Maandelijks archief: februari 2019

Zondagskind

Akwasi

.

Enige tijd geleden was ik op een dag voor bibliotheekmensen en daar trad Akwasi op. Toen verbaasde ik mij al over alle dingen die Akwasi Owusu Ansah (1988) onderneemt: Hij is dichter, artiest, acteur, performer, schrijver, stemacteur, scenarist, presentator, gespreksleider, workshopmaster, eigenaar van muzieklabel Nederlands Dope en directeur van televisieproductiebedrijf Need Vision. Een multitalent kortom. Ik kende Akwasi destijds vooral als Spoken Word artiest die een geweldige performance neerzet met inhoud en toen ik hoorde wat hij allemaal nog meer deed werd ik bijna een beetje jaloers.

In de Poëzieweek was ik in de boekhandel om een dichtbundel te kopen en zag daar de bundel ‘Laten we het er maar niet over hebben’ van Akwasi. Die heb ik gekocht en in tegenstelling tot wat de titel suggereert wil Akwasi het er in deze bundel juist wél over hebben. Op de achterflap staat dan ook te lezen dat hij het er juist over wil hebben; over je haar, je geloof, je huidskleur, je familie, je verzwegen geschiedenis, je stijl, je hartkloppingen, je seksuele geaardheid, je fobieën en je achtergrond. En dat doet Akwasi in deze bundel op een hartverwarmende, soms schurend eerlijke maar altijd oprechte manier. Een bundel die je opnieuw aan het denken zet over onderwerpen waarvan je dacht dat je mening nu wel gevormd was.

Hoewel er niet echt sprake is van hoofdstukken (er is geen overzicht van te vinden in de bundel) worden er secties van elkaar onderscheiden door zwarte bladzijden met witte teksten als: Aan alle valse profeten,voel de toornen van mijn muziek, Soms zeg je met niet, al meer dan genoeg, Ik had al een donkerbruin vermoeden, Sirenes zijn ’s nachts het moois, Ik kan dit niet rijmen, Als ik vroeger had geleefd was ik vast een Marron geweest, en Geloof me niet op mijn blauwe ogen , geloof mij op mijn dreadlocks.

Omdat Akwasi (geboren op zondag betekent zijn naam in het Ashanti) zo’n veelzijdig mens is en zo’n geëngageerd dichter, koos ik voor het gedicht uit zijn bundel getiteld ‘i am not your negro’.

.

I am not your negro

.

ik ben die gast niet

ben niet wie je denkt

.

ben een mens

ik ben die gast niet

.

zie mij alsjeblieft als een man

en niet als een man van kleur

.

kijk nu eens en zie hier dan een hand

en niet een hand van kleur

.

ik ben een man van yes sir

maar ook een leeuw

dus ik kan rauw kijken

laat mij niet in mijn hemd staan

het is koud buiten

.

ik kom hier vandaan en ik zal hier hoogstwaarschijnlijk gaan

.

i am not your negro

.

niet je neger

niet je nigger

.

noem mij liever bij mijn naam

akwasi met de a van anton

en bedankt

.

dus heb je nog een vraag

dan ben ik graag je man

.

 

 

Advertenties

Poëzie onderzocht

Wat resultaten

.

In 2017 is een uitgebreid artikel verschenen op de Leesmonitor over poëzie in Nederland. Bronnen van dit artikel zijn het onvolprezen onderzoek dat Kila van der Starre deed naar poëzie in Nederland (2017) en gegevens van de stichting Marktonderzoek Boekenvak. Een aantal interessante gegevens wil ik uit dit artikel met jullie delen.

Allereerst is er de conclusie dat vrijwel iedereen in Nederland weleens in aanraking komt met poëzie. Maar liefst 97% van de ondervraagden geeft aan dat dit het geval is.  In de meeste gevallen is er sprake van ‘er zomaar tegenaan lopen’.  Dit kan door het bezoeken van een bijzondere gelegenheid (huwelijk, begrafenis of speech 84%) maar ook in de openbare ruimte 72%. Naast dit onderzoek is Kila van der Starre verantwoordelijk voor https://straatpoezie.nl/ waarop al bijna 2200 gedichten te vinden zijn in de openbare ruimte. Daarnaast komt men poëzie tegen op televisie 72% en in tijdschriften en kranten respectievelijk 68% en 67%. Met de aanwezigheid van poëzie en de kans er mee geconfronteerd te worden zit het wel goed dus.

Dat mensen het waarderen wanneer ze op een dergelijke manier in aanraking komen met poëzie blijkt uit het cijfer dat ze hiervoor geven in het onderzoek, namelijk een 7. Andere manieren om in aanraking te komen met poëzie zijn via het lezen van poëziebundels die men heeft gekregen 40%, het zelf schrijven van poëzie (meestal voor een speciale gelegenheid) 45%, het beluisteren van poëzie op een besloten voordracht 66%! of via Internet wanneer men er naar op zoek gaat 35%.

Als het gaat om de verdeling man/vrouw dan blijkt uit de onderzoeken dat vooral vrouwen met poëzie bezig zijn; ze komen er meer mee in aanraking, lezen meer, luisteren vaker naar poëzie, schrijven zelf vaker poëzie en zoeken meer naar poëzie op het internet. Als ik kijk naar de reacties en volgers van mijn blog dan kan ik niet anders dan concluderen dat deze cijfers op waarheid berusten. Wanneer er naar leeftijd wordt gekeken is er niet veel verschil tussen de leeftijdsgroepen als het gaat om lezen, luisteren, schrijven, delen en opzoeken van poëzie. Alleen wanneer er gekeken wordt naar bijvoorbeeld de sociale media dan blijkt dat meer jongere mensen hier mee te maken krijgen. Op zichzelf vind ik dat geen opmerkelijke uitkomst. Ook het gegeven dat mensen met een HBO-WO opleiding vaker in contact komen met poëzie kan ik nog wel plaatsen.

In tegenstelling wat je misschien zou denken, namelijk dat poëzie een heel individuele ervaring is, blijkt dat Nederlanders poëzie het vaakst in een sociale context ervaren. Dit gebeurt veelal auditief. Denk hierbij aan speciale gelegenheden (zowel zoeken naar als ondergaan).

De belangrijkste reden waarom mensen poëzie willen ervaren zijn minder verrassend. Op nummer een staat het willen ervaren en geraakt willen worden door poëzie. Op twee staat het willen opzoeken van een gedicht voor een speciale gelegenheid en op drie staat dat men aan het denken wil worden gezet door een gedicht. Tot slot blijkt uit deze onderzoeken dat naarmate men bekender is met een gedichtsoort, hoe lager men het poëziegehalte vindt. Zo is 90% bekend met Sinterklaasrijmen maar wordt dit maar door 30% of minder al hoog poëtisch ervaren. Terwijl het Poëzieweekgeschenk en de dichter des Vaderlands minder bekend zijn (respectievelijk 36% en 45%) worden deze wel in hoge mate als poëtisch beschouwd (85% of meer).

Al met al interessante onderzoeken waarin voor mij best nog een aantal verrassingen zaten. Om na al deze cijfers en onderzoeksresultaten niet zomaar te eindigen zonder ook een gedicht te plaatsen hier nog een gedicht over poëzie van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Verzamelde gedichten uit 1983, over en voor u, de lieve lezer.

.

Voor de lieve lezer

.

De woorden der gemakkelijkheid,

woorden van rose sluimer,

kamer behangen met pastelkleurige dromen,

dat is de poëzie die u lust.

.

Volièrevogeltjes wapperen er in rond

en de meisjes hebben er een zeer zoete hals

en de dichter staat nimmer voor u

dan gekleed in het bleekblauwe avondkostuum

van de maan.

.

Maar de poëzie die wil zeggen

dat ons aller broeder de mens is

een ellendige broeder,

een koude zuster,

een slaande aarde-

en wellicht ook een verre zon van liefde,

maar deze alleen te bezichtigen middels

een zwart glaasje in het oog geplant,

.

die poëzie

eet u snel tegen, nietwaar?

.

En dat slechts een kiezel

de hemel parende met de aarde kan zien

dat hoort u maar hoort u niet-

.

en vouwt de op elkaar verliefde handen

en denkt: ach ik, ach ja en amen.

.

 

de Coninck en Buddingh’

Prijs en gedicht

.

Sinds 1988 bekroont Poetry International jaarlijks het beste Nederlandstalige poëziedebuut met de C. Buddingh’-Prijs. Met de prijs beoogt Poetry International meer aandacht te genereren voor talentvolle nieuwe stemmen in de Nederlandstalige poëzie. Voor menig dichter van naam was de C. Buddingh’-prijs de eerste belangrijke trofee die in de wacht werd gesleept. Namen die me te binnen schieten zijn Anna Enquist, Marieke Lucas Rijneveld, Vicky Francken en Ilja Leonard Pfeijffer. De prijs is genoemd naar Cees Buddingh’.

In de cyclus ‘Ars poetica’ schrijft Herman de Coninck een gedicht ‘Aan Buddingh’ en in eerste instantie dacht ik dat het een soort van eerbetoon was aan de poëzie van Buddingh’. Totdat ik op de website dbnl.org een artikel las uit een ‘Tirade’ uit 1977 waarin de zaken toch enigszins anders blijken te liggen. De poëzie van Herman de Coninck werd in 1970 opgenomen in de bundel ‘Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen’. De nieuw realistische dichters zetten zich aan de ene kant af tegen het “welig tierende, hermetisch-duistere 50ers-epigonisme” in de Vlaamse dichtwereld. Aan de andere kant distantieerde de woordvoerder van deze nieuw realisten zich van de Nederlandse nieuw realisten zoals die vooral in Gard Sivik en De Stijl  werd gepubliceerd.

In het gedicht ‘Aan Buddingh’ spreekt de Coninck zich uit tegen dit Nederlands nieuw realisme dat volgens de Vlamingen “neutraal-objectief, onpersoonlijk en gezichtsloos informatisme” was.

.

Aan Buddingh’

.

Ik hou wel van gedichten

als gespierde kerels van behaarde

mannelijke taal, die zich krabben

waar het jeukt, die oergezond

op je afkomen en zeggen: ga zitten,

ik ben een gedicht, aangenaam, en

waarover zullen we het hebben.

.

Zulke gedichten kunnen natuurlijk even vlot

over liefde als over Vietnam praten,

en misschien zijn zij wel verantwoordelijk

voor de gezondheid van de poëzie,

zoals Limburgse boeren voor de gezondheid

van de moraal.

.

Maar ik hou eigenlijk nog meer

van een groep woorden die zich samen

plotseling bijzonder intiem gaan voelen

en zeggen: laat ons nou maar altijd

bij elkaar, er hoeft er geen meer bij te komen.

.

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

Raadgedicht

59 dichters

.

Terwijl ik wat onderzoek deed naar een paar onderwerpen waarover ik wil gaan schrijven kwam ik de website https://raadgedicht.nl tegen. Raadgedicht is een samenwerking van Het Poëziepaleis en Rian Visser en wordt ondersteund door De Poëzieweek, het Nederlands Letterenfonds, De Versterking, de Stichting Lezen, het Kinderboekenmuseum en uitgeverij Zwijssen. Een raadgedicht is een gedicht waarin één woord ontbreekt. Dit woord is afgedekt en alleen de dichter kent het woord.

Raadgedicht is gericht op leerlingen van het Primair onderwijs plus de brugklas (vanaf 10 jaar) en leerlingen van het voortgezet onderwijs (vanaf 14 jaar)  en zij kunnen zich gratis inschrijven en meedoen. Op basis van de gegeven antwoorden wordt een erelijst samengesteld. Maar Raadgedicht is zowel voor scholen als voor individuele deelnemers. Voor iedereen dus!  Leerkrachten kunnen met de klas één woord insturen of ze kunnen leerlingen individueel laten insturen. Op de erelijst wordt geen onderscheid gemaakt in leeftijd. Alleen is er een aparte lijst voor groepen en voor individuele deelnemers.

Het doel van Raadgedicht is om de lezer mee te laten denken met de dichter. Zo wordt de lezer uitgedaagd creatief met taal aan de slag te gaan. Foute antwoorden zijn niet per se fout. Misschien is een ander woord wel mooier dan dat van de dichter? Voor de dichters is het spannend om te ervaren welke woorden de lezers aandragen. Dit spelen met woorden leidt tot een geconcentreerde manier van lezen.

Naast de website is er een app die je kunt downloaden en zijn er prijzen te winnen. In totaal doen maar liefst 59 dichters mee met Raadgedicht, dichters van naam en faam maar ook wat minder bekende dichters. Dichters als Tsead Bruinja, Ester Naomi Perquin, Marieke Lucas Rijneveld, Tjitske Jansen maar ook Jos van Hest, Mary Heylema, Corien Oranje en Edward van de Vendel.

Van Derek Otte, tot vorige maand stadsdichter van Rotterdam, hier een voorbeeld. Het antwoord op het te raden woord staat een stuk naar onderen.

.

 

 

 

 

 

 

 

Antwoord: Spits

Valentijnsdag

Gedicht over de liefde

.

Hoewel ik niets heb met allerlei, vanuit de Verenigde Staten hier terecht gekomen, ‘feestdagen’ zoals Halloween, Kerstfeest met cadeautjes en Valentijnsdag (dit zijn in mijn optiek toch vooral door de commercie geïnspireerde ‘feestdagen’ wil ik toch een kleine uitzondering maken voor Valentijnsdag, 14 februari. Eigenlijk alleen maar omdat dit een mooi excuus is om weer een een prachtig liefdesgedicht met jullie te delen. En er zijn zoveel liefdesgedichten (ik heb er zelf twee bundeltjes mee gevuld ; Je hebt me gemaakt met je kus en XX-XY) dus de keuze is altijd reuze. Vandaag koos ik voor het prachtige gedicht van Toon Tellegen met de titel ‘Een gesprek’ uit de bundel ‘Mijn winter’ uit 1987.

.

Een gesprek

 

“Waar zullen wij afscheid nemen?
“In de regen”
“Zullen wij schuilen?”
“Nee!”
“Hoe zullen wij ons voelen?”
“Ziek, vals en verlegen.”
“Wat zullen wij zeggen?”
“Wij zullen het niet weten.”
“Wat zullen wij denken? ”
“Was het maar gisteren, morgen of nooit.”
“Zal een van ons gelijk hebben?”
“Geen van ons zal gelijk hebben.”
“Zullen wij elk een andere kant op gaan?”
“Wij zullen elk een andere kant op gaan.
“Zullen wij omkijken?”
“Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken”

.

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

.

Ongeveer zo hoog

Ongeveer zo breed

.

In 2006 publiceerden René Maagdenberg en Arie Vuyk de bundel ‘Ongeveer zo hoog / Ongeveer zo breed’ of andersom, het is maar hoe je de bundel oppakt. Het is namelijk een omkeerbundel. Het is niet voor het eerst dat ik een omkeerbundel in handen heb, jaren geleden publiceerde Menno Smit en Edwin de Voigt de bundel ‘The body mass index / Voigt moisturizer’ die je ook op twee manieren kan lezen. Tot op zekere hoogte zijn deze twee bundels dus te vergelijken. Inhoudelijk is de bundel ‘Ongeveer zo hoog / Ongeveer zo breed’ echter anders. In deze bundel hebben René Maagdenberg en Arie Vuyk dus alle twee een helft van een bundel om hun werk onder het voetlicht te brengen.

Arie Vuyk (Ongeveer zo breed) is vooral bekend als cabaretier en René Maagdenberg als illustrator/grafisch vormgever )onder andere voor Po-e-zine). Allebei hebben ze echter ook teksten, gedichten, aforismen en versjes geschreven. In het geval van Vuyk worden de aforismen ‘Humzinnigheden’ genoemd. Een paar voorbeelden:

.

Wie het onderste uit de kan wil halen

moet de boel op zijn kop zetten

.

Spitsuur op Utrecht Centraal:in de rij voor de roltrap

om tijd te winnen.

.

Naast deze Humzinnigheden  veelal rijmende poëzie of versjes en een paar liedteksten. René Maagdenberg (Ongeveer zo hoog) heeft ook wat aforismen opgenomen maar daarnaast ook enkele korte teksten en gedichten. Deze gedichten zijn van een ander niveau dan die van Vuyk. Geen of nauwelijks rijm en een wat serieuzere inhoud. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Waar nieuwe huizen staan’.

.

Waar nieuwe huizen staan

.

wat waait het altijd veel & hard

(waar nieuwe huizen staan)

waar nieuwe mensen wonen

los- en kaalgeslagen

ontworteld

ongewassen en ontgroend

& wat is de lucht leeg, ongekleurd

de zon een schijf van tinten licht

hoe speels de wegen der stadsarchitecten

.

Oud buiten

Rutger Kopland

.

Ik mag graag  zomaar blind uit mijn boekenkast een dichtbundel pakken en daar dan in gaan lezen. Het aardige daarvan is dat je niet weet wat je pakt en in hoeverre de gedichten in zo’n bundel dan passen bij de gemoedstoestand waarin je verkeert. Dat kan heel goed uitpakken en soms ook heel slecht maar daar gaat het niet om, Het gaat om het verrassingseffect van de blinde keuze. Vandaag greep ik naar ‘Alles op de fiets’ van Rutger Kopland. Als je, met de scholierendemonstraties voor een beter klimaat in je achterhoofd, zo’n titel leest kun je niet anders denken dan; verstandige titel.

Lezend in deze bundel uit 1969 bleef ik hangen bij het gedicht ‘Oud buiten’. De eerste zin leek ook wel zo van een spandoek of bord te komen van die demonstratie. Het gedicht daarna was verrassend genoeg weer van een hele andere orde.

.

Oud buiten

.

Het was zo mooi vroeger.

.

Maar de freule met de lekkere

kont is verdwenen met de tuinman

in de weiden, naar de geheimen van

bloemen en bijen op zoek zei ze.

.

De jachtopziener heeft de laatste

nachtegalen doodgeschoten voor

de schoorsteenmantel. Je lag

er maar wakker van zei hij.

.

Nesten hangen open en bloot in

de bomen. Iedereen kan het zien.

.

En in de nacht strompelt een koe

als een oude dichter uit de sloot

en doet op de stoep, bijgelicht

door makker maan, haar klappende

boodschap van vrede.

.

Ik proef iets wat bedorven is

Hekeldichten

.

Bij uitgeverij Passage worden mooie en interessante dichtbundels uitgegeven. In 2016 werd bijvoorbeeld, als onderdeel van De doos van Passage, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is’ gepubliceerd. In deze fijne bundel nemen Daniël Dee, Alexis de Roode en Benne van der Velde ons mee in de wereld die Hekelgedichten heet. In de inleiding wordt door de heren meteen al korte metten gemaakt met de gedachte dat hekeldichten om te lachen zijn, of dat ze in de categorie Light verse zouden vallen. In de inleiding wordt uiteengezet dat hekeldichten (ook) groot, ernstig en complex kunnen zijn. De namen van de hekeldichters doen ook al zoiets vermoeden; Gerrit Achterberg, P.A. de Génestet, Jan Hanlo, Ilja leonard Pfeijffer maar ook Driek van Wissen, Hans van Willigenburg en Delphine Lecompte.

De inleiders besluiten de inleiding met de zinnen: “Geen gevaarlijker stroming in de poëzie dan het hekeldicht. Met name voor de dichter wel te verstaan. Talloos zijn de dichters die omwille van een hekeldicht in de gevangenis of of het concentratiekamp kwamen. Tegenwoordig is die kans in Nederland niet zo groot. Maar wie een hekeldicht schrijft, zeker wanneer de inzet serieus is, geeft zich werkelijk bloot.” En zo is het maar net.

De bundel is in een aantal hoofdstukken opgedeeld met titels die beginnen met ‘Tegen’ gevolgd door landen, klein leed, de liefde, een bepaald slag mensen, de wetenschap, de poëzie, God, etc etc.  Voor wie in een recalcitrante bui is of gewoon even tegen iets in het bijzonder of het leven in het algemeen is dit een heerlijke bundel om te lezen. Uit het hoofdstuk ‘Tegen de poëzie en de literaire wereld’ het gedicht ‘Hard werken’ van Joost Reichenbach

.

Hard werken

.

“dichten is hard werken”

.

zei de dichter tot zijn vrouw

“wacht dus maar niet

op mij vannacht”

.

en besteeg de trap

met een fles wijn

op weg naar de zolder

alwaar hij na drie lange teugen

deze regels optikte

zich daarna urenlang

heeft afgerukt bij

pornoplaatsjes van het internet.

.

“’t is weer mislukt”,

zei hij ’s ochtends,

.

“vanavond verder ploeteren.”

.

Keats is dead so fuck me from behind

Hera Lindsay Bird

.The Guardian

Van een goede vriendin kreeg ik een link toegestuurd naar een artikel in The Guardian van 26 januari 2019 over de opkomst van jonge vrouwelijke dichters. Het was mij ook al opgevallen dat er steeds meer vrouwen tussen de 20 en 30 jaar aan een opmars bezig zijn in Nederland en Vlaanderen (kijk maar naar de deelnemers van de Poëziebus  van de afgelopen jaren) en dat beeld wordt in dit artikel bevestigd. Jonge vrouwen van 13 tot 24 jaar zijn nu de grootste poëziegebruikers in het Verenigd Koninkrijk in een markt die in de afgelopen vijf jaar met 48% is gegroeid tot £ 12,3 miljoen, volgens de Britse boekverkoper Nielsen BookScan. Een enorm bedrag voor wat toch nog steeds als een niche in de literatuur bekend staat.

Deze toename in de populariteit van poëzie door vrouwen en de toename van de waarde van de markt komt overeen met dramatische verschuivingen in de demografie van poëzie-kopers binnen het Engelstalige deel van de wereld. Vijf jaar geleden suggereerde het onderzoek van Nielsen dat 27% van de kopers van poëzie jonge vrouwen waren en nog eens 27% mannen van middelbare of oudere leeftijd. Tegenwoordig is bijna 40% van de poëzie-kopers vrouwen onder de 35, terwijl slechts 18% mannen zijn boven de 34. Het aandeel tienerjongens en jonge mannen in de vroege jaren 20 die poëzie kopen, is ook toegenomen, van 12% in 2014 tot 16% vandaag. Op zichzelf verheugende cijfers. Een in toenemende mate jonger wordend publiek dat zich interesseert voor poëzie.

Het gemak waarmee poëzie online kan worden gepubliceerd, op mobiele telefoons kan worden gelezen en op sociale media kan worden gedeeld, is één reden waarom de vorm populairder is geworden bij tieners en millennials , met jonge dichters die miljoenen volgers op Instagram trekken. Er is ook een toename in het aantal gedichten met betrekking tot de vrouwelijke seksuele blik, zegt Susannah Herbert, directeur van de Forward Arts Foundation, die de Forward Prizes voor poëzie en Nationale Gedichtendag beheert: “Jonge vrouwen hebben altijd gedichten willen lezen – waarom denk je dat troubadours zich uitsloofden om verzen te schrijven voor hun vrouwelijke liefdes? Maar ik denk dat ze niet altijd poëzie hebben gekocht omdat de meeste gepubliceerde poëzie niet op hen is gericht. Binnen de liefdespoëzie van de afgelopen eeuwen zijn het vooral mannen die naar meisjes kijken. Nog maar 10 jaar geleden kon je een bloemlezing over liefdespoëzie lezen en dan moest je moeite doen om gedichten te vinden waarin vrouwen naar mannen kijken. Nu zien we een inhaalbeweging. ”

Een van die jonge vrouwelijke dichters die actief meedoet aan deze inhaalbeweging is Hera Lindsay Bird (1987) uit Wellington, Nieuw-Zeeland. Deze dichter die recht voor zijn raap gedichten schrijft en daarbij een komische noot niet schuwt schreef het gedicht ‘Keats is dead so fuck me from behind’ dat viral ging op Facebook, net als haar gedicht ‘Monica’ over het Courtney Cox-personage Monica in de tv serie ‘Friends’.

.

Keats is Dead so Fuck me From Behind

.

Keats is dead so fuck me from behind

Slowly and with carnal purpose

Some black midwinter afternoon

While all the children are walking home from school

Peel my stockings down with your teeth

Coleridge is dead and Auden too

Of laughing in an overcoat

Shelley died at sea and his heart wouldn’t burn

& Wordsworth……………………………………………..

They never found his body

His widow mad with grief, hammering nails into an empty meadow

Byron, Whitman, our dog crushed by the garage door

Finger me slowly

In the snowscape of your childhood

Our dead floating just below the surface of the earth

Bend me over like a substitute teacher

& pump me full of shivering arrows

O emotional vulnerability

Bosnian folk-song, birds in the chimney

Tell me what you love when you think I’m not listening

Wallace Stevens’s mother is calling him in for dinner

But he’s not coming, he’s dead too, he died sixty years ago

And nobody cared at his funeral

Life is real

And the days burn off like leopard print

Nobody, not even the dead can tell me what to do

Eat my pussy from behind

Bill Manhire’s not getting any younger

.

Het hele artikel uit The Guardian lees je op https://www.theguardian.com/books/2019/jan/26/new-generation-young-women-poets maar neem ook eens een kijkje op de website van Hera Lindsay Bird (inmiddels is mij ter ore gekomen dat haar website is gehackt, meer informatie en gedichten van Hera Lindsay Bird vind je op https://thespinoff.co.nz/author/hera-bird/

.

%d bloggers liken dit: