Categorie archief: Bibliotheken

Waarom ben je niet bij mij

Kira Wuck

.

In de verzamelbundel ‘Waarom ben je niet bij mij’ die Arie Boomsma samenstelde in 2013 (met behulp van de bibliotheken van Thomas Möhlman, F. Starik en Tsead Bruinja, leuk om te lezen waar Arie Boomsma gedichten heeft zitten lezen voor deze bundel) staan liefdesgedichten. Na de bundel ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ uit 2011 dus een vervolg. De aandacht die aan deze uitgaven besteed werd, en schaar hieronder ook de twee delen ‘Gedichten die mannen/vrouwen aan het huilen maken’ en ‘Ik weet niet welke weg je neemt’, en de kwaliteit zijn uitstekend. Uitgeverij Prometheus heeft hiermee iets moois te pakken.

In deze uitgave dus liefdespoëzie. En zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, schrijf ik niet alleen graag liefdespoëzie maar heb ik ook een zwak voor liefdespoëzie. In de bundel zijn de dichters alfabetisch op achternaam gerangschikt waardoor het eenvoudig zoeken is waar het gedicht of de dichter van je keus zich in de bundel bevindt. Van de oudste dichters (Willem Kloos en Jacques Perk, beide met geboortejaar 1859, tot de jongste dichter Y.M. Dangre, geboortejaar 1988), vrijwel alle grote en bekende namen die liefdespoëzie hebben geschreven zijn vertegenwoordigd.

Zo ook de dichter Kira Wuck (1978) die ik uit deze verzamelbundel koos omdat de titel van haar gedicht me zo aansprak ‘Liefdesbrief. Een manier van communiceren (de brief en dan nog specifieker de liefdesbrief) die lijkt te verdwijnen. En voor een liefhebber en beoefenaar zoals ik, is dat toch heel jammer. Wanneer je het boek ‘Ik moet aldoor aan je denken’ Ontroerende liefdesbrieven uit 1993, dan is het zo goed voor te stellen hoe het moet zijn om een liefdesbrief te krijgen en ook hoe het is om een liefdesbrief te schrijven.

.

Liefdesbrief

.

Ik likte borden schoon

en keek hoe regen verdriet uit de lucht trok

.

Iemand vroeg of hij tien baarzen in mijn koelkast kon huizen

sindsdien ruikt het hier naar vis

water drupte van zijn kin

.

Ik vroeg of hij zich over de afwas kon ontfermen

en zei dat ik soms krullen had en soms een brandweervrouw was

dan zwaaide ik vanaf de wagen, zelfs al brandden er huizen plat

.

’s nachts fietste ik zonder licht

maar ik kan alles op gevoel

de meest vreemde dingen

Toen ik iemand zag die heel erg op jou leek

wou ik mijn mond op de zijne drukken

daarna zijn hart uit zijn borstkas snijden

en in een vissenkom doen

.

Gedicht I en II

Jana Beranová

.

Zoals aangekondigd deze week vooral tips en aanmoedigingen om de tijd zinvol door te komen met lezen. Nu de bibliotheken nog gesloten zijn, veel (grote) boekhandels gesloten zijn (maar wel gewoon on-line hun boeken verkopen, dus verkies de boekhandel boven de grote digitale ‘Kooppaleizen’, dan blijven ze ook na de crisis nog bestaan) is er nog een manier om aan boeken te komen. Naast de kringloopwinkel (maar die zijn bijna allemaal ook gesloten) zijn er de minibiebjes (feitelijk boekenkastjes in de buitenruimte waar mensen hun boeken die ze kwijt willen kunnen neerleggen) en de kasten met boeken in de supermarkten van o.a. Albert Heijn. Maar voor de Rotterdammers is er nog een mogelijkheid om gratis boeken te zoeken en te vinden (en te doneren) en wel bij Book Central in de centrale hal (Hal A) van het Groot Handelsgebouw. Book Central is 7 dagen per week geopend van 07.00 tot 20.00 uur op Stationsplein 45 naast het Centraal Station.

Dat is ook de plek waar ik ‘Geen hemel zo hoog’ van Jana Beranová (1932) vond. Deze bundel uit 1983 was, na enkele bibliofiele uitgaven, haar eerste grote dichtbundel, die toen al een paar jaar in voorbereiding was. In de bundel staan ‘Gedicht I’en ‘Gedicht II’. Twee gedichten waar voor mij leven en hoop uit spreken.

.

Gedicht I

.

De winterzon droogt regentranen

op mijn ramen. Onder de witte vlakte

van mijn bureau sluimeren verzen.

.

Ik ben het rustige stekje.

Ik wacht op een gedicht.

Ik wacht als een visser of ze bijten.

Ik ben het aas.

.

Gedicht II

.

De zon veegt de slaap uit mijn ogen.

Met klappen van de zweep start ik de

schrijfmachien. De letters rennen

uit de schaduw naar buiten.

.

Ik loop de straat op, de pleinen over.

Ik hoor mijn gedichten met kloppend hart.

Ik hoor mijn gedichten tegemoet.

Ik loop mijn gedichten.

.

Ons te vroeg ontvallen 4

Derrel Niemeijer

.

De laatste dichter waar ik bij stil wil staan door een te vroeg overlijden is, de in grote kring, legendarische Derrel Niemeijer (1977 – 2016). Op 13 oktober 2016 overleed Derrel  aan de gevolgen van slokdarmkanker. In het bericht dat ik daags na zijn overlijden schreef op dit blog https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/14/derrel-niemeijer/ noem ik Derrel een bron van verbazing, vermaak, ontroering, blijheid en verrassing. En daarnaast kon het ook een ongelofelijke rebel en dwarsdenker zijn. Zaken die ik stiekem juist heel erg in hem bewonderde. Derrel was autonoom en authentiek als dichter en als mens.

Ik weet niet precies wanneer ik Derrel voor het eerst zag, ik vermoed op een podium van Ongehoord! in Rotterdam. In het begin kwam hij altijd wat stilletjes binnen en zat dan ergens achterin met zijn altijd aanwezige opschrijfboekje, een blocnote of gewoon een stapeltje papier waarop hij zijn poëzie schreef. Gedichten die hij dan meestal ter plekken ook voordroeg. In het begin ook moest ik wat wennen aan zijn ongepolijste manier, zijn afraffelende voordrachten en zijn ‘stage presence’  maar al gauw leerde ik de mens achter de dichter kennen en bleek hij een allervriendelijkste en wellevende jongeman te zijn.

Ik herinner me een mini festival het B@M Fest, in een soort kraakpand in Eindhoven in Woensel Noord waar dichters en muzikanten bij elkaar kwamen. Derrel organiseerde dit met zijn toenmalige vriendin Nancy Meelens en zij, samen met Menno Olde Riekerink Smit redde dit festival want Derrel was ’s morgens om 10 uur al te dronken om nog maar iets te regelen. En ook dit vergaf iedereen hem, Derrel was soms een losse flodder, een ongericht projectiel maar altijd serieus wat betreft zijn poëzie.

Tijdens Route du Nord in Rotterdam trok ik de dag met hem op, kletsend, schrijvend en voordragend in een leegstaand gebouw en vanaf dat moment wist ik dat Derrel deugde. Zijn deelname aan de eerste toer van de Poëziebus, zijn betrokkenheid bij het dichtpodium in Eindhoven in de Gouden Bal, zijn medewerking en inzet bij Po-e-zine (toen nog volledig digitaal en tegenwoordig nog steeds actief maar in een fysieke vorm) en de bedenker en oprichter van uitgeverij MeerPeper (waar hij Burroughs ‘Life is a killer’ complete Poetry’ uitgeeft), het getuigde van zijn grote passie en gevoel voor poëzie en haar beoefenaars.

Na ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!” dat in 2013 in eigen beheer werd uitgegeven door Derrel, kwam in 2014 de solobundel ‘Hoop, geloof en liefde’ en in 2015 de bundel ‘Dubbeldichters’ bij uitgeverij Heimdall uit van Derrel samen met Mattie Goedegebuur. Na hun eerste ontmoetingen gaan deze twee dichters in 2014 een poëtische strijd aan via e-mail. Derrel (in de meeste gevallen) stuurde Mattie een uitdagend gedicht toe waarop de ander dan reageerde met een gedicht.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Ontkleed’ van Derrel en voor de volledigheid ook het tegen-gedicht ‘Bloot’ van Mattie.

.

Ontkleed

.

Hij kleedt zich uit.

Maar is dan nog

niet naakt genoeg.

.

Bedekt zijn lichaam

met persoonlijke poëzie.

.

Volledige openheid

ook al staat

het meeste

geschreven in

de witregels

en ertussen.

.

Zelfvernietigend gedrag

carving, automutilatie,

drugmisbruik

ze kunnen er beter

over ‘lezen’

dan het zien aan hem.

.

De woorden geklad op papier

worden

van hem afgetrokken.

.

Bloot

.

soms is een poëet

te openen

en leesbaar

.

letters in zijn huid

preuts bedacht

tot dek

.

zonnebrand

verbleekt het blank

tot onleesbaarheid

.

ongezien

kerft eigen schrift

trefzeker

.

woordeloos

tonen piercings

ruige historie

.

wauwelwoorden

verbergen dichters’

spiegelbeeld

.

ongelofelijk gefileerd

tot op het bot

dichter genaaid

.

 

 

 

Ons te vroeg ontvallen 3

Rieneke Grobben-Minderman

.

Op 23 maart 2018 overleed de, altijd in het roze geklede, dichter en fantastisch mens Rieneke Grobben-Minderman op 73 jarige leeftijd. Ze was, zo lang ik me kan herinneren, een vaste gast op de podia van Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam, op het podium in de Jacobustuin en bij de uitreiking van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijdprijs. Elk podium kwam ze op met haar roze koffertje, zette haar bril van haar voorhoofd op haar neus en haalde haar gedichten op de rol (haar gedicht aan de meter) tevoorschijn en al afrollend las ze haar ongeëvenaarde poëzie voor. Gedichten als ‘Check in Check out’, ‘Op z’n Jan Boerenfluitjes’, ‘Crime passionel’ en natuurlijk ‘Rotterdam an du meter du stad van’ waar ik nooit genoeg van kreeg. Hoe vaak ze ze ook voorlas, elke keer was het weer genieten.

Rieneke was ook altijd bereid om te verschijnen op een podium als je haar vroeg (en als ze de tijd had). Haar aanwezigheid en voordrachten mis ik (en velen met mij) nog steeds. Joop van der Hor stelde samen met Rieneke en nog een aantal mensen en instanties de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samen waarin haar Rotterdamse gedichten en verhalen (en veel foto’s van optredens, krantenknipsels en persoonlijke foto’s) zijn opgenomen. Op die manier is haar werk bewaard gebleven voor alle liefhebbers en bewonderaars en dat waren er velen. Op 23 maart 2018 overleed Rieneke en op 15 april 2018 werd ze herdacht met de onthulling van de eindpassage van haar gedicht ‘Rotterdam aan de meter’dat als gevelgedicht werd uitgevoerd aan de Bas Jungeriusstraat in Rotterdam https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/14/rieneke-grobben-minderman/

Ik wil hier graag een gedicht van Rieneke delen wat voor mij vrij onbekend was maar waaruit de heerlijke nuchterheid van Rieneke spreekt en in de bundel is opgenomen getiteld ‘Op de bank bij…’.

.

Op de bank bij…

.

De krassen op mijn ziel

zij worden minder.

De littekens

verbleken.

De schaafwond,

een korstje erop.

De brandwond

genezen.

De gebroken botten

geheeld.

De ravage in mijn hoofd

gerangschikt.

De tranen

gedroogd.

Zo lag ik op de bank,

als een watje

én

de psychiater zei:

” ’t Komt wel in orde schatje.”

.

 

Ons te vroeg ontvallen 2

Hrvoje ‘Pero’ Senda (1945 – 2013)

.

In 1993 vluchtte Hrvoje Senda (Pero) vanuit Gornji Vakuf in centraal Bosnië weg voor de oorlog. Pero een Kroatische Bosniër was zijn leven en dat van zijn gezin niet zeker en vluchtte naar Nederland waar hij in Maassluis kwam te wonen. In Bosnië studeerde hij Zuid-Slavische taal en literatuur aan de filosofische universiteit in Sarajevo. Door de oorlog zijn veel van zijn manuscripten (als professor) verloren gegaan.  In Nederland pakte hij een ander literair genre op namelijk de poëzie. In 1997 was hij één van de winnaars van de Dunya Poëzieprijzen met zijn gedicht ‘De vrouw’.

Naar aanleiding van deze prijs en het geldbedrag dat hij hiervoor kreeg, besloot de gemeente Maassluis haar nieuwe inwoner te belonen en wat extra middelen ter beschikking te stellen voor Pero om een bundel met overdenkingen en poëzie te laten maken. In 1999 verscheen bij uitgeverij De Zeeleeuw de bundel ‘Krhrotine / Brokstukken’ met daarin overdenkingen en gedichten. In die periode was Pero vrijwilliger bij een initiatief van het sociaal maatschappelijk werk in Maassluis het Project InterCulturele Ontmoetingen (PICO) dat onder meer literaire ontbijt en lunches organiseerde.

Ten tijde van het verschijnen van de bundel leerde ik Pero en zijn gezin kennen. De presentatie van de bundel vond plaats in de bibliotheek en vanaf dat moment raakte ik bevriend met Pero. Naast de activiteiten voor PICO organiseerde ik met hem, Juan Heinsohn Huala, Henriette Faas, Otto Zeegers en Lida Kersten onder andere het project ‘Dichter in de buurt’ voor middelbare scholieren en dichters uit Maassluis en omstreken.

Pero Senda was in 2007 een van de tien dichters die meewerkte aan de bundel ‘Verse taal’ met muziek-cd van Wilma Paalman, gepubliceerd door Uitgeverij De Brouwerij te Maassluis. In juni 2010 werd bij dezelfde uitgeverij zijn tweetalige dichtbundel (Kroatisch / Nederlands) ‘Voor de muur’ gepresenteerd.

Samen met Otto Zeegers was hij in 2010 de tweekoppige jury van de gedichtenwedstrijd die ik organiseerde op dit blog en die na 2011 is overgegaan in de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd (die dit jaar voor de 7e keer georganiseerd wordt https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/03/02/laatste-jurylid-bekend/ ). Met Otto Zeegers was hij de drijvende kracht achter de poëziewerkplaats waar elke maand in de bibliotheek, samen met andere dichters, poëzie besproken werd.

Pero trad als dichter regelmatig op, voor zijn landgenoten in Nederland maar ook op poëziepodia onder andere het Ongehoord! podium. In 2013 kreeg ik heel onverwacht een telefoontje van zijn vrouw dat Pero na een kort ziekbed was overleden waarmee ik een fijne vriend en een gerespecteerd dichter verloor. Op zijn begrafenis mocht ik samen met Jana Beranová en Juan Heinsohn Huala een gedicht voordragen. Ik denk nog vaak aan Pero, aan zijn grote hart, zijn passie voor het delen en bespreken van poëzie en zijn vriendelijkheid.

.

De vrouw

.

Schilder mij een vrouw, mijn vriend

Een vrouw op een baar van verwelkte bloemen

In het donker bij de flakkerende kaarsen.

Ik zal naar haar kijken met de ogen van een ander

En haar op het altaar plaatsen

Tussen de engelen.

.

Beeldhouw mij een vrouw, mijn vriend

In de rotsen boven de afgrond

Ik zal haar strelen met de handen van een ander

De steen een ziel inblazen

Een steen om mijn hals binden

En gelukkig inslapen

Tussen de mosselschelpen.

.

Zing mij van een vrouw, mijn vriend

Een onbekende vrouw

Laten anderen het lied horen

Met mijn oren.

Ik zal je lied geloven

Terwijl ik wacht, flonkerend

Tussen de sterren.

.

In de bibliotheek

Herman de Coninck

.

in deze moeilijke tijden van Coronavirus en het stilvallen van het dagelijks leven zijn er gelukkig nog instituten waar je terecht kan wanneer je gedwongen bent om thuis te blijven. Zeker wanneer zo’n beetje elke vorm van vermaak is afgelast, geannuleerd of verzet is er niets mooiers dan naar de bibliotheek te gaan en daar het boek van je keuze uit te zoeken, te lenen en te gaan lezen.
Ik weet dat er ook bibliotheken sluiten ( zeker de grote waar op elk moment van de dag meer dan 100 mensen aanwezig zijn) maar er zijn zeker ook nog veel bibliotheken die gewoon open zijn en waar je terecht kan.

Charles Simic (1938) is een Servisch-Amerikaanse dichter en voormalig co-poëzie-editor van de Paris Review. Hij ontving de Pulitzer Prize for Poetry in 1990 voor ‘The World Doesn’t End’, en was finalist van de Pulitzer Prize in 1986 voor ‘Selected Poems, 1963-1983’ en in 1987 voor ’Unending Blues’.

In ‘ De gedichten’ de verzamelde werken van Herman de Coninck uit 1998 staat een door Herman de Coninck vertaald gedicht van Charles Simic met als titel ‘In de bibliotheek’. Als ode aan de dit belangrijke instituut dat ook heden ten dagen nog steeds midden in de samenleving staat hier het gedicht van Simic.

.

In de bibliotheek

.

Er is een boek,

’Het woordenboek der engelen’ geheten.

Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,

Weet ik, want toen ik het deed

Krakte de cover, verkruimelden

De bladzijden. Daar ontdekte ik

.

Dat engelen ooit zo talrijk waren

Als vliegensoorten

In de schemering

Maakten ze de lucht dik.

Je had twee armen nodig

Om ze van je af te slaan.

.

Vandaag schijnt de zon

Door de hoge ramen.

De bibliotheek is een rustige plek.

Engelen en goden opeengepakt

In donkere, ongeopende boeken.

Het grote geheim ligt

Op een schap waar Mrs. Jones

Elke dag op haar ronde voorbijgaat.

.

Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd

Daar nog bovenuit, of ze luistert.

De boeken fluisteren.

Ik hoor niks, maar zij wel.

.

De nieuwe bibliotheek aan het Neude in Utrecht die vandaag geopend zou worden.

 

Laatste jurylid bekend

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 

.

Het bestuur van de stichting Ongehoord! maakt bekend dat na dichters Sabine Kars en Evy Van Eynde nu ook het derde jurylid van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd bekend is. het derde jurylid is Alek Dabrowski. Dabrowski is niet alleen een zeer gewaardeerd collega van me maar ook lezer, blogger, recensent en interviewer. Hij is bureauredacteur van Poëzietijdschrift Awater. Alek heeft een eigen website: https://uitgelezenboeken.blogspot.com/

Ongehoord! is bijzonder blij dat met Alek Dabrowski nu de jury voltallig is. Je kunt nog tot 1 mei 2020 deelnemen aan de 7e editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd. Kijk voor deelname op https://stichtingongehoord.com/2020/01/29/ongehoord-poeziewedstrijd/  Thema van de deze editie is een kort gedicht van Jules Deelder “De omgeving van de mens is de medemens”.

Om een voorbeeld van een gedicht te geven dat binnen dit thema past koos ik voor een gedicht van Bertus Aafjes uit zijn bundel ‘Het gevecht met de muze’ uit 1938 met als titel ‘Verkapt chanson’.

.

Verkapt chanson

.

Bonsoir mon amour – de rozen

Op je kleed doen mij onwillekeurig

Denken aan het ziltgeurig

Onderkleed en het schaamteloze

.

Van toen je onlangs dronken

Lachende stond te pronken

Met hetgeen aan struikgewas

Onder het kleed met die rozen was.

.

 

Open Podium

Van het Oosterdok

.

In 2013 verscheen bij de OBA, de openbare bibliotheek van Amsterdam, de bundel ‘Van het Oosterdok’ gedichten men berichten van het Open Podium. In het voorwoord schreef mijn toenmalige collega Hans van Velzen, directeur bij de OBA dat het tienjarig jubileum een prachtig resultaat is van de maandelijkse bijeenkomsten in de OBA waar in de loop van die tien jaar meer dan 250 verschillende dichters hebben voorgedragen.

Hans schrijft verder dat voor veel dichters dit debuut een springplank was om hun gedichten elders te publiceren, soms in eigen beheer en soms ook bij gerenommeerde uitgeverijen. De bundel is samengesteld door de vaste presentator van het Open Podium Jos van Hest, geassisteerd door Riet Lamers en Monique Groenveld, beide werkzaam bij de OBA en actief in het organiseren van het Open Podium.

Jos van Hest schrijft in zijn voorwoord dat in deze bundel zo’n 60 dichters zijn opgenomen die in 2013 hebben voorgedragen waarvan ik er een groot deel ken. Dichters als Sabine Kars, Frans Terken, Anneke Wasscher, Gerrit Vennema en Ericka De Stercke hebben ook op het Ongehoord! podium gestaan dat ik al jarenlang met anderen organiseer.

Ik koos voor vandaag een gedicht van een dichter die ik niet ken, Annemarie Kuster, kunstenaar in woord en beeld. Het gedicht van haar dat is opgenomen in dit bundeltje is getiteld ‘eendje’.

.

eendje

.

ik fietste in m’n eentje langs

zag een eendje zag nog een eendje

en nog eentje

een voor een donzig zacht

.

eendje links eendje rechts

eendje grijs klein eigenwijs

eendje zus eentje zo

.

twee aan twee

een in z’n eentje

waggel eendje

.

dood

.

eendje langs de kant in de berm

niet een hele zwerm

maar eentje

.

Poëziekaarten

 Lieve juf

.

In het kader van de Poëzieweek 2020 kun je bij boekhandels en bibliotheken gratis ansichtkaarten krijgen met gedichten van Linda Vogelesang, Carmien Michels, Jaap Robben, Max Greyson en Maud Vanhauwaert. Ook vorig jaar werden gratis kaarten met poëzie weggegeven. Het is dan ook een heel aardige manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik heb een fijne verzameling van poëzie-ansichtkaarten. Natuurlijk van Plint en van de Poëzieweek maar ook van de voormalige stadsdichter van Rotterdam Jana Beranová, van Joz Knoop en Joost van Gijzen (van uitgeverij De Muze), van Méland Langeveld en Gea Zwart, van Rinske Kegel en ga zo maar door. Vaak zijn de kaarten een samenwerking van kunstenaar en dichter (Langeveld en Zwart bijvoorbeeld) maar het komt ook voor dat de illustratie gemaakt wordt door de dichter (Kegel).

Een poëziekaart laten maken hoeft niet veel te kosten dus als je als dichter nog niet aan een bundel toe bent of druppelsgewijs je gedichten aan je publiek wil laten lezen dan zijn poëziekaarten een goed idee, tenslotte worden ze tweemaal genoten, door de afzender en door de ontvanger.

Van de Poëzieweekkaarten koos ik op deze laatste dag van de Poëzieweek 2020 het gedicht ‘Lieve juf’ van Linda Vogelesang (Plint, 2015) vooral ook omdat de leerkrachten de laatste tijd zo in het nieuws zijn. En omdat het hier een gedicht betreft dat voor kinderen is geschreven, een deel van de poëzie die toch vaak wat ondergewaardeerd wordt.

.

Lieve juf,

.

Ik schrijf u even

om te zeggen

dat ik niet meer kom.

Waarom?

Ik weet wat ik wil worden:

HELD!

Wat ik nu moet leren:

vliegen zonder vliegmachine,

vechten met enge dieren,

en op een wiebeltouw balanceren.

U geeft geen les daarin.

Daarom heeft naar school gaan

voor mij niet zo veel zin.

Als juf deed u best uw best,

dus: een kus en dank u wel!

Mocht u iets overkomen

dan roept u maar.

Dan kom ik snel.

.

 

Anna Yin

Chinees-Canadees dichter

.

Anna Yin emigreerde in 1999 van China naar Canada waar ze als IT-er werkte. Pas na de geboorte van haar zoon in 2000 begon ze zich te interesseren voor de taal die men in haar nieuwe vaderland sprak. Toen ze in 2003 na het voorlezen van verhaaltjes aan haar zoon haar eerste gedichtje schreef werd het kind in haar wakker zoals ze dat zelf beschrijft. In 2005 werd haar gedicht ‘Toronto, No More Weeping’ over haar identiteit uitgezonden door de radiozender CBC Radio for hope and peace. In die periode begon ze met het vertalen van Canadese en Amerikaanse dichters naar het Chinees. 

Anna Yin was de dichter laureaat van Mississauga (Canada) van 2015-2017 en vertegenwoordiger van Ontario voor de Liga van Canadese dichters. Anna was finalist voor de Canadese Top 25 Canadese immigrantenprijs in 2011 en in 2012 en heeft vijf poëziebundels geschreven, waaronder ‘Wings Toward Sunlight’ (2011) en ‘Inhaling the Silence’ (2013). Haar gedichten en vertalingen verschenen in de New York Times en CBC Radio. Haar “Poetry Alive” programma’s worden veel gebruikt op scholen, hogescholen en bibliotheken, vooral voor het ‘Poets in Schools Program’.

Anna Yin heeft een website waarop veel informatie over haar te vinden is: http://www.annapoetry.com

Als Chinees-Canadese heeft ze een bijzonder accent en daarover schreef ze een gedicht getiteld ‘My accent’ dat verscheen in ARC Poetry nummer 73.

.

My Accent

.

t is charming.
I assure you,
I assure myself;
and choose to believe so.

.

Languages have colors.
I want to show you my tender blue.
But you cut off with fork and knife,
quicker than my chopstick taps.

.

My accent grows trees,
trails and winding roads to
west coast landscape.
It points to the open sky;
yet clouds are too heavy
and form raindrops.

.

My papers collect them
then dry in silence.
I have hesitated many times
before speaking;
now it develops teeth.
Even with gaps between,
I decide
…this is my voice.

.

%d bloggers liken dit: