Categorie archief: Dichter in verzet

Een lentemorgen trad je uit ons huis

J. Presser

.

De schrijver, historicus en dichter J. Presser (1899-1970) schreef in de Tweede Wereldoorlog een aantal gedichten onder het pseudoniem J. van Wageningen. Een aantal gedichten werden illhgeaal gestencild of gedrukt en verspreid. Tijdens een treincontrole werd de jonge vrouw van Presser, Debora Appel, opgepakt met een vervalst identiteitsbewijs en hij zou haar nooit weer zien. Zij zou later tijdens de oorlog worden vermoord in concentratiekamp Sobibór.

In het gedicht ‘Een lentemorgen trad je uit ons huis’ uit 1943 vertolkt Presser op beklemmende wijzehoe de Jodenvervolging ingreep in het persoonlijk leven van Joden en dus ook van hem zelf. In het gedicht spreekt de dichter nog niet van de dood maar van ballingschap zoals ooit, volgens het oude testament, de joden in Babylon.

.

Een lentemorgen trad je uit ons huis

.

Een lentemorgen trad je uit ons huis,

in een dun bloesje, zonnig en tevreden,

en geen van beide hoorde ’t zacht geruis,

of zag de vale schaduw neergegleden

.

van ’t noodlot wiekend boven ’t jonge hoofd,

dat glimlachend zich eens nog naar me wendde…

Ik heb een ganse nacht en dag geloofd,

dat ik die vlotte, lichte tred herkende

.

en toen niet meer. Toen kwam het formulier

met naam en stempel, nummer van barak,

verzoek om warme kleren. Ach, toen brak

mijn hart natuurlijk niet. Mijn ogen zagen

jou ergens ver, heel ver, aan een rivier

van Babylon de slavenketen dragen.

.

Advertenties

Ik vind geen rust

Sir Thomas Wyatt

.

Sir Thomas Wyatt (1503 – 1542) werd geboren in Kent, Engeland en was dichter maar ook ambassadeur van koning Hendrik VIII in Frankrijk en Italië.  Wyatt speelde het gevaarlijke spel van seks, geld en macht tijdens zijn verblijf in het hof van Hendrik VIII. Hij maakte zijn leven nog gevaarlijker door met de koning te strijden om de hand van Anne Boleyn. Tenslotte hadden de vijanden van Henry de gewoonte om met hun hoofden gescheiden van hun lichaam te eindigen. Wyatt was een hoveling en metgezel van Henry VIII vanaf zijn dertiende. Hij was op 17-jarige leeftijd getrouwd en kort daarna gescheiden. Sommige bronnen zeggen dat hij in 1522 de minnaar van Anne Boleyn was geworden, niet lang voordat ze voor Koning Hendrik koos.

Minstens vier gedichten van Wyatt worden verondersteld te verwijzen naar Anne, inclusief het sonnet ‘Whoso list to hunting’ waarin ze wordt voorgesteld als een hert, bejaagd door vele vrijers maar uitsluitend toebehorend aan Caesar. Wyatt werd in 1526 weggestuurd van het hof naar Frankrijk en in 1527 naar Italië, waar hij werd gevangen genomen door troepen van het Heilige Roomse Rijk. Toen Anne Boleyn uit de gratie viel bij Hendrik in 1536, werd Wyatt gevangengezet in The Tower of London, omdat hij met haar omging en bekeek hij haar executie vanuit zijn cel. In 1539 stond hij aan het hoofd van een complot om de katholieke Reginald Pole te vermoorden door vergiftiging. Tegen 1540 zat hij opnieuw in de gevangenis wegens verraad. Zijn latere minnares zou ook door Hendrik als zijn geliefde zijn genomen.

Zijn werk werd nooit gepubliceerd tijdens zijn leven, maar hij was een van de leidende dichters van de Engelse Renaissance. Tijdens zijn tijd in Italië ontdekte hij de werken van Petrarca en introduceerde hij Italiaanse modellen en poëtische vormen in Engelse verzen, waaronder het sonnet.

I find no peace

.

I find no peace, and all my war is done.
I fear and hope. I burn and freeze like ice.
I fly above the wind, yet can I not arise;
And nought I have, and all the world I season.
That loseth nor locketh holdeth me in prison
And holdeth me not—yet can I scape no wise—
Nor letteth me live nor die at my device,
And yet of death it giveth me occasion.
Without eyen I see, and without tongue I plain.
I desire to perish, and yet I ask health.
I love another, and thus I hate myself.
I feed me in sorrow and laugh in all my pain;
Likewise displeaseth me both life and death,
And my delight is causer of this strife.
.

Gek, slecht en gevaarlijk te kennen

François Villon
.

Dichters zijn over het algemeen gevoelige, etherische wezens, ineffectieve dromers die geobsedeerd zijn door metaforen en het juiste ritme en rijm. Tenminste dat is de romantische kijk die nog steeds een grote groep mensen heeft van dichters.  Over het algemeen zijn ze in ieder geval onschadelijk. Nou, niet altijd. Op  het internet vond ik een lijst met ​​moordenaars, oplichters, harken, een afperser, verschillende revolutionairen, hartenbrekers, duellisten, dronkaards, een opiumduivel, een serieuze excentrieke en zelfs een fascistische dichter. Deze mannen (want het zijn allemaal mannen) zijn gek, slecht en gevaarlijk om te kennen.

François Villon was een moordenaar, dief en een all-round low-life. Hij was ook de beste lyrische dichter in Frankrijk in de 15e eeuw. Geboren in 1431 of 1432, werd hij opgevoed door een professor in kerkelijk recht in Parijs. Nadat hij in 1452 de universiteit verliet, zakte hij snel af door een reeks vechtpartijen, gevangennemingen en ballingschap. Veel van wat we van hem weten komt uit de gegevens van het archief van de gevangenis. In 1455 was Villon betrokken bij een dronkenmans ruzie in Parijs, die eindigde toen hij een priester doodstak. Hij werd uit Parijs verbannen vanwege deze misdaad, maar hij ontving koninklijke gratie. Hij werd opnieuw verbannen in 1456 voor het leiden van een bende rovers die 500 gouden kronen van het College de Navarre stalen. Hij zat zijn gevangenisschap uit in Blois in 1457 en in Moulins in 1461. Villon verschijnt voor het laatst in Parijse verslagen in 1462 voor diefstal. Nadat hij was vrijgelaten, was hij betrokken bij een nieuwe vechtpartij en ter dood veroordeeld, maar in plaats daarvan werd hij verbannen. Na 1463 verdwijnt hij volledig. Ondanks zijn levensstijl was Villon een meester in de ingewikkelde poëtische vormen van de ballade, de rondeau en het chanson. Zijn langere werken raken de kosmologie, satire en religieuze symboliek. Zijn werk staat vol met thema’s van mislukte liefde, melancholie, menselijk leed, verloren tijd en de alomtegenwoordigheid van de dood, met karakters als prinsen en prostituees die vastzitten in Parijse bordelen en drinkgelegenheden. Rimbaud herleefde zijn werk in de 19e eeuw, terwijl Rossetti het in het Engels vertaalde en ons de prachtige zin gaf “Where are the snows of yesteryear?

Van de hand van Francois Villon, in vertaling van Ernst van Altena, het gedicht ‘Ballade des dames du temps jadis’ of in het Nederlands ‘Ballade van de dames uit vroeger tijden’.

.

Ballade van de dames uit vroeger tijden
.

Zeg mij: waar, in welk ver domein
Is Flora, die schoon van gezicht was;
Archipiades, rank en fijn
En Thais, die haar volle nicht was
Nimf Echo die tot zang verplicht was
Als men haar riep langs stroom of meer
En die goddelijk slank en licht was
En waar is de sneeuw van weleer

Heloise, ach waar is zij
Die zo schoon was en veel verstand had
Abelard trok de monnikspij
Voor haar aan, toen men hem ontmand had
En de Vorstin die een galant had
Buridan, die zij zonder meer
In de Seine wierp als een landrat
En waar is de sneeuw van weleer

Vorstin Blanche, die blank als ijs
Met haar stem menig man bekoord heeft;
Berthas, Alice en Beatrijs;
Arembourg voor wie ’t Maine-oord beeft;
En Jeanne die men wreed gesmoord heeft
Ginds in Rouaan, bij ’t Britse heir
Maagd, weet Gij waar elk hunner voortleeft
En waar is de sneeuw van weleer

Oh Prins, verklaar mij waar hun woon is
Want anders zing ik keer op keer
Deze keerzang die droef van toon is
Ach, waar is de sneeuw van weleer

.

Overweeg de hel

Berthold Brecht

.

Op het forum https://bukowskiforum.com kwam ik terecht nadat ik de vraag had gesteld welke dichter te vergelijken was met Charles Bukowski. Het kan heel boeiend zijn om te lezen wat lezers en fans van een bepaalde dichter vinden van andere dichters die, wellicht, vergelijkbaar zijn met hun idool. In dit geval kwam de naam van Paul Celan naar boven. Op zichzelf geen vreemde suggestie maar doorbladerend kwam ineen de naam van Berthold Brecht naar voren, geïllustreerd door het gedicht ‘Contemplating hell’.

Eugen Berthold Friedrich (Bertolt) Brecht (1898 – 1956) was een Duits dichter, (toneel)schrijver, toneelregisseur en literatuurcriticus wiens werk sterk politiek geëngageerd was . Brecht wordt gezien als de grondlegger van het episch theater. Hij werkte veel samen met de componisten Hanns Eisler en Kurt Weill. In 1933 vluchtte Brecht uit Duitsland voor de nazi’s en kwam na omzwervingen in de Verenigde Staten terecht. In de koude oorlog periode werd hij echter vervolgd worden wegens on-Amerikaanse activiteiten (lees communistische of crypto-communistische activiteiten in de McCarthyperiode) , waarna hij vertrok naar Oost-Berlijn.

Uit de periode waarin hij in de Verenigde Staten leefde (in Los Angeles) stamt dit kritische gedicht.

.

Contemplating Hell

Contemplating Hell, as I once heard it,
My brother Shelley found it to be a place
Much like the city of London. I,
Who do not live in London, but in Los Angeles,
Find, contemplating Hell, that it
Must be even more like Los Angeles.

Also in Hell,
I do not doubt it, there exist these opulent gardens
With flowers as large as trees, wilting, of course,
Very quickly, if they are not watered with very expensive water. And fruit markets
With great leaps of fruit, which nonetheless

Possess neither scent nor taste. And endless trains of autos,
Lighter than their own shadows, swifter than
Foolish thoughts, shimmering vehicles, in which
Rosy people, coming from nowhere, go nowhere.
And houses, designed for happiness, standing empty,
Even when inhabited.

Even the houses in Hell are not all ugly.
But concern about being thrown into the street
Consumes the inhabitants of the villas no less
Than the inhabitants of the barracks.

.

100 beste gedichten

Langston Hughes

.

Op de bijzonder informatieve website https://100.best-poems.net staat op de derde plaats van beste gedichten in de Engelse taal een gedicht van een dichter die je misschien niet daar zou verwachten. Ik niet in ieder geval. Het betreft het gedicht ‘Life is fine’ van Langston Hughes. Het gedicht gaat over een man die vrolijk van geest is en het vermogen heeft optimistisch te blijven ook in tijden van tegenslag en persoonlijke wanhoop.  Het is een energiek en muzikaal gedicht en de structuur lijkt op die van een blueslied. Het gedicht heeft zes strofen met een gevarieerd refrein aan het einde van elk couplet. Hughes gebruikt frequente herhalingen om zijn boodschap te benadrukken.

Langston Hughes (1902 – 1967) was een Amerikaans dichter en schrijver van fictie en non-fictie. Hij was een van de voornaamste exponenten van de Harlem Renaissance, een literaire stroming onder zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren 1920. Door middel van zijn gedichten, verhalen en toneelstukken streed Hughes, in een tijd toen dat nog heel ongewoon was, voor Afro-Amerikaanse bewustwording en emancipatie en tegen racisme en discriminatie

.

Life is fine

.

I went down to the river,
I set down on the bank.
I tried to think but couldn’t,
So I jumped in and sank.

I came up once and hollered!
I came up twice and cried!
If that water hadn’t a-been so cold
I might’ve sunk and died.

But it was Cold in that water! It was cold!

I took the elevator
Sixteen floors above the ground.
I thought about my baby
And thought I would jump down.

I stood there and I hollered!
I stood there and I cried!
If it hadn’t a-been so high
I might’ve jumped and died.

But it was High up there! It was high!

So since I’m still here livin’,
I guess I will live on.
I could’ve died for love–
But for livin’ I was born

Though you may hear me holler,
And you may see me cry–
I’ll be dogged, sweet baby,
If you gonna see me die.

Life is fine! Fine as wine! Life is fine!

.

Geteisterd volk

Gedichten uit de oorlogsjaren

.

Degene die de bundel ‘Geteisterd volk’ waarschijnlijk vlak na de oorlog kocht bij boekhandel Broese in Utrecht (aan het telefoonnummer 10540 op de aankoopbon voor 2 gulden 50 is te zien dat het al zo oud is) kreeg daarmee een bijzonder exemplaar in handen. Dit exemplaar (dat ik nu bezit, gekocht bij een kringloopwinkel) is namelijk in 1943 geprint in Zweden bij Kihlström & Setréus Boktryckereri in Stockholm. Opgedragen in eerbied aan onze koningin, geschreven door Cor Bouchette en van tekeningen voorzien door Peter Pen.

Ik heb gezocht naar meer informatie over Cor Bouchette maar heb niet veel kunnen vinden. Cor Bouchette leefde van 1903 tot en met 1985 en hij was de eerste getuige van de aankomst in Zweden van de overlevende vrouwen van de Philipsgroep. De Philipsgroep was een speciale groep gevangenen die produktiewerk verrichte in concentratiekamp Vught voor Philips. Daarmee profiteerde de multinational van dwangarbeid. Maar het bedrijf bood de gevangenen, onder wie veel joden, zo ook bescherming – en dat spaarde uiteindelijk honderden mensenlevens. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd deze groep op transport naar Auschwitz gezet maar een groot deel overleefde de reis en het verblijf in Auschwitz. Na de oorlog werd de groep op transport gezet naar Zweden alwaar Cor Bouchette verslag deed als verslaggever voor het Persafdeeling van het Nederlandsch Gezantschap aldaar.

In de bundel ‘Geteisterd volk’ staan 30 gedichten met titels als ‘Wilhelmina’, Juliana’ (bij de geboorte van prinses Margriet), ‘Studenten’, ‘De nieuwe mei’, De onbekende soldaat deel I, II en III’, ‘Martelaren, en ‘Getuigenis’.

De bundel begint met het titelgedicht uit 1940.

.

Geteisterd volk

.

Geteisterd volk, aan u mijn medelijden

Niet om het kruis in uw vertrapten tuin,

Niet om soldatengraf en stedepuin,

Om weezen, weduwleed en moederlijden.

.

Geen eik verheft in lichte lucht zijn kruin,

Die niet in donkren grond kon wortels spreiden.

De som der tranen is uw volks fortuin.

De nazaat zal uw sterkend leed belijden.

.

Maar wreeder is de teister van uw ziel:

Die als een roover in uw grenzen viel,

Preekt nu uw weerloos volk een valsche leer.

.

Let op uw zaak, o Holland, zie uw nood:

Wie schond uw grond en ’t eigen woord van eer?

De arische germaan, de stamgenoot.

.

 

Directory

Conceptuele poëzie

.

Omdat ik een stuk las over conceptuele kunst en poëzie ging ik op zoek naar vormen van conceptuele poëzie. Op de website https://www.poetryfoundation.org kwam ik een bijzondere vorm tegen van de conceptuele dichter Robert Fitterman (1959).  Fitterman schreef vele boeken over conceptuele poëzie waaronder bundels met intrigerende titels als  ‘No. Wait. Yep. Definitely Still Hate Myself’, ‘Holocaust Museum’ en ‘I Love You Forever, No Matter’.

Het gedicht ‘Directory’  is een doorlopend onderdeel van het epische Metropolis-gedicht van Robert Fitterman, dat het consumentistische stedelijke landschap door middel van de gevonden taal onderzoekt.  Een directory van een niet bij naam genoemd winkelcentrum, aan elkaar gelust met poëtische zorg voor vorm, metrum en geluid. Fitterman’s namenlijst van bedrijven in een winkelcentrum lijkt net zo verdovend, dood en saai te zijn als de winkelcentrum-ervaring zelf, waarbij hij de waarheid uitdrukt in de non-expressiviteit van zijn taalkundige onderwerp.

.

Directory
.

Macy’s                               Hickory Farms

Circuit City                         GNC

Payless ShoeSource                   The Body Shop

Sears                                Eddie Bauer

Kay Jewelers                         Payless ShoeSource

GNC                                  Circuit City

LensCrafters                         Kay Jewelers

Coach                                Gymboree

H&M

RadioShack

Gymboree                             The Body Shop

Hickory Farms

Coach

The Body Shop                        Macy’s

Eddie Bauer                          GNC

Crabtree & Evelyn                    Circuit City

Gymboree                             Sears

Foot Locker

Land’s End

GNC                                  H&M

LensCrafters                         Kay Jewelers

Coach                                Land’s End

Famous Footwear                      LensCrafters

H&M                                  Eddie Bauer

Cinnabon

LensCrafters

Foot Locker                          RadioShack

GNC                                  GNC

Macy’s                               Sears

Crabtree & Evelyn                    Crabtree & Evelyn

H&M

Cinnabon

Kay Jewelers

Lands’s End

.

Anna Blaman

Lonkende leestafel

.

Afgelopen dinsdag was ik met nog 700 collega’s uit het hele land op het Nationale Bibliotheek congres. Ik was daar als geïnterresseerde maar ook als deelnemer aan één van de activiteiten ‘De lonkende leestafel’. De Lonkende Leestafel staat voor gastvrijheid in lezen. De Lonkende Leestafel brengt mensen met hun interesses samen, stimuleert het lezen en ontsluit kennis. Andere deelnemers aan deze activiteit waren bijvoorbeeld schrijver, dichter cen cultureel denker Gino van Weenen en dichter en organisator Meliza de Vries. Het onderwerp van onze bijdrage was Bubbels. Ieder van ons leeft in zijn eigen bubbel en hoe kun je nou op een creatieve manier inhoud geven aan je eigen bubbel of juist ontsnappen aan je bubbel en juist eens iets heel anders doen.

Op dit blog probeer ik altijd zoveel mogelijk buiten mijn eigen bubbel te treden door ook juist dichters en gedichten te delen die ik niet meteen zou lezen of die niet meteen tot mijn favorieten behoren. Juist om te zien wat er nog meer is onder de zon en of ik daar tussen misschien ook hele mooie gedichten of poëzie kan ontdekken. Tijdens onze performance heb ik Dries Roelvink aan Anna Blaman gekoppeld,  twee inwoners van twee verschillende steden (Amsterdam en Rotterdam) uit twee verschillende culturen en tijdsgewrichten.  Om te laten zien dat je, wanneer je buiten je eigen bubbel plaats neemt er soms hele mooie dingen te vinden zijn.

Van Anna Blaman heb ik haar achtergrond belicht en het gedicht ‘Flirtation’ gebruikt en voorgedragen.

Johanna Petronella Vrugt, beter bekend als Anna Blaman (1905-1960) was schrijfster en dichter. Blaman, openlijk lesbiënne, had haar pseudoniem zorgvuldig gekozen (Blaman staat voor Ben Liever Als MAN).  Haar debuut in 1941! De roman ‘Vrouw en vriend’ veroorzaakte nogal wat ophef vanwege de homo-erotische passages.

.

Flirtation

.

De ganse stad zwicht in mijn vuist
en om de hemel niet te schenden
moet ik mij fluist’rend tot u wenden
in woorden honderdvoud gekuist

Wij zweven in de kleurenwand
van berstensmooi zeepbelgedroom
Ik manoeuvreer – en gij laat loom
alle verantwoording aan kant

Wanneer wij op een klip vergaan
zal ik u trouweloos verlaten
Ik kan uw liefde niet bestaan

en derailleer in eigen baan
zodra daar weerkeren de straten,
mijn pauperhart, mijn schoenzoolgaten

.

Het kleine meisje

Nâzım Hikmet

.

In de vuistdikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries staat een enorme schat aan gedichten van vrijwel elke Europese dichter die er toe doet. Vele bekende dichters en een groot aantal ( voor mij) onbekende dichters.

Zo ook de dichter  Nâzım Hikmet Ran (1901 – 1963).  Hikmet was een Turks dichter, toneelschrijver, romanschrijver, regisseur en memoires schrijver. Hij stond vooral bekend om zijn vloeiende lyrische manier van schrijven. Hij werd ook gezien als een romantische communist en romantische revolutionair. Hij werd regelmatig gearresteerd om zijn politieke ideeën en hij zat daardoor een groot deel van zijn volwassen leven in de gevangenis of buiten Turkije als politiek vluchteling. Zijn gedichten werden  in meer dan 50 talen vertaald.

In 1981 verscheen het Masereelfonds in Gent de bundel ‘Turkse gedichten’. Daar komt ook de vertaling vandaan van het gedicht ‘Het kleine meisje’ door Joris Iven en Perihan Eydemir.

.

Het kleine meisje

.

Bij zovelen klopte ik aan,

wie weet, ook bij jou misschien.

Maar doden zijn onzichtbaar,

ik kan me niet laten zien.

.

Het is nu tien jaar geleden

dat ik in Hiroshima stierf.

Ik ben een meisje van zeven,

dode kinderen groeien niet.

.

Eerst vatte mijn haar vuur,

dan verbrandde mijn ogen.

Ik werd een handvol as,

mijn bloed is vervlogen.

.

Ik vraag van jullie niets,

je hoeft niet te boeten.

Een kind dat verbrandde

kan niet eens meer snoepen.

.

Ik klop weer bij jullie aan:

geef me toch je woord van eer.

Laat de kinderen snoepen.

en doodt hen nooit meer, nooit meer.

.

Ik heb Goddank twee goede longen

Gerrit Komrij

.

Schreef ik afgelopen zaterdag nog over Bilderdijks’ hekel aan sigaretten en tabak, vandaag een tegengeluid van Gerrit Komrij. Lezend in zijn bundel ‘Ik heb Goddank twee goede longen’ (fijne titel ook, uit 1978, 2e druk) kwam ik het gedicht ‘Hoog op de gele wagen’ tegen. Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’.  De bundel bestaat uit 6 stukken (of hoofdstukken zo je wil). De titel van het gedicht ontgaat me eerlijk gezegd (tenzij het geel een verwijzing is naar de zwaveldamp om je hoofd) maar dat maakt het gedicht er niet minder fraai op.

Niet alleen als tegenhanger van Bilderdijks’ ‘T nicotiaanse kruid’ maar ook als stille klacht tegen alles en iedereen die zo nodig heel gezond doet of vindt dat ie gezond moet doen.

.

Hoog op de gele wagen

.

Je hebt Goddank twee goede longen, want als je

Rookt dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart

Daarbij, want dans je voor je bed een walsje

Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.

.

Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile

Lucht, en slinks bespoten snijboontjes en sla.

Om het tarweloze kadetje kan je huilen,

En je grijpt zesmaal ‘daags naar de tandpasta.

.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,

Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,

En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp

Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’

.

%d bloggers liken dit: