Categorie archief: Dichtbundels

XTC

Dichter van de maand

.

Vandaag opnieuw een gedicht uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later‘ van de dichter van de maand september Herman Brood. Opnieuw een staaltje absurde humor in het gedicht zonder gedicht over XTC.

.

papa zat in de kelder

de XTC te roeren

vooralsnog geen vooruitgang

mijn moeder werd dan weleens boos

ik werk dag en nacht

en jij doet niks anders als roeren

ik voelde mij verscheurd

tussen 2 partijen

klaar

.

 

Advertenties

Erotisch gedicht

Evy van Eynde

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik een erotisch gedicht plaatste. Nu ben ik met MUG books, mijn poëzie uitgeverij, in het proces van het uitgeven van haar volgende bundel ‘Amour Florale’ een zinnelijke bundel over de heerlijke doch noodlottige liefdesrelatie tussen de dichter en haar plant, de Eve’s Neede of Eve’s pin.

In 17 gedichten vertelt Evy het verhaal van deze charmante plant in gedichten en foto’s en hoe de plant haar onverbloemd het hof maakte.

Opnieuw laat dichter Evy van Eynde zien dat zij een creatieve geest is, een dichter van liefdesverdriet die het amoureuze niet schuwt. Erotiek met een grote E.

Binnenkort zal er meer bekend worden over de presentatie van deze fijne kleine bundel, nu alvast een voorproefje met het gedicht ‘Liefdesreliek’.

.

Liefdesreliek

.

In mijn huis staat een plantje

het richt zijn stevige bast omhoog

kloont zichzelf van gretigheid

naar eigenliefde, Cerberus!

.

Op zijn kopje

een piekjeskapsel, een stralenkrans

Een heiligman met fallusmantel

.

Frans Vogel poëzieprijs

Dominique De Groen

.

In september werd bekend gemaakt dat de Vlaamse dichter en schrijver Dominique De Groen (1991) de Frans Vogel Poëzieprijs heeft gekregen. Haar werk werd gepubliceerd in Deus Ex Machina, Kluger Hans, Gierik & Nieuw Vlaams tijdschrift, op Samplekanon en hard/hoofd. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Shop Girl’ en in 2019 volgde ‘Sticky Drama’.

In haar poëzie spreekt engagement met een wereld die op drift is geraakt en waarin niets ongeschonden blijft. Voor de Optimist schreef ze aan de hand van een regel uit de roman van Hiromi Ito ‘ Wild grass on the Riverbank’ ( even as a corpse her calling was stil to protect children) het gedicht ‘Rites for aan abortive spring’.

.

Rites for an abortive Spring

i.

Ik heb alle dode dieren
ten grave gedragen:

IJsbeer, gevallen engel, uitgemergeld in smeltende toendra
Bij, misleid door bloemen van olie en vlees
Olifant, verminkt door slaapwandelende markten
en oogst van tanden glanzend in de hitte
van een beenharde zon.

Ik heb een massagraf gedolven
in de natte, zwarte aarde
tussen mijn schaamlippen

de gezwollen karkassen verslonden
met pulserende tentakels.


ii.

De begrafenisriten:

mijn naakte, opgevulde lijf
uitstrekken op de heide
onder de wassende maan

met draad van stug, dor gras
de grafkuil dichtnaaien.

In mijn baarmoeder klotsen
de bij voorbaat doodgeborenen
in een danse macabre
van druipende kadavers.

Ik draag wildvreemden op
hun hand op mijn buik te leggen
om de beweging te voelen

walgend deinzen ze terug
van de knekeldans
onder hun vingertoppen.

iii.

Volle maan
en tijd om te baren:

ik rijt de grafkuil open
kots mijn uterus leeg

een grijze processie van ondode dieren
glibbert uit de tombe
hobbelt en hinkelt de nacht in.

Ik baar een kubus
van samengeperste dode dieren

ieder vlak
een massa-extinctie

en blaas het blok nieuw leven in
met rituelen van trieste magie.

Lichamen maken zich uit de kubus los
onsterfelijk en schitterend.

iv.

Een grauw dier
met bleke ogen
en aaneengekoekte vacht

likt stollend bloed en slijm van mijn huid
drukt me tegen haar vochtige, warme buik
tot mijn hart weer klopt, mijn cellen weer pulseren.

Dan verdwijnt ze, het uitdijende bos in.

Zelfs als lijk was haar roeping nog steeds het beschermen van kinderen.

 .

Impasse

M. Nijhoff

.

Nieuwe gedichten kunnen ook uit 1962 komen. Of uit 1934. De bundel ‘Nieuwe gedichten’ werd voor het eerst gepubliceerd in 1934 en mijn exemplaar is uit 1962 (achtste druk) en nog steeds, zelfs na 85 jaar zijn het nog steeds Nieuwe gedichten. Ik maar daar nu een grap over maar voor wie de gedichten van Martinus Nijhoff voor het eerst leest zal zeker de sensatie voelen van nieuwe gedichten. Want ook na al die tijd heeft de poëzie van Nijhoff nog steeds niets aan kracht verloren. Zo blijkt ook uit het sonnet uit deze bundel getiteld ‘Impasse’.

.

Impasse

.

Wij stonden in de keuken, zij en ik.

Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.

Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag

wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,

en de kans hebbend die ik hebben wou

dat zij onvoorbereid antwoorden zou,

vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?

.

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,

haar hullend in een wolk die opwaarts schiet

naar de glycerine door het tuimelraam.

.

Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan

druppelend water op de koffie giet

en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.

.

Bonus Track

Ja, blokfluit

.

Ik kwam het kleine maar o zo fijne bundeltje ‘Ja, blokfluit’ van Merlijn Huntjens tegen in mijn poëziecollectie en ik dacht: Dit bundeltje is alweer uit 2012. Zou er al nieuw werk gebundeld zijn van Merlijn? Een terechte vraag vind ik want zijn poëzie is heerlijk, een beetje vreemd, verrassend en heel eigen. Eerder schreef ik al over dit bundeltje met 10 gedichten en een bonus track. Vandaag koos ik voor de Bonus track: De eenzame spin.

,

Bonus track: De eenzame spin

.

En dit gaat over de druppel,

die aan de bladeren hangt waar

de spin woont die zijn leven opschrijft

langs de bast van de stam van de dunne eik,

en zegt dat hij toch gelooft in zijn dag, en zijn week,

in het leven van de triestige eenzame spin,

en met die gedachte in zijn kop,

en met een draadje aan zijn kont,

daalt hij af tussen het mos en steekt hij een kaarsje

op,

voor alle andere,

eenzame spinnen,

om hem heen.

.

Dat laten we aan de buren over

Herman Brood

BBC

Een dag later dan verwacht, de dichter van de maand september Herman Brood. Vandaag uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ uit 2002 het titelloze gedicht over de thuis situatie van de heer Brood.

 

Mijn blanke dochter (16)

vindt naast een blanke jongen lopen

zeer gênant

evenals op de fiets

naar school gaan

ontroerd juich ik dit toe

het hele gebeuren

behoedt ons huis

voor instorten

dat laten we aan de buren over

 

 

Gedicht voor platenspelers

John Wieners

.

Dichter John Wieners (1934 – 2002) werd geboren in Boston en was Beat-dichter en lid van de San Francisco Renaissance. Wieners was ook een anti-oorlogs- en homorechtenactivist. Zijn poëzie combineert openhartige verhalen van seksuele en drugsgerelateerde experimenten met door jazz beïnvloede improvisatie en plaatst beide in een lyrische structuur.In een interview met zijn redacteur zei  Wieners over zijn werk: “Ik probeer het meest gênante wat ik kan bedenken te schrijven.” Uit zijn bundel ‘Selected Poems 1958 – 1984’ uit 1986 het gedicht ‘A Poem for Record Players’.

.

A Poem for Record Players

.

The scene changes
Five hours later and
I come into a room
where a clock ticks.
I find a pillow to
muffle the sounds I make.
I am engaged in taking away
from God his sound.
The pigeons somewhere
above me, the cough
a man makes down the hall,
the flap of wings
below me, the squeak
of sparrows in the alley.
The scratches I itch
on my scalp, the landing
of birds under the bay
window out my window.
All dull details
I can only describe to you,
but which are here and
I hear and shall never
give up again, shall carry
with me over the streets
of this seacoast city,
forever; oh clack your
metal wings, god, you are
mine now in the morning.
I have you by the ears
in the exhaust pipes of
a thousand cars gunning
their motors turning over
all over town.
 .

Of je worst lust?

Panklaar

.

In de bundel ‘Panklaar’ Stadsgedichten over Oss, hebben stadsdichters Kitty Schaap en Jan van den Boom in samenwerking met de gepensioneerdenvereniging UVG-N en de Stichting Poëzie Podium Oss in 58 gedichten bij evenzoveel onderwerpen uit Oss ( straten, personen, de paardenmarkt, de worstfabrieken van Unox, Hartog en Zwanenberg) een fraaie bundel afgeleverd.

Met een financiële bijdrage van de voormalige Unilever Vleesgroep is deze bundel uit 2018 in een oplage van maar liefst 1500 stuks gedrukt. Alle leden van de gepensioneerdenvereniging kregen een exemplaar maar ook voor de inwoners van Oss en liefhebbers van poëzie van buiten Oss is dit een fijne bundel om te lezen.

Aan alles is te zien dat men met deze bundel een ode aan Oss wilde brengen. Een kwalitatief zeer fraai vormgegeven bundel met harde kaft en en een mooie zware papiersoort, mooie vormgeving en voorzien van vele oude foto’s van het Brabantse stadje. Veel gedichten gaan over de vleesverwerkende industrie, de worstfabrieken of de worst zelf. Ook het gedicht ‘We are food’ van Kitty Schaap gaat hierover maar dan vanuit een bijzondere begintoestand.

.

We are food

.

Dit vlezig bouwpakket bevat alles

om een varken in elkaar te zetten.

Begin met de poten, zet ribben aan elkaar

op volgorde van grootte volgens schema,

breng het buikspek aan en schuif voorzichtig

de karbonades op hun plaats. Verwar haas

niet met schouder. Bevestig de al dan niet gekrulde

staart op de bestemde plek bij de hammen

en vergeet de darmen niet. Plaats tenslotte

de kop met de wroetneus naar voren en fixeer

de oren aan weerskanten. Monteer de kleine

blauwe oogjes en lijm met de bijgevoegde tube

de borstelige haren uit het zakje op de rug en het lijf.

Daar staat uw eerste zelfgebouwde scharrelzeug.

.

 

Terug naar de natuur

Rutger Kopland

.

In Gent in België, kocht ik de bundel ‘Gedichten 68’ Een keuze uit de tijdschriften, een uitgave van het Davidfonds in Leuven. De bundel werd samengesteld door Jos de Haes en Hubert van Herreweghen. In deze bundel uit 1969 staat bij de Bio- en Bibliografische gegevens onder Rutger Kopland (1934) dat dit gedicht komt uit Tirade, dat Kopland een pseudoniem is voor R.H. van den Hoofdakker, dat hij medicus is en twee dichtbundels heeft gepubliceerd te weten ‘Onder het vee’ en ‘Het orgeltje van yesterday’, alsof de tijd even bevroren is in 1968.

.

Terug naar de natuur

,

Er was een man, ik zeg niet
wie hij was, die hield van de natuur

althans dat dacht hij, want hij had
gehoord dat daar zoveel te vinden was,

de stilte, de vrijheid, blijheid en jezelf en zo.
Genoeg in elk geval om daar

eens heen te gaan.
Hij ging en kwam behouden aan.

En toen hij zijn boterhammen op had?

Stilte. Wie stilte wil beschrijven moet zijn mond maar houden.
Wie niets hoort luistert niet en heeft niets te vertellen.

Vrijheid. Het zou een hele leuke boel
worden als de vrijheid een beetje
doorzette, ja jezelf zijn, eindelijk
zou niemand ons begrijpen. Maar wij
begrijpen elkaar helaas uitstekend.
Ook in de meest luxueuze bittertaal
van dichters spreekt alles vanzelf.

Blijheid. De blijheid waar wij naar verlangen
is er gelukkig niet.
We zouden dodelijk getroffen worden
door een herfstblad, tegen de aarde gesmakt
door de wiekslag van een duif, verbrand door de zon.
Wie niet sterk is moet bedroefd zijn.

Nee, toen hij zijn boterhammen op had
hoorde hij de regen die zijn hele leven door
gevallen was,
rook hij het gras waar hij zijn hele leven koekhappend en
zaklopend doorheen gestrompeld was
onder het gelach van grote mensen,
hoorde de regen en de stem van moeder uil
die in de olmen huilde en riep om hem.

.

Zuidelijke gastvrouw

Maria van der Steen

.

In 1987 publiceerde uitgeverij Meulenhoff de lijvige bundel ‘De spiegel van de Nederlandse poëzie’ Dichters van de twintigste eeuw (5e herziene editie), samengesteld door Hans Warren. Het aardige van verzamelbundels uit een bepaalde tijd (in dit geval de jaren 80 van de vorige eeuw, wat de titel gelijk al een vreemde bijsmaak geeft, er waren nog 13 jaar te gaan in de twintigste eeuw toen deze bundel uit kwam) is dat er dichters in zijn vertegenwoordigd waar je veel later (in dit geval ruim 30 jaar later) nooit meer iets van hoort. Samen met dichters die nu nog steeds worden gelezen vormen zij een mooi palet van de dichterscultuur in een bepaalde periode.

Lezend in deze bundel kwam ik de dichter Maria van der Steen tegen met een aantal gedichten. Maria van der Steen is het pseudoniem van Annie Pepers (1906 – 1987).  Zij debuteerde (na eerder verschillende prozawerken te hebben geschreven) in 1970 met de poëziebundel ‘Sintels rapen’ waarna nog 10 dichtbundels en een bloemlezing zouden volgen. In haar eerste dichtbundels beschrijft Maria van der Steen eenvoudige, alledaagse toestanden, waarmee zij thematisch bij haar proza aanleunt (armoede en onmenselijkheid). Later zou zij meer feministische poëzie gaan schrijven.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Zuidelijke gastvrouw’ dat eerder verscheen in de bundel ‘Laat maar’ uit 1971.

.

Zuidelijke gastvrouw

.

zij snijdt nog brood

op de ouderwetse manier

.

zij neemt het bijna als een baby in haar armen

-zij moet een warm hart hebben- denk ik

een rilling van bijna betrapte herkenning

gaat door mij heen

.

ik word weer klein

en sta aan tafel

.

met de punt van het mes

maakt zij een kruis

van korst tot korst

.

het lemmer klieft

het grijs van golgotha

zij schijnt het niet te merken

.

ik bespied haar feller

het brood, een donkere homp nu

draait zich tussen haar borsten rond

en om haar warme wijze mond beeft

een nauw aanvaarde glimlach

als zij zegt

terwijl zij de sneden

behoedzaam op de broodschaal legt:

.

wat zijn de jaren snel gegaan

ik had je bijna niet herkend

nu ik het kind en jij de moeder bent

.

%d bloggers liken dit: