Categorie archief: Bibliotheken

Wild-dichten

Sandra Burgers

.

Gedichten in de buitenruimte, op gevels en straten, op pleinen en tunnels, de website straatpoezie.nl staat er vol mee. Toch zijn er ook dichters die niet gevraagd worden om hun poëzie ergens in de buitenruimte te plaatsen. Zij doen het gewoon. Zoals Sandra Burgers uit Wemeldinge. In 2004 won ze de poëziesalon-prijs van de bibliotheek Vlissingen en bracht ze aldaar ook al gedichten aan in de openbare ruimte. Ze krijgt daar meer voldoening van dan van het voordragen van gedichten:

“Je ziet meteen dynamiek ontstaan als je zo’n gedicht hebt aangebracht. Mensen kijken ernaar of maken foto’s… kinderen die wel tien keer heen en weer lopen om te kijken wat er precies staat. Daar kan ik van genieten.’’

Sandra zal de gedichten – die zijn aangebracht met witsel – niet weghalen. ,,Ze zullen in de loop der tijd vanzelf verdwijnen.’’  en hoewel Burgers er zeker geen geheim van maakt dat zij de gedichten heeft aangebracht, ondertekent ze deze bewust niet. ,,Ik heb er geen vergunning voor aangevraagd, dus je weet maar nooit. Straks haalt de gemeente ze weg en valt bij mij de rekening op de mat.’’

Op één van de muren van het oude havenplateau in de Oosterschelde staat een gedicht dat inmiddels zijn weg naar straatpoezie.nl heeft gevonden.

.

Verliefd slaat ze een arm om Kattendijke heen

‘Zo mooi als jij’ zegt de Schelde ‘is er geen’

.

Maar inmiddels is er ook op een trap naar de zee een gedicht bijgekomen:

Na deze tree

De zee

Spuugschreeuwt in het gezicht

Trekt je aan de haren mee

Na deze tree

De zee…

.

En deze aan het water uit 2016.

Lieve zee, klote zee

over deze zee:
bijna alles gezwegen en gezegd
kinders in verwekt
voor een ander
bloemen neergelegd

ellende in eb
soms vreugde in vloed
lieve zee klote zee
drijf het in een zak
neem vlug een beetje mee.

.

Foto’s Marc Machielse

 

 

Advertenties

Bibliobus

Lévi Weemoedt

.

Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand februari Lévi Weemoedt. Toen ik in zijn bundel ‘Met enige vertraging’ uit 2016 (mijn exemplaar) aan het bladeren was viel mijn oog op het woord bibliobus in het gedicht ‘Overnamerecht’. Een bibliobus is een rijdende bibliotheek voor met name plattelandsgebieden waar geen vaste bibliotheekvestigingen zijn. En omdat ik nou eenmaal bibliothecaris ben van beroep was de keuze dit keer erg makkelijk.

.

Overnamerecht

.

Goed nieuws vandaag! In de buurt van Alkmaar

komt binnenkort een bibliobus te rijden

met over de gehele, niet geringe lengte

een dichtregel van Lévi Weemoedt.

.

Ik heb hieraan mijn plechtige

handgeschreven goedkeuring verleend

en gevraagd om één bewijsexemplaar.

.

 

Over poëzie

Cultuurindex 

.

Ten aanzien van poëzie en wat er allemaal speelt rond het uitgeven, het verkopen en het lezen van poëzie krijg ik nogal eens vragen. Deze week nog werd ik geïnterviewd door Bibliotheekblad.nl over poëzie in de bibliotheek en ook daar werden vragen gesteld over het uitlenen en het lezen van dichtbundels. Nu de Poëzieweek net achter de rug is zie je dat er wat meer interesse is in poëzie (ook bij de bibliotheek) maar het blijft toch marginaal in vergelijking met bijvoorbeeld proza. Van een lieve lezer kreeg ik een link doorgestuurd met daarin een aantal infographics die de Cultuurindex heeft gemaakt n.a.v. de Poëzieweek onder de titel ‘Gedichten en getallen’.

Een aantal zaken die hierin benoemd worden vind ik interessant. Zo is slechts 2 tot 4% van alle boeken die verkocht worden poëzie, leest 2% van de Nederlanders boven de 14 jaar tenminste één poëziebundel per maand maar verschijnen er toch maar liefst 176 gedichtenbundels per jaar gemiddeld. Dat laatste vind ik nog best een respectabel aantal al weet ik niet of daar allerlei uitgaves in eigen beheer of via self publishingsites is meegeteld.

Het aantal bloemlezingen is juist erg gedaald. Waren dat er in 2009 nog 46, in 2015 waren dat er nog maar 17! Net nu ik in het interview heb aangegeven dat je als bibliotheek juist bloemlezingen en bundels op thema zou moeten kopen omdat daar juist veel verschillende dichters in staan. Wanneer je een bloemlezing of bundel op thema leest kom je soms tot verrassende ontdekkingen (als het om nieuwe dichters gaat of dichters die je nog niet kent).

Maar liefst 97% van de Nederlanders komt weleens in aanraking met poëzie en maar liefst 70% hiervan komt door poëzie in de openbare ruimte (iets waar ik al jarenlang aandacht aan besteed maar ook straatpoezie.nl wordt (terecht) genoemd). En 9% van de Nederlanders schrijft zelf enige vorm van poëzie. De conclusie van de Cultuurindex is dan ook een terechte denk ik: Voor de meeste volwassenen Nederlanders leeft de poëzie vooral buiten het papieren boek.

Verder was ik toch een beetje teleurgesteld in het aantal stadsdichters in Nederland (54 in 393 gemeenten in 2015) maar werd ik wel weer heel vrolijk van de cijfers over de groei van de poëzieomzet rondom de poëzieweek (al liep die wel weer wat terug in 2017) en vooral blij makend was het bericht dat het aantal dichtersoptredens rond de poëzieweek al jaren een stijgende lijn laat zien (van 74 in  2014 naar 133 in 2017 en ik denk dat er in 2018 opnieuw meer zijn.

Vooral dat laatste gegeven sluit naadloos aan bij mijn pleidooi om de Poëzieweek uit te breiden naar een Maand van de poëzie. Zoals ze in de Verenigde Staten de Poetry Month hebben in april. Op die manier geef je mensen meer de mogelijkheid om een dichterspodium te bezoeken, geef je dichters de mogelijkheid om vaker hun werk voor te dragen, en komt poëzie (ook de gepubliceerde papieren poëzie) nog beter voor het voetlicht.

Om na al deze informatie toch te eindigen met een gedicht koos ik voor een gedicht over poëzie van de dichter J.C. Bloem getiteld ‘Dichterschap’ uit de bundel ‘Dichten over dichten’ uit 1994.

.

Dichterschap

.

Is dit genoeg; een stuk of wat gedichten,
voor de rechtvaardiging van een bestaaan
In ‘t slecht vervullen van onnoozle plichten
Om den te karigen broode allengs verdaan?

En hierom zijn der op een doel gerichten
bevredigende dagen mij ontgaan;
Hierom blijft mij slechts zelf en lot betichten
in ‘t zicht van ‘t eind der onherkeerbre baan.

van al de dingen die ‘k droomen zocht
Erger: van alle, die ik wel vermocht,
Is, nu hun tijd voorbij is, niets geworden

En ik kan zelfs niet, als mijn onbevreesd
erkennen mij verwijst naar de verdorden,
Aanvoeren: maar mijn bloei is schoon geweest.

.

Ilja Leonard Pfeijfer

Koninklijke Bibliotheek

.

Pas geleden was ik in de Koninklijke Bibliotheek en daar zag ik in de lobby dat de KB haar werk serieus neemt. Als bastion van de Nederlandse Literatuur (De Koninklijke Bibliotheek verzamelt en ontsluit alles wat er in Nederland wordt uitgegeven op papier en tegenwoordig wordt er ook heel veel aan digitalisering gedaan). Elk boek dat er wordt uitgegeven in Nederland door een uitgever wordt gevraagd een exemplaar toe te sturen aan de KB. Moet je nagaan wat een schat aan poëzie de KB in haar collectie heeft. Jaloersmakend.

Daarom was ik ook verrast en blij dat er in de lobby van de KB groot een gedicht van Ilja Leonard Pfeijffer is aan gebracht op een zuil. Daarom in het kader van gedichten op vreemde plekken (maar in dit geval dus helemaal niet zo vreemd), hier het gedicht ‘De kracht van het geschreven woord’ dat ook qua inhoud (maar dat zal geen toeval zijn) heel goed past bij deze plek.

.

Poëzieweek 2018

Theater, bibliotheek, café en radio

.

Van 25 tot en met 31 januari is het in Nederland en Vlaanderen Poëzieweek en dit jaar heeft de poëzieweek als thema ‘Theater’ gekregen, met als motto ‘uitstromend in het pluche van de zaal’. Nu zullen er weer veel zalen en zaaltjes gevuld worden met dichters en gedichten tijdens de poëzieweek maar in de meeste gevallen zal er weinig sprake zijn van pluche. Poëzie in Nederland en zeker in zalen en zaaltjes in Nederland vindt vooral plaats in zaaltjes en op plekken waar sprake is van eenvoudige stoeltjes of tijdelijke zitplaatsen.

Een paar voorbeeld en van plekken waar ik de komende poëzieweek te horen en zien ben.

Op zondag 21 januari (dat is dus strikt gezien net voor de Poëzieweek) zal ik voordragen in café Maaart op de Valkenboslaan tijdens een voorronde van de Poëzie op Pootjes bokaal. Aanvang 15.30 uur.

Op zaterdag 27 januari ben ik aanwezig bij Radio Rijnmond bij het onderdeel Vraag het de bieb (verzorgd door Geen Poeha) als dichter in 1 minuut (wordt waarschijnlijk iets langer dan 1 minuut) alwaar ik een gedicht zal voordragen en iets zal vertellen over de volgende twee activiteiten. De aanvang van mijn bijdrage is om ca. 13.30 uur.

Op zaterdag 27 januari zal ik vervolgens voordragen bij Voorbij de brug! in de bibliotheek van Delfshaven georganiseerd door de bibliotheek en Zona Franca. Deze middag begint om 13.30 uur (ik zal iets later aanschuiven) en duurt tot 15.00 uur. Andere dichters dar zijn  Daniel Dee, Rien Vroegindeweij, Myrte Leffring, Jantine Dijkstra, Gerard van Hameren, Tomas de Paauw en de Syrische dichter Adnan Alaoda. De presentatie is in handen van Marco Nijmeijer. De bibliotheek Delfshaven is aan de Rösener Manzstraat 80 in Rotterdam.

Op zondag 28 januari tenslotte zal ik de presentatie voor mijn rekening nemen van De Gedichtendag in theater Koningshof in Maassluis. Daar treden op: Marieke Lucas Rijneveld (met poëzie uit haar debuutbundel Kalfsvlies), de stadsdichter van Maassluis Jaap van Oostrum, Hans Trompert en Bert Blasé (muziek en poëzie) Relliatuur (Rellie Telg uit Rotterdam met spoken word poëzie) en een aantal dichters uit Maassluis e.o. De aanvang is 15.00 uur en de middag duurt tot ca. 17.00 uur. Entree is € 9,50 of met korting € 7,50 Theater Koningshof is aan de Uiverlaan 20 in Maassluis

Als opwarmertje alvast een gedicht van Rien Vroegindeweij uit ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973.

.

Poëzie is voor mij een verhaal

Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon

.


Poëziepodium Ongehoord! 10 december

In Rotterdam

.

Op zondag 10 december is alweer het laatste poëziepodium van 2017 in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Op de 4e etage in het auditorium komen de volgende dichters:

  • Gijs ter Haar (met werk uit zijn nieuwe bundel)
  • Marijke Hooghwinkel (ook met werk uit haar nieuwste bundel)
  • Peter Goossens uit Vlaanderen (ook al met werk uit zijn nieuwste bundel
  • Meliza de Vries (jong en aanstormend talent)
  • Gideon Borman (actieheld en dichter)

Wil je deze dichters alvast een proeve van bekwaamheid zien doen kijk dan alle filmpjes hier: https://www.facebook.com/stichtingongehoord/

Natuurlijk is er een open podium. Meldt je hiervoor aan ter plekke bij de presentator Maiko. Toegang is als altijd gratis, koffie en thee staan klaar. Aanvang: 14.00 uur, je kan terecht vanaf 13.30 op de 4e etage van de centrale bibliotheek aan de Hoogstraat (naast de markthal en station Blaak).

Hier volgt alvast een voorproefje van een gedicht van Marijke Hooghwinkel uit ‘werkdagboek[aantekeningen]1996-2014’.

.

gedachten over

wind die de zee in kleine stukjes rond/
je heen uit elkaar barst tot een/
in de nacht helder uitgehouwen//

donzig veertje recht naar beneden valt op de/
grond langs een hek bij het water tegen/
het licht gestapeld ligt//

gerimpeld onkruid verschroeid/
als taartenaarde met slakkenslijm omringd/
door platgetrapt tussen //

wuivende rietstengels/
geur van mest/
brekend glas/
lijn van huizen//

gedachten over zand en//

…..etc.

.

Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Rian Visser

.

De derde prijswinnaar Rian Visser, was door omstandigheden niet in de gelegenheid om haar prijs op te halen of haar gedicht voor te dragen. In haar plaats heb ik bij de prijsuitreiking, nadat bekend was gemaakt dat ze de derde prijs had gewonnen, haar gedicht voorgedragen. Het juryrapport over dit gedicht luidt:

.

Juryrapport 3 – Niemand kan mij spreken

Vele dorpen en steden nemen asielzoekers op. Vele mensen in die dorpen en steden begrijpen niet wat deze mensen hier doen. Vele mensen willen het ook niet begrijpen. Vele mensen willen het wel begrijpen. Net als de dichter van dit gedicht.

Het gedicht Niemand kan mij spreken, was in al haar eenvoud voor de jury bijna geen discussie waard. In eenvoudige taal in een paar zinnen opschrijven dat we elkaar soms moeilijk verstaan of niet begrijpen is heel knap. Het is dan ook niet te sentimenteel. Het doet recht aan wat dagelijks aan de hand is.

Ik citeer:

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

Een mens is meer dan een mens. Veel is bekend, vertrouwd. Maar, veel is -door verscheidene factoren- ook onbekend. Om dat onbekende van elkaar te gaan ontdekken is lef nodig. En de dichter van Niemand kan mij spreken heeft lef. Met dit gedicht laat de dichter niet alleen zijn/haar lef zien, het geeft de lezer ook hoop. Hoop op toekomst van poëzie en hoop op toekomst met ons allen.

.

Niemand kan mij spreken

.

Sinds een paar weken

zit in mijn klas

een meisje dat vluchtte.

Ze doet goed haar best

om ons te verstaan.

 

Maar vandaag heeft ze mij

verdrietig aangekeken.

Ze zuchtte en zweeg.

Ik denk dat ik het begrijp.

 

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

 

Daarom ga ik het proberen.

Min ’ayna ’anti?

Waar kom jij vandaan?

.

June Bobbe

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Marjolein Roozen

.

De tweede prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017 ging afgelopen zondag naar Marjolein Roozen en haar gedicht ‘3025 AA tot 3026 AN’. De jury schreef over dit gedicht en uitgesproken door Mark Boninsegna:

.

Juryrapport 2 – 3025 AA tot 3026 AN

Dit gedicht heeft de jury heel erg blij gemaakt. Als je van inhoud van postcodegebieden zoiets moois, simpels kan maken. De postcodes in dit gedicht zijn niet alleen Rotterdams, het gedicht is Rotterdams!

De overige juryleden waren zelfs even bang of ík het gedicht niet geschreven had. Het zou een mooie Bokito uit de mouw geweest zijn.

Maar zoals Jaap Montagne zei: Het telefoonboek oplezen is geen poëzie. Maar wat er in een postcode gebied allemaal te doen is en hoeveel verscheidenheid aan mensen en bedrijven, ik zou zeggen:  “Lebara, Lebara”.

Of hoe Alexander Franken het zei: Een allegorie waar veel uit te halen valt. Er is niet enkel een opsomming gemaakt, er is mee gespeeld. Op een manier dat het klopt en lekker loopt.

“Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara”

Of zoals ik het zeg: No nonsens in al zijn glorie.

.

3025 AA tot 3026 AN

 

Tandir, Dubai, Diam,

Torino, Tai Wah,

Ri Htim, Kousar, Kasabi,

Warung Rilah, El Aviva,

 

Het Pijpenhuis, Shaami Huis, Eethuis Marrakech,

Huisarts Stam & Stronkhorst,

 

Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara

 

Polski, Portuguesa,

HAS, Salan, Driouch,

Marokko, Delfshaven,

Andalus,

 

Vinodol, Wibra, Wokki,

Lebriz, Etos, Caftar,

 

De grootste slok,

Zeezicht,

Sidonia, Aan Zet.

.

Winnaar Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Gijs Smit

.

In een zeer goed gevulde foyer van het Bibliotheektheater in Rotterdam organiseerde stichting Ongehoord! gistermiddag de prijsuitreiking van de 6e Ongehoord! Gedichtenwedstrijd met als thema Diversiteit. De dichters die op de shortlist van het bestuur stonden waren allemaal uitgenodigd om, niet alleen aanwezig te zijn, maar ook om hun gedicht voor te dragen. Hoewel er een aantal afzeggingen waren hadden de meeste toch gehoor gegeven aan deze uitnodiging. Afgewisseld met de prachtige zang van June Bobbe lieten de dichters horen waarom het terecht was dat zij op de shortlist stonden. Vanuit vele streken (zelfs een aantal Vlamingen was aanwezig) was men naar Rotterdam gereist.

Tussen de dichters door vertelde Edwin, nieuw bestuurslid van Ongehoord!, iets over de nieuwe koers die Ongehoord! wil gaan varen in 2018. Naast de bekende podia wil Ongehoord! meer aan ontwikkeling van dichters gaan doen door middel van bijvoorbeeld het aanbieden van een aantal workshops. Na zijn verhaal, de gedichten van de aanwezige dichters en de muziek van June was dan eindelijk het verlossende woord aan de jury bestaande uit Mark Boninsegna (voorzitter), Alexander Franken en Jaap Montagne.

Als eerste las de voorzitter een aantal algemene bevindingen op die je hieronder kunt lezen.

Juryrapport algemeen

 De jury had de moeilijke taak om uit een shortlist van vijftig gedichten een top drie, bestaande uit een nummer drie, twee en één -de uiteindelijke winnaar van de dichtwedstrijd-, samen te stellen. Nu heeft de jury het geluk dat ze erg kunnen genieten van poëzie. Een straf om vijftig gedichten door te ploeteren was het dus zeker niet. Er zaten dan ook erg leuke gedichten tussen.

 Alle juryleden hebben, afzonderlijk, alle vijftig gedichten uitvoerend gelezen en daar hun favorieten uitgehaald. Deze favorieten hebben we gezamenlijk besproken. Soms viel een gedicht door een ander inzicht van andere juryleden al snel af en vaak werd er ook twijfel gebracht. Er was dan ook geen één gedicht die alle drie de juryleden bij hun favorieten hadden staan. Dit bracht de nodige discussies met zich mee. Wat alleen maar goed is. Op deze manier ben je ervan gewaarborgd dat de winnaar ook de terechte winnaar is.

 Het thema van de dichtwedstrijd, was diversiteit. En diversiteit was er ook! De jury heeft geen dichter kunnen betrappen die niet van diversiteit houdt. Gelukkig maar. Je zou er niet aan moeten denken dat iedere dichter hetzelfde zou opschrijven. De dichtkunst is voor velen al saai, maar dan zal het dodelijk saai zijn. En, saai was het zeker niet. Hoe sommige dichters vrijelijk gebruik maken van interpuncties, hoofdletters en witregels, het was soms echt een gepuzzel. Wat bedoelt de dichter hiermee? Is het bewust of juist onbewust gedaan?

 Vele dichters hanteren het vrije vers. Het vrije vers is een mooi iets. Je kan er alle kanten mee op. Je kan het invullen hoe jij het invult. Maar, wees consequent! Gebruik je punten na iedere zin, gebruik ze dan ook na iedere zin. Gebruik je komma’s, gebruik ze dan consequent. Gebruik je witregels, hanteer deze dan zorgvuldig en niet lukraak. Gebruik je overigens geen punten of andere leestekens in je gedicht, gebruik ze dan ook niet. Witregels hebben echt een functie. Wat de jury zag was soms een warboel van van alles en nog wat. Als je iets wel, of juist niet gebruikt, wees daar dan consequent in. Zoals ik zei, het vrije vers is een mooi iets, maar het heeft wel regels. Dit gaat trouwens helemaal op voor sonnetten.

 Tijdens het lezen en bespreken van de ingezonden gedichten kwam de jury ook tot de conclusie dat er weinig originaliteit gebezigd werd. Bijna alles hadden we al een keertje eerder gezien. Hoe mooi je ook een gedicht kan schrijven, als het uiteindelijk een kopie van Wigman, Komrij of Dee is, dan is het al een keer gedaan. Wees origineel. Durf! Jij bepaalt de combinatie van die 26 letters. Die 26 letters die we allemaal schrijven.

 Poëzie ben jij en jij bent poëzie.

.

Juryrapport winnende gedicht

En toen was het tijd om de prijswinnaars bekend te maken. De eerste prijs, de winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017 is geworden Gijs Smit. Uit het juryrapport:

In tegenstelling tot de realiteit van Niemand kan mij spreken (derde prijs) of het nuchtere, Rotterdamse 3025 AA tot 3026 AN (tweede prijs), is het gedicht Het land, juist sprookjesachtig. Het hele gedicht is als geheel een metafoor. Dàt is ook wat de jury er zo mooi aan vindt.

 Een land waar meningen samen leven met vrouwen en mannen en draken. Dit alles, zoals u zich kunt voorstellen, niet zonder problemen. Het is, ondanks de draken, de realiteit van de dag. Het is dan ook het einde, wat het gedicht tot een sprookje maakt. Het einde waarin de avondschemering als muze haar werk doet voor de dichter en waar de poëzie het levenselixer voor de inwoners van het land is. En dat, lieve dichters, is -hoe graag we het ook willen-, niet de realiteit. Zelfs niet als jurylid Alexander Franken denkt dat, dat misschien wel de reden is om kunstenaar te willen zijn is.

 De realiteit is dat Het land het winnende gedicht is van de Ongehoord! poëziewedstrijd!

.

Het land

.

Ik heb het land zelf verzonnen.

Draken wonen er.

En vrouwen met schorten en verlangende armen.

Mannen die verlegen door regenpijpen klimmen.

En meningen.

Na elke stap een mening.

 

Overal zijn woorden.

De meningen discussiëren met de vrouwen,

praten met de mannen,

vertellen de draken wat ze moeten doen.

En nooit zijn ze het met elkaar eens.

 

Maar na de zon en voor de sterren bereid ik het maal,

serveer muziek, zacht en wonderlijk,

kleuren, dichtbij en onbegrijpelijk mooi.

Zinnen, warm en voelbaar.

 

En de draken, de vrouwen, de mannen, de meningen

eten de muziek,

drinken de kleuren,

proeven de zinnen.

En het is stil.

.

De tweede prijs (Marjolein Roozen) en de derde prijs (Rian Visser) komen morgen aan bod. Hieronder Gijs Smit met het felbegeerde beeldje van Lillian Mensing en een foto van de winnaars (Rian Visser kon helaas niet aanwezig zijn) en de jury.

Oude dromen

Pero Senda

.

Vandaag 4 jaar geleden werd ik gebeld door de vrouw van mijn vriend en dichter Pero Senda (1945 – 2013). Vrij onverwacht was hij, na een kort ziekbed overleden. Ter nagedachtenis wil ik daarom vandaag, op zijn sterfdag een gedicht van hem plaatsen uit de bundel, die hij destijds in 1999 presenteerde in de bibliotheek van Maassluis. Vanaf dat moment leerde ik Pero steeds beter kennen en ik mis hem en zijn bijzondere en warme  persoonlijkheid nog altijd.

.

Oude dromen

.

Opnieuw kwellen mij niet uitgedroomde dromen

Gletsjers, schotsen, het poollandschap in schaduw en licht

Wit schitterend schuim in een zeegezicht

De witte dood loert. Angst grijpt me aan

Ik vlucht, wil zuidwaarts, blijf roerloos staan

Snel, snel! Waarheen? Natuurlijk naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

Zandstranden. Copacabana.

Is het Rio of Havana?

Gevaarlijke klanken uit Afrika’s zuiden

Kenya, safari, ziekten en kruiden

Wilde dieren overal, dag en nacht

De zon die brandt, ik dorst en smacht

Weer op de vlucht. Waarheen? Naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

Op de Balkan niets nieuws, geen dromen,

Hetzelfde decor, slechts nieuwe spelers zijn gekomen.

Vooral statisten rijen zich ten dans

Van bloed en vrijheid hebben zij thans

De mond vol. Weg nu met al die grote woorden

Ik overstijg de idealen die mij ooit bekoorden

Vluchten, zo ver ik kan, van al die dwazen

Naar het land van bloemen in borders en vazen

Van gele tulpen – dus terug naar huis:

Naar mijn huis in Maassluis.

.

%d bloggers liken dit: