Maandelijks archief: februari 2018

Herkenningsteken

Anton van Duinkerken

.

In de bundel ‘Dichterkeur, een keuze uit verzen dezer eeuw’ uit 1949 samengesteld door dr. W.L. Brandsma komen een aantal dichters voor waar je tegenwoordig vrijwel nooit meer iets van hoort. En dat is zeker niet altijd terecht.

Zo gaf van Duinkerken(1903 – 1968) in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw verschillende dichtbundels uit, publiceerde hij in 1932 een grote bloemlezing; Dichters der Contra-Reformatie, en in 1939 Dichters der Emancipatie en werd hem de C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs toegekend.

Uit de bundel ‘Tobias met de Engel’ uit 1946 komt het gedicht ‘Herkenningsteken’.

.

Herkenningsteken

.

Een klerk herkent men aan zijn hand,

Een koning aan zijn beeldenaar,

Een vingerafdruk wijst, wat kant

Men zoeken moet naar stokebrand,

Bankrover, dief of moordenaar.

.

Doch wie den dichter kennen wil

Moet raden, wat verborgen pijn

Hem zo geduldig en zo stil

Doet buigen voor de vreemde gril

Der woorden, die zijn dienaars zijn.

.

Geen rijmkracht en geen beeldenschat,

Geen onophoudelijk taalgevijl

Onthullen wat zijn hart bevat.

Men kent hem aan ’t onzegb’re, dat

Hij wegveinst in zijn stijl.

.

Advertenties

Wild-dichten

Sandra Burgers

.

Gedichten in de buitenruimte, op gevels en straten, op pleinen en tunnels, de website straatpoezie.nl staat er vol mee. Toch zijn er ook dichters die niet gevraagd worden om hun poëzie ergens in de buitenruimte te plaatsen. Zij doen het gewoon. Zoals Sandra Burgers uit Wemeldinge. In 2004 won ze de poëziesalon-prijs van de bibliotheek Vlissingen en bracht ze aldaar ook al gedichten aan in de openbare ruimte. Ze krijgt daar meer voldoening van dan van het voordragen van gedichten:

“Je ziet meteen dynamiek ontstaan als je zo’n gedicht hebt aangebracht. Mensen kijken ernaar of maken foto’s… kinderen die wel tien keer heen en weer lopen om te kijken wat er precies staat. Daar kan ik van genieten.’’

Sandra zal de gedichten – die zijn aangebracht met witsel – niet weghalen. ,,Ze zullen in de loop der tijd vanzelf verdwijnen.’’  en hoewel Burgers er zeker geen geheim van maakt dat zij de gedichten heeft aangebracht, ondertekent ze deze bewust niet. ,,Ik heb er geen vergunning voor aangevraagd, dus je weet maar nooit. Straks haalt de gemeente ze weg en valt bij mij de rekening op de mat.’’

Op één van de muren van het oude havenplateau in de Oosterschelde staat een gedicht dat inmiddels zijn weg naar straatpoezie.nl heeft gevonden.

.

Verliefd slaat ze een arm om Kattendijke heen

‘Zo mooi als jij’ zegt de Schelde ‘is er geen’

.

Maar inmiddels is er ook op een trap naar de zee een gedicht bijgekomen:

Na deze tree

De zee

Spuugschreeuwt in het gezicht

Trekt je aan de haren mee

Na deze tree

De zee…

.

En deze aan het water uit 2016.

Lieve zee, klote zee

over deze zee:
bijna alles gezwegen en gezegd
kinders in verwekt
voor een ander
bloemen neergelegd

ellende in eb
soms vreugde in vloed
lieve zee klote zee
drijf het in een zak
neem vlug een beetje mee.

.

Foto’s Marc Machielse

 

 

Before sunrise

Poëzie in films

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik aandacht gaf aan poëzie in films op dit blog. Vanaf vandaag daarom de komende tijd weer een aantal voorbeelden. Vandaag betreft het de film ‘Before sunrise’ uit 1995 met Ethan Hawke en Julie Delpy. De film gaat over twee jonge mensen die elkaar ontmoeten in de trein en een nacht samen doorbrengen in Wenen waarvan ze beide weten dat dit de enige nacht zal zijn die ze met elkaar doorbrengen.

In het videofragment citeert Hawke een zin uit het gedicht ‘As I walked out one evening’ van W.H. Auden (1907 – 1973). Daarna doet hij Dylan Thomas na die dit gedicht van Auden voordraagt.

Hier het fragment en de hele tekst van het gedicht.

.

As I Walked Out One Evening

.

As I walked out one evening,
  Walking down Bristol Street,
The crowds upon the pavement
  Were fields of harvest wheat.

And down by the brimming river
  I heard a lover sing
Under an arch of the railway:
  "Love has no ending.

"I'll love you, dear, I'll love you
  Till China and Africa meet,
And the river jumps over the mountain
  And the salmon sing in the street,

"I'll love till the ocean
  Is folded and hung up to dry
And the seven stars go squawking
  Like geese about the sky.

"The years shall run like rabbits,
  For in my arms I hold
The Flower of the Ages,
  And the first love of the world."

But all the clocks in the city
  Began to whirr and chime:
"O let not Time deceive you,
  You cannot conquer Time.

"In the burrows of the Nightmare
  Where Justice naked is,
Time watches from the shadow
  And coughs when you would kiss.

"In headaches and in worry
  Vaguely life leaks away,
And Time will have his fancy
  Tomorrow or today.

"Into many a green valley
  Drifts the appalling snow;
Time breaks the threaded dances
  And the diver's brilliant bow.

"O plunge your hands in water,
  Plunge them in up to the wrist;
Stare, stare in the basin
  And wonder what you've missed.

"The glacier knocks in the cupboard,
  The desert sighs in the bed,
And the crack in the teacup opens
  A lane to the land of the dead.

"Where the beggars raffle the banknotes
  And the Giant is enchanting to Jack,
And the Lily-white Boy is a Roarer,
  And Jill goes down on her back.

"O look, look in the mirror,
  O look in your distress;
Life remains a blessing
  Although you cannot bless.

"O stand, stand at the window
  As the tears scald and start;
You shall love your crooked neighbor
  With all your crooked heart."

It was late, late in the evening,
  The lovers they were gone;
The clocks had ceased their chiming,
  And the deep river ran on.

Bibliobus

Lévi Weemoedt

.

Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand februari Lévi Weemoedt. Toen ik in zijn bundel ‘Met enige vertraging’ uit 2016 (mijn exemplaar) aan het bladeren was viel mijn oog op het woord bibliobus in het gedicht ‘Overnamerecht’. Een bibliobus is een rijdende bibliotheek voor met name plattelandsgebieden waar geen vaste bibliotheekvestigingen zijn. En omdat ik nou eenmaal bibliothecaris ben van beroep was de keuze dit keer erg makkelijk.

.

Overnamerecht

.

Goed nieuws vandaag! In de buurt van Alkmaar

komt binnenkort een bibliobus te rijden

met over de gehele, niet geringe lengte

een dichtregel van Lévi Weemoedt.

.

Ik heb hieraan mijn plechtige

handgeschreven goedkeuring verleend

en gevraagd om één bewijsexemplaar.

.

 

Straatpoëzie in New York

Frank O’Hara

.

In Nederland (en Vlaanderen) heb je sinds vorig jaar een prachtige website https://straatpoezie.nl waar je een vrij uitputtend overzicht krijgt van alle poëzie die je in de openbare ruimte kan tegenkomen of kan opzoeken. Maar niet alleen in ons land en België bestaat zoiets als poëzie in de openbare ruimte. Zo kwam ik een mooi voorbeeld tegen van regels uit een gedicht van de Amerikaanse Frank O’Hara die zijn aangebracht in een hek in Lower Manhattan langs het water bij Battery Park in de buurt van het World Financial Centre.

Het betreft hier een regel uit het gedicht ‘Meditations in  an Emergency’. Frank O’Hara (1926 – 1966) was kunstcriticus, schrijver en dichter die zich veelvuldig liet beïnvloeden door jazz, het surrealisme, het abstract expressionisme, action painting en verschillende avant-garde kunststromingen.

Zijn poëzie heeft een geheel eigen toon en inhoud en werd wel beschreven als dat ze klonk als ‘het begin van een dagboek’. O’Hara zoekt de intimiteit van het leven in zijn poëzie omdat “poëzie zou moeten gaan tussen twee mensen en niet tussen twee bladzijden”. Behalve dat zijn werk heel autobiografisch is, gaat het ook heel erg over New York, de stad waar hij zijn leven lang gewoond heeft. Zijn werk is eigenlijk de vertelling van zijn leven.

Het gedicht ‘Meditations in an Emergency’ is uit 1957.

.

Meditations in an Emergency

.

Am I to become profligate as if I were a blonde? Or religious as if I were French?

Each time my heart is broken it makes me feel more adventurous (and how the same names keep recurring on that interminable list!), but one of these days there’ll be nothing left with which to venture forth.

Why should I share you? Why don’t you get rid of someone else for a change?

I am the least difficult of men. All I want is boundless love.

Even trees understand me! Good heavens, I lie under them, too, don’t I? I’m just like a pile of leaves.

However, I have never clogged myself with the praises of pastoral life, nor with nostalgia for an innocent past of perverted acts in pastures. No. One need never leave the confines of New York to get all the greenery one wishes—I can’t even enjoy a blade of grass unless I know there’s a subway handy, or a record store or some other sign that people do not totally regret life. It is more important to affirm the least sincere; the clouds get enough attention as it is and even they continue to pass. Do they know what they’re missing? Uh huh.

My eyes are vague blue, like the sky, and change all the time; they are indiscriminate but fleeting, entirely specific and disloyal, so that no one trusts me. I am always looking away. Or again at something after it has given me up. It makes me restless and that makes me unhappy, but I cannot keep them still. If only I had grey, green, black, brown, yellow eyes; I would stay at home and do something. It’s not that I am curious. On the contrary, I am bored but it’s my duty to be attentive, I am needed by things as the sky must be above the earth. And lately, so great has theiranxiety become, I can spare myself little sleep.

Now there is only one man I love to kiss when he is unshaven. Heterosexuality! you are inexorably approaching. (How discourage her?)

St. Serapion, I wrap myself in the robes of your whiteness which is like midnight in Dostoevsky. How am I to become a legend, my dear? I’ve tried love, but that hides you in the bosom of another and I am always springing forth from it like the lotus—the ecstasy of always bursting forth! (but one must not be distracted by it!) or like a hyacinth, “to keep the filth of life away,” yes, there, even in the heart, where the filth is pumped in and courses and slanders and pollutes and determines. I will my will, though I may become famous for a mysterious vacancy in that department, that greenhouse.

Destroy yourself, if you don’t know!

It is easy to be beautiful; it is difficult to appear so. I admire you, beloved, for the trap you’ve set. It’s like a final chapter no one reads because the plot is over.

“Fanny Brown is run away—scampered off with a Cornet of Horse; I do love that little Minx, & hope She may be happy, tho’ She has vexed me by this Exploit a little too. —Poor silly Cecchina! or F:B: as we used to call her. —I wish She had a good Whipping and 10,000 pounds.” —Mrs. Thrale.

I’ve got to get out of here. I choose a piece of shawl and my dirtiest suntans. I’ll be back, I’ll re-emerge, defeated, from the valley; you don’t want me to go where you go, so I go where you don’t want me to. It’s only afternoon, there’s a lot ahead. There won’t be any mail downstairs. Turning, I spit in the lock and the knob turns.

.

Liederen van de blauwkraanvogel

Antjie Krog

.

Antjie Krog (1952) debuteerde op haar achttiende met de dichtbundel ‘Dogter van Jefta’. Inmiddels is ze één van de belangrijkste dichters van Zuid-Afrika. Haar poëzie is persoonlijk, zintuiglijk en sterk geëngageerd. Thema’s die in het werk van Krog aan de orde komen zijn het moederschap en het ouder worden, de diepe verbondenheid en de worsteling met de ongelijkheid en het racisme in haar land. Ze neemt daarbij geen blad voor de mond. Haar stem is afwisselend woedend, kwetsbaar, hoopvol en radeloos. Haar werk is veelvuldig bekroond, onder ander met de prestigieuze Herzog-prijs, en Krogs dichterschap wordt vergeleken met dat van Sylvia Plath en Wislawa Szymborska.

In 2003 verscheen bij Uitgeverij Podium/Novib de bundel ‘Liederen van de blauwkraanvogel’ uit. In deze bundel koos Krog uit een enorm archief van de Engelsman Wilhelm Bleek. Deze verzamelde transcripties, poëzie en vertellingen van de Kaapse Bosjesmannen of Khoisan. Deze spraken een taal, het |Xam, waarvan de laatste spreker inmiddels is overleden (waarmee het |Xam een dode taal werd).

Krog las en vertaalde deze gedichten naar het Afrikaans en Robert Dorsman verzorgde de Nederlandse vertaling. Voor het goed verstaan van dit volk en hoe men leefde moet je de hele bundel lezen maar ik koos voor een gedicht getiteld ‘Het doden van een witte springbok’ of zoals de Afrikaanse titel is ‘Die doodmaak van ’n wit springbok’.

.

Het doden van een witte springbok

.

(|Han#Kass’o heeft dit van de vader van zijn moeder gehoord)

.

je maakt een witte springbok niet dood

je mag er alleen maar naar kijken

want het voelt alsof de springbok helemaal wil verdwijnen

een gewone springbok zal nooit naar de plaats komen

waar een witte springbok dood heeft gelegen

alle springbokken maken juist dat ze uit de buurt komen

laat daarom je boog zakken

daarom kijk je alleen maar naar een springbok die wit is

ook al is hij nog zo dichtbij

.

Met dank aan uitgeverijpodium.nl

Liefde kon maar beter naamloos zijn

Shadab Vajdi

.

In 2000 publiceerden uitgeverij De Geus en Amnesty International de bundel ‘Liefde kon maar beter naamloos zijn, met gedichten van 150 vrouwelijke dichters vanuit de hele wereld. De poëzie in deze bundel gaat over “het streven naar vrijheid en gerechtigheid, het verlangen naar een betere wereld de verhouding tussen mannen en vrouwen, de vrouwelijke identiteit. Maar ook over vervolging, onderdrukking en oorlog.” Kortom een bundel met gedichten die alle aspecten van het leven raakt.

De bundel heeft een wat merkwaardige geografische indeling (Rusland en de voormalige Sovjet Unie, West-Europa, Midden-Europa, Latijns-Amerika, Zuid-Azië, Oost-Azië, Engels taalgebied, Afrika, Midden-Oosten en Nederlands taalgebied) en bereikt daarmee op een wat gekunstelde manier volgens mij zo’n beetje elk continent.

Dat doet echter niets af aan de rijke inhoud van de bundel. Vele (voor mij nog) onbekende dichters zijn vertegenwoordigd. Sommige gedichten zijn activistisch van toon, andere hebben juist veel humor en weer andere zijn maatschappij kritisch. Een zeer leesbare mix van stijlen en thema’s kortom.

Ik koos voor een gedicht van de Iraanse Shadab Vajdi (1937). In Iran was ze docent Perzische literatuur en vanaf 1976 werkte ze als producer en radiomaker bij de BBC world service. Vanaf 1992 is ze part-time docent Perzische taal en literatuur aan de universiteit van Londen.

.

Analfabeet

.

Ik ken een man

die alle inscripties op eeuwenoude stenen leest

en die bekend is met

de grammatica van alle talen, dood of levend,

maar die de ogen van een vrouw

die hij denkt lief te hebben

niet kan lezen

.

 

Valentijnsgedicht

Karel Kramer

.

In 2009 kwam van collega dichter bij uitgeverij De Brouwerij Karel Kramer, de bundel ‘Liefdesgedichten’ uit, en omdat het vandaag 14 februari is, Valentijnsdag, leek mij dit een mooie gelegenheid om deze bundel weer eens uit mijn kast te pakken en een gedicht uit de bundel met jullie te delen.

Dus heb je nog geen gedicht, kan je geen gedicht vinden of had je misschien helemaal niet gedacht aan een gedicht voor je lief, hier zijn er twee van Karel.

.

kom bij me

lig naast me

omarm me

vergeet

*

dan blijven we in bed

eten en drinken niet meer

de buurt verzorgt ons

regelt de toeloop

er gebeuren wonderen

een golf van vrede

trekt over de wereld

zij aan zij

worden we opgebaard

en begraven

op de steen staat

alleen de liefde

.

O, die wijze koeien

Recensie

.

In 2017 verscheen bij uitgeverij U.M. Zuider-Amstel de bundel ‘O, die wijze koeien’ van Chris de Valk. Na ‘Dichter op de huid’ (2010) en ‘Lichtscherven’ (2012) is dit de derde dichtbundel van deze pastor/dichter uit Peize.

Wat meteen opvalt is de zorgvuldige manier waarop deze bundel is uitgegeven. Een goede indeling ( Franse titelpagina, titelpagina, inhoudsopgave) wat misschien niet het belangrijkste is voor een bundel maar waaraan je wel kan afzien dat er aandacht is besteed aan alle aspecten van de bundel.

Dan de gedichten. Wat meteen opvalt wanneer je de poëzie van de Valk leest is de vormvastheid en rijm die in vrijwel alle gedichten voorkomt. Vaste versvormen en rijm zijn niet hip. Kijk naar de dichtbundels die de afgelopen jaren de poëzieprijzen winnen, kijk naar de dichters die het goed doen in verkopen en voordrachten en je ziet louter vrije vormen en vrijwel altijd zonder rijm. Maar dat betekent niet dat rijmende gedichten in vaste versvormen niet ook zeer genietbaar kunnen zijn.

De gedichten van de Valk gaan over gewone en alledaagse dingen als de kleuterschool, de koeien, een poes, een vaas, maar altijd weet de dichter in zijn gedichten iets ‘groters’ mee te geven. In een aantal gedichten is dat God of een hogere macht maar soms ook een menselijke eigenschap zoals in het gedicht ‘Arrogantie’.

.

Arrogantie

.

Het was een simpel rieten mandje

door vele handen heen gegaan.

Ik zag het bij de kringloop staan,

nog net geen afval. Op het randje.

.

Je kon het kopen voor een prikje,

blijkbaar vond niemand er veel aan.

Het hengsel was al half vergaan

net als het garen van het strikje.

.

Zou ik het kopen? dacht ik even.

Ik had nog wel een plekje vrij

tussen de liefdes die vergleden,

.

vergeelde foto’s, smeekgebeden.

Een stekje er in, wat vette klei.

Door mij werd niets ooit afgeschreven.

.

Hoewel ik persoonlijk juist erg gecharmeerd ben van poëzie in de vrije vorm, juist door de mogelijkheden die het spelen met de taal je dan biedt, kan ik (rijmende) poëzie in vaste vormen wel degelijk waarderen wanneer deze met zorg is gemaakt en wanneer deze poëtische zeggingskracht heeft zoals de poëzie in deze bundel. En de enkele verwijzingen naar de bijbel en het geloof heeft mij als agnost niet tegen gehouden deze bundel met veel plezier te lezen.

.

Sociopoetic

Gedichten in een lift

.

Surfend over het wereldwijde web op zoek naar poëzie waar je het misschien niet meteen verwacht kwam ik op de website https://sociopoeticdotorg.wordpress.com waar ik een aantal aardige voorbeelden vond van wat je poëzie zou kunnen noemen in een lift. Verder lezend op deze website bleek dit een heel aardige en interessante website te zijn met verschillende voorbeelden van poëzie in uiting en tekst.

Sociopoetic evolueerde van een onderzoeksartikel  getiteld ‘Sociopoetic: gedichten en enkele gedachten’ naar de website vanuit Nieuw Zeeland over poëzie die het dus nu is. In het artikel werd opgeroepen om  gedichten van zelf-geïdentificeerde sociologen toe te sturen, met als doel het debat over de rol van poëzie in sociologisch onderzoek te verlevendigen, maar ook als vermaak voor de lezers. De collectie werd samengesteld door Dr Bruce Curtis en Zoë Meager en verscheen in 2013 in New Zealand Sociology.

.

%d bloggers liken dit: