Categorie archief: Bibliotheken

Stadsdichters

Harry Zevenbergen

.

Op de zeer interessante website Neerlandistiek.nl lees ik in een artikel van Anke Martens over stadsdichters. Anke deed voor haar  bachelorscriptie aan de Radboud Universiteit onderzoek naar wat het stadsdichterschap nou precies inhoud. Ze onderzocht de ontwikkelingen van het stadsdichterschap tussen 2005 en 2020 in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen. Natuurlijk zijn er veel meer stadsdichters (en gemeente-, dorps-, wijk-, provincie- en gemeentedichters maar ik begrijp dat ze zich heeft beperkt tot deze grote steden. Waarbij Den Haag heel pijnlijk ontbreekt.

Opvallend was dat de genoemde steden rond 2005 voor het eerst een stadsdichter benoemden waarbij er echter ook grote verschillen zijn. Zo ligt bijvoorbeeld niet vast door welke instantie het stadsdichterschap gefaciliteerd wordt. In de meeste gevallen speelt de gemeente een rol, maar of de gemeente de stadsdichter ook daadwerkelijk zelf aanstelt varieert. Vaak worden er bij de benoeming of het ondersteunen van stadsdichters organisaties die zich met literatuur bezig houden of bibliotheken gevraagd een rol te spelen. Ik ken zelfs een voorbeeld waar de stadsdichter vanuit een samenwerking van een kerk met een sociaalmaatschappelijke organisatie werd geïnitieerd.

Dan zijn er verschillen in de financiering, de bedragen die stadsdichters krijgen, het aantal aan te leveren gedichten, hoe en door wie de stadsdichter wordt benoemd en wat voor soort dichters er gevraagd worden (of verkozen). Een korte conclusie van Anke: “Zoals wel is gebleken, wordt het stadsdichterschap op veel verschillende manieren vormgegeven. Ook de ideeën over de inhoud van het ambt verschillen. Het stadsdichterschap is dus geen vastomlijnd fenomeen, maar kan in allerlei gedaantes gerealiseerd worden. Het is dan ook niet gek dat zich nog steeds nieuwe ontwikkelingen voordoen.”

Wat je er ook van vindt, het stadsdichterschap is in Nederland inmiddels aardig geworteld. Steeds meer steden en gemeenten gaan over tot het benoemen van een stadsdichter of gemeentedichter. Op deze manier worden mensen op een laagdrempelige manier geconfronteerd met poëzie (net als met bijvoorbeeld straatpoëzie) waardoor de belangstelling voor poëzie en (misschien zelfs) het lezen van poëzie wordt bevorderd. En daar mogen we alleen maar blij mee zijn.

Zelf mag ik aanstaande woensdag voor de 4e keer alweer juryvoorzitter zijn bij de verkiezing van de stadsdichter van Maassluis, terwijl in mijn woonplaats nog steeds geen stadsdichter actief is. De enige en meteen laatste stadsdichter van Den Haag (2007-2009) was Harry Zevenbergen (1964-2022) en sindsdien is het stil. Als enige van de grote steden heeft Den Haag het al die tijd zonder moeten doen. Daarom en omdat Harry een goede bekende dichter was hier een stadsgedicht van zijn hand getiteld ‘De was moet schoon’.

.

De was moet schoon
.
kleurrijk aroma in de wasmand
mijn terugblik op een week
zweet, eten, deo en jouw resten
gevangen in textiel en ik weet
.
precies waar, wanneer en waarom
voor de deur wordt het leven
in tien minuten geknipt en geschoren
het is zomer in de Boekhorststraat
.
terwijl wit en bont zich mengt
worstelen fietsen met de autostroom
westwaarts het centrum in en verder
oostwaarts lonkt de Schilderswijk
.
wanneer ik klungel met de machine
staan er altijd mensen klaar om me
te helpen het duurt een paar weken
voor ik door heb wie er werkt
.
Achmed vertelt van de broek in vijf
die eruit kwam met slechts één pijp
Harry vult aan dat de andere
terug werd gevonden in machine vier
.
van buiten roept Ria: “Ben je nieuw hier?”
en dat ik ze niet moet geloven
maar dat van die broek is echt waar
het is zomer in de Boekhorststraat

.

Poëzieroute Waalwijk

Froukje Vos

.

De stichting DichterBijWaalwijk is in 2016 opgericht door Jozef Mahieu, Marian Mahieu-Stokwielder en Mathieu Mertens en werkt samen met de bibliotheek Waalwijk. De stichting organiseert allerlei poëzie activiteiten in en rond Waalwijk waaronder een gedichtenwedstrijd en een poëzieroute. Inmiddels hangen er in Waalwijk, Waspik en Sprang Capelle zo’n 34 gedichten in de openbare ruimte van verschillende dichters. Een groot deel ken ik maar een groot aantal ook niet.

Namen als Hein van der Schoot (oud winnaar van de gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord!), Annette Akkermans, Erika Destercke en Gerardo Insua Teijero zijn vertegenwoordigd in de lijst. Uiteindelijk wil de stichting 50 gedichten in de openbare ruimte aanbrengen als onderdeel van de poëzieroute. een nobel streven lijkt me.

Op de website van de stichting is de route te zien en waar welk gedicht zich bevindt. Froukje Vos won in 2019 de gedichtenwedstrijd van stichting DichterBijWaalwijk met haar gedicht ‘de muze’. Haar gedicht heeft een plek gekregen bij het Galgenwiel in Waalwijk.
.

de muze

.

ergensverloor zij iets

wat dierbaar was, ergens

ze zocht en zocht

en vergat

.

totdat zij het ruisen hoorde

het ruisen van de bomen, dichtbegroeid,

het water van het wiel, dat zich langzaam

opent en weerspiegelt

ze riep en riep: “vertel mij wie ik ben”

.

aarzelend, zachtjes

en de geur van hout bracht beelden mee

strooide woorden in een vergeten wereld

glinsterend, laag voor laag, grenzeloos

op alle uren van de tijd

.

Stad van schrijvers

Antwerpen

.

In 2004 was Antwerpen Wereldboekenstad of zoals het officieel heette World Book Capital 2004. Vanwege haar bijzonder rijke aanbod als boekenstad (Antwerpen beschikt over prachtige archieven, bibliotheken en musea alsmede twee grote boekenbeurzen, uitgeverijen en boekhandels, literaire festivals en een veelvoud aan literaire organisaties). Enige jaren geleden heb ik samen met een aantal collega bibliotheekdirecteuren een bezoek gebracht aan Antwerpen en toen viel me al op dat de gemeente een ambtenaar speciaal voor boeken en literatuur had, iets wat ik nergens ooit ben tegen gekomen.

Wat Antwerpen ook boekenstad maakt is het grote aantal schrijvers dat er woont en werkt. In 2004 zette de stad samen met partners een uitgebreid programma op, ABC2004. Artistiek coördinator was Michaël Vandebril.  Met steun van de Antwerpse bibliotheken werd het project ‘Levende schrijvers’ opgezet, een portrettengalerij van 26 ‘Antwerpse’ auteurs. Een deel is in Antwerpen geboren en getogen in de stad een ander deel is er komen wonen en werken.

De fotograaf Andy Huysmans portretteerde dichters, romanciers, scenaristen en theaterauteurs in hun huiselijke omgeving. Alle schrijvers werd gevraagd een gedicht of tekstfragment te kiezen bij de foto. Alle foto’s en gedichten/tekstfragmenten verschenen in een boek met de titel ‘Levende schrijvers’.  Veel dichters dus met bekende namen als Bart Moeyaert, Hugo Claus, Peter Holvoet-Hanssen, Joke van Leeuwen en Ramsey Nasr. Maar ook Marcel van Maele (1931 – 2009). Deze dichter, beeldhouwer, prozaïst en toneelschrijver schreef ‘rebelse’ poëzie, in taal vol neologismen die breekt met semantische en syntactische  regels. Hij was een van de leidende figuren van het tijdschrift Labris (1962-1976), waarin een experimentele stijl prominent aanwezig was. Hij was lid van de Zestigers . Van Maele was de laatste 20 jaar van zijn leven volledig blind.

In de bundel is hij met foto en het gedicht ‘Onverwoord’ opgenomen.

.

Onverwoord

.

Als fluistervinken ingedut

wachten woorden op mondig worden

en dromen forellen en metgezellen,

flarden heimwee en zaligheid.

.

En de dichter, hij nadert

de bron waarin de woorden worden

en legt er een oorsprong ver

zijn oren te kijk.

.

En later als het water luider wordt,

als de klanken zich verbeelden,

als de taal haar tanden in de tongen slaat,

spring in ’t veld oplaaiend lawaai.

.

En hoe bij het doven van de geluiden

woorden ontstaan, hoe ze naar handen tasten

zodat de dichter ze kneden moet. En hij die

watertandend naar woorden dorst mag mee

naar zee.

.

Familieweekend

Carmien Michels

.

De Leuvense Carmien Michels (1990) is  dichter, auteur en performer. Ze ging Woordkunst studeren aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen waar ze in 2013 afstudeerde en debuteerde met de roman ‘We zijn water’. Voor Nederlanders klinkt het vreemd als iemand met een roman afstudeert aan een conservatorium. In Nederland studeer je aan een conservatorium om professioneel musicus of danser te worden. Geen schrijver. In België kun je ook de richtingen Kleinkunst of Woordkunst volgen.

In de kringen van het spoken word platform Mama’s Open Mic werd haar liefde voor ritme, poëzie, engagement en poetry slam grondig gevoed. Na nog eens een roman te hebben gepubliceerd en in 2016 het Nederlands en Europees Kampioenschap Poetry Slam te winnen (ze haalde ook brons op het Wereldkampioenschap in Parijs) volgde haar poëziedebuut ‘We komen van ver’ in 2017.

Ik leende deze bundel via de digitale bibliotheek (als je lid bent van de bibliotheek kun je het hele jaar gratis E-books en gesproken boeken lenen) en hoewel groot geworden in de spoken word scene zijn de gedichten in deze bundel heel goed leesbaar als gedichten in een gedichtenbundel.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Familieweekend’.

 

Familieweekend

.

Mijn vader

vastgebonden aan een

totempaal

we spelen voetbal en

mikken op zijn bril

hij jammert in trance

over de slang in bad

toen hij in Congo

jongen was

.

Mijn neefje pleegt own

goal

valt neer met handen

voor zijn kruis

waar de schaduw van

de paal de appelboom

raakt

knikt een missionaris

mijn vader toe

.

De mannen en jongens

zweten de meisjes niet

de zon dribbelt tussen

de wolken

er komt geen adder

door het gras gekropen

.

Geruisloos verdwenen

Mark Deckers

.

Bibliotheekcollega en schrijver Mark Deckers (1971) werkt als bestuurssecretaris bij Rijnbrink (Provinciale Ondersteunings Instelling voor Overijssel en Gelderland). Bij archiefonderzoek stuitte hij op een bibliotheekmedewerker die in de oorlog uit haar functie was gezet omdat ze Joods was. Dit stimuleerde hem om op zoek te gaan naar meer Joodse bibliotheekmedewerkers die ditzelfde lot trof. In zijn boek ‘Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis’ het lot van de Joodse bibliotheekmedewerkers, beschrijft hij de levens van 11 van hen. Verhalen over pijnlijk ontslag of in de knop gebroken levens. Maar ook verhalen over het overleven van meerdere kampen of door moedig onderduiken. Verhalen over levens die bijna onder het stof leken te verdwijnen maar die het waard zijn om opnieuw in het licht te zetten. Het boek verscheen deze maand (april) bij Walburg Pers.

Lezend in dit boek kwam ik het verhaal van Dora Belinfante uit Zeist tegen. Bij haar bleef ik plakken omdat zij met haar familie als kind letterlijk bij mij om de hoek woonde in Den Haag. Het verhaal van haar ontslag bij de bibliotheek Zeist, deportatie naar kamp Westerbork en Theresienstadt en vervolgens Zwitserland om daarna weer naar Nederland terug te keren als overlevende van de oorlog is geïllustreerd met een aantal gedichten van Dora Belinfante die zij tijdens deze periode schreef.

Het boek leest als een spannend boek van een trieste geschiedenis. De levensverhalen van de 11 Joodse bibliotheekmedewerkers mag dan een klein detail zijn uit 5 verschrikkelijke oorlogsjaren, het is goed en mooi dat ze zijn opgeschreven en bewaard zijn door Mark.

Uit het boek een gedicht van Dora getiteld ‘Basel 23.7.’45.’

.

Basel 23.7.’45.

.

Wij zitten op de grens van toekomst en verleden

Met de herinneringen aan de Geneefse dagen.

’t Verblijf te Basel vormt een merkwaardig heden

Van weerzien, wachten, staan en dragen.

Alleen het rustig samenzijn bij ’t eten

Geeft ons gelegenheid ons te bezinnen

Op het verleden, dat wij niet vergeten,

En op het leven, dat zal gaan beginnen.

.

De bedelaar

Willem Elsschot

.

Schrijver, dichter Willem Elsschot (1882-1960) was in zijn jonge jaren enige maanden redacteur van het Antwerpse jongerentijdschrift ‘Alvoorder’. Dit tijdschrift heeft precies 1 jaar bestaan (oktober 1900 – oktober 1901). In ‘Alvoorder’ werden een aantal jeugdgedichten van Elsschot gepubliceerd. In 1932 en 1933 publiceerde het tijdschrift ‘Forum’ ook al een aantal vroege gedichten van Elsschot onder de titel ‘Verzen van vroeger’.

Deze verzen van vroeger werden geschreven tussen 1907 en 1910. Kort daarna werden ze door Enschedé uitgegeven onder dezelfde titel in een bundeltje. In 1973 werden deze gedichten opnieuw gebundeld door uitgeverij Querido (en herdrukt in 1980). In deze uitgave worden de gedichten ingeleid door C. Bittremieux.  In mijn exemplaar staat een opdracht van de gever aan de ontvanger: “Als blijk van waardering voor uw hulp in de bibliotheek gedurende de cursus 1983-1984”.

De tien gedichten in dit kleine bundeltje zijn (op 1 na, namelijk in Parijs) allemaal geschreven in Rotterdam waar Elsschot toen woonde. Ik koos voor het gedicht ‘De bedelaar’ uit 1909.

.

De bedelaar

.

Ik word van lijf en leden veel te zwaar

om nog bij ’t volk erbarmen op te wekken.

Toch kan ‘k mijzelf niet tot een brandhout rekken,

noch kan dat iemand anders, is ’t niet waar?

.

Een apotheker geeft mij altijd pillen,

in plaats van geld: ’t zijn pillen voor het vet

dat zich meedogenloos heeft vastgezet

in dikke lagen, op mijn buik en billen.

.

Geen medicijnen brengen echter baat

noch zweten, vasten, biechten en novenen;

zij doen mijn vet niet smelten, maar verstenen.

Kom hier en voel, Mijnheer, en geef mij raad.

.

Als ’t God belieft, dan wordt het dertig jaren,

aanstaande Pasen, dat ik voor mijn brood

de hand reik en mijn schamel hoofd ontbloot.

maar wie kan Zijn beschikkingen verklaren?

.

Heidi und Peter

Elma van Haren

.
De Koninklijke Bibliotheek is de nationale bibliotheek van Nederland, gevestigd in Den Haag. Zij verzamelt alles wat in en over Nederland verschijnt, van middeleeuwse literatuur tot aan publicaties van vandaag. Zo’n 7 miljoen publicaties zijn in de magazijnen opgeslagen, boeken, kranten en tijdschriften, alles bij elkaar zo’n 115 kilometer aan boekenplanken. De Koninklijke Bibliotheek biedt daarnaast ook veel digitale diensten, zoals de landelijke online Bibliotheek (met e-books en luisterboeken) en Delpher (miljoenen gedigitaliseerde pagina’s). En wat ze ook biedt is een website met een apart stuk over poëzie. Op deze pagina’s is een schat aan informatie te vinden over dichters, poëzie en achtergrondinformatie uit verleden en heden.
Onder de knop moderne Nederlandse dichters zijn uitgebreide dossiers te vinden van meer dan 50 moderne dichters. Dat deze pagina steeds aan verandering onder hevig is blijkt voor mij bijvoorbeeld uit het gegeven dat een succesvol dichter als Marieke Lucas Rijneveld nog niet is toegevoegd. Dat geschreven hebbende kan ik deze website alleen maar van harte aanraden. Een schat aan informatie is hier ontsloten.
In de lijst met moderne Nederlandse dichters ook de naam van Elma van Haren (1954). De laatste en enige keer dat ik over haar schreef is alweer 4 jaar geleden. Alle reden dus om weer iets van haar werk te plaatsen. In dit geval het bijzonder aardige gedicht over Heidi en Peter, in dit geval vanuit de persoon van Peter geschreven, waarin Elma de traditionele rollen eens helemaal omdraait. Het gedicht werd gepubliceerd in Tirade jaargang 46 uit 2002.
.
Hallo Heidi

.
Ik hoorde van je hernia en dacht toen:

kom, ik schrijf je!

Bloeit mijn hortensia aan jou nog blauw?

Weet je nog, hoe wij herfst

in ons herbarium plakten?

.

En hoe heerlijk het schapen hoeden was

om bij noodweer te gaan schuilen

in de herdershut, waar we de eerste kus…

door één boshutkus werd het onze geheime kusboshut,

ach hoe dan ook…

.

Toen jij huppelend de hort op ging,

snikte, hikte ik zo heftig,

dat mijn hond een gat de lucht in schrok.

Kapot! Kapot!

Ik huilde hele bange dagen.

.

O liefje, waarom werd jouw hart zo zwaar, zo zwart.

Het mijne is gebroken.

Voor altijd zit ik aan je vast.

Ik voel mijn bloed nog koken,

want hoe hard ook je hart, des te zachter

waren je hemelse handen.

.

voor eeuwig je Peter
.

Harry Zevenbergen

Overleden

.

Op 8 maart jongstleden is de uit Randwijk afkomstige Haagse dichter Harry Zevenbergen (1964-2022) overleden. Ik kende Harry niet heel goed maar heb een aantal keren met hem te maken gehad en podia gedeeld. Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag, de eerste en de enige stadsdichter die Den Haag gekend heeft. Ik denk dat we elkaar voor het eerst ontmoeten in 2011 bij Poëzie op pootjes, een project waarin dichters het Haagse gevoel beschrijven in gedichten.

Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen  van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. Twee van de dichters die aan dit project meededen ( Jeroen de Vos en David Muiderman) leerde ik kennen toen ik debuteerde met ‘Zichtbaar alleen’ bij uitgeverij de Brouwerij.

In 2012 was ik te gast bij  ‘Hot Talk’ op radio Den Haag FM, waarin we spraken over onderwerpen als: Hoe kun je de aandacht stimuleren voor poëzie?, wat doen bibliotheken met poëzie? Wordt poëzie veel uitgeleend?  Later dat jaar was ik te gast bij ‘Het Woordenrijk’ ook bij Den Haag FM waar ik in gesprek ging met Harry en Dian van Faassen over poëzie.

In 2018 stonden we nog samen op een podium als Haagse dichters (met Alexander Franken en Debbie van den Bergh) bij ‘Schrijvers tussen de kassen’ Toen kwam al voorzichtig aan het licht dat Harry ziek was. Harry leed aan de ziekte van Alzheimer waaraan hij dus vorige week is overleden. Met hem verliest de poëzie maar vooral Den Haag een bevlogen en mooi mens. Dichter Anne-Tjerk Mante schreef op Facebook een prachtig in memoriam waarnaar ik hier graag verwijs.

In de bundel ‘Poëzie op pootjes’ uit 2005 staat het gedicht ‘Levenslooplijnen’ van Harry en dat gedicht wil ik graag hier delen.

.

Levenslooplijnen

.

Een man in het park voetbalt met zijn zoontje.

Verder is het park leeg.

Vader: veertiger, kalend, buikje, geen talent.

Zoontje: een jaar of vijf, een supertalent?

.

Een man in het park traint zijn zoontje.

Verder is het park leeg.

Vader legt de oefening uit, moedigt zoontje aan.

Zoontje gaat enthousiast aan de slag.

.

Een uur lang zit ik daar.

De ene oefening volgt de andere.

De vader is geen begenadigd trainer.

De zoon daar valt nog niets van te zeggen.

,

De man in het park gelooft in zijn zoontje.

Gelooft dat hij morgen de nieuwe Bergkamp,

ergens bij een profclub kan onder brengen.

Hij droomt van een mooi plekje op de tribune.

.

Het ADO-stadion kijkt mee over zijn schouder,

maar de ambities reiken verder, reiken tot in

Rotterdam, Rome, Londen, Barcelona.

.

Na twee uur begint het donker te worden.

De man geeft zijn zoontje een aai over de bol.

Thuis staat een schoolbord te wachten.

.

Samen met Diann van Faassen bij het Woordenrijk

Stap voor stap

Mark Boninsegna

.

Mark Boninsegna is dichter, schrijver, freelance journalist, kunstenaar en podcastmaker. Regelmatig verzorgt hij poëzieworkshops op scholen voor kinderen in probleemwijken. Hij schreef voor Hand in Hand, Gers! Magazine, Smaak mag, Onze Haven, Noisey en De Havenloods (allemaal in Rotterdam). Hij is oprichter van het online poëziemagazine ‘A Fetisch For Poetry’. Sinds juni 2021 presenteert hij samen met collega dichter en voormalig stadsdichter van Rotterdam, Daniël Dee, de tweewekelijkse podcast ‘De Rotterdamse School en aanverwante zaken’ waarin de twee het laatste poëzie- en literatuurnieuws bespreken.

Eind 2018 werd Mark Boninsegna (1976) benoemd tot gemeentedichter van Lansingerland (gemeente in Zuid Holland bestaande uit de dorpen Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek). Voor 2018 was hij al actief als bibliotheekambassadeur van de bibliotheek Oostland. Mark gaf in januari van dit jaar het gemeentedichtersstokje over aan Woes Ploum en als dank voor zijn jarenlange inzet werd de bundel ‘Poëzie is in de buurt’ gepubliceerd met zijn gemeentegedichten.

Uit deze bundel komt het gedicht ‘Stap voor stap’ een gedicht naar aanleiding van 4 en 5 mei (hij schreef elk jaar een gedicht rond deze dagen).

.

Stap voor stap

.

laten we lopen

stap voor stap

in beweging

.

open velden bezoeken

wij ooit verscholen

achter hoeken

.

blikken als staal

verdwenen met jou

-lach als een kind-

.

onbezorgd opgroeiend

met moeders en vaders

vrienden en buren

.

jouw pril geluk

aan jullie hand

stap voor stap

in beweging

.

I love you like I love myself

Marieke Lucas Rijneveld

.

Hoewel de nieuwe bundel van Marieke Lucas Rijneveld echt geen extra ondersteuning of publiciteit behoeft, daar zorgt de bundel zelf wel voor en anders Marieke Lucas of haar uitgeverij wel, wil ik toch hier over ‘Komijnsplitsers’ een stukje schrijven. De reden is de volgende; ik ken Marieke Lucas (1991) al sinds hij zijn eerste optreden verzorgde op een podium bij Ongehoord! op 20 jarige leeftijd in 2012. Een jaar voordat hij doorbrak met ‘Kalfsvlies’ stond ik samen met hem op het Taalpodium in Zeist en op de dag voordat zijn roman ‘De avond is ongemak’ uit zou komen, trad hij bij mijn bibliotheek op in Maassluis.

Maar er is nog een reden. Voor mijn verjaardag kreeg ik ‘Komijnsplitsers’. De bundel was nog maar net uit en ik heb een derde druk. Ik heb de bundel nog niet gelezen maar bladerend door de bundel kwam ik het gedicht ‘I love you like I love myself’ tegen. De titel begon ik meteen te neuriën, ik ken het nummer van Herman Brood heel goed met die titel. Toen ik het gedicht las bleek de titel inderdaad genomen te zijn uit dit nummer van Brood.

Hoewel ik de gedichten (op een enkel gedicht dat al eerder werd gepubliceerd na) nog niet heb gelezen, blijkt ook deze bundel weer een typische ‘Rijneveld’. En omdat ik in mijn jonge jaren Herman Brood wel tientallen malen heb zien optreden wilde ik jullie dit gedicht maar meteen voorschotelen. Daarom en omdat dit gedicht me meteen greep. In dit gedicht zit voor mij alles waar Marieke Lucas de afgelopen jaren doorheen is gegaan. ‘een jongetje uit me geknipt’ het mogen worden wat je wil, de Schepper (met hoofdletter!) die dus nog steeds een belangrijke rol speelt in het leven van Marieke Lucas, het scheefgeknipt zijn, de schaamtelijm en het gelukkig zijn en dat niemand het volume bepaalt behalve zij. Een gedicht dat nu al een klassieker is voor mij.

.

I love you like I love myself

.

Lang geleden dat de zondag spinnend naast mij lag,

dat ik geen verdrietplaatjes draaide, het levenslied een keer

niet uit mijn borstkas knalde, gewoon een trage wals met

.

de stilte. Ik heb de schaar in mijn haar gezet en waterpas een

jongetje uit me geknipt, daarna was mijn lampenzwarte

dakhaasliefje aan de beurt, hem gezegd dat hij alles

.

mag worden, zelfs een zilverreiger of een aalscholver,

behalve dan het plagerige donker, een diefachtige,

om na het knippen met hem in mijn armen door de kamers

te zwieren – Hazes slaan we over, van Hazes krijgen we jeuk-

.

en hem af en toe met heel zijn kattengewicht in mijn hals

te leggen, zachtjes toe te fluisteren dat hij mijn Schepper is,

zonder hem ben ik onaf, zonder hem sta ik constant in de

.

steigers. Ik weet dat we allebei haveloos van schoot naar

schoot gaan, dat we constant op zoek zijn naar de hand die

ons kriebelt, die ons van alle toorn en wreveligheid ontvlooit

– Brood draaien we hard, Brood helpt ons uit het lood-

.

maar nu zwieren we door dit moederloze oord, neuriën

de songtekst foutloos mee, en ik durf zelfs te beweren dat we hier,

hoe scheefgeknipt we onszelf ook zien, hoe stijfjes ook onze

.

danspasjes door een teveel aan schaamtelijm tussen onze

gewrichten, toch durf ik hier te beweren dat we gelukkig, o zo

gelukkig en niemand, behalve wij, controle over het volume.

.

%d bloggers liken dit: