Categorie archief: Bibliotheken

Groeten uit Zwart Nazareth

Schemer in Schiedam

.

Vanuit mijn woonplaats en waar ik werk ligt Schiedam dichtbij, ik kom er regelmatig. Voor veel mensen is Schiedam dat jeneverstadje ergens onder de rook van Rotterdam. Als vakantiebestemming niet meteen aan te raden maar voor een dagtripje zeker de moeite waard. In 2004 publiceerde boekhandel Post Scriptum Schiedam in samenwerking met Stichting Centrummanagement de bundel ‘Groeten uit Zwart Nazareth’ samengesteld door Ruud Aret en Jan van Bergen en Henegouwen, een bibliotheek collega van me uit Schiedam. Een bundel vol gedichten van Schiedamse dichter en gedichten over Schiedam.

In de 19e eeuw was Schiedam het centrum van de jenever-industrie in Nederland. Met name tussen 1870 en 1890 bloeide deze industrie. De keerzijde hiervan was een enorme vervuiling van de met steenkoolgestookte branderijen en de glasfabriek, het alcoholisme, open riolen en cholera-epidemieën en de erbarmelijke huisvesting van de arbeiders. Uit die tijd stamt de bijnaam van Schiedam Zwart Nazareth.

In de bundel bekende Schiedamse namen als Piet Paaltjens, Rien Vroegindeweij, Ida Gerhardt en Gerard Reve maar ook minder bekende namen zoals die van Jan Willem Hofstra. Hofstra (1907-1991) was dichter, romancier, radiomaker en kunstcriticus van de Volkskrant en Trouw. Uit ‘Het glazen huis’ uit 1942 komt het gedicht ‘Schemer in Schiedam’.

.

Schemer in Schiedam

.

Vuurvlinder en salamander

suizend licht en wijkend aardvuur

Breken uit. Het eerste uur

na dagloon lijden naast elkander

Waarin ik vier de nederlagen

Alleen. De wind ruimt, het geschut

Dreunt soms tot hier. Een eerste trage

Stormveer naast de maan, onnut

Geslonken tot zijn laatste kwartier.

Dit is mijn eigen grond. De vrucht

Valt nimmer af totdat ik hier

De tak breek met het licht gerucht

Als plukt’ ik bloesems. Alle zorgen

Gelijken U en mij: het duister

Dooft in de oogen allen luister

De nacht verdraagt den dag tot morgen.

.

In de bibliotheek

Herman de Coninck

.

Veel mensen gaan jaarlijks op vakantie maar er zijn ook heel veel mensen die door allerlei redenen niet op vakantie gaan. In de bibliotheek proberen we ook in de vakantie die mensen iets extra’s te bieden. Dat kan zijn een extra activiteit voor kinderen maar ook de Vakantie bieb, een collectie digitale boeken die voor iedereen te lezen zijn (digitaal). Als hommage aan de vakantievierders die niet naar verre oorden reizen maar gewoon thuisblijven en een goed boek (digitaal of van papier) leszen in de tuin of op het balkon of waar dan ook, het gedicht ‘In de bibliotheek’ van Herman de Coninck.

Het gedicht verscheen in ‘Nieuw Wereldtijdschrift’ jaargang 11, nummer 4 uit 1994.

.

In de bibliotheek

.

Voor Octavio

.

Er is een boek,

‘Het woordenboek der engelen’ geheten.

Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,

Weet ik, want toen ik het deed

Krakte de cover, verkruimelden

De bladzijden. Daar ontdekte ik

.

Dat engelen ooit zo talrijk waren

als vliegensoorten.

In de schemering

Maakten ze de lucht dik.

Je had twee armen nodig

Om ze van je af te slaan.

.

Vandaag schijnt de zon

Door de hoge ramen.

De bibliotheek is een rustige plek.

Engelen en goden opeengepakt

In donkere, ongeopende boeken.

Het grote geheim ligt

Op een schap waar Mrs. Jones

Elke dag op haar ronde voorbijgaat.

.

Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd

Daar nog bovenuit, of ze luistert.

de boeken fluisteren.

Ik hoor niks, maar zij wel.

.

Tienkamp

Theo Danes

.

Een van de leuke en bijzondere kanten van het schrijven over poëzie is toch wel dat poëzie zo uiteenlopend, verschillend en gevarieerd is. Van geëngageerde gedichten over het wereldleed, naar heel persoonlijke, verinnerlijkte gedichten tot speelse verzen en rijmen. Ik mag dan ook graag tussen alle ‘serieuze’ poëzie door ook graag bundel met light verse lezen. Niet dat light verse niet serieus is, integendeel, het is een serieuze vorm van poëzie maar in haar vorm en inhoud toch vaak wal lichter en luchtiger van toon.

Een bundel die ik graag herlees is ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en Theo Danes. In deze bundel uit 2006 louter luchtige en grappige gedichten in light verse over atletiek. Zo ook het gedicht ‘Tienkamp’ van Theo Danes. Onwillekeurig moest ik bij het lezen van dit gedicht denken aan mijn oud bibliotheekcollega en Volkskrant columnist Ionica Smeets en haar columns met als titel ‘Ionica zag een getal’. Voor degene die deze column kennen zal dit niet als een verrassing komen.

.

Tienkamp

.

Ben je tienkamper, dan zoek je

Als een wiskundefanaat

In het meerkamppuntenboekje

Waar je met je punten staat:

.

‘Virtueel heb ik de beker

Ver ging beter dan gepland

Maar na Kogel zal ik zeker

Zakken in het klassement

.

Ha! De supertijd bij Horden

Bracht mij 80 punten meer

Polsstok moet 5 meter worden

Door het puntverlies bij Speer

.

46+ bij Discus

Was niet ingecalculeerd

Bij de Sprint liep ik wat mis, dus

Is dat flink gecompenseerd’

.

Tienkampers zijn nooit verwonderd

Als de uitslag wordt vermeld

Ze zijn na de 1500

Afgemat en uitgeteld

.

Zeer zeker mijn geliefde

Dichters van morgen

.

Toen ik begin jaren ’80 mijn opleiding volgde aan de P.A. Tiele Academie in Den Haag, was een van mijn docenten (Nederlandse Letterkunde) Han Foppe (1939). Hij was toen onder andere actief in de jury van de prijzen van de Jan Campert-Stichting (1980 – 1997). Ik herinner me dat wij als studenten werden uitgenodigd om bij de uitreiking te zijn in het gebouw van de Koninklijke Bibliotheek. Han Foppe was een man met een groot hart voor de Nederlandse Literatuur. Door hem en zijn enthousiasmerende manier van lesgeven ben ik ‘Bougainville’ van F. Springer (prachtig boek) en ‘Mijn naam is Garrigue’ van Henk Romijn Meijer gaan lezen.

Wat schetst mijn verbazing (en toch ook weer niet helemaal) toen ik zijn naam tegen kwam in de (gedigitaliseerde) bundel ‘Dichters van morgen’ van Ad den Besten. Een bloemlezing uit de poëzie van jonge dichters uit 1958 op https://www.dbnl.org/tekst/best004dich01_01/best004dich01_01.pdf . Han Foppe (toen 19 jaar en leerling van een Kweekschool) had meegedaan aan de Windroos-poëzieprijsvraag 1957 en had het geschopt tot (1 van de drie) eervolle vermelding(en), dit naast de drie prijswinnaars (waarvan ik geen enkele naam ken).

Ad den Besten schrijft in het voorwoord dat veel gedichten en manuscripten hem als uitgever werden toegestuurd maar dat hij evenzovele moest terug sturen. Hij merkt ook op dat “de meeste uitgevers zagen kennelijk meer heil in – begrijpelijkerwijs- het werk van bepaalde ‘arrivé’s’ of – onbegrijpelijkerwijs- de produkten van allerlei nulliteiten”. In die zin is is er eigenlijk weinig veranderd sinds de jaren ’50 (behalve dan dat het in eigen beheer uitgeven van een dichtbundel tegenwoordig zoveel makkelijker en professioneler kan worden gedaan). Tegelijkertijd schrijft hij elders in zijn voorwoord:  De kans is groot dat van verschillende van deze ‘dichters van morgen’ morgen geen sterveling meer een gedicht zal vinden” en “In die zin moet de titel Dichters van morgen dan ook worden verstaan: ik heb in deze bundel plaats geboden aan een 59-tal vaak héél jonge auteurs-evenveel als er in de laatste druk van Stroomgebied staan! -, dichters wier verzen m.i. een belofte inhouden voor morgen, dichters die ik, de een meer, de ander minder, in toekomstperspektief kan zien.”

Verreweg het grootste deel van in deze bundel bijeengebrachte gedichten, kwamen tot de uitgever ( De Windroos) na een oproep tot deelname aan de Windroos-poëzieprijsvraag 1957, waaraan alleen dichters die op 1 januari 1958 nog geen 35 jaar waren. Han Foppe was dus één van die deelnemende dichters. Het gedicht dat een eervolle vermelding kreeg ‘Zeer zeker mijn geliefde’ kun je hieronder lezen.

.

Zeer zeker mijn geliefde

.

zeer zeker
mijn geliefde is
van zuiver hout
van notenhout uit spanje
en zij is
van een donzige grassoort
waarop het heerlijk
is te liggen
en van een soort
die men nergens meer vindt
jawel mijn geliefde
zij is geboren
uit een berkeboom
en haar vader was gras
en haar nichten zijn
van een water
waarvan men slechts kan dromen
en dan haar broeders
die grote tijgers zijn
en o mijn geliefde
haar zonen
zij moeten welhaast
de grote vogels zijn
waarvan de schetsen
nu reeds
in ons voorhoofd
zijn gegrift
en haar dochters
o haar dochters
wellicht zijn het tijgers
van gras
zijn het tijgers
van louter wilgenhout
o haar dochters
die zeer zeker
van zuiver stem
zullen zijn

.

Waarom ben je niet bij mij

Kira Wuck

.

In de verzamelbundel ‘Waarom ben je niet bij mij’ die Arie Boomsma samenstelde in 2013 (met behulp van de bibliotheken van Thomas Möhlman, F. Starik en Tsead Bruinja, leuk om te lezen waar Arie Boomsma gedichten heeft zitten lezen voor deze bundel) staan liefdesgedichten. Na de bundel ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ uit 2011 dus een vervolg. De aandacht die aan deze uitgaven besteed werd, en schaar hieronder ook de twee delen ‘Gedichten die mannen/vrouwen aan het huilen maken’ en ‘Ik weet niet welke weg je neemt’, en de kwaliteit zijn uitstekend. Uitgeverij Prometheus heeft hiermee iets moois te pakken.

In deze uitgave dus liefdespoëzie. En zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, schrijf ik niet alleen graag liefdespoëzie maar heb ik ook een zwak voor liefdespoëzie. In de bundel zijn de dichters alfabetisch op achternaam gerangschikt waardoor het eenvoudig zoeken is waar het gedicht of de dichter van je keus zich in de bundel bevindt. Van de oudste dichters (Willem Kloos en Jacques Perk, beide met geboortejaar 1859, tot de jongste dichter Y.M. Dangre, geboortejaar 1988), vrijwel alle grote en bekende namen die liefdespoëzie hebben geschreven zijn vertegenwoordigd.

Zo ook de dichter Kira Wuck (1978) die ik uit deze verzamelbundel koos omdat de titel van haar gedicht me zo aansprak ‘Liefdesbrief. Een manier van communiceren (de brief en dan nog specifieker de liefdesbrief) die lijkt te verdwijnen. En voor een liefhebber en beoefenaar zoals ik, is dat toch heel jammer. Wanneer je het boek ‘Ik moet aldoor aan je denken’ Ontroerende liefdesbrieven uit 1993, dan is het zo goed voor te stellen hoe het moet zijn om een liefdesbrief te krijgen en ook hoe het is om een liefdesbrief te schrijven.

.

Liefdesbrief

.

Ik likte borden schoon

en keek hoe regen verdriet uit de lucht trok

.

Iemand vroeg of hij tien baarzen in mijn koelkast kon huizen

sindsdien ruikt het hier naar vis

water drupte van zijn kin

.

Ik vroeg of hij zich over de afwas kon ontfermen

en zei dat ik soms krullen had en soms een brandweervrouw was

dan zwaaide ik vanaf de wagen, zelfs al brandden er huizen plat

.

’s nachts fietste ik zonder licht

maar ik kan alles op gevoel

de meest vreemde dingen

Toen ik iemand zag die heel erg op jou leek

wou ik mijn mond op de zijne drukken

daarna zijn hart uit zijn borstkas snijden

en in een vissenkom doen

.

Gedicht I en II

Jana Beranová

.

Zoals aangekondigd deze week vooral tips en aanmoedigingen om de tijd zinvol door te komen met lezen. Nu de bibliotheken nog gesloten zijn, veel (grote) boekhandels gesloten zijn (maar wel gewoon on-line hun boeken verkopen, dus verkies de boekhandel boven de grote digitale ‘Kooppaleizen’, dan blijven ze ook na de crisis nog bestaan) is er nog een manier om aan boeken te komen. Naast de kringloopwinkel (maar die zijn bijna allemaal ook gesloten) zijn er de minibiebjes (feitelijk boekenkastjes in de buitenruimte waar mensen hun boeken die ze kwijt willen kunnen neerleggen) en de kasten met boeken in de supermarkten van o.a. Albert Heijn. Maar voor de Rotterdammers is er nog een mogelijkheid om gratis boeken te zoeken en te vinden (en te doneren) en wel bij Book Central in de centrale hal (Hal A) van het Groot Handelsgebouw. Book Central is 7 dagen per week geopend van 07.00 tot 20.00 uur op Stationsplein 45 naast het Centraal Station.

Dat is ook de plek waar ik ‘Geen hemel zo hoog’ van Jana Beranová (1932) vond. Deze bundel uit 1983 was, na enkele bibliofiele uitgaven, haar eerste grote dichtbundel, die toen al een paar jaar in voorbereiding was. In de bundel staan ‘Gedicht I’en ‘Gedicht II’. Twee gedichten waar voor mij leven en hoop uit spreken.

.

Gedicht I

.

De winterzon droogt regentranen

op mijn ramen. Onder de witte vlakte

van mijn bureau sluimeren verzen.

.

Ik ben het rustige stekje.

Ik wacht op een gedicht.

Ik wacht als een visser of ze bijten.

Ik ben het aas.

.

Gedicht II

.

De zon veegt de slaap uit mijn ogen.

Met klappen van de zweep start ik de

schrijfmachien. De letters rennen

uit de schaduw naar buiten.

.

Ik loop de straat op, de pleinen over.

Ik hoor mijn gedichten met kloppend hart.

Ik hoor mijn gedichten tegemoet.

Ik loop mijn gedichten.

.

Ons te vroeg ontvallen 4

Derrel Niemeijer

.

De laatste dichter waar ik bij stil wil staan door een te vroeg overlijden is, de in grote kring, legendarische Derrel Niemeijer (1977 – 2016). Op 13 oktober 2016 overleed Derrel  aan de gevolgen van slokdarmkanker. In het bericht dat ik daags na zijn overlijden schreef op dit blog https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/14/derrel-niemeijer/ noem ik Derrel een bron van verbazing, vermaak, ontroering, blijheid en verrassing. En daarnaast kon het ook een ongelofelijke rebel en dwarsdenker zijn. Zaken die ik stiekem juist heel erg in hem bewonderde. Derrel was autonoom en authentiek als dichter en als mens.

Ik weet niet precies wanneer ik Derrel voor het eerst zag, ik vermoed op een podium van Ongehoord! in Rotterdam. In het begin kwam hij altijd wat stilletjes binnen en zat dan ergens achterin met zijn altijd aanwezige opschrijfboekje, een blocnote of gewoon een stapeltje papier waarop hij zijn poëzie schreef. Gedichten die hij dan meestal ter plekken ook voordroeg. In het begin ook moest ik wat wennen aan zijn ongepolijste manier, zijn afraffelende voordrachten en zijn ‘stage presence’  maar al gauw leerde ik de mens achter de dichter kennen en bleek hij een allervriendelijkste en wellevende jongeman te zijn.

Ik herinner me een mini festival het B@M Fest, in een soort kraakpand in Eindhoven in Woensel Noord waar dichters en muzikanten bij elkaar kwamen. Derrel organiseerde dit met zijn toenmalige vriendin Nancy Meelens en zij, samen met Menno Olde Riekerink Smit redde dit festival want Derrel was ’s morgens om 10 uur al te dronken om nog maar iets te regelen. En ook dit vergaf iedereen hem, Derrel was soms een losse flodder, een ongericht projectiel maar altijd serieus wat betreft zijn poëzie.

Tijdens Route du Nord in Rotterdam trok ik de dag met hem op, kletsend, schrijvend en voordragend in een leegstaand gebouw en vanaf dat moment wist ik dat Derrel deugde. Zijn deelname aan de eerste toer van de Poëziebus, zijn betrokkenheid bij het dichtpodium in Eindhoven in de Gouden Bal, zijn medewerking en inzet bij Po-e-zine (toen nog volledig digitaal en tegenwoordig nog steeds actief maar in een fysieke vorm) en de bedenker en oprichter van uitgeverij MeerPeper (waar hij Burroughs ‘Life is a killer’ complete Poetry’ uitgeeft), het getuigde van zijn grote passie en gevoel voor poëzie en haar beoefenaars.

Na ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!” dat in 2013 in eigen beheer werd uitgegeven door Derrel, kwam in 2014 de solobundel ‘Hoop, geloof en liefde’ en in 2015 de bundel ‘Dubbeldichters’ bij uitgeverij Heimdall uit van Derrel samen met Mattie Goedegebuur. Na hun eerste ontmoetingen gaan deze twee dichters in 2014 een poëtische strijd aan via e-mail. Derrel (in de meeste gevallen) stuurde Mattie een uitdagend gedicht toe waarop de ander dan reageerde met een gedicht.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Ontkleed’ van Derrel en voor de volledigheid ook het tegen-gedicht ‘Bloot’ van Mattie.

.

Ontkleed

.

Hij kleedt zich uit.

Maar is dan nog

niet naakt genoeg.

.

Bedekt zijn lichaam

met persoonlijke poëzie.

.

Volledige openheid

ook al staat

het meeste

geschreven in

de witregels

en ertussen.

.

Zelfvernietigend gedrag

carving, automutilatie,

drugmisbruik

ze kunnen er beter

over ‘lezen’

dan het zien aan hem.

.

De woorden geklad op papier

worden

van hem afgetrokken.

.

Bloot

.

soms is een poëet

te openen

en leesbaar

.

letters in zijn huid

preuts bedacht

tot dek

.

zonnebrand

verbleekt het blank

tot onleesbaarheid

.

ongezien

kerft eigen schrift

trefzeker

.

woordeloos

tonen piercings

ruige historie

.

wauwelwoorden

verbergen dichters’

spiegelbeeld

.

ongelofelijk gefileerd

tot op het bot

dichter genaaid

.

 

 

 

Ons te vroeg ontvallen 3

Rieneke Grobben-Minderman

.

Op 23 maart 2018 overleed de, altijd in het roze geklede, dichter en fantastisch mens Rieneke Grobben-Minderman op 73 jarige leeftijd. Ze was, zo lang ik me kan herinneren, een vaste gast op de podia van Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam, op het podium in de Jacobustuin en bij de uitreiking van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijdprijs. Elk podium kwam ze op met haar roze koffertje, zette haar bril van haar voorhoofd op haar neus en haalde haar gedichten op de rol (haar gedicht aan de meter) tevoorschijn en al afrollend las ze haar ongeëvenaarde poëzie voor. Gedichten als ‘Check in Check out’, ‘Op z’n Jan Boerenfluitjes’, ‘Crime passionel’ en natuurlijk ‘Rotterdam an du meter du stad van’ waar ik nooit genoeg van kreeg. Hoe vaak ze ze ook voorlas, elke keer was het weer genieten.

Rieneke was ook altijd bereid om te verschijnen op een podium als je haar vroeg (en als ze de tijd had). Haar aanwezigheid en voordrachten mis ik (en velen met mij) nog steeds. Joop van der Hor stelde samen met Rieneke en nog een aantal mensen en instanties de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samen waarin haar Rotterdamse gedichten en verhalen (en veel foto’s van optredens, krantenknipsels en persoonlijke foto’s) zijn opgenomen. Op die manier is haar werk bewaard gebleven voor alle liefhebbers en bewonderaars en dat waren er velen. Op 23 maart 2018 overleed Rieneke en op 15 april 2018 werd ze herdacht met de onthulling van de eindpassage van haar gedicht ‘Rotterdam aan de meter’dat als gevelgedicht werd uitgevoerd aan de Bas Jungeriusstraat in Rotterdam https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/14/rieneke-grobben-minderman/

Ik wil hier graag een gedicht van Rieneke delen wat voor mij vrij onbekend was maar waaruit de heerlijke nuchterheid van Rieneke spreekt en in de bundel is opgenomen getiteld ‘Op de bank bij…’.

.

Op de bank bij…

.

De krassen op mijn ziel

zij worden minder.

De littekens

verbleken.

De schaafwond,

een korstje erop.

De brandwond

genezen.

De gebroken botten

geheeld.

De ravage in mijn hoofd

gerangschikt.

De tranen

gedroogd.

Zo lag ik op de bank,

als een watje

én

de psychiater zei:

” ’t Komt wel in orde schatje.”

.

 

Ons te vroeg ontvallen 2

Hrvoje ‘Pero’ Senda (1945 – 2013)

.

In 1993 vluchtte Hrvoje Senda (Pero) vanuit Gornji Vakuf in centraal Bosnië weg voor de oorlog. Pero een Kroatische Bosniër was zijn leven en dat van zijn gezin niet zeker en vluchtte naar Nederland waar hij in Maassluis kwam te wonen. In Bosnië studeerde hij Zuid-Slavische taal en literatuur aan de filosofische universiteit in Sarajevo. Door de oorlog zijn veel van zijn manuscripten (als professor) verloren gegaan.  In Nederland pakte hij een ander literair genre op namelijk de poëzie. In 1997 was hij één van de winnaars van de Dunya Poëzieprijzen met zijn gedicht ‘De vrouw’.

Naar aanleiding van deze prijs en het geldbedrag dat hij hiervoor kreeg, besloot de gemeente Maassluis haar nieuwe inwoner te belonen en wat extra middelen ter beschikking te stellen voor Pero om een bundel met overdenkingen en poëzie te laten maken. In 1999 verscheen bij uitgeverij De Zeeleeuw de bundel ‘Krhrotine / Brokstukken’ met daarin overdenkingen en gedichten. In die periode was Pero vrijwilliger bij een initiatief van het sociaal maatschappelijk werk in Maassluis het Project InterCulturele Ontmoetingen (PICO) dat onder meer literaire ontbijt en lunches organiseerde.

Ten tijde van het verschijnen van de bundel leerde ik Pero en zijn gezin kennen. De presentatie van de bundel vond plaats in de bibliotheek en vanaf dat moment raakte ik bevriend met Pero. Naast de activiteiten voor PICO organiseerde ik met hem, Juan Heinsohn Huala, Henriette Faas, Otto Zeegers en Lida Kersten onder andere het project ‘Dichter in de buurt’ voor middelbare scholieren en dichters uit Maassluis en omstreken.

Pero Senda was in 2007 een van de tien dichters die meewerkte aan de bundel ‘Verse taal’ met muziek-cd van Wilma Paalman, gepubliceerd door Uitgeverij De Brouwerij te Maassluis. In juni 2010 werd bij dezelfde uitgeverij zijn tweetalige dichtbundel (Kroatisch / Nederlands) ‘Voor de muur’ gepresenteerd.

Samen met Otto Zeegers was hij in 2010 de tweekoppige jury van de gedichtenwedstrijd die ik organiseerde op dit blog en die na 2011 is overgegaan in de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd (die dit jaar voor de 7e keer georganiseerd wordt https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/03/02/laatste-jurylid-bekend/ ). Met Otto Zeegers was hij de drijvende kracht achter de poëziewerkplaats waar elke maand in de bibliotheek, samen met andere dichters, poëzie besproken werd.

Pero trad als dichter regelmatig op, voor zijn landgenoten in Nederland maar ook op poëziepodia onder andere het Ongehoord! podium. In 2013 kreeg ik heel onverwacht een telefoontje van zijn vrouw dat Pero na een kort ziekbed was overleden waarmee ik een fijne vriend en een gerespecteerd dichter verloor. Op zijn begrafenis mocht ik samen met Jana Beranová en Juan Heinsohn Huala een gedicht voordragen. Ik denk nog vaak aan Pero, aan zijn grote hart, zijn passie voor het delen en bespreken van poëzie en zijn vriendelijkheid.

.

De vrouw

.

Schilder mij een vrouw, mijn vriend

Een vrouw op een baar van verwelkte bloemen

In het donker bij de flakkerende kaarsen.

Ik zal naar haar kijken met de ogen van een ander

En haar op het altaar plaatsen

Tussen de engelen.

.

Beeldhouw mij een vrouw, mijn vriend

In de rotsen boven de afgrond

Ik zal haar strelen met de handen van een ander

De steen een ziel inblazen

Een steen om mijn hals binden

En gelukkig inslapen

Tussen de mosselschelpen.

.

Zing mij van een vrouw, mijn vriend

Een onbekende vrouw

Laten anderen het lied horen

Met mijn oren.

Ik zal je lied geloven

Terwijl ik wacht, flonkerend

Tussen de sterren.

.

In de bibliotheek

Herman de Coninck

.

in deze moeilijke tijden van Coronavirus en het stilvallen van het dagelijks leven zijn er gelukkig nog instituten waar je terecht kan wanneer je gedwongen bent om thuis te blijven. Zeker wanneer zo’n beetje elke vorm van vermaak is afgelast, geannuleerd of verzet is er niets mooiers dan naar de bibliotheek te gaan en daar het boek van je keuze uit te zoeken, te lenen en te gaan lezen.
Ik weet dat er ook bibliotheken sluiten ( zeker de grote waar op elk moment van de dag meer dan 100 mensen aanwezig zijn) maar er zijn zeker ook nog veel bibliotheken die gewoon open zijn en waar je terecht kan.

Charles Simic (1938) is een Servisch-Amerikaanse dichter en voormalig co-poëzie-editor van de Paris Review. Hij ontving de Pulitzer Prize for Poetry in 1990 voor ‘The World Doesn’t End’, en was finalist van de Pulitzer Prize in 1986 voor ‘Selected Poems, 1963-1983’ en in 1987 voor ’Unending Blues’.

In ‘ De gedichten’ de verzamelde werken van Herman de Coninck uit 1998 staat een door Herman de Coninck vertaald gedicht van Charles Simic met als titel ‘In de bibliotheek’. Als ode aan de dit belangrijke instituut dat ook heden ten dagen nog steeds midden in de samenleving staat hier het gedicht van Simic.

.

In de bibliotheek

.

Er is een boek,

’Het woordenboek der engelen’ geheten.

Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,

Weet ik, want toen ik het deed

Krakte de cover, verkruimelden

De bladzijden. Daar ontdekte ik

.

Dat engelen ooit zo talrijk waren

Als vliegensoorten

In de schemering

Maakten ze de lucht dik.

Je had twee armen nodig

Om ze van je af te slaan.

.

Vandaag schijnt de zon

Door de hoge ramen.

De bibliotheek is een rustige plek.

Engelen en goden opeengepakt

In donkere, ongeopende boeken.

Het grote geheim ligt

Op een schap waar Mrs. Jones

Elke dag op haar ronde voorbijgaat.

.

Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd

Daar nog bovenuit, of ze luistert.

De boeken fluisteren.

Ik hoor niks, maar zij wel.

.

De nieuwe bibliotheek aan het Neude in Utrecht die vandaag geopend zou worden.

 

%d bloggers liken dit: