Categorie archief: Dichtbundels

(bijna) vergeten dichters

S.W. Schortinghuis

.

Een enkele keer kom ik in een kringloopwinkel of op een rommelmarkt een dichtbundel tegen waar ik, puur en alleen om de kaft, al blij van word. De bundel ‘Gedichten’ van S.W. Schortinghuis is zo’n bundel. Een ouderwets, bijna schoolschriftachtige omslag, in een soort bruin nep-leer maar gewoon van papier.

En als je dan de bundel opent begint deze met een inleiding in de vorm van een gedicht. Uit dit gedicht kun je opmaken dat de dichter Schortinghuis (1840 – 1931) vijfentachtig jaar was toen deze bundel verscheen in Winschoten in 1925.

Sijze Wilto Schortinghuis, zoals zijn volledige naam luidt, was ambtenaar, politicus, bankier, dichter en ook burgemeester van Finsterwolde (1871). Hij publiceerde in lokale kranten gelegenheidsverzen, die dus in deze bundel staan.

Omdat het zo’n charmant gedicht is hier de inleiding van de bundel.

.

INLEIDING

.

In de plaatselijke bladen
Schreef ik in den laatsten tijd
Zeer eenvoudige gedichten,
Waaraan d’ aandacht werd gewijd.
‘k Mocht dit menigwerf ervaren,
Mondeling en ook per brief;
En, — ik wil het graag bekennen,
Die waardeering was mij lief.

Toen ‘k onlangs in Februari
’t Vijf-en-tachtigst jaar besloot,
En van velerhande zijde
Warme sympathie genoot,
Maakte men, zooals reeds vaker,
Zijne wenschen openbaar
Om die verzen uit te geven
In één bundel bij elkâar.

Menig had, — zoo werd gesproken, —
Uit mijn woorden troost vergaard,
En het uitzicht op de toekomst
Werd bij ’t voortgaan opgeklaard. —
Ik, die in mijn lange leven
Menig leed te dragen had,
Voel mij dankbaar, dat ik and’ren
Troost mocht brengen op hun pad.

Allen, die dit zullen lezen,
Breng ik mijnen blijden groet!
‘k Wensch hen, op de reis door ’t leven,
Levenslust en levensmoed,
’t Staat maar vast, dat elk, die handelt
Naar zijn’ duren, heil’gen plicht,
In zijn’ blijde en droeve dagen
Wandelt in vertroostend licht.

.

Advertenties

De domoorworm

De muze op school

.

Met de aankoop van de bundel ‘De muze op school’ is mijn serie van muze bundels weer een stukje verder aangevuld (er zijn in totaal 16 edities van de muze serie uitgegeven). ‘De muze op school’, een bloemlezing van gedichten betrekking hebbend op de school en dus het leven werd samengesteld door W. van Beusekom en uitgegeven door de vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels collectieve propaganda van het Nederlandse boek (of zoals wij vroeger op de opleiding zeiden; de vereniging met de lange naam).

Deze bundel werd uitgegeven in het kader van de boekenweek 1961. De illustraties in de bundel zijn van Peter van Straaten, herkenbaar maar anders dan de Peter van Straaten zoals ik hem van de laatste 10, 20 jaar ken.

De poëzie in de bundel is zoals vaker bij dit soort samengestelde bundel een mix van heel bekende en vrij onbekende dichters. Zo vlak voor de uitreiking van de C. Buddingh’ prijs heb ik voor een gedicht van zijn hand gekozen met de aanstekelijke titel ‘Domoorworm’.

.

Domoorworm

.

De domoorworm vraagt zich af

Waarom God hem geen hersens gaf.

 

Mijn vader heeft oprecht geleefd,

En steeds het goede nagestreefd,

 

En ook mijn moeder deed haar best,

En heeft geflikflooid noch geflest,

 

Denkt hij verdrietig – O, waarom

Blijf ik dan toch zo oliedom?

 

Waarom de blauwbilgorgel niet,

De blobber, of de slurfparkiet?

 

Waarom juist ik, een arme worm?

Ben ik er dan maar voor de vorm?

 

Doch niemand die het antwoord weet

En hem komt troosten in zijn leed.

.

Als kind moest ik een walvis eten

Wiel Kusters

.

Pasgeleden liep ik lang de universiteitsbibliotheek in Maastricht en ik werd daar gewezen op een gedicht van Wiel Kusters dat daar op een zijmuur was aangebracht. Naast het fietsenhok zodat alle studenten het regelmatig tegen komen. Ik heb gelijk even gecheckt of het al op https://straatpoezie.nl stond en dat was al het geval (wat ik al dacht maar je weet het nooit zeker).

Wiel Kusters (1947) is dichter en was hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Maastricht. Kusters is naast dichter ook schrijver van proza, brieven, theaterstukken, kinderboeken en hij heeft verschillende vertalingen op zijn naam staan. Naast landelijke bekendheid als dichter was en is hij vooral actief in Limburg onder meer als  voorzitter van de Zuidelijke Afdeling van het letterkundig-historisch genootschap de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

De foto is van de muur bij de universiteitsbibliotheek, het gedicht komt uit de bundel ‘Als kind moest ik een walvis eten’ uit 2002.

.

Dubbelganger

.

Het is zomer en ik lig
met andere jongens in het gras
op mijn buik zodat ik ruik
hoe vroeger alles anders was
of moet ik zeggen dat ik rook
hoe later alles eender wordt?

er is een meisje bij dat zit
met bruine benen in het gras
zij lacht beweegt zodat iets wits
soms even zichtbaar wordt
of moet ik zeggen dat het zwart
voor ogen mijn verlangen was?

het gras staat vol met klavertjes
het gras ruikt naar geluk
zolang het niet gemaaid was
want dan rook het naar geruk
of moet ik zeggen dat de geur
weemoedig en opstandig is?

ik was er nu ik ben er toen
er is geen prikkeldraad geen heg
een open veldje veertien jaar
het gras staat hoog je ziet me niet
of moet ik zeggen dat ik lieg
dat ik me met mezelf bedrieg?

.

Bezwering

Kira Wuck

.

De poëziebundel ‘De zee heeft honger’ is de derde uitgave en tweede gedichtenbundel van Kira Wuck. Haar debuut ‘Finse meisjes’ uit 2012 werd zeer goed ontvangen. In dat jaar werd ze Nederlands kampioenschap poetryslam, en in 2013 kreeg ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’prijs. In de bundel ‘ De zee heeft honger’ uit 2017 komt de melancholische en verwonderde kijk op de wereld van Wuck terug. Dit in combinatie met de soms absurde situaties maken de bundel bijzonder.

In de gedichten is het alsof je in een situatie binnenvalt, je krijgt een stuk informatie en daar moet je het mee doen. Er worden weinig of geen emoties beschreven waardoor de bundel wat afstandelijk aandoet. Hoewel dit een objectieve kijk op de dingen kan suggereren is het tegendeel waar, door de keuze van de informatie die in een gedicht wordt meegegeven ontkom je er niet aan om in de denkwijze van de dichter mee te gaan en die is vaak negatief of heeft een heel veroordelende strekking. Toch blijven de gedichten van Wuck aantrekkelijk, misschien juist wel door deze aanpak. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Bezwering’.

.

Bezwering

.

Als de stewardess zegt dat we eerst onszelf
voordat we anderen
lacht een man, zijn ruwe huid barst open
in een oogwenk trekt hij een mes uit zijn laars
drukt het tegen de wang van zijn buurman
in zijn koffer:
ongelezen brieven, een pil tegen eenzaamheid
en een gebed tegen angst
het gaat zelden mis, zegt de stewardess
dus vergeet wat ik net gezegd heb.
voedende moeders dragen geen bomgordel
de bomen zwaaien van welke kant je ook komt

.

Tot tien geteld

Alja Spaan

.

Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand Alja Spaan. Dit keer een gedicht uit haar mooie bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’. Op 11 februari 2017 schreef ik over deze bundel: Alja neemt je mee een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen.

Dit blijkt ook weer uit het gedicht ‘Tot tien geteld’.een intiem portret van een dorp, een meisje en wat verdwaalde personages.

.

Tot tien geteld

.

Geluiden van twee kanten tunnelen mij

het dorp uit, zwetende

.

buurmannen met ontbloot bovenlijf en

kalende kruin, gympen met

.

losse veters en wijde sportbroeken. Van

bovenaf kakelend met

,

het helpend familielid, de vrouw die niet

beter weet, het plan van aanpak

.

volgend met een hopeloze bereidwilligheid,

de oude vader die onnozel nog wat

.

handen in de zij zet. Ik steek middelvingers

hoog. Lopend kom ik tot

.

de kerk. Ik post een brief. Ik lees dat er

een kat vermist is sinds vorige week.

.

Haar foto hangt in het bushokje. Met veters

los kun je zomaar verongelukken.

.

Uit mijn boekenkast

De 100 beste gedichten van 2014

.

Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Ahmed Aboutaleb voor de VSB poëzieprijs 2014 genomen. Bladerend door deze bundel kwam ik een voor mij nog onbekende dichter tegen Maria de Groot.

Ze staat met 1 gedicht vermeld  in de bundel en dat is getiteld ‘Adagio’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Venetiaanse gedichten’ uit 2012.

.

Adagio

.

Ik woonde op de brug van de frambozen
en mocht daar in de nacht de sterren tellen.
Ik kon hun aantal in het water lezen.

Zij hadden mij voor deze taak gekozen
omdat ik verder durfde overhellen
dan zij die als de dood de diepte vrezen.

Soms wist ik niet meer waar ik was gebleven,
begon mijn arbeid, met geduld bemeten,
opnieuw te midden van de glinsteringen.

Ik ben alleen. Ik lijd een dubbel leven.
Ik kan bij dag de vruchten niet vergeten
die in de duisternis te rijpen hingen.

.

Geheim agent

Tonnus Oosterhoff

.

De dichter, schrijver Tonnus Oosterhoff (1953) debuteerde in 1990 met de bundel ‘Boerentijger’. Inmiddels is hij vele bundels en verschillende belangrijke literaire prijzen verder. Zo ontving hij o.a. de Multatuliprijs, de Jan Campertprijs, de VSB Poëzieprijs en de P.C. Hooft prijs voor zijn hele oeuvre. In zijn debuutbundel las ik het gedicht ‘Geheim agent’ en daaruit blijkt de onderkoelde humor die hem zo kenmerkt.

.

Geheim agent

.

 

Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht.

De rust waarmee hij alles met me deed
om me tot een bekentenis te dwingen.
Stroomstoot, ijslikeur, bamboe, valse hoop:
hij was een meester in het derdegraads verhoor.

Toen ik vertrok had ik gezworen wat hij wou.
Ik had gemoord, verraden en gelogen,
en meer getierd dan hij ooit had gehoord
en toegegeven: deze ontmoeting vond nooit plaats.

.

Het klein heelal

April op de Veluwe

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het klein heelal’ uit 1970. Een bundel moderne gedichten voor het voortgezet onderwijs, samengesteld door H. Doedens en P. Maassen. De titel komt uit een gedicht van H.W.J.M. Keuls. De samenstellers hebben zich bij hun keuze laten leiden door de liefde voor de eigentijdse letteren. Zij wagen het, zo stellen ze, een bloemlezing van merendeels nog levende dichters samen te stellen want, de jeugd herkent zich het best in de uitingen van tijdgenoten. Je vraagt je af hoe zo’n bundel er heden ten dage uit zou zien.

In een aantal hoofdstukken met titels als Fantasieën, Bloemen en dieren, Het Vaderland, Het leven van alledag, De dood, De seizoenen, De religie en Epische gedichten staan de bijna 200 gedichten gerangschikt. Gedichten van bekende namen maar ook van minder bekende namen als Edmond de Clerq, Alette Beaujon, W.S. Noordhout en Willem Enzink.

Ik koos voor een, mij onbekende, dichter namelijk Jo Landheer met het gedicht ‘April op de Veluwe’.

.

April op de Veluwe

.

In andre streken is ’t nu volop voorjaar.

Daar staan nu al veel bomen in een zacht,

Pril waas van groen en gaat jong gras ontspruiten.

Verblindend trilt er de ijle bloesempracht.

.

Hier blijft het donker op de stille heide,

Die nog van winterkoude lijkt verstard.

Vaal en verlaten liggen de stuifzanden

En al het loofhout ziet nog kaal en zwart.

Maar meer dan naar het liefelijkste op aarde

Trekt naar dit stugge land mijn hele hart.

.

Lijsterbessen

Over de dichtkunst

.

Over poëzie en de dichtkunst zijn vele gedichten geschreven, er zijn zelfs bloemlezingen over verschenen. Ook ik heb er enkele gedichten over geschreven. In de bundel ‘Herinneringen aan het onbekende’ een keuze uit eigen werk van Rutger Kopland uit 1966 staat het prachtige korte gedicht ‘Lijsterbessen’ met precies dit als thema.

.

Erger Lijsterbessen

.

De dichtkunst beoefenen is

met de grootst mogelijke zorgvuldigheid

constateren dat bijvoorbeeld

in de vroege morgen

de lijsterbessen duizenden tranen dragen

als een tekening uit de kindertijd

zo rood en zo veel.

.

Bodemschatting

Avier

.

De Stichting Literaire Activiteiten Avier is een kleinschalige onafhankelijke stichting die tot doel heeft poëzie ‘laagdrempelig’ aan te bieden en zowel bekend als onbekend talent naast elkaar te laten publiceren. Ik ken de stichting al vanaf de oprichting. In het eerste jaar mocht ik ( op 4 juni) een gedicht van de week verzorgen, dat was het gedicht ‘Kerfstok’.

Op de site (www.slaavier.nl) staan heel veel gedichten en informatie te lezen. Ook verzorgt de stichting vier keer per jaar een presentatie. Tijdens deze presentaties wordt het Onafhankelijk Literair Vlugschrift Avier verspreid met daarin werk van de deelnemende dichters.

In deel 3 van 2014, dat ik recent kocht, staat het volgende gedicht van Bart FM Droog te lezen.

.

Bodemschatting

.

Wie de aarde op waarde schat

weet dat wat gewonnen wordt

ergens ook verloren gaat, geen

.

stof kan gedolven zonder golven

de grond zal splijten de geesten

verblind door blinkend goud

.

drijven boren dieper en dieper

pompen bodem tot giga gaping

zo verbouwen we huizen tot gruis.

.

%d bloggers liken dit: