigheid hij zich inzette voor de politieke en culturele eenwording van Suriname.
Zijn poëzie kenmerkt zich door een sterke betrokkenheid bij het lot van de Surinamers en het lijden van hen die sociaal achtergesteld waren. Als dichter verwoordde en voedde hij vanaf de jaren zestig het steeds sterker wordende nationalisme en verlangen naar onafhankelijkheid van zijn volk. Het gedicht ‘Eén boom’  of ‘Wan bon’ is een van de bekendste voor-beelden van de behoefte om saamhorigheid te creëren in een tijd waarin de roep om vrijheid steeds luider wordt. De metaforiek is eenvoudig en geeft weinig ruimte voor misverstanden. Dobru stierf op achten-veertigjarige leeftijd aan de gevolgen van suikerziekte.

Het gedicht is in Suriname op het gebouw van het Welzijns Instituut Nickerie (Wingroep) aangebracht maar ook in Rotterdam West op het Virulyplein op de gevel van een huizenblok. De kunst is van kunstenaar Carlos Blaaker (1961). Het gedicht (in het Surinaams en het Nederlands) gaat als volgt:

.

Wan bon 

Wan bon
someni wiwiri
wan bon.

Wan liba
someni kriki
ale e go na wan se

Wan ede
someni prakseri
prakseri pe wan bun mus’ de

Wan Gado
someni fasi fu anbegi
ma wan Papa

Wan Sranan
someni wiwiri
someni skin
someni tongo

Wan pipel

.

Eén boom

.
Eén boom
zovele bladeren
één boom.

Eén rivier
zovele kreken
alle stromen naar één zee

Eén hoofd
zovele gedachten
gedachten waar een goede tussen moet zitten

Eén God
zoveel manieren om te aanbidden
maar één enkele Vader

Eén Suriname
zoveel soorten haar
zovele huidskleuren
zoveel talen

Eén volk

.

Rita Mae Brown

Gedichten

.

Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.

Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives,  filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.

Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.

Uit deze bundel een aantal gedichten.

 

.

For Those of Us Working For a New World

The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.

The Woman’s House of Detention

Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.

A Short Note for Liberals

I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.

The Bourgeois Questions

“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”

“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”

A Song for Winds and My Vassar Women

Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.

.

This is the place

Manchester, 22 mei 2017

.

Na de terroristische aanslag op de Manchester Arena kwamen mensen bij elkaar om hun woede en verdriet te delen. Bij één van deze bijeenkomsten waar duizenden mensen aanwezig waren droeg Tony Walsh zijn gedicht ‘This is the place’ voor. Dit gedicht dat hij oorspronkelijk schreef voor Forever Manchester, een goede doelen stichting die gemeenschapsactiviteiten ondersteunt in Manchester paste zo goed bij de gevoelens die veel mensen hadden; niet opgeven, doorgaan met leven en als inwoners van Manchester één front vormen. Tony Walsh schrijft onder de naam Longfella en is freelance dichter, schrijver en performer en artist -in-education.

Meer informatie over Walsh op zijn website http://longfella.co.uk/

.

This is the place

.

Manchester!

This is the place In the north-west of England.

It’s ace, it’s the best and the songs that we sing

from the stands, from our bands set the whole planet shaking.

Our inventions are legends. There’s nowt we can’t make, and

.

so we make brilliant music. We make brilliant bands

We make goals that make souls leap from seats in the stands

And we make things from steel and we make things from cotton

And we make people laugh, take the mick summat rotten

.

And we make you at home and we make you feel welcome

and we make summat happen and we can’t seem to help it

and if you’re looking from history, then yeah we’ve a wealth

But the Manchester way is to make it yourself.

.

And make us a record, a new number one

And make us a brew while you’re up, love, go on

And make us feel proud that you’re winning the league

And make us sing louder and make us believe it

.

that this is the place that has helped shape the world

And this is the place where a Manchester girl

named Emmeline Pankhurst from the streets of Moss Side

led a suffragette city with sisterhood pride

.

And this is the place with appliance of science,

we’re on it, atomic, we struck with defiance,

and in the face of a challenge, we always stand tall,

Mancunians, in union, delivered it all

.

Such as housing and libraries and health, education

and unions and co-ops and first railway stations

So we’re sorry, bear with us, we invented commuters.

But we hope you forgive us, we invented computers.

.

And this is the place Henry Rice strolled with rolls,

and we’ve rocked and we’ve rolled with our own northern soul

And so this is the place to do business then dance,

where go-getters and goal-setters know they’ve a chance

.

And this is the place where we first played as kids.

And me mum, lived and died here, she loved it, she did.

And this is the place where our folks came to work,

where they struggled in puddles, they hurt in the dirt

.

and they built us a city, they built us these towns

and they coughed on the cobbles to the deafening sound

to the steaming machines and the screaming of slaves,

they were scheming for greatness, they dreamed to their graves.

.

And they left us a spirit. They left us a vibe.

That Mancunian way to survive and to thrive

and to work and to build, to connect, and create and

Greater Manchester’s greatness is keeping it great.

.
And so this is the place now with kids of our own.

Some are born here, some drawn here, but they all call it home.

And they’ve covered the cobbles, but they’ll never defeat,

all the dreamers and schemers who still teem through these streets.

.

Because this is a place that has been through some hard times:

oppressions, recessions, depressions, and dark times.

But we keep fighting back with Greater Manchester spirit.

Northern grit, Northern wit, and Greater Manchester’s lyrics.

.

And these hard times again, in these streets of our city,

but we won’t take defeat and we don’t want your pity.

Because this is a place where we stand strong together,

with a smile on our face, greater Manchester forever.

.

And we’ve got this place where a team with a dream can

get funding and something to help with a scheme.

Because this is a place that understands your grand plans.

We don’t do “no can do” we just stress “yes we can”

.

Forever Manchester’s a charity for people round here,

you can fundraise, donate, you can be a volunteer.

You can live local, give local, we can honestly say,

we do charity different, that Mancunian way.

.

And we fund local kids, and we fund local teams.

We support local dreamers to work for their dreams.

We support local groups and the great work they do.

So can you help us. help local people like you?

.

Because this is the place in our hearts, in our homes,

because this is the place that’s a part of our bones.

Because Greater Manchester gives us such strength from the fact

that this is the place, we should give something back.

.

Always remember, never forget, forever Manchester.

.

Choose love.

 

Haat gedicht

Julie Sheehan

.

Heel veel gedichten gaan over de liefde, over mooie momenten, herinneringen en fraaie zaken maar over haat gaan gedichten maar zelden. De Amerikaanse dichter Julie Sheehan schreef in haar bundel ‘Orient point’ uit 2006 een prachtig Haat gedicht getiteld ‘Hate poem’.

Op haar website http://juliesheehan.com/about/hate-poem/ schrijft ze over dit gedicht: This is not the story behind the hate—there is no story behind the hate, or if there is, I’m not telling. Instead, I have an observation, one that has probably occurred to many: hate and love can be described in the same, outlandish, hyperbolic and indistinguishable terms, probably because hate and love require the same degree of passionate intensity. Don’t say Yeats didn’t warn us, but it may be that hate and love are the same thing. Surely both are equally capable of mass destruction.

Kortom, als je de woorden ‘hate’ veranderd in ‘love’ dan heb je ineens een gedicht vol passie over liefde. Gaat het toch weer over de liefde.

.

Hate poem

.

I hate you truly. Truly I do.
Everything about me hates everything about you.
The flick of my wrist hates you.
The way I hold my pencil hates you.
The sound made by my tiniest bones were they trapped in the jaws of a moray eel hates you.
Each corpuscle singing in its capillary hates you.
Look out! Fore! I hate you.
The little blue-green speck of sock lint I’m trying to dig from under my third toenail, left foot, hates you.
The history of this keychain hates you.
My sigh in the background as you pick out the cashews hates you.
The goldfish of my genius hates you.
My aorta hates you. Also my ancestors.
A closed window is both a closed window and an obvious symbol of how I hate you.
My voice curt as a hairshirt: hate.
My hesitation when you invite me for a drive: hate.
My pleasant “good morning”: hate.
You know how when I’m sleepy I nuzzle my head under your arm? Hate.
The whites of my target-eyes articulate hate. My wit practices it.
My breasts relaxing in their holster from morning to night hate you.
Layers of hate, a parfait.
Hours after our latest row, brandishing the sharp glee of hate,
I dissect you cell by cell, so that I might hate each one individually and at leisure.
My lungs, duplicitous twins, expand with the utter validity of my hate, which can never have enough of you,
Breathlessly, like two idealists in a broken submarine.
.
.
                                                                                                                                                                                                                          Foto: Kelly Ann Smith

Gruwelijke gedichten

Paul Celan

.

Al eerder schreef ik over de dichter Paul Celan (1920 – 1970). Over zijn beroemde gedicht ‘Todesfuge’. Paul Celans ouders werden door de nazi’s vermoord in een Oekraïens concentratiekamp en zelf werd hij als dwangarbeider in een Roemeens werkkamp tewerkgesteld. Dit gegeven werd de belangrijkste leidraad in zijn poëzie. Gedichten die de gruwelijkheid van de oorlog als onderwerp hebben. Na ‘Todesfuge’ (1948) en ‘Mohn und Gedächtnis’ (1952) verscheen in 1955 ‘Von Schwelle zu Schwelle’ met daarin het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’. In dit gedicht doet hij opnieuw een poging om te leren spreken na de verstomming van Auschwitz.

Chris van Esterik schreef hierover in het NRC van 22 oktober 1993: “In al zijn gedichten probeert hij steeds weer nieuwe sleutelwoorden uit om de waarheid te ontsluiten. De woorden, voorzien van vele verschillende betekenissen om de kans op het openen van het slot te verhogen, zocht hij met name bij mystici in chassidische geschriften, de kabbala, de bijbel en de natuur. Dat bezorgde hem het aura van een hermetisch dichter, een omschrijving die hij zelf met stelligheid van de hand wees. Hij omschreef zijn werk als “Mehrdeutigkeit ohne Maske’.”

Dat de gedichten van Celan niet altijd eenvoudig zijn of eenduidig mag dan zo zijn, maar zijn gedichten raken je en laten je voelen welke verschrikkingen er plaats hebben gevonden tijdens de tweede wereldoorlog en met name in de concentratiekampen. Zo ook in het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’ of ‘Met wisselende sleutel’ zoals de vertaling luidt.

.

Mit wechselndem Schlüssel

.

Mit wechselndem Schlüssel
schliesst du das Haus auf, darin
der Schnee des Verschwiegenen treibt.
Je nach dem Blut, das dir quillt
aus Aug oder Mund oder Ohr,
wechselt dein Schlüssel.

Wechselt dein Schlüssel, wechselt das Wort,
das treiben darf mit den Flocken.
Je nach dem Wind, der dich fortstösst,
ballt um das Wort sich der Schnee.

.

Met wisselende sleutel

.

Met wisselende sleutel

ontsluit je het huis, waarin

de sneeuw van ’t verzwegene woedt.

Naar gelang het bloed opwelt

uit je oog of je mond of je oor,

wisselt je sleutel.

Wisselt je sleutel, wisselt het woord

dat woeden mag met de vlokken.

Naar gelang de wind die jou wegstoot,

balt om het woord zich de sneeuw.

.

Ierland’s 100 meest favoriete gedichten

Ierse dichtersweek

.

In 1999 mochten de lezers van de Irish Times hun favoriete gedicht kiezen. In 2000 werd de lijst van 100 meest favoriete Ierse gedichten gepubliceerd op http://ireland-calling.com/100-favourite-poems/

Bij deze 100 gedichten zaten maar liefst 25 gedichten van W.B. Yeats. Op een gedeelde 18e plaats staat het gedicht van Padraic Pearse met de titel The Wayfarer. Patrick Henry Pearse (ook bekend als Pádraig Pearse of in het Iers Pádraig Anraí Mac Piarais) (1879 – 1916) was leraar, dichter, schrijver en politiek activist. Net als Kavanagh was hij een van de leiders van de paasopstand in Dublin in 1916. Voorafgaand aan de Paasopstand werd hij door de opstandelingen gekozen tot eerste president van de nog uit te roepen Ierse Republiek.

The Wayfarer is een wat somber gedicht. Pearse schrijft over de vreugdevolle momenten in het leven maar eindigt met de negatieve opmerking dat aan al dat moois ook een eind komt.

.

The Wayfarer

The beauty of the world has made me sad.
This beauty that will pass.

Sometimes my heart has shaken with great joy
To see a leaping squirrel on a tree
Or a red ladybird upon a stalk.

Or little rabbits, in a field at evening,
Lit by a slanty sun.

Or some green hill, where shadows drifted by,
Some quiet hill,
Where mountainy man has sown, and soon will reap,
Near to the gate of heaven.

Or little children with bare feet
Upon the sands of some ebbed sea,
Or playing in the streets
Of little towns in Connacht.

Things young and happy.

And then my heart has told me –
These will pass,
Will pass and change,
Will die and be no more.

Things bright, and green.
Things young, and happy.

And I have gone upon my way, sorrowful.

.

                                                                                                                                                                                                           Standbeeld van Padraic Pearse in Kerry
%d bloggers liken dit: