Maandelijks archief: juli 2022

Poëzieroute Waalwijk

Froukje Vos

.

De stichting DichterBijWaalwijk is in 2016 opgericht door Jozef Mahieu, Marian Mahieu-Stokwielder en Mathieu Mertens en werkt samen met de bibliotheek Waalwijk. De stichting organiseert allerlei poëzie activiteiten in en rond Waalwijk waaronder een gedichtenwedstrijd en een poëzieroute. Inmiddels hangen er in Waalwijk, Waspik en Sprang Capelle zo’n 34 gedichten in de openbare ruimte van verschillende dichters. Een groot deel ken ik maar een groot aantal ook niet.

Namen als Hein van der Schoot (oud winnaar van de gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord!), Annette Akkermans, Erika Destercke en Gerardo Insua Teijero zijn vertegenwoordigd in de lijst. Uiteindelijk wil de stichting 50 gedichten in de openbare ruimte aanbrengen als onderdeel van de poëzieroute. een nobel streven lijkt me.

Op de website van de stichting is de route te zien en waar welk gedicht zich bevindt. Froukje Vos won in 2019 de gedichtenwedstrijd van stichting DichterBijWaalwijk met haar gedicht ‘de muze’. Haar gedicht heeft een plek gekregen bij het Galgenwiel in Waalwijk.
.

de muze

.

ergensverloor zij iets

wat dierbaar was, ergens

ze zocht en zocht

en vergat

.

totdat zij het ruisen hoorde

het ruisen van de bomen, dichtbegroeid,

het water van het wiel, dat zich langzaam

opent en weerspiegelt

ze riep en riep: “vertel mij wie ik ben”

.

aarzelend, zachtjes

en de geur van hout bracht beelden mee

strooide woorden in een vergeten wereld

glinsterend, laag voor laag, grenzeloos

op alle uren van de tijd

.

Advertentie

Stemmen van Schrijvers

Dichters en muziek

.

Aan het eind van jaren vijftig begon het – toen nog – Letterkundig Museum samen met uitgeverij Querido aan de productie van een reeks grammofoonplaten met als titel ‘Stemmen van Schrijvers’. Het museum bestond toen nog niet zo lang, en was bezig om te onderzoeken waaruit precies de verantwoordelijkheid bestond. Er werd geïnventariseerd, verzameld, schrijvers werden uitgenodigd hun handschrift in te sturen – en er werd vastgelegd hoe schrijvers klonken. Het initiatief hiertoe kwam vanuit Querido. Het zijn keurige voordrachten, van een kleine veertig schrijvers en dichters, van Leo Vroman tot Sybren Polet, Gerrit Kouwenaar tot Hans Andreus en Anna Blaman tot Cees Nooteboom. Er was één uitgeverij die het idee overnam: De Bezige Bij, in samenwerking met Philips.

Het werd geen lange reeks want maar vier platen maakten Philips en De Bezige Bij, terwijl Querido en het Letterkundig Museum er twintig produceerden. Philips maakte nog wel wat singletjes met voorlezende dichters. Literaire werk aanvullen met muziek was echter bewerkelijk, en het zou in de jaren daarna ook niet zo veel meer gebeuren. De redenen daarvoor zijn eenvoudig, zo zijn de productiekosten voor een goede opname hoog, en er viel met de verkoop van voorlezende dichters onvoldoende te verdienen om de investering terug te verdienen. Bovendien bleek radio een geschikter medium voor de schrijver dan de grammofoonplaat.

Toch waren deze platen wel de voorlopers van de performances van dichters na hen. Zo werd Bert Schierbeek op zijn EP begeleid door Hans van Zutphen achter de piano en Ferdi Posthuma de Boer op drums. Hugo Claus werd zelfs ondersteund door het Trio Pim Jacobs. Ook bij hen werkte dat uitstekend, jazz past goed bij het werk van de experimentele dichters. Er was bij vlagen daadwerkelijk sprake van samenspel of een

Veel bekende dichters dus die meededen. Ik heb gekozen voor Hugo Claus (1929-2008) want de ongepolijste Hugo Claus en de gladde Pim Jacobs, ik zie het helemaal voor me. Het gedicht ‘ Visio tondalis’  werd door Hugo Claus en Erik Voermans op muziek gezet en hier kun je het gedicht lezen. Het gedicht verscheen in de bundel ‘ De geverfde ruiter’  uit 1961.

.

Visio tondalis

.

Uit het valeland naar de borstelige lucht duwt een engel
De verraste ziel bij de billen
In een ei van licht.

.

Een gehelmde zot met een slak op zijn kop
Schiet wortels in de modder.

.

Niet in de spiegel met de slang kijkt het wijf
Maar naar de krijger in zijn kot.

.

Kat en varken roosteren een oor,
Torens branden, hoor het krijsend koor!

.

Lust, een monnik met een pin in zijn pij van spijt,
Wordt in de takken vermaledijd.

.

Met vlerken van korenaren zoekt de vlinderrat
Naar aas en het aars van een duif.

.

Oker is de aarde en doorkrabd met sporen en hoornen.

.

Daar klimt in een geldbeugel een klerk
Met spaarzame knieën. Zweepdieren besmetten de kerk.

.

Gulzig eten wij hagedissen, padden eten aan ons,
De zonde is een donkere zon.
(Ik zoog haar binnen met de melk voor het gebed;
Verdrogend bij de enkels
Naderden buidelwijven mijn jankend bed.)

.

Een kleurloos gewoeker bijt aan het gebouw der rede,
Kennis roert en wroet aan het gebeente.

,

Halsstarrig blijven de torens en de kooien branden
In vlammen en vlooien.

.

Geen boot in het suizende water.

.

Opgeblazen door kerkmuis en uil
Zit een ketter gesperd op een mes
En schuift het klokhuis van zijn buik
Over het ongenadig lemmer, het kruis.

.

Eieren breken, keien krijgen een muil in het kruid.
Een kakkerlak graaft in een kist,
Een kater likt aan de galg, een kalf verdrinkt in het lis.

.

Iedereen in zee, niemand aan de kant,
Dit is mijn moederland.
Adem wordt wind, kwijl wordt slijk
En naar mijn voeten toe groei ik
Ritselend in ijzer en ijs.

.

 

Audit

Iduna Paalman

.

Toen ik het gedicht ‘Audit’ van Iduna Paalman (1991) las in haar bundel ‘De grom uit de hond halen’ uit 2019, dacht ik twee dingen. Allereerst de titel van de bundel, die komt in dit gedicht als regel voor. Ik zie het graag als dichters een regel of een woord uit een gedicht nemen voor de titel van een bundel (zelf verschillende keren gedaan). De andere observatie was die van de auditor. Iedereen die weleens een auditor over de vloer heeft gehad weet ongeveer wat hem of haar te wachten staat. Aan de ene kant is het gedicht grappig herkenbaar en aan de andere kant vraag ik me af of een riskmanager die een audit zelf de problemen gaat oplossen. Maar dat is dan weer het mooie van literatuur (en poëzie) daar is alles mogelijk. Ik vind dit gedicht in ieder geval erg verfrissend en lekker leesbaar.

.

Audit

.

Er bestaat een groep riskmanagers, ik ben er een van. We komen graag
samen in een huis met gematteerde ramen, taxeren de dreigingen, verdelen
ons zorgvuldig over de straten.

.

Al op de eerste hoek weet ik een schaafwond uit een tegel te schrapen,
een clash uit een auto, een grom uit een hond. Botten bevrijd ik
van hun prematuur gevormde breuken, parkeergarages
van hun diep in de staalconstructies verscholen rekenfouten.
Uit een vrouw verwijder ik het weggaan, uit het kind
de vroegtijdige verlating.

.

Van wat pijn lijdt en kouvat neem ik de besmetting weg. Ik repareer
wat harig schuurt, roestig drupt, weerloos naakt op de akker staat.
Kompasnaalden in zakken van traag volgezogen jassen, stikgevaar
in stilstaande adem, de onderstroom in vreemde gangen, sluizen
in manieren van praten

.

’s avonds rapporteer ik: alles wat misging is voorkomen, alles wat
jankte kan rustig gaan slapen.

.

                                                                                                                                                                                              Foto: Marianne Hommersom

Dichter over dichter

Heere Heeresma en Hans Lodeizen

.

In zijn bundel ‘Eens en nooit weer…’ uit 1979, zijn verzamelde gedichten, schrijft schrijver, dichter Heere Heeresma (1932-2011) een gedicht aan collega dichter Hans Lodeizen (1924-1950). In de categorie dichters over dichters wilde ik jullie deze niet onthouden. Mijn eerste vraag was wat deze twee dichters bindt? Ik las een antwoord op de zeer informatieve blog van Rudy Cornets de Groot.

Rudy schrijft daar over het volgende gedicht gedicht van Heere Heeresma:

zo loop ik de avond
vol lucht vol snelle
voetstappen zo zonder
vogels loop ik

achter de ramen wuiven –
de mensen
vriendelijk en
regelmatig

met enkele zou ik willen
praten en traag klappen
om hun praten in de avond

“Zeg niet direct: ‘0, Hans Lodeizen’ bij het lezen van dit gedicht: dit is een prachtig voorbeeld van symbiose: een samengaan van Lodeizens idioom en die typische, ironische kijk van Heeresma op zichzelf en zijn medemensen.

Kennelijk was Heere Heeresma een goot liefhebber of bewonderaar van dichter Hans Lodeizen. Dat blijkt ook wel uit het gedicht uit de bundel ‘Eens en nooit weer…’ getiteld ‘Aan Hans Lodeizen’.

.

Aan Hans Lodeizen

.

Je hebt gefloten als een grote vogel

in je ogen stond de zee onafgebroken

.

en later op de avond liep je langzaam weg

met de schaduw van het gazon op je gezicht

.

dat vertikaal stil staart

naar de voeten van het licht

.

De Veerman

Romain John van de Maele

.

Via Alja Spaan, goede vriendin en medebestuurslid van Meander, kreeg ik een mail waarin ik gewezen werd op ‘De Veerman’ gewezen, een  Tijdschrift voor West- en Noord-Europese literatuur en kunst dat gemaakt wordt door Romain John van de Maele. Romain is onder andere voormalig recensent bij Meander. In ‘De Veerman’ staan maar liefst 85 pagina’s met literatuur en kunst, zoals beloofd. In dit tijdschrift ook veel aandacht voor poëzie.

Zoals voor de poëzie van Edward Hoornaert (1981). Deze dichter debuteerde in 2016 met de bundel ‘Wij vreemden’. In de periode 2021-2023 is hij stadsdichter van Roeselare (Vlaanderen). Hij publiceerde gedichten in Gierik & NVT, Kluger Hans, Met Andere Zinnen en Plebs. Voorts is hij de bezieler van het dichterscollectief Obsidiaan en redacteur van het online tijdschrift Roer.

Als mede (poëzie-)tijdschriftmaker (van MUGzine) wil ik graag de aandacht vestigen op dit mooie initiatief van Romain. Daarom uit zijn debuutbundel van Edward Hoornaert, ‘Wij vreemden’ het gedicht ‘Morgenland’ dat ook te vinden is in ‘De Veerman’.

.

Morgenland

.
altijd juichen wij een vorig leven toe
gaan wij op zoek naar wat er achter onze rug
opdoemt – terwijl wij denken aan het verlies

.
denkt het verlies aan ons, er is geen weg vooruit
er is alleen het bed dat naar de liefde leidt en daar verstomt
wat ons betreft is dit het einde niet, we weten hoe het is
een voorstelling te maken van wat nog komen moet

.
in functie van wie achterblijft – ons huis het nest
dat ruimte liet

.
de tak waarop de vogel zat de verte ontegensprekelijk nabij

.

MUG #13 is uit!

Minipoëziemagazine

.

Elk station is een sterfbed en geluk is een gemis. Dat we iets hadden om aan vast te klampen. Ze moet een vrouw geweest zijn, die kinderen heeft gedragen. Ik ontdekte een heel klein vliegveld op het vloerkleed dat we vorige week nieuw hebben gekocht. In je ooghoek stond stilte zijn straf uit.

In de gedichten van Jana Arns, Wout Waanders, Shari van Goethem en Marie Brummelhuis broeit er iets, gloeit er iets en wil je hoofd zich vormen om de woorden, de gedachten en de versierselen van de taal.

In het artwork van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen branden de felle kleuren nog na wanneer je de Luule tot je neemt..

De nieuwe MUGzine nummer 13 is ontbrand, voel de warmte dichterbij komen, open dit zomernummer nu.

Als opwarmertje, voor je op de link hierboven klikt, een gedicht van Jana Arns dat ook op de website van Het Gezeefde Gedicht is gepubliceerd.

.

In het land van opwaaiend zand
worden geen kastelen uit emmers getoverd.

.

Er staan tentenkampen,
piketten worden de huid ingeslagen.

.

Kinderen spelen mikado met lijken,
wie nog beweegt is evenzeer verloren.

.

Alles ligt altijd opgebroken, niets
of niemand past nog in elkaar.

.

Op deze achtergrond van terreur,
leert men zwemmen, nieuw land tegemoet.

.

Wie mag blijven, wordt opgeknapt, geduid.
waar er nog een hek was om overheen te klimmen,

.

wordt nu alles keurig geregeld.
Tot de uitwijzing toe.

.

MUGzine is een initiatief van MarieAnne, en Wouter in samenwerking met Bart

Postindustrieel wonen (Oostblok)

Geert Buelens

.

De Vlaamse dichter Geert Buelens (1971) is tevens essayist, columnist en als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. Zijn onderzoek richt zich vooral over de omgang van schrijvers en andere kunstenaars met momenten van crisis.

In 2002 debuteerde Buelens met de bundel ‘Het is’ waarvoor hij in 2003 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs kreeg. In 2005 verscheen ‘Verzeker u’ en in 2014 ‘Thuis’.

In 2020 verscheen zijn dichtbundel ‘Ofwa’. De gedichten van Buelens gaan over de problemen waar de mensheid vandaag de dag mee te kampen heeft, specifiek op sociale media en in de vorm van de klimaatcrisis. Of zoals de uitgever het op de bundel beschrijft: “De samenleving staat onder hoogspanning. De planeet is vergiftigd. De dichter probeert homeopathie door verongelijkt, woedend, al te zeker van zichzelf de tegenstellingen op scherp te zetten. Hoe de achterkleinkinderen van de Verlichting zachtjes indutten.”

Buelens schreef voor ‘De Morgen’ en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift ‘Yang’, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer ‘Bzzlletin’ en ‘Het liegend konijn’. Sinds 2012 is hij lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en sinds 2013 van de Academia Europaea.

Uit zijn bundel ‘Thuis’ komt het gedicht ‘Postindustrieel wonen (Oostblok)’.

.

Postindustrieel wonen (Oostblok)

.

Alles wat van het vijfjarenplan kwam
ligt hier verloren

.

Stilgevallen wat hydraulisch
werd aangedreven
wat mechanisch

.

Het valt niet mee
de overgang te verlichten
het staal te plooien als weleer

.

Zou dat kunnen
beton afgrazen
de koepel opengooien en
de was drogen in het neon?

.

Verkwist

Nina Vanhevel

.

De West-Vlaamse dichter Nina Vanhevel (1989) is fondsredacteur bij Academia Press in Gent. In 2021 werd haar gedicht ‘advies’ gepubliceerd op Het gezeefde gedicht en ook in 2021 werden drie gedichten van haar hand gepubliceerd op Meandermagazine. Hoewel ze denkt en schrijft in het West-Vlaams werkt ze haar poëzie om naar het Nederlands om een groter bereik te hebben en gelukkig maar denk ik dan. Of haar ‘dichterscarrière’ een vervolg krijgt of dat ze zich op het redacteursvak zal focussen is de vraag, als ik haar gedichten lees hoop ik op het eerste.

.

verkwist
.
vandaag je zaad
uit de vuilnisbak gehaald
het lag er al een maand
eerder kon ik het niet maken
om al dat wat van ons nog rest
zomaar weg te dragen
.
is dit dan hoe het is
een lichaam komt
in korte stoten
maar gaat in lange halen
.
en in mijn hoofd dat eeuwig beeld
jouw ogen tot spleetjes geknepen
hoe ik je haren je wenkbrauwen
de kloven in je lippen streelde
als een kind
.
dat nooit zal leren
hoe je liefde moet doseren

.

Laatste kans

Doe mee en zend in!

.

Poëziestichting Ongehoord! organiseert dit jaar voor de 8ste keer de Gedichtenwedstrijd. Dit jaar is het thema ‘Twist’. Eerdere winnaars van deze wedstrijd waren Anneke Wasscher, Gerard Scharn, Alja Spaan, Sara De Lodder, Hervé Deleu, Hein van der Schoot en Gijs Smit. Misschien wordt jij de opvolger van Sara De Lodder?

Meedoen kan nog tot 31 juli 2022. Je kunt je gedicht via dit adres insturen. Voor de voorwaarden en dergelijke lees je dit bericht.

Prijzen: Het beeldje van kunstenares Lillian Mensing, publicatie van de winnende gedichten op de website van poëziestichting Ongehoord! en op dit blog en publicatie in het leukste, kleinste en meest eigenzinnige poëziemagazine van Nederland en België, MUGzine.

De prijsuitreiking van de gedichtenwedstrijd 2022 zal plaats vinden op:

zondag 18 september van 13.00 tot 17.00 in de Jacobustuin (Jacobusstraat 103 – 109, 3012 JM) hartje Rotterdam, 5 minuten lopen van het Centraal Station.

De Jacobustuin is sinds jaar en dag een heerlijke plek middenin de stad en toch in het groen, waar de dichters die op de shortlist komen (de beste dertig gedichten) uitgenodigd worden hun gedicht voor te dragen. Als elke dichter dit gedaan heeft zal de jury (hierover later meer) de prijzen uitreiken. Er zal muziek zijn (ook hierover later meer) en eten en drinken voor de dichters en bezoekers.

In 2016 was het thema ‘Verwachting’ en won dichter Hein van der Schoot de gedichtenwedstrijd met het gedicht ‘ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg’ .

.

ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg

 

ge wist van de kelder de zolder, de ene sok de andere

en door de deur hoorde ge honderden vaders moeders

en bromberen net als vorige week en toen en toen

en buiten, nou ja buiten, de buik deed zeer, zeer

 

hoe het varken door zijn poten zakte en u aankeek

hoe het misschien droomde en ge zelf droomde dat ge

slappe benen zou krijgen en dan opengespalkt op de ladder

en al die nonkels en tantes die balkenbrij eten

 

een tuimelend hoofd met bloedspetters en strepen op de cementen

vloer en d’n papa die morse kan lezen maar dat ge zelf in uw lijf zit en

dat daar niemand u uit kan halen en dat er een brug is en een vallei

en hopelijk alles een kwestie is van goed zwiepen

.

Vervulling

Guillaume van der Graft

.

Dichter, schrijver en theoloog Willem Barnard (1920-2010) was als dichter vooral bekend onder het pseudoniem Guillaume van der Graft. Deze Rotterdammer debuteerde in 1946 met de bundel ‘In Exilio’ waarna nog verschillende bundels volgden. Na ‘Gedichten’ (1961) publiceerde hij voornamelijk essays, preken, liederen en studies. De bundel die ik in bezit heb is een mysterie, nergens kan ik vinden uit welk jaar deze bundel is. De bundel is getiteld ‘Gedichten’ en is uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Holland – Haarlem en zelfs op ISBN nummer kan ik geen duidelijkheid krijgen over het jaar van uitgave.

Waarschijnlijk is de bundel uit begin jaren ’80 (gezien de uitvoering en grafische vormgeving). De eerste druk is van 1961 (ik heb een tweede druk) en daar wordt naar bundels en boeken verwezen uit 1969, mijn exemplaar moet dus van daarna zijn. Opvallend in het werk van Guillaume van der Graft is dat er in verschillende jaren ‘Verzamelde gedichten’ zijn uitgegeven.

In de bundel ‘Gedichten’ staan zo’n 150 gedichten, een keuze (volgens de tekst op de achterflap) uit zijn ‘vrije’ poëzie. Hiermee wordt denk ik bedoeld dat de gedichten niet vanuit een religieus oogpunt of thematiek zijn geschreven. Het liefdesgedicht dat ik uit deze bundel wil delen is dat in ieder geval niet.

.

Vervulling

.

Zij is vervuld van mij;

haar lichaam is gelukkig

en haar geluk belichaamd.

.

Ik leger mij opzij.

Het mijne is te nukkig.

Een geluk dat zich schaamt

.

om bloed en vlees te worden

verdicht zich wel in woorden

en die houden mij vrij:

.

wanneer ik niet genoeg van

haar houden kan, zij houdt

alles van mij geborgen.

.

Morgen is het weer vroeg, dan

ontbijten wij getrouwd.

Ontoegankelijk morgen.

.

 

%d bloggers liken dit: